Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/0078M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0023/2020

Ingediende teksten :

A9-0023/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/06/2020 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0135

Aangenomen teksten
PDF 139kWORD 49k
Donderdag 18 juni 2020 - Brussel
Protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024) (resolutie)
P9_TA(2020)0135A9-0023/2020

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 18 juni 2020 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024) (08662/2019 – C9-0004/2019 – 2019/0078M(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad (08662/2019),

–  gezien het protocol tot uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kaapverdië (2019-2024) (08668/2019),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 43, lid 2, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) (C9-0004/2019),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 18 juni 2020(1) over het ontwerp van besluit,

–  gezien artikel 31, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB)(2),

–  gezien zijn resolutie van 12 april 2016 over gemeenschappelijke regels met het oog op de toepassing van de externe dimensie van het GVB, met inbegrip van de visserijovereenkomsten(3),

–  gezien het eindverslag van februari 2018 met als titel “Ex-post and Ex-ante evaluation study of the Sustainable Fisheries Partnership Agreement between the European Union and the Republic of Cabo Verde” (Studie met een ex-ante- en ex-postbeoordeling van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië),

–  gezien artikel 105, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A9-0023/2020),

A.  overwegende dat de Commissie en de regering van Kaapverdië hebben onderhandeld over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV EU‑Kaapverdië) en een protocol tot uitvoering voor een periode van vijf jaar;

B.  overwegende dat de PODV EU-Kaapverdië in het algemeen tot doel heeft de samenwerking op visserijgebied tussen de EU en Kaapverdië te versterken, in het belang van beide partijen, door een beleid voor duurzame visserij en duurzame exploitatie van de visbestanden in de exclusieve economische zone (EEZ) van Kaapverdië te bevorderen;

C.  overwegende dat de benutting van de vangstmogelijkheden in het kader van de vorige PODV EU-Kaapverdië tussen 58 % en 68 % lag, met een goed gebruik voor vaartuigen met de zegen en een matig gebruik voor beugschepen en vaartuigen met de hengel;

D.  overwegende dat haaien 20 % van de vangsten uitmaken, maar dat het gebrek aan wetenschappelijke gegevens betekent dat het totaalcijfer wellicht niet juist is en veel hoger kan zijn;

E.  overwegende dat de PODV EU-Kaapverdië een effectievere duurzame ontwikkeling van de Kaapverdische vissersgemeenschappen en van verwante industrieën en activiteiten moet bevorderen, waaronder visserijwetenschap; overwegende dat de steun die in het kader van het protocol wordt toegekend in samenhang moet zijn met de nationale ontwikkelingsplannen en het actieplan “blauwe groei” voor ontwikkeling binnen ecologische grenzen, dat ontworpen is met de Verenigde Naties om de productie in de sector te verhogen en de sector te professionaliseren om te kunnen voorzien in de behoeften van de lokale bevolking aan voedsel en banen;

F.  overwegende dat de verplichtingen van de EU overeenkomstig internationale overeenkomsten ook in het kader van de PODV moeten worden ondersteund, met name wat de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (SDG’s) betreft, in het bijzonder SDG 14, en overwegende dat alle EU-acties, zoals de PODV, aan die doelstellingen moeten bijdragen;

G.  overwegende dat de EU, via het Europees Ontwikkelingsfonds, een meerjarige begroting ten bedrage van 55 miljoen EUR bijdraagt aan Kaapverdië en deze middelen concentreert op één centraal domein, namelijk het contract inzake goed bestuur en ontwikkeling (Good Governance and Development Contract, GGDC);

H.  overwegende dat de PODV moet bijdragen aan de bevordering en ontwikkeling van de Kaapverdische visserijsector en dat elementaire infrastructuur – met name havens, aanlandings-, opslag- en verwerkingsplaatsen – nog ontbreekt of moet worden gerenoveerd;

I.  overwegende dat het Europees Parlement onmiddellijk en volledig moet worden geïnformeerd over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de verlenging ervan;

1.  is van mening dat de PODV EU-Kaapverdië twee even belangrijke doelen moet nastreven: 1) voorzien in vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen in de EEZ van Kaapverdië, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en adviezen en zonder te tornen aan de maatregelen voor instandhouding en beheer die worden genomen door de regionale organisaties waar Kaapverdië bij is aangesloten – met name de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) – of het beschikbare overschot te overschrijden; en 2) verdere economische, financiële, technische en wetenschappelijke samenwerking tussen de EU en Kaapverdië op het gebied van duurzame visserij bevorderen, alsook een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de Kaapverdische EEZ, zonder de soevereine keuzes en strategieën van Kaapverdië ten aanzien van zijn eigen ontwikkeling te ondermijnen; meent tegelijkertijd dat de overeenkomst, gezien de grote mariene biodiversiteit in de Kaapverdische wateren, moet waarborgen dat er maatregelen worden genomen om de bijvangst door EU-reders in de Kaapverdische EEZ te beperken;

2.  meent dat er maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat het in de overeenkomst vastgestelde referentietonnage niet wordt overschreden;

3.  vestigt de aandacht op de bevindingen van de retrospectieve en prospectieve beoordelingen van het protocol bij de PODV EU-Kaapverdië 2014-2018, bekendgemaakt in mei 2018, waarin wordt gesteld dat het protocol in het algemeen had bewezen effectief en efficiënt te zijn en was afgestemd op de desbetreffende belangen, alsook consistent was met het Kaapverdische sectorale beleid en in hoge mate aanvaardbaar was voor de belanghebbenden, en waarin de mogelijkheid werd aanbevolen een nieuw protocol te sluiten; onderstreept dat er ruimte is voor vooruitgang in de samenwerking op het gebied van visserij tussen de EU en Kaapverdië en is daarom van mening dat het nieuwe protocol verder moet gaan dan de voorgaande protocollen met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst, met name wat betreft de ontwikkelingshulp voor de Kaapverdische visserijsector;

4.  onderschrijft de noodzaak van verdere ontwikkeling van de Kaapverdische visserijsector, ook wat betreft de aanverwante bedrijfstakken en activiteiten, en vraagt de Commissie alle nodige maatregelen te nemen, zoals een eventuele herziening en verhoging van het onderdeel sectorale steun van de overeenkomst, en het scheppen van de juiste voorwaarden voor een betere absorptie van deze steun;

5.  is van oordeel dat de doelstellingen van de PODV EU-Kaapverdië niet bereikt zullen worden zo lang deze niet bijdraagt aan de verhoging van de toegevoegde waarde in Kaapverdië als resultaat van de exploitatie van de visbestanden;

6.  stelt dat de PODV EU-Kaapverdië en het bijbehorende protocol moeten worden afgestemd op de nationale ontwikkelingsplannen en het actieplan “blauwe groei” voor de ontwikkeling binnen ecologische grenzen van de Kaapverdische visserijsector, die voor de EU-steun prioritair zijn en waarvoor de nodige technische en financiële bijstand moeten worden ingezet, met name met het oog op:

   een versterking van de institutionele capaciteit en een verbetering van de governance: de opstelling van wetgeving, de verdere ontwikkeling van beheersplannen en de ondersteuning van de uitvoering van deze wetgeving en beheersplannen;
   een verscherping van de monitoring, controle en bewaking in de EEZ van Kaapverdië en de omliggende gebieden;
   een versterking van maatregelen ter bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij-activiteiten (IOO-visserij), ook in de binnenwateren;
   een versterking van de partnerschappen met andere landen die visserijactiviteiten willen ontplooien in de EEZ van Kaapverdië, met name door middel van visserijovereenkomsten, en waarborging van transparantie door de inhoud van die overeenkomsten bekend te maken en een regionaal programma op te zetten om waarnemers op te leiden en in te zetten;
   steun voor de opzet en verbetering van een programma voor het verzamelen van gegevens om de Kaapverdische autoriteiten in staat te stellen inzicht te verkrijgen in de beschikbaarheid van bestanden en ter ondersteuning van de wetenschappelijke beoordeling van de bestanden, met het oog op een besluitvorming die gebaseerd is op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis;
   het mogelijk maken van de opbouw en/of renovatie van voor de visserij en aanverwante activiteiten relevante infrastructuur, zoals loskades en aanlandingshavens (voor de industriële en ambachtelijke visserij, bijvoorbeeld in de haven van Mindelo op het eiland São Vicente), plaatsen voor de opslag en verwerking van vis, markten, distributie- en afzetinfrastructuur en laboratoria voor kwaliteitsanalyse;
   steun voor en verbetering van de arbeidsomstandigheden voor alle werknemers, met name voor vrouwen, in alle visserijgerelateerde activiteiten, met inbegrip van de commercialisering, maar ook transformatie, visserijbeheer en wetenschap;
   steun voor de wetenschappelijke kennis die nodig is voor de totstandbrenging van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van de uitvoering, de monitoring en de controle ervan;
   de beperking van bijvangsten van kwetsbare soorten, zoals zeeschildpadden;
   de versterking van organisaties die mannen en vrouwen in de visserijsector vertegenwoordigen, met name waar het gaat om kleinschalige ambachtelijke visserij, om zo hun technische, beheers- en onderhandelingsvaardigheden te helpen verbeteren;
   de oprichting en/of renovatie van centra voor basis- en beroepsopleiding, om het vaardigheidsniveau van vissers, zeelieden en vrouwen in de visserijsector te verhogen en andere activiteiten in verband met de blauwe economie naar een hoger plan te tillen;
   de versterking van maatregelen om jongeren warm te laten lopen voor een baan in de visserij;
   een verbetering van de wetenschappelijke onderzoekscapaciteit en het vermogen om toezicht te houden op de visbestanden en het mariene milieu;
   een verbetering van de duurzaamheid van mariene hulpbronnen in het algemeen;

7.  is tevreden met het feit dat de overeenkomst geen betrekking heeft op kleine pelagische soorten, die van groot belang zijn voor de lokale bevolking en waarvoor er geen overschot is;

8.  uit zijn bezorgdheid over de potentieel schadelijke gevolgen van visserijactiviteiten voor de haaienpopulatie in de Kaapverdische EEZ;

9.  is van mening dat de voordelen die de toepassing van het protocol zal opleveren voor de lokale economie (werkgelegenheid, infrastructuur, sociale verbeteringen) meer in detail moeten worden beoordeeld;

10.  acht het wenselijk de kwantiteit en nauwkeurigheid van gegevens over alle vangsten (doelsoorten en bijvangsten), over de staat van instandhouding van visbestanden te verbeteren en over de impact van visserijactiviteiten op het mariene milieu, en te zorgen voor een betere tenuitvoerlegging van de financiële middelen voor sectorale steun, zodat het effect van de overeenkomst op het mariene ecosysteem, de visbestanden en de lokale gemeenschappen nauwkeuriger kan worden beoordeeld, met inbegrip van de sociale en economische impact van de overeenkomst;

11.  is van mening, gezien de mogelijke stopzetting van de visserij of het invoeren van beperkingen erop, dat eerst moet worden voorzien in de lokale visserijbehoeften, op basis van gedegen wetenschappelijk advies, om ervoor te zorgen dat de bestanden duurzaam zijn;

12.  verzoekt de Commissie en de Kaapverdische autoriteiten de gegevensverzameling voor en de monitoring van de bestanden in het kader van overbevissing, met bijzondere aandacht voor haaien, te verbeteren;

13.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om er in hun op Kaapverdië gerichte beleid inzake ontwikkelingssamenwerking en officiële ontwikkelingshulp rekening mee te houden dat het Europees Ontwikkelingsfonds en de sectorale steun in het kader van deze PODV elkaar moeten aanvullen om te kunnen bijdragen aan een versterking van de lokale vissersgemeenschappen en te waarborgen dat het land volledige soevereiniteit heeft over zijn eigen rijkdommen; spoort de Commissie ertoe aan via het Europees Ontwikkelingsfonds en andere relevante instrumenten de nodige stappen te zetten om te voorzien in infrastructuur die gezien de omvang en kosten niet kan worden opgezet met alleen de sectorale steun uit de PODV; merkt op dat hierbij onder meer moet worden gedacht aan havens, zowel voor de industriële als ambachtelijke visserij;

14.  pleit voor een verhoging van de bijdrage van de PODV aan het scheppen van lokale, directe en indirecte werkgelegenheid, op schepen die actief zijn in het kader van de PODV of in aan de visserij verwante activiteiten, zowel op het gebied van de toelevering als de verwerking; meent dat de lidstaten een belangrijke en actieve rol kunnen spelen bij de capaciteitsopbouw en de opleidinginspanningen hiervoor;

15.  verzoekt de Commissie en de lidstaten hun samenwerking met Kaapverdië verder te versterken en mogelijkheden te bestuderen om de toekomstige ontwikkelingshulp te verhogen, voornamelijk in het kader van het nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) dat is voorgesteld als onderdeel van de EU-begroting voor 2021-2027, en hierbij met name rekening te houden met de goede benutting van EU-middelen in Kaapverdië en de politieke stabiliteit van het land in een complexe geopolitieke context, hetgeen moet worden gesteund en beloond;

16.  verzoekt de Commissie om de Republiek Kaapverdië ertoe aan te sporen de financiële bijdrage waarin is voorzien uit hoofde van het protocol, te gebruiken om de nationale visserijsector op lange termijn te versterken, de vraag naar lokale investerings- en industriële projecten te stimuleren en de groei van een duurzame blauwe economie te bevorderen, om zo lokale banen te creëren en visserijactiviteiten aantrekkelijker te maken voor de jonge generaties;

17.  verzoekt de Commissie de notulen en conclusies van de vergaderingen van de gemengde commissie waarin is voorzien in artikel 9 van de overeenkomst toe te zenden aan het Parlement en openbaar te maken, net als de bevindingen van de jaarlijkse evaluaties; verzoekt de Commissie voorts de deelname van vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemer op de bijeenkomsten van de gemengde commissie mogelijk te maken en de deelname van Kaapverdische vissersgemeenschappen en de bijbehorende belanghebbenden aan te moedigen;

18.  is van mening dat er informatie moet worden ingewonnen over de voordelen die de toepassing van het protocol zal opleveren voor de lokale economie (werkgelegenheid, infrastructuur, sociale verbeteringen);

19.  verzoekt de Commissie en de Raad om binnen de grenzen van hun bevoegdheden het Parlement onmiddellijk en volledig te informeren in alle fasen van de procedures betreffende het protocol en in voorkomend geval de verlenging ervan, overeenkomstig artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 218, lid 10, VWEU;

20.  wijst de Commissie en met name de Raad erop dat het in strijd is met de leidende beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven om steeds weer over te gaan tot de voorlopige toepassing van internationale overeenkomsten voordat het Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven; wijst erop dat deze praktijk de status van het Parlement als enige rechtstreeks en democratisch verkozen EU-instelling aanzienlijk aantast en ook afbreuk doet aan het democratische gehalte van de EU als geheel;

21.  vraagt de Commissie de gedane aanbevelingen beter te verwerken in de PODV EU-Kaapverdië en er bijvoorbeeld rekening mee te houden bij de procedures voor de verlenging van het protocol;

22.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van de Republiek Kaapverdië.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0134.
(2) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.
(3) PB C 58 van 15.2.2018, blz. 93.

Laatst bijgewerkt op: 8 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid