Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Aangenomen teksten
PDF 147kWORD 46k
Vrijdag 19 juni 2020 - Brussel Definitieve uitgave
Europees burgerinitiatief: tijdelijke maatregelen inzake de verzamel-, verificatie- en onderzoeksperioden in het licht van de COVID-19-uitbraak ***I
P9_TA(2020)0172

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 19 juni 2020 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van tijdelijke maatregelen inzake de verzamel-, verificatie- en onderzoeksperioden als vastgesteld in Verordening (EU) 2019/788 inzake het Europees burgerinitiatief in het licht van de COVID-19-uitbraak (COM(2020)0221 – C9-0142/2020 – 2020/0099(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Op 11 maart 2020 kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie aan dat de COVID-19-uitbraak een wereldwijde pandemie was geworden. De gevolgen van deze pandemie voor de lidstaten zijn ingrijpend en uitzonderlijk. De lidstaten hebben een reeks beperkende maatregelen genomen om de overdracht van COVID-19 tegen te houden of te vertragen, met inbegrip van lockdownmaatregelen ter beperking van het vrije verkeer van hun burgers, een verbod op openbare evenementen en de sluiting van winkels, restaurants en scholen. Deze maatregelen hebben het openbare leven in bijna alle lidstaten nagenoeg lamgelegd.
(1)  Op 11 maart 2020 kondigde de Wereldgezondheidsorganisatie aan dat de COVID-19-uitbraak een wereldwijde pandemie was geworden. De gevolgen van deze pandemie voor de lidstaten zijn ingrijpend en uitzonderlijk. De lidstaten hebben een reeks beperkende maatregelen genomen om de overdracht van COVID-19 tegen te houden of te vertragen, met inbegrip van lockdownmaatregelen ter beperking van het vrije verkeer van hun burgers, een verbod op openbare evenementen en de sluiting van winkels, restaurants en scholen. Deze maatregelen hebben het openbare leven in bijna alle lidstaten lamgelegd.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  De lidstaten hebben aangegeven dat zij de beperkingen die naar aanleiding van de COVID-19-pandemie zijn ingevoerd, met het oog op de bewaking en de beheersing van de volksgezondheid slechts geleidelijk zullen versoepelen. Daarom is het passend de periode voor het verzamelen van steunbetuigingen met ingang van 11 maart 2020 – de datum waarop de Wereldgezondheidsorganisatie aankondigde dat de uitbraak een pandemie was geworden – met zes maanden te verlengen. Deze verlenging is gebaseerd op de aanname dat ten minste in de eerste zes maanden sinds 11 maart 2020 in een meerderheid van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, maatregelen van kracht zijn die het de organisatoren aanzienlijk moeilijker maken om lokaal campagne te voeren en steunbetuigingen op papier te verzamelen. De verzamelperiode voor initiatieven waarvoor het verzamelen van steunbetuigingen op 11 maart 2020 reeds aan de gang was, moet daarom met zes maanden worden verlengd. Wanneer de verzamelperiode voor een initiatief na 11 maart van start is gegaan, moet die periode dienovereenkomstig worden verlengd.
(6)  De lidstaten hebben aangegeven dat zij de beperkingen die naar aanleiding van de COVID-19-pandemie zijn ingevoerd, met het oog op de bewaking en de beheersing van de volksgezondheid slechts geleidelijk zullen versoepelen. Daarom is het passend de periode voor het verzamelen van steunbetuigingen met ingang van 11 maart 2020 – de datum waarop de Wereldgezondheidsorganisatie aankondigde dat de uitbraak een pandemie was geworden – met zes maanden te verlengen. Deze verlenging is gebaseerd op de aanname dat ten minste in de eerste zes maanden sinds 11 maart 2020 in ten minste een kwart van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, maatregelen van kracht zijn die het de organisatoren aanzienlijk moeilijker maken om lokaal campagne te voeren en steunbetuigingen op papier te verzamelen. De verzamelperiode voor initiatieven waarvoor het verzamelen van steunbetuigingen op 11 maart 2020 reeds aan de gang was, moet daarom met zes maanden worden verlengd. Wanneer de verzamelperiode voor een initiatief na 11 maart van start is gegaan, moet die periode dienovereenkomstig worden verlengd.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  Aangezien het einde van de pandemie in de Unie moeilijk te voorspellen is, is het passend de Commissie te machtigen tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen om de verzamelperiode voor initiatieven waarvoor de verzamelperiode op 11 september 2020 nog steeds loopt, verder te verlengen wanneer de uitzonderlijke omstandigheden die voortvloeien uit de COVID-19-pandemie, nog steeds bestaan. De zesmaandelijkse verlenging van de verzamelperiode waarin deze verordening voorziet, moet de Commissie voldoende tijd geven om te bepalen of een verdere verlenging van de verzamelperiode gerechtvaardigd is. De machtiging moet de Commissie ook in staat stellen uitvoeringshandelingen vast te stellen om, in het geval van een nieuwe volksgezondheidscrisis ten gevolge van een nieuwe COVID-19-uitbraak, de verzamelperiode te verlengen, mits een meerderheid van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, maatregelen heeft genomen die waarschijnlijk hetzelfde effect zullen hebben.
(7)  Aangezien het einde van de pandemie in de Unie moeilijk te voorspellen is, is het passend de Commissie te machtigen tot het vaststellen van uitvoeringshandelingen om de verzamelperiode voor initiatieven waarvoor de verzamelperiode op 11 september 2020 nog steeds loopt, verder te verlengen wanneer de uitzonderlijke omstandigheden die voortvloeien uit de COVID-19-pandemie, nog steeds bestaan. De zesmaandelijkse verlenging van de verzamelperiode waarin deze verordening voorziet, moet de Commissie voldoende tijd geven om te bepalen of een verdere verlenging van de verzamelperiode gerechtvaardigd is. De machtiging moet de Commissie ook in staat stellen uitvoeringshandelingen vast te stellen om, in het geval van een nieuwe volksgezondheidscrisis ten gevolge van een nieuwe COVID-19-uitbraak, de verzamelperiode te verlengen, mits ten minste een kwart van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, maatregelen heeft genomen die waarschijnlijk hetzelfde effect zullen hebben.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
De Commissie brengt de organisatoren en de lidstaten op de hoogte van de voor elk betrokken initiatief verleende uitbreiding en publiceert haar beslissing in het onlineregister als bedoeld in artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2019/788. Bovendien maakt zij de lijst van al deze initiatieven en de nieuwe verzamelperiode voor elk initiatief bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – alinea 1
(2)  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de maximale verzamelperioden als bedoeld in lid 1 te verlengen indien een meerderheid van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, na 11 september 2020 nog steeds maatregelen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie toepassen die het voor organisatoren aanzienlijk moeilijker maken steunbetuigingen op papier te verzamelen en het publiek over hun lopende initiatieven te informeren.
(2)  De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de maximale verzamelperioden als bedoeld in lid 1 te verlengen indien ten minste een kwart van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, na 11 september 2020 nog steeds maatregelen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie toepassen die het voor organisatoren aanzienlijk moeilijker maken steunbetuigingen op papier te verzamelen en het publiek over hun lopende initiatieven te informeren.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – alinea 2
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de maximale verzamelperiode voor initiatieven waarvoor de verzameling op het moment van een nieuwe uitbraak van COVID-19 aan de gang is, te verlengen mits een meerderheid van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, om maatregelen toepassen die de organisatoren van deze initiatieven in dezelfde mate treffen.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de maximale verzamelperiode voor initiatieven waarvoor de verzameling op het moment van een nieuwe uitbraak van COVID-19 aan de gang is, te verlengen mits ten minste een kwart van de lidstaten of een aantal lidstaten die samen meer dan 35 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen, maatregelen toepassen die de organisatoren van deze initiatieven in dezelfde mate treffen.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – alinea 3
Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure en moeten aangeven om welke initiatieven het gaat en wat de nieuwe einddatum van de verzamelperiode is.
In de in de eerste en tweede alinea bedoelde uitvoeringshandelingen worden de initiatieven vermeld waarvoor de verzamelperiode wordt verlengd, alsook de nieuwe einddatum van de verzamelperiode voor deze initiatieven en de resultaten van de in de vijfde alinea bedoelde beoordeling.
De in dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 – alinea 5
Om na te gaan of aan de in de eerste en tweede alinea vastgestelde vereiste is voldaan, verstrekken de lidstaten de Commissie op verzoek informatie over de maatregelen die zij naar aanleiding van de COVID-19-pandemie hebben genomen of van plan zijn te nemen.
De lidstaten verstrekken de Commissie op verzoek informatie over de maatregelen die zij hebben genomen of voornemens zijn te nemen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie of naar aanleiding van een nieuwe COVID-19-uitbraak.
Om te beoordelen of aan de vereisten van de eerste en tweede alinea is voldaan, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin de gedetailleerde criteria voor een dergelijke beoordeling worden vastgelegd.
Amendment 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
(1)  Wanneer het Europees Parlement of de Commissie sinds 11 maart 2020 moeilijkheden bij het organiseren van een openbare hoorzitting of een bijeenkomst met de organisatoren ondervindt vanwege de maatregelen die naar aanleiding van de COVID-19-pandemie zijn genomen door de lidstaat waar de betrokken instelling van plan is de hoorzitting of de bijeenkomst te organiseren, wordt de hoorzitting of de bijeenkomst, onverminderd artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/788, georganiseerd zodra de volksgezondheidssituatie in de betrokken lidstaat dit weer toelaat.
(1)  Wanneer het Europees Parlement of de Commissie sinds 11 maart 2020 moeilijkheden bij het organiseren van een openbare hoorzitting of een bijeenkomst met de organisatoren ondervindt vanwege de maatregelen die naar aanleiding van de COVID-19-pandemie zijn genomen door de lidstaat waar de betrokken instelling van plan is de hoorzitting of de bijeenkomst te organiseren, wordt de hoorzitting of de bijeenkomst, onverminderd artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/788, georganiseerd zodra de volksgezondheidssituatie in de betrokken lidstaat dit weer toelaat, of, als de organisatoren instemmen met deelname vanop afstand aan de hoorzitting of bijeenkomst, zodra zij met de instellingen een datum hiervoor kunnen overeenkomen.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement.

Laatst bijgewerkt op: 8 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid