Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2664(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0172/2020

Ingediende teksten :

B9-0172/2020

Debatten :

PV 18/06/2020 - 14
CRE 18/06/2020 - 14

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0176

Aangenomen teksten
PDF 177kWORD 54k
Vrijdag 19 juni 2020 - Brussel Definitieve uitgave
Europese bescherming van grens- en seizoensarbeiders in het kader van de COVID-19-crisis
P9_TA(2020)0176B9-0172/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 19 juni 2020 over Europese bescherming van grensoverschrijdende en seizoenarbeiders in het kader van de COVID-19-crisis (2020/2664(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 4 en 9, artikel 26, lid 2, de artikelen 45, 46, 48, 151, 153 en 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de Europese pijler voor sociale rechten, met name de beginselen 5, 6, 10, 12 en 16,

–  gezien het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie(2),

–  gezien Richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider(3),

–  gezien Richtlijn 2008/104/EG van 19 november 2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende uitzendarbeid(4),

–  gezien Verordening (EU) 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit(5),

–  gezien Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels(6),

–  gezien Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels(7),

–  gezien Richtlijn 89/654/EEG van de Raad van 30 november 1989 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor arbeidsplaatsen (eerste bijzondere Richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(8),

–  gezien Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten(9),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten(10),

–  gezien Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (“de IMI-verordening”)(11),

–  gezien Richtlijn 2000/54/EG van 18 september 2000 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan biologische agentia op het werk(12),

–  gezien Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden(13),

–  gezien Richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen(14),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles – COVID-19” (C(2020)3250),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de Europese sociale partners in de landbouw — de groep Werkgevers van landbouworganisaties in de EU (GEOPPA-COPA) en de Europese vakfederatie voor voedselindustrie, landbouw en toerisme (EFFAT) — van 15 mei 2020 over de inzet van seizoenarbeiders uit Europese landen in de EU,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de sociale partners van de Europese horecasector – EFFAT en de overkoepelende organisatie van hotels, restaurants en cafés (HOTREC) – van 11 maart 2020 en 27 april 2020,

–  gezien de richtsnoeren van de sociale partners in de voedingsmiddelenindustrie EFFAT en FoodDrinkEurope van 9 april 2020 ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers in de voedingssector tijdens de COVID-19-pandemie,

–  gezien Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie(15),

–  gezien Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven(16),

–  gezien het mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie van 2018, met name de doelstellingen 5 en 22,

–  gezien het gezamenlijk Europees stappenplan voor de opheffing van de inperkingsmaatregelen in verband met COVID-19,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de Europese Raad van 26 maart 2020,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 maart 2020 getiteld “Gecoördineerde economische respons op de uitbraak van COVID-19” (COM(2020)0112),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 maart 2020 betreffende richtsnoeren voor de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 30 maart 2020, getiteld: “COVID-19: Leidraad voor de uitvoering van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU, het faciliteren van doorreisregelingen voor de repatriëring van EU-burgers, en de gevolgen voor het visumbeleid” (C(2020)2050),

–  gezien zijn resolutie van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden(17),

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2017 over arbeidsomstandigheden en onzeker werk(18),

–  gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), met name SDG’s 3 en 8,

–  gezien de fundamentele arbeidsnormen die zijn vastgesteld door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), alsook de verdragen en aanbevelingen van de IAO inzake arbeidsvoorwaarden,

–  gezien Verdrag 184 van de IAO (veiligheid en gezondheid in de landbouw),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “Toerisme en vervoer in en na 2020” (COM(2020)0550),

–  gezien de richtsnoeren van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (EU-OSHA) van 24 april 2020 getiteld “COVID-19: terug naar de werkplek – Aanpassing van werkplekken en veiligheidsmaatregelen voor werknemers”,

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het vrije verkeer van werknemers een recht van werknemers en een fundamenteel beginsel van de Europese Unie is en van wezenlijk belang is voor de goede werking van de interne markt; overwegende dat arbeidsmobiliteit niet alleen vrij maar ook eerlijk moet zijn; overwegende dat het beginsel van gelijke behandeling verankerd is in artikel 45, lid 2, van het VWEU, waarin elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten op de gebieden werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden wordt verboden; overwegende dat dit beginsel evenzeer van toepassing is op grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, die dezelfde behandeling moeten genieten als werknemers die onderdaan zijn van hun gastland, in overeenstemming met de EU‑wetgeving, ongeacht of het gaat om gelijke rechten, gelijke arbeidsvoorwaarden of gelijke bescherming;

B.  overwegende dat onder grensoverschrijdende werknemers zowel personen vallen die hun recht van vrij verkeer uitoefenen om in één EU-lidstaat te werken terwijl zij in een andere lidstaat wonen, als grensarbeiders en gedetacheerde werknemers; overwegende dat een grensarbeider een werknemer is die werkzaam is in het grensgebied van een EU‑lidstaat, maar die dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert naar het grensgebied van een buurland waarin hij of zij woont en waarvan hij of zij onderdaan is; overwegende dat een gedetacheerde werknemer een werknemer is die door zijn of haar werkgever wordt uitgezonden om op tijdelijke basis een dienst in een andere EU‑lidstaat te verrichten, in het kader van een dienstverleningsovereenkomst, een overplaatsing binnen een onderneming of een terbeschikkingstelling via een uitzendbureau; overwegende dat onder seizoenarbeiders zowel EU-onderdanen als onderdanen van derde landen vallen die naar een lidstaat reizen om daar tijdelijk te wonen en een seizoenafhankelijke activiteit te verrichten;

C.  overwegende dat meer dan 17 miljoen EU-burgers in een ander EU-land wonen en werken dan het land van hun nationaliteit (3,9 % van de totale beroepsbevolking in 2018); overwegende dat er 1,5 miljoen grensoverschrijdende werknemers zijn in de EU; overwegende dat er meer dan 2,3 miljoen detacheringen zijn in het kader waarvan tijdelijke basis diensten in een andere lidstaat worden verricht;

D.  overwegende dat de COVID-19-pandemie een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid, met gevolgen voor de gezondheid en het leven van alle personen die in de EU verblijven en voor de gezondheids- en zorgstelsels in de lidstaten; overwegende dat de crisis de Europese samenleving en de Europese economie nog verder heeft getroffen, met name werknemers en sectoren die in de frontlinie liggen; overwegende dat alle werknemers, ongeacht hun status, erdoor worden getroffen; overwegende dat het uitbreken van de pandemie het inherente verband tussen eerlijke en veilige mobiliteit aan het licht heeft gebracht;

E.  overwegende dat veel grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders essentieel zijn voor het leveren van kritieke goederen en diensten in belangrijke economische sectoren zoals landbouw en voedselproductie, vervoer, logistiek, bouw, sociale diensten, onder meer zorg, sociaal werk en toerisme, maar ook voor de verwerking en verpakking van levensmiddelen, de visserij, de bosbouw, de gezondheidszorg, onderzoek, de IT-sector, farmaceutische industrie, de kritieke-infrastructuurindustrie en andere sectoren, en van vitaal belang zijn voor elke vorm van economisch herstel; overwegende dat de bedrijfsmodellen van sommige uitzendbureaus en werkgevers in deze sectoren gebaseerd kunnen zijn op verlaging van de arbeidskosten en precaire arbeidsomstandigheden; overwegende dat arbeidsinspecties bij herhaling melding maken van schendingen van arbeidsrechten van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders in deze sectoren;

F.  overwegende dat grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders zwaar getroffen zijn door zowel de crisis als maatregelen van de lidstaten om de verspreiding van het virus in te dammen en te voorkomen, met name grenssluitingen, tijdelijke beperkingen en controles aan de binnengrenzen; overwegende dat de COVID-19-pandemie heeft geleid tot de sluiting van grenzen en tot de stopzetting of opschorting van tal van economische activiteiten, wat op zijn beurt heeft geleid tot een toename van de werkloosheid en ernstige terugkeerproblemen voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders die in de lidstaten van hun vroegere dienstbetrekking vast kwamen te zitten, zonder inkomen, bescherming of vervoer en, soms, zonder onderdak en toegang tot gezondheidszorg of voedsel; overwegende dat jonge en vrouwelijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders bijzonder kwetsbaar kunnen zijn;

G.  overwegende dat talrijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders zijn aangesteld in het kader van kortlopende arbeidsovereenkomsten, die hun weinig of geen arbeidszekerheid en onvoldoende of geen sociale zekerheid bieden, zodat zij vaak onder de nationale kwalificatiedrempels voor een sociale uitkering vallen; overwegende dat talrijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders vaak afkomstig zijn uit arme en kwetsbare regio’s, minderheden en sociale groepen, vaak bedreigd worden door armoede onder werkenden en door sociale uitsluiting, en dat zij het slachtoffer kunnen worden van mogelijke schendingen van hun rechten door recruiters, uitzendbureaus of werkgevers, hetgeen allemaal is verergerd door de pandemie; overwegende dat werknemers met een kortlopende aanstelling vaak in groepsaccommodaties wonen, waardoor het moeilijk is fysieke afstand te bewaren en hun risico op infectie toeneemt; overwegende dat grote uitbraken van COVID-19-infecties zich hebben voorgedaan in sectoren als de voedselproductie-industrie, en waarschijnlijk zullen voortduren in sectoren en op werkplekken waar het moeilijk kan zijn fysieke afstand in acht te nemen, tenzij er passende maatregelen worden ingevoerd;

H.  overwegende dat talrijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders zich in de context van de COVID-19-crisis in een bijzonder kwetsbare situatie bevinden wat betreft hun arbeidsomstandigheden en hun gezondheid en veiligheid op het werk; overwegende dat er tijdens de crisis sprake is geweest van verontrustende berichtgeving over inbreuken op de rechten van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders wat betreft hun werk- en leefomstandigheden, met name over werktijden, minimumlonen, oneerlijke ontslagen, gezondheids- en veiligheidsnormen op het werk, zoals het ontbreken van schriftelijke instructies en affichering op de werkplek, een gebrek aan veilig vervoer en fatsoenlijke huisvesting die voldoen aan sanitaire vereisten en waar maatregelen op het gebied van fysieke afstand kunnen worden nageleefd, hoge werkdruk en niet-aangepaste werkpatronen, detacheringsregelingen en onderaannemingspraktijken, niet-naleving van quarantainemaatregelen en repatriëringspraktijken, en ontoereikende verstrekking van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM); overwegende dat deze berichtgeving en de crisis in het algemeen sociale dumping en de bestaande onzekerheid van de situatie van veel grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders en de lacunes in de uitvoering en handhaving van de bestaande wetgeving met het oog op hun bescherming hebben blootgelegd en vergroot; overwegende dat veel grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders in de praktijk afhankelijk zijn van hun werkgever of uitzendbureau, niet alleen voor hun inkomen, maar ook voor hun huisvesting; overwegende dat talrijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders hun ontslag hebben gekregen en op straat zijn beland; overwegende dat deze werknemers, gezien hun kwetsbare situatie, het ook moeilijk kunnen vinden om misbruik te melden of niet naar het werk te gaan als zij zich ziek voelen, wegens een gebrek aan informatie of uit angst voor het verlies van hun inkomen, huisvesting of verblijfsstatus;

I.  overwegende dat grensoverschrijdende zelfstandigen en ondernemers ook zwaar getroffen zijn door de crisis; overwegende dat de stappen en maatregelen die de lidstaten tijdens de COVID-19-pandemie hebben genomen om werknemers, zelfstandigen en ondernemers financiële compensatie te geven, voornamelijk gebaseerd zijn op de nationale arbeidsmarkt en in veel gevallen geen adequate bepalingen bevatten voor grensoverschrijdende werknemers en zelfstandigen;

J.  overwegende dat een aantal werknemers COVID-19 heeft opgelopen, met dodelijke slachtoffers in verschillende lidstaten; overwegende dat de toegang van sommige van deze werknemers tot fatsoenlijke zorg, medische bijstand en voorzieningen, alsmede ziektekostenverzekeringen en sociale zekerheid, zelfs al voor de crisis problematisch was of in sommige gevallen zelfs ontbrak; overwegende dat de bevordering van en de toegang tot ziekteverlof voor deze werknemers ook een probleem vormt;

K.  overwegende dat de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) in juli 2019 is opgericht om de lidstaten en de Commissie te ondersteunen bij de doeltreffende toepassing en handhaving van het recht van de Unie op het gebied van arbeidsmobiliteit en de coördinatie van de sociale zekerheid; overwegende dat de Europese Arbeidsautoriteit naar verwachting tegen 2024 volledig operationeel zal zijn;

L.  overwegende dat maatschappelijke organisaties en sociale partners een cruciale rol hebben gespeeld bij het verlenen van hulp aan werknemers tijdens de crisis, zowel in hun land van herkomst als in de lidstaat waar zij een dienstbetrekking hadden;

M.  overwegende dat de overgrote meerderheid van de grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders die de economische effecten van de COVID-19-pandemie ondervinden, nog geen toegang heeft tot adequate sociale bescherming en socialezekerheidsrechten vanwege de beperkte coördinatie tussen de socialezekerheidsinstellingen van de lidstaten, die verergerd is door COVID-19; overwegende dat grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders zich bevinden in situaties waarin zij niet noodzakelijkerwijs in aanmerking komen voor tijdelijke steunmaatregelen zoals werktijdverkortingsregelingen, aangepaste werkloosheidsuitkeringen en maatregelen ter bevordering van thuiswerken;

N.  overwegende dat sommige lidstaten tijdens de crisis actie hebben ondernomen om de kwetsbaarheden van grensoverschrijdende en seizoensgebonden arbeidsmigranten aan te pakken in de context van de COVID-19-crisis en aandacht te schenken aan hun rol in onze samenlevingen;

O.  overwegende dat ook grensarbeiders en grensregio’s van de EU zwaar getroffen zijn door de crisis wat betreft werkgelegenheid, toegang tot de werkplek en thuiswerkregelingen, en rechtsonzekerheid met betrekking tot de toepasselijke socialezekerheids- en belastingstelsels;

P.  overwegende dat in de Europese landbouwsector soms sprake is van inkomens die onder het gemiddelde liggen, in combinatie met lange werkdagen, ongevallen en ziekten en een lage deelname aan onderwijs- en opleidingsprogramma’s, met name voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders; overwegende dat slechte arbeidsomstandigheden in de landbouwsector een van de belangrijkste oorzaken zijn van tekorten aan arbeidskrachten in sommige lidstaten;

Q.  overwegende dat er geen EU-breed gegevensverzamelings- of digitaal traceringssysteem is opgezet om toereikende informatie te verschaffen over het totale aantal getroffen grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders of om werknemers in staat te stellen gemakkelijk en snel de situatie omtrent hun socialezekerheidsdekking vast te stellen en aanspraak te maken op verschillende rechten die zij vóór de crisis hadden opgebouwd; overwegende dat gemeenten vaak te weinig informatie hebben over de grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders die er wonen en werken;

R.  overwegende dat het risico bestaat dat de crisis de bestaande problemen bij de behandeling van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders door sommige wervingsbureaus en lokale werkgevers verder verergert;

Bescherming van rechten, waarborging van veiligheid en handhaving van bestaande wetgeving

1.  is ingenomen met de niet-aflatende sturing van de Commissie in het kader van de voortdurende coördinatie van een gemeenschappelijke respons van de EU op de uitbraak van COVID-19, met name wat betreft de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie, en de uitoefening van het vrije en eerlijke verkeer van werknemers; benadrukt dat grenscontroles, gezondheidsscreenings en beperkingen op verplaatsingen evenredig en uitzonderlijk moeten blijven en dat al het vrije verkeer binnen het Schengengebied moet worden hersteld zodra dit gezien de situatie in de lidstaten ten aanzien van COVID-19 veilig wordt geacht; herinnert eraan dat het beginsel van gelijke behandeling niet alleen geldt voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders in essentiële sectoren en beroepen, maar ook voor alle werknemers die de binnengrenzen moeten overschrijden, aangezien de betrokken sectoren ook openstaan voor plaatselijke werknemers in het gastland; verzoekt de lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, zo spoedig mogelijk alle reisbeperkingen en discriminerende isolatie- en quarantainemaatregelen voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders op te heffen om een tekort aan arbeidskrachten in belangrijke sectoren te voorkomen en ten behoeve van die werknemers, en tegelijkertijd hun gezondheid en veiligheid te waarborgen;

2.  verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen uit te voeren om ervoor te zorgen dat grensoverschrijdende werknemers, seizoenarbeiders, grensoverschrijdende ondernemers en grensoverschrijdende zelfstandigen voldoende beschermd worden tegen COVID-19 en de gevolgen ervan, met inbegrip van eenvoudige toegang tot tests, en dat zij worden geïnformeerd over de risico’s en de te nemen voorzorgsmaatregelen in een taal die zij begrijpen; benadrukt de bijzondere kwetsbaarheid van jonge en vrouwelijke grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders; dringt voorts aan op maatregelen om te waarborgen dat hun gezondheid en veiligheid worden beschermd tijdens de reis en om te zorgen voor fatsoenlijke huisvesting waar zij fysieke afstand kunnen bewaren, indien de plaats waar zij werken anders is dan de plaats waar zij wonen, en dat er zo nodig repatriëringsoplossingen beschikbaar worden gesteld die niet ten koste van de werknemer gaan; onderstreept dat de bestaande wetgeving inzake de toegang tot sociale rechten, met inbegrip van de overdracht ervan, moet worden nageleefd; onderstreept dat grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders niet aan hun lot mogen worden overgelaten, vanwege het feit dat zij hun recht op vrij verkeer als EU-burgers hebben uitgeoefend;

3.  verzoekt de Commissie en de lidstaten het werk van de sociale partners en de maatschappelijke organisaties die op dit gebied actief zijn, te ondersteunen om ervoor te zorgen dat werknemers die als gevolg van de crisis of anderszins op hun grondgebied gestrand zijn voldoende en dringend toegang krijgen tot overheidsdiensten, ondersteuning door vakbonden, fatsoenlijke huisvesting, beschermende uitrusting, maaltijden en gezondheidszorg; is ingenomen met de inzet van de sociale partners om sectorspecifieke kwesties aan te pakken met betrekking tot de mobiliteit en de rechten van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders;

4.  verzoekt de Commissie en de lidstaten er in de context van COVID-19 voor te zorgen dat seizoenarbeiders uit derde landen net zo worden behandeld als EU-onderdanen, zoals bepaald in Richtlijn 2014/36/EU, en herinnert eraan dat deze werknemers dezelfde arbeids- en sociale rechten hebben als EU-burgers;

5.  roept de Commissie en de lidstaten op om dringend de juiste uitvoering en handhaving van de toepasselijke EU-wetgeving inzake de rechten van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders te waarborgen, met name wat betreft het recht op gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats, onder meer via nationale en grensoverschrijdende, onderling afgestemde en gezamenlijke arbeidsinspecties; dringt erop aan dat er duidelijke stappen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de werknemers vóór hun vertrek een duidelijk inzicht hebben in, volledig geïnformeerd zijn over en ongehinderd toegang hebben tot hun contracten, rechten en plichten, en dat deze contracten ter beschikking worden gesteld van de instanties die op hun arbeidsterrein actief zijn op het gebied van de arbeidsbescherming; verzoekt de lidstaten de capaciteit van de arbeidsinspectiediensten te vergroten en prioriteit te geven aan sectoren waar de werknemers gevaar lopen;

6.  verzoekt de Commissie om tijdens de COVID-19-pandemie toezicht te houden op de uitvoering van haar richtsnoeren inzake het vrije verkeer van werknemers, en met name om in de context van COVID-19 nieuwe specifieke richtsnoeren uit te vaardigen voor grensoverschrijdende werknemers, seizoenarbeiders, grensoverschrijdende ondernemers, grensoverschrijdende zelfstandigen en lidstaten, specifiek wat betreft de uitoefening van vrij en eerlijk verkeer, fatsoenlijke huisvesting, de toepasselijke arbeidsomstandigheden en -voorwaarden en gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, waaronder de noodzaak om te zorgen voor voldoende fysieke afstand tijdens het vervoer, in huis en op de werkplek, de bescherming en coördinatie van de sociale zekerheid, de toegang tot en de verstrekking van gezondheidszorg, de verstrekking van informatie zoals schriftelijke instructies en affichering op de werkplek voor werknemers in een taal die zij kunnen begrijpen, en de uitwisseling van goede praktijken; onderstreept dat de sociale partners volledig moeten worden betrokken bij het opstellen van deze richtsnoeren;

7.  dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor hoogwaardige huisvesting voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, die moet worden losgekoppeld van hun bezoldiging, en te zorgen voor fatsoenlijke faciliteiten, privacy voor huurders en schriftelijke huurovereenkomsten die door de arbeidsinspectie worden gehandhaafd, en om in dit verband normen vast te stellen;

8.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat prioriteit wordt gegeven aan het volledig operationeel maken van de ELA en dat de ELA werkt aan het verstrekken van relevante informatie over de rechten en plichten van personen bij grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit, onder meer via één EU-brede website, die moet fungeren als portaal voor de toegang tot informatiebronnen en -diensten op EU- en nationaal niveau; stelt vast dat een geharmoniseerd proces voor het signaleren van misbruik en problemen ontbreekt; verzoekt de ELA daarom, in samenwerking met de betrokken autoriteiten van de lidstaten, een Europese faciliteit voor grensoverschrijdende werknemers op te zetten om misstanden anoniem te melden, en om uitvoering te geven aan artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1149, met het oog op de uitvoering van gezamenlijke of in onderling overleg uitgevoerde inspecties indien gevallen van mogelijk misbruik onder haar aandacht worden gebracht;

9.  roept de Commissie op om langetermijnoplossingen voor te stellen om wanpraktijken op het gebied van onderaanneming aan te pakken en om seizoenarbeiders en grensoverschrijdende werknemers die in de onderaannemingsketen en de toeleveringsketen zijn aangesteld, te beschermen;

Bevordering van eerlijke mobiliteit en versterking van de interne markt

10.  verzoekt de lidstaten en de Commissie zich voor te bereiden op eventuele toekomstige golven van COVID-19, en dringt nogmaals aan op de coördinatie van nationale grensmaatregelen en de ontwikkeling van veiligheidsmaatregelen voor mobiele werknemers, met inbegrip van veilige onderkomens; merkt op dat er voorzieningen voor permanente mobiliteit moeten komen, door middel van de vaststelling en instandhouding van “groene corridors”, met inbegrip van veiligheidsmaatregelen en gevestigde en duidelijk gecommuniceerde reisbepalingen en voorwaarden; wijst in dit verband op de sleutelrol van regionale en lokale overheden en bestaande grensoverschrijdende instellingen, onder meer door het bijhouden en regelmatig bijwerken van de registers van alle grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders die zijn geregistreerd in de gemeenten waar zij gehuisvest zijn; onderstreept dat de leidende beginselen voor alle maatregelen die in het licht van de crisis en de weg tot herstel worden genomen, de gezondheid en veiligheid van alle werknemers moeten zijn, evenals de eerbiediging en doeltreffende handhaving van alle toepasselijke arbeidsvoorwaarden, waarbij de bijzonder kwetsbare situatie van grensoverschrijdende en mobiele werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19 en de nasleep ervan worden erkend;

11.  herinnert aan het belang en de noodzaak van goede samenwerking met derde landen waar sprake is van grote aantallen grensoverschrijdende werknemers, zoals de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk;

12.  benadrukt de noodzaak van goede samenwerking tussen de lidstaten met betrekking tot het verzamelen van gegevens over grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders om lacunes in de nationale praktijken op te vullen, betere toegang te verkrijgen tot beschikbare informatie en een voorspelbare en toegankelijke interne arbeidsmarkt te creëren; verzoekt de Europese Arbeidsautoriteit een actieve rol te spelen bij het verzamelen en coördineren van gegevens met het oog op het uitvoeren van analyses op het gebied van arbeidsmobiliteit en risicobeoordelingen, overeenkomstig haar taken zoals uiteengezet in haar oprichtingsverordening;

13.  is van mening dat, om grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders te beschermen, ook werkgevers behoefte hebben aan heldere regels en juridische duidelijkheid; verzoekt de lidstaten om op de websites van hun respectieve nationale instellingen informatie te verzamelen en bij te houden over al deze regels, met inbegrip van regels die betrekking hebben op COVID-19 en reisbeperkingen; verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is een portaal of mobiele applicatie in het leven te roepen waarop gegevens van de lidstaten zouden kunnen worden verzameld om de EU-burgers nauwkeurige en real-time reisbeperkende informatie te bieden, met inbegrip van de reismogelijkheden en de beschikbare routes ingeval de noodmaatregelen gedeeltelijk of volledig zouden worden heringevoerd;

14.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat grensoverschrijdende werknemers, met name grensoverschrijdende arbeiders en zelfstandigen die getroffen zijn door de crisis, met inbegrip van degenen die telewerken vanuit het land waar zij wonen, toegang hebben tot de toepasselijke sociale zekerheid, arbeidsrechten en belastingstelsels, en weten welke autoriteit bevoegd is voor hun dekking, dat zij onder dezelfde voorwaarden als andere werknemers gebruik kunnen maken van regelingen voor arbeidstijdverkorting, en ten aanzien van hun belasting- of socialezekerheidsrechten geen negatieve gevolgen ondervinden van de duur van hun verblijf in de lidstaat waar zij wonen als gevolg van de pandemie; dringt erop aan dat de in het buitenland getelewerkte tijd wordt aangemerkt als tijd die in het land waar gewerkt wordt, werd doorgebracht;

Weerbaarheid, digitalisering en waarborging van transparantie

15.   verzoekt de Commissie dringend een onderzoek te verrichten naar de algemene situatie op het gebied van de werkomstandigheden en de gezondheids- en veiligheidsomstandigheden van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, met inbegrip van de rol van uitzendbureaus, aanwervende bureaus, andere tussenpersonen en onderaannemers, met het oog op het vaststellen van lacunes in de bescherming en de eventuele noodzaak van een herziening van het bestaande wetgevingskader, zoals het wetgevingskader voor gezondheid en veiligheid op het werk, Richtlijn 2014/36/EU betreffende seizoenarbeiders en Richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid, alsmede de pandemiebestendigheid ervan; benadrukt dat de lessen die zijn getrokken niet alleen geldig zijn voor de COVID-19-crisis, maar ook empirische onderbouwde beleidsvorming moeten versterken om de tekortkomingen in de wetgeving van de EU en de lidstaten in tijden van crisis en in normale situaties aan te pakken;

16.  onderstreept dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van een stabiel, betrouwbaar en crisisbestendig socialezekerheidsstelsel en dat de EU gemeenschappelijke regels biedt ter bescherming van socialezekerheidsrechten bij verplaatsingen binnen Europa; dringt er bij het huidige en toekomstige voorzitterschap van de Raad en de lidstaten op aan samen te werken met het Parlement om een snel en evenwichtig akkoord te bereiken over de voorgestelde herziening van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004 en (EG) nr. 987/2009 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid met het oog op de totstandbrenging van gemoderniseerde en doelgerichte regels die eerlijke mobiliteit en sociale bescherming voor alle EU-burgers bevorderen, en tegelijkertijd sociale fraude en misbruik van sociale rechten van mobiele werknemers doeltreffend bestrijden; verzoekt de lidstaten in dit verband om met spoed alle onderdelen van het systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens betreffende de sociale zekerheid (Electronic Exchange of Social Security Information, EESSI) te implementeren, teneinde een effectievere samenwerking tussen de socialezekerheidsinstellingen en een snellere, gedigitaliseerde verwerking van individuele gevallen ten behoeve van personen in grensoverschrijdende situaties te waarborgen;

17.  verzoekt de Commissie haar webpagina’s te actualiseren in het licht van COVID-19, deze dienovereenkomstig te promoten en informatie te verstrekken over de rechten van werknemers en over de relevante nationale wetgeving voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, alsook gegevens over nationale en regionale arbeidsbeschermingsautoriteiten, en om in samenwerking met de lidstaten laagdrempelige voorlichtingscampagnes op te zetten die gericht zijn op grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders, met de betrokkenheid van sociale partners en maatschappelijke organisaties, teneinde de informatie verder te verspreiden;

18.  wijst nogmaals op het belang van een adequate bescherming van klokkenluiders in de lidstaten, onder meer voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders; moedigt de lidstaten aan verder te gaan dan de minimumvereisten van Richtlijn 2019/1937 voor alle werknemers, ongeacht hun status, en na te gaan hoe de nationale wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders kan worden toegepast op grensoverschrijdende werknemers of seizoenarbeiders die misbruik melden; benadrukt de noodzaak van een transparante uiteenzetting van de beschikbare opties om misbruik te melden en ondersteuning te krijgen bij arbeidscontracten zonder angst voor represailles; benadrukt dat de toegang tot vakbonden en maatschappelijke organisaties, ook in het gastland, voor deze werknemers moet worden gewaarborgd;

19.  is van mening dat de invoering van een digitaal en dynamisch systeem voor de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten de bestrijding van misbruik van en problemen met de rechten van grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders alsmede zwartwerk kan vergemakkelijken en de dekking van het verantwoordelijke socialezekerheidsstelsel kan helpen bepalen; verzoekt de Commissie in dit verband een uitgebreide effectbeoordeling voor te bereiden over de invoering van een digitaal Europees socialezekerheidsnummer met het oog op het indienen van een voorstel; onderstreept dat persoonsgegevens alleen mogen worden gebruikt voor een specifiek doel en uitsluitend door de voor sociale zekerheid bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de algemene verordening gegevensbescherming(19);

20.  verzoekt de lidstaten de herziene detacheringsrichtlijn op een correcte, tijdige en ambitieuze wijze om te zetten en de volledige gelijke behandeling en bescherming van gedetacheerde werknemers te waarborgen, in het bijzonder met betrekking tot de naleving van de verplichting van de werkgever uit hoofde van artikel 3, lid 7, van deze richtlijn, om gedetacheerde werknemers in verband met de detachering daadwerkelijk gemaakte kosten, zoals reis-, maaltijd- en verblijfkosten te vergoeden, overeenkomstig het nationale recht en/of de praktijk die van toepassing is/zijn op de arbeidsrelatie;

21.  stelt vast dat de Commissie, samen met de lidstaten, het gebrek aan duidelijke bepalingen voor de oprichting van uitzend- en arbeidsbureaus voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders in de EU moet aanpakken; herinnert aan bestaande goede praktijken waarbij dergelijke ondernemingen onderworpen zijn aan door specifieke bestuursorganen afgegeven vergunningen waarin hun transparantie duidelijk wordt aangegeven;

22.  dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de “van boer tot bord” -strategie en de komende herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid resultaten opleveren voor werknemers in de landbouw in Europa, met inbegrip van seizoenarbeiders, arbeidsmigranten en andere mobiele werknemers;

23.  verzoekt de Commissie en de lidstaten het negatieve imago van seizoenarbeiders en grensoverschrijdende werknemers in voorkomende gevallen te bestrijden; merkt op dat de lidstaten van verblijf de verantwoordelijkheid hebben om grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders adequate toegang te bieden tot informatie over arbeid en sociale zekerheid; wijst op het belang van steun voor grensoverschrijdende werknemers en seizoenarbeiders bij werkgerelateerde ongevallen en bijstand voor repatriëring en re-integratie, en ervoor te zorgen dat hun rechten worden geëerbiedigd door de aanwervende bureaus, onderaannemers en andere tussenpersonen die op hun grondgebied actief zijn;

o
o   o

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Raad en de Commissie.

(1) PB L 128 van 30.4.2014, blz. 8.
(2) PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1.
(3) PB L 94 van 28.3.2014, blz. 375.
(4) PB L 327 van 5.12.2008, blz. 9.
(5) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 21.
(6) PB L 284 van 30.10.2009, blz. 1.
(7) PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1.
(8) PB L 393 van 30.12.1989, blz. 1.
(9) PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.
(10) PB L 173 van 9.7.2018, blz. 16.
(11) PB L 159 van 28.5.2014, blz. 11.
(12) PB L 262 van 17.10.2000, blz. 21.
(13) PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17.
(14) PB L 168 van 30.6.2009, blz. 24.
(15) PB L 186 van 11.7.2019, blz. 105.
(16) PB L 343 van 23.12.2011, blz. 1.
(17) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0054.
(18) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 88.
(19) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 8 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid