Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0122(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0115/2020

Ingediende teksten :

A9-0115/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/07/2020 - 18
PV 09/07/2020 - 3

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0185

Aangenomen teksten
PDF 120kWORD 42k
Donderdag 9 juli 2020 - Brussel
Dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en rusttijden en positionering door middel van tachografen ***II
P9_TA(2020)0185A9-0115/2020

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2020 over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 wat betreft de minimumeisen voor maximale dagelijkse en wekelijkse rijtijden, minimumonderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden, en Verordening (EU) nr. 165/2014 wat betreft positionering door middel van tachografen (05114/1/2020 – C9-0104/2020 – 2017/0122(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (05114/1/2020 – C9‑0104/2020),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 januari 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 1 februari 2018(2),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0277),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,

–  gezien artikel 67 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A9‑0115/2020),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3.  verzoekt zijn voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4.  verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen, nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 197 van 8.6.2018, blz. 45.
(2) PB C 176 van 23.5.2018, blz. 57.
(3) Aangenomen teksten van 4.4.2019, P8_TA(2019)0340.

Laatst bijgewerkt op: 9 december 2020Juridische mededeling - Privacybeleid