Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 52k
Vrijdag 10 juli 2020 - Brussel Voorlopige uitgave
EU-strategie voor volksgezondheid voor de periode na COVID-19
P9_TA-PROV(2020)0205

Resolutie van het Europees Parlement van 10 juli 2020 over de EU-strategie voor volksgezondheid na COVID-19 (2020/2691(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de artikelen 4, 6, 9, 114, 153, 169 en 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 168,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 35,

–  gezien zijn resolutie van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden(1),

–  gezien het manifest van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor een gezond en groen herstel van COVID-19(2),

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat COVID-19 de onderlinge afhankelijkheid van de menselijke gezondheid en de gezondheid van onze planeet heeft aangetoond, evenals onze zwakke punten; overwegende dat het uitbreken van zoönotische ziektes die van dieren naar de mens worden overgedragen, aangewakkerd wordt door de antropogene klimaatverandering, de vernietiging van biodiversiteit en de aantasting van het milieu;

B.  overwegende dat het WHO-manifest voor een gezond en groen herstel van COVID-19 zes voorschriften bevat voor een gezond en groen herstel:

   a. bescherm en behoud de bron van de menselijke gezondheid: de natuur;
   b. investeer in essentiële diensten, van water en sanitaire voorzieningen tot schone energie in de gezondheidszorg;
   c. zorg voor een snelle en gezonde energietransitie;
   d. bevorder gezonde, duurzame voedselsystemen;
   e. bouw gezonde, leefbare steden;
   f. stop met het gebruik van belastinggeld voor de financiering van vervuiling;

C.  overwegende dat in deze resolutie zal worden gefocust op de beperktere reikwijdte van het volksgezondheidsbeleid als bedoeld in artikel 168 en artikel 114, VWEU;

D.  overwegende dat door COVID-19 is gebleken dat de Europese Unie niet over voldoende sterke instrumenten beschikt om het hoofd te bieden aan een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, zoals de verspreiding van een nieuwe besmettelijke ziekte, die per definitie geen grenzen kent;

E.  overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezondheid omschrijft als een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet de loutere afwezigheid van ziekte of handicap;

F.  overwegende dat het recht op lichamelijke en geestelijke gezondheid een fundamenteel mensenrecht is; overwegende dat iedereen, zonder discriminatie, recht heeft op toegang tot moderne en uitgebreide gezondheidszorg; overwegende dat universele gezondheidszorgdekking een duurzame-ontwikkelingsdoelstelling is en dat alle ondertekenaars hebben toegezegd deze doelstelling tegen 2030 te zullen bereiken;

G.  overwegende dat in artikel 168 VWEU is bepaald dat “[b]ij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie (…) een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid [wordt] verzekerd”; overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie herhaaldelijk heeft geoordeeld dat de EU maatregelen op het gebied van de interne markt mag nemen om doelstellingen op het gebied van de volksgezondheid na te streven;

H.  overwegende dat, overeenkomstig artikel 168, VWEU, de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de bepaling van hun eigen gezondheidsbeleid en voor de organisatie en de verstrekking van gezondheidsdiensten en medische zorg, met inbegrip van het beheer van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging, alsmede de allocatie van de daaraan toegewezen middelen;

I.  overwegende dat de Europese Unie nog steeds ruimte heeft om een grotere bijdrage te leveren op het gebied van gezondheidsbeleid binnen de bestaande parameters van de Verdragen; overwegende dat de volksgezondheidsbepalingen in het kader van de Verdragen nog altijd sterk worden onderbenut wat de verplichtingen betreft die met behulp van deze bepalingen kunnen worden vervuld(3);

J.  overwegende dat de openbare gezondheidszorgstelsels onder grote druk staan om adequate zorg voor alle patiënten te garanderen; overwegende dat geen enkele maatregel om overheidstekorten te verkleinen mag leiden tot een ondergefinancierd zorgstelsel of het lijden van patiënten;

K.  overwegende dat het bekend is dat toegang tot grensoverschrijdende gezondheidszorg en betere coördinatie en bevordering van optimale werkwijzen tussen de lidstaten aanzienlijke volksgezondheidvoordelen kunnen opleveren(4);

L.  overwegende dat de huidige bevolkingstrends, de toegang tot behandelingen voor iedereen, de grote prevalentie van chronische ziekten, e-gezondheid/digitalisering en de duurzaamheid van zorgstelsels ertoe hebben geleid dat er meer aandacht is voor het volksgezondheidbeleid van de Europese Unie;

M.  overwegende dat in de mededeling van de Commissie van 20 oktober 2010, getiteld “Solidariteit in de gezondheidszorg: verkleining van de ongelijkheid op gezondheidsgebied in de EU” (COM(2009)0567), wordt benadrukt dat er in de hele EU sprake is van een sociale gradiënt in gezondheidsstatus; overwegende dat de WHO deze sociale gradiënt omschrijft als het verband tussen sociaaleconomische ongelijkheden en ongelijkheden op het gebied van gezondheid en toegang tot gezondheidszorg; overwegende dat gezondheidsachterstanden hun oorsprong vinden in sociale verschillen in levensstandaard en ongelijke maatschappelijke gedragsmodellen die gerelateerd zijn aan geslacht en etniciteit, opleidingsniveau, werkgelegenheidsstatus, inkomen en de ongelijke verdeling van toegang tot medische bijstand, ziektepreventie en gezondheidsbevordering;

N.  overwegende dat de EU momenteel producten reguleert die gevolgen hebben voor de volksgezondheid en de resultaten van de gezondheidszorg, waaronder tabak, alcohol, levensmiddelen en chemische stoffen, alsmede geneesmiddelen en medische hulpmiddelen;

O.  benadrukt dat antimicrobiële resistentie een ernstig mondiaal gezondheidsrisico vormt voor de gezondheid van mensen en dieren;

P.  overwegende dat er reeds regelgeving en beleidsmaatregelen op EU-niveau bestaan inzake klinische proeven en de coördinatie van gezondheidszorgstelsels, via de richtlijn inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg(5), en overwegende dat het voorstel betreffende de evaluatie van gezondheidstechnologie (EGT) momenteel wordt besproken;

Q.  overwegende dat gezondheidsonderzoek wordt gefinancierd via Horizon 2020 en het toekomstige kaderprogramma Horizon Europa, het gezondheidsprogramma en het toekomstige EU4Health-programma, alsook via andere EU-fondsen; overwegende dat het EU4Health-programma, waarvoor een begroting van 9,4 miljard EUR is voorgesteld, duidelijk uitwijst dat de EU een steeds grotere rol speelt op het gebied van volksgezondheidsbeleid;

R.  overwegende dat het Europees Geneesmiddelenbureau, het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk Europese agentschappen met belangrijke taken op het gebied van de volksgezondheid zijn;

S.  overwegende dat de huidige infrastructuur voor de reactie op noodsituaties, met inbegrip van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, het besluit over grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en het Uniemechanisme voor civiele bescherming, tijdens de huidige gezondheidscrisis tot het uiterste op de proef is gesteld;

T.  overwegende dat werknemers in de gezondheids- en zorgsector aan onaanvaardbaar hoge risico’s zijn blootgesteld en in sommige gevallen gedwongen zijn geweest beslissingen te nemen over wie intensieve gezondheidszorg kon krijgen en wie niet; overwegende dat veel essentiële werknemers, grens- en seizoenarbeiders, en werknemers in sectoren als slachthuizen en voedselproductie zich in een bijzonder kwetsbare situatie bevinden;

U.  overwegende dat de COVID-19-crisis de arbeidsomstandigheden voor veel werknemers in Europa heeft gewijzigd, een aantal reeds bestaande kwesties opnieuw onder de aandacht heeft gebracht en nieuwe vragen over gezondheid en veiligheid op het werk aan de orde heeft gesteld;

V.  overwegende dat COVID-19 kwetsbare bevolkingsgroepen, etnische minderheden, bewoners van verzorgingstehuizen, woondiensten voor ouderen en personen met een handicap onevenredig zwaar heeft getroffen;

W.  overwegende dat de gezondheidscrisis de toegang tot diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten heeft bemoeilijkt en dat vrouwen, kinderen en LGBT+-personen meer kans liepen op geweld en discriminatie;

X.  overwegende dat nog niet bekend is welke gezondheidseffecten COVID-19 op lange termijn heeft, bijvoorbeeld op het gebied van de geestelijke gezondheid;

Y.  overwegende dat de gezondheidscrisis en de verspreiding van COVID-19 in heel Europa het verschil in capaciteit tussen de gezondheidszorgstelsels in de lidstaten hebben blootgelegd en hebben aangetoond dat, in het geval van een onverwachte dreiging voor de volksgezondheid, sommige lidstaten afhankelijk kunnen worden van voldoende veerkrachtige systemen in hun buurlanden;

Z.  overwegende dat het door de uiteenlopende benaderingen voor het verzamelen en analyseren van gegevens met betrekking tot COVID-19 in de EU moeilijk is om gegevens te vergelijken;

AA.  overwegende dat de COVID-19-crisis heeft aangetoond hoe belangrijk wetenschappelijk onderbouwde gezondheidsmaatregelen en initiatieven voor preventie en behandeling zijn; overwegende dat preventieve maatregelen evenredig moeten zijn;

AB.  overwegende dat met succes gezamenlijke aanbestedingen op EU-niveau zijn ingezet voor persoonlijke beschermingsmiddelen, testkits, ventilatoren en bepaalde geneesmiddelen, maar dat het mechanisme niet over de vereiste snelheid en doeltreffendheid bleek te beschikken; overwegende dat de EU-capaciteit is vergroot door een voorraad essentiële middelen zoals maskers, ventilatoren en laboratoriumuitrusting, aan te leggen, om in te kunnen zetten waar de middelen het meest nodig zijn;

AC.  overwegende dat tijdens de COVID-19-gezondheidscrisis diverse ad-hocregelingen zijn ingevoerd, waaronder het panel van deskundigen van de Commissie en richtsnoeren voor de behandeling van patiënten en het uitzenden van gezondheidswerkers naar andere lidstaten;

AD.  overwegende dat de toeleveringsketens voor geneesmiddelen afhankelijk zijn van actieve farmaceutische bestanddelen of generieke geneesmiddelen die in derde landen worden geproduceerd, soms door slechts één fabriek wereldwijd; overwegende dat uit de uitvoerverboden die tijdens de COVID-19-gezondheidscrisis zijn opgelegd, naar voren komt dat het gevaarlijk is uitsluitend op deze toeleveringsketens te vertrouwen;

AE.  overwegende dat de psychologische gevolgen van COVID-19 in veel rapporten en onderzoeken worden belicht en dat mensen van alle leeftijden gevolgen hebben ondervonden van de sociale isolatie die lange tijd nodig was om de verspreiding van het virus tegen te gaan;

AF.  overwegende dat er urgentie actie moet worden ondernomen met betrekking tot de gezondheid en behoefte aan zorg van ouderen;

AG.  overwegende dat sommige lidstaten sterk lijden onder de braindrain, doordat hooggekwalificeerde gezondheidswerkers ervoor kiezen om te werken in lidstaten met betere lonen en arbeidsvoorwaarden dan hun eigen lidstaat;

AH.  overwegende dat vaccinatievrees en de gevolgen hiervan voor de volksgezondheid een groeiend probleem vormen; overwegende dat er meer duidelijkheid nodig is over de voordelen en risico’s van immunisatie in het kader van de organisatie en uitvoering van vaccinatieprogramma’s in de lidstaten;

AI.  overwegende dat er in het kader van de donorconferentie die de Commissie op 4 mei 2020 hield om 7,5 miljard EUR in te zamelen voor de ontwikkeling van vaccins, behandelingen en hulpmiddelen in het algemeen mondiaal belang op 27 juni 2020 al 15,9 miljard EUR was opgehaald; overwegende dat de Commissie in haar mededeling “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” (COM(2020)0456), heeft gesteld dat elk toekomstig vaccin een product van en voor de hele wereld moet zijn en voor iedereen betaalbaar en toegankelijk moet zijn;

AJ.  overwegende dat de EU-vaccinstrategie leunt op aankoopgaranties, maar dat de prijs wanneer het product beschikbaar is niet wordt genoemd;

AK.  overwegende dat de flexibiliteit waarin de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS) voorziet, en die later nogmaals bevestigd werd in de Verklaring van Doha, kan worden gebruikt voor de afgifte van dwanglicenties bij volksgezondheidscrises;

AL.  overwegende dat grensoverschrijdende bedreigingen enkel samen kunnen worden aangepakt en dat dit dus samenwerking en solidariteit van de gehele internationale gemeenschap vraagt;

1.  verzoekt de Europese instellingen en de lidstaten de juiste lering te trekken uit de COVID-19-crisis en veel nauwer te gaan samenwerken op het gebied van gezondheid; pleit daarom voor meerdere maatregelen om een Europese gezondheidsunie op te richten;

2.  benadrukt dat er op grond van het Verdrag veel meer Europese maatregelen mogelijk zijn dan tot dusver zijn getroffen; vraagt de Commissie alle mogelijkheden te bestuderen en vraagt de lidstaten zich positiever dan voorheen op te stellen ten opzichte van de mogelijkheden;

3.  is fervent voorstander van de “gezondheid op alle beleidsgebieden”-aanpak en pleit voor de volledige tenuitvoerlegging daarvan, met inbegrip van de opname van gezondheidsaspecten in, en een systematische gezondheidseffectbeoordeling van, alle desbetreffende beleidsmaatregelen, waaronder op het gebied van landbouw, vervoer, internationale handel, onderzoek en milieu- en klimaatbescherming;

4.  wijst erop dat de COVID-19-crisis nog niet is geweken en dat meer mensen besmet zullen raken en zullen overlijden als we niet voorzichtig te werk gaan; pleit sterk voor doeltreffende maatregelen om besmettingen te voorkomen en beheersen;

5.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de mondiale partners te zorgen voor snelle, gelijke en betaalbare toegang voor iedereen wereldwijd tot toekomstige COVID-19-vaccins en -behandelingen zodra deze beschikbaar zijn;

6.  roept de Commissie en de lidstaten op de COVID-19 Technology Access Pool (C-TAP) officieel te ondersteunen, waardoor kennis, intellectuele eigendom en gegevens met betrekking tot COVID-19-gezondheidstechnologieën maximaal kunnen worden gedeeld ten behoeve van alle landen en burgers;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten in alle huidige en toekomstige oproepen tot financiering en investeringen in het belang van de burgers collectieve waarborgen in te voeren met betrekking tot overheidsfinanciering, zoals transparantie, toegankelijkheids- en betaalbaarheidsclausules en niet-exclusieve licenties voor de exploitatie van de eindproducten;

8.  roept op tot dialoog en samenwerking met derde landen; dringt er bij de lidstaten op aan dwanglicenties op te leggen, indien derde landen het vaccin en/of de behandeling of de respectieve kennis niet delen;

9.  verzoekt de lidstaten met spoed stresstests op hun gezondheidszorgstelsels uit te voeren om zwakke punten in kaart te brengen en na te gaan of zij voorbereid zijn op een mogelijke heropflakkering van COVID-19 of andere mogelijke gezondheidscrises in de toekomst; verzoekt de Commissie deze werkzaamheden te coördineren en gemeenschappelijke parameters vast te stellen;

10.  verzoekt de Commissie om, op basis van de resultaten van de stresstests, een voorstel in te dienen voor een richtlijn inzake minimumnormen voor hoogwaardige gezondheidszorg, waarbij de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van het beheer, de organisatie en de financiering van zorgstelsels worden gehandhaafd, en tegelijkertijd de veiligheid van de patiënt, gedegen werk- en arbeidsnormen voor gezondheidswerkers, en de Europese weerbaarheid tegen pandemieën en andere volksgezondheidscrises worden gewaarborgd;

11.  verzoekt de Commissie om toereikende financiering van het zorgstelsel en welzijnsindicatoren en -streefcijfers op te nemen in de landspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester;

12.  vraagt de Commissie een gemeenschappelijke reeks gezondheidsbepalende factoren vast te stellen, aan de hand waarvan gezondheidsongelijkheden naar leeftijd, geslacht, sociaaleconomische positie en geografische locatie kunnen worden gemonitord, en een methodologie vast te stellen om de gezondheidssituatie in de lidstaten te inventariseren, met als doel de te verbeteren gebieden waarvoor meer financiering nodig is, te signaleren en te prioriteren; is van oordeel dat de Commissie de doeltreffendheid van maatregelen moet evalueren teneinde gezondheidsongelijkheden als gevolg van beleidsmaatregelen met betrekking tot sociale, economische en milieurisicofactoren, te verminderen;

13.  verzoekt de Commissie de instelling van een Europees gezondheidsresponsmechanisme voor te stellen om op ieder soort gezondheidscrisis te reageren, de operationele coördinatie op EU-niveau te versterken, en toezicht te houden op de oprichting en inwerkinstelling van de strategische voorraad geneesmiddelen en medische uitrusting en de goede werking ervan te waarborgen; is van mening dat met het Europees gezondheidsresponsmechanisme de tijdens de COVID-19-gezondheidscrisis vastgestelde werkmethoden geformaliseerd zouden moeten worden, voortbouwend op de maatregelen van de richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg, het besluit over grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid(6)en het Uniemechanisme voor civiele bescherming;

14.  dringt aan op de oprichting van een eenheid voor crisisbeheersing in de gezondheidszorg om het Europees gezondheidsresponsmechanisme te beheren, geleid door de commissaris voor Gezondheid en de commissaris voor Crisisbeheer en ondersteund door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, Europees Geneesmiddelenbureau en panel van deskundigen; dringt erop aan dat deze eenheid met een noodplan voor pandemieën komt, teneinde een gecoördineerde reactie klaar te hebben;

15.  roept op tot de oprichting van een digitaal uitwisselingsplatform, dat vergelijkbaar is met het COVID-19-dataportaal, om de uitwisseling van epidemiologische gegevens, aanbevelingen voor gezondheidswerkers en ziekenhuizen, en de exacte status van gemobiliseerde capaciteiten en voorraden medisch materiaal te vergemakkelijken;

16.  is van mening dat de Unie een beroep moet kunnen doen op de inzet van gezondheidswerkers via het Europees medisch korps, dat is opgericht om in alle lidstaten snelle medische bijstand en expertise op het gebied van de volksgezondheid mogelijk te maken;

17.  vraagt dat wordt voorzien in gezamenlijke aanbestedingen op EU-niveau voor de aankoop van COVID-19-vaccins en -behandelingen, en dat systematischer van gezamenlijke aanbestedingen gebruik wordt gemaakt, om te voorkomen dat de lidstaten elkaar beconcurreren en om te zorgen voor gelijke en betaalbare toegang tot belangrijke geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, met name nieuwe innovatieve antibiotica, nieuwe vaccins en geneeskrachtige geneesmiddelen, en geneesmiddelen voor zeldzame ziekten;

18.  verzoekt de Commissie een nieuwe verordening voor te stellen inzake grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid ter vervanging van het besluit over grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, onder meer om de gezamenlijke aanbestedingen van de EU sneller en doeltreffender te maken in geval van een gezondheidscrisis, en om de doeltreffendheid en transparantie van de procedure en gelijke en betaalbare toegang tot nieuwe behandelingen te waarborgen;

19.  verzoekt de Raad met klem zo spoedig mogelijk zijn mandaat inzake het EGT-voorstel vast te stellen zodat de onderhandelingen voor het einde van het jaar kunnen worden afgerond;

20.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een nieuw voorstel in te dienen voor een herziening van Richtlijn 89/105/EEG betreffende transparante prijzen, om transparantie te garanderen omtrent de O&O-kosten en de lidstaten een gelijkwaardige positie te bieden wanneer zij onderhandelen met producenten over behandelingen die niet gezamenlijk worden aangekocht;

21.  dringt aan op de snelle tenuitvoerlegging van de sterk vertraagde verordening betreffende klinische proeven, om de transparantie van de resultaten van klinische proeven te waarborgen, ongeacht het resultaat, en om grotere, grensoverschrijdende klinische proeven mogelijk te maken; onderstreept dat ook negatieve of niet-sluitende resultaten van klinische proeven een belangrijke bron van informatie vormen en het onderzoek in de toekomst kunnen helpen verbeteren;

22.  dringt erop aan dat met de EU-strategie voor geneesmiddelen de problemen in de Europese en mondiale toeleveringsketens voor geneesmiddelen worden aangepakt, met inbegrip van wetgevingsmaatregelen, beleidsmaatregelen en stimulansen om de productie van essentiële actieve farmaceutische bestanddelen en geneesmiddelen in Europa aan te moedigen en om de toeleveringsketen te diversifiëren teneinde te allen tijde de toelevering en betaalbare toegang te verzekeren; is van mening dat de EU-strategie voor geneesmiddelen geen afbreuk mag doen aan de maatregelen die moeten worden genomen in het kader van de strategische aanpak van geneesmiddelen in het milieu;

23.  spoort alle landen aan zich aan te sluiten bij de WTO-Overeenkomst inzake opheffing van tarieven voor farmaceutische producten, en pleit voor de uitbreiding van het toepassingsgebied van de overeenkomst tot alle farmaceutische producten en geneesmiddelen, en is van oordeel dat de EU een robuust Europees systeem van intellectuele-eigendomsrechten moet handhaven om O&O en productie in Europa te stimuleren, om ervoor te zorgen dat Europa innoverend en toonaangevend blijft;

24.  vraagt de Commissie gerichte richtsnoeren te publiceren over de richtlijn inzake overheidsopdrachten met betrekking tot de toewijzing van aanbestedingen aan de farmaceutische sector; vraagt dat deze richtsnoeren gebaseerd zijn op de “economisch voordeligste inschrijving” (MEAT-criteria), zodat de aanbestedende instantie rekening kan houden met criteria voor kwalitatieve, technische en duurzaamheidsaspecten van de inschrijving, naast de prijs;

25.  vraagt de lidstaten de toegang tot diensten op het gebied van seksuele en reproductieve rechten te bevorderen en waarborgen, waaronder toegang tot anticonceptie en het recht op veilige abortus; vraagt de lidstaten de toegang tot anticonceptie, met inbegrip van noodanticonceptie, en, voor zover juridisch mogelijk, tot veilige abortus, te beschouwen als essentiële gezondheidsdiensten die tijdens een crisis in stand moeten worden gehouden;

26.  betreurt dat sommige lidstaten hebben nagelaten effectief te zorgen voor veilige en tijdige toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten en -rechten tijdens de COVID-19-pandemie; beaamt dat het ontzeggen van seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten en -rechten, met inbegrip van veilige, legale abortus, een vorm van geweld ten aanzien van vrouwen en meisjes is; herhaalt dat de rechten van LGBTI-personen onlosmakelijk zijn verbonden met de inspanningen om ervoor te zorgen dat de seksuele en reproductieve gezondheid en -rechten volledig worden gegarandeerd; verzoekt alle lidstaten te analyseren hoe het tijdens de pandemie met hun seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten was gesteld, en samen te werken om goede praktijken voor de toekomst vast te stellen, aan de hand van het voorbeeld dat door verschillende landen is gegeven bij het vinden van goede en innovatieve manieren om seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten te verlenen, waaronder telegeneeskunde, online consulten en medicinale abortus thuis in een vroeg stadium; verzoekt alle lidstaten om alomvattende seksuele voorlichting te waarborgen, evenals laagdrempelige toegang voor vrouwen tot gezinsplanning en het volledige spectrum van reproductieve en seksuele gezondheidsdiensten, met inbegrip van moderne anticonceptiemethoden en veilige en legale abortus, ook in tijden van crisis;

27.  verzoekt de Commissie een herzien mandaat voor het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding voor te stellen om zijn begroting te verhogen en de personeelsbezetting en bevoegdheden uit te breiden, zodat het centrum onder meer zijn bevoegdheden kan uitbreiden tot niet-overdraagbare ziekten, verplichte richtsnoeren kan uitwerken voor de lidstaten en tijdens gezondheidscrises laboratoriumonderzoek kan coördineren;

28.  dringt aan op een grotere rol voor het Europees Geneesmiddelenbureau bij het toezicht op en het vermijden van tekorten aan geneesmiddelen en bij de coördinatie van het ontwerp en de goedkeuring van klinische proeven van de EU tijdens crises;

29.  is van oordeel dat de oprichting moet worden overwogen van een Europees orgaan, vergelijkbaar met de Biomedical Advanced Research and Development Authority in de Verenigde Staten, dat verantwoordelijk zou zijn voor de inkoop en ontwikkeling van middelen voor de bestrijding van bioterrorisme en chemische, nucleaire en radiologische dreigingen, alsook van grieppandemieën en nieuwe ziekten;

30.  vraagt dat de rol van het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk wordt versterkt, om ervoor te zorgen dat gezondheidswerkers niet in gevaar worden gebracht;

31.  herinnert aan de bijzonder tragische gevolgen die de COVID-19-pandemie heeft gehad voor residentiële faciliteiten voor langdurige zorg, aangezien de meest kwetsbare personen in de samenleving werden getroffen en in sommige lidstaten meer dan 50 % van de aan COVID-19 gerelateerde sterfgevallen in verzorgingstehuizen heeft plaatsgevonden; verzoekt de Commissie en de lidstaten de oorzaken van deze tragische gebeurtenissen te onderzoeken en passende wetgevende oplossingen te vinden;

32.  roept de Commissie op dringend een nieuw actieplan voor gezondheidswerkers in de EU voor te stellen, waarin de tijdens de pandemie opgedane ervaringen worden benut om te voorzien in een nieuw, passend, strategisch en operationeel kader voor gezondheidswerkers;

33.  dringt erop aan dat het EU-actieplan tegen antimicrobiële resistentie wordt versterkt met bindende maatregelen om het gebruik van antimicrobiële middelen te beperken tot enkel het strikt noodzakelijke en om innovatie voor nieuwe antibiotica te stimuleren;

34.  pleit voor de invoering van een EU-vaccinatiekaart;

35.  dringt aan op de oprichting van een communicatieportaal voor de bevolking, hetgeen de Unie in staat stelt gevalideerde informatie te delen, burgers waarschuwingen te sturen en te strijden tegen desinformatie; merkt op dat dit portaal een brede reeks aan informatie, preventiecampagnes en educatieve programma’s voor de jeugd kan omvatten en ook kan worden gebruikt om, in samenwerking met het ECDC, brede immunisatie-dekking op EU-niveau te bevorderen;

36.  verzoekt de Commissie om, in overleg met het maatschappelijk middenveld, de oprichting voor te stellen van een Europese ruimte voor gezondheidsgegevens die het Europese kader voor gegevensbescherming volledig eerbiedigt, teneinde de standaardisering, de interoperabiliteit, de uitwisseling van gegevens en de vaststelling en bevordering van internationale normen voor gezondheidsgegevens te verbeteren;

37.  pleit voor de vaststelling van een EU-actieplan inzake de transparantie van gezondheidsinformatie en ter bestrijding van desinformatie;

38.  is stellig overtuigd van het “één gezondheid”-beginsel, dat de gezondheid van mensen en dieren en de bescherming van het milieu met elkaar verbindt; is van oordeel dat maatregelen tegen klimaatverandering, de aantasting van het milieu, het verlies van biodiversiteit en niet-duurzame productiemethoden voor levensmiddelen van cruciaal belang zijn voor de bescherming van mensen tegen opkomende ziekteverwekkers; verzoekt de Commissie en de lidstaten de toepassing van de “één gezondheid”-benadering in de EU te versterken;

39.  benadrukt het feit dat prioriteit moet worden gegeven aan preventie, die zowel de gezondheid van de burgers als de nationale begrotingen voor gezondheidszorg ten goede komt; verzoekt de Commissie alles in het werk te stellen om gezondheidsdeterminanten als roken, alcoholconsumptie, slechte voeding, luchtverontreiniging, blootstelling aan gevaarlijke chemicaliën en ongelijkheden op het gebied van gezondheid aan te pakken, teneinde de gezondheidsresultaten te verbeteren;

40.  pleit ervoor de Europese referentienetwerken (ERN’s) uit te breiden tot overdraagbare ziekten (bijvoorbeeld door middel van de oprichting van een ERN op het gebied van gezondheidscrisisbeheer) en niet-overdraagbare ziekten;

41.  verzoekt de lidstaten om gerichter gebruik te maken van lagere btw-tarieven voor gezonde producten, zoals groenten en fruit van het seizoen, en verzoekt de Commissie om dit gebruik aan te moedigen;

42.  verzoekt de Commissie een strategie te ontwikkelen voor een “veerkrachtig Europa”, bestaande uit een kaart voor risicobeoordeling en opties voor het aanpakken van goed beheer en investeringen in gezondheidszorgstelsels en reacties op pandemieën op Europees niveau, met inbegrip van veerkrachtige toeleveringsketens in de EU; onderstreept, in de context van een “veerkrachtig Europa”, de noodzaak om de Europese productie te versterken, teneinde een sterke gezondheidsindustrie te verplaatsen en op te bouwen;

43.  dringt aan op een gecoördineerde, op samenwerking gebaseerde en open benadering op het gebied van onderzoek en innovatie, met een grotere rol voor de Commissie en lidstaten bij de coördinatie van onderzoek op het gebied van gezondheid en epidemiologie, teneinde dubbel werk te voorkomen en specifiek resultaatgericht onderzoek te stimuleren, om onder meer de benodigde geneesmiddelen, vaccins, medische hulpmiddelen en apparatuur te bekomen;

44.  vraagt de Commissie het stimulerende effect van intellectuele eigendomsrechten op biomedische innovatie in het algemeen tegen het licht te houden en te zoeken naar geloofwaardige en effectieve alternatieven voor exclusieve bescherming ter financiering van medische O&O, zoals de talloze methoden op basis van loskoppeling;

45.  is verheugd over de aanzienlijke verhoging van de voorgestelde begroting voor het nieuwe EU4Health-programma; benadrukt dat verhogingen in de gezondheidsbegroting van de EU echter niet beperkt mogen blijven tot het komende MFK, en dat er investeringen en verplichtingen op de lange termijn nodig zijn; pleit voor de oprichting van een speciaal EU-fonds om de lidstaten te helpen hun ziekenhuisvoorzieningen en gezondheidsdiensten te versterken, verbonden aan duidelijke criteria;

46.  wijst op de essentiële rol van gezondheidsonderzoek en pleit voor meer synergie met in de lidstaten uitgevoerd onderzoek, alsook voor de opzetting van een EU-netwerk van gezondheidsacademiën als onderdeel van een wereldwijd gezondheidsplan;

47.  onderstreept dat de Europese industrie een belangrijke rol speelt op het gebied van geneesmiddelen en op andere gebieden die verband houden met gezondheid; pleit voor een duidelijk regelgevingskader voor Europese ondernemingen, alsook voor speciale middelen voor wetenschappelijk en gezondheidsonderzoek, aangezien het hebben van een gedijende, technisch geavanceerde Europese gezondheidssector en een concurrerende onderzoeksgemeenschap van wezenlijk belang is;

48.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een EU-actieplan voor kankerbestrijding voor te stellen;

49.  vraagt een EU-actieplan 2021-2027 inzake geestelijke gezondheid, waarbij evenveel aandacht wordt besteed aan de biomedische en psychosociale aspecten van een slechte geestelijke gezondheid;

50.  pleit voor een EU-actieplan inzake gezond ouder worden, om de kwaliteit van leven van ouderen te verbeteren;

51.  pleit voor een EU-actieplan voor zeldzame en verwaarloosde ziekten;

52.  verzoekt de Commissie te komen met een voorstel ter verbetering van de onafhankelijke financiering van Europese patiëntengroepen;

53.  verzoekt de Commissie om zonder verdere vertraging een nieuw strategisch kader voor gezondheid en veiligheid voor te stellen;

54.  is van oordeel dat de lessen die zijn geleerd uit de COVID-19-crisis moeten worden besproken in het kader van de conferentie over de toekomst van Europa, waarbij concrete voorstellen kunnen worden gedaan inzake manieren om het EU-gezondheidsbeleid te versterken;

55.  vestigt de aandacht op de internationale dimensie van gezondheid; is van oordeel dat de samenwerking met derde landen met betrekking tot de uitwisseling van kennis en optimale werkwijzen inzake de paraatheid en respons van gezondheidsstelsels, moet worden versterkt; verzoekt de EU volledig met de WHO en andere internationale organen samen te werken om besmettelijke ziekten te bestrijden, universele gezondheidszorg voor iedereen te realiseren en de gezondheidsstelsels wereldwijd te versterken;

56.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0054.
(2) https://www.who.int/docs/default-source/climate-change/who-manifesto-for-a-healthy-and-green-post-covid-recovery.pdf?sfvrsn=f32ecfa7_6
(3) Studie getiteld “Unlocking the potential of the EU treaties: An article-by-article analysis of the scope for action”, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, gepubliceerd op 28 mei 2020, https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2020/651934/EPRS_STU(2020)651934_EN.pdf
(4) Studie getiteld “Europa’s twee biljoen euro aan dividend: de kosten van een niet-verenigd Europa in kaart gebracht, 2019-2024”, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, gepubliceerd op 18 april 2019, https://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document.html?reference=EPRS_STU(2019)631745
(5) PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.
(6) PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 13 juli 2020Juridische mededeling - Privacybeleid