Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2729(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0253/2020

Ingediende teksten :

B9-0253/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0216

Aangenomen teksten
PDF 120kWORD 42k
Woensdag 16 september 2020 - Brussel
Geen bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: minimumelementen bij de beoordeling van vergelijkbare conformiteit van CTP’s uit derde landen en uitvoeringsbepalingen
P9_TA(2020)0216B9-0253/2020

Besluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 14 juli 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door de ESMA bij de beoordeling van door CTP’s uit derde landen ingediende verzoeken om de status van vergelijkbare conformiteit van CTP’s te beoordelen minimumelementen en de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor die beoordeling (C(2020)4895 – 2020/2729(DEA))

Het Europees Parlement,

–  gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2020)4895),

–  gezien de brief van de Commissie van 14 juli 2020, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

–  gezien de brief van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 2 september 2020,

–  gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters(1), met name artikel 25 bis, lid 3, en artikel 82, lid 6,

–  gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

–  gezien het feit dat er geen bezwaar is gemaakt binnen de in artikel 111, lid 6, derde en vierde streepje, van zijn Reglement gestelde termijn, die op 15 september 2020 is verstreken,

A.  overwegende dat in verschillende gedelegeerde handelingen die moeten worden vastgesteld in het kader van de onlangs gewijzigde Verordening (EU) nr. 648/2012 (EMIR) wordt gespecificeerd hoe de EMIR-regels van toepassing zullen zijn op centrale tegenpartijen (CTP’s) uit derde landen die diensten verlenen aan ondernemingen in de Unie; overwegende dat deze gedelegeerde handelingen uitvoering zullen geven aan de uitgebreide bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA); overwegende dat CTP’s uit derde landen die als systeemrelevant worden beschouwd voor de financiële stabiliteit van de Unie of van een van haar lidstaten, onderworpen moeten worden aan specifieke vereisten en versterkt toezicht door de ESMA om een gelijk speelveld met CTP’s in de Unie te verzekeren en om de stabiliteit van het financiële stelsel van de Unie te waarborgen;

B.  overwegende dat in artikel 25 bis wordt bepaald dat een CTP uit een derde land die beschouwd wordt als systeemrelevant of die waarschijnlijk systeemrelevant zal worden voor de financiële stabiliteit van de Unie of voor een of meer van haar lidstaten (tier 2‑CTP), kan vragen dat de ESMA haar “vergelijkbare conformiteit” beoordeelt, d.w.z. nagaat of deze CTP bij haar naleving van het toepasselijke kader voor derde landen kan worden geacht te voldoen aan de relevante vereisten van de EMIR-verordening;

C.  overwegende dat deze gedelegeerde verordening met spoed in werking moet treden om ervoor te zorgen dat de Unie voorbereid is wanneer het recht van de Unie na het verstrijken van de overgangsperiode niet langer van toepassing is in het Verenigd Koninkrijk;

1.  verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 12 januari 2021Juridische mededeling - Privacybeleid