Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/0006(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0135/2020

Ingediende teksten :

A9-0135/2020

Debatten :

PV 17/05/2021 - 15
CRE 17/05/2021 - 15

Stemmingen :

PV 16/09/2020 - 2
PV 17/09/2020 - 2
PV 18/05/2021 - 13

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0223
P9_TA(2021)0219

Aangenomen teksten
PDF 217kWORD 70k
Donderdag 17 september 2020 - Brussel
Fonds voor een rechtvaardige transitie ***I
P9_TA(2020)0223A9-0135/2020

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 september 2020 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (COM(2020)0022 – C9-0007/2020 – 2020/0006(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Het regelgevingskader voor het cohesiebeleid van de Unie voor de periode 2021-2027 — in de context van het volgende meerjarig financieel kader — draagt bij tot de nakoming van de verbintenissen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren door de EU-financiering op groene doelstellingen te concentreren. Deze verordening voert een van de in de mededeling over de Europese Green Deal (“de Europese Green Deal”)11 beschreven prioriteiten uit en maakt deel uit van het investeringsplan voor een duurzaam Europa12, dat in specifieke financiering uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in het kader van het cohesiebeleid voorziet om de economische en sociale kosten van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie aan te pakken, waarbij de resterende broeikasgasemissies worden gecompenseerd door equivalente absorpties.
(1)  Het regelgevingskader voor het cohesiebeleid van de Unie voor de periode 2021-2027 — in de context van het volgende meerjarig financieel kader — draagt bij tot de nakoming van de verbintenissen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs, waarmee wordt beoogd de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot minder dan 1,5 °C, de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de Europese pijler van sociale rechten uit te voeren door de EU-financiering op groene doelstellingen te concentreren. Deze verordening voert een van de in de mededeling over de Europese Green Deal (“de Europese Green Deal”)11 beschreven prioriteiten uit en maakt deel uit van het investeringsplan voor een duurzaam Europa12, dat in specifieke financiering uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in het kader van het cohesiebeleid voorziet om de economische, sociale en milieukosten van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie aan te pakken, waarbij de resterende broeikasgasemissies worden gecompenseerd door equivalente absorpties, rekening houdend met de gevolgen van de COVID-19-pandemie.
__________________
__________________
11 COM(2019)0640, 11.12.2019.
11 COM(2019)0640, 11.12.2019.
12 COM(2020)0021, 14.1.2020.
12 COM(2020)0021, 14.1.2020.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  De transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie vormt een van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van de Unie. Op 12 december 2019 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan de doelstelling om tegen 2050 een klimaatneutrale Unie tot stand te brengen in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Hoewel de strijd tegen de klimaatverandering en de achteruitgang van het milieu op lange termijn iedereen ten goede zal komen en op middellange termijn iedereen kansen en uitdagingen biedt, starten de regio’s en de lidstaten hun transitie niet allemaal vanaf hetzelfde beginpunt en beschikken ze niet allemaal over dezelfde capaciteit om maatregelen te nemen. Sommige zijn verder gevorderd dan andere en de transitie heeft een groter sociaal en economisch effect op regio’s die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen — vooral steenkool, bruinkool, turf en olieschalie — of broeikasgasintensieve industrieën. Een dergelijke situatie brengt niet alleen het risico mee dat de transitie in de Unie op het gebied van klimaatactie niet overal even snel verloopt, maar ook dat de verschillen tussen de regio’s toenemen, waardoor de doelstellingen van sociale, economische en territoriale cohesie in het gedrang komen.
(2)  De transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie vormt een van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van de Unie. Op 12 december 2019 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan de doelstelling om tegen 2050 een klimaatneutrale Unie tot stand te brengen in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs. Hoewel de strijd tegen de klimaatverandering en de achteruitgang van het milieu op lange termijn iedereen ten goede zal komen en op middellange termijn iedereen kansen en uitdagingen biedt, starten de regio’s en de lidstaten hun transitie niet allemaal vanaf hetzelfde beginpunt en beschikken ze niet allemaal over dezelfde capaciteit om maatregelen te nemen. Sommige zijn verder gevorderd dan andere en de transitie heeft grotere sociale, economische en milieueffecten op regio’s die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen — vooral steenkool, bruinkool, turf voor energie en olieschalie — of broeikasgasintensieve industrieën. Een dergelijke situatie brengt niet alleen het risico mee dat de transitie in de Unie op het gebied van klimaatactie niet overal even snel verloopt, maar ook dat de verschillen tussen de regio’s toenemen, in het bijzonder in ultraperifere regio’s, afgelegen, insulaire en geografisch benadeelde gebieden en gebieden met ontvolkingsproblemen, waardoor de doelstellingen van sociale, economische en territoriale cohesie in het gedrang komen.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  De transitie kan alleen slagen als ze eerlijk en sociaal aanvaardbaar is voor iedereen. Daarom moeten zowel de Unie als de lidstaten vanaf het begin rekening houden met de economische en sociale gevolgen ervan en alle mogelijke instrumenten inzetten om negatieve gevolgen te verzachten. De begroting van de Unie speelt daarbij een belangrijke rol.
(3)  De transitie kan alleen slagen als ze eerlijk, inclusief en sociaal aanvaardbaar is voor iedereen. Daarom moeten de Unie, de lidstaten en hun regio’s vanaf het begin rekening houden met de economische, sociale en milieugevolgen ervan en alle mogelijke instrumenten inzetten om negatieve gevolgen te verzachten. De begroting van de Unie speelt daarbij een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Zoals uiteengezet in de Europese Green Deal en het investeringsplan voor een duurzaam Europa, moet een mechanisme voor een rechtvaardige transitie de andere acties aanvullen in het kader van het volgende meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027. Het mechanisme moet de sociale en economische gevolgen van de transitie naar klimaatneutraliteit in de Unie helpen aanpakken door de begrotingsuitgaven van de Unie voor sociale en klimaatdoelstellingen op regionaal niveau samen te brengen.
(4)  Zoals uiteengezet in de Europese Green Deal en het investeringsplan voor een duurzaam Europa, moet een mechanisme voor een rechtvaardige transitie de andere acties aanvullen in het kader van het volgende meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027. Het mechanisme moet de sociale, economische en milieugevolgen, met name voor tijdens het proces getroffen werknemers, van de transitie naar klimaatneutraliteit in de Unie tegen 2050 helpen aanpakken door de begrotingsuitgaven van de Unie voor sociale en klimaatdoelstellingen op regionaal niveau samen te brengen en door een duurzame economie, groene banen en de volksgezondheid te bevorderen.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Bij deze verordening wordt het Fonds voor een rechtvaardige transitie (“JTF”) opgericht, een van de pijlers van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, dat in het kader van het cohesiebeleid wordt geïmplementeerd. Doel van het JTF is de negatieve gevolgen van de klimaattransitie te verzachten door steun te verlenen aan de meest getroffen gebieden en werknemers. Overeenkomstig de specifieke doelstellingen van het JTF moeten de door het JTF gesteunde acties het effect van de transitie rechtstreeks helpen temperen door de diversificatie en de modernisering van de lokale economie te financieren en de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid te verzachten. Dit komt tot uiting in de specifieke doelstelling van het JTF, die op hetzelfde niveau is vastgesteld en samen met de in artikel [4] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] genoemde beleidsdoelstellingen wordt vermeld.
(5)  Bij deze verordening wordt het Fonds voor een rechtvaardige transitie (“JTF”) opgericht, een van de pijlers van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, dat in het kader van het cohesiebeleid wordt geïmplementeerd. Doel van het JTF is de negatieve gevolgen van de klimaattransitie te verzachten en te compenseren door steun te verlenen aan de meest getroffen gebieden en werknemers en een evenwichtige sociaal-economische transitie te bevorderen waarbij sociale onzekerheid en een instabiel ondernemingsklimaat worden tegengegaan. Overeenkomstig de specifieke doelstellingen van het JTF moeten de door het JTF gesteunde acties het effect van de transitie rechtstreeks helpen temperen door de diversificatie en de modernisering van de lokale economie te financieren, natuurlijke rijkdommen te laten herstellen en de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en de levensstandaard te verzachten. Dit komt tot uiting in de specifieke doelstelling van het JTF, die op hetzelfde niveau is vastgesteld en samen met de in artikel [4] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] genoemde beleidsdoelstellingen wordt vermeld.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  Aangezien het belangrijk is dat bij de strijd tegen klimaatverandering de verbintenissen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs, de verbintenis met betrekking tot de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de in de Europese Green Deal voorgestelde verhoogde ambitie van de Unie worden gerespecteerd, moet het JTF een cruciale bijdrage leveren bij de mainstreaming van klimaatacties. De middelen uit het eigen budget van het JTF zijn aanvullende middelen en komen bovenop de investeringen die nodig zijn om het algemene streefcijfer van 25 % van de begrotingsuitgaven van de Unie voor klimaatdoelstellingen te halen. De uit het EFRO en het ESF+ overgedragen middelen zullen ten volle bijdragen tot het halen van dit streefcijfer.
(6)  Aangezien het belangrijk is dat bij de strijd tegen klimaatverandering de verbintenissen van de Unie in het kader van de Overeenkomst van Parijs, de verbintenis met betrekking tot de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de in de Europese Green Deal voorgestelde verhoogde ambitie van de Unie worden gerespecteerd, moet het JTF een cruciale bijdrage leveren bij de mainstreaming van klimaat- en milieuacties. De middelen uit het eigen budget van het JTF zijn aanvullende middelen en komen boven op de investeringen die nodig zijn om het algemene streefcijfer van 30 % van de begrotingsuitgaven van de Unie voor klimaatdoelstellingen te halen. Op vrijwillige basis uit het EFRO en het ESF+ overgedragen middelen kunnen ten volle bijdragen tot het halen van dit streefcijfer.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  De middelen uit het JTF moeten de beschikbare middelen uit hoofde van het cohesiebeleid aanvullen.
(7)  De middelen uit het JTF moeten de beschikbare middelen uit hoofde van het cohesiebeleid aanvullen. De oprichting van het JTF mag niet leiden tot bezuinigingen op of verplichte overdrachten van middelen uit de andere cohesiefondsen.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
8)  De transitie naar een klimaatneutrale economie is een uitdaging voor alle lidstaten. De transitie zal bijzonder lastig zijn voor lidstaten die sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen of broeikasgasintensieve industriële activiteiten die geleidelijk moeten verdwijnen, of die zich moeten aanpassen vanwege de transitie naar klimaatneutraliteit en daartoe niet over de nodige financiële middelen beschikken. Het JTF moet daarom alle lidstaten ten goede komen, maar de verdeling van de financiële middelen van het JTF moet de capaciteit van de lidstaten weerspiegelen om de nodige investeringen te financieren om de transitie naar klimaatneutraliteit te realiseren.
(8)  De transitie naar een klimaatneutrale economie is een uitdaging voor alle lidstaten. De transitie zal bijzonder lastig zijn voor lidstaten die sterk afhankelijk zijn of tot voor kort sterk afhankelijk waren van fossiele brandstoffen of broeikasgasintensieve industriële activiteiten die geleidelijk moeten verdwijnen, of die zich moeten aanpassen vanwege de transitie naar klimaatneutraliteit en daartoe niet over de nodige financiële middelen beschikken. Het JTF moet daarom alle lidstaten ten goede komen, maar de verdeling van de financiële middelen van het JTF moet toegespitst zijn op de zwaarst getroffen gebieden en de capaciteit van de lidstaten weerspiegelen om de nodige investeringen te financieren om de transitie naar klimaatneutraliteit te realiseren, met bijzondere aandacht voor de minst ontwikkelde regio’s, ultraperifere regio’s, bergachtige, insulaire, dunbevolkte, landelijke, afgelegen en geografisch benadeelde gebieden, waar de energietransitie naar klimaatneutraliteit moeilijker te verwezenlijken is vanwege het lage aantal inwoners, en daarbij moet rekening worden gehouden met de uitgangspositie van elke lidstaat.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
(9)  Om een passend financieel kader voor het JTF vast te stellen moet de Commissie de jaarlijkse verdeling van de beschikbare toewijzingen per lidstaat in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” vaststellen op basis van objectieve criteria.
(9)  Om een passend financieel kader voor het JTF vast te stellen moet de Commissie de jaarlijkse verdeling van de beschikbare toewijzingen per lidstaat in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” vaststellen op basis van objectieve criteria. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de gemeenten en steden rechtstreeks toegang hebben tot de JTF-middelen die aan hen beschikbaar moeten worden gesteld overeenkomstig hun objectieve behoeften.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  In deze verordening worden de soorten investeringen vermeld waarvoor de uitgaven door het JTF kunnen worden ondersteund. Alle ondersteunde activiteiten moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de klimaat- en milieuprioriteiten van de Unie. De lijst van investeringen moet de investeringen omvatten die lokale economieën ondersteunen en duurzaam zijn op lange termijn, rekening houdend met alle doelstellingen van de Green Deal. De gefinancierde projecten moeten bijdragen tot de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Voor krimpende sectoren — zoals de energieproductie op basis van steenkool, bruinkool, turf en olieschalie of de winning van deze vaste fossiele brandstoffen — moet de steun worden gekoppeld aan de geleidelijke beëindiging van de activiteit en de overeenkomstige vermindering van de werkgelegenheid. Wat de transformatie van sectoren met hoge emissies van broeikasgassen betreft, moet de steun nieuwe activiteiten bevorderen via het gebruik van nieuwe technologieën, nieuwe processen of producten die tot een aanzienlijke reductie van de emissies leiden — overeenkomstig de EU-klimaatdoelstellingen voor 2030 en het streven naar klimaatneutraliteit in de EU tegen 205013 — en tegelijkertijd de werkgelegenheid vrijwaren en bevorderen en een verslechtering van het milieu vermijden. Bijzondere aandacht moet ook uitgaan naar activiteiten ter bevordering van innovatie en onderzoek op het gebied van geavanceerde en duurzame technologieën, digitalisering en connectiviteit, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen de negatieve neveneffecten van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie helpen verzachten en tot een dergelijke economie bijdragen.
(10)  In deze verordening worden de soorten investeringen vermeld waarvoor de uitgaven door het JTF kunnen worden ondersteund. Alle ondersteunde activiteiten moeten worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de verplichtingen en prioriteiten van de Unie op het gebied van klimaat en milieu en op sociaal gebied. De lijst van investeringen moet de investeringen omvatten die mensen, gemeenschappen en lokale economieën ondersteunen en duurzaam zijn op lange termijn, rekening houdend met alle doelstellingen van de Europese Green Deal en de Europese pijler van sociale rechten. De gefinancierde projecten moeten bijdragen tot een geleidelijke en volledige transitie naar een duurzame, klimaatneutrale, niet-vervuilende en circulaire economie. Voor krimpende sectoren — zoals de energieproductie op basis van steenkool, bruinkool, turf en olieschalie of de winning van deze vaste fossiele brandstoffen — moet de steun worden gekoppeld aan de geleidelijke beëindiging van de activiteit en de overeenkomstige vermindering van de werkgelegenheid. Wat de transformatie van sectoren met hoge emissies van broeikasgassen betreft, moet de steun nieuwe activiteiten bevorderen via het gebruik van nieuwe technologieën, nieuwe processen of producten die tot een aanzienlijke reductie van de emissies leiden — overeenkomstig de EU-klimaatdoelstellingen voor 2030 en het streven naar klimaatneutraliteit in de EU tegen 205013 — en tegelijkertijd geschoolde arbeid vrijwaren en bevorderen en een verslechtering van het milieu vermijden. Bijzondere aandacht moet ook uitgaan naar activiteiten ter bevordering van innovatie en onderzoek op het gebied van geavanceerde en duurzame technologieën, digitalisering, connectiviteit en slimme en duurzame mobiliteit, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen de negatieve neveneffecten van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie helpen verzachten en tot een dergelijke economie bijdragen, waarbij rekening moet worden gehouden met de economische, sociale en energiekenmerken van elke lidstaat. Er moet voldoende belang worden gehecht aan cultuur, onderwijs en gemeenschapsvorming voor het transitieproces door activiteiten te ondersteunen die betrekking hebben op het mijnbouwerfgoed.
__________________
__________________
13 Zie “A Clean Planet for all European strategic long-term vision for a prosperous, modern, competitive and climate neutral economy”, mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en de Europese Investeringsbank – COM(2018)0773.
13 Zie “Een schone planeet voor iedereen. Een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie”, mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en de Europese Investeringsbank – COM(2018)0773.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Ter bescherming van de burgers die het meest kwetsbaar voor de klimaattransitie zijn, moet het JTF niet alleen worden gebruikt voor de om- en bijscholing van de getroffen werknemers — om hen te helpen nieuwe arbeidskansen te benutten — maar werkzoekenden ook bijstaan bij het zoeken naar werk en hun actieve inclusie op de arbeidsmarkt bevorderen.
(11)  Ter bescherming van de burgers die het meest kwetsbaar voor de klimaattransitie zijn, moet het JTF niet alleen worden gebruikt voor de om- en bijscholing en opleiding van de getroffen werknemers en werkzoekenden, met name vrouwen — om hen te helpen nieuwe arbeidskansen te benutten en nieuwe kwalificaties te verwerven die aansluiten bij de groene economie — maar werkzoekenden ook bijstaan bij het zoeken naar werk en hun actieve inclusie op de arbeidsmarkt bevorderen. Bevordering van de sociale cohesie moet een leidend beginsel zijn voor het verlenen van steun uit hoofde van het JTF.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
(12)  Om de economische diversificatie van door de transitie getroffen gebieden te bevorderen moet het JTF steun verlenen voor productieve investeringen in kmo’s. Onder productieve investeringen worden investeringen verstaan in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van bruto-kapitaal en het scheppen van werkgelegenheid. Voor andere ondernemingen dan kmo’s mogen productieve investeringen alleen worden ondersteund indien ze noodzakelijk zijn om het banenverlies als gevolg van de transitie te beperken — door een aanzienlijk aantal banen te creëren of te beschermen — en niet leiden tot of het gevolg zijn van relocatie. Investeringen in bestaande industriële installaties, met inbegrip van die welke onder het emissiehandelssysteem van de Unie vallen, moeten worden toegestaan als ze bijdragen tot de transitie naar een klimaatneutrale economie tegen 2050, aanzienlijk lager zijn dan de relevante benchmarks voor kosteloze toewijzing uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad14 en leiden tot de bescherming van een aanzienlijk aantal banen. Dergelijke investeringen moeten bijgevolg worden gerechtvaardigd in het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie. Om de integriteit van de interne markt en het cohesiebeleid te beschermen, is het zaak dat de steun voor ondernemingen voldoet aan de in de artikelen 107 en 108 van het VWEU vastgestelde staatssteunregels van de Unie en dat met name de steun voor productieve investeringen door andere ondernemingen dan kmo’s wordt beperkt tot ondernemingen die gevestigd zijn in gebieden die zijn aangewezen als steungebieden in de zin van artikel 107, lid 3, onder a) en c), van het VWEU.
(12)  Om de economische diversificatie van door de transitie getroffen gebieden te bevorderen moet het JTF steun verlenen voor productieve investeringen in kmo’s. Onder productieve investeringen worden investeringen verstaan in vaste activa of immateriële activa van ondernemingen met het oog op de productie van goederen en diensten, waardoor wordt bijgedragen tot de vorming van bruto-kapitaal en het scheppen van werkgelegenheid. Voor andere ondernemingen dan kmo’s mogen productieve investeringen alleen worden ondersteund indien ze noodzakelijk zijn om het banenverlies als gevolg van de transitie te beperken — door een aanzienlijk aantal banen te creëren of te beschermen — en niet leiden tot of het gevolg zijn van relocatie. Investeringen in bestaande industriële installaties, met inbegrip van die welke onder het emissiehandelssysteem van de Unie vallen, moeten worden toegestaan als ze bijdragen tot de transitie naar een klimaatneutrale economie tegen 2050, aanzienlijk lager zijn dan de relevante benchmarks voor kosteloze toewijzing uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad14 en leiden tot de creatie en instandhouding van een aanzienlijk aantal banen. Dergelijke investeringen moeten bijgevolg worden gerechtvaardigd in het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie, duurzaam zijn en in voorkomend geval stroken met het beginsel dat de vervuiler betaalt en het beginsel dat energie-efficiëntie op de eerste plaats komt. Om de integriteit van de interne markt en het cohesiebeleid te beschermen, is het zaak dat de steun voor ondernemingen voldoet aan de in de artikelen 107 en 108 van het VWEU vastgestelde staatssteunregels van de Unie.
__________________
__________________
14 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
14 Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Steun met middelen van het JTF voor productieve investeringen in andere ondernemingen dan kmo’s moet worden beperkt tot de minder ontwikkelde regio’s en overgangsregio’s als bepaald in artikel 102, lid 2, van Verordening .../... [ GB-verordening].
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Met het oog op flexibiliteit bij de programmering van de JTF-middelen in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” moet het mogelijk zijn een op zichzelf staand JTF-programma op te stellen of JTF-middelen te programmeren voor een of meer specifieke prioriteiten van een door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (“EFRO”), het Europees Sociaal Fonds Plus (“ESF+”) of het Cohesiefonds ondersteund programma. Overeenkomstig artikel 21 bis van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] moeten de JTF-middelen worden versterkt met aanvullende financiering uit het EFRO en het ESF+. De respectieve bedragen die uit het EFRO en het ESF+ worden overgedragen, moeten consistent zijn met het soort concrete acties dat in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie wordt beschreven.
(13)  Met het oog op flexibiliteit bij de programmering van de JTF-middelen in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” moet het mogelijk zijn een op zichzelf staand JTF-programma op te stellen of JTF-middelen te programmeren voor een of meer specifieke prioriteiten van een door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (“EFRO”), het Europees Sociaal Fonds Plus (“ESF+”) of het Cohesiefonds ondersteund programma. Overeenkomstig artikel 21 bis van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] kunnen de JTF-middelen op vrijwillige basis worden versterkt met aanvullende financiering uit het EFRO en het ESF+. De respectieve bedragen die uit het EFRO en het ESF+ worden overgedragen, moeten consistent zijn met het soort concrete acties dat in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie wordt beschreven.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  De steun van het JTF moet afhankelijk worden gesteld van de daadwerkelijke uitvoering van een transitieproces in een specifiek gebied om een klimaatneutrale economie tot stand te brengen. In dat verband moeten de lidstaten — in samenwerking met de betrokken belanghebbenden en ondersteund door de Commissie — territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie opstellen waarin bijzonderheden over het transitieproces zijn opgenomen en die consistent zijn met hun nationale energie- en klimaatplannen. Daartoe moet de Commissie — op basis van het bestaande platform voor steenkoolregio’s in transitie — een platform voor een rechtvaardige transitie opzetten voor bilaterale en multilaterale uitwisselingen van ervaringen en beste praktijken in alle getroffen sectoren.
(14)  De steun van het JTF moet afhankelijk worden gesteld van de daadwerkelijke en meetbare uitvoering van een transitieproces in een specifiek gebied om een klimaatneutrale economie tot stand te brengen. In dat verband moeten de lidstaten — via sociale dialoog en in samenwerking met de betrokken belanghebbenden overeenkomstig het partnerschapsbeginsel als vastgesteld bij artikel 6 van Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] en ondersteund door de Commissie — territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie opstellen waarin bijzonderheden over het transitieproces zijn opgenomen en die consistent zijn met en verder kunnen gaan dan hun nationale energie- en klimaatplannen. Daartoe moet de Commissie — op basis van het bestaande platform voor steenkoolregio’s in transitie — een platform voor een rechtvaardige transitie opzetten voor bilaterale en multilaterale uitwisselingen van ervaringen en beste praktijken in alle getroffen sectoren.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  In de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie moeten de meest getroffen gebieden worden vermeld waarop de steun van het JTF moet worden geconcentreerd, en de nodige specifieke acties worden beschreven om tot een klimaatneutrale economie te komen, met name wat betreft de omschakeling of sluiting van installaties die met de productie van fossiele brandstoffen of met andere broeikasgasintensieve activiteiten verband houden. Die gebieden moeten nauwkeurig worden gedefinieerd en overeenkomen met regio’s van NUTS-niveau 3 of delen daarvan. In de plannen moeten de uitdagingen en behoeften van die gebieden gedetailleerd worden beschreven en het soort concrete acties worden vermeld die nodig zijn voor de coherente ontwikkeling van klimaatbestendige economische activiteiten die ook consistent zijn met de transitie naar klimaatneutraliteit en de doelstellingen van de Green Deal. Alleen investeringen die met de transitieplannen stroken, mogen financiële steun van het JTF krijgen. De territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie moeten deel uitmaken van de door de Commissie goedgekeurde programma’s (ondersteund door het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds of het JTF, al naargelang het geval).
(15)  In de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie moeten de meest getroffen gebieden worden vermeld waarop de steun van het JTF moet worden geconcentreerd, en de nodige specifieke acties worden beschreven om de klimaatdoelstellingen van de Unie voor 2030 te bereiken en tegen 2050 tot een klimaatneutrale economie te komen, met name wat betreft de omschakeling of sluiting van installaties die met de productie van fossiele brandstoffen of met andere broeikasgasintensieve activiteiten verband houden, en hierbij moeten de werkgelegenheidskansen in de getroffen gebieden worden behouden en uitgebreid, zodat sociale uitsluiting kan worden voorkomen. Er moet rekening worden gehouden met verzwarende factoren zoals de werkloosheidspercentages en de ontvolkingstendensen. Die gebieden moeten nauwkeurig worden gedefinieerd en overeenkomen met regio’s van NUTS-niveau 3 of delen daarvan. In de plannen moeten de uitdagingen, behoeften en kansen van die gebieden gedetailleerd worden beschreven en het soort concrete acties worden vermeld die nodig zijn voor de coherente ontwikkeling van klimaatbestendige economische activiteiten die ook consistent zijn met de transitie naar klimaatneutraliteit en de doelstellingen van de Europese Green Deal. Alleen investeringen die met de transitieplannen stroken, mogen financiële steun van het JTF krijgen. De territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie moeten deel uitmaken van de door de Commissie goedgekeurde programma’s (ondersteund door het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds of het JTF, al naargelang het geval).
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  De doelstellingen van deze verordening — namelijk steun verlenen aan gebieden die een economische en sociale transformatie ondergaan bij de transitie naar een klimaatneutrale economie — kunnen niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt. De voornaamste redenen daarvoor zijn enerzijds de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende gebieden en de achterstand van de minst begunstigde gebieden, alsook de beperking van de financiële middelen van de lidstaten en gebieden, en anderzijds de noodzaak van een coherent uitvoeringskader dat verschillende fondsen van de Unie onder gedeeld beheer bestrijkt. Aangezien deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
(19)  De doelstellingen van deze verordening — namelijk steun verlenen aan de bevolking, de economie en het milieu van gebieden die een economische en sociale transformatie ondergaan bij de transitie naar een klimaatneutrale economie — kunnen niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt. De voornaamste redenen daarvoor zijn enerzijds de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende gebieden en de achterstand van de minst begunstigde gebieden, alsook de beperking van de financiële middelen van de lidstaten en gebieden, en anderzijds de noodzaak van een coherent uitvoeringskader dat verschillende fondsen van de Unie onder gedeeld beheer bestrijkt en de naleving van hoge sociale en milieunormen en de bevordering van werknemersparticipatie waarborgt. Aangezien deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1
1.  Bij deze verordening wordt het Fonds voor een rechtvaardige transitie (Just Transition Fund, “JTF”) opgericht om steun te verlenen aan gebieden die met ernstige sociaaleconomische uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van het transitieproces naar een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050.
1.  Bij deze verordening wordt het Fonds voor een rechtvaardige transitie (Just Transition Fund, “JTF”) opgericht om steun te verlenen aan de bevolking, de economie en het milieu van gebieden die met ernstige sociaaleconomische uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van het transitieproces dat leidt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie voor 2030 op het gebied van energie en klimaat, en een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1
Overeenkomstig de tweede alinea van artikel [4, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] draagt het JTF bij tot de specifieke doelstelling “regio’s en mensen in staat te stellen de sociale, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie aan te pakken”.
Overeenkomstig de tweede alinea van artikel [4, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] draagt het JTF bij tot de specifieke doelstelling “regio’s, mensen, ondernemingen en andere belanghebbenden in staat te stellen de sociale, werkgelegenheids-, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie tegen 2050 en de tussentijdse doelstellingen voor 2030 aan te pakken, in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs”.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – alinea 1
2.  De middelen voor het JTF in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” die voor de periode 2021-2027 beschikbaar zijn voor vastlegging in de begroting, bedragen 11 270 459 000 EUR in lopende prijzen, die al naargelang het geval verhoogd kunnen worden met in de begroting van de Unie toegewezen aanvullende middelen en andere middelen overeenkomstig de toepasselijke basishandeling.
2.  De middelen voor het JTF in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” die voor de periode 2021-2027 beschikbaar zijn voor vastlegging in de begroting, bedragen 25 358 532 750 EUR in prijzen van 2018 (“hoofdsom”) en zijn niet het resultaat van de overdracht van middelen uit andere fondsen die onder Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] vallen. De hoofdsom kan al naargelang het geval verhoogd worden met in de begroting van de Unie toegewezen aanvullende middelen en andere middelen overeenkomstig de toepasselijke basishandeling.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 bis – lid 3
3.  De jaarlijkse verdeling van het in lid 1 bedoelde bedrag door de lidstaten wordt opgenomen in het in artikel 3, lid 3, bedoelde besluit van de Commissie overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde methode.
3.   Op verzoek van een lidstaat wordt het in lid 1, eerste alinea, van dit artikel bedoelde bedrag ook beschikbaar gesteld voor de jaren 2025 tot en met 2027. Voor elke periode wordt de respectieve jaarlijkse verdeling van het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag door de lidstaten opgenomen in het in artikel 3, lid 3, bedoelde besluit van de Commissie overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde methode.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 ter (nieuw)
Artikel 3 ter
Groen beloningsmechanisme
Voor 18 % van het totaal van de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, en artikel 3 bis, lid 1, eerste alinea, bedoelde bedragen wordt de toewijzing afhankelijk gemaakt van de snelheid waarmee de lidstaten hun broeikasgasuitstoot terugdringen, gedeeld door hun meest recente gemiddelde bni.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 quater (nieuw)
Artikel 3 quater
Specifieke toewijzingen voor ultraperifere gebieden en eilanden
1 % van het totaal van de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, en artikel 3 bis, lid 1, eerste alinea, bedoelde bedragen is een specifieke toewijzing voor eilanden, en 1 % is een specifieke toewijzing voor de ultraperifere gebieden, als bedoeld in artikel 349 VWEU, aan de betrokken lidstaten.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 quinquies (nieuw)
Artikel 3 quinquies
Toegang tot het JTF
De toegang tot het JTF is afhankelijk van de goedkeuring van een nationale doelstelling voor het verwezenlijken van klimaatneutraliteit uiterlijk in 2050.
Voor lidstaten die zich nog niet hebben verplicht tot een nationale doelstelling voor klimaatneutraliteit, wordt slechts 50 % van hun nationale toewijzing vrijgegeven, waarbij de resterende 50 % ter beschikking van deze lidstaten wordt gesteld zodra ze genoemde doelstelling hebben goedgekeurd.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter a
a)  productieve investeringen in kmo’s — met inbegrip van startende ondernemingen — die leiden tot economische diversificatie en reconversie;
a)  productieve en duurzame investeringen in micro-ondernemingen en kmo’s — met inbegrip van startende ondernemingen en duurzaam toerisme — die leiden tot het scheppen van werkgelegenheid, modernisering, economische diversificatie en reconversie;
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter b
b)  investeringen in de oprichting van nieuwe bedrijven, onder meer via bedrijfsincubatoren en adviesdiensten;
b)  investeringen in de oprichting van nieuwe bedrijven en de ontwikkeling van bestaande bedrijven, onder meer via bedrijfsincubatoren en adviesdiensten, die leiden tot het scheppen van werkgelegenheid;
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
b bis)  investeringen in sociale infrastructuur, die leiden tot het scheppen van werkgelegenheid en economische diversificatie;
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter c
c)  investeringen in onderzoek en innovatie en de bevordering van de overdracht van geavanceerde technologieën;
c)  investeringen in onderzoek en innovatie, onder meer aan universiteiten en in openbare onderzoeksinstellingen, en de bevordering van de overdracht van geavanceerde en marktrijpe technologieën;
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter d
d)  investeringen in het gebruik van technologie en infrastructuur voor betaalbare schone energie, in de vermindering van broeikasgasemissies, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie;
d)  investeringen in het gebruik van technologie en infrastructuur voor betaalbare schone energie en de systemen daarvoor, in de vermindering van broeikasgasemissies, energie-efficiëntie, technologieën voor energieopslag en duurzame hernieuwbare energie, waar dit leidt tot het scheppen van werkgelegenheid en het behoud van duurzame werkgelegenheid op aanzienlijke schaal;
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
d bis)  investeringen in slimme en duurzame mobiliteit en milieuvriendelijke vervoersinfrastructuur;
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter d ter (nieuw)
d ter)  investeringen in projecten ter bestrijding van energiearmoede, met name in sociale huisvesting, en ter bevordering van energie-efficiëntie, een klimaatneutrale aanpak en stadsverwarming met een lage uitstoot in de zwaarst getroffen regio’s;
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter e
e)  investeringen in digitalisering en digitale connectiviteit;
e)  investeringen in digitalisering, digitale innovatie en digitale connectiviteit, waaronder digitale en precisielandbouw;
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter f
f)  investeringen in de regeneratie en decontaminatie van sites, bodemherstel en herbestemmingsprojecten;
f)  investeringen in groene infrastructuur en in de regeneratie en decontaminatie van sites, brownfields en herbestemmingsprojecten, indien het beginsel dat de vervuiler betaalt niet kan worden toegepast;
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter g
g)  investeringen in de bevordering van de circulaire economie, onder meer door het voorkomen en verminderen van afval, efficiënt gebruik van hulpbronnen, hergebruik, herstel en recycling
g)  investeringen in de bevordering van de circulaire economie, door het voorkomen en verminderen van afval, efficiënt gebruik van hulpbronnen, hergebruik, herstel en recycling:
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter g bis (nieuw)
g bis)  opzet en ontwikkeling van sociale en openbare diensten van algemeen belang;
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter g ter (nieuw)
g ter)  investeringen in cultuur, onderwijs en gemeenschapsvorming, met inbegrip van de valorisatie van materieel en immaterieel mijnbouwerfgoed en ontmoetingsplaatsen voor de gemeenschap;
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter h
h)  bij- en omscholing van werknemers;
h)  bij- en omscholing en opleiding van werknemers en werkzoekenden;
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter i
i)  hulp voor werkzoekenden bij het zoeken van een baan;
i)  hulp voor werkzoekenden bij het zoeken van een baan, steun voor actief ouder worden en inkomenssteun voor werknemers in een overgangsfase tussen banen;
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 1 – letter j
j)  actieve inclusie van werkzoekenden;
j)  actieve inclusie van werkzoekenden, met name vrouwen, personen met een handicap en kwetsbare groepen;
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 2
Daarnaast kan het JTF in gebieden die zijn aangewezen als steungebieden in de zin van artikel 107, lid 3, onder a) en c), van het VWEU, steun verlenen voor productieve investeringen in andere ondernemingen dan kmo’s, op voorwaarde dat dergelijke investeringen zijn goedgekeurd als onderdeel van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie op basis van de krachtens artikel 7, lid 2, onder h), vereiste informatie. Dergelijke investeringen komen alleen in aanmerking als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie.
Daarnaast kan het JTF in de minder ontwikkelde regio’s en overgangsregio’s als bepaald in artikel 102, lid 2, van Verordening .../... [nieuwe GB-verordening] steun verlenen voor productieve investeringen in andere ondernemingen dan kmo’s, op voorwaarde dat dergelijke investeringen zijn goedgekeurd als onderdeel van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie op basis van de krachtens artikel 7, lid 2, onder h), vereiste informatie. Dergelijke investeringen komen alleen in aanmerking als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie, om nieuwe banen te scheppen, en wanneer zij voldoen aan de sociale doelstellingen voor het scheppen van werkgelegenheid, gendergelijkheid en gelijke beloning en milieudoelstellingen, en wanneer zij de transitie naar een klimaatneutrale economie vergemakkelijken zonder steun voor relocatie, overeenkomstig artikel 60, lid 1, van Verordening .../... [nieuwe GB-verordening].
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – alinea 3
Het JTF kan ook steun verlenen voor investeringen ter vermindering van de broeikasgasemissies van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vermelde activiteiten, op voorwaarde dat dergelijke investeringen zijn goedgekeurd als onderdeel van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie op basis van de krachtens artikel 7, lid 2, onder i), vereiste informatie. Dergelijke investeringen komen alleen in aanmerking als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie.
Het JTF kan ook steun verlenen voor investeringen ter vermindering van de broeikasgasemissies van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad vermelde activiteiten, op voorwaarde dat dergelijke investeringen zijn goedgekeurd als onderdeel van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie op basis van de krachtens artikel 7, lid 2, onder i), van deze verordening vereiste informatie en voldoen aan de andere voorwaarden uit de tweede alinea van dit lid. Dergelijke investeringen komen alleen in aanmerking als ze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter c
c)  ondernemingen in moeilijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/201416;
c)  ondernemingen in moeilijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie16, behalve in de gevallen waar de moeilijkheden voortvloeien uit de energietransitie of waar de moeilijkheden na 15 februari 2020 zijn begonnen en voortvloeien uit de COVID-19-crisis;
__________________
__________________
16 Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
16 Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter d
d)  investeringen met betrekking tot de productie, de verwerking, de distributie, de opslag of de verbranding van fossiele brandstoffen;
d)  investeringen met betrekking tot de productie, de verwerking, het vervoer, de distributie, de opslag of de verbranding van fossiele brandstoffen;
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter e
e)  investeringen in breedbandinfrastructuur in gebieden met ten minste twee breedbandnetwerken van een gelijkwaardige categorie.
e)  investeringen in breedbandinfrastructuur in gebieden waar de markt onder concurrerende voorwaarden gelijkwaardige oplossingen aan klanten biedt;
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter e bis (nieuw)
e bis)  investeringen in andere ondernemingen dan kmo’s, waarbij sprake is van de overdracht van banen en productieprocessen van de ene lidstaat naar de andere of naar een derde land;
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter e ter (nieuw)
e ter)  concrete acties in een regio van NUTS-niveau 2 waar tijdens de looptijd van het programma een nieuwe steenkool‑, bruinkool- of olieschaliemijn of een turfwinningsgebied wordt geopend of waar een tijdelijk buiten gebruik gestelde steenkool-, bruinkool- of olieschaliemijn of een turfwinningsgebied wordt heropend.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 bis (nieuw)
In afwijking van artikel 5, lid 1, onder d), van deze verordening kan de Commissie voor regio’s die sterk afhankelijk zijn van de winning en verbranding van steenkool, bruinkool, olieschalie of turf, territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie goedkeuren die investeringen in activiteiten in verband met aardgas omvatten, op voorwaarde dat deze activiteiten overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 2020/85216a als ecologisch duurzaam worden aangemerkt en aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
a)  zij worden gebruikt als overgangstechnologie ter vervanging van steenkool, bruinkool, turf of olieschalie;
b)  zij vallen binnen de grenzen van de duurzame beschikbaarheid of zijn verenigbaar met het gebruik van schone waterstof, biogas en biomethaan;
c)  zij leveren een bijdrage aan de milieudoelstellingen van de Unie inzake de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, door de volledige afschaffing van steenkool, bruinkool, turf of olieschalie te versnellen;
d)  zij leiden tot een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en van de luchtverontreiniging en tot meer energie-efficiëntie;
e)  zij leveren een bijdrage aan de bestrijding van energiearmoede;
f)  zij staan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in de betrokken gebieden niet in de weg en zijn verenigbaar en in synergie met een later gebruik van hernieuwbare energiebronnen.
In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie ook investeringen goedkeuren in activiteiten die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/852 indien zij aan alle andere voorwaarden van de eerste alinea van dit lid voldoen en de lidstaat in het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie kan rechtvaardigen dat ondersteuning van deze activiteiten noodzakelijk is, en aantoont dat deze activiteiten consistent zijn met de doelstellingen en wetgeving van de Unie op het gebied van energie en klimaat en met het nationale energie- en klimaatplan.
______________________
____________________
16a Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – alinea 1
De JTF-middelen worden geprogrammeerd voor de categorieën regio’s waar de betrokken gebieden zich bevinden, op basis van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie die overeenkomstig artikel 7 zijn opgesteld en door de Commissie zijn goedgekeurd als onderdeel van een programma of een programmawijziging. De geprogrammeerde middelen bestaan uit een of meer specifieke programma’s of een of meer prioriteiten binnen een programma.
De JTF-middelen worden geprogrammeerd voor de categorieën regio’s waar de betrokken gebieden of economische activiteiten zich bevinden, op basis van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie die overeenkomstig artikel 7 zijn opgesteld en door de Commissie zijn goedgekeurd als onderdeel van een programma of een programmawijziging. De geprogrammeerde middelen bestaan uit een of meer specifieke programma’s of een of meer prioriteiten binnen een programma.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1 – alinea 2
De Commissie keurt een programma alleen goed wanneer de vaststelling van de zwaarst door het transitieproces getroffen gebieden in het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie naar behoren is gemotiveerd en het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie consistent is met het nationale energie- en klimaatplan van de betreffende lidstaat.
De Commissie keurt een programma goed wanneer de zwaarst door het transitieproces getroffen gebieden in het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie naar behoren zijn vastgesteld en het betrokken territoriale plan voor een rechtvaardige transitie consistent is met het nationale energie- en klimaatplan van de betreffende lidstaat, de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050, de tussentijdse doelstellingen voor 2030 en de Europese pijler van sociale rechten, tenzij de Commissie naar behoren motiveert waarom zij haar goedkeuring weigert te geven.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2
2.  De prioriteit of prioriteiten van het JTF omvatten de JTF-middelen die bestaan uit de volledige of gedeeltelijke JTF-toewijzing voor de lidstaten en de overeenkomstig artikel [21 bis] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] overgedragen middelen. Het totaal van de middelen die van het EFRO en het ESF+ naar het JTF worden overgedragen, bedraagt ten minste anderhalf maal het bedrag van steun uit het JTF voor die prioriteit, met uitzondering van de in artikel 3 bis, lid 1, bedoelde middelen, maar niet meer dan driemaal dat bedrag.
2.  De prioriteit of prioriteiten van het JTF omvatten de JTF-middelen die bestaan uit de volledige of gedeeltelijke JTF-toewijzing voor de lidstaten. Deze middelen kunnen worden aangevuld met de overeenkomstig artikel [21 bis] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] op vrijwillige basis overgedragen middelen. Het totaal van de naar de JTF-prioriteit over te dragen middelen van het EFRO en het ESF+ bedraagt niet meer dan anderhalf maal het bedrag van steun uit het JTF voor die prioriteit. De uit het EFRO en het ESF+ overgedragen middelen behouden hun oorspronkelijke doelstellingen en worden opgenomen in de niveaus van thematische concentratie van het EFRO en het ESF+.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Het JTF is bedoeld voor de meest kwetsbare gemeenschappen in elke regio en daarom worden voor financiering uit het JTF in aanmerking komende projecten die bijdragen aan de specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2, medegefinancierd tot maximaal 85 % van de relevante kosten.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
1.  De lidstaten stellen samen met de betrokken autoriteiten van de betreffende gebieden en volgens het model in bijlage II een of meer territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie op voor een of meer getroffen gebieden van niveau 3 van de bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 868/201417 van de Commissie, vastgestelde gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (“regio’s van NUTS-niveau 3”) of delen daarvan. Het betreft gebieden die het zwaarst getroffen zijn door de economische en sociale effecten van de transitie, met name wat betreft het verwachte banenverlies bij de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen en de transformatiebehoeften van de productieprocessen van industriële installaties met de hoogste broeikasgasintensiteit.
1.  De lidstaten stellen samen met de betrokken lokale en regionale autoriteiten van de betreffende gebieden in overeenstemming met het in artikel 6 van Verordening (EU) .../... [nieuwe GB-verordening] neergelegde partnerschapsbeginsel en zo nodig met bijstand van de EIB en het EIF volgens het model in bijlage II een of meer territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie op voor een of meer getroffen gebieden van niveau 3 van de bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU2016/206617 van de Commissie, vastgestelde gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (“regio’s van NUTS-niveau 3”) of delen daarvan. Het betreft gebieden die het zwaarst getroffen zijn door de economische en sociale effecten van de transitie, met name wat betreft het verwachte banenverlies bij de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen en de transformatiebehoeften van de productieprocessen van industriële installaties met de hoogste broeikasgasintensiteit.
__________________
__________________
17 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
17 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter a
a)  een beschrijving van het transitieproces op nationaal niveau naar een klimaatneutrale economie, met inbegrip van een tijdschema voor belangrijke stappen in het transitieproces die consistent zijn met de meest recente versie van het nationale energie- en klimaatplan (“NECP”);
a)  een beschrijving van het transitieproces op nationaal niveau naar de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van de Unie voor 2030 en een klimaatneutrale economie tegen 2050, met inbegrip van een tijdschema voor belangrijke stappen in het transitieproces die consistent zijn met de meest recente versie van het nationale energie- en klimaatplan (“NECP”);
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter b
b)  een motivering voor het vaststellen van de gebieden die het zwaarst door het onder a) bedoelde transitieproces worden getroffen en door het JTF moeten worden ondersteund overeenkomstig lid 1;
b)  een motivering voor het vaststellen van de gebieden die het zwaarst door het onder a) bedoelde transitieproces worden getroffen en door het JTF moeten worden ondersteund overeenkomstig lid 1, met inbegrip van indicatoren zoals het werkloosheidspercentage en het ontvolkingspercentage;
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c
c)  een beoordeling van de transitieproblemen in de zwaarst getroffen gebieden — met inbegrip van de sociale, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie — waarbij het potentiële aantal getroffen banen en banenverlies, de ontwikkelingsbehoeften en de tegen 2030 te verwezenlijken doelstellingen worden vastgesteld met betrekking tot de transformatie of de stopzetting van broeikasgasintensieve activiteiten in die gebieden;
c)  een effectbeoordeling van de transitieproblemen in de zwaarst getroffen gebieden — met inbegrip van de sociale, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie — waarbij het potentiële aantal getroffen banen en banenverlies, de mogelijke gevolgen voor de overheidsinkomsten, de ontwikkelingsbehoeften en de doelstellingen met betrekking tot de transformatie of de stopzetting van broeikasgasintensieve activiteiten in die gebieden, alsook de uitdagingen op het gebied van energiearmoede worden vastgesteld;
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter d
d)  een beschrijving van de bijdrage die de JTF-steun naar verwachting zal leveren tot het aanpakken van de sociale, economische en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie;
d)  een beschrijving van de bijdrage die de JTF-steun naar verwachting zal leveren tot het aanpakken van de sociale, demografische, economische, gezondheids- en milieueffecten van de transitie naar een klimaatneutrale economie;
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter e
e)  een beoordeling van de samenhang ervan met andere nationale, regionale of territoriale strategieën en plannen;
e)  in voorkomend geval, een beoordeling van de samenhang ervan met andere nationale, regionale of territoriale strategieën en plannen;
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter h
h)  wanneer steun wordt verleend voor productieve investeringen aan andere ondernemingen dan kmo’s, een volledige lijst van dergelijke concrete acties en ondernemingen en een motivering van de noodzaak van dergelijke steun op basis van een kloofanalyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen;
h)  wanneer steun wordt verleend voor productieve investeringen aan andere ondernemingen dan kmo’s, een indicatieve lijst van dergelijke concrete acties en ondernemingen en een motivering van de noodzaak van dergelijke steun op basis van een kloofanalyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen;
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 3
3.  Bij het opstellen en uitvoeren van territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie worden de betreffende partners betrokken overeenkomstig artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
3.  Bij het opstellen en uitvoeren van territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie worden de betreffende partners betrokken overeenkomstig artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] en zo nodig de EIB en het EIF.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  Voor de outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. De mijlpalen voor 2024 en de streefcijfers voor 2029 zijn cumulatief. De streefcijfers worden niet herzien nadat het overeenkomstig artikel [14, lid 2,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] ingediende verzoek tot wijziging van het programma door de Commissie is goedgekeurd.
2.  Voor de outputindicatoren bedragen de uitgangswaarden nul. De mijlpalen voor 2024 en de streefcijfers voor 2029 zijn cumulatief.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – alinea 1
Wanneer de Commissie op basis van het onderzoek van het eindverslag over de prestaties van het programma concludeert dat voor een of meer output- of resultaatindicatoren voor de JTF-middelen minder dan 65 % van het streefcijfer is gehaald, kan zij financiële correcties toepassen overeenkomstig artikel [98] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] door de steun uit het JTF voor de betreffende prioriteit in verhouding tot de resultaten te verminderen.
Op basis van het eindverslag over de prestaties van het programma kan de Commissie financiële correcties toepassen overeenkomstig Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 bis (nieuw)
Artikel 10 bis
Overgangsbepalingen
Voor de lidstaten geldt een overgangsperiode tot en met ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voor het opstellen en goedkeuren van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie. Alle lidstaten komen in die overgangsperiode volledig in aanmerking voor financiering uit hoofde van deze verordening, en de Commissie houdt bij het nemen van een besluit in verband met vrijmaking of verlies van financiering geen rekening met de overgangsperiode.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 ter (nieuw)
Artikel 10 ter
Evaluatie
Uiterlijk aan het einde van de tussentijdse herziening van het volgende meerjarig financieel kader evalueert de Commissie de uitvoering van het JTF en beoordeelt zij of het wenselijk is het toepassingsgebied ervan aan te passen overeenkomstig mogelijke wijzigingen in Verordening (EU) 2020/852, de klimaatdoelstellingen van de Unie uit hoofde van Verordening (EU) 2020/... [Europese klimaatwet] en de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van het actieplan voor duurzame financiering. Op basis daarvan dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, dat vergezeld kan gaan van wetgevingsvoorstellen.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0135/2020).

Laatst bijgewerkt op: 12 januari 2021Juridische mededeling - Privacybeleid