Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2734(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0245/2020

Ingediende teksten :

B9-0245/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/09/2020 - 16

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0238

Aangenomen teksten
PDF 150kWORD 48k
Donderdag 17 september 2020 - Brussel
Bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: Maximumgehalten aan residuen van bepaalde stoffen, waaronder flonicamid, haloxyfop en mandestrobin
P9_TA(2020)0238B9-0245/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 17 september 2020 over het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van cycloxydim, flonicamid, haloxyfop, mandestrobin, mepiquat, Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328 en prohexadione in of op bepaalde producten (D063880/06 – 2020/2734(RPS))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van cycloxydim, flonicamid, haloxyfop, mandestrobin, mepiquat, Metschnikowia fructicola stam NRRL Y-27328 en prohexadione in of op bepaalde producten (D063880/06),

–  gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad(1), en met name artikel 5, lid 1, en artikel 14, lid 1, onder a),

–  gezien het advies dat het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders op 17-18 februari 2020 heeft uitgebracht,

–  gezien Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden(2),

–  gezien het met redenen omkleed advies dat op 27 mei 2019 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 2 augustus 2019 werd gepubliceerd(3),

–  gezien de conclusies die op 18 december 2009 door de EFSA werden goedgekeurd en op 7 mei 2010 werden gepubliceerd(4),

–  gezien het met redenen omkleed advies dat op 18 oktober 2018 door de EFSA werd goedgekeurd en op 2 november 2018 werd gepubliceerd(5),

–  gezien artikel 5 bis, lid 3, onder b), en artikel 5 bis, lid 5, van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(6),

–  gezien artikel 112, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.  overwegende dat flonicamid een selectief insecticide is dat onder meer wordt gebruikt op aardappelen, tarwe, appelen, peren, perziken en paprika’s;

B.  overwegende dat de goedkeuringsperiode van flonicamid als werkzame stof is verlengd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2069 van de Commissie(7);

C.  overwegende dat in het advies van het Comité risicobeoordeling van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) van 5 juni 2013(8), waarin een geharmoniseerde classificatie en etikettering van flonicamid werd voorgesteld, de bevoegde nationale autoriteit van Denemarken heeft opgemerkt dat bij konijnen duidelijke effecten op viscerale misvormingen zijn vastgesteld, bij voor het moederdier niet-toxische hoeveelheden;

D.  overwegende dat momenteel in de Verenigde Staten een onderzoek loopt naar flonicamid omdat het mogelijk een groter risico vormt voor bestuivende insecten dan tot dusver gedacht, aangezien uit nieuwe studies van flonicamid-producent ISK Biosciences blijkt dat bijen worden blootgesteld aan hoeveelheden flonicamid die tot 51 keer hoger liggen dan de drempelwaarde waarop zij ernstige schade oplopen(9);

E.  overwegende dat haloxyfop-P een herbicide is dat onder meer wordt gebruikt op wortelen, voederleguminosen, koolzaad, sojabonen en suikerbieten;

F.  overwegende dat haloxyfop-P volgens de ECHA-classificatie schadelijk is bij opname door de mond en schadelijk is voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen; overwegende dat effecten van hepatotoxiciteit, nefrotoxiciteit en oxidatieve stress zijn vastgesteld bij ratten na blootstelling aan haloxyfop-P-methyl(10);

G.  overwegende dat de productie, de distributie en het gebruik van haloxyfop-P voor alle agrarische en niet-agrarische doeleinden in Frankrijk sinds 4 september 2007 zijn verboden(11); overwegende dat haloxyfop-P in de hele Unie vier jaar lang verboden was krachtens Verordening (EG) nr. 1376/2007 van de Commissie(12);

H.  overwegende dat haloxyfop-P als werkzame stof is goedgekeurd in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie(13), met een zeer beperkt gebruik(14) en strenge eisen voor de lidstaten met betrekking tot de bescherming van het grondwater, de bescherming van in het water levende organismen en de veiligheid van toedieners;

I.  overwegende dat de Commissie in haar Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2233(15) met betrekking tot het gebruik van haloxyfop-P als werkzame stof tot de conclusie is gekomen dat “de vereiste verdere bevestigende informatie niet volledig is verstrekt en dat een onaanvaardbaar risico voor het grondwater alleen kan worden uitgesloten door het opleggen van verdere beperkingen”;

J.  overwegende dat de Commissie in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2233 tevens tot de conclusie is gekomen dat “het aangewezen [is] de gebruiksvoorwaarden van deze werkzame stof te wijzigen, met name door beperkingen op te leggen voor de dosering en de frequentie van de toepassing van de stof”;

K.  overwegende dat de Commissie op 30 april 2018 heeft besloten de goedkeuringsperiode voor haloxyfop-P als werkzame stof te verlengen tot 31 december 2023(16);

L.  overwegende dat in artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat het voorzorgsbeginsel een van de grondbeginselen van de Unie is;

M.  overwegende dat in artikel 168, lid 1, VWEU is bepaald dat “bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie [...] een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid [wordt] verzekerd”;

N.  overwegende dat Richtlijn 2009/128/EG tot doel heeft een duurzaam gebruik van pesticiden in de Unie tot stand te brengen door de risico’s en de effecten van het gebruik van pesticiden voor de menselijke en dierlijke gezondheid en het milieu te verminderen en door het gebruik van geïntegreerde plaagbestrijding en alternatieve benaderingswijzen of technieken, zoals niet-chemische alternatieven voor pesticiden, te bevorderen;

O.  overwegende dat bij de vaststelling van maximumgehalten aan residuen (MRL’s) rekening moet worden gehouden met cumulatieve en synergetische effecten, en dat het van essentieel belang is om dringend passende methoden voor deze beoordeling te ontwikkelen;

P.  overwegende dat de verhoging van de MRL’s voor haloxyfop-P op lijnzaad en voor mandestrobin op aardbeien en druiven gebaseerd is op verzoeken van derde landen om normatieve afstemming;

Q.  overwegende dat de aanvragers aanvoeren dat het toegestane gebruik van haloxyfop-P en mandestrobin op dergelijke gewassen in Australië en Canada leidt tot residugehalten die de MRL’s in Verordening (EG) nr. 396/2005 overschrijden en dat hogere MRL’s nodig zijn om handelsbelemmeringen voor de invoer van deze gewassen te vermijden;

1.  maakt bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van verordening van de Commissie;

2.  is van mening dat het ontwerp van verordening van de Commissie niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van Verordening (EG) nr. 396/2005;

3.  is van mening dat de Unie en de Commissie het beginsel van milieuverantwoordelijkheid moeten eerbiedigen en het gebruik in derde landen van producten die sommige lidstaten op hun grondgebied verbieden en waarvan de Unie het gebruik probeert te beperken, niet mogen aanmoedigen;

4.  is van mening dat vrijhandelsregels nooit mogen leiden tot een verlaging van de beschermingsnormen van de Unie;

5.  erkent dat de EFSA bezig is met de ontwikkeling van methoden om cumulatieve risico’s te beoordelen, maar wijst er tevens op dat het probleem van de beoordeling van cumulatieve effecten van pesticiden en residuen al decennia bekend is; verzoekt de EFSA en de Commissie daarom dit probleem met absolute spoed aan te pakken;

6.  merkt op dat de MRL’s voor flonicamid volgens de ontwerpverordening zouden stijgen van 0,03 tot 0,5 mg/kg voor aardbeien, van 0,03 tot 1 mg/kg voor bramen en frambozen, van 0,03 tot 0,7 mg/kg voor ander klein fruit en bessen, van 0,03 tot 0,3 mg/kg voor andere wortel- en knolgewassen in het algemeen, maar van 0,03 tot 0,6 mg/kg voor radijzen, van 0,03 tot 0,07 mg/kg voor slasoorten en van 0,03 tot 0,8 mg/kg voor peulvruchten;

7.  is van mening dat het huidige maximumresidugehalte voor flonicamid van 0,03 mg/kg behouden moet blijven;

8.  merkt op dat het MRL voor haloxyfop-P volgens de ontwerpverordening zou stijgen van 0,01 tot 0,05 mg/kg voor lijnzaad;

9.  is van mening dat het huidige maximumresidugehalte voor haloxyfop-P van 0,01 mg/kg behouden moet blijven;

10.  merkt op dat de MRL’s voor mandestrobin volgens de ontwerpverordening zouden stijgen van 0,01 tot 5 mg/kg voor druiven en van 0,01 tot 3 mg/kg voor aardbeien;

11.  is van mening dat het huidige maximumresidugehalte voor mandestrobin van 0,01 mg/kg behouden moet blijven;

12.  verzoekt de Commissie haar ontwerp van verordening in te trekken en een nieuw ontwerp aan het comité voor te leggen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71.
(3) Met redenen omkleed advies van de EFSA inzake wijziging van de bestaande maximumgehalten aan residuen van flonicamid in aardbeien en andere bessen, EFSA Journal 2019;17(7):5745, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5745
(4) Conclusie over de intercollegiale toetsing van de risicobeoordeling van de werkzame stof flonicamid, EFSA Journal 2010; 8(5):1445, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/1445
(5) Met redenen omkleed advies van de EFSA over de vaststelling van invoertoleranties voor haloxyfop‐P in lijnzaad en koolzaad, EFSA Journal 2018;16(11):5470, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5470
(6) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2069 van de Commissie van 13 november 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperioden voor de werkzame stoffen flonicamid (IKI‑220), metalaxyl, penoxsulam en proquinazid (PB L 295 van 14.11.2017, blz. 51).
(8) Advies van 5 juni 2013 van het Comité risicobeoordeling met een voorstel voor een geharmoniseerde classificatie en etikettering van flonicamid op EU-niveau, https://echa.europa.eu/documents/10162/0916c5b3-fa52-9cdf-4603-2cc40356ed95
(9) https://oag.ca.gov/news/press-releases/attorney-general-becerra-warns-against-expanded-use-pesticide-found-harm-bees
(10) Olayinka, E.T, en Ore, A., “Hepatotoxicity, Nephrotoxicity and Oxidative Stress in Rat Testis Following Exposure to Haloxyfop-p-methyl Ester, an Aryloxyphenoxypropionate Herbicide”, Toxics, December 2015, 3(4), pp. 373–389, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5606644/
(11) https://www.legifrance.gouv.fr/affichTexte.do;jsessionid=235653D01B24A4B694A6C342E7323D6F .tplgfr38s_1?cidTexte=JORFTEXT000000464899&dateTexte=&oldAction=rechJO&categorieLien=id&idJO=JORFCONT000000005119
(12) Verordening (EG) nr. 1376/2007 van de Commissie van 23 november 2007 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 304/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen (PB L 307 van 24.11.2007, blz. 14).
(13) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
(14) Mag alleen worden toegelaten voor gebruik als herbicide in een dosering van maximaal 0,052 kg werkzame stof per hectare per toepassing, waarbij slechts één toepassing elke drie jaar is toegelaten.
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2233 van de Commissie van 2 december 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof haloxyfop‑P (PB L 317 van 3.12.2015, blz. 26).
(16) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/670 van de Commissie van 30 april 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen bromuconazool, buprofezin, haloxyfop‑P en napropamide (PB L 113 van 3.5.2018, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 12 januari 2021Juridische mededeling - Privacybeleid