Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2853(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0367/2020

Ingediende teksten :

B9-0367/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 26/11/2020 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0325

Aangenomen teksten
PDF 154kWORD 51k
Donderdag 26 november 2020 - Brussel
Actieve stoffen, waaronder chlorotoluron
P9_TA(2020)0325B9-0367/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2020 over Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 van de Commissie van 16 oktober 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperioden voor de werkzame stoffen amidosulfuron, bifenox, chloortoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazool, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, paraffineoliën, picloram, prosulfocarb, zwavel, triflusulfuron en tritosulfuron (2020/2853(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 van de Commissie van 16 oktober 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperioden voor de werkzame stoffen amidosulfuron, bifenox, chloortoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazool, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, paraffineoliën, picloram, prosulfocarb, zwavel, triflusulfuron en tritosulfuron(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad(2), en met name artikel 21 en artikel 17, lid 1,

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen(3),

–  gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren(4),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2018 over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende gewasbeschermingsmiddelen(5),

–  gezien zijn resolutie van 10 oktober 2019 waarin bezwaar wordt aangetekend tegen de eerdere verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof chloortoluron(6),

–  gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.  overwegende dat chloortoluron op 1 maart 2006 middels Richtlijn 2005/53/EG van de Commissie(7) in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad(8) is opgenomen, en geacht wordt te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009;

B.  overwegende dat sinds 2013 een procedure loopt voor het verlengen van de goedkeuring voor chloortoluron onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie(9);

C.  overwegende dat de goedkeuringsperiode voor de werkzame stof chloortoluron reeds met een jaar is verlengd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 533/2013 van de Commissie(10), vervolgens sinds 2017 elk jaar met een jaar is verlengd bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/1511(11), (EU) 2018/1262(12) en (EU) 2019/1589(13) van de Commissie, en nu bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 opnieuw met een jaar is verlengd tot 31 oktober 2021;

D.  overwegende dat de Commissie heeft nagelaten de redenen voor de verlenging uit te leggen en alleen het volgende stelt: “Aangezien de beoordeling van die stoffen om redenen buiten de wil van de aanvragers is uitgesteld, zal de goedkeuring van die werkzame stoffen waarschijnlijk vervallen voordat een besluit over de verlenging ervan wordt genomen”;

E.  overwegende dat Verordening (EG) nr. 1107/2009 tot doel heeft een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen, en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de landbouw in de Unie te vrijwaren; overwegende dat de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen zoals zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen bijzondere aandacht verdient;

F.  overwegende dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast, en overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt gespecificeerd dat gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend stoffen mogen bevatten waarvan is aangetoond dat zij een duidelijk voordeel inhouden voor de teelt van planten en waarvan niet wordt verwacht dat zij een schadelijke uitwerking op de gezondheid van mens en dier of onaanvaardbare effecten voor het milieu hebben;

G.  overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat met het oog op de veiligheid de goedkeuringsperiode voor werkzame stoffen in de tijd beperkt moet zijn; overwegende dat de goedkeuringsperiode in verhouding moet staan tot de mogelijke risico's die aan het gebruik van dergelijke stoffen verbonden zijn, maar dat deze evenredigheid hier duidelijk ontbreekt;

H.  overwegende dat chloortoluron in de 14 jaar sinds de goedkeuring ervan als werkzame stof als een waarschijnlijke hormoonontregelaar is geïdentificeerd, maar dat de goedkeuring ervan gedurende die periode niet is herzien of ingetrokken;

I.  overwegende dat de Commissie en de lidstaten de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid hebben om te handelen overeenkomstig het voorzorgsbeginsel wanneer de mogelijkheid van schadelijke effecten voor de gezondheid geïdentificeerd zijn maar er nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat, in concreto door voorlopige risicobeheermaatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen;

J.  overwegende, meer in het bijzonder, dat in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald dat de Commissie de goedkeuring van een werkzame stof te allen tijde opnieuw kan bekijken, met name wanneer zij in het licht van nieuwe wetenschappelijke en technische kennis meent dat er aanwijzingen zijn dat de stof niet langer voldoet aan de in artikel 4 van die verordening bepaalde goedkeuringscriteria, en overwegende dat deze herziening kan leiden tot intrekking of wijziging van de goedkeuring voor die stof;

Hormoonontregelende eigenschappen

K.  overwegende dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad(14), chloortoluron een geharmoniseerde indeling heeft als zeer giftig voor in het water levende organismen, zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen, verdacht van het veroorzaken van kanker (Kank. 2) en verdacht van het schaden van het ongeboren kind (Voortpl. 2);

L.  overwegende dat chloortoluron in wetenschappelijke publicaties in verband is gebracht met hormoonontregelende eigenschappen(15);

M.  overwegende dat chloortoluron in 2015 is opgenomen op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 omdat de stof geacht werd een hormoonontregelende werking te hebben met mogelijkerwijs negatieve effecten op de mens en omdat hij voldeed aan de criteria om als een persistente toxische stof te worden beschouwd;

N.  overwegende dat in punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat een werkzame stof slechts kan worden goedgekeurd wanneer hij niet wordt geacht hormoonontregelende eigenschappen te hebben die schadelijk kunnen zijn voor de mens, tenzij de blootstelling van mensen aan die werkzame stof, die beschermstof of die synergist in een gewasbeschermingsmiddel in realistische voorgestelde gebruiksomstandigheden te verwaarlozen is, dat wil zeggen dat het middel wordt gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten en waarbij residuen van de werkzame stof, de beschermstof of de synergist in kwestie in levensmiddelen en diervoeders de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde standaardwaarde niet overschrijden(16);

O.  overwegende dat het onacceptabel is dat een stof die waarschijnlijk voldoet aan de uitsluitingscriteria voor werkzame stoffen met hormoonontregelende eigenschappen, toegestaan blijft voor gebruik in de Unie, met alle risico’s van dien voor de volksgezondheid en het milieu;

P.  overwegende dat aanvragers het in de werkmethoden van de Commissie ingebouwde automatisme van onmiddellijke verlenging van de goedkeuringsperioden van werkzame stoffen in gevallen waarin de herziening van de risico’s nog niet afgerond is “gebruiken” door het herzieningsproces opzettelijk te vertragen middels het indienen van onvolledige gegevens en van verzoeken om meer afwijkingen en speciale voorwaarden, hetgeen onaanvaardbare risico’s voor het milieu en de menselijke gezondheid oplevert, aangezien de blootstelling aan de gevaarlijke stof gedurende die periode doorgaat;

Q.  overwegende dat het Parlement de Commissie en de lidstaten in zijn resolutie van 13 september 2018 over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(17) heeft verzocht “ervoor te zorgen dat de procedurele verlenging van de geldigheidsperiode voor de duur van de procedure, overeenkomstig artikel 17 van de verordening, niet zal worden gebruikt voor werkzame stoffen die mutageen, kankerverwekkend en giftig voor de voortplanting zijn en dus opgenomen zijn in categorie 1A of 1B, of voor werkzame stoffen die hormoonontregelende eigenschappen hebben en schadelijk zijn voor mens of dier, zoals momenteel het geval is voor stoffen als flumioxazine, thiacloprid, chlorotoluron en dimoxystrobin”;

R.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 10 oktober 2019(18) reeds bezwaar heeft aangetekend tegen de vorige verlenging van de goedkeuringsperiode van chloortoluron;

S.  overwegende dat de Commissie in haar antwoord(19) op het eerdere bezwaar tegen de verlenging van de goedkeuringsperiode van chloortoluron slechts verwijst naar de studie die ten grondslag ligt aan de effectbeoordeling die vóór de aanneming van Verordening (EU) 2018/605 is verricht(20), waarin chloortoluron niet is aangemerkt als potentiële hormoonontregelende stof, maar dat zij verzuimt te erkennen dat die studie niet heeft geleid tot de verwijdering van chloortoluron van de lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen;

T.  overwegende dat de Commissie na de aanneming van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 van de Commissie(21) en Verordening (EU) 2018/605 de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) heeft belast met de ontwikkeling van geharmoniseerde richtsnoeren om ervoor te zorgen dat de door de Unie aangenomen criteria voor de identificatie van hormoonontregelaars consequent worden toegepast bij de beoordeling van biociden en pesticiden in de Unie; overwegende dat deze richtsnoeren, die nieuwe OESO-tests omvatten, in juni 2018 zijn gepubliceerd(22), maar niet zijn gebruikt voor de beoordeling van de hormoonontregelende eigenschappen van chloortoluron;

U.  overwegende dat chloortoluron bijgevolg niet naar behoren is beoordeeld om te kunnen concluderen dat de stof niet langer hoeft te worden beschouwd als hormoonverstorend;

V.  overwegende dat het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging met betrekking tot chloortoluron nog niet is beoordeeld door EFSA;

W.  overwegende dat na de vorige verlenging in 2019 van een aantal werkzame stoffen, waaronder chloortoluron, uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1589, slechts 3 van de 29 stoffen zijn verlengd of niet zijn verlengd, terwijl in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 27 stoffen opnieuw zijn verlengd, waarvan vele voor de derde of vierde keer;

1.  is van mening dat Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 de in Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2.  is van mening dat Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 het voorzorgsbeginsel niet eerbiedigt;

3.  is van mening dat het besluit om de goedkeuringsperiode voor chloortoluron te verlengen niet in overeenstemming is met de veiligheidscriteria als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009, en niet stoelt op bewijs dat deze stof veilig kan worden gebruikt, noch op een bewezen hoogdringende noodzaak voor het gebruik van de werkzame stof voor de voedselproductie in de Unie;

4.  verzoekt de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1511 in te trekken en een nieuw ontwerp aan de commissie voor te leggen dat rekening houdt met het wetenschappelijk bewijs betreffende de schadelijke eigenschappen van alle stoffen in kwestie, in het bijzonder chloortoluron;

5.  verzoekt de Commissie alleen ontwerpen van uitvoeringsverordeningen voor te leggen voor verlenging van de goedkeuringsperioden voor stoffen waarvan de huidige wetenschappelijke stand van zaken niet verwacht wordt te leiden tot een voorstel van de Commissie houdende niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof in kwestie;

6.  verzoekt de Commissie de goedkeuringen voor stoffen waarvan bewezen is of ten aanzien waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat ze niet aan de criteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voldoen, in te trekken;

7.  verzoekt de lidstaten de goedkeuringen voor werkzame stoffen waarvoor zij de rapporterende lidstaat zijn naar behoren en tijdig te herzien, en ervoor te zorgen dat de huidige vertragingen zo snel mogelijk worden weggewerkt;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 344 van 19.10.2020, blz. 18.
(2) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(3) PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18.
(4) PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.
(5) PB C 433 van 23.12.2019, blz. 183.
(6) Resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen amidosulfuron, beta-cyfluthrin, bifenox, chlorotoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazole, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiophanate-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron (aangenomen teksten, P9_TA(2019)0027).
(7) Richtlijn 2005/53/EG van de Commissie van 16 september 2005 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide en thiofanaat-methyl op te nemen als werkzame stof (PB L 241 van 17.9.2005, blz. 51).
(8) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 533/2013 van de Commissie van 10 juni 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide, forchlorfenuron, indoxacarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 159 van 11.6.2013, blz. 9).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1511 van de Commissie van 30 augustus 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, flufenacet, flurtamone, forchlorfenuron, fosthiazaat, indoxacarb, iprodion, MCPA, MCPB, silthiofam, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 224 van 31.8.2017, blz. 115).
(12) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie van 20 september 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, diuron, fludioxonil, flufenacet, flurtamone, fosthiazaat, indoxacarb, MCPA, MCPB, prosulfocarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 238 van 21.9.2018, blz. 62).
(13) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1589 van de Commissie van 26 september 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperioden voor de werkzame stoffen amidosulfuron, bèta-cyfluthrin, bifenox, chloortoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazool, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiofanaat-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 24).
(14) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(15) Zie onder meer: Hong, M., Ping, Z., Jian, X., “Testicular toxicity and mechanisms of chlorotoluron compounds in the mouse”, Toxicology Mechanisms and Methods 2007;17(8):483-8.
(16) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
(17) PB C 433 van 23.12.2019, blz. 183.
(18) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0027.
(19) Follow-up van de Commissie van de niet-wetgevende resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen amidosulfuron, beta-cyfluthrin, bifenox, chlorotoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazole, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiophanate-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron, SP(2019)669, https://oeil.secure.europarl.europa.eu/oeil/popups/ficheprocedure.do?reference=2019/2826(RSP)&l=en
(20) Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).
(21) Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 van de Commissie van 4 september 2017 tot vaststelling van wetenschappelijke criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 301 van 17.11.2017, blz. 1).
(22) EFSA en ECHA: Guidance for the identification of endocrine disruptors in the context of Regulations (EU) No 528/2012 and (EC) No 1107/2009, EFSA Journal 2018, 16(6):5311, http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/5311

Laatst bijgewerkt op: 26 februari 2021Juridische mededeling - Privacybeleid