Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2923(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0428/2020

Ingediende teksten :

B9-0428/2020

Debatten :

PV 16/12/2020 - 4
CRE 16/12/2020 - 4

Stemmingen :

PV 16/12/2020 - 15
PV 17/12/2020 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0360

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 44k
Donderdag 17 december 2020 - Brussel
MFK, conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, en eigen middelen
P9_TA(2020)0360B9-0428/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het meerjarig financieel kader 2021-2027, het Interinstitutioneel Akkoord, het herstelinstrument voor de Europese Unie en de verordening inzake de rechtsstaat (2020/2923(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 14, 15, 16 en 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 295, 310, 311, 312 en 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het politiek akkoord van 5 november 2020 over de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een algemeen conditionaliteitsstelsel ter bescherming van de begroting van de Unie (“de verordening inzake de rechtsstaat”),

–  gezien de politieke akkoorden, met inbegrip van de gezamenlijke en unilaterale verklaringen, van 10 november 2020 over het meerjarig financieel kader 2021-2027 (“het MFF”), het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer, en betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (“het IIA”), en over het herstelinstrument voor de Europese Unie (“ het EURI”),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 21 juli 2020,

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 23 juli 2020,

–  gezien de brief van de fractieleiders van het Europees Parlement van 26 augustus 2020 over de rechtsstaat aan mevrouw Angela Merkel, bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland en voorzitter van de Raad van de Europese Unie, en aan mevrouw Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie,

–  gezien de verklaring van de Conferentie van voorzitters van het Europees Parlement van 18 november 2020 over de langetermijnbegroting van de EU en de rechtsstaat,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 11 december 2020,

–  gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie een Unie van waarden is, zoals is verankerd in artikel 2 VEU;

B.  overwegende dat de COVID-19-uitbraak duizenden mensenlevens heeft geëist in Europa en de rest van de wereld en heeft geleid tot een ongekende crisis met rampzalige gevolgen voor mensen, werknemers en bedrijven, en dat daarom een nooit geziene respons vereist is, met name na de tweede golf van COVID-19 en totdat de pandemie effectief voorbij is;

C.  overwegende dat het politieke debat in de Europese Raad heeft geleid tot vertraging van het gehele proces, waardoor ook de onderhandelingen over en de goedkeuring en de uitvoering van het MFK, het IIA, het EURI en de verordening inzake de rechtsstaat vertraging hebben opgelopen;

D.  overwegende dat een doeltreffende verordening inzake de rechtsstaat en de invoering van nieuwe eigen middelen voor het Europees Parlement een voorwaarde waren om in te stemmen met het MFK-pakket;

E.  overwegende dat de medewetgevers van de Unie in 2020 nooit geziene akkoorden hebben weten te bereiken;

1.  is ingenomen met de politieke akkoorden, met inbegrip van de gezamenlijke en unilaterale verklaringen, die de medewetgevers op 5 november 2020 hebben bereikt over de verordening inzake de rechtsstaat en op 10 november 2020 over het MFK, het IIA en het EURI; benadrukt dat deze historische politieke akkoorden onder meer de volgende bepalingen bevatten:

   een nooit gezien pakket van 1,8 biljoen EUR, bestaande uit het MFK 2021-2027 (1 074 miljard EUR, geleidelijk evoluerend naar 1 085 miljard EUR), gekoppeld aan het herstelinstrument (750 miljard EUR);
   16 miljard EUR bovenop het MFK 2021-2027, te verdelen onder door het EP vastgestelde vlaggenschipprogramma’s van de EU (EU4Health, Horizon Europa, Erasmus+, Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, Frontex, InvestEU, rechten & waarden, Creatief Europa, humanitaire hulp en NDICI), en om het reactievermogen van de begroting op onvoorziene gebeurtenissen te vergroten;
   een wettelijk bindende routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen in de loop van het volgende MFK, die op zijn minst toereikend moeten zijn om de toekomstige terugbetalingskosten (hoofdsom en rente) van het herstelinstrument voor de Europese Unie te dekken;
   een wettelijk bindend minimumaandeel voor klimaatgerelateerde uitgaven van ten minste 30 % van het MFK en het herstelinstrument, en voor biodiversiteitsgerelateerde uitgaven van 7,5 % van het MFK in 2024 en 10 % vanaf 2026;
   elementen om toezicht te houden op de uitgaven voor gendergelijkheid en -mainstreaming;
   een grotere rol voor het Europees Parlement in zijn hoedanigheid van begrotingsautoriteit bij het beheer van het herstelinstrument voor de Europese Unie en de externe bestemmingsontvangsten, alsook bij de vaststelling van toekomstige noodinstrumenten op basis van artikel 122 VWEU;
   een functionerende conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat;

2.  herinnert aan het historische belang van het pakket en het potentieel ervan om snel te herstellen van de COVID-19-pandemie en de sociaaleconomische gevolgen ervan, om de uitdagingen van de Unie voor de komende zeven jaar, met inbegrip van de Green Deal en de digitale transitie, aan te pakken en om haar waarden en het geld van de belastingbetalers in de EU te beschermen;

3.  is ingenomen met het resultaat van de Europese Raad die de bovengenoemde politieke akkoorden op zijn bijeenkomst van 10 en 11 december 2020 heeft bekrachtigd; is ingenomen met het feit dat de staatshoofden en regeringsleiders een akkoord hebben bereikt waardoor het MFK, het IIA, het EURI en de verordening inzake de rechtsstaat op 1 januari 2021 in werking kunnen treden; is ingenomen met het feit dat de wetsteksten ongewijzigd blijven;

4.  betreurt echter ten zeerste dat, als gevolg van de unanimiteitsregel in de Raad, de goedkeuring van het volledige pakket, met inbegrip van de nieuwe EU-programma’s voor de periode 2021-2027, en bijgevolg het hele proces onnodig vertraging hebben opgelopen; herinnert eraan dat de inhoud van de conclusies van de Europese Raad over de verordening inzake een algemeen conditionaliteitsstelsel ter bescherming van de begroting van de Unie overbodig is; herinnert eraan dat de toepasbaarheid, het doel en het toepassingsgebied van de verordening inzake de rechtsstaat duidelijk zijn omschreven in de wetstekst van die verordening;

5.  herinnert eraan dat de Europese Raad overeenkomstig artikel 15, lid 1, VEU geen wetgevingstaak mag uitoefenen; is daarom van mening dat een politieke verklaring van de Europese Raad niet kan worden beschouwd als een interpretatie van de wetgeving, aangezien die interpretatie een bevoegdheid is van het Europees Hof van Justitie;

6.  herinnert eraan dat de Commissie en haar voorzitter worden verkozen door het Europees Parlement; herinnert eraan dat de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 1, VEU toeziet op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen; bevestigt bijgevolg dat de Commissie zich te allen tijde en in alle omstandigheden moet houden aan de wet – dura lex sed lex;

7.  herinnert eraan dat de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 3, VEU volkomen onafhankelijk is;

8.  herinnert eraan dat de Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 8, VEU verantwoording aflegt aan het Europees Parlement; herinnert eraan dat het Parlement over verschillende rechtsmiddelen beschikt om ervoor te zorgen dat de Commissie haar verdragsverplichtingen nakomt, onder meer de kwijtingsprocedure om het correcte beheer van de middelen van de Unie te beoordelen; benadrukt verder dat het Parlement over diverse politieke en rechtsmiddelen beschikt om ervoor te zorgen dat de wet door iedereen, en in de eerste plaats door de EU-instellingen wordt gehandhaafd; benadrukt dat de conclusies van de Europese Raad niet bindend kunnen worden gemaakt voor de Commissie bij de toepassing van rechtshandelingen;

9.  benadrukt dat de medewetgevers zijn overeengekomen dat de verordening inzake een algemeen conditionaliteitsstelsel ter bescherming van de begroting van de Unie vanaf 1 januari 2021 van toepassing is en moet worden toegepast op alle vastleggingen en betalingen; herinnert eraan dat de toepasbaarheid van deze verordening niet afhankelijk kan worden gesteld van de goedkeuring van richtsnoeren, aangezien de overeengekomen tekst voldoende duidelijk is en er niet in uitvoeringsinstrumenten is voorzien; verwacht dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, ervoor zorgt dat de verordening volledig van toepassing is vanaf de door de medewetgevers overeengekomen datum, en herinnert eraan dat enkel het HvJ-EU de verordening of een deel ervan nietig kan verklaren; bevestigt dat, indien een lidstaat de verordening of delen ervan probeert nietig te laten verklaren, het Parlement de geldigheid ervan voor het Hof zal verdedigen en verwacht van de Commissie dat zij intervenieert ter ondersteuning van het standpunt van het Parlement; benadrukt dat het Parlement in een dergelijk geval het Hof zal verzoeken een versnelde procedure te volgen; herinnert aan artikel 265 VWEU en verklaart bereid te zijn er gebruik van te maken;

10.  is van mening dat het Parlement volledig moet worden betrokken bij de werking van NextGenerationEU; benadrukt dat de lopende trialoog op dit punt een bevredigend resultaat moet opleveren;

11.  is van mening dat het wegnemen van de obstakels als gevolg van de unanimiteitsvereiste in de Raad voor onder meer de goedkeuring van het MFK en het eigenmiddelenbesluit, moet worden behandeld tijdens de komende conferentie over de toekomst van Europa;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Raad en de Commissie.

Laatst bijgewerkt op: 16 maart 2021Juridische mededeling - Privacybeleid