Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2913(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0432/2020

Debatten :

PV 17/12/2020 - 8.2
CRE 17/12/2020 - 8.2

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0375

Aangenomen teksten
PDF 147kWORD 53k
Donderdag 17 december 2020 - Brussel
Dwangarbeid en de situatie van de Oeigoeren in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang
P9_TA(2020)0375RC-B9-0432/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over dwangarbeid en de situatie van de Oeigoeren in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang (2020/2913(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties en verslagen over de situatie in China, in het bijzonder die van 19 december 2019 over de situatie van de Oeigoeren in China (China Cables)(1), die van 18 april 2019 over China, met name de situatie van religieuze en etnische minderheden(2), die van 4 oktober 2018 over massale willekeurige detentie van Oeigoeren en Kazakken in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang(3), die van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China(4), die van 15 december 2016 over de zaak rond het boeddhistische opleidingsinstituut Larung Gar in Tibet en rond Ilham Tohti(5), die van 10 maart 2011 over de situatie en het cultureel erfgoed in Kashgar (Autonome Regio Xinjiang Oeigoer, China)(6), en die van 26 november 2009 over China: de rechten van minderheden en de toepassing van de doodstraf(7),

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2020 over de toetsing van het handelsbeleid van de EU(8),

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs 2019 aan Ilham Tohti, een Oeigoerse econoom die vreedzaam strijdt voor de rechten van de Oeigoerse minderheid in China,

–  gezien Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad(9) en Besluit (GBVB) 2020/1999 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten(10),

–  gezien de opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) Josep Borrell na afloop van de Raad Buitenlandse Zaken van 7 december 2020,

–  gezien de conclusies van de Raad van 1 december 2020 over mensenrechten en fatsoenlijk werk in mondiale toeleverings­ketens,

–  gezien de opmerkingen van de voorzitter van de Europese Raad Charles Michel na afloop van de bijeenkomst van de leiders van de EU en China van 14 september 2020,

–  gezien de gezamenlijke verklaring die voorzitter Michel en voorzitter von der Leyen na afloop van de 22e top EU-China op 22 juni 2020 hebben gedaan over het verdedigen van de belangen en waarden van de EU in een complex en noodzakelijk partnerschap,

–  gezien de oproep van VN-deskundigen van 26 juni 2020 tot doortastende maatregelen om de fundamentele vrijheden in China te beschermen,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de 21e top EU-China van 9 april 2019,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 12 maart 2019 getiteld “EU en China – Een strategische visie” (JOIN(2019)0005),

–  gezien de op 24 juni 2013 door de Raad Buitenlandse Zaken aangenomen EU‑richtsnoeren over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 26 oktober 2018 over de situatie in Xinjiang,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 12 maart 2019 getiteld “EU en China – Een strategische visie” (JOIN(2019)0005),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin is bepaald dat niemand in slavernij of dienstbaarheid mag worden gehouden en dat niemand gedwongen mag worden om dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten,

–  gezien het strategisch EU-kader en het EU-actieplan voor mensenrechten en democratie van 25 juni 2012, dat erop gericht is de bescherming en bevordering van de mensenrechten centraal te stellen in alle beleidsterreinen van de EU,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, inzake foltering en andere wrede behandeling, inzake vrijheid van meningsuiting online en offline, en inzake mensenrechtenactivisten,

–  gezien artikel 36 van de grondwet van de Volksrepubliek China, waarin het recht van alle burgers op vrijheid van religie en geloof wordt gewaarborgd, en artikel 4 van diezelfde grondwet, waarin de rechten van etnische minderheden worden bevestigd,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966, dat China in 1998 heeft ondertekend maar nooit heeft geratificeerd,

–  gezien het protocol van 2014 bij het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid, 1930, van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), dat niet door China is ondertekend,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten van 2011,

–  gezien de verslagen van het Australische instituut voor strategisch beleid (ASPI) getiteld “Uyghurs for sale – ‘Re-education’, forced labour and surveillance beyond Xinjiang” en “Cultural erasure – Tracing the destruction of Uyghur and Islamic spaces in Xinjiang”, die in 2020 zijn gepubliceerd, alsook zijn “Xinjiang Data Project”,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de bevordering en de eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat de kern moeten blijven uitmaken van de langlopende relatie tussen de EU en China, in overeenstemming met de inspanningen van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen en de interesse die China heeft geuit om zich in zijn eigen ontwikkeling en internationale samenwerking aan deze waarden te houden;

B.  overwegende dat de situatie in Xinjiang, waar er meer dan 10 miljoen Oeigoerse moslims en Kazakken wonen, snel achteruit is gegaan, met name sinds de Chinese regering in 2014 een campagne heeft gelanceerd om hard op te treden tegen gewelddadig terrorisme, en overwegende dat Oeigoeren en andere voornamelijk islamitische etnische minderheden in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang worden onderworpen aan willekeurige detentie, foltering, ernstige beperkingen van de religieuze praktijk en cultuur, en aan een gedigitaliseerd bewakingssysteem dat zo ingrijpend is dat elk aspect van hun dagelijks leven wordt gecontroleerd (via gezichtsherkenningscamera’s, mobieletelefoonscans, de grootschalige en illegale inzameling, samenvoeging en verwerking van persoonlijke gegevens, en een uitgebreide en opdringerige politieaanwezigheid); overwegende dat het Chinese regime in het algemeen is versterkt en dat minderheden, met name Oeigoeren, Tibetanen en Mongolen, hardhandiger worden aangepakt, met als doel hen te assimileren door de levensstijl van de Chinese meerderheid en de communistische ideologie op te leggen; overwegende dat platformen voor voorspellend politiewerk, zoals het geïntegreerde platform voor gezamenlijke operaties, op grote schaal door de politie worden gebruikt om verdachte individuen op basis van dagelijks, wettig en niet-gewelddadig gedrag te volgen;

C.  overwegende dat er volgens geloofwaardige berichten meer dan een miljoen mensen werden of zijn opgesloten in zogenaamde “centra voor politieke heropvoeding”, wat de grootste massale opsluiting van een etnische minderheid ter wereld is; overwegende dat het stelsel van interneringskampen in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang wordt uitgebreid en dat er sinds 2017 meer dan 380 vermoedelijke detentiecentra zijn gebouwd of uitgebreid, waarvan ten minste 61 tussen juli 2019 en juli 2020;

D.  overwegende dat ook de jongere generatie Oeigoeren lijdt; overwegende dat er meldingen zijn van jonge kinderen die, zelfs als slechts een van de beide ouders in een interneringskamp zit, in staatsweeshuizen worden geplaatst; overwegende dat uit onderzoek blijkt dat er eind 2019 meer dan 880 000 Oeigoerse kinderen in internaten waren ondergebracht; overwegende dat uit geloofwaardig onderzoek blijkt dat de Chinese autoriteiten een officieel programma voor gerichte geboortepreventiemaatregelen tegen Oeigoerse vrouwen hebben ingevoerd om het Oeigoerse geboortecijfer te verlagen; overwegende dat de Chinese autoriteiten Oeigoerse vrouwen in de vruchtbare leeftijd in het kader van dat programma systematisch onderwerpen aan gedwongen abortussen, intra-uteriene injecties en sterilisaties en dat in 2018 80 % van alle nieuwe plaatsingen van spiraaltjes in China plaatsvond in de Oeigoerse regio, ook al woont slechts 1,8 % van de Chinese bevolking in die regio; overwegende dat dergelijke maatregelen om geboortes bij de Oeigoerse bevolking te voorkomen aan de criteria kunnen voldoen om tot de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid te worden gerekend;

E.  overwegende dat de Commissie voor de uitbanning van rassendiscriminatie van de Verenigde Naties de regering van de Volksrepubliek China in augustus 2018 ter verantwoording heeft geroepen voor de misstanden in Xinjiang, waaronder de oprichting van kampen waar mensen op grote schaal willekeurig worden vastgehouden; overwegende dat Michelle Bachelet, de hoge commissaris voor mensenrechten van de Verenigde Naties, in september 2018, in haar eerste toespraak ooit als hoge commissaris, gewezen heeft op de zeer verontrustende beschuldigingen van de grootschalige willekeurige detentie van Oeigoeren en andere islamitische gemeenschappen in zogenaamde heropvoedingskampen in Xinjiang;

F.  overwegende dat de nieuwe regelingen inzake religieuze zaken in China die op 1 februari 2018 van kracht zijn geworden, restrictiever zijn ten opzichte van groepen en activiteiten en hen dwingen dichter bij de partijlijnen te blijven; overwegende dat de vrijheid van godsdienst en van geweten een nieuw dieptepunt hebben bereikt sinds de aanvang van de economische hervormingen en de openstelling van China aan het einde van de jaren zeventig; overwegende dat China een van de grootste populaties religieuze gevangenen ter wereld huisvest; overwegende dat geloofwaardige berichten aan het licht hebben gebracht dat er, voornamelijk sinds 2017, opzettelijk en stelselmatig moskeeën, kerken en andere gebedshuizen zijn vernield, waardoor er momenteel minder gebedshuizen zijn dan voor de culturele revolutie;

G.  overwegende dat vier van de acht basisverdragen van de IAO nog altijd niet door China zijn geratificeerd, te weten Verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht, Verdrag nr. 98 betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen, Verdrag nr. 29 betreffende dwangarbeid, en Verdrag nr. 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid; overwegende dat China Verdrag nr. 111 betreffende discriminatie (in arbeid en beroep) en Verdrag nr. 100 betreffende gelijke beloning heeft geratificeerd; overwegende dat er krachtens WTO-overeenkomsten handelsmaatregelen mogen worden vastgesteld voor producten die met behulp van gevangenisarbeid zijn vervaardigd;

H.  overwegende dat sinds 2014 naast de campagne om hard op te treden tegen gewelddadig terrorisme ook het aantal arbeidsoverplaatsingsprogramma’s is toegenomen, wat erop lijkt te wijzen dat de Chinese regering deze als een politieke prioriteit beschouwt, als instrument voor armoedebestrijding in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang; overwegende dat uit verschillende geloofwaardige bronnen is vernomen dat er in productieketens in de kleding-, technologie- en automobielsector onder dwang Oeigoeren werken, waaronder uit het verslag van het ASPI van maart 2020, waarin 27 fabrieken in negen Chinese provincies worden genoemd die gebruikmaken van de arbeid van ten minste 80 000 Oeigoeren die tussen 2017 en 2019 uit Xinjiang zijn overgeplaatst; overwegende dat ten minste 82 internationale merken, waaronder merken van veel Europese multinationals, goederen van deze fabrieken gebruiken;

I.  overwegende dat China een van de grootste katoenproducenten ter wereld is en dat de Oeigoerse autonome regio Xinjiang alleen al 20 % van de mondiale katoenproductie verzorgt; overwegende dat China de grootste producent en exporteur van garen, stoffen en kleding is; overwegende dat de Chinese regering van plan is de productiecapaciteit in de Oeigoerse regio tegen 2025 te verdubbelen en dat kleding en stoffen daarbij een belangrijke rol spelen; overwegende dat er alleen al in 2018 met behulp van het dwangarbeids- en arbeidsoverplaatsingsprogramma van de regering ten minste 570 000 mensen als katoenplukkers zijn ingezet door slechts drie Oeigoerse regio’s; overwegende dat de totale arbeidsoverplaatsing van etnische minderheden uit Xinjiang voor katoenplukwerkzaamheden waarschijnlijk honderdduizenden mensen meer telt, wat betekent dat dwangarbeid een inherent en algemeen kenmerk is van de katoenplukkerij in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang; overwegende dat 84 % van het Chinese katoen afkomstig is uit de Oeigoerse autonome regio Xinjiang, wat inhoudt dat er een grote kans is dat garen, stoffen en kleding die met Chinees katoen zijn vervaardigd, bezoedeld zijn met dwang- en gevangenisarbeid, ongeacht of deze producten in China of elders ter wereld zijn geproduceerd;

J.  overwegende dat naar verluidt meer dan tachtig internationale merken direct of indirect profiteren van Oeigoerse dwangarbeid in hun toeleveringsketen; overwegende dat er door het huidige beleid van onderdrukking geen onafhankelijke onderzoeken en controles kunnen worden uitgevoerd in de Oeigoerse regio;

K.  overwegende dat bedrijven niet over betrouwbare middelen beschikken om na te gaan of werkplekken in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang vrij zijn van dwangarbeid of om het gebruik van dwangarbeid op deze werkplekken te voorkomen in overeenstemming met de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, en met de zorgvuldigheidseisen met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten;

L.  overwegende dat bedrijven krachtens de huidige EU-wetgeving (zowel op EU- als op nationaal niveau) niet wettelijk verantwoordelijk zijn voor het nemen van maatregelen ter voorkoming van betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in hun toeleveringsketen; overwegende dat bedrijven uit hoofde van de EU-richtlijn betreffende de openbaarmaking van niet-financiële informatie een meldingsplicht hebben, maar noch verplicht zijn stappen te ondernemen ter voorkoming van schade in hun toeleveringsketen, noch ter verantwoording kunnen worden geroepen;

M.  overwegende dat uitvoerend vicevoorzitter Dombrovskis tijdens zijn hoorzitting in de Commissie internationale handel heeft aangegeven dat de bestrijding van dwangarbeid een prioriteit is voor de EU en dat de investeringen van de EU, ook in het kader van de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China, moeten stroken met de toepasselijke IAO-verdragen betreffende dwangarbeid;

N.  overwegende dat de Commissie juridische zaken momenteel werkt aan een initiatief inzake zorgvuldigheid in het bedrijfsleven en de verantwoordingsplicht van ondernemingen; overwegende dat de Raad op 1 december 2020 zijn conclusies over mensenrechten en fatsoenlijk werk in mondiale toeleveringsketens heeft gepubliceerd, waarin de Commissie wordt verzocht met een voorstel te komen voor een EU‑rechtskader voor duurzame corporate governance, met inbegrip van sectoroverschrijdende zorgvuldigheidsverplichtingen in mondiale toeleveringsketens; overwegende dat de Commissie heeft laten weten in het tweede kwartaal van 2021 een wetgevingsvoorstel voor duurzame corporate governance voor te zullen leggen, waarin aandacht zal worden besteed aan de behoefte aan zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten in waardeketens;

O.  overwegende dat de Raad een besluit en een verordening heeft aangenomen tot instelling van een wereldwijde EU-sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen die de EU in staat stelt overal ter wereld beperkende maatregelen op te leggen aan personen, entiteiten en organen, met inbegrip van staten en niet-statelijke actoren, die zich schuldig hebben gemaakt aan of betrokken zijn geweest bij ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder slavernij;

P.  overwegende dat het Amerikaanse Congres in 2019 de “Uyghur Human Rights Policy Act” (wet inzake de mensenrechten van de Oeigoeren) heeft aangenomen; overwegende dat het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden op 22 september 2020 de “Uyghur Forced Labor Prevention Act” (wet inzake de voorkoming van dwangarbeid onder Oeigoeren) heeft aangenomen, die voorziet in verscheidene beperkingen met betrekking tot de Oeigoerse autonome regio Xinjiang, waaronder een verbod op bepaalde invoer uit Xinjiang en sancties voor personen en entiteiten uit de regio die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen;

Q.  overwegende dat China vooruitgang heeft geboekt op economisch en maatschappelijk vlak, maar faliekant verzuimt elementaire internationale normen op het gebied van mensenrechten en fundamentele vrijheden te waarborgen;

R.  overwegende dat de EU zich er in het kader van haar strategisch kader voor mensenrechten en democratie toe heeft verbonden haar inspanningen ter bevordering van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in alle onderdelen van haar externe optreden te intensiveren en de mensenrechten een centrale plaats te geven in haar betrekkingen met alle derde landen, waaronder met haar strategische partners;

1.  veroordeelt ten stelligste het door de regering gestuurde dwangarbeidssysteem, en met name de uitbuiting van Oeigoeren, etnische Kazakken en Kirgiezen en andere islamitische minderheden, in fabrieken in interneringskampen in Xinjiang en daarbuiten, evenals de overplaatsing van dwangarbeiders naar andere Chinese bestuursdistricten en het feit dat bekende Europese merken en bedrijven van dwangarbeid profiteren; verzoekt de betrokken actoren uit de particuliere sector hun zakelijke betrekkingen in Xinjiang onder de loep te nemen, maatschappelijk verantwoord te ondernemen, onafhankelijke controles uit te voeren op de eerbiediging van de mensenrechten in de gehele toeleveringsketen, en niet langer zaken te doen met partners die zich direct of indirect schuldig maken aan mensenrechtenschendingen, al dan niet via de werkzaamheden van leveranciers of zakenrelaties binnen de waardeketen in China, indien niet kan worden vastgesteld of er inderdaad sprake is van schendingen;

2.  is ernstig bezorgd over de toenemende onderdrukking waarmee veel religieuze en etnische minderheden, en met name de Oeigoeren en de Kazakken, te maken hebben, waardoor hun menselijke waardigheid wordt geschonden en hun recht op vrijheid van culturele uiting, godsdienst, meningsuiting en vreedzame vergadering en vereniging wordt beknot; betreurt de verslechterende mensenrechtensituatie op het Chinese vasteland en in Hongkong en eist dat de Chinese autoriteiten de fundamentele vrijheden eerbiedigen;

3.  betreurt de voortdurende vervolging en de ernstige, stelselmatige mensenrechtenschendingen die misdaden tegen de menselijkheid vormen, ten zeerste; verzoekt de Chinese regering met klem onmiddellijk een eind te maken aan de willekeurige detentie, zonder enige vorm van tenlastelegging, proces of veroordeling voor strafbare feiten, van mensen die tot de Oeigoerse minderheid en tot andere islamitische minderheden behoren, alle kampen en detentiecentra te sluiten, en de gedetineerden onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; verzoekt de Chinese autoriteiten met klem door de regering gesubsidieerde programma’s voor dwangarbeid en massale sterilisatie stop te zetten; verzoekt de Chinese autoriteiten in de Oeigoerse Autonome Regio Xinjiang informatie te verstrekken over de verblijfplaats en de gezondheidstoestand van de gedetineerden en hen onmiddellijk vrij te laten indien er geen bewijs voorligt van enige criminele activiteit;

4.  veroordeelt ten stelligste het grootschalige gebruik van digitale bewakingstechnologieën waarmee toezicht wordt gehouden op de bevolking van Xinjiang en waarmee de bevolking in bedwang wordt gehouden; veroordeelt tevens de onlangs onthulde tests van gezichtsherkenningssoftware die automatisch een zogenaamde “Oeigoermelding” naar overheidsinstanties kan sturen wanneer de bijbehorende camerasystemen leden van de Oeigoerse minderheid identificeren; betreurt het dat China zich niet houdt aan zijn eigen verbintenissen in het kader van de beginselen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling betreffende mensgerichte kunstmatige intelligentie, en zijn verbintenissen in het kader van de verklaring van de G20 van juni 2019; verzoekt de Commissie en de lidstaten erop te blijven aandringen dat China zich houdt aan de verbintenissen die het land in dit verband heeft gedaan;

5.  verzoekt de Chinese autoriteiten vrije, betekenisvolle en ongehinderde toegang tot de provincie Xinjiang en onbeperkte toegang tot de interneringskampen te verlenen aan journalisten en internationale waarnemers, met inbegrip van EU-ambtenaren, naar aanleiding van de uitnodiging van president Xi Jinping tijdens de top EU-China van 14 september 2020, aan de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten en de mandaathouders van de speciale procedures van de VN-Mensenrechtenraad; verzoekt de EU en de lidstaten te blijven aandringen op de instelling van een onderzoeksmissie van de VN naar Xinjiang en de benoeming van een speciale gezant;

6.  verzoekt China toestemming te verlenen voor een werkbezoek van het Europees Parlement aan Xinjiang op voorwaarde dat het vrije en onbeperkte toegang krijgt en dat de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de plaatselijke bevolking worden gewaarborgd;

7.  veroordeelt ten stelligste de gemelde massale campagne van de Chinese Communistische Partij om de Oeigoerse geboortecijfers in Xinjiang terug te dringen en roept de Chinese autoriteiten op onmiddellijk een einde te maken aan alle maatregelen ter voorkoming van geboorten bij de Oeigoerse bevolking, met inbegrip van gedwongen sterilisatie, abortus en sancties tegen schendingen op het gebied van geboortebeperking;

8.  dringt bij de Chinese regering aan op ratificatie en tenuitvoerlegging van IAO-Verdrag nr. 29 inzake dwangarbeid, IAO-Verdrag nr. 105 betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, IAO-Verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht en IAO-Verdrag nr. 98 betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen; spoort China aan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren;

9.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over berichten dat Oeigoeren in het buitenland door de Chinese autoriteiten worden geïntimideerd, soms door gevangenzetting van familieleden, teneinde hen ertoe aan te zetten om als informant op te treden tegen andere Oeigoeren, om naar Xinjiang terug te keren of om te zwijgen over de situatie aldaar; verzoekt de Commissie en alle EU-lidstaten deze berichten onverwijld te onderzoeken, de bescherming van de leden van de diaspora van Xinjiang te waarborgen, en de behandeling van asielaanvragen van Oeigoeren en andere etnisch-Turkse moslims te bespoedigen; is verheugd over het besluit van Duitsland en Zweden om de terugkeer van alle etnische Oeigoeren, Kazakken of andere etnisch-Turkse moslims naar China op te schorten, gezien het risico op willekeurige detentie, foltering en andere vormen van mishandeling;

10.  verzoekt de Commissie en de lidstaten een dialoog aan te gaan met landen waar Oeigoeren het risico lopen te worden uitgezet naar China om te voorkomen dat dergelijke deportaties plaatsvinden; roept de leden van de Raad op om uitleveringsverdragen met de Volksrepubliek China op te schorten ter voorkoming van de uitlevering van Oeigoeren, burgers van Hongkong, Tibetanen of Chinese dissidenten in Europa voor een politiek proces in de Volksrepubliek China;

11.  roept de EU op proactief te werken aan een onafhankelijk VN-onderzoek naar China om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor de begane misdaden;

12.  is uitermate bezorgd over de maatregelen die de Chinese staat neemt om het “alomvattende toezicht” op Xinjiang te waarborgen door middel van de installatie van het elektronisch toezichtsysteem “Skynet” in grote stedelijke gebieden en de installatie van gps-trackers in alle motorvoertuigen, het gebruik van gezichtsherkenningsscanners op controlepunten, op treinstations en bij tankstations met behulp van software in op artificiële intelligentie gebaseerde camerasystemen voor het identificeren van Oeigoeren en andere leden van etnische minderheidsgroepen, en de inzameling van bloed door de politie in Xinjiang om de DNA-database van China verder uit te breiden; uit zijn diepe bezorgdheid over de laatste onthullingen betreffende een lijst met gegevens van meer dan 2 000 Oeigoerse gedetineerden die tussen 2016 en 2018 in de prefectuur Aksu werden vastgehouden; is daarnaast bezorgd over het feit dat China dergelijke technologieën ook exporteert naar autoritaire regimes elders in de wereld; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan toezicht te houden op de verwerving en ontwikkeling van deze technologieën en op de activiteiten van de aanbieders ervan, en hun geen toegang te geven tot overheidsfinanciering en openbare aanbestedingen van de EU en de lidstaten;

13.  uit kritiek op de aanschaf van thermale camera’s van Hikivision door de administratie van het Parlement en door de Commissie; dringt aan op de invoering van een terughoudend aanbestedingsbeleid waarin terdege rekening wordt gehouden met mensenrechtenkwesties; dringt er bij de administratie van het Parlement en zijn Voorzitter op aan elke directe of indirecte zakelijke relatie met Hikivision onmiddellijk te verbreken en de transparantie van de aanbestedingsactiviteiten te verbeteren;

14.  roept de Chinese autoriteiten op de Oeigoerse wetenschapper en winnaar van de Sacharovprijs 2019 Ilham Tohti onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, en er in de tussentijd voor te zorgen dat hij regelmatig en onbeperkt toegang heeft tot zijn familie en de advocaten van zijn keuze, en dat hij niet wordt onderworpen aan foltering of andere vormen van mishandeling; dringt erop aan dat er een snel, doeltreffend en onpartijdig onderzoek plaatsvindt naar de vermeende foltering van Ilham Tohti, en dat de verantwoordelijken voor het gerecht worden gebracht;

15.  is ingenomen met de opname in het werkprogramma van de Commissie voor 2021 van een wetgevingsinitiatief inzake bindende zorgvuldigheidswetgeving voor toeleveringsketens op het gebied van de mensenrechten; verzoekt de Commissie om zoals gepland uiterlijk in het tweede kwartaal van 2021 relevante wetgevingsvoorstellen goed te keuren, die drie afzonderlijke, maar elkaar versterkende voorstellen omvatten over de verplichtingen van bestuurders en duurzaam ondernemingsbestuur, over de eerbiediging van mensenrechten door bedrijven en zorgvuldigheidseisen op milieugebied, en over de hervorming van de richtlijn inzake niet-financiële verslaglegging; is van mening dat, om het probleem van dwangarbeid en andere schendingen van de mensenrechten in de toeleveringsketens van bedrijven doeltreffend aan te pakken, dergelijke wetgeving ook een verbod moet omvatten om de desbetreffende goederen op de EU-markt te brengen; herinnert in dit verband aan zijn standpunt in zijn recente resolutie over de herziening van het handelsbeleid, waarin wordt aangedrongen op aanvullende maatregelen, zoals een verbod op de invoer van producten die verband houden met ernstige schendingen van de mensenrechten, bijvoorbeeld dwangarbeid of kinderarbeid;

16.  roept de lidstaten op om in overeenstemming met hun bevoegdheden en nationale omstandigheden hun inspanningen op te voeren om de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten doeltreffend toe te passen onder meer via nieuwe of geactualiseerde nationale actieplannen met daarin een mix van vrijwillige en verplichte maatregelen;

17.  is van mening dat de brede investeringsovereenkomst met China adequate verbintenissen moet bevatten om de internationale verdragen tegen dwangarbeid te eerbiedigen; is met name van oordeel dat China daarom IAO-verdragen 29 en 105 moet ratificeren;

18.  is ingenomen met het recente akkoord tussen de medewetgevers over de hervorming van de EU-verordening voor tweeërlei gebruik op grond van nationale veiligheids- en mensenrechtenoverwegingen;

19.  verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om de Chinese regering ertoe te brengen de kampen te sluiten en een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen in Xinjiang en andere plaatsen zoals Tibet; verzoekt de EU en haar lidstaten deze boodschap bij elke gelegenheid en op het hoogste niveau aan de Chinese regering over te brengen; betreurt het dat de door de EU gehanteerde aanpak en instrumenten tot dusver niet hebben geresulteerd in concrete vooruitgang op het vlak van de mensenrechten in China, en dat de toestand de afgelopen tien jaar enkel verslechterd is; verzoekt de Commissie met klem een alomvattende EU-strategie te ontwikkelen en toe te passen, teneinde daadwerkelijke vooruitgang te boeken wat de mensenrechtensituatie in China betreft; dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan door te gaan met de nationale hervormingen die nodig zijn voor de ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, dat China in 1998 heeft ondertekend, en ook de aanbevelingen van de VN-mensenrechtenorganen uit te voeren;

20.  is ingenomen met de vaststelling van een wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten op 7 december 2020; roept de lidstaten en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op tot een snelle evaluatie van de vaststelling van sancties tegen Chinese functionarissen en door de staat geleide entiteiten, zoals Xinjiang Production en Construction Corporation, die verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de uitvoering van het beleid van massale detentie van Oeigoeren en andere Turkmeense moslims in Xinjiang, voor het gebruik van dwangarbeid, en voor het orkestreren van de ernstige onderdrukking van godsdienstvrijheid, bewegingsvrijheid en andere fundamentele rechten in de regio en op andere plaatsen zoals Tibet;

21.  verzoekt de Raad en de Commissie uitvoering te geven aan het pakket maatregelen dat in juli is overeengekomen, met inbegrip van de invoering van een “reddingsbootregeling” voor onderdrukte mensen in China, na de verdere verslechtering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

22.  spreekt nogmaals zijn steun uit voor de komende dialoog tussen de EU en de VS over China, en dringt erop aan dat mensenrechten hoog op de agenda staan; dringt aan op meer coördinatie tussen democratieën bij de toepassing van sancties en andere maatregelen om schendingen van de mensenrechten op het Chinese vasteland en Hongkong, alsook de geopolitieke uitdagingen met betrekking tot de Volksrepubliek China aan te pakken;

23.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en de regering en het parlement van de Volksrepubliek China.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0110.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0422.
(3) PB C 11 van 13.1.2020, blz. 25.
(4) PB C 433 van 23.12.2019, blz. 103.
(5) PB C 238 van 6.7.2018, blz. 108.
(6) PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 185.
(7) PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 80.
(8) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0337.
(9) PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 1.
(10) PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 13.

Laatst bijgewerkt op: 16 maart 2021Juridische mededeling - Privacybeleid