Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2187(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0247/2020

Ingediende teksten :

A9-0247/2020

Debatten :

PV 20/01/2021 - 14
CRE 20/01/2021 - 14

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0020

Aangenomen teksten
PDF 209kWORD 70k
Donderdag 21 januari 2021 - Brussel
Toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting voor iedereen
P9_TA(2021)0020A9-0247/2020

Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2021 over toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting voor iedereen (2019/2187(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 3, lid 3, alsmede het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 9, 14, 148, 151, 153, 160 en 168, en Protocol nr. 26 over diensten van algemeen belang,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name titel IV (solidariteit),

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en met name de artikelen 8 en 25,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,

–  gezien de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap van september 2015 over het initiële verslag van de Europese Unie aan het Comité van juni 2014,

–  gezien de in september 2015 door wereldleiders aangenomen en door de Raad bekrachtigde duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), en met name SDG 11 over duurzame steden en gemeenschappen, en SDG 3 over het waarborgen van een gezond leven en het bevorderen van welzijn voor iedereen, ongeacht leeftijd,

–  gezien het Handvest van Genève van de VN inzake duurzame huisvesting en het doel daarvan van het ‘waarborgen van toegang tot fatsoenlijke, passende, betaalbare en gezonde huisvesting voor eenieder’(1);

–  gezien de huisvestings- en gezondheidsrichtsnoeren (“Recommendations to promote healthy housing for a sustainable and equitable future”(2)) van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2018,

–  gezien de Europese Pijler van sociale rechten (EPSR), die in november 2017 werd afgekondigd door de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie, en met name de beginselen 19 (“huisvesting en bijstand voor daklozen”) en 20 (“toegang tot essentiële diensten”),

–  gezien het herziene Europees Sociaal Handvest, en met name de artikelen 30 (“recht op bescherming tegen armoede en uitsluiting”), 31 (“recht op huisvesting”) en 16 (“recht van het gezin op sociale, juridische en economische bescherming”),

–  gezien het actieplan van het Urban Agenda Housing Partnership van de EU van 2018(3),

–  gezien de nieuwe stedelijke agenda, die in oktober 2016 werd aangenomen tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties over huisvesting en duurzame stadsontwikkeling (Habitat III), die iedere 20 jaar wordt gehouden,

–  gezien het rapport van de taskforce op hoog niveau inzake investeringen in sociale infrastructuur in Europa 2018(4),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 2017 getiteld "Naar een Europese agenda voor huisvesting”(5),

–  gezien de verklaring van Eurocities van 2016 over staatssteun en plaatselijke openbare diensten(6),

–  gezien de slotverklaring van de 19e informele bijeenkomst van de Europese ministers van Volkshuisvesting op 9 en 10 december 2013(7),

–  gezien de resolutie van 2014 van de burgemeesters van grote Europese steden over het recht op huisvesting(8),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 26 april 2017 getiteld “Taking stock of the 2013 Recommendation on Investing in children: breaking the cycle of disadvantage”(SWD(2017)0258),

–  gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur van 30 december 2015 (A/HRC/31/54)(9) over passende huisvesting als onderdeel van het recht op een adequaat bestaansniveau, en over het recht op non-discriminatie in deze context, waarin werd vastgesteld dat dakloosheid een mondiale mensenrechtencrisis betreft die met spoed een mondiale respons vereist,

–  gezien het pakket sociale-investeringsmaatregelen van de Commissie van 2013,

–  gezien de aanbeveling van de Commissie van 20 februari 2013 betreffende "Investeren in kinderen: de vicieuze cirkel van achterstand doorbreken” (2013/112/EU),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 getiteld "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020" (COM(2011)0173) en de daaropvolgende uitvoerings- en evaluatieverslagen,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een kwaliteitskader voor diensten van algemeen belang in Europa" (COM(2011)0900),

–  gezien het Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2020 getiteld “Een renovatiegolf voor Europa – groenere gebouwen, meer banen, hogere levenskwaliteit” (COM(2020)0662),

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 10 juli 2020 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten(10),

–  gezien zijn resolutie van 15 juni 2020 over Europese bescherming van grensoverschrijdende en seizoenarbeiders in het kader van de COVID-19-crisis(11),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal(12),

–  gezien zijn resolutie van 10 oktober 2019 over het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de eurozone(13),

–  gezien zijn resolutie van 26 maart 2019 over financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking(14),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2019 over het “Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid: sociale en werkgelegenheidsaspecten in de jaarlijkse groeianalyse 2019”(15),

–  gezien zijn resolutie van 2 maart 2020 over de tenuitvoerlegging van de EU-strategie inzake handicaps voor de periode na 2020(16),

–  gezien zijn resolutie van 16 november 2017 over de bestrijding van ongelijkheid als hefboom om het scheppen van banen en groei te stimuleren(17),

–  gezien zijn resolutie van 24 oktober 2017 over beleid ter garantie van een minimuminkomen als instrument om de armoede te bestrijden(18),

–  gezien zijn resolutie van 7 juli 2016 over de tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, met speciale aandacht voor de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van personen met een handicap(19),

–  gezien zijn resolutie van 5 juli 2016 over vluchtelingen: sociale inclusie en integratie op de arbeidsmarkt(20),

–  gezien zijn resolutie van 26 mei 2016 over armoede: een genderperspectief(21),

–  gezien zijn resolutie van 14 april 2016 over het armoedebestrijdingsdoel halen in het licht van stijgende huishoudelijke kosten(22),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2015 over vermindering van de ongelijkheid, met bijzondere focus op kinderarmoede(23),

–  gezien zijn resolutie van 24 november 2015 over cohesiebeleid en gemarginaliseerde gemeenschappen(24),

–  gezien zijn resolutie van 16 januari 2014 over een EU-strategie tegen dakloosheid(25),

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over sociale huisvesting in de Europese Unie(26),

–  gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur van 26 december 2019 over de richtsnoeren inzake de uitoefening van het recht op passende huisvesting als onderdeel van het recht op een adequaat bestaansniveau, en over het recht op non-discriminatie in deze context,

–  gezien Aanbeveling CM/Rec(2010)5 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa inzake maatregelen ter bestrijding van discriminatie wegens seksuele geaardheid of genderidentiteit van 31 maart 2010,

–  gezien de door het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten in mei 2020 uitgevoerde LGBTI-enquête II,

–  gezien het Europees burgerinitiatief “Housing for all”(27),

–  gezien de studie van de Commissie van juni 2020 getiteld “Legal gender recognition in the EU: the journeys of trans people towards full equality”(28),

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A9-0247/2020),

A.  overwegende dat toegang tot passende huisvesting een grondrecht is dat moet worden beschouwd als een conditio sine qua non voor de uitoefening van, en de toegang tot, andere grondrechten, en voor een menswaardig leven; overwegende dat de nationale, regionale en lokale overheden van de lidstaten verplicht zijn hun eigen huisvestingsbeleid vast te stellen en de nodige maatregelen te treffen opdat dit grondrecht in hun respectieve woningmarkten wordt gehandhaafd;

B.  overwegende dat overeenkomstig artikel 151 VWEU, de Unie en de lidstaten zich, indachtig sociale grondrechten zoals vastgelegd in het op 18 oktober 1961 te Turijn ondertekend Europees Sociaal Handvest en in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, ten doel stellen de bevordering van de werkgelegenheid, de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt, alsmede een adequate sociale bescherming, de sociale dialoog, de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen om een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau mogelijk te maken, en de bestrijding van uitsluiting;

C.  overwegende dat de EU en de lidstaten verplicht zijn eenieder te verzekeren van toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting overeenkomstig de fundamentele rechten als vastgesteld in de artikelen 16, 30 en 31 van het Europees Sociaal Handvest en de Europese Pijler van sociale rechten;

D.  overwegende dat artikel 36 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de Unie ertoe verbindt overeenkomstig de Verdragen de toegang tot diensten van algemeen economisch belang die in de nationale wetgevingen en praktijken is geregeld, te erkennen en te eerbiedigen, teneinde de sociale en territoriale samenhang van de Unie te bevorderen; overwegende dat diensten van algemeen belang als zodanig geclassificeerd zijn door de overheden van de lidstaten, en derhalve onderworpen zijn aan specifieke openbaredienstverplichtingen; overwegende dat deze diensten door de staat of door de particuliere sector kunnen worden verleend; overwegende dat deze diensten sociale huisvesting omvatten, als een sociale dienst van algemeen belang; overwegende dat sociale diensten van algemeen belang tegemoetkomen aan de behoeften van kwetsbare burgers en gebaseerd zijn op de beginselen van solidariteit en gelijke toegang; overwegende dat de mededeling van de Commissie inzake een kwaliteitskader voor diensten van algemeen belang in de EU toegang tot essentiële diensten voor alle burgers waarborgt en de kwaliteit van de sociale dienstverlening bevordert;

E.  overwegende dat SDG 11 specifieke streefdoelen voor 2030 bevat om toegang voor eenieder tot passende, veilige en betaalbare huisvesting en essentiële diensten te waarborgen, en sloppenwijken op te waarderen, en om inclusieve en duurzame urbanisatie, alsook de capaciteit voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke vestigingen in alle landen, te bevorderen;

F.  overwegende dat steeds meer mensen met een laag of een middeninkomen in de EU moeite hebben hun woonlasten op te brengen, met excessieve woon- en onderhoudskosten worden geconfronteerd, in onveilige, ongezonde, kwalitatief laagwaardige, ontoegankelijke, energie-inefficiënte of overvolle huizen wonen, of dakloos zijn of met uitzetting worden bedreigd;

G.  overwegende dat een toename van voltooide woningbouwprojecten de toegang tot huisvesting niet wezenlijk verbetert voor degenen wier inkomen te laag is om een huur op de vrije markt te kunnen betalen en te hoog om in aanmerking te komen voor een sociale-huurwoning; overwegende dat dit met name een probleem is voor alleenstaande ouders, grote gezinnen en starters op de arbeidsmarkt;

H.  overwegende dat ramingen van Eurofound laten zien dat niet-passende huisvesting de economieën van de EU jaarlijks 195 miljard EUR kost(29); overwegende dat in 2018 17,1 % van de inwoners van de EU in een overvolle woning woonde(30); overwegende dat 28,5 % van de jonge mensen tussen de 25 en 34 jaar in de EU bij hun ouders wonen; overwegende dat dit percentage beïnvloed wordt door meerdere, hoofdzakelijke sociaal-economische factoren, alsook door de beschikbaarheid van woningen(31); overwegende dat in 2030 meer dan twee derde van de wereldbevolking in steden zal wonen(32);

I.  overwegende dat 10,2 % van de EU-bevolking tussen 2010 en 2018 meer dan 40 % van hun besteedbaar inkomen aan huisvesting besteedde, alhoewel er grote verschillen waren tussen de EU-lidstaten onderling;

J.  overwegende dat de huizenprijzen al jarenlang stijgen, en sneller dan het besteedbaar inkomen; overwegende dat huisvesting momenteel de grootste uitgavenpost vormt voor Europese burgers;

K.  overwegende dat de woningmarkt naar schatting 25 000 miljard EUR genereert en daarmee van essentieel belang is voor de werkgelegenheid en als drijvende kracht achter economische bedrijvigheid fungeert, en onder meer gevolgen heeft voor de arbeidsmobiliteit, energie-efficiëntie, de infrastructuurbehoefte, de bestendigheid van de infrastructuur, duurzaam vervoer en stedelijke ontwikkeling;

L.  overwegende dat de betaalbaarheid van huisvesting en de woonomstandigheden voor eigenaren en huurders met een laag inkomen in de afgelopen decennia zijn verslechterd; overwegende dat bijna 38 % van de huishoudens die een verhoogd risico op armoede lopen meer dan 40 % van hun besteedbaar inkomen aan huisvesting besteedde; overwegende dat, als ook de huisvestingskosten in aanmerking worden genomen, 156 miljoen personen in de EU een risico op armoede lopen;

M.  overwegende dat de huurkosten in de EU de afgelopen tien jaar gestegen zijn, en dat hetzelfde geldt voor huizenprijzen in 22 lidstaten in de periode 2007-2019;

N.  overwegende dat uit het meest recente, na de uitbraak van de COVID-19-pandemie verzamelde bewijs blijkt dat de economische recessie en het banenverlies op de middellange termijn mogelijk leiden tot een verdere stijging van de buitensporige huisvestingskosten en het percentage daklozen in de EU;

O.  overwegende dat de huizencrisis zich in veel lidstaten vooral in stedelijke gebieden laat voelen, waar het moeilijk is geworden een betaalbare woning tegen marktcondities te vinden, waaronder voor huishoudens met een middeninkomen;

P.  overwegende dat de huizencrisis een verschijnsel is dat zich zowel in rijke als in minder rijke landen voordoet, en resulteert in sociale uitsluiting en ruimtelijke segregatie; overwegende dat de toegang tot fatsoenlijke en betaalbare woningen lastiger is voor kwetsbare groepen, zoals werkende armen, vrouwen, jongeren (met name jonge werklozen), alleenstaande ouders, grote gezinnen, ouderen (met name ouderen die alleen wonen), LGBTIQ-personen, migranten, vluchtelingen, personen met een handicap, personen met een fysieke of psychiatrische aandoening, en mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen, met inbegrip van Roma;

Q.  overwegende dat de COVID-19-crisis de problemen op de huizenmarkt, de excessieve schuldenlast waar veel mensen mee kampen, en het risico van uitzetting en dakloosheid verder heeft vergroot, en aan het licht heeft gebracht dat veel mensen, met name ouderen, maar ook arbeidsmigranten en seizoenswerkers, die geen toegang hebben tot huizen die aan de voorschriften inzake gezondheid en ‘social distancing’ voldoen, met onzekerheid worden geconfronteerd;

R.  overwegende dat 38 % van de respondenten in de door Eurofound uitgevoerde COVID-19-enquête aangeeft dat hun financiële situatie al in april 2020 was verslechterd, en dat 47 %(33) aangeeft moeite te hebben de eindjes aan elkaar te knopen, en dat dit percentage onder werkloze respondenten 87 % bedraagt; overwegende dat bijna 30 % van de respondenten achterloopt met de betaling van hun energierekening en 22 % met het betalen van de huur of hypotheek, en dat een vijfde van de respondenten bang is dat hun huisvesting in gevaar komt als het gevolg van huurachterstand; overwegende dat uit onderzoek door Eurofound blijkt dat in 2016 14 % van de mensen in de EU-28 aangaf dat zij de betalingen met betrekking tot hun huur, hypotheek, consumentenkrediet, leningen van vrienden of familie, of energie- of telefoonrekeningen, niet op tijd konden voldoen; overwegende dat, indien het aantal mensen dat het lastig (of zelfs zeer lastig) vindt om de eindjes aan elkaar te knopen maar (nog) geen betalingsachterstand heeft, meegerekend wordt, 21 % van de respondenten het risico loopt op een onoplosbare schuldenlast;

S.  overwegende dat de COVID-19-pandemie een verwoestend effect op de Europese arbeidsmarkt heeft gehad, en dat dit volgens ramingen van de Internationale Arbeidsorganisatie in het tweede kwartaal van 2020 leidde tot een verlies aan arbeidsuren van 44 miljoen voltijdequivalenten; overwegende dat de COVID-19-crisis de situatie van niet-gouvernementele en liefdadigheidsorganisaties die traditiegetrouw mensen helpen die zich in lastige woon- of leefomstandigheden bevinden, heeft verslechterd, en tot onzekerheid heeft geleid met betrekking tot de voortzetting van hun dienstverlening;

T.  overwegende dat het begrip gedwongen uitzetting verwijst naar het permanent of tijdelijk verwijderen van personen, gezinnen en/of gemeenschappen uit hun huis en/of van het stuk grond waarop ze wonen, zonder de beschikbaarheid van en toegang tot passende vormen van juridische of andere bescherming overeenkomstig de internationale mensenrechtenwetgeving; overwegende dat gedwongen uitzettingen al sinds jaar en dag worden erkend als grove schendingen van de mensenrechten;

U.  overwegende dat het niet over een passende woning beschikken voor veel burgers in de EU een grote uitdaging vormt; overwegende dat er momenteel geen exacte cijfers beschikbaar zijn over het aantal daklozen in de EU en dat nauwkeurig verzamelde gegevens onontbeerlijk zijn voor iedere vorm van doeltreffend overheidsbeleid;

V.  overwegende dat het percentage daklozen de afgelopen tien jaar in een groot aantal lidstaten is toegenomen als gevolg van de stijgende huisvestingskosten, de impact van de economische crisis en de in het verlengde daarvan getroffen maatregelen, waaronder het opschorten of van minder financiering voorzien van sociale programma’s en uitkeringen;

W.  overwegende dat het programma “Huisvesting voor alles” een geïntegreerde strategie is ter bestrijding van dakloosheid, op basis van een combinatie van huisvestingssteun, sociale voorzieningen en de integratie van daklozen op de arbeidsmarkt; overwegende dat de toepassing van de beginselen van dit programma door de lidstaten een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan het terugdringen van het aantal daklozen;

X.  overwegende dat beginsel 19 van de EPSR betrekking heeft op bijstand voor huisvesting en dakloosheid; overwegende dat de Commissie heeft aangekondigd dat zij ten laatste in februari 2021 een actieplan voor de uitvoering van het programma in kwestie; overwegende dat dakloosheid een schending vormt van het recht op passende huisvesting en een aantal andere mensenrechten, waaronder het recht op non-discriminatie, gezondheid, water en sanitaire voorzieningen, zekerheid van de persoon, en vrijheid van wrede, mensonterende en onmenselijke behandeling(34), en derhalve fundamenteel onverenigbaar is met de EU-doelstellingen van sociale vooruitgang en haar sociaal model; overwegende dat daklozen en mensen die in informele huisvesting wonen vaak het slachtoffer zijn van criminalisering, intimidatie, stigmatisering, sociale uitsluiting en discriminerende behandeling vanwege hun huisvestingsstatus; overwegende dat zij vaak ook geen toegang hebben tot sanitaire voorzieningen, worden opgepakt en uit de gemeenschap worden verdreven, en blootstaan aan extreme vormen van geweld; overwegende dat de levensverwachting van daklozen aanzienlijk lager ligt dan die van de bevolking in het algemeen;

Y.  overwegende dat de definitie van dakloosheid zowel het materiële aspect ervan (het niet over een minimaal passende woning beschikken), als het sociale aspect (een veilige plaats om een gezin te stichten of sociale relaties te onderhouden, aan het leven van de gemeenschap deel te nemen en een waardig leven te leiden) moet omvatten(35); overwegende dat de COVID-19-crisis heeft laten zien dat het bestrijden van dakloosheid een volksgezondheidskwestie is en dat het mogelijk is oplossingen te vinden, bijvoorbeeld het aanbieden van tijdelijke huisvesting en het instellen van een moratorium op uitzettingen, zoals de praktijk in meerdere lidstaten duidelijk heeft gemaakt;

Z.  overwegende dat de dakloosheid in ten minste 24 lidstaten toeneemt; overwegende dat in de EU iedere nacht 700 000 dakloze mensen hun toevlucht moeten zoeken in opvanghuizen of op straat moeten slapen, en dat dit aantal in tien jaar met 70 % is gestegen;

AA.  overwegende dat er een tekort is aan betaalbare sociale woningen, en aan toegankelijke woningen; overwegende dat 9,6 % van de bevolking in de EU-27 deel uitmaakt van een huishouden dat 40 % of meer van zijn equivalente beschikbare inkomen aan huisvesting besteedt(36); overwegende dat de woonlasten voor mensen met een handicap hoger liggen (12,5 % van alle personen met een handicap geeft bovenmatig veel uit aan woonlasten, terwijl dat bij personen zonder handicap 9,9 % is);

AB.  overwegende dat de betaalbaarheid van huisvesting moet worden gezien in algehele samenhang met het inkomensbeeld en de inkomensontwikkelingen, alsook met de rechtvaardige verdeling van woonruimte en de buitensporige stijgingen van de huisvestingskosten, en dat er een duidelijke genderdimensie aan verbonden is; overwegende dat tekortschietende woningmarkten de sociale cohesie in Europa in gevaar brengen, de dakloosheid en armoede doen toenemen, en het vertrouwen in de democratie doen afnemen; overwegende dat de nationale en lokale autoriteiten een adequaat huisvestingsbeleid moeten kunnen vaststellen, met inbegrip van staatssteunmaatregelen, teneinde al deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en voorwaarden en draagvlak te creëren voor investeringen in sociale en betaalbare huisvesting;

AC.  overwegende dat de overheidsuitgaven voor sociale huisvesting in Europa van land tot land verschillen, waarbij sommige landen meer overheidssteun voor huisvesting uittrekken dan andere; overwegende dat de behoefte aan sociale huisvesting sinds de financiële crisis van 2008 echter is toegenomen aangezien mensen met een lager inkomen onder steeds grotere financiële druk staan waar het huisvesting betreft; overwegende dat landen met een universeel model inzake sociale huisvesting over het algemeen over een grote huurwoningensector beschikken, met als overkoepelend doel sociale vermenging te bevorderen en segregatie op basis van sociaaleconomische factoren te voorkomen(37);

AD.  overwegende dat in 2018 de huizenprijzen in bijna alle lidstaten gestegen waren ten opzichte van 2015; overwegende dat de afgelopen drie jaar de huizenprijzen in de EU gemiddeld met 5 % zijn gestegen;

AE.  overwegende dat de overheidsinvesteringen in sociale huisvesting in de afgelopen jaren zijn afgenomen; overwegende dat de overheidsuitgaven (overdrachten en kapitaal) voor sociale huisvesting slechts 0,66 % van het Europees bbp vormen, hetgeen een laag bedrag is in vergelijking met de recente historische niveaus, en bovendien afneemt;

AF.  overwegende dat het woningbestand van de EU substantieel groeit, maar dat het woningtekort desondanks een aanzienlijk probleem blijft;

AG.  overwegende dat 10,3 % van de inwoners van de EU te kampen hebben met bovenmatige uitgaven voor huisvesting;

AH.  overwegende dat ongeschikte woonomstandigheden en daklosheid niet alleen een negatieve impact hebben op de fysieke en geestelijke gezondheid, het welzijn en de levenskwaliteit van mensen, maar ook op hun toegang tot werk en tot andere economische en sociale diensten;

AI.  overwegende dat de toegang tot recreatiefaciliteiten, gemeenschapscentra, parken en groenvoorzieningen ook een positieve impact op de kwaliteit van leven heeft; overwegende dat investeringen in sociale huisvesting ook bijdragen tot de bouw van meer fysieke, in de gemeenschap gewortelde infrastructuur (gemeenschapscentra, sportfaciliteiten, e.d.), en tot gemeenschapsprogramma’s ter verbetering van de kwaliteit van leven;

AJ.  overwegende dat de WHO huisvesting als een sleutelsector heeft aangemerkt voor het aanpakken van ongelijkheden op gezondheidsgebied(38); overwegende dat 2,1 % van de Europese burgers geen badkamer, douche of toiletvoorzieningen in hun woning hebben; overwegende dat de meeste van deze burgers in vijf lidstaten wonen: Roemenië (27,7 %), Bulgarije (15,3 %), Litouwen (10,6 %), Letland (9,9 %) en Estland (5,3 %)(39); overwegende dat met name plattelandsgebieden lijden onder achterblijvende investeringen in de toegang tot sanitaire en andere basisvoorzieningen; overwegende dat de Europese Unie bij het vaststellen en uitvoeren van haar beleid en activiteiten een hoog niveau van bescherming van de gezondheid moet waarborgen;

AK.  overwegende dat, volgens de Commissie, huishoudens met kinderen in het algemeen een groter risico lopen op slechte woonomstandigheden, en dat het percentage kinderen dat in overvolle huishoudens leeft hoger is bij kinderen in armoede dan onder de bevolking in het algemeen; overwegende dat gebrek aan toegang tot sociale huisvesting een obstakel vormt voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, en dat dit toe te schrijven is aan een tekort aan sociale woningen, resulterend in lange wachtlijsten; overwegende dat goed verwarmde woningen met veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, en huisvesting in het algemeen, van cruciaal belang zijn voor de gezondheid, het welzijn, de groei en de ontwikkeling van kinderen; overwegende dat passende huisvesting voorts bevorderlijk is voor het leer- en studievermogen van kinderen(40);

AL.  overwegende dat energie-armoede een groot, moeilijk uit te roeien probleem is, dat miljoenen mensen in de EU treft, en verder overwegende dat COVID-19 deze crisis verder vergroot, omdat verplicht thuisblijven tot meer energieverbruik en hogere energierekeningen leidt; overwegend dat, daarnaast, als gevolg van COVID-19 veel werknemers hun baan of een deel van hun inkomen zijn kwijtgeraakt, ondanks de financiële steunmaatregelen en de kortetermijnarbeidsregelingen die de meeste lidstaten hebben ingevoerd en waaraan de EU ondersteuning heeft verleend; overwegende dat huisvestingstoelagen en huursubsidies vaak niet volstaan om de daadwerkelijke huisvestingskosten te dekken en dat in sommige landen sprake is van zeer strikte criteria die de toegang tot huisvestingstoelagen onmogelijk maken voor kwetsbare groepen;

AM.  overwegende dat de Europese samenlevingen aan het vergrijzen zijn en te kampen hebben met demografische veranderingen; overwegende dat naarmate mensen ouder worden de huisvesting daaraan moet worden aangepast, rekening houdend met veranderingen van levensstijl of gezinssamenstelling; overwegende dat de toegang tot huisvesting onder meer wordt bemoeilijkt door ontoegankelijkheid, eenzaamheid, veiligheidsoverwegingen en onderhoudskosten;

AN.  overwegende dat woningen veilig, comfortabel en onderhoudsarm moeten zijn, wat met name belangrijk is voor ouderen;

AO.  overwegende dat de energie-efficiëntie van het woningbestand directe gevolgen heeft voor de energiearmoede en de onderhoudskosten; overwegende dat de gas- en energiemarkt tot de meest winstgevende sectoren ter wereld behoort, maar dat bijna 7 % van de huishoudens in de EU niet in staat is de energierekeningen te betalen(41); overwegende dat huishoudens met lagere inkomens bovendien meer voor energie betalen; overwegende dat de renovatiegolf in belangrijke mate tot energiebesparing, kostenreducties en een geringer energieverbruik kan bijdragen, en, dus, tot verlichting van de energie-armoede en verbetering van het comfort en de sanitaire en wooncondities van eenieder;

AP.  overwegende dat het uiterlijk in 2050 koolstofvrij maken van de EU-economie een gemeenschappelijke doelstelling is in de strijd tegen de klimaatverandering, die grotendeels het gevolg is van de energie die in gebouwen gebruikt wordt voor verwarming en koeling; overwegende dat de Europese Unie zichzelf door middel van de Europese Green Deal ten doel heeft gesteld gebouwen energie-efficiënter te maken;

AQ.  overwegende dat in meer dan de helft van de lidstaten er nu 500 woningen per 1 000 inwoners beschikbaar zijn; overwegende dat dit aantal het hoogste is in landen die een vakantiebestemming vormen, waar vakantiewoningen in toeristische trekpleisters die bestemd zijn voor gebruik tijdens het vakantieseizoen niet bijdragen aan het lenigen van de behoefte aan huisvesting in de samenleving in het algemeen(42);

AR.  overwegende dat vluchtelingen, asielzoekers, migranten, met name zij die geen documenten hebben, intern verdrevenen, staatlozen, mensen met een handicap, kinderen en jongeren, inheemse bevolkingsgroepen, vrouwen, LGBTIQ-personen, ouderen en leden van raciale, etnische en religieuze minderheden onevenredig sterk vertegenwoordigd zijn in de groepen die dakloos zijn, in informele woonomstandigheden of in niet-passende huizen leven, en vaak verdrongen worden naar de meest marginale en onveilige gebieden; overwegende dat de bedoelde groepen vanwege hun huisvestingsstatus vaak ook met intersectionele discriminatie te maken krijgen; overwegende dat de Europese Unie bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden streeft naar bestrijding van iedere discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid;

AS.  overwegende dat de Commissie op 12 november 2020 haar eerste gelijkheidsstrategie voor LGBTIQ-personen heeft aangenomen;

AT.  overwegende dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa de lidstaten door middel van Aanbeveling CM/Rec(2010)5 heeft aangeraden maatregelen te treffen om te waarborgen dat iedereen op doeltreffende en gelijke wijze het recht op huisvesting kan uitoefenen, zonder discriminatie wegens seksuele geaardheid of genderidentiteit; overwegende dat het Comité voorts heeft aangeraden dat er passende aandacht moet worden besteed aan het risico op dakloosheid voor LGBTIQ-personen, met inbegrip van jongeren en kinderen die extra kwetsbaar zijn voor sociale uitsluiting, onder meer door hun eigen familie;

AU.  overwegende dat de studie van de Commissie inzake wettelijke gendererkenning in de EU discriminatie van transgender personen en gendervariante personen bij de toegang tot de woningmarkt onder de aandacht heeft gebracht, onder meer met betrekking tot het verlies van woningen als gevolg van verplichte echtscheiding in het kader van sommige gendererkenningsprocedures in de EU; overwegende dat de toegang tot wettelijke gendererkenning de kansen van transgender personen op het vinden van een woning verhoogt indien hun documenten overeenkomen met hun genderexpressie;

AV.  overwegende dat de Commissie over aanzienlijke bevoegdheden beschikt met betrekking tot de huizenmarkt, waaronder op de gebieden bankentoezicht, monetair beleid, leningen, hypotheken, schuldfaciliterings- en regelingsprocedures, alsook interventiecapaciteit in het geval van financiële zeepbellen, overheidsuitgaven in verband met de financiering van sociale huisvesting en niet-renderende leningen; overwegende dat overeenkomstig Protocol nr. 26 van het VWEU de verrichting van diensten van algemeen economisch belang (DAEB), waaronder de voorziening van sociale en betaalbare huisvesting, moet stoelen op specifieke nationale, regionale of lokale bevoegdheden, op een manier die in overeenstemming is met de behoeften van de woningmarkt en de burgers;

AW.  overwegende dat de speculatieve verwerving van onroerend goed en grond een belangrijke rol speelt bij de aanhoudende stijging van de huizenprijzen; overwegende dat met name in steden en (voor)stedelijke gebieden sprake is van een sterke en aanhoudende stijging van de huizenprijzen en marktconforme huurprijzen;

AX.  overwegende dat het begrip gedwongen uitzetting verwijst naar het permanent of tijdelijk verwijderen van personen, gezinnen en/of gemeenschappen uit hun huis en/of van het stuk grond waarop ze wonen, zonder de beschikbaarheid van en toegang tot passende vormen van juridische of andere bescherming overeenkomstig de internationale mensenrechtenwetgeving; overwegende dat gedwongen uitzettingen al sinds jaar en dag worden erkend als grove schendingen van de mensenrechten;

Zorgen voor passende, energie-efficiënte en gezonde huisvesting

1.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat het recht op passende huisvesting door middel van Europese en nationale wettelijke bepalingen wordt erkend en afdwingbaar is als fundamenteel mensenrecht; verzoekt de Commissie en de lidstaten zorg te dragen voor gelijke toegang voor iedereen tot fatsoenlijke huisvesting, met inbegrip van schoon drinkwater van hoge kwaliteit en passende en billijke sanitaire voorzieningen en hygiëne, aansluiting op de riolering en het drinkwaternet, een binnenmilieu van hoge kwaliteit en betaalbare, betrouwbare en duurzame energie voor iedereen, en zo bij te dragen tot de uitbanning van armoede in al haar vormen, de bescherming van de mensenrechten van kansarme huishoudens en de ondersteuning van de meest kwetsbare groepen, teneinde hun gezondheid en welzijn te beschermen;

2.  roept nogmaals op tot een EU-brede actie voor een moratorium op het afsluiten van de verwarming tijdens de winter, en vraagt dat uithuiszettingen tijdens de winter worden opgeschort; veroordeelt de omzeiling van het moratorium door het niet aansluiten van de verwarming in de herfst, waardoor het moratorium dode letter blijft; vraagt de Commissie erop toe te zien dat energieleveranciers beschermingsregelingen vaststellen om de levering van huishoudelijke energie aan de meest behoeftigen te garanderen, aangezien toegang tot elementaire nutsvoorzieningen zoals water, elektriciteit en sanitaire voorzieningen van essentieel belang is voor het verwezenlijken van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen;

3.  vraagt dat er op EU-niveau verplichte minimumvereisten voor gezonde woningen, met inbegrip van de binnenluchtkwaliteit, worden ingevoerd, die ten minste moeten zijn afgestemd op de richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO); verzoekt de lidstaten de basisregels inzake openbare sanitaire voorzieningen en volksgezondheid alsook de richtsnoeren van de WHO inzake passende huisvesting, gezondheid en temperatuur na te leven en te handhaven, en nationale beste praktijken en beschouwingen uit te wisselen;

4.  verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit toe te kennen aan emissiereducties en energie-efficiëntie door middel van woningrenovatie; steunt de nadruk die met de renovatiegolf wordt gelegd op het aanpakken van energiearmoede en de slechtst scorende gebouwen, in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van de Europese Green Deal, om te zorgen voor een sociaal rechtvaardige transitie naar een klimaatneutrale economie waarbij niemand buiten de boot valt; vraagt dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan sociale huisvesting, eengezinswoningen en door de eigenaren bewoonde flatgebouwen, alsook aan het aanpakken van niet-passende huisvesting en de beschikbaarheid van woningen; benadrukt in dit verband dat huurders en eigenaren-bewoners volledig moeten worden geïnformeerd over en worden betrokken bij renovatieprojecten, en door die projecten niet met hogere totale kosten mogen worden geconfronteerd;

5.  vraagt de lidstaten energiebesparingscampagnes te voeren; wijst op de rol die minimumnormen inzake energieprestaties vervullen bij het stimuleren van de omvang en intensiteit van renovaties van de slechtst scorende gebouwen, en is verheugd dat in het kader van de renovatiegolf wordt gepland om bij de komende herziening van de energie-efficiëntierichtlijn en de richtlijn energieprestatie van gebouwen verplichte minimumnormen voor de energieprestatie van bestaande gebouwen in te voeren;

6.  is verheugd dat de Commissie in het kader van de renovatiegolf steun verleent voor financieringsoplossingen voor huishoudens met een laag inkomen; is ingenomen met het model voor kostenneutraliteit in de huisvestingssector (waarin huurprijzen, energiekosten, operationele kosten en gemeentebelastingen zijn verwerkt), aangezien hiermee sociale en economische doelstellingen worden gecombineerd en “renovictie” (uitzettingen omdat een gebouw uitgebreid moet worden gerenoveerd) wordt voorkomen, zodat hogere huurprijzen volledig worden gecompenseerd door energiebesparingen; benadrukt dat huurders tijdens woningrenovaties moeten worden beschermd tegenhuisuitzetting;

7.  merkt op dat participatie, communicatie en financiële stimulansen van groot belang zullen zijn om renovaties te stimuleren, met name in flatgebouwen; verzoekt de Commissie, de lidstaten en financieringsinstellingen ervoor te zorgen dat renovatiefinanciering ruim beschikbaar is en dat alle eigendomscategorieën daarvoor in aanmerking komen, ook in situaties waarin er geen eigenaarsverenigingen zijn;

8.  verzoekt de Commissie in het meerjarig financieel kader en Next Generation EU prioriteit toe te kennen aan de renovatiegolf, door mensen in kwetsbare situaties een centrale plaats in het herstelbeleid te geven, en te zorgen voor gelijke toegang tot renovatieprojecten voor iedereen, aangezien investeringen op dit gebied als anticyclische ingreep met een groot werkgelegenheidspotentieel kunnen fungeren; verzoekt de lidstaten in hun herstel- en veerkrachtplannen prioriteit toe te kennen aan renovatie, om de doelstelling van grondige renovatie van 3 % van het Europese gebouwenbestand per jaar te helpen verwezenlijken; vraagt dat er ook bijzondere aandacht wordt besteed aan gebouwen met een hoog aardbevingsrisico in de aardbevingsgebieden in Europa;

9.  vraagt de EU en de lidstaten de circulaire economie in de bouwsector te ondersteunen en circulaire beginselen met verplichte groene criteria toe te passen op gebouwen en producten; verzoekt de EU en de lidstaten bij de overweging van renovatieopties op bouw- en productniveau de voorkeur te geven aan bouwproducten die zijn vervaardigd van koolstofarme, duurzame en niet-toxische materialen die ook eenvoudig te repareren en te hergebruiken zijn, en een snelle transitie naar hernieuwbare energiebronnen voor verwarming en koeling aan te moedigen; wijst erop dat milieuvriendelijkere woningen die met milieuvriendelijkere en duurzamere materialen zijn gebouwd, brede maatschappelijke en individuele economische voordelen zullen opleveren; verzoekt de Commissie en de lidstaten groene sociale huisvesting op te nemen in hun investeringsplannen voor huisvesting, met inbegrip van duurzaamheidscriteria voor sociale huisvesting;

10.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de regels voor overheidsopdrachten innovatie en langetermijnpartnerschappen voor renovatie in de socialehuisvestingssector mogelijk maken, zoals de slimmebuurtbenadering die wordt voorgesteld in het kader van het initiatief voor betaalbare huisvesting in het kader van de renovatiegolf;

11.  verzoekt de lidstaten programma’s en stimulansen te bevorderen die beogen families in staat te stellen bij elkaar in de buurt te wonen, de intergenerationele banden te versterken en ouderen die om financiële of gezondheidsredenen hun woning moeten verlaten, in staat te stellen nieuwe huisvesting te vinden die in hun behoeften voorziet zonder dat zij de gemeenschap waar zij jarenlang deel van hebben uitgemaakt, hoeven te verlaten;

Dakloosheid aanpakken en discriminatie bestrijden

12.  vraagt om een doelstelling op EU-niveau om uiterlijk in 2030 een einde te maken aan dakloosheid; verzoekt de Commissie krachtigere maatregelen te nemen om de lidstaten te ondersteunen bij het verminderen en uitbannen van dakloosheid als dringende prioriteit in het kader van het actieplan inzake de Europese Pijler van sociale rechten;

13.  verzoekt de Commissie een voorstel voor een EU-kader voor nationale strategieën inzake dakloosheid te presenteren, en dringt er voorts bij de lidstaten op aan het beginsel “eerst een woning” toe te passen en prioriteit toe te kennen aan het verschaffen van permanente huisvesting aan daklozen, onder meer door proactieve en reactieve maatregelen als onderdeel van hun nationale strategieën inzake dakloosheid, op basis van structureel overleg met ngo’s die actief zijn op het gebied van dakloosheid, armoede en discriminatie;

14.  is van mening dat de Commissie de toepassing van geslaagde bestaande modellen zoals “eerst een woning” nader moet onderzoeken via passende financieringsinstrumenten zoals het Europees Sociaal Fonds Plus en het Europees Fonds voor regionale àntwikkeling;

15.  wijst op de noodzaak van interministeriële en intergouvernementele samenwerking bij de ontwikkeling en uitvoering van deze strategieën en op de noodzaak van participatie van belangrijke belanghebbenden, en pleit voor uitwisseling van de beste praktijken tussen de lidstaten;

16.  benadrukt het belang van het verzamelen van betrouwbare gegevens over dakloosheid, met inbegrip van dakloosheid onder jongeren, in samenwerking met de relevante ngo’s en autoriteiten die actief zijn in dienstverlening voor daklozen of mensen die het risico lopen dakloos te worden; verzoekt de Commissie en de lidstaten om een gemeenschappelijke kaderdefinitie van dakloosheid en coherente indicatoren inzake dakloosheid in de EU vast te stellen, zodat alle EU-lidstaten hetzelfde onder dakloosheid verstaan, zodat de omvang van dit probleem in de verschillende EU-lidstaten op systematische wijze kan worden vergeleken en beoordeeld, en zodat het percentage dakloosheid systematisch op EU-niveau kan worden gemonitord via instellingen zoals Eurostat; vraagt dat er gebruik wordt gemaakt van bestaande instrumenten zoals de Europese typologie van dakloosheid en uitsluiting van huisvesting;

17.  verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te treffen en programma’s uit te voeren voor jongeren die het risico lopen dakloos te worden wanneer ze 18 worden; verzoekt de Commissie financiële steun te verlenen voor jongeren die zelfstandig gaan wonen, de toegang tot informatie over financiering voor betaalbare huisvesting te verbeteren en ervoor te zorgen dat de herziene jongerengarantie dakloosheid onder jongeren, die in veel EU-landen toeneemt, helpt aan te pakken;

18.  is verheugd dat er in de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers aandacht wordt besteed aan dakloosheid onder lhbtiq’ers, en met name onder lhbtiq-jongeren; verzoekt de Commissie instrumenten ter verbetering van het verzamelen van gegevens te creëren, onderzoek in de hele EU te bevorderen en de uitwisseling van benaderingen voor de aanpak van dakloosheid onder lhbtiq’ers tussen de lidstaten te faciliteren;

19.  herhaalt zijn oproep van 16 januari 2014 om te stoppen met het criminaliseren van daklozen en met de discriminerende praktijken die worden toegepast om daklozen de toegang tot sociale dienstverlening en opvangcentra te ontzeggen;

20.  verzoekt het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten de monitoring van haatmisdrijven en incidenten die door aporofobie zijn ingegeven, te intensiveren; benadrukt dat armoede en dakloosheid geen misdrijf zijn; verzoekt de lidstaten in hun overheidsbeleid mechanismen vast te stellen om de veiligheid van daklozen te waarborgen en aporofobie in hun openbareveiligheidsbeleid op te nemen als haatmisdrijf; verzoekt de Commissie en de lidstaten discriminatie op grond van dakloosheid of een andere huisvestingsstatus te verbieden en aan te pakken, alle wetten en maatregelen op grond waarvan dakloosheid of daarmee verband houdend gedrag, zoals slapen of eten in de openbare ruimte, worden gecriminaliseerd of bestraft, in te trekken, en een verbod in te stellen op de gedwongen verwijdering van daklozen uit openbare ruimten – tenzij hun een veilig huisvestingsalternatief wordt verschaft – en op de vernietiging van hun persoonlijke eigendommen;

21.  verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat buitengewone maatregelen ter voorkoming van dakloosheid en ter bescherming van daklozen tijdens de COVID-19-crisis, in het bijzonder moratoria op huisuitzetting en afsluiting van de energievoorziening en de verschaffing van tijdelijke huisvesting, zo lang als nodig is worden gehandhaafd, en worden gevolgd door passende en permanente oplossingen; verzoekt de lidstaten non-gouvernementele organisaties en liefdadigheidsinstellingen die gezondheids- en sociale diensten aan daklozen verstrekken en hen helpen zich te beschermen tegen COVID-19, te steunen en te bevorderen;

22.  erkent dat in sommige noodsituaties, bijvoorbeeld wanneer mensen in een onzekere administratieve situatie verkeren of voor slachtoffers van huiselijk geweld, noodhuisvestingsoplossingen zoals opvangcentra beschikbaar moeten worden gesteld aan mensen in nood; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat niemand buiten moet slapen door een gebrek aan fatsoenlijke alternatieven; verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken om in situaties van acute woningnood onvoorwaardelijke toegang tot noodopvang van adequate kwaliteit te bevorderen voor iedereen die daar behoefte aan heeft; benadrukt evenwel dat dit slechts een tijdelijke oplossing mag zijn en geen alternatief is voor structurele oplossingen zoals het voorkomen van dakloosheid en het verschaffen van passende huisvesting en sociale ondersteuning;

23.  merkt op dat vrouwen bijzonder zwaar worden getroffen door de huisvestingscrisis; wijst erop dat vrouwen meer met armoede te kampen hebben, deels door de loon- en pensioenkloof tussen vrouwen en mannen, en ook doordat zij vaker deeltijds werken; benadrukt dat dakloosheid onder vrouwen vaak minder zichtbaar is en een specifieke aanpak vergt; verzoekt de Commissie en de lidstaten in het kader van hun nationale strategieën inzake dakloosheid een genderspecifieke aanpak te ontwikkelen om steun te verlenen aan dakloze vrouwen, die vaak complexe trauma’s hebben opgelopen en opnieuw getraumatiseerd dreigen te raken, bijvoorbeeld door huiselijk geweld en misbruik, scheiding van hun kinderen, stigmatisering en een gebrek aan veilig onderkomen; verzoekt de Commissie en de lidstaten in het kader van hun huisvestingsbeleid een genderspecifieke aanpak te ontwikkelen, met name door steun te verlenen aan vrouwen in specifieke situaties, zoals alleenstaande moeders;

24.  herinnert eraan dat social distancing en quarantaine als gevolg van COVID-19 een dramatisch effect hebben gehad op het aantal gevallen van geweld tegen vrouwen, waaronder een toename van het aantal gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling; wijst erop dat economische onafhankelijkheid van vrouwen een belangrijk instrument is gebleken voor het tegengaan van gendergerelateerd geweld; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom financiële steun te verlenen aan vrouwen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld en zelfstandig gaan wonen, en betere toegang te bieden tot informatie over financiering voor betaalbare huisvesting, teneinde hen economisch onafhankelijker te maken en hun levensstandaard te verhogen;

25.  dringt aan op een alomvattende en geïntegreerde armoedebestrijdingsstrategie met een specifieke armoedereductiedoelstelling, ook voor kinderarmoede; verzoekt de Commissie en de lidstaten het recht van kinderen op passende huisvesting te waarborgen, onder meer door steun te verlenen aan ouders die het moeilijk hebben om hun woning te behouden of een woning te vinden, zodat ze bij hun kinderen kunnen blijven, en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan jongvolwassenen die een jeugdbeschermingsinstelling verlaten; verzoekt de Commissie uiterlijk in 2021 een Europese kindergarantie voor te stellen, met een specifieke begroting van 20 miljard EUR, om ervoor te zorgen dat ieder kind in de EU toegang heeft tot onder meer fatsoenlijke huisvesting;

26.  verzoekt de lidstaten te zorgen voor gelijke toegang tot fatsoenlijke huisvesting voor iedereen, racisme en zigeunerhaat te bestrijden en te garanderen dat er niet wordt gediscrimineerd op een van de in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie genoemde gronden; verzoekt de Commissie en de lidstaten zorg te dragen voor de tenuitvoerlegging van het Handvest, de richtlijn inzake gelijke behandeling ongeacht ras of etnische afstamming, het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; vraagt dat daarbij speciale aandacht wordt besteed aan intersectionele discriminatie; verzoekt de Raad de horizontale antidiscriminatierichtlijn spoedig goed te keuren; verzoekt de Commissie het politieke engagement van de lidstaten effectief te evalueren en inbreukprocedures in te leiden tegen lidstaten die de antidiscriminatiewetgeving van de EU niet handhaven of daklozen criminaliseren;

27.  dringt er bij de lidstaten op aan beleidsmaatregelen tegen huisjesmelkerij en uitbuiting op de woningmarkt vast te stellen en uit te voeren, en goede praktijken met betrekking tot deze beleidsmaatregelen uit te wisselen;

28.  stelt met grote bezorgdheid vast dat de situatie van Roma nog steeds uitermate zorgwekkend is en dat velen vaak in gesegregeerde nederzettingen met ondermaatse levensomstandigheden wonen; verzoekt de lidstaten ruimtelijke desegregatie te bevorderen en Roma-begunstigden bij het ontwerpen, uitvoeren, monitoren en evalueren van alle stadia van huisvestingsprojecten te betrekken, teneinde er effectief voor te zorgen dat zij de nodige informatie krijgen om te profiteren van de bestaande middelen en van antidiscriminatiebeleid en mechanismen om gedwongen huisuitzettingen te voorkomen, en niet-sedentaire Roma voldoende en passende verblijfslocaties ter beschikking te stellen; benadrukt dat er in dit verband dringend behoefte is aan voorlichtings- en bewustmakingscampagnes en aan overheidsinvesteringen, die ook vanwege de gevaren van de COVID-19-pandemie des te noodzakelijker zijn geworden; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan het geplande Fonds voor een rechtvaardige transitie zoals gepland te gebruiken om de huisvestings-, gezondheids- en werkgelegenheidssituatie te verbeteren teneinde niemand, met inbegrip van de Roma, aan zijn lot over te laten;

29.  waarschuwt dat huisuitzettingen alleen stroken met het internationaal recht inzake de mensenrechten indien is voldaan aan een aantal criteria, waaronder zinvol overleg met de betrokkenen, verkenning van alle haalbare alternatieven, verhuizing naar passende huisvesting met instemming van de getroffen huishoudens zodat niemand dakloos wordt, toegang tot het gerecht om ervoor te zorgen dat de procedures eerlijk verlopen, en eerbiediging van alle mensenrechten; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat indien niet aan deze criteria wordt voldaan, huisuitzettingen worden geacht onder dwang te zijn geschied en een schending van het recht op huisvesting vormen; dringt erop aan dat gedwongen huisuitzettingen als gedefinieerd in het internationaal recht inzake de mensenrechten onder alle omstandigheden worden verboden;

30.  merkt met grote bezorgdheid op dat personen met een handicap op huisvestingsgebied vaak te maken hebben met diverse complexe uitdagingen en verschillende soorten ontzegging van rechten, zoals de afwezigheid van het recht om met gelijke kansen in de gemeenschap te leven, het ontbreken van de nodige gemeenschapsdiensten om de overgang van institutionele zorg naar leven binnen de gemeenschap te waarborgen, gedwongen verblijf in gesegregeerde residentiële instellingen, armoede, onvoldoende toegang tot huisvestingsprogramma’s, bestaande barrières voor de toegankelijkheid, enz.; herinnert de Commissie en de lidstaten eraan dat het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap hun verplichtingen oplegt; pleit voor een snelle de‑institutionalisering in heel Europa en de aanwending van beschikbare Europese en nationale fondsen om voor toegankelijke, niet-gesegregeerde huisvesting te zorgen en personen met een handicap de nodige gemeenschapsdiensten te verstrekken om hun recht om zelfstandig in de gemeenschap te wonen te waarborgen en ervoor te zorgen dat zij gelijke kansen hebben om deel te nemen aan het maatschappelijk leven;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten erop toe te zien dat er geen middelen van de EU of de lidstaten worden aangewend voor huisvestingsprojecten die leiden tot segregatie of sociale uitsluiting; verzoekt de lidstaten altijd rekening te houden met de kwaliteit van de huisvesting met betrekking tot stadsontwikkeling, architectuur en functionaliteit, teneinde het welzijn van eenieder te verbeteren; verzoekt de Commissie en de lidstaten programma’s en stimulansen te bevorderen die intergenerationele banden helpen aanhalen en versterken die mensen, en met name ouderen, die om financiële of gezondheidsredenen hun woning moeten verlaten, in staat stellen nieuwe huisvesting te vinden die in hun behoeften voorziet zonder dat zij hun gemeenschap hoeven te verlaten;

32.  verzoekt de Commissie en de lidstaten in het kader van de geplande golf van renovatie van openbare en particuliere gebouwen een algemene verplichting op te leggen om aan toegankelijkheidscriteria te voldoen, en het potentieel ervan te benutten om de toegankelijkheid voor personen met een handicap, ouderen en mensen met motorische problemen of beperkte zintuiglijke vermogens te verbeteren teneinde de huisvesting comfortabel voor de bewoners te maken en toekomstbestendig te maken in het licht van de toenemende demografische veranderingen;

Een geïntegreerde aanpak van sociale, openbare en betaalbare huisvesting op EU-niveau

33.  vraagt de Commissie en de lidstaten om van huisvesting een van de hoekstenen van het actieplan inzake de Europese Pijler van sociale rechten te maken; herinnert eraan dat het beleid, de financieringsprogramma’s en de financieringsinstrumenten van de EU een grote invloed hebben op de huizenmarkten, de kwaliteit van het woningbestand en het leven van de burgers; verzoekt de Commissie dringend een geïntegreerde strategie op EU-niveau te ontwikkelen voor sociale, openbare, niet-gesegregeerde en betaalbare huisvesting en daarmee een faciliterend kader te scheppen zodat nationale, regionale en lokale autoriteiten voor veilige, gezonde, toegankelijke, betaalbare en kwalitatief hoogwaardige huisvesting voor iedereen kunnen zorgen; verzoekt de Commissie in het kader van deze strategie haar maatregelen te verbeteren om alle overheidsniveaus ertoe te bewegen het recht op fatsoenlijke huisvesting voor iedereen ten volle en consistent ten uitvoer te leggen;

34.  juicht het toe dat betaalbare huisvesting in het Europees Semester is opgenomen; vraagt de Commissie ervoor te zorgen dat alle landspecifieke aanbevelingen op positieve wijze bijdragen tot de volledige en consistente tenuitvoerlegging van de beginselen van de Europese Pijler van sociale rechten en tot de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN en de klimaatdoelstellingen van de EU zoals vastgesteld in de Green Deal; vraagt de lidstaten de landspecifieke aanbevelingen inzake betaalbare huisvesting ten uitvoer te leggen; stelt dat er nationale plannen voor betaalbare huisvesting moeten worden opgenomen in de nationale hervormingsprogramma’s, en vraagt de Commissie en de lidstaten specifieke strategieën vast te stellen om belemmeringen voor het recht op huisvesting, zoals discriminatie, speculatie, wurgkredieten, landroof, conflicten, gedwongen huisuitzettingen, milieuschade en kwetsbaarheid voor rampen aan te pakken;

35.  benadrukt dat het indexcijfer van de huizenprijzen moet worden verfijnd; beschouwt een woning als betaalbaar als het resterende budget van de bewoner ten minste volstaat om ook andere uitgaven te dekken die essentieel zijn voor een waardig leven; benadrukt dat er op EU-niveau een alomvattende definitie van betaalbare huisvesting moet worden ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met een hele reeks indicatoren, zoals het aantal huisuitzettingen en de armoedecijfers; wijst erop dat de huidige referentiedrempel voor bovenmatige uitgaven voor huisvesting, namelijk 40 % van het besteedbare inkomen van een huishouden, onvoldoende representatief is voor het aantal huishoudens dat met bovenmatige uitgaven voor huisvesting te kampen heeft; vraagt dat de referentiedrempel wordt herbekeken en verzoekt Eurostat een ruimere reeks gegevens over de uitgaven voor huisvesting van huishoudens te produceren, namelijk van 25 % tot 40 % van het beschikbare inkomen met intervallen van 5 %;

36.  vraagt de Commissie via Eurostat (communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC)) en de Europese waarnemingspost voor energiearmoede meer nauwkeurige, kwalitatief hoogwaardige en vergelijkbare gegevens over de huizenmarkten te verzamelen en de betaalbaarheid van huisvesting in de hele EU te monitoren, ook op lokaal en regionaal niveau, rekening houdend met de fragmentatie van de nationale woningmarkten en de verschillen tussen de lidstaten;

37.  verzoekt de Raad en de lidstaten de informele bijeenkomsten van de ministers van Huisvesting nieuw leven in te blazen, ook het Parlement daarbij te betrekken, deze bijeenkomsten open te stellen voor belanghebbenden en een herzien formaat van de contactpunten voor huisvesting te presenteren, teneinde te zorgen voor een mechanisme voor informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en een platform te bieden voor de uitwisseling van beste praktijken om dakloosheid aan te pakken en fatsoenlijke en betaalbare huisvesting te verschaffen;

38.  moedigt de lidstaten aan om samen te werken aan de financiering van sociale investeringen die beogen huisvestingsproblemen op te lossen samen met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, waarvan er veel een belangrijke rol vervullen of kunnen vervullen bij het ontwikkelen en onderhouden van passende huisvestingsoplossingen voor mensen in kwetsbare situaties;

39.  vraagt de lidstaten meer te investeren in toegankelijke verpleeghuizen voor ouderen, met hoogwaardige zorgvoorzieningen, die toegankelijk zijn voor bredere lagen van de oudere bevolking;

Zorgen voor huurbescherming en inclusieve woningmarkten

40.  wijst erop dat 25,1 % van de Europese huurders die marktconforme huurprijzen betalen, meer dan 40 % van hun inkomen aan huur besteden en dat de huurprijzen gemiddeld voortdurend blijven stijgen(43); verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten wettelijke bepalingen, met inbegrip van duidelijke huurvoorschriften, in te voeren om de rechten van huurders en eigenaren-bewoners te beschermen, de veiligheid van zowel eigenaars als huurders te bevorderen en huisuitzettingen te voorkomen, ook na renovatiemaatregelen, en ook als het gaat om bewoners van een woning waarvan de staat is onteigend in het kader van een restitutieprocedure; verzoekt de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten voor huurtransparantie te zorgen en steun te verlenen aan organisaties die zich bezighouden met de bescherming van huurders en eigenaren-bewoners, en in laagdrempelige procedures voor de beslechting van juridische geschillen te voorzien;

41.  verzoekt de lidstaten hun huisvestingsbeleid te stoelen op het beginsel van neutraliteit tussen huiseigenaarschap, particuliere huurwoningen en sociale huurwoningen; verzoekt de Commissie dit beginsel in acht te nemen in het Europees Semester; is van mening dat het begrip recht op huisvesting niet in nauwe zin dient te worden gedefinieerd als sociale huisvesting, maar in ruimere zin, namelijk als het recht om op vredige, veilige en waardige wijze in een woning te wonen; benadrukt hoe belangrijk het is dat er transparante criteria worden vastgesteld om voor sociale en met openbare middelen gefinancierde huisvesting in aanmerking te komen, teneinde gelijke toegang tot huisvesting te waarborgen; moedigt de lidstaten aan om nationale strategieën in te voeren ter preventie van sociale segregatie, door middel van een grotere geografische spreiding van sociale woningen die beschikbaar zijn voor alle burgers, ongeacht status, gender, godsdienst of etnische afkomst; verzoekt de lidstaten de toegang tot huisvesting te vergemakkelijken en diverse wijken te bevorderen door een betere toegang tot kredietfaciliteiten en verhuur met kooprecht voor jongeren, gezinnen met een laag of middeninkomen en mensen uit sociaal en economisch achtergestelde groepen; moedigt de lidstaten aan om met de banksector samen te werken om betaalbare leningen met overheidsgarantie aan deze groepen te verstrekken en tegelijk zeepbellen en overmatige schuldenlast te voorkomen;

42.  verzoekt de lidstaten ongelijkheden op de huizenmarkt actiever te corrigeren, onder meer door volledige informatie te verstrekken over de werking van de huizenmarkten, het aantal transacties en de geografische spreiding daarvan, de prijstrends in specifieke marktsegmenten en het ontwikkelingspotentieel in andere specifieke segmenten;

43.  benadrukt dat een geschikt beleid en geschikte maatregelen ter ondersteuning van een toereikend woningaanbod essentieel zijn om de economische ontwikkeling van huisvesting in evenwicht te brengen en te bevorderen ten bate van de hele samenleving en met het oog op een betaalbare en welvarende leefomgeving voor iedereen; is van mening dat de getroffen maatregelen doelbewust moeten worden genomen, concreet moeten zijn en gericht moeten zijn op het binnen een redelijk tijdsbestek ten uitvoer leggen van het recht op huisvesting, en dat de lidstaten voldoende middelen moeten toewijzen en voorrang moeten geven aan de behoeften van achtergestelde en gemarginaliseerde personen en groepen die in precaire huisvestingsomstandigheden leven; verzoekt de lidstaten daarom om, met steun van de Commissie, te zorgen voor toereikende, passende en betaalbare sociale huisvesting om in de huisvestingsbehoeften van deze personen en groepen te voorzien;

44.  verzoekt de lidstaten hun woningbouwbeleid te ontwikkelen, waarmee een impuls zal worden gegeven aan de economische groei in de context van de COVID-19-pandemie;

45.  maakt zich zorgen over de toegenomen financialisering van de woningmarkten, met name in steden, waarbij beleggers huisvesting als een verhandelbaar activum beschouwen in plaats van als een mensenrecht; verzoekt de Commissie te onderzoeken in hoeverre de beleidsmaatregelen en regelgeving van de EU bijdragen tot de financialisering van de woningmarkt en in hoeverre de nationale en lokale overheden in staat zijn het recht op huisvesting te garanderen; verzoekt de lidstaten en de lokale overheden passende maatregelen te treffen om speculatieve investeringen tegen te gaan, beleid vast te stellen dat langetermijninvesteringen in de woningmarkt in de hand werkt, en ruimtelijkeordeningsbeleid voor steden en het platteland te ontwikkelen dat prioriteit toekent aan betaalbare woningen, sociale mix en sociale cohesie;

46.  benadrukt dat transparantie met betrekking tot de eigendom van en transacties met onroerend goed essentieel is om verstoringen op de woningmarkt en witwaspraktijken in de sector te voorkomen; wijst er nogmaals op dat de Commissie krachtens de antiwitwasrichtlijn uiterlijk 31 december 2020 verslag moet uitbrengen over de behoefte aan harmonisatie van de informatie over de eigendom van onroerend goed en de koppeling van de betrokken nationale registers om speculatie te voorkomen; herhaalt daarom zijn oproep van 26 maart 2019, namelijk dat de lidstaten publiek toegankelijke informatie ter beschikking moeten stellen over de uiteindelijke begunstigden van grond en onroerend goed;

47.  vraagt de Commissie en de lidstaten om mensen met een hypotheek beter te beschermen tegen huisuitzetting; benadrukt dat mensen die uit hun huis worden gezet, hun rechten moeten kunnen doen gelden de een rechtbank; verzoekt de Commissie en de lidstaten bestaande bindende gedragsregels voor kredietgevers, kredietservicers en kredietkopers te versterken om misleidende praktijken, intimidatie en schending van de consumentenrechten, ten minste voor zover het hypothecaire leningen betreft, te voorkomen of zo nodig nieuwe regels vast te stellen; is van mening dat deze regels in het bijzonder vereisten moeten omvatten voor redelijke en haalbare respijtmaatregelen in aanvulling op de vereisten van artikel 28 van Richtlijn 2014/17/EU; verzoekt de Commissie te beoordelen of er een wetgevingsvoorstel nodig is over een minimale leenquotiteit op de markt voor hypotheekkrediet; verzoekt de Commissie rekening te houden met het effect op de woningmarkten wanneer zij regels betreffende securitisatie voorstelt;

48.  wijst erop dat de enorme groei van kortetermijnverhuur aan vakantiegangers woningen aan de markt onttrekt en de prijzen opdrijft, en een negatief effect kan hebben op de leefbaarheid is stadscentra en toeristische centra; verzoekt de Commissie de dienstenrichtlijn te interpreteren in overeenstemming met het arrest van het Europees Hof van Justitie (C-390/18), waarin de betaalbaarheid van huisvesting en het tekort aan huurwoningen als “dwingende reden van algemeen belang” worden aangemerkt, en de nationale en lokale autoriteiten dus een ruime beoordelingsbevoegdheid te geven bij het vaststellen van evenredige regels voor horecadiensten, waaronder verplichte registratie, beperking van de vergunningen, specifiek zoneringsbeleid en beperking van de duur, teneinde “toeristificatie”, leegloop van stedelijke centra en achteruitgang van de levenskwaliteit van de bewoners te voorkomen; vraagt de Commissie in de wet inzake digitale diensten een voorstel op te nemen om platforms die zich met de kortetermijnverhuur van woningen bezighouden, te verplichten informatie te delen, met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming, aangezien toegang tot deze gegevens voor de autoriteiten van essentieel belang is om de beschikbaarheid van betaalbare huisvesting te waarborgen;

49.  herinnert de Commissie en de lidstaten eraan dat zij tekortschieten in hun verplichtingen inzake het recht op huisvesting als zij de onroerendgoedmarkt en de financiële actoren die op die markt actief zijn, niet reguleren om de toegang tot betaalbare en passende huisvesting voor iedereen te waarborgen;

50.  vraagt dat de huisvestingssector, en niet alleen sociale huisvesting, wordt beschouwd als dienst van algemeen economisch belang, aangezien dit essentieel is om het recht op betaalbare en fatsoenlijke huisvesting voor iedereen te garanderen;

Investeren in sociale, openbare, betaalbare en energie-efficiënte huisvesting

51.  benadrukt dat de investeringskloof met betrekking tot betaalbare huisvesting 57 miljard EUR per jaar bedraagt(44); verzoekt de Commissie en de lidstaten prioriteit toe te kennen aan het dichten van de investeringskloof met betrekking tot betaalbare huisvesting; vraagt in dit verband om een hervorming van het kader voor economische governance, zodat de lidstaten de nodige groene en sociale overheidsinvesteringen kunnen doen, onder meer in de ontwikkeling en verbetering van sociale, openbare, betaalbare en energie-efficiënte huisvesting; vraagt voorts om een geharmoniseerde boekhouding voor de afschrijving van investeringen in betaalbare huisvesting;

52.  herinnert eraan dat sociale huisvesting als dienst van algemeen economisch belang (DAEB) is vrijgesteld van de verplichte melding van staatssteun; herinnert eraan dat sociale huisvesting de enige sector in het DAEB-besluit is waarvoor de Commissie een doelgroep vermeldt (achterstandsgroepen of sociaal kansarme groepen) en dat dit niet het geval is voor andere sociale dienstverlening; is van mening dat dit de mogelijkheden om in sociale en betaalbare huisvesting voor iedereen te voorzien, zou kunnen beperken; erkent dat het op EU-niveau ontbreekt aan een gemeenschappelijke definitie van sociale huisvesting; waarschuwt evenwel dat een enge definitie van sociale huisvesting die beperkt blijft tot huisvesting voor achterstandsgroepen of sociaal kansarme groepen die door een beperkte solvabiliteit geen huisvesting tegen marktvoorwaarden kunnen vinden, beperkend is en het voor de lidstaten moeilijker maakt om hun DAEB’s en diensten van algemeen belang te omschrijven; benadrukt dat DAEB’s op het gebied van huisvesting voornamelijk moeten inspelen op specifieke, door de nationale, regionale of lokale overheden vastgestelde vereisten, aangezien deze overheden bevoegd zijn om de huisvestingsbehoeften en levensomstandigheden van verschillende groepen in kaart te brengen en aan te pakken, en dat die sterk kunnen verschillen tussen landelijke en stedelijke gebieden, en aangezien deze overheden een cruciale rol spelen bij een doelgerichte besluitvorming; vraagt de Commissie de definitie van de doelgroep voor sociale en met openbare middelen gefinancierde huisvesting in de regels inzake DAEB’s aan te passen teneinde nationale, regionale en lokale overheden in staat te stellen steun te verlenen voor huisvesting voor alle groepen wier behoefte aan fatsoenlijke en betaalbare huisvesting niet door de markt kan worden ingevuld, en er tegelijker voor te zorgen dat er voldoende financiering wordt uitgetrokken voor de meest achtergestelde groepen, teneinde investeringen aan te trekken, voor betaalbare huisvesting, neutraliteit tussen huur- en koopwoningen en duurzame stadsontwikkeling te zorgen, sociaal diverse wijken te creëren en sociale cohesie te bevorderen;

53.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om in de EU te zorgen voor nog meer investeringen in sociale, openbare, energie-efficiënte, adequate en betaalbare huisvesting en in het tegengaan van dakloosheid en uitsluiting van huisvesting; vraagt in dit verband om investeringen via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Fonds voor een rechtvaardige transitie, InvestEU, ESF+, Horizon Europa en Next Generation EU, en in het bijzonder via de faciliteit voor herstel en veerkracht, het investeringsinitiatief coronavirusrespons (CRII) en het investeringsinitiatief coronavirusrespons plus (CRII+); dringt aan op meer synergieën tussen deze instrumenten; is ingenomen met de financiering van leningen voor sociale en betaalbare huisvesting via InvestEU en de ruimere portefeuille van de EIB; verzoekt de Commissie en de lidstaten sociale vooruitgang, samen met de groene en digitale transitie, op te nemen als investeringsprioriteit in de faciliteit voor herstel en veerkracht teneinde kwetsbare personen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van de huidige crisis, en socialevooruitgangsplannen op te nemen in de herstel- en veerkrachtplannen om aan te geven hoe de beginselen van de Europese Pijler van sociale rechten in de praktijk zullen worden gebracht en waar de sociale investeringen, met inbegrip van investeringen in sociale huisvesting, op gericht zullen zijn; vraagt de Commissie met klem ervoor te zorgen dat de financiering van de EU en de EIB toegankelijker wordt voor lokale en regionale aanbieders van sociale en openbare betaalbare huisvesting; vraagt de EIB te trachten de betreffende financiering te verhogen via gerichte technische bijstand en nauwere samenwerking met financiële intermediairs en de lidstaten;

54.  verzoekt de Commissie het gebruik aan te moedigen van Europese programma’s die steun verlenen voor vervangende nieuwbouw teneinde huisvesting betaalbaar te maken;

55.  moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat alle toekomstige woningbouw- en renovatieprojecten gericht zijn op het bevorderen van intelligente gebouwen, waarvan het water- en energieverbruik kan worden gemonitord en kostenefficiënter kan worden gemaakt, in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie;

56.  verzoekt de Commissie, de lidstaten en de regionale en lokale overheden om door de gemeenschap aangestuurde, democratische en op samenwerking berustende huisvestingsoplossingen, waaronder “community land trusts”, te erkennen, te ondersteunen en te financieren als legitieme en levensvatbare manieren om in commerciële en sociale huisvesting te voorzien; vraagt om een duurzame aanpak van grondgebruik in de stad, waarbij bijvoorbeeld de renovatie van verlaten huizen voorrang krijgt op de bouw van nieuwe huizen;

o
o   o

57.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) https://www.unece.org/fileadmin/DAM/hlm/charter/Language_versions/ENG_Geneva_UN_Charter.pdf
(2) https://www.who.int/publications/i/item/who-housing-and-health-guidelines
(3) https://ec.europa.eu/futurium/en/system/files/ged/final_action_plan_euua_housing_partnership_december_2018_1.pdf
(4) Report of the High-Level Task Force on Investing in Social Infrastructure in Europe: “Boosting Investment in Social Infrastructure in Europe”, Lieve Fransen, Gino del Bufalo en Edoardo Reviglio (januari 2018).
(5) https://dmsearch.cor.europa.eu/search/opinion
(6) http://nws.eurocities.eu/MediaShell/media/EUROCITIES%20statement%20on%20state%20aid%20and%20local%20public%20%20services_16%2001%202016%20final.pdf
(7) http://www.iut.nu/wp-content/uploads/2017/07/Housing-Ministers%C2%B4-Communiqu%C3%A9.pdf
(8) https://www.eesc.europa.eu/resources/docs/resolution-for-social-housing-in-europe.pdf
(9) https://ap.ohchr.org/documents/dpage_e.aspx?si=A/HRC/31/54
(10) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0194.
(11) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0176.
(12) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.
(13) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0033.
(14) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0240.
(15) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0202.
(16) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0156.
(17) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 89.
(18) PB C 346 van 27.9.2018, blz. 156.
(19) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 138.
(20) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 2.
(21) PB C 76 van 28.2.2018, blz. 93.
(22) PB C 58 van 15.2.2018, blz. 192.
(23) PB C 366 van 21.10.2017, blz. 19.
(24) PB C 366 van 21.10.2017, blz. 31.
(25) PB C 482 van 23.12.2016, blz. 141.
(26) PB C 65 van 19.2.2016, blz. 40.
(27) https://www.housingforall.eu/
(28) https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/legal_gender_recognition_in_the_eu_the_journeys_of_trans_people_towards_full_equality_web.pdf
(29) https://www.eurofound.europa.eu/news/news-articles/inadequate-housing-is-costing-europe-eu194-billion-per-year
(30) https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Housing_statistics
(31) https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/-/EDN-20190514-1
(32) https://www.un.org/en/events/citiesday/assets/pdf/the_worlds_cities_in_2018_data_booklet.pdf
(33) https://www.eurofound.europa.eu/publications/report/2020/addressing-household-over-indebtedness
(34) Eindrapport van de speciale VN-rapporteur over het recht op passende huisvesting, blz. 3.
(35) Rapport van de speciale VN-rapporteur over passende huisvesting als onderdeel van het recht op een adequaat bestaansniveau en over het recht op non-discriminatie in deze context, A/HRC/31/54.
(36) https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/Housing_statistics#Housing_affordability
(37) Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa, Housing inequality in Europe, 2017, blz. 34.
(38) https://www.who.int/social_determinants/Guidance_on_pro_equity_linkages/en/
(39) https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/-/EDN-20191119-1
(40) Feasibility study for a Child Guarantee: Target Group Discussion Paper on Children living in Precarious Family Situations.
(41) https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/-/DDN-20200120-1
(42) https://www.oecd.org/els/family/HM1-1-Housing-stock-and-construction.pdf.
(43) https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/Housing_statistics
(44) Report of the High-Level Task Force on Investing in Social Infrastructure in Europe: “Boosting Investment in Social Infrastructure in Europe”(2018).

Laatst bijgewerkt op: 22 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid