Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2863(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0052/2021

Ingediende teksten :

B9-0052/2021

Debatten :

PV 20/01/2021 - 16
CRE 20/01/2021 - 16

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0022

Aangenomen teksten
PDF 212kWORD 53k
Donderdag 21 januari 2021 - Brussel
Herziening van de EU-lijst van belastingparadijzen
P9_TA(2021)0022B9-0052/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2021 over de herziening van de EU-lijst van belastingparadijzen (2020/2863(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van 1 december 1997 betreffende een gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen(1), met als doel schadelijke belastingconcurrentie in de Europese Unie te bestrijden,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 juni 2015 getiteld “Een eerlijk en doeltreffend vennootschapsbelastingstelsel in de Europese Unie: vijf belangrijke actiegebieden” (COM(2015)0302),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 januari 2016 over een externe strategie voor effectieve belastingheffing (COM(2016)0024),

–  gezien de conclusies van de Raad van 8 maart 2016 over de Gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 5 juli 2016 over verdere maatregelen om de transparantie te verhogen en belastingontduiking en -ontwijking te bestrijden (COM(2016)0451), die uitleg bevat over de wijze waarop de EU de lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden opstelt,

–  gezien de conclusies van de Raad van 8 november 2016 over de criteria en het proces voor de opstelling van de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden,

–  gezien het resultaat van de vergadering van de Raad Ecofin van 5 december 2017,

–  gezien de meest recente versie van de EU-lijst van de Raad van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden van 6 oktober 2020(3),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 15 juli 2020 getiteld “Actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie” (COM(2020)0312),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 15 juli 2020 over goed fiscaal bestuur in de EU en daarbuiten (COM(2020)0313),

–  gezien zijn resoluties van 25 november 2015 over tax rulings en andere maatregelen van gelijke aard of met vergelijkbaar effect(4), van 6 juli 2016 over tax rulings en andere maatregelen van gelijke aard of met vergelijkbaar effect(5), en van 26 maart 2019 over financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking(6),

–  gezien zijn resolutie van 16 december 2015 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende meer transparantie, coördinatie en convergentie van het vennootschapsbelastingbeleid in de Unie(7),

–  gezien de aanbeveling van de PANA-commissie van 13 december 2017 aan de Raad en de Commissie na het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking(8),

–  gezien de follow‑up van de Commissie van de bovengenoemde resoluties en aanbeveling van het Europees Parlement(9),

–  gezien het voorstel van de Commissie inzake openbare verslaglegging per land(10) en zijn standpunt van 27 maart 2019(11) over dat voorstel,

–  gezien de studie van de Commissie getiteld “The Impact of Tax Planning on Forward-Looking Effective Tax Rates”(12),

–  gezien de studie van de Commissie naar indicatoren voor agressieve fiscale planning getiteld “Aggressive tax planning indicators”(13),

–  gezien de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement getiteld “An overview of shell companies in the European Union”(14),

–  gezien de landenverslagen van de Commissie die worden opgesteld in het kader van het Europees Semester,

–  gezien de lopende werkzaamheden van het VN-panel op hoog niveau inzake internationale financiële verantwoording, transparantie en integriteit,

–  gezien de lopende werkzaamheden van het inclusieve kader van de OESO/G20 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (Base Erosion and Profit Shifting – BEPS) met betrekking tot de belastingproblematiek rond digitalisering,

–  gezien het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie(15),

–  gezien de vragen aan de Commissie en de Raad over de herziening van de EU-lijst van belastingparadijzen (O-000082/2020 – B9‑0002/2021 en O-000081/2020 – B9‑0001/2021),

–  gezien artikel 136, lid 5, en artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie economische en monetaire zaken, die is opgesteld met hulp van de Subcommissie belastingaangelegenheden,

A.  overwegende dat het bestaan van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden en schadelijke belastingregelingen, inclusief in EU lidstaten, leidt tot dramatische financiële verliezen voor EU-lidstaten, met de onttrekking van middelen aan de nationale begrotingen en de belemmering van de capaciteit van de overheden tot gevolg; overwegende dat de kosten van de ontwijking van de vennootschapsbelasting momenteel worden geschat op 500 miljard USD per jaar(16); overwegende dat deze daling van de belastinginkomsten bijzonder problematisch is met het oog op het herstel van de sociale, economische en gezondheidscrisis die door de COVID-19-pandemie is veroorzaakt en op de financiering van de groene transitie;

B.  overwegende dat volgens de Eurobarometer-enquête van het najaar van 2016 86 % van de EU-burgers voorstander is van strengere regels inzake belastingontwijking en belastingparadijzen(17);

C.  overwegende dat de Unie haar eerste lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden (“de lijst”) op 5 december 2017 heeft vastgesteld; overwegende dat er 17 niet-EU-landen en -gebieden op de lijst stonden; overwegende dat de Unie de lijst twaalf keer heeft herzien;

D.  overwegende dat volgens de index van belastingparadijzen voor de vennootschapsbelasting 2019 de hoogst geplaatste rechtsgebieden in de ranglijst de volgende zijn: 1) de Britse Maagdeneilanden, 2) Bermuda, 3) de Kaaimaneilanden, 4) Nederland, 5) Zwitserland, 6) Luxemburg, 7) Jersey, 8) Singapore, 9) de Bahama’s 10) Hongkong en 11) Ierland;

E.  overwegende dat 95 rechtsgebieden zijn beoordeeld aan de hand van de drie criteria die zijn uiteengezet in de conclusies van de Raad van 8 november 2016, namelijk transparantie over belastingen, billijke belastingheffing en uitvoering van de BEPS-minimumnormen van de OESO;

F.  overwegende dat 135 landen en rechtsgebieden samenwerken bij de uitvoering van het BEPS-actieplan, deels ingegeven door het risico om te worden opgenomen in de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden; overwegende dat bij de opstelling van de lijst bijna 40 landen is gevraagd meer dan 120 schadelijke belastingpraktijken te hervormen;

G.  overwegende dat volgens het verslag “State of Tax Justice 2020” slechts 2 % van de mondiale belastingderving werd veroorzaakt door rechtsgebieden op de EU-lijst; overwegende dat de Kaaimaneilanden het rechtsgebied bleken te zijn dat verantwoordelijk is voor het grootste mondiale fiscale verlies, dat andere landen meer dan 70 miljard USD per jaar kost, oftewel 16,5 % van de totale belastingderving;

H.  overwegende dat de Raad de lijst op 6 oktober 2020 voor het laatst heeft herzien en toen de Kaaimaneilanden en Oman ervan heeft geschrapt en Barbados en Anguilla eraan heeft toegevoegd; overwegende dat de Kaaimaneilanden nog steeds geen vennootschapsbelasting heffen en volgens het Internationaal Monetair Fonds(18) in de top tien van bestemmingen voor spookinvesteringen staan, hetgeen vragen oproept over de transparantie en over een mogelijke voorkeursbehandeling van bepaalde landen;

I.  overwegende dat de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden momenteel bestaat uit: Amerikaans Samoa, Anguilla, Barbados, Fiji, Guam, Palau, Panama, Samoa, de Seychellen, Trinidad en Tobago, de Amerikaanse Maagdeneilanden en Vanuatu;

J.  overwegende dat verschillende andere rechtsgebieden toezeggingen hebben gedaan om de beginselen inzake goed fiscaal bestuur toe te passen met betrekking tot het transparantiecriterium of het criterium inzake billijke belastingheffing;

K.  overwegende dat de documenten en de werkzaamheden van de Groep gedragscode (belastingregeling voor ondernemingen) beperkt toegankelijk zijn voor het publiek, met name wat betreft de opstelling van de EU-lijst; overwegende dat de Europese Ombudsman bevoegd is om onderzoek te doen naar de wijze waarop de EU-instellingen de regels inzake de toegang van het publiek tot documenten(19) toepassen en met name om alle EU-documenten, al dan niet vertrouwelijk, te inspecteren, en aanbevelingen kan doen over het al dan niet publiceren ervan;

L.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling over goed fiscaal bestuur in de EU en daarbuiten heeft gewezen op de noodzaak om de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen te hervormen en de lijst te herzien;

M.  overwegende dat de EU volgens de meest conservatieve verdeelsleutel wereldwijd de grootste verliezen lijdt als gevolg van de winstverschuiving naar belastingparadijzen en naar schatting jaarlijks ongeveer 20 % van haar inkomsten uit de vennootschapsbelasting misloopt(20);

1.  erkent de positieve effecten die de lijst reeds heeft gesorteerd, maar betreurt dat het potentieel ervan nog niet ten volle wordt benut, aangezien de rechtsgebieden die momenteel op de lijst staan goed zijn voor minder dan 2 % van de wereldwijde derving van belastinginkomsten, waardoor de lijst verwarrend en ondoeltreffend is(21); streeft ernaar de lijst te versterken door de transparantie en samenhang te vergroten, strengere en onpartijdigere opnemingscriteria te hanteren en sterkere beschermingsmaatregelen te nemen tegen belastingontwijking; betreurt dat landen waarvan duidelijk is dat zij BEPS bevorderen, zoals de Kaaimaneilanden, van de lijst zijn geschrapt; betreurt de ontoereikende uitleg die aan het algemene publiek is verstrekt, terwijl de publieke opinie voorstander is van strengere regels voor belastingparadijzen;

Governance en transparantie van de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden

2.  merkt op dat de oorspronkelijke procedure voor de opstelling van de lijst door de Commissie is voorgesteld in haar mededeling over een externe strategie voor effectieve belastingheffing en in haar mededeling over verdere maatregelen om de transparantie te verhogen en belastingontduiking en -ontwijking te bestrijden; merkt op dat de Groep gedragscode, hoofdzakelijk via zijn subgroep inzake derde partijen, belast is met de voorbereidende werkzaamheden voor de opstelling van de lijst, hoewel die taak niet behoorde tot het oorspronkelijke mandaat van de groep; vraagt zich af of een dergelijke informele groep in staat en geschikt is om deze taak te verrichten;

3.  is van mening dat de EU-lijst op EU-niveau moet worden herzien; beveelt aan om deze procedure te formaliseren, met name door middel van een juridisch bindend instrument; is van mening dat deze hervorming uiterlijk eind 2021 moet zijn doorgevoerd om de EU te beschermen tegen verdere inkomstenderving in de herstelperiode na COVID-19; verlangt dat de Raad de Commissie, ondersteund door de lidstaten en met passende betrokkenheid van het Parlement, belast met de beoordeling van derde rechtsgebieden op basis van duidelijke en transparante criteria, alsmede met de indiening van een conceptlijst bij de Raad die openbaar moet worden gemaakt voordat de Raad de lijst en de herzieningen ervan formeel goedkeurt; verzoekt de Raad het Parlement de status van waarnemer bij de discussies van de Groep gedragscode te verlenen; meent dat de opstelling van de lijst met deze wijzigingen onpartijdig en objectief is en onderworpen is aan een verantwoordingsplicht;

4.  wijst op het belang van transparantie bij de opstelling van de lijst teneinde publieke controle mogelijk te maken en de democratische verantwoordingsplicht van de besluitvormers te vergroten; verlangt dat volledige openheid wordt geboden met betrekking tot het standpunt van de lidstaten; verzoekt de Groep gedragscode daarom de deelnemende autoriteiten, de besproken onderwerpen, de technische beoordelingen en de aangenomen notulen of samenvattingen en conclusies openbaar te maken; is van mening dat, teneinde de verantwoordingsplicht en de transparantie te verbeteren, de gegevensbronnen voor de screening van rechtsgebieden gemakkelijk toegankelijk moeten worden gemaakt wanneer deze voor het publiek beschikbaar zijn; meent dat de methode voor de beoordeling van regelingen van derde landen moet worden verfijnd en volledig openbaar moet worden gemaakt; verzoekt de Groep gedragscode om op systematische wijze uitgebreide samenvattingen te verstrekken van zijn interacties met derde landen, de besproken onderwerpen en de door derde landen gedane toezeggingen in iedere stap van de beoordelingsprocedure;

5.  merkt op dat de gebrekkige transparantie ertoe kan leiden dat besluiten verkeerd worden uitgelegd, en het risico met zich meebrengt dat het vertrouwen van het publiek in de opstelling van de lijst wordt ondermijnd, met name wanneer de EU-lijst afwijkt van de lijsten van belastingparadijzen die op transparante wijze door derden zijn opgesteld; herinnert aan de oorspronkelijke lijst, die was samengesteld op basis van de lijsten van de lidstaten, waarnaar de Commissie verwijst in haar mededeling getiteld “Een eerlijk en doeltreffend vennootschapsbelastingstelsel in de Europese Unie: vijf belangrijke actiegebieden”, en die dertig rechtsgebieden omvatte die door ten minste tien lidstaten werden genoemd;

6.  is ingenomen met de reeds gezette stappen op het gebied van transparantie, zoals de publicatie van de tweejaarlijkse voortgangsverslagen en het vrijgeven van bepaalde aan derde rechtsgebieden verzonden brieven; vraagt de Raad om in zijn brieven aan derde rechtsgebieden die nog niet voldoen aan de criteria inzake de opstelling van de EU-lijst, de eis op te nemen dat alle correspondentie met de EU openbaar wordt gemaakt en om alle negatieve reacties daarop te beschouwen als verzuim van het betrokken rechtsgebied om samen te werken; betreurt dat deze documenten pas na afronding van de beoordelingsprocedure openbaar worden; roept ertoe op alle brieven en toezeggingen van derde rechtsgebieden openbaar te maken zodra ze zijn ontvangen; roept ertoe op de openbare informatie beschikbaar te stellen op een gebruiksvriendelijk platform;

7.  roept op tot een regelmatige uitwisseling tussen de voorzitter van de Groep gedragscode en het Parlement, met inbegrip van ten minste één formele verschijning per jaar bij een openbare zitting;

8.  onderstreept dat de rol van het Parlement met betrekking tot de Groep gedragscode moet worden geformaliseerd, onder meer met betrekking tot de governance en de criteria van de opstelling van de lijst, bijvoorbeeld door middel van een adviesprocedure;

9.  merkt op dat bij de opstelling van de EU-lijst alleen wordt gekeken naar derde landen; merkt op dat de invloed van de Unie bij het aanpakken van belastingontduiking en schadelijke belastingpraktijken wereldwijd afhangt van het voorbeeld dat zij zelf geeft; benadrukt dat er samenhang moet bestaan tussen de criteria voor opneming in de lijst en de criteria inzake schadelijke belastingpraktijken binnen de EU; herinnert aan de verklaring van de voorzitter van de Groep gedragscode tijdens de hoorzitting van de TAX3-commissie op 10 oktober 2018, waarin verwezen wordt naar de mogelijkheid om de lidstaten te screenen volgens dezelfde criteria waarmee wordt gewerkt voor de EU-lijst waarover momenteel wordt besproken in de context van de herziening van het mandaat van de Groep gedragscode; merkt op dat één lidstaat volgens het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden slechts ten dele voldoet aan de internationale norm inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen op verzoek (EOIR)(22), en merkt op dat de Raad derde landen bij een dergelijk oordeel in de lijst opneemt(23); onderstreept in dit verband dat sommige lidstaten regelmatig landspecifieke aanbevelingen hebben ontvangen over de noodzaak om agressieve fiscale planning aan te pakken(24); benadrukt dat de Commissie erkent dat sommige van de eerder vermelde lidstaten maatregelen hebben genomen om hun belastingstelsels te verbeteren teneinde tegemoet te komen aan de kritiek van de Commissie, maar merkt op dat de Commissie nog steeds aangeeft dat de huidige belastingregels in die lidstaten agressieve fiscale planning bevorderen; herhaalt zijn verzoek uit de TAX3-resolutie aan de Commissie en de Raad om de aan de betreffende lidstaten gedane landspecifieke aanbevelingen te blijven monitoren totdat er substantiële belastinghervormingen zijn doorgevoerd en om maatregelen voor te stellen, waar en wanneer dat nodig is, en om ten minste die lidstaten in de tussentijd te beschouwen als EU-belastingparadijzen; kijkt ernaar uit dat deze overheden de punten van zorg aanpakken en de belastingontwijking in hun rechtsgebieden verminderen; verbindt zich ertoe de initiatieven die overheden nemen in navolging van deze aanbevelingen regelmatig te evalueren en maatregelen voor te stellen, waar en wanneer dat nodig is;

10.  brengt in herinnering dat de procedure van artikel 116 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure handelen, moet worden toegepast wanneer schadelijke belastingpraktijken leiden tot marktverstoring binnen de Unie;

11.  verzoekt de Groep gedragscode het proces inclusiever te maken en de acceptatie ervan door de buitenwacht te vergroten door ontwikkelingslanden en maatschappelijke organisaties te raadplegen; stelt voor een werkgroep of adviesorgaan met derde landen (met name ontwikkelingslanden), leden van het maatschappelijk middenveld en deskundigen op te zetten teneinde de dialoog over de genomen beslissingen te bevorderen;

Het bijwerken van de criteria voor opneming in de EU-lijst teneinde die criteria af te stemmen op huidige en toekomstige uitdagingen

12.  herhaalt hoe belangrijk het transparantiecriterium van de lijst is; roept ertoe op duidelijkheid te verschaffen over het aanstaande transparantiecriterium met betrekking tot de uiteindelijke begunstigde, in overeenstemming met de vijfde antiwitwasrichtlijn; wijst op het ongelijke speelveld tussen landen die zich houden aan de Common Reporting Standard van de OESO en aan de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act (wet naleving belastingplicht buitenlandse rekeningen, FATCA); is bijgevolg van mening dat het gebrek aan wederkerigheid van de Amerikaanse FATCA moet worden onderzocht aan de hand van het transparantiecriterium;

13.  meent dat het criterium van billijke belastingheffing niet beperkt mag blijven tot de preferentiële aard van belastingmaatregelen, maar ook betrekking moet hebben op ruime belastingvrijstellingen en discrepanties tussen verrekenprijzen; herinnert eraan dat de huidige procedure voor de opneming van derde landen in de lijst geen op zichzelf staand criterium omvat inzake belastingtarieven van 0 % of zeer lage belastingtarieven; verzoekt de Commissie en de Groep gedragscode om belastingmaatregelen die leiden tot een laag niveau van belastingheffing, op te nemen in de beoordeling, in overeenstemming met de lopende onderhandelingen over pijler II van het inclusieve kader van de OESO/G20, met name wat betreft een minimum voor belastingheffing; verzoekt de Commissie en de Raad om een minimale effectieve belastingheffing voor te stellen als op zichzelf staand criterium voor de EU-lijst; beveelt aan om dit minimaal effectief tarief in elk geval vast te stellen op een billijk en toereikend niveau en is van mening dat bij dit tarief ook rekening moet worden gehouden met het gemiddelde wettelijke tarief voor de vennootschapsbelasting in de EU(25) om winstverschuiving te ontmoedigen en schadelijke belastingconcurrentie te voorkomen;

14.  verzoekt de Commissie na te gaan welke voordelen de aanneming van een met pijler II van het inclusieve kader vergelijkbaar initiatief met zich meebrengt voor de criteria voor opneming in de EU-lijst, mocht de OESO tegen het eind van 2021 geen politieke consensus hebben bereikt over de uitvoering van die maatregelen;

15.  merkt op dat enkele van de meest schadelijke derde rechtsgebieden, waaronder de Kaaimaneilanden en Bermuda, van de lijst zijn verwijderd na de invoering van zeer minimale materiële criteria en zwakke handhavingsmaatregelen; benadrukt dat dergelijke beslissingen vragen kunnen oproepen met betrekking tot de waarachtigheid van bepaalde activiteiten en de onpartijdigheid van het besluitvormingsproces, en het vertrouwen van het publiek kunnen ondermijnen; roept op tot het aanscherpen van de screeningcriteria, met inbegrip van materiële vereisten op basis van een formulebenadering, evenals evenredigheidsvereisten en de monitoring daarvan, om de lijst doeltreffender te maken en beter toe te rusten op de aanpak van de nieuwe uitdagingen in verband met de digitalisering van de economie; verzoekt de Raad om derde rechtsgebieden automatisch in de lijst op te nemen wanneer zij een vennootschapsbelastingtarief van 0 % of geen belasting op bedrijfswinsten heffen, als een op zichzelf staand criterium; stelt bezorgd vast dat derde landen niet-conforme belastingstelsels mogen intrekken om ze vervolgens te vervangen door nieuwe stelsels die potentieel schadelijk zijn voor de EU; herhaalt het belang van informatie over de openbare verslaglegging per land teneinde de materiële vereisten te monitoren;

16.  benadrukt het belang van BEPS-minimumnormen bij de screening van derde landen, met name de acties 5, 6, 13 en 14; benadrukt hoe belangrijk het is verdere BEPS-normen te identificeren om te gebruiken als criteria voor opneming in de lijst;

17.  steunt de verbreding van de geografische reikwijdte van de EU-lijst, rekening houdend met de positie van de minst ontwikkelde landen; onderstreept dat bij toekomstige beoordelingen stelselmatig rekening moet worden gehouden met het feit dat sommige ontwikkelingslanden mogelijk niet over de middelen beschikken om de afgesproken nieuwe belastingnormen snel toe te passen; dringt er daarom bij de Raad op aan in het kader van de tegenmaatregelen geen bezuinigingen op ontwikkelingshulp te overwegen die de uiteindelijke begunstigden van de hulp direct raken; merkt evenwel op dat landen met omvangrijke financiële centra niet op dezelfde coulance mogen rekenen;

18.  merkt op dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden en de nationale equivalenten daarvan; neemt kennis van de ambitie van de Commissie om de nationale lijsten en de EU-lijst beter op elkaar af te stemmen; roept op tot opwaartse convergentie en harmonisatie van criteria teneinde te zorgen voor hogere normen en meer samenhang;

19.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om bij het screenen van fiscale rechtsgebieden rekening te houden met de methode die is ontwikkeld om derde landen met een hoog risico te identificeren in het kader van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, teneinde ervoor te zorgen dat de twee processen voor het opstellen van een lijst elkaar wederzijds versterken;

20.  neemt kennis van de inspanningen om een gelijk speelveld tot stand te brengen na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie; roept op tot een grondige beoordeling van die rechtsgebieden, met inbegrip van een voortdurende beoordeling van de overzeese gebiedsdelen van het VK en de direct van de Kroon afhankelijke gebieden, in overeenstemming met de door de Groep gedragscode vastgestelde normen; merkt op dat de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK moeten stoelen op wederzijdse waarden en gericht moeten zijn op gemeenschappelijke welvaart, en dat agressieve belastingconcurrentie derhalve automatisch uitgesloten is; betreurt het ontbreken van mogelijke evenwichtsherstellende maatregelen in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK in geval van toekomstige divergentie van het VK op het gebied van belastingontduiking en witwaspraktijken;

21.  roept op tot een gelijke en onpartijdige beoordeling van de belangrijkste handelspartners van de EU; verzoekt met name om een duidelijke beoordeling van de VS aan de hand van het transparantiecriterium;

Coördinatie van beschermingsmaatregelen

22.  erkent de impact op de reputatie van opneming op de lijst als een stimulans voor de betrokkenheid van rechtsgebieden bij de screeningprocedure; onderstreept dat dat niet volstaat om de negatieve effecten van die rechtsgebieden op de lidstaten en de interne markt doeltreffend te bestrijden, aangezien de schadelijke impact op de reputatie wordt ondermijnd door de bovengenoemde tekortkomingen, met name het gebrek aan transparantie, zachte criteria en de beperkte geografische reikwijdte;

23.  is verheugd over de koppeling tussen normen voor goed fiscaal bestuur en het gebruik van EU-middelen zoals vastgelegd in het Financieel Reglement(26), de verordening betreffende het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling(27), de verordening betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen(28) en het besluit over het mandaat voor externe leningen(29), en erkent dat deze normen een voorwaarde zijn voor EU-steun; waarschuwt evenwel voor nadelige bestaande of potentiële effecten voor de burgers van ontwikkelingslanden; wijst erop hoe belangrijk het is gelijkwaardige voorwaarden te ontwikkelen voor bedrijven en voor partijen die agressieve fiscale planning mogelijk maken en faciliteren bij aanbestedingsprocedures;

24.  dringt erop aan dat de staatssteunregels en de nationale steunprogramma’s van de lidstaten ervoor zorgen dat bedrijven die economische banden onderhouden met niet-coöperatieve rechtsgebieden, zoals die welke voor belastingdoeleinden in dergelijke rechtsgebieden gevestigd zijn, niet voor steun in aanmerking komen; benadrukt het belang hiervan in de context van de solidariteit binnen Europa en het opbouwen van vertrouwen tussen de lidstaten; herinnert eraan dat transparantie aan de hand van openbare verslaglegging per land voor alle sectoren nodig is om ervoor te zorgen dat dit het geval is; verzoekt de Raad om zo snel mogelijk de discussie af te ronden en zijn algemene aanpak met betrekking tot het wetgevingsvoorstel vast te stellen;

25.  ondersteunt en roept op tot de aanscherping van de aanvullende controle- en zorgvuldigheidsvereisten voor bedrijven en beleggers die zijn gevestigd in niet-coöperatieve rechtsgebieden; beschouwt beschermingsmaatregelen als essentieel voor een impactvolle lijst;

26.  merkt op dat strenge tegenmaatregelen zouden leiden tot minder prikkels voor belastingontwijking; overwegende dat het EU-instrumentarium van beschermingsmaatregelen wordt ondermijnd door de willekeurige toepassing door afzonderlijke lidstaten; verzoekt de Commissie derhalve te overwegen om te komen met een wetgevingsvoorstel voor gecoördineerde beschermingsmaatregelen tegen belastingontwijking en -ontduiking, rekening houdend met de onderhandelingen over pijler II van het inclusieve kader of over een doeltreffend minimaal belastingtarief op EU-niveau, met inbegrip van het volgende:

   (a) niet-aftrekbaarheid van kosten;
   (b) aangescherpte regels voor gecontroleerde buitenlandse vennootschappen;
   (c) maatregelen inzake bronbelasting;
   (d) beperking van de vrijstelling voor deelnemingen;
   (e) een switch-overregel;
   (f) consequenties voor openbare aanbestedingen en staatssteun;
   (g) bijzondere documentatievoorschriften;
   (h) opschorting van bepalingen van het verdrag tot het vermijden van dubbele belasting;

merkt op dat belastingmaatregelen voor bedrijven afhankelijk moeten zijn van koppelingsregels die van toepassing zijn wanneer de transactie of de belastingbetaler in kwestie aan specifieke schadelijke criteria voldoet; is van mening dat deze maatregelen evenzeer van toepassing moeten zijn op betrekkingen tussen een lidstaat en een derde land als tussen lidstaten onderling;

27.  wijst op de “grijze lijst” van rechtsgebieden die de regels niet naleven, maar hebben toegezegd veranderingen door te voeren; verzoekt de Raad en de lidstaten specifieke maatregelen te nemen zoals opgevoerde controles of een verbeterd “ken uw klant”-beleid voor de transacties en de zorgvuldigheid van deze rechtsgebieden;

28.  verzoekt de Commissie een overzicht te maken van de overeenkomsten tussen de EU en derde landen of regio’s die geen “clausule inzake goed bestuur” omvatten zoals vereist in paragraaf 3.1 van de mededeling van de Commissie over een externe strategie voor effectieve belastingheffing en zoals beschreven in de conclusies van de Raad van 25 mei 2018, waarin de standaardbepalingen zijn opgenomen die zijn overeengekomen voor overeenkomsten met derde landen(30); verzoekt de Commissie en de Raad uit te leggen waarom een dergelijke clausule ontbreekt;

o
o   o

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het secretariaat van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Bijlage I bij de Conclusies van de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) van 1 december 1997 inzake het belastingbeleid – Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der Lidstaten, in het kader van de Raad bijeen van 1 december 1997 betreffende een gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen (PB C 2 van 6.1.1998, blz. 1).
(2) https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2016/03/08/ecofin-conclusions-code-conduct-business-taxation/
(3) PB C 331 van 7.10.2020, blz. 3.
(4) PB C 366 van 27.10.2017, blz. 51.
(5) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 79.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0240.
(7) PB C 399 van 24.11.2017, blz. 74.
(8) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 132.
(9) De gezamenlijke follow-up van de resolutie van het Europees Parlement (ECON) met aanbevelingen aan de Commissie over meer transparantie, coördinatie en convergentie van het beleid ten aanzien van de vennootschapsbelasting in de Europese Unie, en de resolutie van het Europees Parlement (TAXE) over tax rulings en andere maatregelen van gelijke aard of met vergelijkbaar effect, vastgesteld door de Commissie op 16 maart 2016, de follow-up van de resolutie van het Europees Parlement (TAX2) over tax rulings en andere maatregelen van gelijke aard of met vergelijkbaar effect, vastgesteld door de Commissie op 16 november 2016, de follow-up van de niet-wetgevingsresolutie (PANA) van het Europees Parlement van 12 december 2017 over de ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek naar witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking, vastgesteld door de Commissie in april 2018, en de follow-up van 27 augustus 2019 van de resolutie van het Europees Parlement (TAX3) over financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking.
(10) Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 april 2016 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (COM(2016)0198).
(11) Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0309.
(12) Europese Commissie, “The Impact of Tax Planning on Forward-Looking Effective Tax Rates”, Taxation paper nr. 64, 25 oktober 2016.
(13) Europese Commissie, “Aggressive tax planning indicators – Final Report”, Taxation paper nr. 71, 7 maart 2018.
(14) Kiendl Krišto I. en Thirion E., “An overview of shell companies in the European Union”, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, oktober 2018.
(15) PB C 384 I van 12.11.2019, blz. 1.
(16) Cobham en Janský (2018); https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/jid.3348
(17) https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/51abaf14-6b6e-11e7-b2f2-01aa75ed71a1/language-en/format-PDF
(18) https://www.imf.org/external/pubs/ft/fandd/2019/09/the-rise-of-phantom-FDI-in-tax-havens-damgaard.htm
(19) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(20) Tørsløv, Wier en Zucman (2020); http://gabriel-zucman.eu/files/TWZ2020.pdf
(21) https://www.taxjustice.net/reports/the-state-of-tax-justice-2020/
(22) https://www.oecd.org/tax/exchange-of-tax-information/global-forum-reveals-compliance-ratings-from-new-peer-review-assessments-for-anguilla-chile-china-gibraltar-greece-korea-malta-papua-new-guinea-and-uruguay.htm
(23) PB C 331 van 7.10.2020, blz. 3.
(24) https://ec.europa.eu/info/publications/2020-european-semester-country-specific-recommendations-commission-recommendations_en
(25) Tax policies in the European Union: 2020 Survey, DG Belastingen en Douane-unie, Europese Commissie, blz. 100.
(26) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
(27) Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad van 26 september 2017 tot instelling van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO), de EFDO-garantie en het EFDO-garantiefonds (PB L 249 van 27.9.2017, blz. 1).
(28) Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1).
(29) Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot verlening van een EU-garantie voor verliezen van de Europese Investeringsbank op financieringsverrichtingen van projecten buiten de Unie (PB L 135 van 8.5.2014, blz. 1).
(30) https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2018/05/25/tax-fraud-standard-provision-agreed-for-agreements-with-third-countries/

Laatst bijgewerkt op: 22 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid