Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2217(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0027/2021

Ingediende teksten :

A9-0027/2021

Debatten :

PV 25/03/2021 - 5
PV 25/03/2021 - 7
CRE 25/03/2021 - 5
CRE 25/03/2021 - 7

Stemmingen :

PV 25/03/2021 - 17
CRE 25/03/2021 - 17

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0098

Aangenomen teksten
PDF 204kWORD 73k
Donderdag 25 maart 2021 - Brussel
Een Europese datastrategie
P9_TA(2021)0098A9-0027/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 25 maart 2021 over een Europese datastrategie (2020/2217(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 173 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat betrekking heeft op het concurrentievermogen van de industrie van de EU en waarin onder meer wordt verwezen naar optreden dat erop gericht is de betere benutting van het industriële potentieel op het gebied van innovatie en technologische ontwikkeling te stimuleren,

–  gezien artikel 114 VWEU,

–  gezien de artikelen 2 en 16 VWEU,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 21 oktober 2020 over een strategie inzake opensourcesoftware voor de periode 2020-2023 (C(2020)7149),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2020 getiteld “Een Europese datastrategie” (COM(2020)0066) en het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau over het delen van gegevens tussen bedrijven en overheden getiteld “Towards a European strategy on business-to-government data sharing for the public interest”,

–  gezien de aanvangseffectbeoordeling van de Commissie van 2 juli 2020 getiteld “Legislative framework of the governance of common European data spaces”,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 april 2020 getiteld “Richtsnoeren in verband met gegevensbescherming voor apps ter ondersteuning van de bestrijding van de COVID-19-pandemie”(1),

–  gezien Aanbeveling (EU) 2020/518 van de Commissie van 8 april 2020 over een gemeenschappelijke toolbox voor het gebruik van technologie en gegevens om de COVID-19-crisis te bestrijden en te boven te komen, met name wat mobiele applicaties en het gebruik van geanonimiseerde mobiliteitsgegevens betreft(2),

–  gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie(3) (richtlijn open data),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 6 juni 2018 tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (COM(2018)0434),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 25 april 2018 getiteld “Naar een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte” (COM(2018)0232) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2018)0125),

–  gezien Aanbeveling (EU) 2018/790 van de Commissie van 25 april 2018 betreffende de toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke informatie(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 mei 2017 getiteld “over de tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de strategie voor de digitale interne markt – Een connectieve digitale interne markt” (COM(2017)0228) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2017)0155),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 10 januari 2017 getiteld “Bouwen aan een Europese data-economie” (COM(2017)0009) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2017)0002),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016 getiteld “Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij” (COM(2016)0587) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0300),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld “De digitalisering van het Europese bedrijfsleven – De voordelen van een digitale eengemaakte markt ten volle benutten” (COM(2016)0180) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0110),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld “Europees cloudinitiatief – Bouwen aan een concurrentiële data- en kenniseconomie in Europa” (COM(2016)0178) en de begeleidende werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0106 en SWD(2016)0107),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, AVG)(5),

–  gezien Verordening (EU) 2018/1807 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake een kader voor het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie(6),

–  gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad(7) (richtlijn wetshandhaving),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 mei 2015 getiteld "Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa" (COM(2015)0192) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2015)0100),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2014 getiteld “Naar een bloeiende data-economie” (COM(2014)0442) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2014)0214),

–  gezien Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen(8) (ITS-richtlijn) en de gedelegeerde handelingen ervan,

–  gezien Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)(9) (e-privacyrichtlijn),

–  gezien het gezamenlijk Europees stappenplan voor de opheffing van de inperkingsmaatregelen in verband met COVID-19 van 15 april 2020,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de lidstaten over clouddiensten van de volgende generatie voor ondernemingen en de overheidssector in de EU van 15 oktober 2020,

–  gezien de conclusies van de Raad van 9 juni 2020 over het vormgeven van de digitale toekomst van Europa(10),

–  gezien de conclusies van de Raad van 7 juni 2019 over de toekomst van een sterk gedigitaliseerd Europa na 2020 – Versterking van het digitale en economische concurrentievermogen in de hele Unie en van de digitale cohesie,

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 juli 2020 in zaak C-311/18 (Schrems II),

–  gezien zijn resolutie van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden(11),

–  gezien zijn resolutie van 12 februari 2019 over een alomvattend Europees industriebeleid inzake artificiële intelligentie en robotica(12),

–  gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 over de digitalisering van de Europese industrie(13),

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2016 getiteld “Naar een bloeiende data-economie”(14),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over een Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen(15),

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2019 over autonoom rijden in het Europees vervoer(16),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité inzake de mededeling van de Commissie getiteld “Bouwen aan een Europese data-economie”(17),

–  gezien de bevindingen van de jaarlijkse index van de digitale economie en samenleving van 11 juni 2020,

–  gezien het rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van 5 juni 2020 getiteld “Building back better: a sustainable, resilient recovery after COVID-19”,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie juridische zaken, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie cultuur en onderwijs,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A9-0027/2021),

A.  overwegende dat de digitalisering de economie, de samenleving en het dagelijks leven van burgers blijft transformeren en dat gegevens, waarvan het aantal om de 18 maanden verdubbelt, de kern zijn van deze transformatie; overwegende dat het volume van de wereldwijd opgeslagen gegevens naar verwachting zal toenemen van 33 zettabytes (ZB) in 2018 tot 175 ZB in 2025(18); overwegende dat deze processen in de toekomst alleen maar zullen versnellen;

B.  overwegende dat digitalisering niet alleen een economische kans biedt, maar ook relevant is voor de veiligheid, geopolitieke veerkracht en strategische autonomie van de Unie;

C.  overwegende dat de EU behoefte heeft aan interoperabele, flexibele, schaalbare en betrouwbare IT-architectuur die de meest innovatieve applicaties kan ondersteunen; overwegende dat artificiële intelligentie (AI) wereldwijd en in Europa tot de strategische technologieën voor de 21e eeuw behoort(19); overwegende dat er in de EU ook behoefte is aan adequate infrastructuur, met name krachtige hardware om applicaties uit te voeren en gegevens op te slaan;

D.  overwegende dat gegevens een essentiële hulpbron zijn voor duurzaam economisch herstel, groei en het scheppen van hoogwaardige banen; overwegende dat datagestuurde technologieën een kans kunnen bieden om de blootstelling van mensen aan schadelijke en gevaarlijke arbeidsomstandigheden te verminderen en maatschappelijke vooruitgang te bevorderen, en een sleutelrol kunnen spelen bij de overgang naar groene en klimaatneutrale samenlevingen en bij het stimuleren van het mondiale concurrentievermogen van Europa en zijn bedrijven;

E.  overwegende dat de Europese datastrategie in overeenstemming moet zijn met de kmo-strategie en de industriële strategie, aangezien zij onder meer zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het industriebeleid en ten goede zal komen aan Europese bedrijven, met inbegrip van kmo’s, en hen zal helpen om de digitale transitie met succes het hoofd te bieden; overwegende dat er nog steeds een kloof gaapt tussen grote ondernemingen en kmo’s op het gebied van geavanceerde digitale technologieën; overwegende dat stimulering van het gebruik van gegevens en verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van gegevens, in combinatie met meer rechtszekerheid, een concurrentievoordeel kunnen opleveren voor micro-ondernemingen, kmo’s en start-ups, zodat zij de vruchten van de digitale transitie kunnen plukken;

F.  overwegende dat door de openbare sector en overheden gegenereerde gegevens op nationaal en lokaal niveau een hulpmiddel zijn dat kan dienen als een krachtige aanjager voor de bevordering van economische groei en de schepping van nieuwe banen, die kan worden benut bij de ontwikkeling van AI-systemen en gegevensanalyse, om bij te dragen aan een sterkere, meer concurrerende en meer onderling verbonden industrie;

G.  overwegende dat er diverse initiatieven zijn om de participatie van vrouwen en diversiteit in ICT te stimuleren; overwegende dat er nog steeds een genderkloof is in alle domeinen van de digitale technologie, waarbij AI en cyberveiligheid behoren tot de gebieden waar de kloof het grootst is; overwegende dat deze genderkloof concrete gevolgen heeft voor de ontwikkeling van AI, die voornamelijk ontworpen is door mannen, waardoor stereotypen en vooroordelen worden bestendigd en bevorderd;

H.  overwegende dat de Commissie in haar mededeling over een Europese datastrategie aangeeft dat de ecologische voetafdruk van ICT naar schatting tussen 5 % en 9 % van het wereldwijde elektriciteitsverbruik en meer dan 2 % van de wereldwijde broeikasgasemissies vertegenwoordigt; overwegende dat de digitale sector een aanzienlijk potentieel heeft om bij te dragen aan de vermindering van de wereldwijde koolstofemissies; overwegende dat volgens een studie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie over AI uit 2018 datacentra en datatransmissie tussen 3 % en 4 % van het totale elektriciteitsverbruik van de Unie kunnen uitmaken; overwegende dat de Commissie een toename verwacht van het verbruik van datacentra met 28 % tussen 2018 en 2030(20); overwegende dat 47 % van de digitale koolstofemissies wordt veroorzaakt door consumentenapparatuur, zoals computers, smartphones, tablets en andere geconnecteerde voorwerpen; overwegende dat het noodzakelijk is de ecologische voetafdruk van digitale technologie, met name de hoeveelheid elektrisch en elektronisch afval, zoveel mogelijk te beperken;

I.  overwegende dat de Unie dringend actie moet ondernemen om de voordelen van gegevens te benutten door een concurrerende, innovatievriendelijke, ethisch duurzame, mensgerichte, betrouwbare en veilige gegevensmaatschappij en -economie op te bouwen waar de mensenrechten, de grondrechten, de arbeidsrechten, de democratie en de rechtsstaat worden geëerbiedigd en waar gestreefd wordt naar de totstandbrenging van een nieuwe, open en inclusieve kenniseconomie, in samenwerking met het onderwijssysteem en de culturele ondernemingen, die het recht op hoogstaand onderwijs en ondernemerschap, met name onder de nieuwe generaties, waarborgt en die maatschappelijke vernieuwing en nieuwe bedrijfsmodellen bevordert; overwegende dat investeringen in vaardigheden op het gebied van de cloud en big data bedrijven die technologie nog niet hebben omarmd, kunnen helpen om het roer om te gooien; overwegende dat bedrijven die worden geacht op het gebied van technologie voorop te lopen, permanent op de hoogte moeten blijven van de laatste vernieuwingen om hun concurrentievoordeel niet te verspelen;

J.  overwegende dat cloudmarkten (d.w.z. infrastructuur als dienst (IaaS), platform als een dienst (PaaS) en software als dienst (SaaS) worden gekenmerkt door een hoge mate van marktconcentratie, waardoor start-ups, kmo’s en andere Europese spelers in de data-economie een concurrentienadeel kunnen ondervinden; overwegende dat de Commissie moet zorgen voor concurrerende markten door middel van interoperabiliteit, portabiliteit en open infrastructuur, en waakzaam moet blijven ten aanzien van mogelijk misbruik van marktmacht door dominante actoren;

K.  overwegende dat het Europees aardobservatiesysteem, Copernicus, moet dienen als een voorbeeld van de sociaal-economische voordelen die grote hoeveelheden vrijelijk en openbaar beschikbare gegevens kunnen opleveren voor EU-burgers en -bedrijven;

L.  overwegende dat het gebruik van persoonsgegevens en gemengde industriële gegevens te allen tijde moet stroken met de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming en de e-privacyrichtlijn; overwegende dat volgens de Eurobarometer 46 % van de Europeanen graag een actievere rol zou willen spelen om zeggenschap te krijgen over wie hun persoonlijke informatie gebruikt, onder meer met betrekking tot hun gezondheid, energieverbruik en winkelgewoonten;

M.  overwegende dat artikel 8, lid 1, van het Handvest en artikel 16, lid 1, VWEU bepalen dat eenieder recht heeft op bescherming van de hem betreffende persoonsgegevens;

N.  overwegende dat het Handvest ook bepaalt dat iedereen het recht heeft op vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van het recht op een eigen mening en op het ontvangen en verspreiden van informatie en ideeën zonder inmenging van de overheid en over de grenzen heen;

O.  overwegende dat de verwerking van de gegevens van werknemers steeds complexer wordt; overwegende dat werknemers in steeds meer contexten interageren met technologieën, applicaties, software, volgapparatuur, sociale media en apparatuur aan boord van voertuigen waarmee hun gezondheid, biomedische gegevens, communicatie en interacties met anderen, alsook hun mate van aandacht en concentratie, of hun gedragingen, van nabij worden gevolgd; overwegende dat werknemers en vakbonden nauwer betrokken moeten worden bij het ontwerp van deze gegevensverwerking; overwegende dat alleen artikel 88 van de AVG betrekking heeft op werkgelegenheid;

P.  overwegende dat initiatieven voor het delen van gegevens tussen bedrijven (“business-to-business”, B2B) en tussen bedrijven en overheden (“business-to-government”, B2G) kunnen dienen om maatschappelijke en milieuproblemen aan te pakken; overwegende dat stimulansen voor het delen van gegevens onder meer billijke compensatie, de uitwisseling van beste praktijken en programma’s voor publieke erkenning kunnen omvatten;

Q.  overwegende dat een adequate handhaving moet worden nagestreefd, met bijzondere aandacht voor de aspecten doelbinding en gegevensminimalisering; overwegende dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een prioriteit moet blijven; overwegende dat er niet-persoonsgebonden gegevens en gegevens uit de openbare sector zijn die respectievelijk overeenstemmen met Verordening (EU) 2018/1807 inzake het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens en de richtlijn open data;

R.  overwegende dat gezondheid een bijzonder gevoelige sector is voor de verwerking van persoonsgegevens en overwegende dat persoonsgegevens over de gezondheid van patiënten niet mogen worden doorgegeven zonder hun volledige en geïnformeerde toestemming; overwegende dat het met name op het gebied van de gezondheid bijzonder belangrijk is een hoog niveau van bescherming van de rechten van personen te waarborgen en de beginselen van gegevensbeperking en -minimalisering te eerbiedigen;

S.  overwegende dat een gemeenschappelijke Europese datastrategie voordelen moet opleveren voor de Europese vervoers- en toeristische sector en moet bijdragen aan de transitie naar een veilig, duurzaam en efficiënt vervoerssysteem, terwijl voldoende interoperabiliteit wordt gewaarborgd met andere sectoren;

T.  overwegende dat het delen van gegevens in de vervoerssector gericht is op het verbeteren van het vervoersmanagement en aldus van de veiligheid, duurzaamheid, gegevensminimalisering en efficiëntie zowel van het passagiers- als van het goederenvervoer;

U.  overwegende dat de Unie reeds begonnen is stappen te ondernemen om te reguleren hoe gegevens in de vervoerssector moeten worden gebruikt en opgeslagen, onder meer met Verordening (EU) 2020/1056 inzake elektronische informatie over goederenvervoer(21), Richtlijn (EU) 2019/1936 betreffende het beheer van de verkeersveiligheid van weginfrastructuur(22), Verordening (EU) 2019/1239 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem(23) en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2015/757 om op gepaste wijze rekening te houden met het wereldwijde systeem voor de verzameling van gegevens inzake stookolieverbruik door schepen (COM(2019)0038);

V.  overwegende dat de Unie een actieve rol moet spelen op het wereldtoneel om ervoor te zorgen dat er regels en normen worden vastgesteld die gestoeld zijn op haar waarden;

W.  overwegende dat ten minste 20 % van de financiering in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht beschikbaar zal worden gesteld voor digitale infrastructuur en capaciteit, hetgeen een impuls zal geven aan de digitale transitie van de Unie en aldus de data-economie zal ondersteunen;

Algemeen

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een Europese datastrategie; is van mening dat de strategie een conditio sine qua non zal zijn voor de levensvatbaarheid van Europese bedrijven en hun mondiale concurrentievermogen en voor de vooruitgang van universiteiten, onderzoekscentra en beginnende AI, en dat zij een cruciale stap zal vormen op weg naar de opbouw van een datamaatschappij op basis van rechten en waarden van de EU en het bepalen van de voorwaarden voor en het vaststellen van de leidende rol van de Unie in de data-economie, die zal leiden tot betere diensten, duurzame groei en hoogwaardige banen; beschouwt het waarborgen van vertrouwen in digitale diensten en in veilige slimme producten als essentieel voor de groei en het slagen van de digitale eengemaakte markt, en vindt dat dit zowel bij overheidsbeleid als bij bedrijfsmodellen centraal moet staan;

2.  merkt op dat de COVID-19-crisis de rol en de noodzaak van hoogwaardige, realtime databanken en het delen van informatie en gegevens, alsmede het bestaan van tekortkomingen in de infrastructuur en de interoperabiliteit van de oplossingen tussen de lidstaten duidelijk heeft gemaakt; benadrukt de gevolgen van de digitale transformatie en de beschikbaarheid van een breed scala aan technologieën voor de economie en de samenleving van de Unie; is ingenomen met de toezegging om sectorale gegevensruimten tot stand te brengen; acht het van cruciaal belang om vaart te zetten achter de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese ruimte voor gezondheidsgegevens, naast andere initiatieven;

3.  onderstreept dat toekomstige gegevenswetgeving moet worden ontworpen om technologische ontwikkeling, innovatie, gegevenstoegang, interoperabiliteit en grensoverschrijdende gegevensportabiliteit te vergemakkelijken; dringt er in dit verband bij de Commissie op aan de bestaande wetgeving te evalueren en in kaart te brengen om te beoordelen welke aanpassingen en aanvullende vereisten nodig zijn om de datamaatschappij en -economie te ondersteunen en eerlijke concurrentie en juridische duidelijkheid voor alle betrokken actoren te waarborgen; dringt erop aan dat de Unie een voortrekkersrol speelt bij de totstandbrenging van een internationaal kader voor gegevens, met inachtneming van de internationale regels;

4.  dringt erop aan dat de Commissie voorafgaand een effectbeoordeling uitvoert over de vraag of de digitale data-economie wijzigingen of aanpassingen van het bestaande rechtskader inzake intellectuele-eigendomsrechten vereist met het oog op het bevorderen van innovatie inzake en de acceptatie van nieuwe digitale technologieën; is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de richtlijn databanken te herzien(24) en de toepassing van Richtlijn (EU) 2016/943 (bescherming van bedrijfsgeheimen) verder te verduidelijken(25);

5.  is van mening dat het vrije verkeer van gegevens in de Unie het grondbeginsel moet blijven en onderstreept de cruciale rol ervan voor het benutten van het volledige potentieel van de data-economie; wijst erop dat de aanzienlijke toename van de hoeveelheid beschikbare gegevens, met name als gevolg van slimme geconnecteerde voorwerpen en een verruiming van de toegang tot en het gebruik van gegevens, gepaard kan gaan met uitdagingen op het gebied van gegevenskwaliteit, vooroordelen, bescherming en beveiliging of oneerlijke handelsvoorwaarden die zullen moeten worden aangepakt; is van mening dat verwezenlijking van de doelstellingen van de datastrategie niet mag leiden tot verstoring van concurrerende markten in de Unie;

6.  herinnert eraan dat de verwerking van persoonsgegevens, inclusief de overdracht ervan, te allen tijde in overeenstemming moet zijn met het acquis van de Unie inzake gegevensbescherming en dat dit door elke toekomstige sectorale of gebruiksgeschikte wetgeving moet worden geëerbiedigd;

7.  wijst erop dat alle toekomstige voorstellen in verband met de verwerking van persoonsgegevens onderworpen zijn aan toezicht door de gegevensbeschermingsautoriteiten overeenkomstig de AVG, om te waarborgen dat bij innovatie ook rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de rechten van de burgers; vraagt dat met de wetsteksten wordt voortgebouwd op de bestaande wetgeving, met name de AVG, en dat zij hiermee in overeenstemming zijn;

8.  wijst erop dat de bestaande richtlijnen, zoals de ITS-richtlijn, niet mogen worden afgezwakt door een overkoepelende reeks regels, en dat het faciliteren van een omgeving waarin gegevens gedeeld worden, de komende jaren voor de EU van cruciaal belang zal zijn; verzoekt de Commissie om het delen van gegevens, met name op het gebied van kaartverkoop- en boekingssystemen, op te nemen in de komende herziening van de ITS-richtlijn;

Waarden en beginselen

9.  is van mening dat de Unie moet streven naar gegevensgovernance in de hele EU en naar een mensgerichte datamaatschappij en -economie op basis van waarden van de Unie als privacy, transparantie en eerbiediging van de grondrechten en fundamentele vrijheden, en dat zij haar burgers in staat moet stellen zinnige beslissingen te nemen over de gegevens die door hen worden geproduceerd of die op hen betrekking hebben;

10.  benadrukt dat personen de volledige controle moeten hebben over hun gegevens en meer ondersteuning moeten krijgen bij het afdwingen van hun gegevensbeschermings- en privacyrechten in verband met de door hen gegenereerde gegevens; wijst op het recht op gegevensportabiliteit en op het recht van de betrokkene op inzage, rectificatie en wissing van gegevens als bedoeld in de AVG; verwacht dat toekomstige voorstellen het genot en de zinnige uitoefening van deze rechten zullen ondersteunen; beklemtoont dat overeenkomstig het beginsel van doelbinding in de AVG de vrije uitwisseling van gegevens beperkt moet blijven tot niet-persoonsgegevens, bijvoorbeeld industriële of commerciële gegevens, of veilig, doeltreffend en onomkeerbaar geanonimiseerde persoonsgegevens, ook in geval van gemengde datasets; benadrukt dat elk misbruik van gegevens, onder meer door grootschalig toezicht, uitgesloten moet worden;

11.  merkt op dat een behoorlijk geconstrueerde datamaatschappij en -economie zo ontworpen moet worden dat zij ten goede komt aan alle consumenten, werknemers, ondernemers, start-ups en kmo’s, alsook onderzoekers en lokale gemeenschappen, de arbeidsrechten moet eerbiedigen, hoogwaardige werkgelegenheid moet creëren zonder de arbeidsomstandigheden te verslechteren en de levenskwaliteit van EU-burgers moet verbeteren, en de bestaande digitale kloven moet verkleinen zonder er nieuwe te creëren, met name voor kwetsbare groepen en personen met een handicap op het gebied van vaardigheden en toegang tot digitale instrumenten;

12.  dringt er bij de Commissie op aan consumenten mondiger te maken, met bijzondere aandacht voor bepaalde groepen consumenten die als kwetsbaar worden beschouwd; is van oordeel dat industriële data en data van burgers kunnen helpen bij het ontwikkelen van innovatieve digitale en duurzame oplossingen voor producten en diensten die ten goede komen aan de Europese consumenten;

13.  beklemtoont dat de toename van de hoeveelheid, ontwikkeling, deling, opslag en verwerking van industriële en openbare gegevens in de Unie een bron van duurzame groei en innovatie is waarvan gebruik moet worden gemaakt, met inachtneming van de wetgeving van de Unie en de lidstaten, onder andere op het gebied van gegevensbescherming, mededinging en intellectuele-eigendomsrechten; merkt op dat gegevens steeds meer gewaardeerd worden door de markt; is van mening dat economische groei kan worden bewerkstelligd door te zorgen voor een gelijk speelveld en een concurrerende, eerlijke markteconomie met meerdere marktdeelnemers, en tegelijkertijd te zorgen voor interoperabiliteit en toegang tot gegevens voor actoren van elke omvang, om de onevenwichtigheden op de markt tegen te gaan;

14.  onderstreept dat de datastrategie duurzaamheid, de Green Deal en de klimaatdoelstellingen van de Unie, inclusief klimaatneutraliteit uiterlijk in 2050, alsmede een veerkrachtig herstel van de economie en de sociale cohesie van de Unie moet ondersteunen en hiertoe moet bijdragen; wijst erop dat ICT een positieve rol kan spelen bij de vermindering van de koolstofemissies in veel sectoren; dringt aan op maatregelen om de koolstofvoetafdruk van de ICT-sector te verkleinen door te zorgen voor energie- en hulpbronnenefficiëntie, niet in de laatste plaats gezien de exponentiële groei van gegevensverwerking en de milieueffecten hiervan, en herinnert in dit verband aan de doelstellingen van de Unie om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 terug te dringen;

Gegevensbeheer en -ruimten

15.  steunt de creatie van een kader voor gegevensbeheer en gemeenschappelijke Europese gegevensruimten, die onderworpen moeten zijn aan EU-regels en betrekking moeten hebben op transparantie, interoperabiliteit, delen, inzage, overdraagbaarheid en beveiliging van gegevens, met het oog op het verbeteren van de doorstroming en het hergebruik van niet-persoonsgebonden gegevens of persoonsgegevens die volledig in overeenstemming zijn met de AVG en veilig geanonimiseerd zijn zowel in industriële als in publieke omgevingen en tussen en binnen specifieke sectoren;

16.  benadrukt dat het model voor gegevensbeheer, inclusief gemeenschappelijke Europese gegevensruimten, gebaseerd moet zijn op een gedecentraliseerde omgeving voor de exploitatie van gegevens, om de creatie en ontwikkeling te ondersteunen van interoperabele en veilige data-ecosystemen; benadrukt dat deze ruimten het potentieel moeten benutten van bestaande en toekomstige gegevensruimten of regelingen voor het delen van gegevens, die georganiseerd kunnen zijn op gedistribueerde of gecentraliseerde wijze;

17.  is van mening dat gegevensbeheerdiensten en gegevensarchitectuur die ontworpen zijn voor de opslag, het gebruik, het hergebruik en het beheer van gegevens essentiële bestanddelen zijn van de waardeketen van de Europese digitale economie; erkent dat een groot deel van de gegevensverwerking zal evolueren naar edge processing, bijvoorbeeld in slimme, geconnecteerde objecten; steunt de verdere invoering van gedecentraliseerde digitale technologieën, waarmee individuen en organisaties gegevensstromen naar eigen goeddunken kunnen beheren, bijvoorbeeld distributed-ledgertechnologieën; benadrukt dat de kosten en vaardigheden in verband met de toegang tot en de opslag van gegevens bepalend zijn voor de snelheid en de grondigheid waarmee en de schaal waarop digitale infrastructuren en producten worden ingevoerd, met name voor kmo’s en start-ups;

18.  roept op tot de oprichting van een deskundigengroep onder leiding van de Commissie, die de Commissie kan helpen en adviseren om gemeenschappelijke richtsnoeren inzake gegevensbeheer voor de hele EU vast te stellen, teneinde interoperabiliteit en het delen van gegevens in de EU tot een realiteit te maken; verzoekt de Commissie ernaar te streven om de lidstaten, relevante agentschappen en andere organen en belanghebbenden, zoals burgers, het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven, op regelmatige wijze bij haar activiteiten te betrekken, teneinde het governancekader te verbeteren; benadrukt dat het van groot belang is de bij de data-economie betrokken regelgevers te coördineren;

19.  benadrukt dat in gemeenschappelijke Europese gegevensruimten voorrang moet worden gegeven aan cruciale economische sectoren, de overheidssector en andere gebieden van algemeen belang; steunt de oprichting van bijkomende gegevensruimten in de toekomst; verzoekt de Commissie de versnippering op de eengemaakte markt en de ongerechtvaardigde verschillen tussen de in de lidstaten geldende regels aan te pakken om de ontwikkeling van gemeenschappelijke gegevensruimten in de EU te garanderen;

20.  merkt op dat de gemeenschappelijke Europese gegevensruimten toegankelijk moeten zijn voor alle marktdeelnemers, zowel commerciële als niet-commerciële, met inbegrip van start-ups en kmo’s, en gebruik moeten maken van samenwerkingsmogelijkheden met kmo’s, onderzoeksinstellingen, overheidsdiensten en het maatschappelijk middenveld, en tegelijkertijd de rechtszekerheid van procedures voor gegevensgebruik voor particuliere en publieke actoren van elke omvang moeten vergroten; acht het van essentieel belang elk risico van ongeoorloofde toegang tot gemeenschappelijke Europese gegevensruimten te voorkomen en instrumenten te creëren om mogelijk wangedrag tegen te gaan; benadrukt het belang van cyberbeveiliging, inclusief samenwerking met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) en het EU-kenniscentrum voor cyberbeveiliging;

21.  verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem interoperabele sectorale gegevensruimten tot stand te brengen volgens gemeenschappelijke richtsnoeren, wettelijke voorschriften en protocollen voor het delen van gegevens om te voorkomen dat er silo’s ontstaan en om sectoroverschrijdende innovatie mogelijk te maken; benadrukt dat bij het beheer van sectorale gegevensruimten rekening moet worden gehouden met de vereisten en procedures die zijn vastgesteld in de sectorale wetgeving; benadrukt dat elke speler die in de EU actief is en van de Europese gegevensruimten gebruikmaakt, de EU-wetgeving moet naleven;

22.  spoort de Commissie aan gemeenschappelijke Europese gegevensruimten te gebruiken om het vertrouwen te vergroten, gemeenschappelijke normen en voorschriften vast te stellen en de creatie aan te moedigen van goed vormgegeven applicatieprogramma-interfaces (API’s), in combinatie met degelijke authenticatiemechanismen, en het gebruik te overwegen van vooraf overeengekomen, duidelijk gespecificeerde en tijdsgebonden testomgevingen (zogenaamde “sandboxes”) voor het testen van innovaties, nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe instrumenten voor gegevensbeheer en -verwerking, zowel in de openbare als in de particuliere sector;

23.  is van mening dat goed vormgegeven API’s essentiële toegang tot gegevens en interoperabiliteit in gegevensruimten zouden bieden en geautomatiseerde interoperabiliteit in real time tussen verschillende diensten en binnen de overheidssector mogelijk zouden maken; verzoekt de Commissie en de lidstaten de toegang van personen tot doeltreffende rechtsmiddelen in het kader van de AVG verder te verbeteren, de interoperabiliteit en gegevensoverdraagbaarheid van digitale diensten te waarborgen, en API’s met name te gebruiken om gebruikers in staat te stellen platforms met elkaar te verbinden en om de keuze aan verschillende soorten systemen en diensten te vergroten;

24.  merkt op dat actoren in de particuliere en de openbare sector, met name kmo’s en start-ups, moeten worden geholpen om de gegevens die zij genereren en bezitten, in kaart te brengen en te benutten; dringt aan op maatregelen om gegevens beter vindbaar te maken teneinde gegevensruimten te voeden door het faciliteren, cureren, catalogiseren en vormen van algemeen aanvaarde taxonomieën en het opschonen van routinegegevens; verzoekt de Commissie te zorgen voor richtsnoeren, instrumenten en financiering uit bestaande programma’s om de vindbaarheid van metagegevens binnen gegevensruimten te verbeteren; wijst op initiatieven zoals het Nordic Smart Government-programma, dat beoogt kmo’s in staat te stellen gegevens vrijwillig, automatisch en in real time te delen door middel van een gedecentraliseerd digitaal ecosysteem;

25.  herinnert aan de belangrijke rol van databemiddelaars als structurele facilitatoren voor de organisatie van gegevensstromen; is ingenomen met de plannen van de Commissie voor de classificatie en certificering van intermediairs met het oog op de totstandbrenging van interoperabele en niet-discriminerende data-ecosystemen; verzoekt de Commissie te zorgen voor interoperabiliteit door minimumcriteria tussen databemiddelaars te ontwikkelen; dringt er bij de Commissie op aan samen te werken met Europese en internationale normeringsorganisaties om lacunes in de gegevensnormalisatie op te sporen en te dichten;

26.  onderstreept dat aandacht moet worden besteed aan de specifieke kwesties die zich kunnen voordoen met betrekking tot de toegang tot en de verwerking van consumentengegevens, in het bijzonder van bepaalde groepen consumenten die als kwetsbaar worden beschouwd, waaronder minderjarigen, ouderen en personen met een handicap; verzoekt de Commissie daarom te garanderen dat de rechten van alle consumenten te allen tijde worden geëerbiedigd en dat alle consumenten in gelijke mate profiteren van de voordelen van de totstandbrenging van de eengemaakte markt voor gegevens; onderstreept dat wanneer de verwerking van gegevens gemengde datasets omvat, deze datasets moeten worden verwerkt in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving, met inbegrip van de richtsnoeren van de Commissie bij Verordening (EU) 2018/1807 inzake het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens;

27.  benadrukt het belang van het tot stand brengen van gemeenschappelijke Europese gegevensruimten, met het oog op het waarborgen van het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens over grenzen heen en tussen sectoren, om de datastromen tussen bedrijven, de academische wereld, relevante belanghebbenden en de publieke sector te verbeteren; verzoekt de lidstaten in dit verband Verordening (EU) 2018/1807 volledig na te leven zodat gegevens in de EU kunnen worden opgeslagen en verwerkt zonder ongerechtvaardigde belemmeringen en restricties;

28.  wijst erop dat het soms onmogelijk en vaak zeer moeilijk en duur is om persoonlijke en niet-persoonsgebonden gegevens, zoals industriële gegevens, van elkaar te scheiden, met als gevolg dat veel gegevens tot op heden ongebruikt blijven; herinnert er in dit verband aan dat datasets waarin beide soorten gegevens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, altijd behandeld worden als persoonsgegevens, ook wanneer de persoonsgegevens slechts een klein deel van de dataset vormen; dringt er bij de Commissie en de Europese gegevensbeschermingsautoriteiten op aan verdere richtsnoeren te verstrekken voor de rechtmatige verwerking van gegevens en praktijken inzake het gebruik van gemengde datasets in industriële omgevingen, met volledige inachtneming van de AVG en Verordening (EU) 2018/1807; is van mening dat het gebruik van privacybeschermingstechnologie moet worden aangemoedigd om de rechtszekerheid voor bedrijven te vergroten, onder meer door middel van duidelijke richtsnoeren en een lijst van criteria voor effectieve anonimisering; benadrukt dat de controle over dergelijke gegevens altijd bij het individu berust en automatisch moet worden beschermd; verzoekt de Commissie te overwegen een wetgevingskader en een duidelijke definitie van horizontale en transversale persoonlijke gegevensruimten naast andere gegevensruimten vast te stellen, en de uitdaging van gemengde datasets verder te verduidelijken; verzoekt de Commissie burgers en bedrijven te empoweren, bijvoorbeeld via betrouwbare bemiddelaars zoals MyData-operators, die gegevensoverdrachten met toestemming van de eigenaar faciliteren en voldoende details verstrekken over de toestemmingen; benadrukt dat digitale identiteiten, die het essentiële fundament vormen van een betrouwbare data-economie met meerdere spelers, verder moeten worden ontwikkeld; verzoekt de Commissie daarom Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt te herzien en een wetgevingsvoorstel(26) te publiceren voor een betrouwbare en beveiligde Europese e‑ID; verzoekt de Commissie ook te onderzoeken of organisaties en dingen, zoals sensoren, een digitale identiteit moeten krijgen om het grensoverschrijdende gebruik van vertrouwensdiensten, die essentieel zijn voor de data-economie met meerdere spelers, te vergemakkelijken;

29.  wijst op het potentieel om de kwaliteit van de rechtshandhaving te verbeteren en eventuele bias tegen te gaan, door betrouwbare gegevens te verzamelen en deze ter beschikking te stellen van het publiek, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke deskundigen; herinnert eraan dat elke toegang van rechtshandhavingsinstanties tot door de overheid of particulieren bewaarde persoonsgegevens in gegevensruimten gebaseerd moet zijn op het recht van de EU en de lidstaten, strikt beperkt moet blijven tot wat noodzakelijk en evenredig is en gepaard moet gaan met adequate waarborgen; onderstreept dat het gebruik van persoonsgegevens door overheidsinstanties alleen mag worden toegestaan onder streng democratisch toezicht en met extra waarborgen tegen misbruik;

30.  merkt op dat de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken belangrijk is voor de versterking van de veiligheid van de Europese burgers en dat hiervoor voldoende financiële middelen moeten worden uitgetrokken; benadrukt echter dat er meer waarborgen nodig zijn met betrekking tot de wijze waarop de agentschappen voor justitie en binnenlandse zaken persoonlijke informatie en persoonsgegevens verwerken, gebruiken en beheren in hun voorgestelde gegevensruimten;

31.  steunt het voornemen van de Commissie om de ontwikkeling te bevorderen van negen gemeenschappelijke Europese gegevensruimten voor de (maak)industrie, de Green Deal, mobiliteit, gezondheid, financiën, energie, landbouw, openbaar bestuur en vaardigheden; vraagt dat deze ruimten met spoed worden ontwikkeld; is voorstander van de mogelijkheid om het concept van gemeenschappelijke Europese gegevensruimten uit te breiden tot andere sectoren;

32.  benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan bepaalde sectoren zoals de gezondheidszorg; deelt het standpunt van de Commissie dat EU-burgers veilige toegang moeten hebben tot een uitgebreid elektronisch dossier met gegevens over hun gezondheid, en dat zij de controle moeten behouden over hun persoonlijke gezondheidsgegevens en deze veilig moeten kunnen delen met gemachtigde derden, waarbij elke ongeoorloofde toegang verboden is overeenkomstig de wetgeving inzake gegevensbescherming; benadrukt dat verzekeringsmaatschappijen of andere dienstverleners die toegang hebben tot informatie die in e‑gezondheidstoepassingen is opgeslagen, de uit deze toepassingen verkregen gegevens niet mogen gebruiken om te discrimineren, ook niet bij het vaststellen van prijzen, omdat dit zou indruisen tegen het grondrecht van toegang tot gezondheidszorg;

33.  herinnert eraan dat de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens op grond van artikel 9 van de AVG in beginsel verboden is, op bepaalde strikte uitzonderingen na, waarvoor specifieke verwerkingsvoorschriften gelden en waarbij het altijd verplicht is het effect op de gegevensbescherming te beoordelen; wijst erop dat onrechtmatige of onbeveiligde verwerking van gevoelige gegevens rampzalige en onomkeerbare gevolgen kan hebben voor de betrokkenen;

34.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om een Europese interne markt voor gegevens tot stand te brengen, met inbegrip van een gemeenschappelijke Europese ruimte voor mobiliteitsdata, en erkent het enorme economische potentieel daarvan;

35.  wijst erop dat deze Europese gegevensruimte van bijzonder belang zal zijn voor de Europese vervoers- en logistieke sector, aangezien zij het potentieel heeft om goederen- en passagiersstromen efficiënter te organiseren en te beheren en beter en doelmatiger gebruik te maken van infrastructuur en hulpmiddelen in het hele trans-Europees vervoersnetwerk (TEN‑T);

36.  onderstreept voorts dat deze Europese gegevensruimte ook zou zorgen voor een betere zichtbaarheid in de bevoorradingsketen, het realtimebeheer van verkeers- en goederenstromen, interoperabiliteit en multimodaliteit, alsook voor een vereenvoudiging en vermindering van de administratieve lasten in het hele TEN-T, met name op grensoverschrijdende trajecten;

37.  benadrukt dat het delen van gegevens de efficiëntie van het verkeersbeheer en de verkeersveiligheid voor alle vervoerswijzen zou kunnen verbeteren; benadrukt de potentiële voordelen van het delen van gegevens, zoals realtimenavigatietechnologie om druk verkeer te mijden en realtime-informatie over vertragingen in het openbaar vervoer, voor het besparen op extra werktijd, het vergroten van de efficiëntie en het vermijden van knelpunten;

38.  stelt voor dat de Commissie bij de totstandbrenging van een regelgevingskader voor interoperabele gegevensuitwisseling in het spoorvervoer Verordening (EU) nr. 454/2011 van de Commissie betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen ten dienste van passagiers van het trans-Europees spoorwegsysteem(27) en Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie herziet(28);

39.  is ingenomen met de steun van de Commissie voor de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte voor de landbouw; herinnert aan het potentieel van landbouwgegevens en van ruime toegang ertoe om de duurzaamheid, het concurrentievermogen en het hulpbronnengebruik in de hele agrovoedings- en bosbouwketen te vergroten, bij te dragen tot de ontwikkeling van innovatieve en duurzame technieken, de toegang tot relevante informatie voor consumenten te verbeteren en voedselverspilling en de ecologische voetafdruk van de sector te verminderen; dringt er bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op aan de ontwikkeling van instrumenten voor gegevensverzameling en -verwerking voor subsectoren van de landbouw en gegevens over de in- en uitvoer van onder meer landbouwproducten te bevorderen en daarin te investeren;

40.  verzoekt de Commissie na te gaan in hoeverre het mogelijk is om gemeenschappelijke Europese gegevensruimten voor de culturele en creatieve sector in het algemeen en voor cultureel erfgoed tot stand te brengen, en welke voordelen dat zou kunnen opleveren; wijst erop dat de culturele sector over een aanzienlijke hoeveelheid herbruikbare gegevens beschikt, die in combinatie met andere bronnen, zoals open gegevensbronnen en gegevensanalyse, culturele instellingen zouden kunnen helpen;

41.  vraagt dat er een Europese gegevensruimte voor toerisme wordt gecreëerd om alle actoren in de sector, met name kmo’s, te helpen om enorme hoeveelheden gegevens te benutten bij het uitvoeren van beleid en projecten op regionaal en lokaal niveau, waardoor het herstel en de digitalisering zullen worden bevorderd;

42.  steunt het initiatief van de Commissie om een strikt gedefinieerde, EU-brede aanpak van gegevensaltruïsme te ontwikkelen en een duidelijke definitie van en regels voor gegevensaltruïsme vast te stellen in overeenstemming met de EU-beginselen inzake gegevensbescherming, met name doelbinding, die vereist dat gegevens worden verwerkt voor “welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden”; staat achter het voorstel van de Commissie dat gegevensaltruïsme altijd afhankelijk moet zijn van geïnformeerde toestemming en te allen tijde moet kunnen worden herroepen; onderstreept dat gegevens die in het kader van gegevensaltruïsme worden verstrekt, bedoeld zijn om te worden verwerkt met het oog op het algemeen belang en niet mogen worden gebruikt om louter commerciële belangen na te streven;

43.  dringt erop aan in het kader voor gegevensbeheer het beginsel “gegevens voor het algemeen belang” te bevorderen en daarbij te allen tijde de rechten van EU-burgers te beschermen;

44.  beklemtoont dat niemand onder druk mag worden gezet om zijn gegevens te delen, en dat beslissingen niet mogen worden gekoppeld aan rechtstreekse voordelen voor wie ervoor kiest zijn persoonsgegevens te laten gebruiken;

Gegevenswet, toegang en interoperabiliteit

45.  dringt er bij de Commissie op aan een gegevenswet voor te stellen om in alle sectoren een grotere en eerlijke gegevensstroom tussen bedrijven onderling (B2B), tussen bedrijven en de overheid (B2G), tussen de overheid en bedrijven (G2B) en tussen overheden (G2G) aan te moedigen en mogelijk te maken;

46.  moedigt de Commissie aan om een cultuur van gegevensuitwisseling en vrijwillige regelingen voor gegevensuitwisseling te bevorderen, zoals de toepassing van beste praktijken, billijke contractuele modelovereenkomsten en veiligheidsmaatregelen; merkt op dat vrijwillige gegevensuitwisseling mogelijk moet worden gemaakt door een solide wetgevingskader dat vertrouwen schept en bedrijven aanmoedigt om gegevens beschikbaar te stellen aan anderen, met name over de grenzen heen; dringt er bij de Commissie op aan de gebruiksrechten te verduidelijken, met name in B2B- en B2G-marktomgevingen; dringt er bij de Commissie op aan bedrijven te stimuleren om hun gegevens uit te wisselen, ongeacht of deze oorspronkelijk, afgeleid of medegegenereerd zijn, eventueel door middel van een beloningssysteem en andere stimulansen, met inachtneming van bedrijfsgeheimen, gevoelige gegevens en intellectuele-eigendomsrechten; moedigt de Commissie aan om samenwerkingsbenaderingen voor het delen van gegevens en gestandaardiseerde gegevensovereenkomsten te ontwikkelen teneinde de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid te verbeteren; benadrukt dat, teneinde misbruik van dergelijke gegevens te beperken, in contracten duidelijke verplichtingen en aansprakelijkheidsbepalingen moeten worden opgenomen voor de toegang tot gegevens en de verwerking, het delen en de opslag ervan;

47.  merkt op dat onevenwichtigheden op de markt als gevolg van de concentratie van gegevens de concurrentie beperken, de drempels voor markttoegang verhogen en de toegang tot en het gebruik van gegevens op ruimere schaal verminderen; merkt op dat contractuele overeenkomsten tussen bedrijven niet noodzakelijk een adequate toegang tot gegevens voor kmo’s garanderen door de ongelijke onderhandelingsmacht of deskundigheid; merkt op dat er specifieke omstandigheden zijn, zoals systematische onevenwichtigheden in de waardeketens van B2B-gegevens, waarin de toegang tot gegevens verplicht moet worden gesteld, bijvoorbeeld door gebruik te maken van goed geformuleerde API’s die eerlijke toegang voor spelers van elke omvang waarborgen of door mededingingsregels toe te passen om oneerlijke of illegale B2B-praktijken tegen te gaan; wijst erop dat dergelijke onevenwichtigheden zich in verschillende sectoren voordoen;

48.  verzoekt de Commissie en de lidstaten na te gaan welke rechten en plichten de actoren hebben wat betreft toegang tot gegevens die zij hebben helpen genereren en hen daar beter bewust van te maken, met name het recht om toegang te krijgen tot gegevens, om gegevens over te dragen, om er bij een andere partij op aan te dringen gegevens niet langer te gebruiken, of om gegevens te corrigeren of te verwijderen, en tevens de houders van die rechten te identificeren en de aard van die rechten af te bakenen; verzoekt de Commissie te verduidelijken in hoeverre actoren het recht hebben te profiteren van de economische waarde die wordt gecreëerd door toepassingen die zijn ontwikkeld met gebruikmaking van gegevens die zij hebben helpen genereren;

49.  vindt het belangrijk te garanderen dat juridische en technische ondersteuning voor bedrijven, met name micro-ondernemingen, kmo’s en start-ups, zowel op nationaal als op EU-niveau wordt gefaciliteerd, bijvoorbeeld in de context van de Europese digitale-innovatiehubs in het kader van het programma Digitaal Europa, met het oog op een beter gebruik en een betere uitwisseling van gegevens en een betere naleving van de AVG; meent dat de toegang tot gezamenlijk gegenereerde gegevens moet worden verleend op een manier die de grondrechten eerbiedigt, een gelijk speelveld ondersteunt en betrokkenheid van de sociale partners, zelfs op bedrijfsniveau, bevordert; benadrukt dat dergelijke toegangsrechten technisch mogelijk moeten worden gemaakt en moeten worden verleend door gestandaardiseerde interfaces;

50.  verzoekt alle EU-instellingen en de lidstaten alsook de lokale en regionale overheden het goede voorbeeld te geven en te voorzien in realtimediensten en beleid dat op realtimegegevens gebaseerd is; benadrukt dat digitalisering overheidsdiensten de kans biedt om onnodige administratieve lasten te verminderen en verkokering binnen overheidsorganen en ‑instanties aan te pakken met het oog op een efficiënter beheer van niet-persoonsgebonden gegevens, dat de ontwikkeling en verlening van overheidsdiensten ten goede zal komen;

51.  pleit voor meer en beter secundair gebruik van veilig geanonimiseerde persoonsgegevens en gebruik van ontwikkelde privacyverbeterende en ‑beschermende technologieën, met name bij G2B- en G2G-uitwisselingen, om innovatie en onderzoek te stimuleren en diensten in het openbaar belang te verbeteren; benadrukt dat er instrumenten nodig zijn om ervoor te zorgen dat dergelijk secundair gebruik altijd volledig in overeenstemming is met de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming en privacy; benadrukt dat toegang tot gegevens niet in de weg staat aan privacy;

52.  benadrukt voorts dat elk gebruik van geaggregeerde persoonsgegevens afkomstig van sociale media ofwel moet voldoen aan de AVG, ofwel werkelijk onomkeerbaar geanonimiseerd moet zijn; verzoekt de Commissie beste praktijken voor anonimiseringstechnieken en nader onderzoek naar de-anonimiseringsprocessen en de bestrijding ervan te bevorderen; verzoekt het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) zijn richtsnoeren op dit gebied te actualiseren; toont zich terughoudend ten aanzien van het gebruik van anonimisering als techniek om de privacy te beschermen, aangezien volledige anonimisering in bepaalde gevallen praktisch onmogelijk is;

53.  benadrukt de rol van de publieke sector bij het bevorderen van een innovatieve en concurrerende data-economie; benadrukt dat aanbieder- en technologische lock-in moet worden voorkomen als het gaat om door de overheid verzamelde gegevens of door particuliere entiteiten verzamelde gegevens van algemeen openbaar belang; vraagt dat in het kader van openbare aanbestedingsprocedures en financieringsprogramma’s wordt gezorgd voor latere toegangsrechten tot gegevens en voor interoperabiliteits- en overdraagbaarheidsvereisten op basis van gemeenschappelijke technische normen; steunt het gebruik van open standaarden, opensourcesoftware en ‑hardware, opensourceplatforms en, in voorkomend geval, open, goed vormgegeven API’s in een streven om interoperabiliteit te bewerkstelligen; wijst erop dat de toegang van kmo’s en met name start-ups tot openbare aanbestedingen in het kader van de digitalisering van overheidsdiensten moet worden beschermd en bevorderd om de totstandbrenging van een dynamische en concurrerende Europese digitale sector te bevorderen;

54.  benadrukt dat het delen van gegevens moet leiden tot meer concurrentie, en moedigt de Commissie aan om een gelijk speelveld te waarborgen op de interne markt voor gegevens;

55.  verzoekt de Commissie om voor B2G-gegevensuitwisseling nader te bepalen onder welke omstandigheden en voorwaarden en met welke stimulansen de particuliere sector moet worden verplicht om gegevens te delen met de openbare sector, bijvoorbeeld omdat dit noodzakelijk is voor de organisatie van gegevensgestuurde overheidsdiensten; benadrukt dat regelingen voor verplichte B2G-gegevensuitwisseling, bijvoorbeeld in geval van overmacht, een duidelijk afgebakend toepassingsgebied en een duidelijk tijdschema moeten hebben en gebaseerd moeten zijn op duidelijke regels en verplichtingen om oneerlijke concurrentie te voorkomen;

56.  vraagt om een betere coördinatie tussen de lidstaten om B2G-gegevensuitwisseling en grensoverschrijdende gegevensstromen tussen sectoren te vergemakkelijken, door middel van een dialoog tussen overheden en belanghebbenden, met als doel een gezamenlijke methode voor het verzamelen van gegevens vast te stellen op basis van de beginselen van vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid; verzoekt de Commissie na te gaan welke mogelijkheden er zijn voor gegevenscuratie op grote schaal;

57.  herinnert de Commissie en de lidstaten eraan de richtlijn open data volledig uit te voeren, de uitvoering ervan te verbeteren wat betreft de kwaliteit en de publicatie van gegevens, en de doelstellingen ervan te eerbiedigen bij de onderhandelingen over de uitvoeringshandeling betreffende hoogwaardige datasets; wenst dat deze datasets onder meer een lijst van vennootschaps- en handelsregisters omvatten; onderstreept de maatschappelijke baten van het bevorderen van betere toegang tot overheidsgegevens op een wijze die de bruikbaarheid ervan in de hele Unie vergroot; verzoekt de Commissie een sterke link te leggen tussen deze hoogwaardige datasets en de komende gegevenswetgeving en de invoering van de gemeenschappelijke Europese gegevensruimten;

58.  benadrukt dat het zowel voor de economie als voor de samenleving van belang is dat overheidsgegevens op grote schaal worden hergebruikt, en dat die gegevens zoveel mogelijk realtime of ten minste up-to-date moeten zijn en gemakkelijk toegankelijk en verwerkbaar moeten zijn dankzij machineleesbare en gebruikersvriendelijke formaten; moedigt de Commissie aan om met de lidstaten samen te werken om het delen van niet-gevoelige, door de overheidssector gegenereerde datasets in machineleesbare formaten nog meer te vergemakkelijken dan door de richtlijn open data wordt vereist, hetzij – zo mogelijk – gratis, hetzij kostendekkend, en richtsnoeren uit te vaardigen voor een gemeenschappelijk model voor het delen van gegevens overeenkomstig de voorschriften van de AVG; moedigt de Commissie aan om, met behoud van de flexibiliteit bij het updaten van de hoogwaardige datasets, het toepassingsgebied van de richtlijn open data uit te breiden tot andere overheidsdatasets en uit te gaan van het beginsel dat overheidsgegevens impliciet transparant zijn, teneinde de lidstaten aan te moedigen om bestaande digitale ruwe gegevens in realtime te openbaar te maken;

59.  wijst erop dat de snelle ontwikkeling van moderne digitale oplossingen voor vervoer en toerisme, zoals autonome voertuigen en intelligente vervoerssystemen (ITS), alleen mogelijk is als er gemeenschappelijke, uniforme en gestructureerde, machineleesbare gegevensformaten op Europees niveau worden vastgesteld die zijn gebaseerd op open registratienormen;

60.  verzoekt de Commissie een vrijwillig, open en interoperabel register van milieu-, sociale en governancegegevens (ESG-gegevens) over de prestaties van bedrijven op het gebied van duurzaamheid en verantwoordelijkheid in kaart te brengen en op te zetten, dat van cruciaal belang is om duurzame investeringen te waarborgen en de transparantie van de duurzaamheid en verantwoordelijkheid van bedrijven zou verbeteren, zodat zij beter kunnen aantonen welke maatregelen zij hebben genomen om de doelstellingen van de Green Deal te verwezenlijken; verzoekt de Commissie na te gaan welke gegevensverzamelingen essentieel zijn voor de ecologische transitie, en steunt met name de openstelling van particuliere gegevens wanneer dit gerechtvaardigd is voor publieke onderzoeksdoeleinden;

Infrastructuur

61.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om, met het oog op de versterking van de technologische soevereiniteit van de Unie, onderzoek en innovatie te bevorderen en te werken aan technologieën die open samenwerking, het delen van gegevens en analyse vergemakkelijken, en te investeren in capaciteitsopbouw, projecten met een grote impact, innovatie en de uitrol van digitale technologieën, met inachtneming van het beginsel van technologische neutraliteit;

62.  benadrukt dat de huidige COVID-19-crisis tekortkomingen en kwetsbaarheden op digitaal gebied aan het licht heeft gebracht, zowel op het niveau van de Unie als op het niveau van de lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten de digitale kloof tussen en binnen de lidstaten effectief te blijven aanpakken door de toegang tot hogesnelheidsbreedband, netwerken met zeer hoge capaciteit en ICT-diensten te verbeteren, ook in de meeste perifere en landelijke bewoonde gebieden, en zo de cohesie en de economische en sociale ontwikkeling te bevorderen; wijst op de potentiële rol van satellietconnectiviteit in zeer afgelegen gebieden;

63.  herinnert eraan dat het succes van de gegevens- en AI-strategieën van de Unie afhangt van het bredere ICT-ecosysteem, van het dichten van de digitale kloof, van het versnellen van technologische ontwikkelingen op onder meer het internet der dingen (IoT), AI, cyberbeveiligingstechnologie, glasvezel, 5G, 6G, kwantum‑ en edgecomputing, robotica, “distributed ledger”-technologieën zoals blockchain, digitale tweelingen, high-performance computing, beeldverwerkingstechnologie en intelligente connectiviteit aan de edge, bijvoorbeeld via grootschalige open oproepen voor projecten waarbij edge en het IoT worden gecombineerd; onderstreept dat technologische vooruitgang op basis van gegevensverwerking en de onderlinge verbondenheid van digitale producten en diensten vergezeld moeten gaan van juridisch bindende ethische normen om bedreigingen voor de privacy en de gegevensbescherming te beperken;

64.  erkent het huidige succes van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing; beschouwt deze als een belangrijk instrument voor informatie- en gegevensuitwisseling tussen wetenschappers en onderzoekers en, meer in het algemeen, tussen particuliere en overheidsactoren; is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de leidende rol van Europa op het gebied van supercomputing en kwantumcomputing te behouden en te bevorderen;

65.  benadrukt dat de digitale sector een aanzienlijk potentieel heeft om bij te dragen tot de vermindering van de wereldwijde koolstofemissies; merkt op dat de sector naar schatting verantwoordelijk is voor meer dan 2 % van de wereldwijde broeikasgasemissies; benadrukt dat de voortdurende expansie van de sector gepaard moet gaan met aandacht voor energie- en hulpbronnenefficiëntie om de gevolgen voor het milieu tegen te gaan; merkt op dat nieuwe technologische oplossingen zoals glasvezel (in vergelijking met koper) en energie-efficiënte programmering een veel kleinere koolstofvoetafdruk opleveren; benadrukt dat het gebruik en de circulariteit van kritieke grondstoffen moeten worden verbeterd en dat elektronisch afval moet worden verminderd en gerecycled;

66.  benadrukt dat datacentra een groeiend aandeel hebben in het wereldwijde elektriciteitsverbruik, dat nog zou kunnen toenemen als er geen actie wordt ondernomen; neemt nota van het voornemen van de Commissie om tegen 2030 zeer energie-efficiënte, duurzame en klimaatneutrale datacenters te ontwikkelen; steunt de bevordering van innovatieve en best beschikbare oplossingen, minder verspilling en groene technieken voor gegevensopslag, met bijzondere aandacht voor de synergieën tussen stadsverwarming en -koeling en het gebruik van de afvalwarmte die vrijkomt bij het koelen van datacenterfaciliteiten, met als doel de impact van datacentra op het milieu, de hulpbronnen en het energieverbruik te beperken; dringt aan op meer transparantie naar de consument toe over de CO2-uitstoot van de opslag en het delen van gegevens;

67.  vraagt de Commissie en de lidstaten concurrerende markten te bevorderen en tegelijkertijd het Europese bedrijfsleven te versterken, en de ontwikkeling van een Europees cloudaanbod te ondersteunen; is ingenomen met de initiatieven van de European Cloud Federation, zoals de European Alliance for Industrial Data and Cloud en financieringsinitiatieven, alsook met het GAIA-X-project, die tot doel hebben een gefedereerde gegevensinfrastructuur te ontwikkelen en een ecosysteem tot stand te brengen dat schaalbaarheid, interoperabiliteit en zelfbeschikking van gegevensverstrekkers door ontwerp mogelijk maakt, zodat organisaties of personen zelfbeschikking en controle over hun eigen gegevens hebben; is voorstander van concurrerende EU-markten op het gebied van IaaS, PaaS en SaaS en bij de ontwikkeling van gespecialiseerde en nicheclouddiensten en ‑toepassingen; dringt er bij de Commissie op aan waakzaam te blijven voor mogelijk misbruik van marktmacht door dominante marktdeelnemers die actief zijn op oligopolistische markten in de Unie, waardoor de concurrentie of de keuze van de consument zou kunnen worden beperkt; benadrukt dat cloudinfrastructuren moeten stoelen op de beginselen van vertrouwen, openheid, veiligheid, interoperabiliteit en overdraagbaarheid; benadrukt dat de beginselen van gegevensportabiliteit, voor zover nodig, een oplossing moeten bieden voor de verschillen in infrastructuur en praktijk van IT-aanbieders, opdat de gegevens van gebruikers effectief worden overgedragen; merkt op dat gebruikers mogelijk niet precies dezelfde configuratie en service krijgen wanneer zij hun gegevens van de ene aanbieder naar de andere overdragen;

68.  vraagt de Commissie om, in samenwerking met de lidstaten, vaart te zetten achter de ontwikkeling van een pakket regels op het gebied van clouddiensten dat beginselen voor het aanbieden van concurrerende clouddiensten in de Unie zal vaststellen, een solide kader zal vormen om meer duidelijkheid te scheppen en de naleving van de voorschriften voor clouddiensten te vergemakkelijken, en onder meer dienstverleners zal verplichten bekend te maken waar gegevens worden verwerkt en opgeslagen, en er tegelijk voor zal zorgen dat gebruikers soevereiniteit over hun gegevens hebben; merkt op dat dit pakket regels gebruikers ook in staat moet stellen hun gegevens via interoperabele interfaces naadloos te migreren naar andere dienstverleners; meent dat dit pakket regels moet beogen technologische lock-in te voorkomen, met name bij overheidsopdrachten; is van mening dat het gebruik van de “CEN workshop agreements” (CWA’s) op specifieke gebieden, zoals clouddiensten, een manier is om op efficiëntere wijze geharmoniseerde normen te ontwikkelen; benadrukt dat de keuze van een cloudaanbieder weliswaar bij de bedrijven en consumenten ligt, maar dat alle cloudoperators die in de EU gevestigd zijn of handelen, de EU-regels, ‑normen en ‑standaarden moeten volgen en dat er toezicht moet worden gehouden op de naleving; merkt op dat het indien een EU-exploitant gebruikmaakt van clouddiensten die zich in een niet-EU-land bevinden, van belang is ervoor te zorgen dat bij geschillen, onder meer over intellectuele eigendom, een hoog niveau van rechtsbescherming geldt;

69.  steunt de werkzaamheden van de Commissie om de herziening van de horizontale en verticale mededingingsrichtsnoeren aan te grijpen om nieuwe instrumenten in te voeren om buitensporige marktconcentratie, die inherent is aan gegevensmarkten, tegen te gaan, onder meer door permanente monitoring van risicomarkten en zo nodig met voorafgaande regelgeving;

70.  benadrukt het belang van vertrouwen en een robuuster cyberbeveiligingskader voor een stabiele data-economie, naast een beveiligingscultuur bij entiteiten die grote hoeveelheden gegevens verwerken; benadrukt het belang van ultramoderne onderliggende digitale infrastructuur en verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te investeren opdat die volledig wordt uitgerold; vraagt om steun voor de verdere ontwikkeling van technologie voor het veilig delen van gegevens, bijvoorbeeld via veilige multipartycomputing en versleutelingstechnologie; dringt er bij de Commissie op aan oplossingen en normen voor cyberbeveiliging voor te stellen die geschikt zijn voor marktspelers van elke omvang, met inbegrip van micro-ondernemingen en kmo’s; steunt de gezamenlijke en gecoördineerde aanpak van de EU-toolbox voor 5G-cyberbeveiliging en de veilige uitrol van 5G in de EU;

71.  verzoekt de Commissie audits van de gevoeligheid voor misbruik, de kwetsbaarheid en de interoperabiliteit van infrastructuur voor gegevensuitwisseling te bevorderen; vestigt de aandacht op de aanzienlijke en snel stijgende kosten die cyberaanvallen met zich meebrengen; herinnert eraan dat een grotere connectiviteit cyberdreigingen en cybercriminaliteit kan doen toenemen, evenals cyberterrorisme en het risico op natuurlijke en technologische ongevallen, zoals die welke gevolgen hebben voor handelsgeheimen; is in dit verband verheugd over het voorstel van de Commissie tot herziening van Richtlijn (EU) 2016/1148 inzake de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen(29) en een nieuw EU-kenniscentrum voor cyberbeveiliging om de cyberweerbaarheid te verbeteren en doeltreffender op cyberaanvallen te reageren;

72.  benadrukt dat de veilige invoering van producten en diensten in door gegevens aangedreven, consumentgerichte en industriële Europese IoT-ecosystemen gepaard moet gaan met beveiliging door ontwerp en privacy door ontwerp; moedigt het gebruik van instrumenten ter verbetering van de transparantie aan; steunt de ambitie van de Commissie om een digitaal “productpaspoort” te ontwikkelen;

73.  benadrukt dat het belangrijk is dat de bevoegde markttoezichtautoriteiten wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat er mogelijk sprake is van illegale praktijken, over de nodige bevoegdheden beschikken om toegang te krijgen tot relevante gegevens, met volledige inachtneming van Verordening (EU) 2019/1020(30), teneinde hun optreden te versterken en te zorgen voor voldoende controle van de productveiligheid en de gegevensbeveiliging; benadrukt dat de veiligheid en de bescherming van de geraadpleegde gegevens door de toezichtautoriteiten moeten worden gewaarborgd;

74.  dringt erop aan dat de tenuitvoerlegging van de vervoerswetgeving wordt gemonitord, met name Verordening (EU) 2020/1056, Richtlijn (EU) 2019/1936 en Verordening (EU) 2019/1239, om ervoor te zorgen dat bedrijven worden gesteund, digitalisering wordt gestimuleerd en de gegevensuitwisseling tussen bedrijven en overheidsdiensten (B2A) en in B2C-, B2B-, B2G- en G2B-settings wordt verbeterd;

Onderzoek, vaardigheden, deskundigheid en AI

75.  erkent het potentieel van toegang tot gegevens om programma’s voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs te versnellen; is verheugd over het werk dat de Commissie verzet om het delen van gegevens voor onderzoeks- en onderwijsdoeleinden mogelijk te maken; is ingenomen met de ontwikkeling van de Europese openwetenschapscloud als open, vertrouwde en verenigde Europese omgeving om onderzoeksgegevens grensoverschrijdend op te slaan, te delen en te hergebruiken; pleit voor de bevordering van door de overheid gefinancierde onderzoeksgegevens volgens het beginsel “zo open als mogelijk, zo gesloten als nodig”; wijst op de waarde van strategische partnerschapsovereenkomsten tussen universiteiten om de samenwerking op de verschillende gebieden van gegevenswetenschap verder te bevorderen;

76.  onderstreept dat het van belang is een hoog niveau van algemene digitale geletterdheid te bereiken en bewustmaking van het publiek te bevorderen; benadrukt dat het groeipotentieel van de Unie afhangt van de vaardigheden van haar bevolking en arbeidskrachten; verzoekt de lidstaten daarom bijzondere aandacht te besteden aan software-engineering, het aantrekken van ICT-talent en datageletterdheid voor iedereen, teneinde Europese knowhow op te bouwen die gericht is op technologieën van de volgende generatie en de allernieuwste technologieën; benadrukt dat rechtshandhavings- en justitieel personeel over adequate digitale vaardigheden moet beschikken, aangezien deze van cruciaal belang zijn voor de digitalisering van het rechtsstelsel in de lidstaten; merkt op dat de Commissie in het actieplan voor digitaal onderwijs ambitieuze doelstellingen voor digitale vaardigheden in de EU heeft voorgesteld, en wijst erop dat de uitvoering, ontwikkeling en prestaties van dit actieplan nauwlettend moeten worden gemonitord;

77.  onderstreept dat concurrerende toegang tot gegevens en het faciliteren van het grensoverschrijdend gebruik van gegevens van het grootste belang zijn voor de ontwikkeling van AI, die berust op de beschikbaarheid van meer en kwalitatief hoogwaardige gegevens om niet-persoonlijke datasets te creëren waarmee algoritmen kunnen worden opgeleid en hun prestaties kunnen worden verbeterd;

78.  benadrukt dat bij de uitvoering van de Europese datastrategie een evenwicht moet worden gevonden tussen het bevorderen van een ruimer gebruik en een ruimer delen van gegevens en het beschermen van intellectuele-eigendomsrechten en bedrijfsgeheimen, maar ook van grondrechten zoals privacy; onderstreept dat de gegevens die worden gebruikt voor het trainen van AI-algoritmen soms berusten op gestructureerde gegevens zoals databanken, auteursrechtelijk beschermde werken en andere creaties die bescherming van intellectuele eigendom genieten en doorgaans niet als gegevens worden beschouwd;

79.  merkt op dat het gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud als gegevensinput moet worden beoordeeld in het licht van de huidige regels en de uitzondering voor tekst- en datamining waarin de richtlijn inzake auteursrechten voorziet(31), alsook naburige rechten in de digitale eengemaakte markt; verzoekt de Commissie richtsnoeren te verstrekken voor hoe het voorbehouden van rechten op gecentraliseerde wijze voor iedereen openbaar beschikbaar zal worden gemaakt;

80.  stelt dat de Commissie verder moet nagaan of de huidige wettelijke kaders in het burgerlijk procesrecht moeten worden gewijzigd om de bestaande investeringsbelemmeringen voor particuliere investeerders te verminderen; verzoekt de Commissie in dit verband om snel en passend gevolg te geven aan de resolutie van het Europees Parlement van 4 juli 2017 betreffende gemeenschappelijke minimumnormen voor burgerlijk procesrecht(32);

81.  wijst erop dat moet worden voorkomen dat allerlei vooroordelen, met name gendervooroordelen, onbedoeld tot uiting komen in op algoritmen gebaseerde toepassingen; moedigt daartoe de transparantie van algoritmen, AI-systemen en het ontwerp van toepassingen aan;

82.  herinnert eraan dat EU-burgers krachtens de AVG het recht hebben om uitleg te krijgen over en bezwaar aan te tekenen tegen door algoritmen genomen besluiten, teneinde de onzekerheid en ondoorzichtigheid te verminderen, en dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan welzijn en transparantie in het beroepsleven;

83.  is van mening dat hoewel de huidige aansprakelijkheidsbeginselen en technologieneutrale aansprakelijkheidsregels in het algemeen geschikt zijn voor de digitale economie en de meeste nieuwe technologieën, er toch een aantal gevallen zijn, bijvoorbeeld die met betrekking tot exploitanten van AI-systemen, waar nieuwe of aanvullende aansprakelijkheidsregels nodig zijn om de rechtszekerheid te vergroten en te voorzien in een passende compensatieregeling voor de betrokkenen in het geval van onrechtmatig gebruik van gegevens;

84.  dringt er bij de Commissie op aan een uitgebreide beoordeling uit te voeren van soortgelijke juridische leemten met betrekking tot de aansprakelijkheid voor gegevens, zoals voor door al dan niet door AI veroorzaakte schade als gevolg van tekortkomingen in of de onnauwkeurigheid van datasets, en aanpassingen van de huidige aansprakelijkheidsregelingen te evalueren voordat zij nieuwe wetgevingsvoorstellen presenteert;

85.  verzoekt de Commissie beste praktijken in het onderwijs op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) te bevorderen, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid en inspraak en banen voor vrouwen in de technologiesector;

86.  is ingenomen met Digitaal Europa, Horizon Europa, het ruimtevaartprogramma, de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen en de Europese digitale-innovatiehubs, die het Europese bedrijfsleven zullen helpen om mee te blijven met de mogelijkheden die de digitale transitie biedt; onderstreept het belang van de financiering die in het kader van Horizon Europa is uitgetrokken voor kwantumonderzoek; herinnert voorts aan de rol die de herstel- en veerkrachtfaciliteit moet spelen om bij te dragen tot de digitale agenda;

87.  dringt aan op openbare en private financiering, met name voor micro-ondernemingen en kmo’s, om de digitale transitie te ondersteunen en het potentieel van de data-economie ten volle te benutten en digitale technologieën en vaardigheden te integreren; onderstreept dat een gelijk speelveld voor micro-ondernemingen en kmo’s niet alleen toegang tot gegevens inhoudt, maar ook de nodige vaardigheden om gegevens te analyseren en er inzichten aan te ontlenen;

88.  vraagt de sociale partners het potentieel van digitalisering, gegevens en AI te onderzoeken om de duurzame productiviteit te verhogen en tegelijk de rechten van de werknemers te eerbiedigen, het welzijn en de inzetbaarheid van de werknemers te verbeteren en te investeren in bijscholing, omscholing, outskilling, een leven lang leren en digitale geletterdheid; merkt op dat bewustmaking, educatie en transparantie rond datagestuurde technologieën belangrijk zijn om de EU-burgers in staat te stellen deze technologieën te begrijpen en deel uit te maken van de eerlijke toepassing ervan; onderstreept dat werknemers het recht moeten hebben om te weten waar en hoe hun gegevens worden verzameld, gebruikt, opgeslagen of gedeeld; vraagt dat disproportionele en ongepaste controle op het werk wordt voorkomen; is van mening dat de nationale vakbonden meer moeten worden betrokken bij het formuleren van aanbevelingen en richtsnoeren inzake gegevensbescherming en privacy op het werk;

Mondiale regelgeving

89.  vindt dat de bestaande mondiale regelgeving inzake het gebruik van gegevens ontoereikend is; verzoekt de Commissie een vergelijkende analyse te maken van het regelgevingskader voor gegevens in derde landen; merkt op dat Europese bedrijven die in bepaalde derde landen actief zijn, steeds vaker te maken krijgen met ongerechtvaardigde belemmeringen en digitale beperkingen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om samen met gelijkgestemde derde landen hun inspanningen in internationale en multilaterale fora en tijdens bilaterale en handelsbesprekingen op te voeren om overeenstemming te bereiken over nieuwe internationale ethische en technische normen voor het gebruik van nieuwe technologieën, zoals AI, het IoT, 5G en 6G, die de waarden, grondrechten, beginselen, regels en normen van de Unie moeten bevorderen en ervoor moeten zorgen dat haar markt concurrerend blijft en blijft openstaan voor de rest van de wereld; benadrukt dat internationale regels en normen nodig zijn om wereldwijde samenwerking te bevorderen met het oog op een sterkere gegevensbescherming en veilige en passende gegevensoverdrachten, met volledige inachtneming van de wetten en normen van de EU en de lidstaten;

90.  benadrukt dat het doorgeven van persoonsgegevens aan andere jurisdicties altijd moet geschieden overeenkomstig de bepalingen van de AVG, de richtlijn wetshandhaving en het Handvest, dat voorafgaand aan elke doorgifte rekening moet worden gehouden met de aanbevelingen en richtsnoeren van het EDPB, en dat dergelijke doorgiften alleen kunnen plaatsvinden als er een toereikend niveau van bescherming van persoonsgegevens is;

91.  pleit voor vrij verkeer van gegevens tussen de Unie en derde landen, op voorwaarde dat wordt voldaan aan gegevensbeschermings-, privacy-, veiligheids- en andere duidelijk omschreven, naar behoren gerechtvaardigde en niet-discriminerende belangen van het overheidsbeleid, bijvoorbeeld via adequaatheidsbesluiten; is van mening dat vrij verkeer van gegevens over de grenzen heen nodig is om het potentieel van de data-economie ten volle te benutten, en benadrukt dat het in stand houden van de gegevensstroom een hoeksteen van de Europese doelstellingen moet blijven; is voorstander van het verlenen van toegang tot gemeenschappelijke Europese gegevensruimten aan belanghebbenden die volledig voldoen aan alle relevante Uniewetgeving; verzoekt de Commissie om samen met de lidstaten te onderhandelen over nieuwe regels voor de mondiale digitale economie, met inbegrip van een verbod op ongerechtvaardigde eisen inzake gegevenslokalisatie; herinnert eraan dat het belangrijk is vooruitgang te boeken met de onderhandelingen over e‑handel in de Wereldhandelsorganisatie en vraagt dat er ambitieuze en alomvattende hoofdstukken over digitale handel worden opgenomen in de vrijhandelsovereenkomsten van de EU; steunt de actieve rol en deelname van de Unie aan andere internationale fora voor internationale samenwerking op het gebied van digitalisering, zoals de VN, de OESO, de Internationale Arbeidsorganisatie en de Unesco;

o
o   o

92.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 124 I van 17.4.2020, blz. 1.
(2) PB L 114 van 14.4.2020, blz. 7.
(3) PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56.
(4) PB L 134 van 31.5.2018, blz. 12.
(5) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1
(6) PB L 303 van 28.11.2018, blz. 59.
(7) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(8) PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1.
(9) PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.
(10) PB C 202 I van 16.6.2020, blz. 1.
(11) Aangenomen teksten P9_TA(2020)0054
(12) PB C 449 van 23.12.2020, blz. 37.
(13) PB C 307 van 30.8.2018, blz. 163.
(14) PB C 50 van 9.2.2018, blz. 50.
(15) PB C 162 van 10.5.2019, blz. 2.
(16) PB C 411 van 27.11.2020, blz. 2.
(17) PB C 345 van 13.10.2017, blz. 130.
(18) Mededeling van de Commissie van 19 februari 2020 over een Europese datastrategie, blz. 2.
(19) Als gesteld in zijn resolutie van 12 februari 2019 inzake een alomvattend Europees industriebeleid inzake artificiële intelligentie en robotica.
(20) Oostenrijks milieuagenstchap en Borderstep-instituut: definitief onderzoeksrapport, samengesteld voor de Commissie in november 2020, met als titel “Energy-efficient Cloud Computing Technologies and Policies for an Eco-friendly Cloud Market”.
(21) PB L 249 van 31.7.2020, blz. 33.
(22) PB L 305 van 26.11.2019, blz. 1.
(23) PB L 198 van 25.7.2019, blz. 64.
(24) PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20.
(25) PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1
(26) PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73.
(27) PB L 123 van 12.5.2011, blz. 11.
(28) PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438.
(29) PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.
(30) PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1.
(31) PB L 130 van 17.5.2019, blz. 92.
(32) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 39.

Laatst bijgewerkt op: 12 juli 2021Juridische mededeling - Privacybeleid