Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2170(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0041/2021

Ingediende teksten :

A9-0041/2021

Debatten :

PV 25/03/2021 - 8
CRE 25/03/2021 - 8

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0112

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 59k
Donderdag 25 maart 2021 - Brussel
Verslagen 2019-2020 over Albanië
P9_TA(2021)0112 A9-0041/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 25 maart 2021 over de Commissieverslagen 2019-2020 over Albanië (2019/2170(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds(1),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2018, de conclusies van de Raad van 18 juni 2019 en de conclusies van de Europese Raad van 17-18 oktober 2019 tot uitstel van de besluiten over de opening van toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de leden van de Europese Raad van 26 maart 2020 over het openen van toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië, waarmee de conclusies van de Raad van 25 maart 2020 over uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces werden bekrachtigd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020 getiteld “Versterking van het toetredingsproces – Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057),

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 en de agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 getiteld “Mededeling over het EU-uitbreidingsbeleid 2019” (COM(2019)0260) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie houdende het verslag 2019 over Albanië (SWD(2019)0215),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Mededeling over het EU-uitbreidingsbeleid 2020” (COM(2020)0660) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie houdende het verslag 2020 over Albanië (SWD(2020)0354),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 24 juli 2020 getiteld “EU-actieplan 2020-2025 inzake illegale vuurwapenhandel” (COM(2020)0608),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 april 2020 getiteld “Steun aan de Westelijke Balkan voor de bestrijding van COVID-19 en het herstel na de pandemie” (COM(2020)0315),

–  gezien de top EU-Westelijke Balkan in Sofia van 10 november 2020, georganiseerd in het kader van het proces van Berlijn,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 26-27 juni 2014 met een besluit om de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen aan Albanië,

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2020 getiteld “Versterking van de mediavrijheid: bescherming van journalisten in Europa, haatzaaiende taal, desinformatie en de rol van platforms”(2),

–  gezien zijn resolutie van 24 oktober 2019 over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië(3),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),

–  gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien de tijdens de top EU-Westelijke Balkan van 6 mei 2020 per videoconferentie aangenomen verklaring van Zagreb,

–  gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het ODIHR (het Bureau voor Democratische instellingen en Mensenrechten) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 5 september 2019 over de lokale verkiezingen in de Republiek Albanië van 30 juni 2019, en het gezamenlijk advies van de Commissie van Venetië en het OVSE/ODIHR van 11 december 2020 over de wijzigingen van de Albanese grondwet van 30 juli 2020 en de kieswet,

–   gezien het werkprogramma 2021 van zijn coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen,

–  gezien zijn aanbeveling van 19 juni 2020 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de Westelijke Balkan, naar aanleiding van de top in 2020(4),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 8 december 2020 van meer dan 20 leden van het Europees Parlement over de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Albanië,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0041/2021),

A.  overwegende dat uitbreiding een van de meest doeltreffende instrumenten van buitenlands beleid van de EU is, gezien het feit dat uitbreiding bijdraagt tot een groter bereik van de fundamentele waarden van de Unie van eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, de rechtsstaat, bevordering van de vrede en eerbiediging van de mensenrechten;

B.  overwegende dat Albanië voortdurende inspanningen is blijven leveren op zijn pad naar toetreding tot de EU en heeft voldaan aan de meeste door de EU gestelde voorwaarden voor het houden van de eerste intergouvernementele conferentie;

C.  overwegende dat de rechtsstaat een belangrijke maatstaf is voor het beoordelen van de vooruitgang van een kandidaat-lidstaat op weg naar toetreding tot de EU;

D.  overwegende dat Albanië vooruitgang moet blijven boeken bij het consolideren van democratische instellingen en procedures, het waarborgen van de goede werking van zijn rechterlijke organen, de bestrijding van corruptie en het waarborgen van mediavrijheid en de rechten van minderheden;

E.  overwegende dat aanhoudende inspanningen om belangrijke hervormingen door te voeren in Albanië de betrokkenheid van alle belanghebbende partijen vereist;

F.  overwegende dat het op verdiensten gebaseerde vooruitzicht van Albanië op het lidmaatschap van de EU de politieke, economische en veiligheidsbelangen van de Unie dient; overwegende dat de kwaliteit van en de toewijding aan de noodzakelijke hervormingen van het land bepalend zijn voor het tijdschema voor toetreding;

G.  overwegende dat de uitbreiding van de EU en de bevordering van de democratie, de rechtsstaat en de welvaart in de Westelijke Balkan bijdragen tot de versterking van de veiligheid en stabiliteit van de Westelijke Balkan, waarvan Albanië deel uitmaakt;

H.  overwegende dat in Albanië algemene verkiezingen zullen plaatsvinden op 25 april 2021 en dat de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR niet volledig zijn uitgevoerd;

I.  overwegende dat de Commissie op 1 juli 2020 een ontwerponderhandelingskader voor Albanië heeft ingediend;

J.  overwegende dat de huidige pandemie duidelijk heeft laten zien dat de EU en de Westelijke Balkan gemeenschappelijke uitdagingen samen moeten blijven aanpakken;

K.  overwegende dat Albanië nog steeds moet herstellen van de wijdverspreide schade die is veroorzaakt door de aardbeving van 26 november 2019 en de COVID-19-pandemie, de civiele bescherming en de respons bij rampen moet verbeteren en moet doorgaan met de voorbereidingen voor toetreding tot het Uniemechanisme voor civiele bescherming;

L.  overwegende dat de EU van de toegezegde 400 miljoen EUR aan steun 115 miljoen EUR aan subsidies voor herstel en wederopbouw na de aardbeving heeft vrijgemaakt;

M.  overwegende dat de economie van Albanië zwaar te lijden heeft onder de COVID-19-pandemie en dat de maatregelen om de verspreiding van het virus te voorkomen een negatieve impact hebben op de nationale begroting;

N.  overwegende dat de EU 3,3 miljard EUR heeft vrijgemaakt om de COVID-19-pandemie in de Westelijke Balkan aan te pakken, waarvan 38 miljoen EUR voor onmiddellijke steun aan de gezondheidssector, 467 miljoen EUR voor de opbouw van de veerkracht van gezondheidssystemen en de opvang van de sociaaleconomische impact van de pandemie, 750 miljoen EUR voor macrofinanciële bijstand, 385 miljoen EUR voor steun aan en herstel van de particuliere sector en 1,7 miljard EUR aan preferentiële leningen van de Europese Investeringsbank;

O.  overwegende dat de EU 51 miljoen EUR heeft vrijgemaakt om Albanië te helpen bij de aanpak van COVID-19, en tot 180 miljoen EUR beschikbaar heeft gesteld als macrofinanciële bijstand;

P.  overwegende dat de EU de belangrijkste handelspartner en grootste donor van Albanië is en dat het land sinds 2007 1,25 miljard EUR aan pretoetredingssteun van de EU heeft ontvangen;

Q.  overwegende dat het economisch en investeringsplan (EIP) voor de Westelijke Balkan het langetermijnherstel na de COVID-19-pandemie zal vergemakkelijken en daarmee de economische ontwikkeling en hervormingen in de regio bevorderen;

R.  overwegende dat Albanese burgers sinds december 2010 zonder visum naar het Schengengebied kunnen reizen;

S.  overwegende dat Albanese burgers sinds 2015 kunnen deelnemen aan uitwisselingen voor studenten, academici en jongeren in het kader van het Erasmus+-programma;

T.  overwegende dat de EU de strategische keuze van Albanië voor EU-integratie op basis van de rechtsstaat en goede nabuurschapsbetrekkingen ten volle blijft steunen;

U.  overwegende dat Albanië een betrouwbare partner op het gebied van buitenlands beleid blijft, dankzij zijn inspanningen om de regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen te bevorderen;

1.  is ingenomen met de duidelijke strategische inzet en de verbintenis van Albanië tot integratie in Europa, hetgeen blijkt uit de goede betrekkingen die het land met zijn buurlanden onderhoudt en de voortdurende uitvoering van hervormingen die nodig zijn in het toetredingsproces; prijst in dit verband verheugd het besluit van de Europese Raad van 26 maart 2020 over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië; benadrukt het belang van het integratieproces als katalysator voor hervormingen en is ingenomen met de steun die dit proces geniet onder de Albanese bevolking;

2.  is van mening dat het passend zou zijn vertegenwoordigers van Albanië en andere landen van de Westelijke Balkan uit te nodigen om actief deel te nemen aan de conferentie over de toekomst van Europa, zowel op regeringsniveau als op het niveau van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van jongeren;

3.  steunt het zonder verder uitstel bijeenroepen van de eerste intergouvernementele conferentie na de volledige vervulling van de door de Europese Raad vastgestelde voorwaarden en de vaststelling van het onderhandelingskader door de Raad; herinnert eraan dat Albanië sinds 2014 kandidaat-lidstaat is en dat de Commissie sinds 2018 aanbeveelt om van start gaan met de toetredingsonderhandelingen;

4.  herinnert aan het transformerende karakter van de toetredingsonderhandelingen en merkt op dat, om de geloofwaardigheid van het toetredingsproces te waarborgen, het bereiken van mijlpalen moet worden weerspiegeld in de vooruitgang op weg naar het EU-lidmaatschap; wijst erop dat rivaliserende actoren proberen de verdere integratie en politieke stabiliteit van de landen van de Westelijke Balkan te ondermijnen;

5.  beschouwt de benoeming van de hoofdonderhandelaar en het onderhandelingsteam, in combinatie met de vaststelling van een actieplan om uitvoering te geven aan de in de conclusies van de Raad van maart 2020 vastgestelde prioriteiten, als een teken van duidelijk politieke engagement om vooruitgang te boeken in het proces van Europese integratie;

6.  herinnert eraan dat de voortgang naar toetreding volgens de herziene uitbreidingsmethode afhankelijk is van blijvende, diepgaande en onherroepelijke hervormingen op gebieden van fundamenteel belang, te beginnen met de rechtsstaat, de effectieve werking van democratische instellingen en het openbaar bestuur en de economie; herinnert in dit verband aan het belang van justitiële hervorming en intensivering van de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, samen met goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking;

7.  roept de Albanese autoriteiten met klem op om zich meer in te spannen om de politieke dialoog en de werking van de democratische instellingen van het land te versterken en het klimaat voor mediapluralisme en het maatschappelijk middenveld te verbeteren;

Werking van de democratische instellingen

8.   moedigt politieke leiders in Albanië aan om een klimaat van vertrouwen te scheppen door de transparantie te vergroten en het gebrek aan dialoog te verhelpen, en geeft uitdrukking aan zijn ernstige zorgen over het gepolariseerde politieke klimaat en het gebrek aan duurzame samenwerking tussen partijen, hetgeen het democratisch proces in de weg blijft staan; herinnert aan het belang van een constructieve politieke dialoog om het hervormingsproces vooruit te helpen en verdere vooruitgang te boeken bij het waarborgen van de normale democratische werking van de Albanese instellingen;

9.  herinnert aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van politieke krachten om zich te onthouden van het wederzijds uiten van beschuldigingen, het nemen van eenzijdige besluiten en het boycotten van elkaar, en in plaats daarvan voort te bouwen op positieve voorbeelden van consensusvorming, zoals die welke hebben geleid tot de overeenkomst van 5 juni 2020 over hervorming van het kiesstelsel;

10.  roept de overheidsinstellingen van Albanië op om transparant te handelen en praktijken op het gebied van goed bestuur toe te passen; benadrukt het belang van proactieve stappen om informatie tijdig en ordelijk beschikbaar te stellen aan het maatschappelijk middenveld, de media en het grote publiek, met name wanneer die informatie betrekking heeft op zaken van groot openbaar belang, zoals de huidige gezondheidscrisis;

11.  benadrukt dat de algemene verkiezingen van 25 april 2021 van cruciaal belang zullen zijn voor de consolidatie en vernieuwing van de democratische procedures en structuren van het land, en de totstandkoming van meer politieke stabiliteit; onderstreept dat vrije en eerlijke verkiezingen fundamenteel zijn voor integratie in de EU;

12.  uit zijn bezorgdheid over de beschuldigingen van het kopen van stemmen en herinnert eraan dat de vervolging ervan een van de voorwaarden is die de Raad op 25 maart 2020 heeft vastgesteld; benadrukt het belang dat de voorbereidingen voor de parlementsverkiezingen in 2021 op basis van transparantie en inclusiviteit plaatsvinden; merkt op dat alle politieke krachten, overheidsorganen, het maatschappelijk middenveld en de media een gemeenschappelijke plicht hebben om te zorgen voor een transparante, geloofwaardige en objectieve verkiezingscampagne die vrij is desinformatie, intimidatie en valse aantijgingen;

13.  beklemtoont het belang van de tenuitvoerlegging van de in juli 2020 gecodificeerde maatregelen voor de hervorming van het kiesstelsel, die in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van het OVSE/ODIHR en de Raad van Europa; benadrukt dat het belangrijk is het gezamenlijk advies van de Commissie van Venetië en het OVSE/ODIHR van december 2020 volledig en tijdig uit te voeren; is verheugd over het positieve resultaat van de overeenkomst van 5 juni 2020, waarin enkele aanbevelingen van OVSE/ODIHR zijn overgenomen; wijst erop dat hierop niet is voortgebouwd en dat ondanks herhaalde internationale oproepen om het advies van de Commissie van Venetië af te wachten, verdere stappen zijn genomen zonder brede partijoverschrijdende consensus, hetgeen heeft geleid tot de goedkeuring van de betwiste wijzigingen van de kieswet door het Albanese parlement in oktober 2020;

14.  benadrukt de noodzaak om het Albanese parlement sterker te betrekken bij het EU-integratieproces en om zijn wetgevings-, toezichts- en begrotingscontrolecapaciteiten verder te bevorderen teneinde deze in wettelijke overeenstemming te brengen met het EU-acquis;

15.  dringt er bij Albanië op aan de intragouvernementele coördinatie te verbeteren, decentralisatie te versnellen in het kader van de territoriale administratieve hervormingen, openbare raadplegingen op lokaal niveau te bevorderen en door te gaan met het hervormen van het openbaar bestuur;

Rechtsstaat

16.  onderstreept het cruciale belang van waarborging van de rechtsstaat door middel van een hervorming van de rechterlijke macht en een gestage en consistente vervolging van corruptie op hoog niveau; prijst de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de alomvattende hervorming van de rechterlijke macht, ondersteund door het ongekende doorlichtingsproces en het opzetten van de benodigde instellingen en gespecialiseerde organen, en vraagt om versnelling van deze procedures om een duidelijke stap op weg naar een onafhankelijke, verantwoordingsplichtige en functionele rechterlijke macht te kunnen zetten, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor de eerste intergouvernementele conferentie;

17.  benadrukt de noodzaak voor Albanië van een meer strategische benadering van de hervorming van de justitiële sector om de toenemende achterstand in de behandeling van zaken aan te pakken; dringt erop aan strikte transparantienormen te stellen in de justitiële sector en instrumenten zoals onlinedatabanken, die in het verleden al operationeel waren, te reactiveren; is ingenomen met de benoeming van de nieuwe leden van het Constitutioneel Hof, waardoor de werkzaamheden van het Hof zijn hervat, en dringt er bij de Albanese instellingen op aan het benoemingsproces snel af te ronden zodat het Constitutioneel Hof weer volledig en efficiënt kan functioneren; benadrukt dat ook de continuïteit van de werkzaamheden en een toereikende personeelsbezetting van de hoven van beroep moeten worden gewaarborgd;

18.  is verheugd dat het Hooggerechtshof weer gedeeltelijk functioneert en de ontvankelijkheid van meer dan duizend zaken heeft getoetst, en moedigt het Hooggerechtshof aan om verdere vooruitgang te boeken bij de benoeming van extra rechters om de werking ervan weer volledig te herstellen en de onhoudbare achterstand in de behandeling van zaken drastisch te verminderen;

19.  stelt met tevredenheid vast dat de nationale recherche is opgericht, dat de directeur haar taken uitvoert en dat er momenteel rechercheurs worden aangeworven;

20.  beklemtoont dat Albanië de corruptie in alle lagen van de maatschappij, de regering en de administratie met harde hand moet aanpakken; maakt zich zorgen over de huidige praktijk dat de staatspolitie donaties en sponsorgelden van particulieren kan ontvangen; stelt met bezorgdheid vast dat beschuldigingen van corruptie het vertrouwen van het publiek in de regering en de democratische instellingen in het algemeen blijven ondermijnen;

21.  benadrukt dat de doeltreffende werking, samenwerking en financiële en operationele onafhankelijkheid van justitiële, rechtshandhavings- en anticorruptie-instellingen moeten worden gewaarborgd door te voorzien in voldoende financiële, technische en personele middelen; onderstreept dat het belangrijk is dat er tastbare resultaten worden geleverd in de vorm van onafhankelijke en onpartijdige onderzoeken die leiden tot de succesvolle vervolging van criminaliteit op hoog niveau, waaronder corruptie;

22.  is ingenomen met de oprichting van corruptiebestrijdingsinstanties en neemt kennis van de vooruitgang die is geboekt op het gebied van anticorruptiewetgeving; erkent dat er door de nieuw opgezette speciale structuur voor de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit (SPAK) grondige onderzoeken worden uitgevoerd en dat de rechtbanken voor de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit de eerste tenlasteleggingen formuleren; benadrukt de noodzaak de onafhankelijkheid van die rechtbanken in stand te houden om straffeloosheid en corruptie op hoog niveau doeltreffend en proactief te bestrijden;

23.  roept op tot de snelle vaststelling en uitvoering van concrete integriteitsplannen in alle ministeries, zoals voorzien in de intersectorale strategie voor de bestrijding van corruptie en het actieplan voor de tenuitvoerlegging van die strategie; herinnert aan de noodzaak om in het kader van de gewijzigde wet inzake de financiering van politieke partijen de transparantie van en het toezicht op de financiering van politieke partijen te verbeteren; wijst op het belang van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de hoogste nationale controle-instantie van Albanië;

24.  wijst op de toename van het aantal proactieve onderzoeken, vervolgingen en definitieve veroordelingen in verband met illegale vermogens en het witwassen van geld, waarbij criminele vermogens systematisch in beslag worden genomen of bevroren, en roept op tot meer vervolging en definitieve rechterlijke veroordelingen in deze zaken, in overeenstemming met de beginselen van rechterlijke onafhankelijkheid en het recht op een behoorlijke rechtsgang en een eerlijk proces; wijst op de grote problemen in verband met het witwassen van geld, met name in de bouw- en de vastgoedsector;

25.  is ingenomen met de stappen die zijn ondernomen om de wetgeving en de mechanismen voor het aanpakken van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te verbeteren, en vraagt om verdere maatregelen die een snelle uitvoering van het actieplan van de Financiële-actiegroep (FATF) mogelijk maken, met name om de omvang van de informele economie te verkleinen;

26.  onderstreept het belang van de voortdurende inspanningen en systematische verbeteringen van Albanië in de bestrijding van mensenhandel, illegale handel in vuurwapens, handel in namaakgoederen, cybercriminaliteit en terreurdreigingen;

27.  vraagt Albanië om zijn minutieuze en keiharde aanpak van de ontmanteling van lokale en internationale criminele netwerken verder op te voeren, en de drugsproductie en -handel uit te roeien, voortbouwend op de belangrijke inspanningen van de afgelopen jaren; is verheugd over de intensievere samenwerking van het land met Europol en de rechtshandhavingsinstanties van de EU-lidstaten, die heeft geleid tot een aantal succesvolle grootschalige rechtshandhavingsoperaties, onder meer door een voorbeeldige samenwerking tussen de Albanese en de Italiaanse autoriteiten onder auspiciën van het gemeenschappelijk onderzoeksteam; moedigt de Albanese autoriteiten aan om de detachering van een Albanese verbindingsmagistraat bij het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) met spoed af te ronden; beveelt Albanië aan een nieuwe strategie en een nieuw actieplan voor de bestrijding van drugshandel vast te stellen, mede om de lacunes inzake drugsprecursoren in de wetgeving op te vullen;

Grondrechten

28.  uit zijn steun voor inclusief beleid en roept op tot voortgang bij de uitvoering van maatregelen om de fundamentele vrijheden en grondrechten van alle burgers doeltreffend te beschermen, met bijzondere nadruk op vrouwen, kinderen, personen met een handicap, etnische minderheden en LHBTQI+-personen;

29.  is verheugd over de benoeming van de Albanese waarnemer bij het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), en moedigt de autoriteiten aan om ten volle gebruik te maken van de deskundigheid van het FRA om de wetgeving en rechtspraktijken van Albanië in overeenstemming met het EU-acquis en de EU-normen te brengen;

30.  is ingenomen met de update over de antidiscriminatiewetgeving en roept de autoriteiten op zich meer in te spannen voor de ontwikkeling van deugdelijke jurisprudentie op het gebied van discriminatiebestrijding; dringt bij de autoriteiten aan op een doeltreffende preventie en vervolging van haatzaaiende uitingen en haatmisdrijven, met inbegrip van antisemitisme;

31.  merkt op dat het nationaal actieplan 2016-2020 inzake LHBTI-aangelegenheden van Albanië is verlopen en roept de regering op een nieuw actieplan te ontwikkelen door middel van een transparant en inclusief overleg met het maatschappelijk middenveld, en ervoor te zorgen dat er voldoende middelen worden uitgetrokken voor de uitvoering ervan; roept de Albanese autoriteiten op de sociale aanvaarding van LHBTQI+-personen te bevorderen, omdat zij nog steeds op regelmatige basis worden gediscrimineerd en het doelwit van haatzaaiende uitlatingen zijn; is ingenomen met het besluit om de onaanvaardbare “bekeringstherapie” uit te bannen, waardoor het recht op genderidentiteit en genderexpressie wordt versterkt;

32.  dringt er bij de autoriteiten op aan om voldoende menselijke, technische en financiële middelen uit te trekken voor relevante organen, zoals de bureaus van de Ombudsman, de antidiscriminatiecommissaris en de commissaris voor het recht op informatie en gegevensbescherming, en om hun respectieve aanbevelingen systematisch toe te passen; benadrukt dat alleen personen wier onafhankelijkheid en beroepsbekwaamheid buiten kijf staan in deze functies mogen worden benoemd;

33.  vraagt om de oprichting van een doeltreffend mechanisme voor de preventie van gendergerelateerd geweld, met inbegrip van intimidatie, huiselijk geweld en geweld ten aanzien van kinderen, die zijn verergerd door de COVID-19-pandemie, en om de slachtoffers te beschermen en te ondersteunen, in combinatie met een doeltreffende en efficiënte vervolging van de daders;

34.  herinnert Albanië aan zijn verzoeken om te zorgen voor niet-discriminerende toegang tot openbare diensten en voor verdere verbeteringen op het gebied van onderwijs, arbeidsparticipatie en de leef- en gezondheidsomstandigheden van personen met een handicap, Roma, Egyptenaren en andere etnische minderheden; is ingenomen met de verklaring van Poznan van 2019 inzake de integratie van de Roma in het kader van het uitbreidingsproces van de EU; dringt er bij de autoriteiten op aan het beleid voor de integratie van de Roma te bevorderen in overeenstemming met het strategisch EU-kader voor de Roma;

35.  dringt bij de Albanese autoriteiten aan op een snelle goedkeuring van de resterende vijf verordeningen die nodig zijn om de kaderwet van 2017 inzake de bescherming van nationale minderheden en de daarmee samenhangende rechten op vrije zelfidentificatie, het gebruik van minderheidstalen – waar dat nodig is op lokaal administratief niveau – en het recht op onderwijs in minderheidstalen volledig ten uitvoer te leggen; verzoekt Albanië het cultureel erfgoed, de talen en de tradities van zijn nationale minderheden te beschermen en te bevorderen, en te voorzien in speciale mediaruimte in staats- en lokale media in minderheidstalen;

36.  is in dit verband ingenomen met de aanneming van de wet inzake de volkstelling die in het najaar van 2021 zal plaatsvinden en verzoekt Albanië alle nodige stappen te ondernemen om deze wet daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, onder meer door de vragenlijst en het handboek met alle minderheidsgroepen op te stellen;

37.  roept Albanië op ervoor te zorgen dat minderheidsgroepen gelijke kansen hebben en naar behoren worden vertegenwoordigd in het politieke leven, het openbaar bestuur en de rechterlijke macht;

38.  roept Albanië op om verdere vooruitgang te boeken op het gebied van maatregelen om rechten inzake de registratie, restitutie en compensatie van eigendom te consolideren, door de wet inzake overgangsprocedures voor eigendom ten uitvoer te leggen en met name door op een transparante manier vooruitgang te boeken met het proces van de registratie van eigendommen en door de grootschalige landhervorming te voltooien, ook in door minderheden bewoonde gebieden;

39.  is ingenomen met de inspanningen van Albanië om tolerantie en interreligieuze harmonie te bevorderen en vooroordelen en discriminatie, met inbegrip van antisemitisme, te bestrijden, zoals is bevestigd door de parlementaire goedkeuring van de definitie van antisemitisme van de Internationale Alliantie ter Herinnering van de Holocaust, waardoor het het eerste land met een islamitische meerderheid is dat de formulering aanvaardt; roept op tot voortdurende inspanningen om ervoor te zorgen dat de vrijheid van uitdrukking en de vrijheid van geloof of religie worden geëerbiedigd;

40.  roept de autoriteiten op de vrijheid van vergadering als grondrecht te waarborgen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, ook tijdens nood- of natuurrampen; onderstreept de aanbevelingen van de Ombudsman ter zake;

41.  wijst op het belang van het aanpakken van beschuldigingen van wangedrag van de politie en het onderzoeken en vervolgen van onevenredig gebruik van geweld, ook in de context van de COVID-19-pandemie; herinnert eraan dat mishandeling van verdachten en gevangenen moet worden uitgebannen;

42.  herinnert de autoriteiten aan hun verplichting om te zorgen voor fatsoenlijke procedures voor asielzoekers, in overeenstemming met de internationale verplichtingen van Albanië, en om naar behoren te voorzien in de behoeften van vluchtelingen, asielzoekers en migranten, en zich tegelijkertijd voor te bereiden op een mogelijke toename van de migratiestromen en nauwer samen te werken met de autoriteiten van de lidstaten; vraagt om meer capaciteit om asielaanvragen te behandelen en om onderzoeken te voeren naar gemelde inbreuken op terugkeerprocedures, met inbegrip van mensenrechtenschendingen;

43.  benadrukt dat de grensbescherming en het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit een prioriteit moeten vormen, waarbij de grondrechten die vervat zijn in de toepasselijke internationale en regionale wetgeving en beginselen ten volle moeten worden geëerbiedigd; is ingenomen met de start van de eerste volwaardige gezamenlijke operatie met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) buiten de Europese Unie;

44.  onderstreept dat de bijdrage van Albanië aan de bescherming van de buitengrens van de Europese Unie van cruciaal belang is, en vraagt de EU om haar ondersteuning van de grensbescherming in de regio op te voeren en de behoeften van de Albanese autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor vluchtelingen, asielzoekers en migranten te ondersteunen;

45.  is ingenomen met de lopende inspanningen door de Albanese autoriteiten en dringt er bij hen op aan om een robuuste aanpak te hanteren bij het voorkomen, onderzoeken, vervolgen en bestraffen van mensenhandel en uitbuiting van de slachtoffers daarvan, waaronder kinderen en andere kwetsbare groepen, en om het aantal re-integratiediensten te verhogen en de bescherming van getuigen te waarborgen;

46.  is ingenomen met de lopende maatregelen en vraagt om verdere vooruitgang bij het aanzienlijk verminderen van de illegale migratie van en het aantal ongegronde asielaanvragen door Albanese burgers, waaronder niet-begeleide minderjarigen, in de EU-lidstaten; merkt op dat Albanië nog steeds voldoet aan de benchmarks voor visumliberalisering;

Het maatschappelijk middenveld en de media

47.  benadrukt de noodzaak om het werkklimaat voor het maatschappelijk middenveld in Albanië te verbeteren en dringt er bij de autoriteiten op aan om betekenisvolle, tijdige en representatieve raadplegingen te houden gedurende het hele besluitvormingsproces op verschillende overheidsniveaus en om het wettelijke en fiscale kader, en zodoende de financiële duurzaamheid van de niet-gouvernementele sector, te verbeteren;

48.  benadrukt het belang van de deelname van maatschappelijke organisaties aan regelmatig overleg over de werking van de samenleving, waardoor burgers kunnen deelnemen aan de aangelegenheden van het land;

49.  benadrukt de noodzaak om de omstandigheden te verbeteren en een bevorderlijk klimaat te scheppen voor het afleggen van verantwoording door en het toezicht op overheidsinstellingen, met name de samenwerking met het maatschappelijk middenveld en journalisten, door hun toegang tot de rechter en de rechtszekerheid te waarborgen; maakt zich grote zorgen over de verontrustende aantijgingen inzake het wijdverbreide gebruik van desinformatie tegen onderzoeksjournalisten, activisten uit het maatschappelijk middenveld en anderen die machtige actoren ter verantwoording willen roepen;

50.  wijst met bezorgdheid op het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en de belemmeringen voor een goede werking van de onafhankelijke media;

51.  herinnert aan het belang van het waarborgen van kwaliteitsjournalistiek en het verhogen van de mediageletterdheid om de werking van de democratie in Albanië te waarborgen en desinformatie, haatzaaiende uitlatingen en nepnieuws te bestrijden; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie de coördinatie te verbeteren en desinformatie en hybride bedreigingen aan te pakken die erop gericht zijn het EU-perspectief te ondermijnen door de relevantie van de EU voor de burgers in de Westelijke Balkan strategischer te onderbouwen, en dringt er bij hen op aan de oprichting van een op de Balkanlanden gericht kenniscentrum ter bestrijding van desinformatie te bevorderen;

52.  vraagt om initiatieven voor de totstandbrenging van een mediaklimaat dat vrij is van externe invloeden en dat bevorderlijk is voor professioneel mediagedrag, met inbegrip van onderzoeksjournalistiek;

53.  onderstreept de noodzaak om de zelfregulering, ethische normen, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, financiële duurzaamheid en de kwaliteit van de berichtgeving van publieke en particuliere media te verbeteren en om de transparantie van de eigendom, financiering en reclame-inkomsten van de media te vergroten; vraagt om maatregelen om de transparantie van media-eigendom van omroepbedrijven te waarborgen; merkt op dat de sociale en arbeidsvoorwaarden van mediaprofessionals moeten worden verbeterd om kwalitatief hoogwaardige journalistiek te waarborgen;

54.  veroordeelt het geweld, de intimidatie, de lastercampagnes en de indirecte politieke en financiële druk gericht tegen journalisten, die de mediavrijheid ernstig belemmeren, zelfcensuur in de hand werken en de inspanningen om misdaad en corruptie aan het licht te brengen ernstig ondermijnen; verzoekt de autoriteiten een onderzoek in te stellen naar de recente gevallen van geweld tegen en onrechtmatige aanhoudingen van journalisten, en onmiddellijk te reageren op de beschuldigingen dat journalisten door de politie zijn mishandeld, onder meer wanneer ze zich in hechtenis bevonden;

55.  is ingenomen met de toezegging van de autoriteiten om de voorgestelde ontwerpwijzigingen van de mediawet in te trekken en de aanbevelingen van de Commissie van Venetië van 19 juni 2020 over alle toekomstige voorstellen volledig uit te voeren; herhaalt zijn bezorgdheid over de aanvankelijk voorgestelde maatregelen in het kader van het zogenaamde “antismaad”-pakket en merkt op dat elke herziening van de media- en communicatiewetgeving op een transparante en inclusieve wijze moet plaatsvinden, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de stem en opvattingen van het maatschappelijk middenveld worden gehoord om de vrijheid van de media en de werkomgeving van onafhankelijke journalisten te verbeteren;

Sociaal-economische hervormingen

56.  moedigt de Albanese regering aan om prioriteit te geven aan maatregelen die de sociaal-economische en gezondheidsgevolgen van de COVID-19-pandemie beperken, met bijzondere aandacht voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen zoals Roma, Egyptenaren, de LHBTQI+-gemeenschap, personen met een handicap en alleenstaande ouders en om verdere stappen te ondernemen om de diversificatie, het concurrentievermogen en de digitalisering te verbeteren, de representativiteit van de sociale dialoog te vergroten en de wijdverspreide informele economie aan te pakken;

57.  herinnert eraan dat duurzame groei afhankelijk is van de uitbanning van endemische corruptie, grotere transparantie, rechtszekerheid en efficiëntie, eerlijke concurrentie en vereenvoudiging van administratieve procedures;

58.  moedigt de Albanese autoriteiten aan de dekking van de sociale zorg en de toegang tot sociale en gezondheidsdiensten te verbeteren, in het bijzonder voor kwetsbare groepen, teneinde het risico op armoede en sociale uitsluiting te verlagen;

59.  roept op tot de intensivering van de concrete maatregelen inzake de bevolkingskrimp en de braindrain door middel van een actief arbeidsmarktbeleid dat vaardighedenmismatches aanpakt en langdurige werkloosheid terugdringt, met name onder jongeren en de meest uitgesloten en gemarginaliseerde groepen; benadrukt het belang van het scheppen van duurzame banen voor de lange termijn voor jongeren door toegankelijk, hoogwaardig en inclusief onderwijs te bevorderen en huisvestingsproblemen aan te pakken; roept de Albanese regering op om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van internet te verbeteren, ook voor onderwijs;

60.  is ingenomen met de positieve trends op het gebied van de deelname van vrouwen aan de politiek en vraagt om verdere stappen om genderonevenwichtigheden, de genderloonkloof en discriminatie op het werk aan te pakken;

61.  roept de autoriteiten op meer inspanningen te leveren om kinderarbeid uit te bannen in de volledige informele sector en om de vervolging van kindermishandeling te bevorderen;

62.  benadrukt de noodzaak om de zichtbaarheid van de EU-steun en de Uniefinanciering in Albanië te vergroten en de communicatie erover te verbeteren; herinnert in dit verband aan de prestatiebeloning van het instrument voor pretoetredingssteun voor Noord-Macedonië en Albanië, en met name aan de aanzienlijke steun die de EU aan de Westelijke Balkan heeft verleend ter bestrijding van de COVID-19-pandemie;

63.  is ingenomen met het streven van de Commissie om op meer strategische wijze te investeren in de Westelijke Balkan door middel van een speciaal economisch en investeringsplan (EIP); benadrukt dat alle investeringen in overeenstemming moeten zijn met de Overeenkomst van Parijs en de EU-doelstelling voor het koolstofvrij maken van de economie; erkent het belang van het EIP voor de ondersteuning van duurzame connectiviteit, het menselijk kapitaal, het concurrentievermogen en inclusieve groei, alsook voor de versterking van de regionale en grensoverschrijdende samenwerking; vraagt om adequate medefinanciering en verdere verbetering van de transparantie en zichtbaarheid van EU-financiering; benadrukt dat de financiering in het kader van Albanië moet worden toegespitst op de lopende democratische transitie en de strijd tegen de bevolkingskrimp en de braindrain:

Milieu, energie en vervoer

64.  herinnert eraan dat er nog steeds aanzienlijke inspanningen nodig zijn om de doelstellingen op het gebied van energie-efficiëntie, voorzieningszekerheid, emissieverminderingen, hernieuwbare energie en diversificatie van de energiebronnen te verwezenlijken in het kader van de transitie naar duurzame energie, duurzame verwarming en duurzaam vervoer;

65.  moedigt Albanië aan de energieproductie te diversifiëren, te zorgen voor economisch en ecologisch verantwoorde investeringen in waterkrachtcentrales en kostenefficiënte investeringen in wind- en zonne-energie op te voeren; dringt er bij de autoriteiten op aan om de gevolgen voor de biodiversiteit te minimaliseren door de ontwikkeling van waterkracht in beschermde gebieden stop te zetten, met name in de rivieren Valbona en Vjosa, en over de hele lengte van de Vjosa het nationaal park Vjosa te vestigen, in overeenstemming met de aankondiging van de regering; benadrukt dat de milieu-effectbeoordelingen, de strategische milieu-effectbeoordelingen en de transparantie van de procedures voor ecologisch kwetsbare gebieden moeten worden verbeterd en dat de vervolging van milieudelicten moet worden geïntensiveerd; benadrukt dat de strategie van Albanië inzake nucleaire veiligheid en bescherming tegen straling moet worden verbeterd; herinnert eraan dat de Albanese wetgeving nog niet volledig in overeenstemming is gebracht met Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling;

66.  dringt er bij de autoriteiten op aan ervoor te zorgen dat het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap volledig wordt nageleefd, onder meer door de elektriciteitsbeurs van Albanië operationeel te maken, de markt verder open te stellen, de functionele ontvlechting van distributienetbeheerders te waarborgen en te zorgen voor de marktkoppeling van elektriciteit; benadrukt de bijdrage van het nieuwe initiatief voor een trans-Adriatische pijpleiding en van de komende koppeling van de geconverteerde thermische centrale van Vlora aan de regionale energiezekerheid; herinnert aan de noodzaak om de hervorming van de elektriciteitsmarkt te voltooien en de elektriciteitsinterconnector die Bitola-Elbasan verbindt met Noord-Macedonië op te starten;

67.  vraagt om strategische vervoersnetwerken verder te versterken overeenkomstig het regelgevingskader voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T), de werkzaamheden aan de Albanese secties van de “blauwe snelweg” voort te zetten, de hervormingen van de spoorwegsector te voltooien en door te gaan met het werk aan de spoorverbinding Tirana-Podgorica-Durrës;

68.  uit zijn diepe bezorgdheid over bepaalde economische projecten in Albanië die hebben geleid tot milieuschade in beschermde gebieden; onderstreept dat de planning en uitvoering van milieugevoelige toeristische en energie-infrastructuurprojecten vóór enige besluitvorming moeten worden onderworpen aan een brede, nationale raadpleging van het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen, en moeten voldoen aan de internationale en EU-normen voor effectbeoordelingen en milieubescherming;

69.  dringt er bij de Albanese autoriteiten op aan een nationale energiestrategie te ontwikkelen die volledige afstemming op en uitvoering van de Overeenkomst van Parijs, relevante EU-klimaatbeleidsmaatregelen, decarbonisatiedoelstellingen en instrumenten voor koolstofbeprijzing garandeert, in overeenstemming met de Europese Green Deal en de politieke toezeggingen die zijn gedaan in de Verklaring van Sofia van 2020; verzoekt de Albanese autoriteiten om onverwijld de ontwerpklimaatwet en de wet en het besluit inzake een mechanisme voor de monitoring en rapportage van broeikasgasemissies goed te keuren; vraagt om een versnelde afronding van het ontwerp van het geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan, dat door het secretariaat van de Energiegemeenschap moet worden herzien;

70.  vraagt om verdere inspanningen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling; acht het belangrijk om een degelijk systeem voor raadplegingen tussen beleidsmakers en verschillende belangengroepen in plattelandsgebieden in te stellen; wijst op de noodzaak om moderne, ecologische en klimaatvriendelijke klein- en middelgrootschalige landbouw te ontwikkelen waardoor landbouwers in staat worden gesteld in hun levensonderhoud te voorzien en zowel de natuurlijke hulpbronnen als de biodiversiteit van Albanië wordt beschermd;

71.  herinnert eraan dat Albanië prioriteit moet geven aan de uitvoering van de nieuwe nationale strategie voor afvalbeheer 2020-2035 en aan de invoering van een geïntegreerd regionaal afvalbeheersysteem, recycling moet bevorderen, locaties voor de verwijdering van gevaarlijk afval moet sluiten, zich moet aanpassen aan de EU-normen, met name wat betreft verbranding, en ontbossing en verontreiniging door kunststoffen op zee moet voorkomen; vestigt de aandacht op de verontreiniging van de Adriatische Zee en het veelvuldig storten van afval, dat door zeestromingen wordt meegevoerd; onderstreept dat de capaciteit voor de monitoring van de waterkwaliteit en de behandeling van afvalwater moet worden opgevoerd en dat de capaciteiten van de agentschappen die verantwoordelijk zijn voor milieu en beschermde gebieden moeten worden versterkt;

Regionale samenwerking en buitenlands beleid

72.  is ingenomen met de voortdurende inspanningen van Albanië om goede betrekkingen met buurlanden en regionale integratie te bevorderen; onderstreept dat het belangrijk is verdere stappen te ondernemen ter bevordering van de verzoening met de buurlanden en de regionale samenwerking, die gebaseerd moeten zijn op de eerbiediging van de fundamentele waarden van de EU en een gemeenschappelijke toekomst in de EU;

73.  dringt erop aan nieuwe mogelijkheden te creëren voor politieke en beleidsdialoog op hoog niveau met de landen van de Westelijke Balkan via regelmatige topontmoetingen tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan en intensievere contacten tussen ministeries, om het politieke karakter van het uitbreidingsproces te versterken en te zorgen voor sterkere sturing en inzet op hoog niveau, zoals ook de herziene uitbreidingsmethode voorschrijft;

74.  is ingenomen met de constructieve stappen die zijn genomen met het oog op het oplossen van hangende bilaterale kwesties, waaronder een gezamenlijke poging van Griekenland en Albanië om de afbakening van maritieme zones over te laten aan het Internationaal Gerechtshof.

75.  is ingenomen met de inclusieve stappen die worden gezet bij het verdiepen van de regionale integratie, het faciliteren van connectiviteit en het vrije verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, en het bijdragen aan de gemeenschappelijke regionale markt;

76.  is ingenomen met de constructieve rol van Albanië in multilaterale initiatieven, met name onder zijn voorzitterschap van de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst en van de OVSE;

77.  is verheugd over de deelname van Albanië aan het mini-Schengen-initiatief als middel om de nabuurschapsbetrekkingen te verbeteren en mensen en bedrijven in Albanië nieuwe kansen te bieden;

78.  verzoekt alle politieke leiders om dringend stappen te ondernemen om de Regionale Commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië tussen 1 januari 1991 en 31 december 2001 (Recom) op te richten en daarmee voort te bouwen op het belangrijke werk dat de Coalitie van Recom heeft geleverd; dringt er bij de politieke leiders van de landen in de Westelijke Balkan op aan regionale verzoening te bevorderen en ervan af te zien deze onderwerpen tot instrument te maken in de interne politieke strijd;

79.  is verheugd dat Albanië zich sinds 2012 volledig aansluit bij besluiten en verklaringen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en looft de actieve deelname van het land aan crisisbeheersingsmissies en operaties van de EU, evenals zijn actieve bijdrage aan NAVO-missies die van strategisch belang zijn voor de EU; spoort Albanië aan zich aan te sluiten bij het EU-standpunt over de jurisdictie van het Internationaal Strafhof;

80.  benadrukt dat de EU en de Verenigde Staten hun partnerschap en coördinatie in de Westelijke Balkan moeten versterken om essentiële hervormingen te versnellen en governance en verzoening te verbeteren; verzoekt de EDEO en de Commissie Albanië meer steun te verlenen bij de bestrijding van kwaadwillige buitenlandse inmenging uit landen als Rusland, China en Iran; is van mening dat Tirana, gezien de bovengenoemde aansluiting en het EU-toetredingsproces van Albanië, een steeds nauwere samenwerking met de lidstaten van de EU en de NAVO moet ontwikkelen op het gebied van veiligheid en defensie;

o
o   o

81.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de president, de regering en het parlement van de Republiek Albanië.

(1) PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166.
(2) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0320.
(3) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0050.
(4) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0168.

Laatst bijgewerkt op: 31 maart 2021Juridische mededeling - Privacybeleid