Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2174(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0040/2021

Ingediende teksten :

A9-0040/2021

Debatten :

PV 25/03/2021 - 8
CRE 25/03/2021 - 8

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0114

Aangenomen teksten
PDF 178kWORD 57k
Donderdag 25 maart 2021 - Brussel
Verslagen 2019-2020 over Noord-Macedonië
P9_TA(2021)0114 A9-0040/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 25 maart 2021 over de Commissieverslagen 2019-2020 over Noord-Macedonië (2019/2174(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien de conclusies van de Europese Raad van 28 juni 2018, de conclusies van de Raad van 18 juni 2019 en de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 oktober 2019 tot uitstel van de besluiten over de opening van toetredingsonderhandelingen met de Republiek Noord-Macedonië en de Republiek Albanië,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 26 maart 2020 over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië, waarmee de conclusies van de Raad van 25 maart 2020 over uitbreiding en het stabilisatie- en associatieproces werden bekrachtigd,

–  gezien het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking tussen de Republiek Bulgarije en de Republiek Noord-Macedonië, dat op 1 augustus 2017 werd ondertekend en in januari 2018 werd geratificeerd,

–  gezien de Definitieve Overeenkomst voor de regeling van de geschillen als beschreven in de Resoluties nrs. 817 (1993) en 845 (1993) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de beëindiging van het interimakkoord van 1995 en de instelling van een strategisch partnerschap tussen Griekenland en Noord-Macedonië op 17 juni 2018 (de zogenoemde Overeenkomst van Prespa),

–  gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien de top EU-Westelijke Balkan in het kader van het proces van Berlijn van 10 november 2020,

–  gezien de toetreding van Noord-Macedonië tot de NAVO op 27 maart 2020,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020 getiteld “Bevordering van het toetredingsproces – Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641), de bijlage daarbij, en het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Guidelines for the Implementation of the Green Agenda for the Western Balkans”,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2019” (COM(2019)0260) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “North Macedonia 2019 Report” (SWD(2019)0218),

–  gezien de tijdens de top EU-Westelijke Balkan van 6 mei 2020 per videoconferentie aangenomen verklaring van Zagreb,

–  gezien de conclusies van de Raad van 5 juni 2020 over intensievere samenwerking met de partners van de Westelijke Balkan op het gebied van migratie en veiligheid,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 8 april 2020 getiteld “Mededeling over de wereldwijde EU-respons op COVID-19” (JOIN(2020)0011), en de mededeling van de Commissie van 29 april 2020 getiteld “Steun aan de Westelijke Balkan voor de bestrijding van COVID-19 en het herstel na de pandemie” (COM(2020)0315),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2019” (COM(2019)0660) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “North Macedonia 2020 Report” (SWD(2020)0351),

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de bijeenkomst van de Europese Raad in Thessaloniki op 19-20 juni 2003,

–  gezien de top die in 2020 in Sofia werd gehouden in het kader van het proces van Berlijn en gezamenlijk werd voorgezeten door Bulgarije en Noord-Macedonië,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 16 december 2005 om Noord-Macedonië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen,

–  gezien de “Pržino-overeenkomst”, die op 2 juni en 15 juli 2015 in Skopje werd gesloten tussen de vier belangrijkste politieke partijen, evenals de vierpartijenovereenkomst van 20 juli en 31 augustus 2016 over de uitvoering daarvan,

–  gezien zijn resolutie van 25 november 2020 over het versterken van de mediavrijheid: bescherming van journalisten in Europa, haatzaaiende taal, desinformatie en de rol van platforms(1),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de leden van het Europees Parlement van 8 december 2020 over de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië,

–  gezien zijn resolutie van 24 oktober 2019 over de opening van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië(2),

–  gezien zijn eerdere resoluties over het land,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0040/2021),

A.  overwegende dat Noord-Macedonië consequent vooruitgang heeft geboekt en zich met grote toewijding inzet om dichter bij de EU te komen, waarbij het klimaat van wederzijds vertrouwen wordt versterkt, hetgeen heeft geleid tot het besluit van de Europese Raad van 26 maart 2020 om de toetredingsonderhandelingen te openen;

B.  overwegende dat Noord-Macedonië afzonderlijk dient te worden beoordeeld op zijn eigen verdiensten wat betreft de vooruitgang die het heeft geboekt ten aanzien van de door de Europese Raad vastgestelde criteria, en dat de snelheid en kwaliteit van de hervormingen het tijdschema voor toetreding tot de EU bepalen; overwegende dat het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap een belangrijke stimulans voor hervormingen is geweest en dat het uitbreidingsproces een beslissende rol heeft gespeeld bij de stabilisering van de Westelijke Balkan;

C.  overwegende dat de rechtsstaat een belangrijke maatstaf vormt bij het toetsen van de stand van de democratische transformatie en de vooruitgang op weg naar toetreding tot de EU;

D.  overwegende dat het besluit van de Europese Raad van 17-18 oktober 2019 om de opening van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië uit te stellen heeft geleid tot politieke instabiliteit in het land en vervroegde verkiezingen in 2020;

E.  overwegende dat de Europese Commissie op 1 juli 2020 een ontwerponderhandelingskader heeft voorgelegd;

F.  overwegende dat misbruik van het toetredingsproces voor het beslechten van cultuurhistorische geschillen door EU-lidstaten een gevaarlijk precedent zou scheppen voor toekomstige toetredingsprocessen van de overige landen op de Westelijke Balkan, met name gezien de historische context in de regio;

G.  overwegende dat het land een gestaag tempo aanhoudt bij het doorvoeren van EU-hervormingen, in het bijzonder op belangrijke terreinen als de rechtsstaat, de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad, de inlichtingendiensten, het openbaar bestuur en de werking van democratische instellingen en procedures;

H.  overwegende dat er meer consequente inspanningen nodig zijn op het gebied van strategische hervormingen in verband met de EU, waarvoor de gezamenlijke inzet van alle leiders en belanghebbenden vereist is;

I.  overwegende dat de EU volledig achter Noord-Macedonië blijft staan in zijn strategische keuze voor Europese integratie en uiteindelijk het EU-lidmaatschap op basis van de rechtsstaat, multi-etnische harmonie en goed nabuurschap, in overeenstemming met de agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan van 2003;

J.  overwegende dat de betrokkenheid van de EU bij de Westelijke Balkan verder gaat dan die van alle andere regio’s en bewijs is van een wederzijdse strategische samenwerking;

K.  overwegende dat de EU moet doorgaan met het bevorderen van investeringen en het ontwikkelen van handelsbetrekkingen met Noord-Macedonië aangezien de economische ontwikkeling van het land van het allergrootste belang is;

L.  overwegende dat de EU veruit de grootste handelspartner van Noord-Macedonië is, met 75 % van de uitvoer en 62 % van de invoer van het land, en de meeste financiële bijstand verleent, waarbij het land sinds 2007 meer dan 1,25 miljard EUR aan pretoetredingssteun heeft ontvangen;

M.  overwegende dat de economie van Noord-Macedonië zwaar te lijden heeft onder de COVID-19-pandemie en dat de maatregelen om de verspreiding van het virus te voorkomen een nadelige uitwerking hebben op de nationale begroting;

N.  overwegende dat de EU Noord-Macedonië de meeste steun heeft geboden om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te beperken, waarbij zij 66 miljoen EUR heeft vrijgemaakt voor dringende gezondheidsbehoeften en het economisch en sociaal herstel na de pandemie; overwegende dat de EU tot 160 miljoen EUR aan macrofinanciële bijstand ter beschikking heeft gesteld aan Noord-Macedonië;

O.  overwegende dat de EU 3,3 miljard EUR heeft vrijgemaakt om de coronapandemie in de Westelijke Balkan aan te pakken, waarvan 38 miljoen EUR voor onmiddellijke steun aan de gezondheidssector, 467 miljoen EUR om de gezondheidszorgstelsels veerkrachtiger te maken en de sociaal-economische gevolgen te verzachten, 750 miljoen EUR aan macrofinanciële bijstand, 385 miljoen EUR om de particuliere sector te steunen en weer op gang te brengen en 1,7 miljard EUR aan preferentiële leningen van de Europese Investeringsbank;

P.  overwegende dat Noord-Macedonië nog steeds een van de belangrijkste doorreisroutes voor irreguliere migratie is;

Q.  overwegende dat regionale samenwerking tussen de landen op de Westelijke Balkan essentieel is teneinde hun stabiliteit te handhaven en te versterken alsook de welvaart van de regio te verbeteren; overwegende dat goed nabuurschap onontbeerlijk is voor de vooruitgang van Noord-Macedonië op weg naar toetreding tot de EU;

R.  overwegende dat de Overeenkomst van Prespa en het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking tussen Noord-Macedonië en Bulgarije mijlpalen zijn die een voorbeeld van stabiliteit en verzoening vormen in de hele regio van de Westelijke Balkan en hebben geleid tot een verbetering van de geest van goed nabuurschap en regionale samenwerking;

S.  overwegende dat de Europese Raad het onderhandelingskader voor Noord-Macedonië tot dusver niet heeft goedgekeurd, waardoor de geloofwaardigheid van de Unie op de Westelijke Balkan in gevaar komt en afbreuk wordt gedaan aan de transformerende kracht van de EU in de regio;

T.  overwegende dat het land na de inwerkingtreding van de historische Overeenkomst van Prespa en het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking tussen Noord-Macedonië en Bulgarije in maart 2020 het dertigste lid van de NAVO werd, en dat de EU toen heeft besloten de toetredingsonderhandelingen te openen;

U.  overwegende dat de aansluiting bij de NAVO in 2020 een duidelijke stap voorwaarts is richting meer stabiliteit, interoperabiliteit en integratie op defensiegebied als lid van de Euro-Atlantische gemeenschap, wat het potentieel van landen vergroot om uiteindelijk tot de EU toe te treden;

V.  overwegende dat de Conferentie over de toekomst van Europa kan bijdragen tot de ambities van de landen op de Westelijke Balkan om toe te treden tot de EU;

W.  overwegende dat volwaardig lidmaatschap van de EU voor Noord-Macedonië het politieke, economische en veiligheidsbelang van de Unie dient;

1.  is ingenomen met de duidelijke strategische oriëntatie en inzet van Noord-Macedonië op het gebied van integratie in de EU, zoals blijkt uit de voortdurende doorvoering van hervormingen in verband met het toetredingsproces en de inspanningen om bilaterale kwesties met buurlanden op te lossen;

2.  betuigt opnieuw zijn volledige steun voor de belofte van de Europese Raad van Thessaloniki van 2003 dat de toekomst van de landen op de Westelijke Balkan in de EU ligt;

3.  verzoekt de EU-lidstaten hun toezeggingen gestand te doen en duidelijk politiek stelling te nemen, zodat de Raad het onderhandelingskader kan goedkeuren en zo spoedig mogelijk de eerste intergouvernementele conferentie met Noord-Macedonië kan houden om verdere vertragingen te voorkomen, teneinde de geloofwaardigheid, objectiviteit en betrouwbaarheid van het toetredingsproces te versterken;

4.  herinnert de lidstaten eraan dat het uitbreidingsbeleid gestoeld moet zijn op objectieve criteria en niet door eenzijdige belangen mag worden belemmerd; herhaalt dat het uitbreidingsbeleid van de EU nog steeds het meest doeltreffende instrument van het buitenlands beleid van de Unie is en dat de verdere ontmanteling ervan kan leiden tot een onstabiele situatie in de onmiddellijke nabijheid van de EU;

5.  betuigt zijn solidariteit met de bevolking van Noord-Macedonië en acht het van belang de continuïteit van de toegezegde en actieve steun voor de Noord-Macedonische inspanningen op weg naar de Europese Unie te waarborgen;

6.  is ingenomen met het feit dat Noord-Macedonië in 2023 het voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) zal uitoefenen;

7.  is van mening dat vertegenwoordigers van Noord-Macedonië en andere landen op de Westelijke Balkan naar behoren betrokken moeten worden bij de Conferentie over de toekomst van Europa en daar actief aan moeten kunnen deelnemen, zowel op regeringsniveau als op het niveau van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van jongeren;

8.  verzoekt de autoriteiten en politieke partijen van Noord-Macedonië met klem wederzijds goedgekeurde inspanningen te blijven leveren om de democratie en het transformatieproces te versterken, corruptie te blijven bestrijden, de rechtsstaat, goed nabuurschap en regionale samenwerking te versterken en tegelijkertijd een beter klimaat voor de mediavrijheid en het maatschappelijk middenveld tot stand te brengen;

9.  wijst erop dat de voortgang van de toetredingsonderhandelingen volgens de herziene uitbreidingsmethode nog steeds afhankelijk is van voortdurende, diepgaande en onomkeerbare hervormingen op tal van fundamentele terreinen;

Rechtsstaat

10.  beklemtoont dat de handhaving van de rechtsstaat door middel van justitiële hervormingen en de consequente vervolging van corruptie op hoog niveau en criminele netwerken van het allergrootste belang zijn;

11.  prijst de vorderingen die zijn gemaakt bij de aanpak van de “dringende hervormingsprioriteiten” en de follow-up van de aanbevelingen van de Commissie van Venetië en de deskundigengroep op hoog niveau inzake structurele rechtsstatelijke problemen;

12.  neemt kennis van de aanneming van wetgeving inzake de voorkoming van corruptie en belangenconflicten, lobbypraktijken, toegang tot informatie, de bescherming van klokkenluiders en het openbaar ministerie, en pleit voor de doeltreffende en gestage uitvoering daarvan;

13.  neemt kennis van het feit dat de regering twee hervormingsplannen heeft goedgekeurd, namelijk de “Europe at home”-agenda en het actieplan voor corruptiebestrijding, die erop gericht zijn de hervormingsagenda te stroomlijnen op bepaalde prioritaire gebieden binnen de cluster fundamentele kwesties van de herziene toetredingsmethode;

14.  wijst op de behoefte aan toereikende financiële en personele middelen om doeltreffende en consistente mechanismen voor afschrikking, preventie, opsporing, proactief onderzoek en sancties te waarborgen voor personen in overheidsfuncties door middel van maatregelen op het gebied van belangenconflicten, lobbypraktijken, ethische codes en de bescherming van klokkenluiders;

15.  is ingenomen met de totstandbrenging van de functie van adjunct-premier voor corruptiebestrijding en misdaad, duurzame ontwikkeling en personele middelen als een duidelijk teken van politieke inzet om deze kwesties met voorrang aan te pakken;

16.  dringt aan op de doeltreffende uitvoering van maatregelen ter waarborging van professionalisme, onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht op justitieel en vervolgingsgebied, onder meer door middel van de efficiënte tenuitvoerlegging van ethische codes en van de baanbrekende wet inzake het openbaar ministerie, met het oog op duurzame oplossingen voor zaken die door het openbaar ministerie worden behandeld en op verantwoordingsplicht voor misdrijven die verband houden met de zaak betreffende grootschalige illegale afluisterpraktijken; roept op tot extra inspanningen in alle gerechtelijke instellingen om een steentje bij te dragen aan het herstel van het vertrouwen in de rechterlijke macht;

17.  is ingenomen met de stappen ter versterking van de onpartijdigheid, transparantie en verantwoordingsplicht van de rechterlijke macht door het proactieve optreden van de Raad voor de rechterlijke macht en pleit voor de doeltreffende uitvoering van de herziene wet inzake de Raad van de openbaar aanklagers; dringt erop aan ten volle gebruik te maken van mechanismen ter versterking van het professionalisme en de integriteit van de rechterlijke macht door middel van verificaties, financiële onderzoeken en confiscaties van vermogensbestanddelen; maakt zich zorgen over de beperkte toegang tot de rechter tijdens de COVID-19-pandemie en moedigt de autoriteiten aan vaart te maken met de digitalisering van de rechterlijke macht en de daarmee samenhangende administratie;

18.  spoort aan tot de voltooiing van institutionele hervormingen en de uitvoering van de lopende hervormingen in de veiligheidssector en de inlichtingendiensten, teneinde te zorgen voor de financiële, operationele en functionele zelfstandigheid van het nieuwe nationale veiligheidsagentschap en het operationeel technisch agentschap en een zinvol parlementair toezicht op de geheime diensten;

19.  pleit voor de voortzetting van de proactieve inspanningen om georganiseerde misdaad en corruptie op methodische wijze te bestrijden door middel van systematische preventiemaatregelen, financieel onderzoek, de vervolging van financiële misdrijven, waaronder witwaspraktijken en terrorismefinanciering, en de vaststelling van passende sancties; roept op tot verdere inspanningen om operaties op te zetten die gericht zijn op het ontmantelen van criminele netwerken die betrokken zijn bij diverse vormen van illegale handel, zoals de handel in vuurwapens, mensen en drugs; dringt bij het land aan op verdere aanpassing aan het acquis en het verrichten van systematisch financieel onderzoek, waarbij de identificatie, tracering, bevriezing, confiscatie en administratie van illegale vermogensbestanddelen worden opgevoerd;

20.  pleit voor maatregelen ter versterking van het onlangs opgerichte Bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen en ter verbetering van de bestrijding van witwassen en economische criminaliteit; dringt aan op de intensivering van de gezamenlijke inspanningen om georganiseerde, economische en cybercriminaliteit aan te pakken, onder meer door betere coördinatie en een beter partnerschap met Europol;

21.  erkent de vooruitgang die is geboekt bij de aanpak van de wijdverbreide corruptie, onder meer door de verbeterde staat van dienst op het gebied van het onderzoeken, vervolgen en berechten van gevallen van corruptie op hoog niveau, ambtsmisbruik en onrechtmatige verrijking; wijst op het belang van de grotere voortrekkersrol van de commissie voor corruptiebestrijding en van samenwerking ermee op dit gebied;

22.  verzoekt het openbaar ministerie de ernstige zaken in behandeling te nemen en proactief maatregelen te nemen naar aanleiding van grote zaken die zijn ingediend door corruptiebestrijdings- en controle-instanties alsook door klokkenluiders;

23.  Dringt er bij de autoriteiten van Noord-Macedonië op aan hun inspanningen om radicalisering en terrorisme te bestrijden, voort te zetten en te intensiveren en het probleem van buitenlandse terroristische strijders aan te pakken door middel van de voortdurende grensoverschrijdende uitwisseling van informatie en betere samenwerking tussen veiligheidsinstanties en maatschappelijke organisaties, religieuze leiders, lokale gemeenschappen en instellingen voor onderwijs, gezondheidszorg of met een sociaal doel, en door middel van passende re-integratie-inspanningen;

Werking van democratische instellingen

24.  wijst erop dat een oppositie met een constructieve rol onontbeerlijk is voor de goede werking van de Sobranie, het parlement van Noord-Macedonië, en voor de vaststelling van belangrijke wetgeving, zoals het aan de EU en de NAVO gerelateerde hervormingsproces;

25.  prijst de betrokkenheid van de regerings- en oppositiepartijen in de Sobranie bij belangrijke besluiten in het gemeenschappelijk nationaal belang; merkt op dat een sterkere beleidsdialoog tussen alle politieke partijen een voorwaarde is voor goed bestuur en een goede wetgevingsfunctie; roept alle partijen in het parlement ertoe op constructief te blijven, geen nationalistische of opruiende taal te gebruiken en op basis van goede wil een politieke dialoog aan te gaan, in het bijzonder over belangrijke inspanningen op gezondheids-, economisch, sociaal en politiek gebied teneinde de COVID-19-crisis het hoofd te bieden;

26.  wijst erop dat de Jean Monnet-dialoog een belangrijke rol speelt bij het winnen van vertrouwen, het versterken van de democratische cultuur en het bevorderen van de parlementaire capaciteit door een politieke dialoog met de Sobranie mogelijk te maken; is ingenomen met de constructieve, partijoverschrijdende betrokkenheid bij de Jean Monnet-dialoog en de inzet die wordt getoond om uitvoering te geven aan de conclusies van de dialoog en een vierde dialoog te organiseren;

27.  verzoekt de Sobranie met klem het wetgevingsproces te verbeteren door het gebruik van versnelde procedures tot een minimum te beperken, de transparantie te vergroten, de tijdige en inclusieve toegang tot informatie over wetgeving te waarborgen en degelijke raadplegingen en effectbeoordelingen door te voeren; herinnert eraan dat het reglement van orde van het parlement bij consensus moet worden bijgewerkt om de Sobranie meer zeggenschap te geven en de mechanismen voor wetgeving, toezicht en begrotingscontrole te versterken; wijst nogmaals op het belang van samenwerking met en duurzame financiering van het maatschappelijk middenveld ten behoeve van een verantwoord toezicht op de openbare instellingen;

28.  Neemt nota van het goede verloop van de parlementsverkiezingen van 15 juli 2020, maar herinnert eraan dat de juridische stabiliteit ervan werd ondermijnd door frequente herzieningen van het rechts- en regelgevingskader; onderstreept dat de openstaande aanbevelingen in het definitieve verslag van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (ODIHR) grondig moeten worden uitgevoerd, onder meer door een tijdige, inclusieve en alomvattende herziening van de kieswet in de aanloop naar toekomstige verkiezingen, waarbij verdere inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de kiezerslijsten actueel en nauwkeurig zijn;

29.  pleit voor aanvullende maatregelen om de transparantie van de financiering van politieke partijen te vergroten en te zorgen voor democratische, competitieve en representatieve functioneringsmechanismen binnen partijen, onder meer door behoorlijk onafhankelijk toezicht; wijst erop dat op doeltreffende wijze uitvoering moet worden gegeven aan de aanbevelingen van de nationale rekenkamer;

30.  dringt er bij de nieuwe regering op aan prioriteit te geven aan de hervorming van het openbaar bestuur door op verdienste gebaseerde normen vast te leggen en systematisch toe te passen bij openbare benoemingen en bevorderingen, teneinde de cultuur van transparantie, professionele onafhankelijkheid, verantwoordingsplicht, integriteit en billijke etnische en gendervertegenwoordiging in het ambtenarenapparaat en overheidsbedrijven te bevorderen en tegelijkertijd te zorgen voor voldoende bescherming van klokkenluiders; verzoekt om een grondige follow-up van de aanbevelingen van de staatscommissie voor corruptiebestrijding;

31.  dringt er bij de autoriteiten op aan te zorgen voor volledige transparantie door de toegang tot informatie verder te verbeteren, inclusief over COVID-19, door ervoor te zorgen dat de verschillende instanties regelmatig actuele informatie uitwisselen via het opendataportaal van de overheid en dat het agentschap voor de bescherming van de vrije toegang tot overheidsinformatie volledig operationeel is;

32.  spoort de autoriteiten aan om de relevante archieven van de Joegoslavische geheime dienst terug te halen en bloot te leggen; is van mening dat een transparante behandeling van het totalitaire verleden, met inbegrip van de openstelling van de archieven van de geheime diensten, een stap is naar verdere democratisering, verantwoording en institutionele versterking in zowel het land zelf als de gehele Westelijke Balkan;

33.  dringt aan op de behoefte aan verdere verbeteringen op het gebied van de transparantie en zichtbaarheid van EU-financiering ter waarborging van efficiënte controles, audits en follow-ups;

Grondrechten

34.  spreekt zijn steun uit voor de inspanningen om inclusief beleid te waarborgen ter bescherming van de fundamentele vrijheden en rechten van alle burgers, met bijzondere aandacht voor vrouwen, jongeren, mensen met een handicap, etnische gemeenschappen en minderheden, LGBTQI+-personen en laaggeschoolde werklozen; roept de autoriteiten op de onevenredig nadelige gevolgen van de COVID-19-pandemie voor minderheden te verzachten en de strijd tegen ongelijkheid op te voeren;

35.  is ingenomen met het feit dat de vrijheid van godsdienst, geweten en gedachte gewaarborgd blijft en dat discriminatie op grond van godsdienst in het algemeen verboden is;

36.  roept het nationaal coördinatieorgaan voor de uitvoering van het nationaal actieplan over het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap op om systematisch samen te werken met organisaties die personen met een handicap ondersteunen; benadrukt de noodzaak van verdere de-institutionalisering en beklemtoont dat bepalingen die onvrijwillige opsluiting mogelijk maken, moeten worden ingetrokken; beklemtoont het belang van toereikende middelen en infrastructuur om de noodzakelijke sociale bescherming en fatsoenlijke leefomstandigheden voor mensen met een handicap te waarborgen; is ingenomen met het nationaal actieplan over het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, en is verheugd dat het nationaal coördinatieorgaan voor de uitvoering van het verdrag geregeld bijeenkomt;

37.  is ingenomen met het feit dat er meer aandacht wordt besteed aan en meer financiering wordt uitgetrokken voor beleid inzake de inclusie van Roma, en spoort de autoriteiten aan om het tempo van en de capaciteit voor de uitvoering, coördinatie, monitoring en het gebruik van middelen op te voeren, onder meer op het gebied van huisvestingsbeleid en actief arbeidsmarktbeleid, in overeenstemming met de verklaring van Poznan van 2019 inzake de integratie van de Roma in het kader van het uitbreidingsproces van de EU; moedigt de autoriteiten aan om te zorgen voor een onbelemmerde uitvoering van de wet inzake personen zonder gereguleerde burgerlijke staat en om de problemen in verband met het ontbreken van persoonlijke documenten voor Roma op te lossen;

38.  merkt met bezorgdheid op dat haatzaaiende uitlatingen, waaronder op sociale media, wijdverbreid zijn, in het bijzonder ten aanzien van Roma, LGBTI+-personen en andere kwetsbare groepen, landen en volkeren; roept op om het relevante regelgevingskader doeltreffend ten uitvoer te leggen, waarbij een duidelijk onderscheid moet worden gewaarborgd tussen vrij openbaar debat enerzijds en haatzaaiende uitlatingen, laster en het aanzetten tot geweld anderzijds, en waarbij de vervolgingscapaciteiten moeten worden versterkt om personen te beschermen tegen haatmisdrijven, haatzaaiende uitlatingen en gendergerelateerd geweld; is bezorgd over de gevallen van politiegeweld tegen kwetsbare gemeenschappen;

39.  is ingenomen met de positieve stappen in de richting van institutionele steun voor de bevordering van de mensenrechten van LGBTI+-personen, maar merkt op dat discriminatie van de LGBTI+-gemeenschap een wijdverbreid probleem blijft en dat overheidsinstellingen voorrang moeten geven aan de uitvoering van het regelgevingskader; dringt erop aan meer te doen om haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven tegen LGBTI+-personen te bestrijden, aangifte van deze misdrijven aan te moedigen en een einde te maken aan straffeloosheid;

40.  is verheugd dat er opnieuw antidiscriminatiewetgeving is aangenomen door alle politieke partijen en is ingenomen met het transparante proces voor de benoeming van de commissie voor bescherming tegen discriminatie, die de bescherming en inclusie van alle gemarginaliseerde groepen waarborgt; spoort de Sobranie aan wetgeving vast te stellen om een vereenvoudigde, transparante en toegankelijke procedure voor wettelijke gendererkenning op basis van zelfbeschikking mogelijk te maken en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of genderidentiteit te voorkomen; merkt op dat in juni 2019 de allereerste Skopje Pride werd georganiseerd;

41.  roept op om constructieve inspanningen te blijven leveren om de doorgaans rustige interetnische betrekkingen te versterken en om alle gemeenschappen en hun cultureel erfgoed te erkennen, te beschermen en op passende wijze te ondersteunen; roept op om de rechten van minderheidsgroepen te waarborgen en om deze groepen op passende wijze te integreren en te vertegenwoordigen in het openbare leven en de media, door te zorgen voor voldoende personeel en financiering voor de instellingen die verantwoordelijk zijn voor beleid inzake minderheden en door ten volle gebruik te maken van het versterkte mandaat van het agentschap voor de verwezenlijking van de rechten van gemeenschappen om overheidsinstellingen te controleren en bij te staan bij het nakomen van hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van minderheden;

42.  roept Noord-Macedonië op om de kaderovereenkomst van Ohrid te blijven uitvoeren; steunt de herziening van de wet inzake het gebruik van talen in overeenstemming met de aanbevelingen die de Commissie van Venetië in overleg met alle belanghebbenden heeft gedaan; is ingenomen met de oprichting van een agentschap en inspectiedienst die toezicht houden op de algemene tenuitvoerlegging van de wet inzake het gebruik van talen, en herinnert aan de noodzaak om te zorgen voor gelijkwaardig en niet-discriminerend onderwijs in minderheidstalen;

43.  verzoekt het ministerie dat verantwoordelijk is voor het politiek systeem en de betrekkingen tussen gemeenschappen om de sociale cohesie te bevorderen door een “één samenleving voor iedereen”-strategie toe te passen en dringt er bij de autoriteiten op aan de resterende uitdagingen op het gebied van discriminatie, uitsluiting en ondervertegenwoordiging aan te pakken; beklemtoont dat erop moet worden toegezien dat alle minderheden in Noord-Macedonië adequate ondersteuning krijgen en hun leven kunnen leiden zonder te worden geïntimideerd of op welke wijze dan ook te worden gediscrimineerd;

44.  is ingenomen met de gestage verbeteringen op het gebied van openbare raadplegingen, en dringt aan op verdere vooruitgang met betrekking tot het tijdig en op zinvolle wijze betrekken van het maatschappelijk middenveld bij de besluitvormingsprocessen op verschillende beleidsterreinen en met betrekking tot het waarborgen van de financiële houdbaarheid van de niet-gouvernementele sector; merkt op dat herstructurering van de begroting aan passende raadplegingsprocedures moet worden onderworpen en de houdbaarheid van de sector van het maatschappelijk middenveld niet mag ondermijnen;

45.  roept Noord-Macedonië op om te waarborgen dat grondrechtenorganen functioneel onafhankelijk zijn, dat ze over voldoende financiering beschikken en dat hun leden op inclusieve wijze en op basis van verdiensten worden benoemd, om zo bij te dragen aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in het land; is ingenomen met de benoeming van de nieuwe ombudsman en dringt aan op nauwere samenwerking met het maatschappelijk middenveld; prijst de versterking van het bureau van de ombudsman en spoort de autoriteiten aan vaart te zetten achter de uitvoering van zijn aanbevelingen; is ingenomen met de instelling van het externe mechanisme voor politietoezicht in het bureau van de ombudsman, en dringt aan op verdere inspanningen om de straffeloosheid van de politie aan te pakken door middel van de systematische tenuitvoerlegging van waarborgen tegen mishandeling door de politie, de inzet van werkelijk onafhankelijke onderzoekers en verbeterde mechanismen voor toezicht op de politie;

46.  is ingenomen met de recente actualisering van de wet inzake preventie van en bescherming tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld; dringt er bij de autoriteiten op aan om deze wetten doeltreffend ten uitvoer te leggen en gendergerelateerd geweld en geweld tegen kinderen te voorkomen en om bescherming te bieden door een doeltreffend mechanisme voor het verzamelen van bewijsmateriaal en het vervolgen van daders in te stellen; beklemtoont het belang van preventieve maatregelen alsmede van de bescherming en ondersteuning van slachtoffers van gendergerelateerd en huiselijk geweld, dat door de COVID-19-pandemie is verergerd;

47.  verzoekt Noord-Macedonië met klem zich meer in te zetten voor gendergelijkheid en vrouwenrechten, onder meer door voorrang te geven aan gendermainstreaming en nauwer samen te werken met het maatschappelijk middenveld, in het bijzonder met vrouwenorganisaties;

48.  roept de wetgevers en alle politieke partijen in Noord-Macedonië op om maatregelen te nemen om de vertegenwoordiging van vrouwen in alle verkozen en benoemde besluitvormingsfuncties te verbeteren, in navolging van de positieve ontwikkelingen op het gebied van parlementaire vertegenwoordiging die mogelijk zijn gemaakt door verplichte genderquota; moedigt de autoriteiten aan de gebrekkige uitvoering van de rechten van vrouwelijke werknemers, de genderongelijkheid en de loonkloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt verder aan te pakken, actie te ondernemen tegen genderstereotypering, discriminatie in wettelijke bepalingen in verband met zwangerschapsverlof en intimidatie op het werk, en te zorgen voor adequate kinderopvangcapaciteit;

49.  is ingenomen met de inspanningen van het land om de samenwerking op het gebied van het beheer van irreguliere migratie en grensbescherming te verbeteren en tegemoet te komen aan de basisbehoeften van vluchtelingen, asielzoekers en migranten; dringt aan op verdere versterking van de internationale bescherming van mensen in nood en op het voorkomen van schendingen van het internationaal recht, zoals vermeende pushbacks; roept de autoriteiten op een mechanisme voor actief toezicht in te voeren en de stappen te ondernemen die nodig zijn om dergelijke schendingen van het internationaal recht te voorkomen; benadrukt dat de bijdrage van Noord-Macedonië aan de bescherming van de buitengrenzen van de Europese Unie van cruciaal belang is en roept de EU op haar steun aan grensbescherming in de regio te intensiveren; wijst op de vooruitgang die is geboekt bij de bestrijding van mensenhandel en -smokkel, en herinnert aan de noodzaak om een werkbaar mechanisme voor het beheer van irreguliere migratiestromen in te stellen en om netwerken van mensensmokkelaars te bestrijden, aangezien het land op een van de belangrijkste doorreisroutes van migranten ligt; wijst op de lopende samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en steunt de voltooiing van de statusovereenkomst met Frontex, die een betere bescherming van de grenzen en bestrijding van grensoverschrijdende misdaad mogelijk moet maken met volledige eerbiediging van de grondrechten; moedigt het land aan te zorgen voor de vaststelling van een strategie voor de integratie van migranten, waaronder de re-integratie van terugkeerders;

Media

50.  erkent dat het over het algemeen gunstige klimaat voor de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van de media verder moet worden verbeterd door middel van een beter rechtskader, zelfregulering en transparantie van eigendom en van de reclamemarkt, dat de financiële houdbaarheid en de onpartijdigheid van publieke en private media moeten worden versterkt, dat er moet worden gezorgd voor op regels gebaseerde financiering van de media, transparantie en minder politieke reclame, en dat op die manier eerlijke mededinging en onafhankelijk redactioneel beleid moeten worden gewaarborgd;

51.  spoort de autoriteiten aan spoedig systematische hervormingen van de media door te voeren om de mededinging nieuw leven in te blazen, de onafhankelijkheid en de capaciteit van de openbare omroep en de regelgevende instantie voor de media te vergroten en onderzoeksjournalistiek te ondersteunen;

52.  neemt kennis van de stappen die genomen zijn om de zelfregulering in de media te bevorderen door middel van het register van professionele onlinemedia en om de professionele normen te verbeteren door middel van het handvest inzake de arbeidsvoorwaarden van journalisten en het ontwerp van een eerlijke arbeidsovereenkomst voor de digitale media;

53.  dringt aan op de vaststelling van maatregelen ter waarborging van de financiële en operationele onafhankelijkheid van de publieke omroep en het agentschap voor audio- en audiovisuele mediadiensten; prijst de inspanningen van het agentschap om toezicht te houden op de transparantie van media-eigendom en om gevallen van haatzaaiende uitlatingen, discriminatie en bedreigingen ten aanzien van verslaggevers aan te pakken;

54.  moedigt alle actoren in het politieke en medialandschap aan om inclusief te blijven en zo te zorgen voor een eerlijke vertegenwoordiging van alle relevante politieke standpunten, met als doel de burgers te helpen bij het maken van een weloverwogen democratische keuze;

55.  spoort aan om het rechtskader verder te verbeteren en doeltreffende maatregelen te treffen om de veiligheid van journalisten te vergroten en de straffeloosheid bij misdrijven tegen verslaggevers tegen te gaan; pleit voor doeltreffend onderzoek naar fysieke bedreigingen tegen en verbale aanvallen op mediaprofessionals;

56.  is bezorgd over desinformatiecampagnes en buitenlandse inmenging die tot doel hebben etnische spanningen te verergeren, de internationale betrekkingen en reputatie van het land te schaden en de publieke opinie en het verkiezingsproces te beïnvloeden, en die ernstige risico’s voor de mediavrijheid, democratische samenlevingen en instellingen, fundamentele rechten en vrijheden en de rechtsstaat met zich meebrengen;

57.  wijst erop dat het belangrijk is de mediavrijheid te waarborgen en kwaliteitsjournalistiek en mediageletterdheid te bevorderen om wijdverspreide desinformatie, nepnieuws, nationalistische retoriek en haatzaaiende uitlatingen te bestrijden; benadrukt dat moet worden onderzocht waar desinformatiecampagnes en buitenlandse inmenging in de media vandaan komen; roept de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie op om de coördinatie te verbeteren en om desinformatie en hybride dreigingen die bedoeld zijn om het Europese perspectief in de regio te ondermijnen op strategische wijze aan te pakken; dringt aan op de oprichting van een op de Balkanlanden gericht kenniscentrum om desinformatie te bestrijden;

Sociaal-economische hervormingen

58.  wijst op de schadelijke economische en sociale gevolgen van COVID-19 en drukt zijn steun uit voor de verscheidene maatregelen die zijn genomen om deze gevolgen te beperken; dringt er bij de autoriteiten op aan ten volle gebruik te maken van de voortdurende steun van de EU in het kader van COVID-19 en de daarmee verband houdende mechanismen, en daarbij gebruik te maken van de mogelijkheden die worden geboden door het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan, dat tot doel heeft de regio dichter bij de interne markt van de EU te brengen; is ingenomen met de onmiddellijke steun voor de gezondheidszorgsector ten belope van 4 miljoen EUR en met de 62 miljoen EUR ter ondersteuning van het sociaal en economisch herstel die de EU aan Noord-Macedonië heeft geboden aan het begin van de pandemie, aangevuld met een macrofinancieel steunpakket van 160 miljoen EUR aan leningen;

59.  is ingenomen met het pakket subsidies ter waarde van 70 miljoen EUR uit het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) om de toegang van partners van de Westelijke Balkan tot COVID-19-vaccins te financieren; verzoekt de Commissie en de lidstaten om voldoende COVID-19-vaccins toe te wijzen voor de burgers in alle landen in de Westelijke Balkan; moedigt regionale samenwerking op gezondheidsgebied aan, in het bijzonder met betrekking tot grensoverschrijdende ziekten, teneinde de regio te ontlasten;

60.  spoort de regering aan prioriteit toe te kennen aan maatregelen die gericht zijn op het beperken van de economische krimp en het aanpakken van structurele behoeften, zoals tekortkomingen op het gebied van onderwijs en opleiding, de uitstroom van geschoolde werknemers en leemten in infrastructuurinvesteringen, en die gericht zijn op het stimuleren van diversificatie, mededinging en digitalisering en het aanpakken van de informele economie; herinnert eraan dat het belangrijk is het concurrentievermogen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) te versterken;

61.  neemt nota van de inspanningen van de regering om de wet inzake het minimumloon vast te stellen en de dekking van de sociale bijstand te verbreden; spoort de autoriteiten aan het belastingwetboek te moderniseren en de capaciteit, personeelsbezetting en arbeidsomstandigheden in en de toegang tot de openbare gezondheidszorg en het zorgverzekeringsstelsel te verbeteren; dringt aan op de vaststelling van gerichte maatregelen om armoede onder kinderen en energiearmoede, die door de pandemie zijn toegenomen, aan te pakken;

62.  pleit voor de intensivering van de sociaal-economische maatregelen om de bevolkingsafname en braindrain aan te pakken door middel van actief arbeidsmarktbeleid ter beperking van langdurige werkloosheid;

63.  onderstreept dat er meer inspanningen moeten worden geleverd om de niet-discriminerende toegang tot de arbeidsmarkt voor EU-burgers, de vrijheid van dienstverrichting, de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en de opheffing van niet-tarifaire handelsbelemmeringen te waarborgen;

64.  wijst op het belang van tijdige, alomvattende en hoogwaardige sectoroverschrijdende statistische gegevens en verzoekt het land met klem een volkstelling uit te voeren, die al veel eerder had moeten plaatsvinden;

Energie, vervoer en milieu

65.  herinnert eraan dat er nog altijd aanzienlijke inspanningen moeten worden geleverd om de doelstellingen op het gebied van energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, voorzieningszekerheid en emissiereductie te halen;

66.  beveelt aan om overheidsinvesteringen te richten op duurzame groei en het scheppen van banen, en spoort het land aan om de zekerheid en duurzaamheid van zijn energievoorziening te verbeteren door efficiëntie en diversificatie te stimuleren door middel van duurzaam gebruik van hernieuwbare energiebronnen;

67.  is ingenomen met de goedkeuring van de wet inzake energie-efficiëntie en spoort Noord-Macedonië aan deze wet ten uitvoer te leggen; is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt bij het verder nakomen van de verplichtingen uit hoofde van het derde energiepakket en bij de totstandbrenging van een geïntegreerde regionale energiemarkt door middel van toekomstige elektriciteits- en gasinterconnectoren met de buurlanden; dringt aan op maatregelen om de mededinging op de spoorwegmarkt te waarborgen, de aanleg van relevante spoorwegcorridors te bevorderen en de goede werking van de betrokken grensovergangen te waarborgen;

68.  verzoekt de Commissie het “meer voor meer”-beginsel rigoureus toe te passen, vooral wat betreft IPA III voor Noord-Macedonië of het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan, gezien de grote vooruitgang die het land heeft geboekt gedurende de verslagperiode en als teken van solidariteit van onze Unie;

69.  is ingenomen met de goedkeuring van het economisch en investeringsplan en de groene agenda voor de Westelijke Balkan om de groene en digitale transitie in de regio te ondersteunen en ruimere regionale en grensoverschrijdende samenwerking en energiezekerheid te bevorderen; herinnert aan het potentieel daarvan om de openbare infrastructuur en regionale connectiviteit te verbeteren, met name via de spoorweg- en snelwegcorridor VIII naar Bulgarije, gasinterconnectoren met Kosovo, Servië en Griekenland en het project inzake een terminal voor vloeibaar aardgas (lng) in Alexandroupolis; wijst nogmaals op het belang van de ontwikkeling van luchtverbindingen in de landen in de Westelijke Balkan en met de EU-lidstaten; benadrukt dat investeringen in het kader van het economisch en investeringsplan moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van Parijs en de decarbonisatiedoelstellingen van de EU, en aan voorafgaande milieueffectbeoordelingen moeten worden onderworpen; wijst op de strategische waarde van het verbeteren van de connectiviteit en economische integratie tussen Noord-Macedonië en zijn buurlanden;

70.  waardeert dat Noord-Macedonië als eerste land in de Westelijke Balkan een ontwerp van een geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan heeft opgesteld, dat een solide basis vormt voor een ambitieus definitief plan dat moet worden uitgewerkt in overeenstemming met de verplichtingen van de Energiegemeenschap;

71.  pleit voor politieke wil om de Overeenkomst van Parijs en ambitieuze plannen op het gebied van milieubescherming en duurzame ontwikkeling ten uitvoer te leggen, onder meer door de ontwikkeling van waterkracht in beschermde gebieden te beperken, teneinde de biodiversiteit te beschermen en milieuaansprakelijkheid te waarborgen;

72.  herhaalt zijn oproep om de alarmerende niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken, met name in stedelijke gebieden, door middel van een transitie naar duurzame energie, verwarming en vervoer en via investeringen in hernieuwbare energiebronnen, evenals door de coördinatie tussen sectoren te verbeteren, de lokale en nationale financiering te verhogen, ervoor te zorgen dat de emissieplafonds voor grote stookinstallaties in acht worden genomen en een nationale strategie voor de uitfasering van steenkool te ontwikkelen;

73.  is ingenomen met de vooruitgang op het gebied van de verbetering van de waterkwaliteit en herinnert eraan dat de capaciteit voor afvalwaterzuivering moet worden verhoogd, de grote hoeveelheid kunststof die in zee terechtkomt moet worden teruggedrongen, prioriteit moet worden verleend aan het opzetten van een geïntegreerd regionaal afvalbeheersysteem en recycling moet worden bevorderd;

74.  roept de autoriteiten op de nodige maatregelen te treffen om het natuurlijke en culturele erfgoed van Ohrid in stand te houden door te waarborgen dat de aanbevelingen van Unesco inzake de regio Ohrid volledig ten uitvoer worden gelegd;

Regionale samenwerking en buitenlands beleid

75.  herinnert aan de coöperatieve en constructieve houding die Noord-Macedonië heeft aangenomen tijdens de onderhandelingen over de Overeenkomst van Prespa met Griekenland en over het Verdrag inzake goed nabuurschap met Bulgarije, waaruit de strategische inzet van het land voor Europese integratie blijkt; merkt op dat de EU-lidstaten het houden van de intergouvernementele conferentie met Noord-Macedonië zo snel mogelijk moeten faciliteren om de inspanningen van het land in het kader van het EU-toetredingsproces te erkennen en om te voorkomen dat verdere vertragingen de vooruitgang op het gebied van verzoening in de regio ondermijnen;

76.  betreurt het aanhoudende gebrek aan vooruitgang bij de uitvoering van de vorige aanbevelingen van het Europees Parlement met betrekking tot discriminatie van burgers die openlijk uiting geven aan hun Bulgaarse identiteit en/of etnische achtergrond;

77.  dringt er krachtig bij de autoriteiten en het maatschappelijk middenveld op aan om passende maatregelen te treffen om tot een historische verzoening te komen, teneinde een einde te maken aan de scheidslijn tussen en binnen verschillende etnische en nationale groepen, met inbegrip van burgers met een Bulgaarse identiteit;

78.  spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor versterkte regionale samenwerking en dringt er bij alle partijen op aan om de volledige, consequente en bonafide tenuitvoerlegging van de Overeenkomst van Prespa tussen Noord-Macedonië en Griekenland en van het Verdrag inzake goed nabuurschap tussen Noord-Macedonië en Bulgarije te waarborgen, aangezien beide van groot belang zijn voor de bilaterale betrekkingen; moedigt de partners aan om te blijven samenwerken en om alle onopgeloste bilaterale kwesties die geen invloed hebben op het toetredingsproces bilateraal op te lossen, om constructief te handelen en om geen acties te ondernemen die de Europese integratie en de ruimere belangen van de EU kunnen ondermijnen;

79.  merkt op dat regionale samenwerking gebaseerd moet zijn op een gemeenschappelijke toekomst in de EU, op een open dialoog die regionale geschillen en een moeilijk verleden overstijgt en op de eerbiediging van de Europese fundamentele waarden; roept op om nieuwe kansen te creëren voor een politieke en beleidsdialoog op hoog niveau met de landen in de Westelijke Balkan, door middel van regelmatige topbijeenkomsten tussen de EU en de Westelijke Balkan en intensievere ministeriële contacten, teneinde de politieke verantwoordelijkheid voor het uitbreidingsproces te versterken en te zorgen voor meer sturing en betrokkenheid op hoog niveau, hetgeen ook wordt beoogd met de herziene uitbreidingsmethode;

80.  betreurt dat de Raad het onderhandelingskader niet heeft goedgekeurd; kijkt uit naar de spoedige goedkeuring van het onderhandelingskader, teneinde verdere vertragingen te vermijden en de eerste intergouvernementele conferentie te organiseren zodat de toetredingsonderhandelingen zo snel mogelijk van start kunnen gaan; steunt alle inspanningen om de dialoog te vergemakkelijken en op die manier de weg vrij te maken voor een werkbare overeenkomst; wijst erop dat het idee van de Europese Unie is om regionale geschillen en een moeilijk verleden te overwinnen, teneinde samen aan een betere, vreedzame toekomst te werken en wel te varen;

81.  betreurt dat Bulgarije en Noord-Macedonië nog geen overeenstemming hebben bereikt over onopgeloste bilaterale kwesties; herinnert aan het belang van een voortgezette dialoog om duurzame resultaten te boeken bij de uitvoering te goeder trouw van bilaterale overeenkomsten, waarbij ten volle gebruik moet worden gemaakt van het kader en de doelstellingen van het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking tussen beide landen; is ingenomen met de benoeming van de speciale vertegenwoordiger van Noord-Macedonië voor Bulgarije en benadrukt het belang van een voortgezette dialoog om tot een duurzaam akkoord te komen over actuele bilaterale kwesties; moedigt Bulgarije en Noord-Macedonië aan om een compromis te bereiken over een actieplan met concrete maatregelen, waarvan de uitvoering regelmatig zal worden beoordeeld in overeenstemming met het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking;

82.  prijst Noord-Macedonië en Bulgarije voor hun succesvolle gezamenlijke voorzitterschap van het proces van Berlijn voor de Westelijke Balkan en de belangrijke verwezenlijkingen daarvan;

83.  roept op om een geïnstitutionaliseerde jongerendialoog op te zetten tussen Noord-Macedonië en Griekenland en tussen Noord-Macedonië en Bulgarije, gebaseerd op het model van het Duits-Franse jongerenbureau (FGYO), en deze van passende overheidsfinanciering te voorzien;

84.  verzoekt alle regionale politieke leiders nogmaals om dringend stappen te zetten om de Regionale Commissie (Recom) op te richten voor de vaststelling van feiten over alle slachtoffers van oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië en daarmee voort te bouwen op het belangrijke werk dat door de Coalitie van Recom is verzet;

85.  is ingenomen met de toetreding van Noord-Macedonië tot de NAVO op 27 maart 2020 en de niet-aflatende inzet van het land voor het Euro-Atlantisch veiligheidskader; is ingenomen met de bijdrage van het land aan door de NAVO geleide missies en aan de Internationale vredesmacht Kosovo (KFOR) via het coördinatiecentrum van het gastland, en de formele samenwerking van het land met het Europees Defensieagentschap; roept Noord-Macedonië op om de afstemming op militaire en operationele normen verder te zetten om de interoperabiliteit en samenhang met de EU- en de NAVO-lidstaten te bevorderen; is ingenomen met de inzet van Noord-Macedonië voor het “Clean Network”-initiatief;

86.  benadrukt dat de EU en de Verenigde Staten hun partnerschap met en coördinatie in de Westelijke Balkan moeten versterken om belangrijke hervormingen te versnellen en het bestuur en de verzoening te verbeteren;

87.  erkent dat Noord-Macedonië zijn beleid steeds meer afstemt op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en moedigt het land aan dit te blijven doen, met name wat de beperkende maatregelen tegen Rusland betreft; prijst Noord-Macedonië voor zijn niet-aflatende bijdragen aan de lopende missies en operaties van de EU op het gebied van crisisbeheersing en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) en benadrukt dat het land zich in de toekomst moet blijven inzetten; uit zijn bezorgdheid over zijn toenemende economische en energieafhankelijkheid van derde landen;

88.  is verheugd dat Noord-Macedonië zich blijft inzetten voor regionale initiatieven en pleit voor de gestage tenuitvoerlegging van verplichtingen binnen verschillende regionale kaders ter bevordering van de gemeenschappelijke regionale markt;

o
o   o

89.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en aan de president, de regering en de Vergadering van de Republiek Noord-Macedonië.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0320.
(2) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0050.

Laatst bijgewerkt op: 31 maart 2021Juridische mededeling - Privacybeleid