Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/2224(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0132/2021

Ingediende teksten :

A9-0132/2021

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2021 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0117

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 45k
Dinsdag 27 april 2021 - Brussel
Verzoek om opheffing van de immuniteit van Zdzisław Krasnodębski
P9_TA(2021)0117A9-0132/2021

Besluit van het Europees Parlement van 27 april 2021 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Zdzisław Krasnodębski (2020/2224(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek om opheffing van de immuniteit van Zdzisław Krasnodębski, dat op 9 september 2020 werd ingediend door de voorzitter van de rechtbank in eerste aanleg bevoegd voor strafzaken (tiende kamer) van Warschau-Śródmieście in Warschau, in verband met een strafrechtelijke procedure die tegen hem is gestart op grond van een civiele klacht, en van de ontvangst waarvan op 22 oktober 2020 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,

–  na Zdzisław Krasnodębski te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019(1),

–  gezien artikel 105, leden 2 en 5, van de Grondwet van de Republiek Polen,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9‑0132/2021),

A.  overwegende dat de voorzitter van de rechtbank in eerste aanleg bevoegd voor strafzaken (tiende kamer) van Warschau-Śródmieście in Polen op 23 januari 2020 een verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Zdzisław Krasnodębski heeft ingediend naar aanleiding van een verzoek van een burgerlijke partij op grond van bepaalde opmerkingen van Zdzisław Krasnodębski tijdens een radio-interview op 1 februari 2019; overwegende dat de rechtbank in eerste aanleg bevoegd voor strafzaken (tiende kamer) van Warschau-Śródmieście op 19 februari 2020 ervan in kennis werd gesteld dat er sprake was van een kwestie met betrekking tot de bevoegdheid van de autoriteit overeenkomstig artikel 9, leden 1 en 12, van het Reglement, hetgeen gevolgen had voor de ontvankelijkheid van het verzoek; overwegende dat deze rechtbank op 18 mei 2020 om verduidelijking heeft gevraagd bij de procureur-generaal, en dat het openbaar ministerie op 8 september 2020 het standpunt heeft ingenomen dat met betrekking tot een civiele klacht waarbij de procureur geen betrokken partij is, de rechtbank de bevoegde autoriteit is voor het indienen van een verzoek van een burgerlijke partij om opheffing van de immuniteit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, leden 1 en 12, van het Reglement van het Europees Parlement, en dat het begrip “bevoegde autoriteit” in het licht van artikel 9, lid 12, van het Reglement moet worden uitgelegd; overwegende dat het verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit door de gerechtelijke autoriteiten is meegedeeld overeenkomstig artikel 9, lid 12, van het Reglement, en dat uit hoofde van artikel 9, lid 1, van het Reglement ieder verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit moet worden ingediend door een bevoegde autoriteit van een lidstaat, waarbij deze twee begrippen niet identiek zijn;

B.  overwegende dat de civiele klacht tegen Zdzisław Krasnodębski aanvankelijk op 6 mei 2019 werd neergelegd bij de rechtbank in eerste aanleg van Krakau-Krowodrza; overwegende dat die rechtbank op 18 oktober 2019, na te hebben vastgesteld dat de opname van het interviewprogramma waarin Zdzisław Krasnodębski te gast was, had plaatsgevonden in de radiostudio in Warschau en niet in Krakau, ambtshalve heeft geoordeeld dat zij niet bevoegd was om de zaak te behandelen en dat de zaak werd verwezen naar de rechtbank in eerste aanleg van Warschau-Śródmieście in Warschau;

C.  overwegende dat Zdzisław Krasnodębski op 1 februari 2019 tijdens een ochtendinterviewprogramma op een radiostation naar de burgerlijke partij verwees als een “onbekende advocaat” en een “gangster” en beweerde dat hij “overal beschuldigingen rondstrooit”;

D.  overwegende dat Zdzisław Krasnodębski de burgerlijke partij met deze opmerkingen naar verluidt publiekelijk heeft beledigd, hetgeen naar verluidt neerkomt op aantasting van het vertrouwen dat voor hem noodzakelijk is om zijn beroepsactiviteiten te kunnen uitoefenen en vernedering in de publieke opinie, een strafbaar feit waartegen op grond van artikel 212, lid 2, van het Poolse Wetboek van Strafrecht vervolging kan worden ingesteld door een burgerlijke partij;

E.  overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen de leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht;

F.  overwegende dat in artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

G.  overwegende dat een afgevaardigde overeenkomstig artikel 105, leden 2 en 3, van de Poolse grondwet vanaf de dag waarop de resultaten van de verkiezingen bekend worden gemaakt tot de dag waarop zijn of haar mandaat afloopt niet zonder toestemming van de Sejm (de tweede kamer van het parlement) kan worden onderworpen aan strafrechtelijke aansprakelijkheid en niet zonder toestemming van de Sejm kan worden aangehouden of gearresteerd, behalve in gevallen waarin de afgevaardigde is aangehouden bij het plegen van een strafbaar feit en waarin zijn of haar aanhouding noodzakelijk is om een goed verloop van het proces te waarborgen;

H.  overwegende dat de vermeende handelingen geen betrekking hebben op een mening of stem die Zdzisław Krasnodębski in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;

I.  overwegende dat het Parlement geen bewijzen heeft gevonden van fumus persecutionis, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat de procedure is ingeleid om de politieke activiteiten van het lid in zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te schaden;

J.  overwegende dat het Parlement niet als een rechtbank kan worden beschouwd en dat het lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verweerder” kan worden beschouwd(2);

K.  overwegende dat de parlementaire immuniteit tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;

1.  besluit de immuniteit van Zdzisław Krasnodębski op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van Polen en aan Zdzisław Krasnodębski.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.
(2) Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.

Laatst bijgewerkt op: 26 juli 2021Juridische mededeling - Privacybeleid