Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2205(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0028/2021

Ingediende teksten :

A9-0028/2021

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2021 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0122

Aangenomen teksten
PDF 160kWORD 55k
Dinsdag 27 april 2021 - Brussel
Uitvoeringsverslag over de verkeersveiligheidsaspecten van het pakket inzake technische controles
P9_TA(2021)0122A9-0028/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 27 april 2021 over het uitvoeringsverslag over de verkeersveiligheidsaspecten van het pakket inzake technische controles (2019/2205(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het pakket inzake technische controles, dat bestaat uit Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens(1), Richtlijn 2014/46/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 1999/37/EG van de Raad inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen(2) en Richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen(3),

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2017 over het thema “Mensenlevens redden: Verbeteren van de veiligheid van voertuigen in de EU”(4),

–   gezien zijn resolutie van 31 mei 2018 met aanbevelingen aan de Commissie over manipulatie van de kilometerstand bij motorvoertuigen: herziening van het wettelijk kader van de EU(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 juli 2010 “Naar een Europese verkeersveiligheidsruimte – Strategische beleidsoriëntaties inzake de verkeersveiligheid voor de periode 2011-2020 (COM(2010)0389),

–   gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie “EU Road Safety Policy Framework 2021-2030 - Next steps towards ‘Vision Zero’” (SWD(2019)0283),

–  gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties, in het bijzonder SDG 3.6 “Tegen 2020 het aantal doden en gewonden in het verkeer wereldwijd halveren” en SDG 11.2 “Tegen 2030 toegang voorzien tot veilige, betaalbare, toegankelijke en duurzame vervoerssystemen voor iedereen, waarbij de verkeersveiligheid verbeterd wordt, met name door het openbaar vervoer uit te breiden, met aandacht voor de behoeften van mensen in kwetsbare situaties, vrouwen, kinderen, personen met een handicap en ouderen”,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit – Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst” (COM(2020)0789),

–   gezien zijn resolutie over een Europese strategie voor coöperatieve slimme vervoerssystemen(6), waarin de Commissie wordt opgeroepen om spoedig een wetgevingsvoorstel te publiceren over de toegang tot gegevens en hulpmiddelen in voertuigen,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 februari 2020 over een Europese datastrategie (COM(2020)0066), waarin een actualisering wordt aangekondigd van de huidige wetgeving inzake toegang tot gegevens in voertuigen teneinde eerlijke toegang tot bepaalde voertuiggegevens te waarborgen,

–  gezien de in opdracht van de onderzoeksdienst van het Europees Parlement uitgevoerde en in september 2020 gepubliceerde Europese beoordeling van de uitvoering van het pakket inzake technische controles,

–  gezien het verslag van de Commissie van 4 november 2020 over de uitvoering van Richtlijn 2014/45/EU betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (COM(2020)0699),

–  gezien het verslag van de Commissie van 3 november 2020 over de uitvoering van Richtlijn 2014/47/EU betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen (COM(2020)0676),

–  gezien de studie in opdracht van het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer van de Commissie (DG MOVE) over de opname van lichte aanhangwagens en twee- of driewielige voertuigen onder het toepassingsgebied van de periodieke technische controles, die in februari 2019 werd gepubliceerd,

–  gezien de studie in opdracht van DG MOVE over de opname van eCall in de periodieke technische controles van motorvoertuigen, die in februari 2019 werd gepubliceerd,

–  gezien de haalbaarheidsstudie in opdracht van DG MOVE over het voertuiginformatieplatform, die in april 2015 werd gepubliceerd,

–  gezien Verordening (EU) 2019/2144 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de voorschriften voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd wat de algemene veiligheid ervan en de bescherming van de inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers betreft(7),

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, onder e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9-0028/2021),

A.  overwegende dat de EU in 2010 een verkeersveiligheidsbeleid heeft vastgesteld om het aantal verkeersdoden uiterlijk tegen 2020 te halveren; overwegende dat de EU in 2011 de “vision zero”-doelstelling heeft geformuleerd, waarmee wordt beoogd uiterlijk tegen 2050 nul dodelijke slachtoffers in het wegvervoer te realiseren; overwegende dat in 2019 rond 22 800 personen kwamen te overlijden en ongeveer 135 000 personen ernstig gewond raakten op de Europese wegen; overwegende dat op EU-niveau en door de lidstaten doeltreffendere en beter gecoördineerde maatregelen moeten worden genomen om de “vision zero”-doelstelling te behalen;

B.  overwegende dat in de afgelopen jaren veel, maar te langzaam vooruitgang is geboekt bij het beperken van het aantal verkeersdoden, ondanks inspanningen om de verkeersveiligheid in de EU te verbeteren; overwegende dat technische defecten aan voertuigen de oorzaak zijn van ongeveer 5 % van de ongevallen met vrachtvoertuigen; overwegende dat een slecht onderhoud van voertuigen de oorzaak is van 4 % van de ongevallen waarbij weggebruikers betrokken zijn;

C.  overwegende dat uit de voorlopige cijfers voor 2019 blijkt dat het aantal verkeersdoden op EU-wegen is gedaald ten opzichte van het jaar ervoor, maar dat er nog steeds te langzaam vooruitgang wordt geboekt; overwegende dat zeker is dat het EU-streefdoel om het aantal verkeersdoden tussen 2010 en het einde van 2020 te halveren slechts voor ongeveer de helft zal worden behaald, aangezien tot nu toe slechts een afname van 23 % is geregistreerd; overwegende dat frequente, gedetailleerde en periodieke voertuiginspecties die door goed gekwalificeerde controleurs worden uitgevoerd, en technische controles langs de weg essentieel zijn om het verkeer veiliger te maken;

D.  overwegende dat de enorme verschillen in het aantal verkeersdoden tussen de lidstaten, met meer dan vier keer meer verkeersdoden in het slechtst presterende land dan in het beste land, aantonen dat de lidstaten met de slechtste resultaten speciale monitoring, partnerschap en bijstand nodig hebben;

E.  overwegende dat er nog steeds grote verschillen in verkeersveiligheid bestaan tussen de lidstaten in Oost-Europa en die in West-Europa; overwegende dat tweedehandsauto’s uit westelijke lidstaten vaak in de oostelijke lidstaten terechtkomen, wat risico’s voor de menselijke veiligheid en het milieu met zich mee kan brengen die op EU-niveau in overweging moeten worden genomen;

F.  overwegende dat bij technische controles op voertuigen niet alleen klimaat- en milieuoverwegingen meespelen maar ook volksgezondheidsaspecten, zowel qua verkeersveiligheid als met betrekking tot de effecten van de uitstoot op de luchtkwaliteit; overwegende dat recente emissieschandalen hebben aangetoond dat er tijdens de hele levensduur van een voertuig onafhankelijke inspecties nodig zijn, rekening houdend met de werkelijke uitstoot ervan;

G.  overwegende dat uit een analyse van de omzetting en uitvoering van het pakket inzake technische controles door de lidstaten blijkt dat de harmonisatieprocedures op EU-niveau moeten worden verbeterd;

H.  overwegende dat de markt voor tweedehandsauto’s in de Europese Unie twee tot drie keer zo groot is als die voor nieuwe auto’s en dat fraude met de kilometerstand van tweedehandsauto’s de verkeersveiligheid ernstig in het gedrang brengt; overwegende dat het percentage gemanipuleerde tweedehandsvoertuigen in onderzoeken op 5 tot 12 % wordt geschat bij nationale verkopen en op 30 tot 50 % bij grensoverschrijdende verkopen; overwegende dat het manipuleren van de kilometerstand slechts in zes lidstaten een strafbaar feit is; overwegende dat het ontbreken van een gemeenschappelijke Europese databank ook de rechtshandhaving tegen dergelijke frauduleuze praktijken belemmert;

I.  overwegende dat het pakket inzake technische controles wegens de toename van het gebruik van geautomatiseerde functies in voertuigen moet worden geactualiseerd zodat er controles en opleidingen in worden opgenomen voor de nieuwe geavanceerde rijhulpsystemen die vanaf 2022 moeten worden ingevoerd;

J.  overwegende dat sommige lidstaten reeds instrumenten hebben ingevoerd om manipulatie van de kilometerstand terug te dringen, zoals de “Car-Pass” in België en de “Nationale Autopas” (NAP) in Nederland; overwegende dat beide lidstaten gebruikmaken van een databank waarin bij elke onderhouds-, service- of reparatiebeurt en elke periodieke controle van het voertuig de kilometerstand wordt opgeslagen, zonder dat persoonsgegevens worden verzameld, en dat beide landen kilometerfraude op hun grondgebied binnen korte tijd vrijwel hebben weten uit te bannen;

K.  overwegende dat de kwaliteit van weginfrastructuur van cruciaal belang is voor de verkeersveiligheid; overwegende dat connectiviteit en digitale infrastructuur van groot belang zijn – en steeds belangrijker zullen worden – voor de verkeersveiligheid gezien de toename van het aantal verbonden en autonome voertuigen;

Aanbevelingen

Omzetting en uitvoering van het pakket inzake technische controles – EU-veiligheidsdoelstellingen

1.  is verheugd dat uit de omzetting van het pakket inzake technische controles en de uitvoering van sommige van de bepalingen ervan is gebleken dat de harmonisatie van de nationale procedures is verbeterd, met name ten aanzien van de frequentie, de inhoud en de methode van controles in het kader van voertuiginspecties;

2.  is ingenomen met het feit dat de omzetting van het pakket inzake technische controles heeft bijgedragen tot de verbetering van de kwaliteit van de periodieke technische controles, het kwalificatieniveau van de controleurs en de coördinatie en normen van de lidstaten in verband met de controle van voertuigen langs de weg, teneinde de verkeersveiligheid te verbeteren;

3.  betreurt dat het pakket inzake technische controles, ondanks de betere kwaliteit van de periodieke technische controles en de positieve gevolgen daarvan voor de verkeersveiligheid, enkele niet-verplichte bepalingen bevat die niet voldoende strikt of helemaal niet zijn omgezet; beklemtoont dat het noodzakelijk is geleidelijk af te stappen van vrijwillige bepalingen en een stelsel van verplichte eisen te ontwikkelen om de harmonisatie op EU-niveau van aspecten zoals de wijze waarop de lading is vastgezet, de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de lidstaten te vergroten, en stipt aan dat deze maatregelen bijzonder belangrijk zijn voor grensoverschrijdende regio's;

4.  betreurt dat verschillende lidstaten het pakket inzake technische controles niet tijdig hebben omgezet en dat de Commissie voor één lidstaat een inbreukprocedure heeft moeten inleiden; dringt er bij de lidstaten in kwestie op aan de ontbrekende bepalingen van het pakket inzake technische controles snel in hun nationale wetgeving om te zetten en onverkort aan al hun verplichtingen inzake volledige technische informatieverstrekking te voldoen, aangezien verkeersveiligheid voor de Europese burgers een prioriteit van de Europese Unie is;

5.  betreurt dat ontoereikende financiering voor controleactiviteiten, waaronder voor het personeel dat de controles uitvoert, controleapparatuur en opleiding, de verwezenlijking van de doelstellingen met betrekking tot technische controles nog steeds in gevaar brengt; benadrukt dat de lidstaten hun instanties voor verkeersveiligheid voldoende financiële en administratieve ondersteuning moeten bieden om het pakket inzake technische controles en de toekomstige herziene versie ervan efficiënt te kunnen uitvoeren;

Frequentie en inhoud van controles

6.  is verheugd dat 90 % van de voertuiginspecties na de inwerkingtreding van het pakket inzake technische controles heeft plaatsgevonden met dezelfde intervallen of met nog strengere intervallen dan vastgesteld in het pakket, wat in grote mate heeft bijgedragen tot de vermindering van het aantal onveilige voertuigen op EU-wegen; betreurt echter dat sommige lidstaten nog steeds langere intervallen toestaan dan vastgesteld in het pakket, waardoor de veiligheid onder bedrijfsomstandigheden vermindert; verzoekt de lidstaten in kwestie onverwijld te voldoen aan de in het pakket vastgestelde intervallen, aangezien de veiligheid en levens van EU-burgers op het spel staan;

7.  verzoekt de Commissie te overwegen de controleregeling aan te scherpen en verplichte aanvullende controles in te voeren voor voertuigen van categorie M1 die worden gebruikt als taxi of ziekenwagen en voertuigen van categorie N1 die worden gebruikt door koeriersdiensten nadat zij een bepaalde kilometerstand hebben bereikt, en te overwegen deze verplichting uit te breiden tot andere voertuigen van deze categorieën die voor andere commerciële doeleinden worden gebruikt;

8.  neemt nota van de toename van het gebruik van individuele voertuigen en gedeelde mobiliteit voor openbaar vervoer en/of logistieke doeleinden; verzoekt de Commissie te beoordelen of de frequentie van de controles van deze voertuigen dienovereenkomstig moet worden verhoogd, door de mogelijkheid van een verplichte jaarlijkse keuring op te nemen of door bijvoorbeeld rekening te houden met de gebruiksintensiteit in aantal afgelegde kilometers en de daarmee gepaard gaande slijtage van onderdelen, alsook met de hoeveelheid vervoerde passagiers;

9.   merkt op dat de wederzijdse erkenning van technische controles voor tweedehandsvoertuigen die uit andere lidstaten worden ingevoerd, niet is beoogd voor gevallen waarin lidstaten verschillende termijnen voor de controles toepassen, wat betekent dat het pakket slechts voorziet in een beperkte wederzijdse erkenning in dit opzicht; verzoekt de Commissie een EU-certificering voor tweedehandsauto’s op te nemen in de volgende herziening van het pakket inzake technische controles;

10.  merkt op dat motorrijders als kwetsbare weggebruikers worden beschouwd en dat het aantal verkeersdoden onder motorrijders in vergelijking met alle andere voertuiggebruikers in de EU het traagst daalt; merkt op dat met name het opvoeren en tunen van bromfietsen het risico op ongevallen voor jongeren en jonge volwassenen vergroot; verzoekt de Commissie daarom te overwegen de verplichting om controles langs de weg uit te voeren uit te breiden tot twee- en driewielige voertuigen, met inbegrip van de jaarlijkse minimumcontroledoelstelling van 5 %, aangezien deze voertuigen momenteel volledig buiten het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/47/EU vallen;

11.  verzoekt de Commissie te overwegen voor twee- en driewielige voertuigen niet langer een uitzondering te maken op de verplichting tot periodieke technische controles, zoals momenteel mogelijk is uit hoofde van Richtlijn 2014/45/EU; verzoekt de Commissie in haar komende evaluatie te onderzoeken of het mogelijk is in de verplichte periodieke technische controleregeling ook categorieën twee- en driewielige voertuigen met een cilinderinhoud van minder dan 125 cm³ en lichte aanhangwagens op te nemen, uitgaande van de relevante gegevens over verkeersongevallen en kosten-batenfactoren zoals de nabijheid van keuringscentra in afgelegen gebieden, administratieve lasten en financiële kosten voor EU-burgers; verzoekt de Commissie haar beoordeling te baseren op een vergelijking van de resultaten van landen waar periodieke technische controles reeds van kracht zijn voor alle voertuigen in deze categorieën en landen die dergelijke keuringen niet uitvoeren, en de gevolgen voor de verkeersveiligheid; dringt aan op de invoering van een extra controleschema, op basis van het aantal afgelegde kilometers, voor motorfietsen die worden gebruikt voor koeriers- of maaltijdbezorgdiensten of ander commercieel vervoer van goederen of personen;

12.  merkt op dat het tolerantieniveau voor verstreken periodieke technische controles tussen de lidstaten sterk uiteenloopt, van maximaal vier maanden tot nultolerantie; verzoekt de Commissie het tolerantieniveau te harmoniseren door een korte maximumperiode in te voeren die een tijdige uitvoering van periodieke technische controles niet in het gedrang brengt, en door de sancties voor niet-naleving te verhogen;

13.  wijst erop dat voertuigen die zijn aangepast voor personen met een handicap specifieke functies en configuraties hebben; wijst erop dat voertuigen die voor het vervoer van passagiers met een handicap worden gebruikt, aan specifieke technische voorwaarden, zoals verankerde gordels, moeten voldoen en over aangepaste ruimten moeten beschikken teneinde de veiligheid van de gebruikers te waarborgen; benadrukt dat moet worden gegarandeerd dat al deze essentiële functies naar behoren aan bod komen bij elke controle;

14.  betreurt dat de lidstaten bij de omzetting van bepalingen inzake sancties voor fraude met de kilometerstand tot nu toe alleen hebben voorzien in algemene maatregelen; dringt er bij de lidstaten op aan deze duidelijke vereiste van het pakket inzake technische controles na te leven, onverwijld meer doelgerichte maatregelen in hun nationale wetgeving om te zetten en de nodige personele en financiële middelen ter beschikking te stellen voor de handhaving ervan; betreurt dat de huidige bepaling inzake sancties voor fraude met de kilometerstand nog steeds zwak is, aangezien deze slechts “doeltreffende, evenredige, afschrikkende en niet-discriminerende sancties” vereist en de daadwerkelijke bedragen en bijbehorende afschrikkende maatregelen grotendeels aan de lidstaten overlaat; is van mening dat bij de volgende herziening meer geharmoniseerde en concrete sancties voor fraude met de kilometerstand moeten worden vastgesteld, samen met verdere robuuste maatregelen om manipulatie tegen te gaan, met inbegrip van adequate cyberbeveiligingsmechanismen en encryptietechnologieën om elektronische manipulatie te verhinderen en gemakkelijker te kunnen opsporen; verzoekt de Commissie te garanderen dat controle-instanties toegang hebben tot bepaalde voertuigspecifieke gegevens, functies en software-informatie; verzoekt de lidstaten te verplichten juridische, technische en operationele belemmeringen op te werpen om geknoei met kilometerstanden onmogelijk te maken; benadrukt dat het ontbreken van een consistente databank voor het verzamelen van gegevens over de kilometerstand van tweedehandsauto’s, die door de lidstaten wederzijds erkend en onderling uitgewisseld worden, een essentiële belemmering vormt voor het opsporen van fraude met kilometerstanden;

15.  verzoekt de Commissie bij de volgende herziening van het pakket verplichte bepalingen op te nemen die de lidstaten in staat stellen de registratie van kilometerstanden verplicht te stellen bij elke uitgevoerde controle, keuring, onderhoudsbeurt en ingrijpende reparatie, vanaf het moment van de eerste inschrijving van het voertuig;

16.  verzoekt de Commissie terdege rekening te houden met de nieuwe emissietests in reële rijomstandigheden waarin is voorzien in de Euro 6-verordening en eventuele toekomstige herzieningen; verzoekt de Commissie bij de volgende herziening van het pakket inzake technische controles metingen die dergelijke tests weerspiegelen in het kader van periodieke technische controles op te nemen en ook alle andere mogelijke ontwikkelingen in aanmerking te nemen; verzoekt de Commissie en de lidstaten zowel de technologieën voor het meten van emissies tijdens technische controles als de maximaal aanvaardbare niveaus te harmoniseren om te garanderen dat alle voertuigen op Europese wegen aan de emissienormen voldoen;

Gebruikte apparatuur en opleiding van controleurs

17.   is verheugd over het feit dat de controleapparatuur naar aanleiding van de inwerkingtreding van het pakket inzake technische controles in alle lidstaten is geharmoniseerd en voldoet aan bepaalde minimumeisen, waarmee de uniformiteit van de technische controles in de gehele EU is verbeterd;

18.  merkt op dat hoewel alle lidstaten minimumkwalificaties hebben ingevoerd voor controleurs die technische controles uitvoeren, sommige lidstaten niet voldoen aan de vereisten van bijlage IV bij Richtlijn 2014/45/EU betreffende de periodieke technische controle; verzoekt deze lidstaten hun vereisten dienovereenkomstig af te stemmen; verzoekt de Commissie een uitwisseling van goede praktijken en de lering die de lidstaten hebben getrokken uit de uitvoering van bijlage IV bij Richtlijn 2014/45/EU te bevorderen en na te gaan of er regelmatige opfriscursussen en passende examens nodig zijn; verzoekt de Commissie regelmatige updates en een harmonisatie van de opleidingsinhoud tussen de lidstaten te bevorderen om de kennis en vaardigheden van controleurs aan te passen aan de voortschrijdende automatisering en digitalisering van de automobielsector, met name inzake geavanceerde rijondersteuning, zelfrijdende systemen en het gebruik van elektronische informatie-uitwisselingssystemen tussen nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor verkeersveiligheid, met inbegrip van veilige gegevensuitwisseling, cyberbeveiliging en de bescherming van de persoonsgegevens van bestuurders; onderstreept dat manipulatie van en fraude met elektronische beveiligingsfuncties, zoals geavanceerde rijhulpsystemen, een groot veiligheidsrisico vormen en derhalve door controleurs moeten worden gedetecteerd; benadrukt dat controleurs specifieke opleiding moeten krijgen over het controleren van de integriteit van software;

19.  herhaalt dat er maatregelen moeten worden genomen om te garanderen dat controleurs en controle-instanties onafhankelijk zijn van voertuighandelaren en aanbieders van onderhouds- en reparatiediensten teneinde financiële belangenconflicten te voorkomen, onder meer bij het controleren van emissies, en tegelijkertijd sterkere waarborgen te bieden inzake wettelijke aansprakelijkheid voor alle onderdelen;

Technische controles langs de weg en het vastzetten van de lading

20.  neemt er nota van dat het aantal controles langs de weg van commerciële voertuigen volgens verslagen van de Commissie in de afgelopen zes jaar is afgenomen; betreurt deze trend en herinnert eraan dat de lidstaten op grond van het pakket inzake technische controles sinds 2018 verplicht zijn ervoor te zorgen dat een minimumaantal controles langs de weg wordt uitgevoerd in verhouding tot het aantal op hun grondgebied ingeschreven voertuigen (5 %); verzoekt de lidstaten hun inspanningen op te voeren om de minimumdoelstelling van 5 % te halen, en wijst erop dat het eerste verslag waarin deze doelstelling zal worden getoetst, uiterlijk op 31 maart 2021 moet worden ingediend voor de jaren 2019-2020; verzoekt de Commissie voertuigen van categorie N1(8) die voor commercieel goederenvervoer over de weg worden gebruikt, op te nemen onder het toepassingsgebied van controles langs de weg, aangezien er steeds meer van zijn en zij veel kilometers afleggen;

21.  verzoekt de Commissie met de lidstaten te werken aan de verbetering van de kwaliteit en de niet-discriminerende aard van deze controles langs de weg in overeenstemming met de voorschriften van de interne markt, bijvoorbeeld door kernprestatie-indicatoren (KPI’s) vast te stellen en hiervoor gegevens te verzamelen en door het gebruik van systemen van “risicobeoordelingsprofielen” aan te moedigen met het oog op doelgerichtere controles en sancties, met name voor recidivisten, met volledige inachtneming van het EU-kader voor gegevensbescherming;

22.  betreurt dat bezuinigingen in de nationale begrotingen voor wetshandhaving op het gebied van verkeersveiligheid en voor wegenonderhoud ertoe lijken te hebben bijgedragen dat er de laatste jaren minder controles langs de weg plaatsvinden; verzoekt de nationale autoriteiten in dit opzicht meer middelen voor controle-activiteiten te waarborgen, met name met het oog op de mogelijke invoering van verplichte testen voor nieuwe soorten voertuigen;

23.  betreurt dat de bepalingen van het pakket inzake technische controles in verband met de controle van de wijze waarop de lading is vastgezet niet verplicht zijn, wat ertoe heeft geleid dat slechts een paar lidstaten de desbetreffende veiligheidsmaatregelen hebben omgezet; concludeert derhalve dat harmonisatie in dit opzicht verre van verwezenlijkt is; dringt er bij de Commissie op aan bij de volgende herziening een aanscherping van deze bepalingen voor te stellen, met inbegrip van geharmoniseerde minimumeisen voor het vastzetten van lading, verplichte apparatuur voor het vastzetten van lading voor elk voertuig, en de minimale competenties, opleiding en kennis waarover zowel het personeel dat betrokken is bij het vastzetten van lading, als de controleurs moeten beschikken;

Informatieregisters en gegevensuitwisseling tussen de lidstaten

24.  betreurt dat slechts een paar lidstaten een nationale elektronische databank bijhouden van de grote en gevaarlijke gebreken die tijdens controles langs de weg aan het licht zijn gekomen en dat de lidstaten de resultaten van deze controles zelden mededelen aan het nationale contactpunt van de lidstaat waar het voertuig is ingeschreven; betreurt dat in het pakket inzake technische controles geen maatregelen zijn vastgesteld die de lidstaat van inschrijving moet nemen zodra deze is geïnformeerd over dergelijke grote en gevaarlijke gebreken; dringt er bij de Commissie op aan deze bepalingen bij de volgende herziening te versterken, onder meer door een uniform schema op te stellen met stappen die de lidstaat van inschrijving moet nemen na ontvangst van een dergelijke mededeling;

25.  verzoekt de Commissie, met het oog op de elektronische gegevensregistratie van voertuigen op grond van het pakket inzake technische controles, te overwegen Richtlijn 2014/46/EU inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen te wijzigen om een einde te maken aan de verplichting om fysieke documenten af te leveren en de verplichting voor de bestuurder om gedrukte kentekenbewijzen voor te leggen; merkt op dat de voorwaarden moeten worden geschapen om de controleurs in staat te stellen ten volle gebruik te maken van de elektronische bestanden;

26.  verzoekt de lidstaten een systematische uitwisseling van gegevens over technische controles en de kilometerstand te bevorderen tussen hun respectievelijke bevoegde instanties die verantwoordelijk zijn voor de controles, de inschrijving en de goedkeuring van het voertuig, fabrikanten van testapparatuur en voertuigfabrikanten; is in dit verband verheugd over het haalbaarheidsonderzoek van de Commissie over het voertuiginformatieplatform; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat een voertuiginformatieplatform wordt opgezet als onderdeel van de volgende herziening teneinde de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten te versnellen en te vergemakkelijken en voor een doeltreffendere coördinatie tussen de lidstaten te zorgen; benadrukt dat dit voertuiginformatieplatform een volledig papierloos proces van controles en gegevensuitwisseling mogelijk moet maken, met volledige inachtneming van cyberveiligheid en gegevensbescherming ten aanzien van derden; is in dit verband ingenomen met de uitrol door de Commissie van het EU-platform Move-Hub en de onlangs ontwikkelde module Odocar, die voorziet in IT-infrastructuur voor de uitwisseling van kilometerstanden in de hele Unie op basis van een databankoplossing, met inbegrip van de mogelijkheid om informatie uit te wisselen met het Eucaris-netwerk; verzoekt de Commissie na te gaan of het gebruik van het EU-platform Move-Hub bij een toekomstige herziening verplicht moet worden gesteld voor de lidstaten;

27.  verzoekt de Commissie tijdens de volgende herziening na te gaan of het mogelijk is in het kader van een verplichte gegevensuitwisseling over de voertuiggeschiedenis tussen de inschrijvingsinstanties niet alleen gegevens over de kilometerstand op te nemen, maar ook informatie over ongevallen en de frequentie van aanzienlijke defecten, aangezien dat ervoor zou zorgen dat EU-burgers tegen fraude beschermd worden en beter geïnformeerd zijn over de geschiedenis en de toestand van hun voertuig en verborgen reparaties eraan; is van mening dat verkeersongevallen aanleiding moeten geven tot aanvullende controles, die ertoe bijdragen dat voertuigen naar behoren worden gerepareerd en die de verkeersveiligheid verbeteren;

Een toekomstbestendig kader

28.  verzoekt de Commissie bij de volgende herziening naar behoren rekening te houden met de technische vooruitgang op het gebied van veiligheidsvoorzieningen voor voertuigen; merkt op dat nieuwe voertuigen op grond van Verordening (EU) 2019/2144 vanaf 2022 moeten worden uitgerust met nieuwe geavanceerde veiligheids- en rijhulpsystemen; verzoekt de Commissie dergelijke nieuwe systemen op te nemen in de periodieke technische controles en in de vaardigheden en kennis van voertuigcontroleurs, en het risico op geknoei met en manipulatie van dergelijke systemen te beperken; verzoekt de Commissie ook eCall, software en draadloze updates in de periodieke technische controles op te nemen(9) en richtsnoeren en normen op te stellen voor regelmatige veiligheidscontroles en inspecties van autonome en verbonden voertuigen; verzoekt de Commissie het verdere gebruik van sensoren in voertuigen te onderzoeken in het kader van controles langs de weg, en bijzondere aandacht te besteden aan de specifieke vereisten van zelfdiagnosesystemen van voertuigen en aan het fundamentele beginsel van de volksgezondheid; dringt er in dit verband bij autofabrikanten en autoriteiten op aan samen te werken bij de invoering van nieuwe rijhulptechnologieën, om te zorgen voor een permanente naleving van de normen en om toekomstige trends te helpen voorspellen;

29.  merkt op dat er steeds meer nieuwe vervoerswijzen bijkomen op de openbare weg, zoals elektrische steps, eenwielige voertuigen en hoverboards; verzoekt de Commissie te beoordelen of deze nieuwe vervoerswijzen in de aankomende herziening aan bod moeten komen met als doel de verkeersveiligheid te verbeteren;

30.  verzoekt de Commissie in de komende jaren een Europees Jaar van de verkeersveiligheid te organiseren, ter voorbereiding van 2030 als tussentijdse streefdatum voor de verwezenlijking van “Vision Zero”;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten passende financiering te garanderen voor de kwaliteit van weginfrastructuur, in het bijzonder voor onderhoud; verzoekt de Commissie voorts haar onderhoudsbenadering aan te scherpen door passende maatregelen te nemen om de langetermijnplanning van onderhoud door de lidstaten te verbeteren; merkt op dat connectiviteit en digitale veiligheid van groot belang zullen zijn wanneer er in de nabije toekomst meer verbonden en autonome voertuigen bijkomen;

o
o   o

32.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 127 van 29.4.2014, blz. 51.
(2) PB L 127 van 29.4.2014, blz. 129.
(3) PB L 127 van 29.4.2014, blz. 134.
(4) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 2.
(5) PB C 76 van 9.3.2020, blz. 151.
(6) PB C 162 van 10.5.2019, blz. 2.
(7) PB L 325 van 16.12.2019, blz. 1.
(8) Voor het vervoer van goederen bestemde voertuigen met een maximummassa van ten hoogste 3,5 ton (bv. pick‑ups, bestelwagens).
(9) Zie de bijlagen I en III bij Richtlijn 2014/45/EU.

Laatst bijgewerkt op: 27 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid