Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2020/0157M(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0054/2021

Ingediende teksten :

A9-0054/2021

Debatten :

Stemmingen :

PV 27/04/2021 - 2
PV 27/04/2021 - 14

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0129

Aangenomen teksten
PDF 141kWORD 54k
Dinsdag 27 april 2021 - Brussel
Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst EU/Honduras (resolutie)
P9_TA(2021)0129A9-0054/2021

Niet-wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 27 april 2021 over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van de Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Honduras inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie (12543/2020 – C9-0084/2021 – 2020/0157M(NLE))

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van besluit van de Raad betreffende het sluiten van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Honduras inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie (12543/2020),

–  gezien de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Republiek Honduras inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie (10365/2020),

–  gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 3, eerste alinea, en artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), punt v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C9-0084/2021),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap(1) (FLEGT-verordening),

–  gezien Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen(2) (EU-houtverordening),

–  gezien de Klimaatovereenkomst van Parijs,

–  gezien de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling,

–  gezien de Europese Green Deal (COM(2019)0640) en de resolutie van het Parlement daarover van 15 januari 2020(3),

–  gezien zijn resolutie van 16 september 2020 over maatregelen van de EU om de bossen wereldwijd te beschermen en te herstellen(4),

–  gezien zijn resolutie van 22 oktober 2020 met aanbevelingen aan de Commissie over een EU-rechtskader om de door de EU gestuurde mondiale ontbossing een halt toe te roepen en terug te draaien(5),

–  gezien zijn resolutie van 14 april 2016 over Honduras: de situatie van mensenrechtenactivisten(6),

–  gezien de aan de gang zijnde geschiktheidscontrole van de EU-regels inzake illegale houtkap, met name de EU-houtverordening en de Flegt-verordening,

–  gezien het EU-actieplan inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Forest Law Enforcement Governance and Trade: Flegt) van 2003 en het werkplan 2018-2022 voor de uitvoering ervan,

–  gezien de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds(7),

–  gezien de jaarlijkse beleidsdialoog op hoog niveau tussen Honduras en de EU met betrekking tot de bosbouwsector,

–  gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU over de verlenging van het mandaat van de missie ter ondersteuning van de strijd tegen corruptie en straffeloosheid in Honduras (MACCIH) van 6 december 2019,

–  gezien zijn wetgevingsresolutie van 27 april 2021(8) over het ontwerp van besluit van de Raad,

–  gezien artikel 105, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,

–  gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0054/2021),

A.  overwegende dat bijna de helft van het landoppervlak in Honduras bedekt is met bos, en dat de helft daarvan uit tropisch regenwoud bestaat; overwegende dat er nog steeds enorme aantallen niet-geclassificeerde bomen en soorten zijn; overwegende dat Honduras sinds 2015 ongeveer 12,5 % van zijn bosareaal heeft verloren, voornamelijk als gevolg van een plaag die waarschijnlijk is veroorzaakt door de klimaatverandering, terwijl een deel van het bosareaal verloren is gegaan door branden, ontbossing en illegale houtkap;

B.  overwegende dat Honduras in 2014 een klimaatveranderingswet heeft aangenomen en in 2015 de eerste staat was die zijn eerste nationaal bepaalde bijdrage (NDC) bekendmaakte in het kader van de Overeenkomst van Parijs, met onder meer de verbintenis om één miljoen hectare bos te herstellen;

C.  overwegende dat het aandeel van de bosbouwsector in de Hondurese economie, dat de laatste 16 jaar ongeveer 3,6 % van het bruto nationaal product (BNP) bedroeg, in de loop der jaren afneemt, als gevolg van strengere eisen inzake de wettigheid van het hout dat op de Hondurese uitvoermarkten wordt gebracht, en als gevolg van ontbossing; overwegende dat de vrijwillige partnerschapsovereenkomst (VPA), waarin de nadruk ligt op legaliteit en goed bestuur, de bosbouwsector helpt om zijn aandeel in de economie te vergroten, fatsoenlijke banen op het platteland te scheppen en inkomsten te genereren voor de Hondurese bevolking;

D.  overwegende dat er momenteel slechts een bescheiden hoeveelheid hout die nog geen 2 % van de Hondurese houtuitvoer vertegenwoordigt, wordt verhandeld tussen Honduras en de EU, en dat Honduras als belangrijkste handelspartner de VS heeft en in toenemende mate hout uitvoert naar zijn buurlanden El Salvador en Nicaragua; overwegende dat Honduras dankzij de VPA meer mogelijkheden zou kunnen krijgen om hout uit te voeren naar de EU en nieuwe markten;

E.  overwegende dat Honduras volgens een rangschikking van de Wereldbank een land is met middellage inkomens; overwegende dat het het tweede armste land van Latijns-Amerika en het derde armste van het westelijk halfrond is; overwegende dat Honduras aan veel uitdagingen het hoofd moet bieden teneinde de hardnekkige problemen van ongelijkheid, armoede, corruptie, geweld en straffeloosheid te bestrijden en het welzijn van zijn burgers alsook de situatie van de rechten van de vrouw te verbeteren, met name gezien de recente achteruitgang op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten;

F.  merkt op dat de regering van Honduras positieve toezeggingen heeft gedaan en wetgevingsinitiatieven heeft genomen om mensenrechtenactivisten te beschermen; betreurt dat mensenrechtenactivisten, verdedigers van de rechten van inheemse volkeren en landrechten en milieuactivisten het slachtoffer zijn van mishandeling, geweld, willekeurige aanhoudingen, bedreigingen en moord; overwegende dat Honduras de regionale overeenkomst van Escazú inzake toegang tot informatie, inspraak van het publiek en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied - de eerste overeenkomst ter wereld die specifieke bepalingen bevat over milieu- en mensenrechtenactivisten - niet heeft ondertekend;

G.  overwegende dat het mandaat van de missie ter ondersteuning van de strijd tegen corruptie en straffeloosheid in Honduras (MACCIH) in januari 2020 is afgelopen en niet is verlengd; overwegende dat de EU en haar lidstaten de regering van Honduras ertoe hadden opgeroepen dit mandaat te verlengen met als doel de rechtsstaat in het land te versterken;

H.  overwegende dat de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika in 2012 is ondertekend en dat de handelspijler ervan voorlopig van toepassing is sinds 1 augustus 2013;

I.  overwegende dat Honduras in 2013 als eerste Latijns-Amerikaanse land begon te onderhandelen met de EU over een Flegt-VPA, wat heeft geleid tot de parafering van een ontwerpovereenkomst in 2018;

J.  overwegende dat de VPA tot doel heeft ervoor te zorgen dat alle ladingen hout en houtproducten uit Honduras die bestemd zijn voor de EU-markt voldoen aan een Hondurees systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (TLAS) en bijgevolg in aanmerking komen voor een Flegt-vergunning; overwegende dat ook hout bestemd voor het binnenland en voor andere exportmarkten zal moeten voldoen aan het TLAS en zal worden onderworpen aan de afgifte van een Hondurees wettelijk certificaat;

K.  overwegende dat het TLAS stoelt op een definitie van wettigheid, controles van de toeleveringsketen, nalevingscontroles, Flegt-vergunningen en een onafhankelijke audit;

L.  overwegende dat de overeenkomst betrekking heeft op de vijf krachtens de Flegt-verordening verplichte houtproducten – stammen, gezaagd hout, spoorbielzen, triplex en fineerhout – en op een aantal andere houtproducten;

M.  overwegende dat het doel en de verwachte voordelen van Flegt-VPA’s verder gaan dan het bevorderen van de handel in legaal hout, aangezien zij er ook op gericht zijn systemische veranderingen teweeg te brengen op het gebied van governance, wetshandhaving - inclusief wat betreft het arbeidsrecht en de rechten van inheemse volkeren -, transparantie en de betrokkenheid van diverse belanghebbenden - met name maatschappelijke organisaties en inheemse gemeenschappen - bij het politieke besluitvormingsproces, de ondersteuning van economische integratie en de eerbiediging van internationale doelstellingen voor duurzame ontwikkeling; overwegende dat de onderhandelingen over die VPA ruimte voor samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden hebben gecreëerd om ecologische, sociale, economische en mensenrechtenkwesties te bespreken; overwegende dat Honduras ervoor moet zorgen dat de relevante belanghebbenden worden betrokken bij de uitvoering van en het toezicht op de VPA, ongeacht hun geslacht, leeftijd, locatie, religie of overtuigingen, etnische oorsprong, ras, taal of handicap, en de betrokkenheid moet garanderen van de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, lokale gemeenschappen, inheemse bevolkingsgroepen en bevolkingsgroepen van Afrikaanse afkomst in Honduras en andere mensen die afhankelijk zijn van bossen(9);

N.  overwegende dat de VPA voorziet in een gemengd comité dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van en het toezicht op de VPA;

O.  overwegende dat de EU het onderhandelingsproces heeft ondersteund via drie bilaterale programma’s in het kader van haar ontwikkelingshulp;

P.  overwegende dat er in Honduras tegen eind 2021 parlementsverkiezingen zullen plaatsvinden;

Q.  overwegende dat Honduras overeenkomst nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende inheemse en in stamverband levende volken heeft geratificeerd, maar niet volledig heeft uitgevoerd en het kernbeginsel van vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming, dat voortvloeit uit de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken, niet in zijn wetgeving heeft opgenomen;

1.  is ingenomen met de afronding van de onderhandelingen over de VPA tussen de EU en Honduras, die ervoor zal zorgen dat alleen legaal gekapt hout vanuit Honduras in de EU wordt ingevoerd, een stimulans zal geven aan duurzame bosbeheerpraktijken en duurzame handel in legaal geproduceerd hout, en een verbetering zal inhouden op het gebied van bosbeheer, wetshandhaving (onder meer wat arbeidsrechtelijke verplichtingen en verplichtingen op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk betreft), mensenrechten, transparantie, verantwoordingsplicht en institutionele veerkracht in Honduras, rekening houdend met het feit dat bossen belangrijk zijn voor de Hondurese economie en dat het probleem van ontbossing in het land doeltreffender moet worden aangepakt; dringt erop aan dat beide partijen de VPA snel ratificeren, zodat deze in 2021 in werking kan treden en de weg kan effenen voor de volgende belangrijke stappen inzake de uitvoering ervan, zoals de invoering van vergunningen;

2.  betuigt zijn solidariteit met Honduras, dat onlangs is getroffen door twee orkanen die grote vernieling hebben aangericht en eveneens zwaar te lijden heeft onder de COVID-19-pandemie; wijst erop dat de onderliggende oorzaken van dergelijke extreme weersverschijnselen en zoönosen, die verband houden met klimaatverandering, ontbossing en een verlies aan biodiversiteit, dringend en op wereldwijde schaal moeten worden aangepakt;

3.  stelt het zeer op prijs dat Honduras erin is geslaagd zijn overheidsinstellingen, maatschappelijk middenveld, privésector, inheemse bevolkingsgroepen en bevolkingsgroepen van Afrikaanse afkomst, academici en gemeenschappen te betrekken bij en te laten bijdragen tot de opstelling van de VPA; is verheugd dat al die groepen van de samenleving ermee hebben ingestemd rond dezelfde onderhandelingstafel te gaan zitten en op die manier hebben gezorgd voor een gevoel van inclusiviteit en daadwerkelijke bijdrage;

4.  erkent dat de volledige tenuitvoerlegging van de VPA een langetermijnproces wordt dat de invoering zal vereisen van een hele reeks wetgeving en van adequate bestuurlijke capaciteit en deskundigheid voor de uitvoering en handhaving ervan; herinnert eraan dat Flegt-vergunningen pas kunnen worden verleend wanneer Honduras heeft aangetoond dat zijn TLAS gebruiksklaar is;

5.  benadrukt dat de uitvoeringsfase permanent en reëel overleg en de sterke betrokkenheid van meerdere belanghebbenden vereist, evenals de betekenisvolle participatie in het besluitvormingsproces van maatschappelijke organisaties en lokale en inheemse gemeenschappen, zodat het beginsel van vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming wordt gewaarborgd; herinnert eraan dat transparantie moet worden bevorderd en dat er moet worden toegezien op de doeltreffende openbaarmaking van informatie en de tijdige terbeschikkingstelling van documenten aan de lokale en inheemse bevolking; verzoekt de Commissie, de EU-delegatie in Honduras en de lidstaten om te zorgen voor aanzienlijke capaciteitsopbouw en logistieke en technische ondersteuning in het kader van de huidige en toekomstige instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking, zodat Honduras in staat is zijn toezeggingen voor de uitvoering van het TLAS en aanverwante maatregelen na te komen;

6.  is ingenomen met de recente goedkeuring van het Hondurese actieplan voor de uitvoering van de VPA en verzoekt de regering van Honduras een concrete, tijdgebonden en meetbare aanpak te volgen;

7.  maakt zich zorgen over het feit dat sinds de parafering van de VPA in juli 2018 meer dan twintig milieuactivisten en verdedigers van de rechten van inheemse volkeren zijn vermoord; is van mening dat het succes van de VPA grotendeels zal afhangen van de totstandbrenging van een veilig en gunstig kader voor de bescherming van milieu- en mensenrechtenactivisten en klokkenluiders, dat doeltreffende rechtsmiddelen biedt bij mensenrechtenschendingen en straffeloosheid bestrijdt; wijst er in dat verband op dat de ratificatie van de overeenkomst van Escazú een grote stap in de goede richting zou betekenen; dringt er bij de regering van Honduras op aan stappen hiertoe te ondernemen;

8.  is van mening dat corruptie permanent moet worden bestreden; is verheugd over het feit dat transparantie nuttig is gebleken tijdens proces ter afronding van de VPA en vindt dat ook in de komende uitvoeringsfase voor volledige transparantie moet worden gezorgd; benadrukt dat het succes van Flegt ook afhangt van de aanpak van fraude en corruptie in de hele houttoeleveringsketen; roept de EU er in dit verband toe op het toepassingsgebied en de handhaving van de EU-houtverordening te versterken om de corruptierisico's in de houttoeleveringsketen van de EU aan te pakken, onder meer door regelmatiger en systematischer controles en onderzoeken uit te voeren in EU-havens; stelt vast dat Honduras zich inspant om tot meer transparantie te komen, en dringt er bij de regering van Honduras op aan stimulansen te bieden voor de verschillende schakels van de waardeketen in de bosbouw om de transparantie te vergroten en toe te zien op de inclusie van de kwetsbaarste marktdeelnemers, zoals jongeren en vrouwen uit inheemse gemeenschappen, bevolkingsgroepen van Afrikaanse afkomst en landbouwers; dringt er bij de regering van Honduras bovendien op aan een einde te maken aan de wijdverbreide corruptie en andere factoren aan te pakken die de illegale houtkap en de aantasting van bossen aanwakkeren, met bijzondere aandacht voor de douane, de Hondurese dienst voor bosbeheer, de ministeries die bevoegd zijn voor bossen en landeigendomsrechten en andere autoriteiten die een sleutelrol zullen spelen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de VPA; beklemtoont dat er een einde moet worden gemaakt aan de straffeloosheid in de bosbouwsector en dat dit kan worden bereikt door ervoor te zorgen dat overtreders worden vervolgd;

9.  verzoekt de regering van Honduras met klem om een verlenging van het mandaat van de missie ter ondersteuning van de strijd tegen corruptie en straffeloosheid in Honduras (MACCIH), dat in januari 2020 is afgelopen;

10.  is verheugd over het feit dat Honduras het eerste VPA-land is waar inheemse volkeren als een afzonderlijke belangengroep aan de onderhandelingstafel zaten, en over de moed en de specifieke inzichten en bijdragen van de vertegenwoordigers van die inheemse volkeren; dringt erop aan dat het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming snel wordt opgenomen in de definitie van wettigheid en dat Honduras hiertoe relevante wetgeving aanneemt;

11.  erkent dat sectoren tijdens de onderhandelingen over een VPA gemeenschappelijke doelstellingen en prioriteiten inzake duurzaam bosbeheer kunnen identificeren, en dat deze onderhandelingen samenlevingen een belangrijke kans kunnen bieden voor het participatieve beheer van hun bossen op lokaal, regionaal en zelfs op nationaal of federaal niveau;

12.  is zich ervan bewust dat de cruciale kwestie van de landeigendomsrechten en andere rechten van inheemse volkeren in Honduras moet worden verduidelijkt, en dat er concrete waarborgen met betrekking tot landeigendom nodig zijn voor lokale en inheemse gemeenschappen; wijst erop dat toegang tot, gebruik van en controle over land geldt als een belangrijke bron van sociale conflicten, geweld en mensenrechtenschendingen in Honduras; herinnert er met name aan dat volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten in het geval van ongeveer 80 % van de particuliere grond in Honduras ofwel geen, ofwel een onjuist eigendomsbewijs is afgegeven, en dat het als gevolg van het zwakke rechtsstelsel jaren kan duren om eigendomsgeschillen te slechten; dringt er bij de regering van Honduras op aan meer middelen vrij te maken voor de betrokken overheidsinstellingen en de coördinatie van deze instellingen te versterken;

13.  benadrukt het belang van landgebruik in het bosbeheer en beklemtoont dat er nood is aan een strategische visie inzake bosbeheer die is gekoppeld aan de problematiek van de klimaatverandering; verzoekt de Hondurese regering te zorgen voor nauwe coördinatie tussen de diverse bestaande initiatieven in de bosbouwsector, zoals het VN-programma ter reductie van broeikasgasemissies ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie in ontwikkelingslanden (REDD+), de Flegt-VPA en de nationale klimaatactieplannen;

14.  dringt bij de Hondurese regering aan op meer waakzaamheid voor bosbranden op privéterreinen en voor versterkte beschermingszones hiertegen; pleit voor de invoering van toeleveringsketenbeheer in de veehouderij-, koffie- en palmoliesectoren, aangezien het beheer van de toeleveringsketens van cruciaal belang is om de onderliggende oorzaken van ontbossing aan te pakken;

15.  is van mening dat de geslaagde onderhandelingen over deze VPA het belang van de EU-delegaties in derde landen aantonen;

16.  dringt aan op het opnemen van genderanalysen in alle activiteiten en projecten die verband houden met de uitvoering van de Flegt-VPA; pleit voor een kwantitatieve en kwalitatieve genderspecifieke analyse van landeigendom, eigendom van activa en financiële inclusie in sectoren die worden beïnvloed door handel; verzoekt de Commissie deze doelen te ondersteunen met technische en personele middelen;

17.  maakt zich grote zorgen over de wijziging van de abortuswet in Honduras en in sommige EU-lidstaten;

18.  wijst op het belang van banen in de bosbouw en op het platteland voor de economie van Honduras, waarmee rekening moet worden gehouden bij de uitvoering van de VPA; beschouwt de VPA als een instrument om waardig werk te bevorderen; vraagt de Commissie en de Hondurese overheid om een grondige beoordeling van de impact van de VPA op de werknemers en kleine producenten uit de sector, voor wie een toename van het aantal controles op de houtkap gevolgen kan hebben; verzoekt de Commissie programma’s voor deze werknemers en producenten te bevorderen en te ondersteunen om hen in staat te stellen concurrerend te blijven in de sector;

19.  verzoekt de Commissie regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement over de uitvoering van de overeenkomst en over de werkzaamheden van het gemengd comité voor de uitvoering van de overeenkomst, en verzoekt de Commissie eveneens actief in overleg te treden met het Europees Parlement en het Parlement met name te verzoeken een delegatie af te vaardigen voor deelname aan dat comité;

20.  roept de lidstaten ertoe op de EU-houtverordening volledig na te leven, ten uitvoer te leggen en te handhaven; wenst dat de Commissie overweegt om tijdens de volgende evaluatie verbeteringen aan te brengen aan de Flegt-verordening voor wat het Flegt-vergunningensysteem betreft, zodat in het vervolg snel kan worden gereageerd op ernstige schendingen van VPA-verplichtingen;

21.  benadrukt dat landen over de hele wereld die over een gereglementeerde markt voor de invoer van legaal hout beschikken of willen beschikken, er baat bij zouden hebben samen te werken en waar mogelijk elkaars regels en systemen, zoals Flegt en de VPA’s met de EU, goed te keuren; benadrukt dat internationale normen doeltreffender zouden zijn en de rechtszekerheid op lange termijn voor bedrijven en consumenten zouden bevorderen;

22.  onderstreept dat de VPA’s zowel de EU als haar partnerlanden een belangrijk juridisch kader bieden, en dat dit mogelijk is dankzij de goede medewerking en inzet van de betreffende landen; steunt de Commissie in haar zoektocht naar bijkomende partners voor toekomstige VPA’s uit hoofde van de Flegt-verordening;

23.  is van mening dat de EU de heel belangrijke en verantwoordelijke rol en de verplichting heeft om zowel de vraag naar als het aanbod van hout te verbeteren, teneinde illegaal geproduceerd hout te weigeren en uitvoerlanden bij te staan in hun strijd tegen illegale houtkap en corruptie, die leiden tot de vernietiging van hun bossen, klimaatverandering en mensenrechtenschendingen; wijst op de noodzaak om deze inspanningen aan te vullen met een specifieke Europese zorgvuldigheidsverordening over grondstoffen die verband houden met ontbossing; wijst erop dat Honduras op mondiaal niveau een belangrijke producent van koffie is;

24.  benadrukt dat VPA’s wezenlijk deel uitmaken van de inspanningen van de EU om de streefdoelen van de Overeenkomst van Parijs en de Agenda 2030 van de VN te verwezenlijken, met name de doelstellingen inzake duurzake ontwikkeling; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de Flegt-agenda volledig te integreren in het nieuwe strategische kader van de Europese Green Deal, door de bevordering van deze agenda op mondiaal en regionaal niveau te stimuleren en door de internationale samenwerking tussen producerende en invoerende landen verder te versterken;

25.  dringt er bij de EU op aan te zorgen voor beleidscoherentie inzake duurzame ontwikkeling tussen de VPA en alle aspecten van het EU-beleid, met name op het gebied van handel, ontwikkeling, landbouw en milieu, en er tegelijkertijd op toe te zien dat de VPA complementair is met de toezeggingen van de EU op het gebied van milieu- en klimaatbescherming;

26.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Republiek Honduras.

(1) PB L 347 van 30.12.2005, blz. 1.
(2) PB L 295 van 12.11.2010, blz. 23.
(3) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.
(4) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0212.
(5) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0285.
(6) PB C 58 van 15.2.2018, blz. 155.
(7) PB L 346 van 15.12.2012, blz. 3.
(8) Aangenomen teksten van die datum, P9_TA(2021)0121.
(9) Conform artikel 16 van de VPA.

Laatst bijgewerkt op: 26 juli 2021Juridische mededeling - Privacybeleid