Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0207(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0144/2021

Ingediende teksten :

A9-0144/2021

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0137

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 45k
Dinsdag 27 april 2021 - Brussel
Programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden 2021-2027 ***II
P9_TA(2021)0137A9-0144/2021
Resolutie
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 27 april 2021 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad (06833/1/2020 – C9-0144/2021 – 2018/0207(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (06833/1/2020 – C9‑0144/2021),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 oktober 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 10 oktober 2018(2),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2018)0383),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,

–  gezien artikel 67 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0144/2021),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

4.  verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

5.  verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan, samen met de daarop betrekking hebbende verklaring van het Parlement en de Raad, in het Publicatieblad van de Europese Unie;

6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB C 62 van 15.2.2019, blz. 178.
(2) PB C 461 van 21.12.2018, blz. 196.
(3) Aangenomen teksten van 17.4.2019, P8_TA(2019)0407.


BIJLAGE

Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad over de financiering van het onderdeel “Waarden van de Unie” in 2021

Onverminderd de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit zijn de twee wetgevers het erover eens dat er vanaf 1 januari 2021 aanzienlijke financiële middelen ter beschikking moeten worden gesteld voor het onderdeel “Waarden van de Unie” van het programma “Burgerschap, gelijkheid, rechten en waarden”.

De twee wetgevers roepen de Commissie op om te dien einde passende actie te ondernemen, en in het bijzonder een evaluatie te verrichten van de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitsinstrumenten in het rechtskader van de EU-jaarbegroting voor 2021, overeenkomstig de bij de MFK-verordening vastgestelde activeringscriteria.

Laatst bijgewerkt op: 26 juli 2021Juridische mededeling - Privacybeleid