Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/2646(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0244/2021

Debatten :

PV 29/04/2021 - 9.2
CRE 29/04/2021 - 9.2

Stemmingen :

PV 29/04/2021 - 10
PV 29/04/2021 - 19

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0156

Aangenomen teksten
PDF 127kWORD 47k
Donderdag 29 april 2021 - Brussel
Bolivia en de arrestatie van voormalig president Jeanine Añez en andere functionarissen
P9_TA(2021)0156RC-B9-0244/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2021 over Bolivia en de arrestatie van voormalig president Jeanine Áñez en andere functionarissen (2021/2646(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de situatie in Bolivia(1),

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de Europese Unie van 23 oktober 2020 over de algemene verkiezingen in Bolivia, en de verklaring van zijn woordvoerder van 14 maart 2021 over de jongste ontwikkelingen in Bolivia,

–  gezien het persbericht van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) van 16 maart 2021 over de eerbiediging van de Inter-Amerikaanse normen voor een eerlijke procesgang en toegang tot de rechter in Bolivia,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties over Bolivia van 13 maart 2021,

–  gezien de verklaringen van het algemeen secretariaat van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 15 en 17 maart 2021 over de situatie in Bolivia,

–  gezien de politieke grondwet van Bolivia,

–  gezien het Amerikaans Verdrag inzake de rechten van de mens (Pact van San José),

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de politieke en sociale situatie in Bolivia sinds de presidentsverkiezingen van 20 oktober 2019 zeer zorgwekkend blijft; overwegende dat ten minste 35 personen om het leven zijn gekomen en 833 personen gewond zijn geraakt in de context van wijdverbreide en gewelddadige protesten, dat vele anderen zijn gearresteerd in strijd met de regels voor een eerlijke procesgang, en dat er meldingen zijn van wijdverbreide schendingen van de mensenrechten; overwegende dat president Evo Morales als president is afgetreden en het land heeft verlaten; overwegende dat verscheidene ontslagnemingen leidden tot een machtsvacuüm en dat de tweede vicevoorzitter van de Senaat, Jeanine Áñez, het interim-presidentschap op zich heeft genomen overeenkomstig de grondwet; overwegende dat het plurinationale grondwettelijk hof van Bolivia (TCP) het interim-presidentschap van Jeanine Áñez heeft bekrachtigd;

B.  overwegende dat Jeanine Ánez en de interim-autoriteiten na hun constitutionele mandaat de nodige stappen hebben genomen om nieuwe democratische, inclusieve, transparante en eerlijke verkiezingen te organiseren, die in oktober 2020 hebben plaatsgevonden ondanks de uitdagingen als gevolg van de COVID-19-pandemie; overwegende dat Luis Arce van de MAS-partij tot president werd verkozen, en als zodanig werd erkend door Jeanine Áñez en door de internationale gemeenschap, waaronder de Europese Unie, wat zorgde voor een transparante en vreedzame machtsoverdracht;

C.  overwegende dat in de afgelopen maanden is bevestigd dat verscheidene processen tegen MAS-aanhangers zijn geschrapt of niet-ontvankelijk zijn verklaard, terwijl de dreiging van gerechtelijke vervolging van politici die tegen de MAS-regering gekant zijn, is toegenomen; overwegende dat op 18 februari 2021 het vaag geformuleerde presidentiële decreet 4461 werd goedgekeurd door de Plurinationale Assemblee, waarmee algemene amnestie en gratie werd verleend aan aanhangers van de regering van president Arce die tijdens de regering-Áñez waren vervolgd voor misdrijven in verband met de “politieke crisis” die in oktober 2019 begon;

D.  overwegende dat Jeanine Áñez, twee van haar ministers, voormalig minister van Energie Rodrigo Guzmán en voormalig minister van Justitie Álvaro Coimbra, en andere personen die van 2019 tot 2020 de interim-regering vormden, op 13 maart 2021 werden gearresteerd op beschuldiging van “terrorisme, opruiing en samenzwering”, en door aanklagers worden beschuldigd van deelname aan een staatsgreep in 2019; overwegende dat hun voorlopige hechtenis is verlengd tot zes maanden, en dat voormalig president Áñez bij veroordeling 24 jaar gevangenisstraf krijgt; overwegende dat er nog een aanhoudingsbevel hangende is voor drie andere voormalige ministers; overwegende dat voormalig president Jeanine Áñez aanvankelijk medische bijstand werd geweigerd tijdens haar detentie;

E.  overwegende dat aanklagers strafrechtelijke vervolging hebben ingesteld naar aanleiding van een klacht van een voormalig MAS-lid van het Congres, en beweren dat bovengenoemde personen organisaties “promootten, leidden, aanhingen en ondersteunden” die tot doel hadden de “grondwettelijke orde” van Bolivia omver te werpen; overwegende dat de aanklagers Jeanine Áñez hebben aangeklaagd als interim-president, maar niet als burger of op grond van enige andere publieke rol; overwegende dat artikel 159, lid 11, artikel 160, lid 6, artikel 161, lid 7, en artikel 184, lid 4, van de grondwet van 2009 en de wet van 8 oktober 2010 voorzien in een bijzondere procedure voor de berechting van de president, de vicepresident en de hoge autoriteiten van verschillende rechtbanken; overwegende dat de gerechtelijke procedure tegen president Áñez, die door het openbaar ministerie wordt gevolgd, niet in overeenstemming is met het Boliviaanse grondwettelijke recht; overwegende dat het bewijsmateriaal in de begeleidende documentatie onduidelijk lijkt;

F.  overwegende dat degenen die voor deze strafbare feiten worden aangeklaagd, beweren dat zij worden vervolgd; overwegende dat degenen die tot dusver zijn gearresteerd, beweren niet naar behoren in kennis te zijn gesteld van de aanklachten, hoewel het bureau van de procureur-generaal heeft benadrukt dat de arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd in overeenstemming met de wet en zonder inbreuk te maken op de rechten van gedetineerden; overwegende dat het bureau van de ombudsman besloot toezicht te houden op het optreden van de politie en het openbaar ministerie van Bolivia om ervoor te zorgen dat de eerlijke procesgang en het recht op verdediging van de gearresteerde personen werden geëerbiedigd;

G.  overwegende dat in artikel 3 van het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest de scheiding en onafhankelijkheid van openbare machten een essentieel onderdeel van de representatieve democratie worden genoemd; overwegende dat in artikel 8 van het Pact van San José de nadruk wordt gelegd op gerechtelijke waarborgen en een eerlijke procesgang; overwegende dat verschillende internationale organisaties hun bezorgdheid hebben geuit over het misbruik van gerechtelijke mechanismen in Bolivia en over het feit dat deze door de regeringspartij steeds vaker worden gebruikt als repressieve instrumenten; overwegende dat de nieuw verkozen president Arce heeft beloofd dat er tijdens zijn regering geen politieke druk op aanklagers en rechters zou worden uitgeoefend;

H.  overwegende dat de geloofwaardigheid van het Boliviaanse rechtsstelsel wordt aangetast door aanhoudende meldingen van een gebrek aan onafhankelijkheid, van wijdverbreide politieke inmenging en van corruptie;

I.  overwegende dat de IACHR heeft benadrukt dat bepaalde Boliviaanse antiterrorismewetten het legaliteitsbeginsel schenden, omdat zij onder meer een uitputtende definitie van terrorisme omvatten die onvermijdelijk te ruim of te vaag is; overwegende dat staten bij het definiëren van misdrijven het legaliteitsbeginsel moeten eerbiedigen; overwegende dat het TCP nog moet beslissen over de bij het TCP ingediende klachten waarin wordt geëist dat artikel 123 van het Wetboek van Strafrecht inzake opruiingsdelicten en artikel 133 inzake terrorisme ongrondwettig worden verklaard aangezien deze artikelen een inbreuk zouden vormen op het Amerikaans Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en op de Boliviaanse grondwet;

J.  overwegende dat de EU sinds jaar en dag een partner van Bolivia is en steun dient te blijven verlenen aan zijn democratische instellingen, de versterking van de rechtsstaat, de mensenrechten en de economische en sociale ontwikkeling van het land; overwegende dat de EU in 2019 en 2020 een belangrijke rol heeft gespeeld als bemiddelaar bij het herstel van de rust in het land en ter ondersteuning van de verkiezingen;

1.  hekelt en veroordeelt de willekeurige en illegale detentie van voormalig interim-president Áñez, twee van haar ministers, en andere politieke gevangenen; verzoekt de Boliviaanse autoriteiten hen onmiddellijk vrij te laten en de politiek gemotiveerde aanklachten tegen hen in te trekken; dringt aan op een kader van transparante en onpartijdige rechtspraak zonder politieke druk, en dringt er bij de autoriteiten op aan alle nodige medische bijstand te verlenen om hun welzijn te waarborgen;

2.  benadrukt dat voormalig president Áñez haar plicht krachtens de Boliviaanse grondwet als tweede vicevoorzitter van de Senaat volledig heeft nageleefd bij het opvullen van het presidentiële vacuüm dat ontstond door het aftreden van voormalig president Evo Morales na de gewelddadige rellen als gevolg van pogingen tot verkiezingsfraude; benadrukt dat het plurinationale hof van Bolivia de machtsoverdracht aan Jeanine Áñez heeft bekrachtigd; constateert dat de verkiezingen van 18 oktober 2020 zonder incidenten en met volledige democratische waarborgen zijn verlopen;

3.  uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Boliviaanse rechtsstelsel en wijdverspreide structurele problemen; merkt op dat dit gebrek aan onafhankelijkheid gevolgen heeft voor de toegang tot de rechter en, meer in het algemeen, het vertrouwen van de burgers in het nationale rechtsstelsel vermindert; hekelt de politieke druk op de rechterlijke macht om politieke tegenstanders te vervolgen, en onderstreept dat het belangrijk is de waarborgen voor een eerlijke procesgang te handhaven en ervoor te zorgen dat de rechterlijke macht vrij is van elke vorm van politieke druk; benadrukt dat de slachtoffers een echte, onpartijdige rechtsbedeling verdienen en dat alle verantwoordelijken ter verantwoording moeten worden geroepen, waarbij hun niet op grond van hun politieke overtuiging amnestie of gratie wordt verleend; dringt aan op de volledige eerbiediging van de scheiding der machten en op volledige transparantie in alle gerechtelijke procedures;

4.  benadrukt dat alle gerechtelijke procedures moeten worden gevoerd met volledige inachtneming van het beginsel van een eerlijke procesgang, dat is verankerd in het internationaal recht; benadrukt dat zij gerechtelijke waarborgen moeten bieden, en rechterlijke bescherming en toegang tot de rechter moeten garanderen als onderdeel van een onafhankelijk en onpartijdig rechtsstelsel dat vrij is van inmenging van andere overheidsinstellingen;

5.  dringt er bij Bolivia op aan onverwijld structurele wijzigingen en hervormingen in het rechtsstelsel door te voeren, met name in de samenstelling ervan, om te zorgen voor eerlijke en geloofwaardige processen, onpartijdigheid en een eerlijke procesgang; verzoekt de Boliviaanse regering het wijdverbreide probleem van corruptie in het land aan te pakken; dringt er bij de Boliviaanse regering op aan wijzigingen aan te brengen in de artikelen in het Wetboek van Strafrecht inzake de misdrijven van opruiing en terrorisme, die te ruime definities van terrorisme bevatten en dus aanleiding geven tot mogelijke schendingen van het legaliteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel;

6.  verzoekt het Boliviaanse openbaar ministerie het onderzoek te heropenen naar de vermeende doorsluizing door de regering-Morales van 1,6 miljoen USD aan overheidsmiddelen door middel van onregelmatige betalingen aan adviesbureau Neurona;

7.  wijst erop dat versterkte en doeltreffende dialoogkanalen in het kader van de Boliviaanse instellingen onontbeerlijk zijn om democratische waarden, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen; dringt er bij de Boliviaanse autoriteiten op aan een leidende rol te spelen in het verzoeningsproces teneinde de latente spanningen en vijandelijkheden in de Boliviaanse samenleving te verminderen;

8.  uit zijn bezorgdheid over de schrijnende sociale en politieke situatie in Bolivia die in 2019 is ontstaan en sindsdien nog verder is verslechterd, en betreurt de tragedie die alle slachtoffers van de onrust in Bolivia van alle kanten heeft getroffen ten zeerste; onderstreept de kritieke noodzaak om het volledig wettige multi-etnische en meertalige karakter van de staat te ondersteunen; dringt er bij Bolivia op aan structurele veranderingen en hervormingen door te voeren, met inbegrip van de benoeming van een onafhankelijke en onpartijdige ombudsman, om de onderliggende oorzaken van de crises die in het land zijn opgeflakkerd aan te pakken;

9.  is van mening dat de EU en Bolivia hun betrokkenheid en dialoog in het kader van de SAP+-onderhandelingen moeten voortzetten en versterken, aangezien Bolivia het enige land in de Andesgemeenschap is dat geen overeenkomst met de EU heeft gesloten; is van mening dat de EU Bolivia moet blijven steunen en bereid moet zijn zich verder in te zetten, op voorwaarde dat er duidelijke stappen worden gezet om de situatie te verbeteren en dat de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten worden geëerbiedigd;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, der regering van Bolivia, het plurinationale grondwettelijk hof van Bolivia, de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten, het Andesparlement en de Euro‑Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, de secretaris-generaal van de VN en de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten.

(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0077.

Laatst bijgewerkt op: 26 juli 2021Juridische mededeling - Privacybeleid