Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/2023(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0124/2021

Ingediende teksten :

A9-0124/2021

Debatten :

PV 28/04/2021 - 15
PV 28/04/2021 - 17
CRE 28/04/2021 - 15
CRE 28/04/2021 - 17

Stemmingen :

PV 29/04/2021 - 4
PV 29/04/2021 - 19
CRE 29/04/2021 - 4

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0163

Aangenomen teksten
PDF 167kWORD 60k
Donderdag 29 april 2021 - Brussel
De betrekkingen tussen de EU en India
P9_TA(2021)0163A9-0124/2021

Aanbeveling van het Europees Parlement van 29 april 2021 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de betrekkingen tussen de EU en India (2021/2023(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de komende bijeenkomst van de leiders van de EU en India die is aangekondigd voor 8 mei 2021 in Porto, Portugal,

–  gezien het in 2004 vastgestelde strategische partnerschap tussen de EU en India,

–  gezien de samenwerkingsovereenkomst EU-India van 1994,

–  gezien de gezamenlijke verklaring en het “EU-India Strategic Partnership: A Roadmap to 2025”(1), dat werd vastgesteld tijdens de virtuele top EU-India op 15 juli 2020, en de andere gezamenlijke verklaringen die onlangs werden ondertekend, onder meer op het gebied van terrorismebestrijding, klimaat en energie, verstedelijking, migratie en mobiliteit en het waterpartnerschap,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de Commissie van 20 november 2018 getiteld “Elementen voor een EU-strategie inzake India” (JOIN(2018) 28) en de hieraan gerelateerde conclusies van de Raad over de EU-strategie ten aanzien van India van 10 december 2018 (14634/18),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de VV/HV en de Commissie van 19 september 2018 getiteld “Versterken van de banden tussen Europa en Azië – Bouwstenen voor een EU-strategie” (JOIN(2018) 31) en de hieraan gerelateerde conclusies van de Raad van 15 oktober 2018 (13097/18),

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 mei 2018 over Versterkte samenwerking op veiligheidsgebied van de EU in en met Azië (9265/1/18 REV 1),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 4 september 2001 getiteld “Europa en Azië: een strategisch kader voor versterkte partnerschappen” (COM(2001)0469),

–  gezien de toekomstige verordening tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking 2021-2027 (2018/0243(COD)),

–  gezien zijn resoluties van 20 januari 2021 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2020(2), van 21 januari 2021 over connectiviteit en de betrekkingen EU-Azië(3) en van 13 september 2017 over de politieke betrekkingen van de EU met India(4), alsmede zijn andere eerdere resoluties over India, waaronder die over inbreuken op de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat,

–  gezien zijn aanbeveling van 28 oktober 2004 aan de Raad betreffende de betrekkingen tussen de Europese Unie en India(5),

–  gezien zijn resolutie van 29 september 2005 over de betrekkingen tussen de EU en India: een strategisch partnerschap(6),

–  gezien zijn resolutie van 13 april 2016 over de EU in een veranderende mondiale omgeving – een meer geconnecteerde, gecontesteerde en complexe wereld(7),

–  gezien zijn resolutie van 10 mei 2012 over piraterij op zee(8),

–  gezien zijn resolutie van 27 oktober 2016 over nucleaire veiligheid en non-proliferatie(9),

–  gezien de tiende bijeenkomst van het parlementair samenwerkingsverband Azië-Europa (ASEP10) in Brussel op 27 en 28 september 2018 en de daarover aangenomen verklaring, en de elfde bijeenkomst van het parlementair samenwerkingsverband Azië-Europa (ASEP11) in Phnom Penh, Cambodja, op 26 en 27 mei 2021,

–  gezien de dialoog op hoog niveau tussen de EU en India over handel en investeringen, waarvan de eerste bijeenkomst op 5 februari 2021 plaatsvond,

–  gezien het werkbezoek van zijn Commissie buitenlandse zaken aan India op 21 en 22 februari 2017,

–  gezien het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024,

–  gezien de conclusies van de Raad van 22 februari 2021 over de prioriteiten van de EU in de mensenrechtenfora van de VN in 2021,

–  gezien de thematische richtsnoeren van de EU inzake de mensenrechten, met inbegrip van de richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers en over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging,

–  gezien artikel 118 van zijn Reglement,

–  gezien de brief van de Commissie internationale handel en gezien haar bevoegdheden op grond van bijlage VI bij zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0124/2021),

A.  overwegende dat de leiders van de EU en India op 8 mei 2021 in Porto, Portugal, bijeen zullen komen, naar aanleiding van hun toezegging om regelmatig op het hoogste niveau bijeen te komen en het in 2004 vastgestelde strategische partnerschap te versterken met het oog op intensivering van de economische en politieke samenwerking;

B.  overwegende dat het strategische partnerschap EU-India, dat zich heeft ontwikkeld van een economisch partnerschap tot een partnerschap dat betrekking heeft op een aantal sectoren, waarin de toenemende geopolitieke macht van India en de gedeelde democratische waarden worden weerspiegeld, in de afgelopen jaren in een stroomversnelling is terechtgekomen, als gevolg van de nieuwe politieke wil om de strategische dimensie ervan te versterken;

C.  overwegende dat de EU en India, als de twee grootste democratieën ter wereld, sterke politieke, economische, sociale en culturele banden hebben; overwegende dat de bilaterale betrekkingen hun potentieel echter nog niet volledig hebben bereikt en een grotere politieke betrokkenheid vereisen; overwegende dat de leiders van de EU en India te kennen hebben gegeven dat zij vasthouden aan en zich willen inzetten voor effectief multilateralisme en een op regels gebaseerde multilaterale orde waarvan de VN en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de spil vormen;

D.  overwegende dat de regionale en mondiale invloed van India toeneemt en dat zijn positie als donor en als economische en militaire macht steeds sterker wordt; overwegende dat het Indiase voorzitterschap van de G20 in 2023 en zijn lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2021-2022 en van de VN-Mensenrechtenraad in 2019-2021 het meer dan ooit nodig maken om het mondiale bestuur beter te coördineren en verder te werken aan een gedeelde visie inzake een op regels gebaseerd multilateralisme;

E.  overwegende dat in het strategisch kader van de EU, dat gebaseerd is op haar mondiale strategie, haar strategie inzake India, haar EU-Azië-connectiviteitsstrategie en de nieuwe Indo-Pacifische strategie, wordt benadrukt dat het van vitaal belang is om met India samen te werken aan de mondiale agenda van de Unie; overwegende dat bilaterale en multilaterale samenwerking in de huidige context van toegenomen mondiale risico’s en toenemende wedijver tussen grootmachten gericht moet zijn op de versterking van de internationale veiligheid, de verbetering van de paraatheid en respons inzake mondiale gezondheidscrises, zoals de huidige COVID-19-pandemie, de bevordering van de mondiale economische stabiliteit en inclusieve groei, alsmede de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN;

F.  overwegende dat India een sterke en groeiende economie heeft; overwegende dat de EU de belangrijkste handelspartner van India is, terwijl India de op acht na grootste handelspartner van de EU is; overwegende dat de Indische Oceaan van strategisch belang is voor de wereldhandel en van vitaal economisch en strategisch belang voor zowel de EU als India; overwegende dat de EU en India sterke wederzijdse belangen in de Indo-Pacifische regio hebben, waarbij de nadruk ligt op het behoud hiervan als een gebied met eerlijke mededinging, ongestoorde scheepvaartverbindingen, stabiliteit en veiligheid;

G.  overwegende dat connectiviteit een belangrijk onderdeel van de wederzijdse strategische agenda van de EU en India moet vormen, overeenkomstig de EU-Azië-connectiviteitsstrategie; overwegende dat tijdens de meest recente topbijeenkomst tussen de EU en India overeenstemming werd bereikt over de beginselen van duurzame connectiviteit en werd afgesproken onderzoek te doen naar manieren om de connectiviteit tussen de EU en India te verbeteren, en in aansluiting daarop ook de connectiviteit met derde landen, onder meer in de Indo-Pacifische regio; overwegende dat het belang van connectiviteit zich niet beperkt tot fysieke infrastructuur zoals wegen en spoorwegen, maar zich ook uitstrekt tot zeeroutes, digitale infrastructuur en milieuaspecten, met bijzondere nadruk op de Europese Green Deal; overwegende dat connectiviteit een geopolitieke en transformatieve rol heeft, alsmede een duurzame motor voor groei en werkgelegenheid is;

H.  overwegende dat leiderschap van de EU en India vereist is voor het bevorderen van een doeltreffende klimaatdiplomatie, een mondiale inzet voor de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de mondiale bescherming van het klimaat en het milieu;

I.  overwegende dat lokale en internationale mensenrechtenwaarnemers melden dat mensenrechtenverdedigers en journalisten in India geen veilige werkomgeving hebben; overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet, de Indiase regering in oktober 2020 heeft opgeroepen om de rechten van mensenrechtenverdedigers en ngo’s te waarborgen, en haar bezorgdheid heeft uitgesproken over de geringere ruimte voor maatschappelijke organisaties, de aanhouding van mensenrechtenverdedigers en aanklachten tegen mensen die louter hun recht van vrije meningsuiting en vreedzame vergadering uitoefenden, alsmede over het gebruik van wetten om dissidenten de mond te snoeren, bijvoorbeeld met de wet ter regulering van buitenlandse bijdragen en de “Unlawful Activities Prevention Act”;

J.  overwegende dat Amnesty International gedwongen was haar kantoren in India te sluiten nadat haar bankrekeningen werden bevroren wegens een vermeende schending van de wet ter regulering van buitenlandse bijdragen, en dat drie speciale VN-rapporteurs erop hebben aangedrongen die wet te wijzigen, in overeenstemming met de juridische verplichtingen van India krachtens het internationaal recht;

K.  overwegende dat maatschappelijke organisaties melden dat vrouwen in India te maken hebben met een aantal ernstige uitdagingen en schendingen van hun rechten, onder meer in verband met culturele, tribale en traditionele praktijken, seksueel geweld en seksuele intimidatie, en mensenhandel; overwegende dat vrouwen uit religieuze minderheden dubbel kwetsbaar zijn, om nog te zwijgen van vrouwen uit een lagere kaste;

L.  overwegende dat discriminatie op grond van kaste, hoewel dat verboden is, nog steeds een structureel probleem is in India, onder meer in het strafrechtsysteem, waardoor Dalits geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, het onderwijs, de gezondheidszorg en begrotingsmiddelen voor de ontwikkeling van Dalit;

M.  overwegende dat India een van de landen is die het zwaarst door de COVID-19-pandemie getroffen zijn, met meer dan elf miljoen bevestigde gevallen en meer dan 150 000 doden, en dat de Indiase regering het initiatief heeft genomen om miljoenen vaccins te schenken aan landen in zijn directe omgeving en belangrijke partnerlanden in de Indische Oceaan;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan:

Algemene betrekkingen tussen de EU en India

Samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid

Bevordering van de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur

Handel voor duurzaamheid en welvaart

Veerkracht door middel van sectorale partnerschappen

   a) de betrekkingen tussen de EU en India als strategische partners verder te verbeteren en te verdiepen en de toezegging gestand te doen om regelmatig dialogen op verschillende niveaus te houden, waaronder op topniveau;
   b) de vooruitgang van het strategisch partnerschap die sinds de top van afgelopen jaar is geboekt te consolideren en tastbare vooruitgang te boeken op het gebied van prioritaire kwesties, met name een veerkrachtige mondiale gezondheid, klimaatverandering en groene groei, digitalisering en nieuwe technologieën, connectiviteit, handel en investeringen, het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid, en mensenrechten;
   c) zich te blijven inzetten voor de EU-strategie inzake India van 2018 en de routekaart EU-India 2025 en die volledig uit te voeren in coördinatie met de eigen betrekkingen van de lidstaten met India; duidelijke en openbare criteria vast te stellen voor het meten van de vooruitgang ten aanzien van de routekaart; te zorgen voor parlementair toezicht op het EU-beleid inzake India door middel van regelmatige gedachtewisselingen met de Commissie buitenlandse zaken;
   d) het volledige potentieel van de bilaterale betrekkingen tussen de twee grootste democratieën ter wereld te benutten; de noodzaak te herhalen van een diepgaander partnerschap op basis van de gedeelde waarden van vrijheid, democratie, pluralisme, de rechtsstaat, gelijkheid, eerbiediging van de mensenrechten, inzet voor de bevordering van een inclusieve, samenhangende en op regels gebaseerde wereldorde, doeltreffend multilateralisme en duurzame ontwikkeling, bestrijding van de klimaatverandering en bevordering van vrede en stabiliteit in de wereld;
   e) het belang te benadrukken van India als partner in de mondiale strijd tegen klimaatverandering en de aantasting van de biodiversiteit, en bij een groene transitie naar hernieuwbare energie en klimaatneutraliteit; gedeelde plannen te consolideren voor de volledige uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de nationaal bepaalde bijdragen hiervan en voor gezamenlijke klimaatdiplomatie;
   f) het verzoek van de Raad uit 2018 te herhalen om de institutionele architectuur van de samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en India van 1994 te moderniseren, overeenkomstig de nieuwe gemeenschappelijke verwachtingen en mondiale uitdagingen; het idee nieuw leven in te blazen om te onderhandelen over een strategische partnerschapsovereenkomst met een sterke parlementaire dimensie die, waar nodig, contacten en samenwerking op staatsniveau bevordert;
   g) een gestructureerde interparlementaire dialoog te bevorderen, onder meer door India aan te moedigen in de Lok Sabha (het Indiaas lagerhuis) en de Rajya Sabha (het Indiaas hogerhuis) een permanente tegenhanger vast te stellen voor de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met de Republiek India en door contacten tussen commissies te bevorderen;
   h) het maatschappelijk middenveld van de EU en India, waaronder vakbonden, confessionele organisaties, feministische en LHBTIQ-organisaties, milieuorganisaties, kamers van koophandel en andere belanghebbenden actief en regelmatig te raadplegen en te betrekken bij de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van de betrekkingen tussen de EU en India; met het oog hierop te streven naar de oprichting van een platform voor het maatschappelijk middenveld EU-India en de organisatie van een parallelle jeugdtop EU-India tijdens toekomstige topbijeenkomsten tussen de EU en India teneinde de betrekkingen tussen de jongere generaties te versterken;
   i) de diplomatieke inspanningen van de EU ter verbetering van het wederzijds begrip tussen de EU, haar lidstaten en India te consolideren, en de kennis bij beide partijen te helpen vergroten met de hulp van de academische wereld, denktanks en vertegenwoordigers uit heel de Unie en India;
   j) meer synergie te bevorderen in het buitenlands en veiligheidsbeleid door middel van de bestaande relevante dialoogmechanismen en binnen fora die in het kader van de routekaart EU-India 2025 zijn opgericht, en in het licht van de recente strategische nadruk die de EU heeft gelegd op een versterkte veiligheidssamenwerking in en met Azië, waar India steeds meer een belangrijke en strategische rol speelt;
   k) te benadrukken dat de intensievere samenwerking tussen de EU en India op veiligheids- en defensiegebied niet gezien moet worden als een bijdrage tot polarisatie in de Indo-Pacifische regio, maar als de bevordering van de gemeenschappelijke veiligheid, stabiliteit en vreedzame ontwikkeling;
   l) de noodzaak te benadrukken van een nauwere thematische coördinatie van internationaal veiligheidsbeleid en van actie op gebieden zoals nucleaire veiligheid en de non-proliferatie en controle van massavernietigingswapens, de beperking van chemische, biologische en radiologische wapens, de bevordering van regionale conflictpreventie en vredesopbouw, de bestrijding van piraterij, maritieme veiligheid, terrorismebestrijding (met inbegrip van de bestrijding van radicalisering, het witwassen van geld en terrorismefinanciering), gewelddadig extremisme, desinformatiecampagnes alsmede cyberveiligheid, hybride dreigingen en de ruimte; het belang van de dialoog inzake terrorismebestrijding tussen de EU en India te benadrukken; de onderlinge militaire betrekkingen en uitwisselingen te versterken om het strategisch partnerschap tussen de EU en India te verstevigen;
   m) op te merken dat de EU en India twee van de grootste contribuanten van VN-vredesmissies en toegewijde voorvechters van duurzame vrede zijn; discussies en initiatieven aan te moedigen voor de uitbreiding van de samenwerking op het gebied van vredeshandhaving;
   n) met tevredenheid kennis te nemen van de zes regelmatige raadplegingen EU-India over ontwapening en non-proliferatie die hebben plaatsgevonden, en India aan te moedigen om de regionale samenwerking te versterken en concrete stappen te ondernemen in dat verband; te erkennen dat India is toegetreden tot drie belangrijke multilaterale regelingen voor toezicht op de export die verband houden met proliferatie, en een nauwer partnerschap EU-India binnen die fora aan te moedigen;
   o) standpunten en initiatieven op multilaterale fora, en met name bij de VN, de WTO en de G20, te coördineren door aan te dringen op gezamenlijke doelstellingen die stroken met gedeelde internationale waarden en normen, de dialoog uit te breiden en standpunten op doeltreffende wijze op elkaar af te stemmen ter verdediging van het multilateralisme en een op regels gebaseerde internationale orde; deel te nemen aan discussies over een hervorming van de VN-Veiligheidsraad en diens werkmethoden, en het verzoek van India te steunen om permanent lid te worden van een hervormde VN-Veiligheidsraad;
   p) conflictpreventie en economische samenwerking te bevorderen door steun te bieden aan initiatieven voor regionale integratie in Zuid-Azië, onder meer in het kader van de Zuid-Aziatische Associatie voor Regionale Samenwerking (SAARC);
   q) voort te bouwen op de uitgebreide regionale ervaring van India en de bestaande benaderingen van de EU-lidstaten voor de Indo-Pacifische regio teneinde een proactieve, alomvattende en realistische Europese Indo-Pacifische strategie te ontwikkelen op basis van gedeelde beginselen, waarden en (economische) belangen en het internationaal recht; waar gepast te streven naar de coördinatie van het Europese en het Indiase beleid inzake de Indo-Pacifische regio en de samenwerking uit te breiden naar alle gebieden van gemeenschappelijk belang; terdege rekening te houden met de soevereine beleidskeuzes van andere landen in de regio en met de bilaterale betrekkingen van de EU met hen;
   r) door middel van specifieke maatregelen ambitieus gezamenlijk optreden te bevorderen bij de coördinatie van ontwikkelingshulp en humanitaire hulp, ook in het Midden‑Oosten en Afrika, en bij het versterken van democratische processen en het tegengaan van autoritaire trends en allerlei vormen van extremisme, waaronder nationalistisch en religieus extremisme;
   s) gezamenlijk optreden te bevorderen bij de coördinatie van voedselzekerheids- en noodhulpoperaties, in overeenstemming met de humanitaire beginselen die zijn vastgelegd in het internationaal humanitair recht, met inbegrip van onpartijdigheid, neutraliteit en non-discriminatie bij hulpverlening;
   t) kenbaar te maken dat de EU de situatie in Kasjmir nauwlettend volgt; opnieuw te pleiten voor stabiliteit en de-escalatie tussen India en Pakistan, beide kernwapenstaten, en zich te blijven inzetten voor eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden; te bevorderen dat gevolg wordt gegeven aan de resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de verslagen van de UNHCR over Kasjmir; India en Pakistan te vragen om zich te beraden over de enorme voordelen voor mens, economie en politiek die de oplossing van dit conflict met zich mee zou brengen;
   u) vanuit de EU nieuwe inspanningen te leveren om op basis van de beginselen van het internationaal recht toenadering en het herstel van goede nabuurschapsbetrekkingen tussen India en Pakistan te bewerkstelligen door middel van een alomvattende dialoog en een stapsgewijze aanpak, te beginnen met vertrouwenwekkende maatregelen; in dat verband de gezamenlijke verklaring van India en Pakistan van 25 februari 2021 over het staakt-het-vuren toe te juichen als een belangrijke stap in de totstandbrenging van regionale vrede en stabiliteit; erop te wijzen dat duurzame vrede en samenwerking tussen India en Pakistan, waarmee een positieve bijdrage kan worden geleverd aan de veiligheidssituatie en de economische ontwikkeling in de regio, uitsluitend bereikt kunnen worden door bilaterale inzet; daarnaast te benadrukken dat op beide staten een zware verantwoordelijkheid inzake vredesopbouw rust, aangezien zij beide kernmachten zijn;
   v) te erkennen dat India al lang steun verleent aan Afghanistan en zich inzet voor een mensgerichte en lokaal geleide aanpak van de vredesopbouw; met India en andere regionale staten samen te werken aan het bevorderen van de stabilisatie, veiligheid, vreedzame conflictoplossing en democratische waarden, waaronder vrouwenrechten, in het land; te herhalen dat een vreedzaam en welvarend Afghanistan de ruimere regio ten goede zou komen;
   w) te beklemtonen dat de instandhouding van vrede, stabiliteit en de vrijheid van scheepvaart in de regio Azië-Stille Oceaan van essentieel belang blijft voor de belangen van de EU en haar lidstaten; het wederzijdse engagement te versterken om ervoor te zorgen dat de handel in de Indo-Pacifische regio niet wordt gehinderd; een gemeenschappelijke interpretatie van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee te bevorderen, onder meer met betrekking tot de vrijheid van scheepvaart, en de samenwerking op het gebied van maritieme veiligheid en gezamenlijke opleidingsmissies in de Indo-Pacifische regio te intensiveren, teneinde de veiligheid en vrijheid van de scheepvaart op de maritieme verbindingen te vrijwaren; erop te wijzen dat bij de samenwerking met landen in de Indo-Pacifische regio, met name in een context van toenemende regionale machtsstrijd, de beginselen van openheid, welvaart, inclusiviteit, duurzaamheid, transparantie, wederkerigheid en levensvatbaarheid in acht moeten worden; een dialoog op hoog niveau tussen de EU en India over maritieme samenwerking te initiëren, gericht op een verbreding van de reikwijdte van de huidige raadplegingen over de bestrijding van piraterij en een verbetering van de interoperabiliteit en coördinatie van de EUNAVFOR-operatie Atalanta, het Indiase Information Fusion Centre for the Indian Ocean Region (IFC-IOR) en de Indiase marine op het gebied van maritieme bewaking, rampenhulp en gezamenlijke opleidingen en oefeningen;
   x) zich gezamenlijk in te zetten voor een verdere dialoog met het oog op de spoedige totstandkoming van een gedragscode voor de Zuid-Chinese Zee, die geen afbreuk doet aan de legitieme rechten van staten overeenkomstig het internationaal recht;
   y) met bezorgdheid kennis te nemen van de verslechterende betrekkingen tussen India en de Volksrepubliek China, onder meer door het expansieve beleid en de aanzienlijke militaire opbouw van de Volksrepubliek China; een vreedzame geschillenbeslechting, een constructieve en alomvattende dialoog en de handhaving van het internationaal recht aan de grens tussen India en China te ondersteunen;
   z) de inzet van India te erkennen voor de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid door middel van zijn bijdrage aan vredeshandhavingsmissies; hun wederzijdse inzet voor de uitvoering van Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad te versterken, met inbegrip van de ontwikkeling van nationale actieplannen met passende begrotingstoewijzingen voor een doeltreffende uitvoering;
   aa) een gezamenlijke inzet aan te moedigen voor de uitvoering van Resoluties 2250, 2419 en 2535 van de VN-Veiligheidsraad over jongeren, vrede en veiligheid, onder meer door middel van de ontwikkeling van nationale strategieën en actieplannen voor jongeren, vrede en veiligheid, met passende begrotingstoewijzingen en een nadruk op conflictpreventie; India aan te moedigen om samen met lidstaten van de EU in de capaciteiten van jongeren te investeren en partnerschappen met jongerenorganisaties te vormen ter bevordering van dialoogvoering en verantwoording; nieuwe manieren te verkennen om jongeren te betrekken bij het opbouwen van positieve vrede en veiligheid;
   ab) de mensenrechten en democratische waarden centraal te stellen bij de betrekkingen van de EU met India en zo een resultaatgerichte en constructieve dialoog en een dieper wederzijds begrip mogelijk te maken; in samenwerking met India een strategie te ontwikkelen om mensenrechtenkwesties, vooral met betrekking tot vrouwen, kinderen, etnische en religieuze minderheden en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en rechtsstatelijke kwesties zoals corruptiebestrijding en een vrij en veilig klimaat voor onafhankelijke journalisten en het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van mensenrechtenverdedigers, aan te pakken en overwegingen in verband met de mensenrechten op te nemen in het bredere partnerschap EU-India;
   ac) uiting te geven aan zijn diepe bezorgdheid over de gewijzigde Indiase wet op het staatsburgerschap, die volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten fundamenteel discriminerend van aard is jegens moslims en gevaarlijke verdeeldheid zaait; India aan te moedigen het recht om een godsdienst naar keuze vrijelijk te belijden en uit te dragen te waarborgen, zoals verankerd in artikel 25 van de Indiase grondwet; zich in te spannen om haatzaaiende uitingen die aanzetten tot discriminatie of geweld uit te bannen of tegen te gaan, aangezien die een giftig klimaat creëren waarin onverdraagzaamheid en geweld tegen religieuze minderheden zich ongestraft kunnen voordoen; beste praktijken uit te wisselen voor het opleiden van politiediensten op het gebied van verdraagzaamheid en internationale mensenrechtennormen; het verband te onderkennen tussen de anti-bekeringswetten en het geweld tegen religieuze minderheden, met name de christelijke en de moslimgemeenschap;
   ad) India als lid van de VN-Mensenrechtenraad aan te moedigen gehoor te geven aan alle aanbevelingen in het proces van de universele periodieke doorlichting, de bezoeken van speciale VN-rapporteurs – met inbegrip van de speciale VN-rapporteur voor de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, de speciale VN-rapporteur inzake het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, en de speciale VN-rapporteur inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies – te aanvaarden en te vergemakkelijken en nauw met hen samen te werken bij de monitoring van de ontwikkelingen in de civiele ruimte en op het gebied van de grondrechten en fundamentele vrijheden, als onderdeel van zijn toezegging om de echte deelname en doeltreffende betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten aan te moedigen;
   ae) de mensenrechtensituatie en de uitdagingen waarmee het maatschappelijk middenveld wordt geconfronteerd, in het bijzonder de kwesties die aan de orde zijn gesteld door de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en de speciale VN-rapporteurs, bij hun dialoog met de Indiase autoriteiten aan te halen – ook op topniveau; India, als grootste democratie ter wereld, aan te moedigen blijk te geven van zijn inzet om de grondwettelijk gewaarborgde rechten op vrijheid van meningsuiting voor iedereen, ook online, het recht op vreedzame vergadering en vereniging, onder meer in verband met de meest recente grootschalige protesten van landbouwers, en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging te eerbiedigen, te beschermen en onverkort te handhaven; India op te roepen een veilig klimaat te creëren waarin mensenrechtenverdedigers, milieuactivisten, journalisten en andere actoren uit het maatschappelijk middenveld vrij van politieke of economische druk hun activiteiten kunnen ontplooien, alsook hun grondrechten en fundamentele vrijheden te beschermen en te waarborgen, niet langer een beroep te doen op wetten betreffende opruiing en terrorisme als middel om hun legitieme activiteiten te beperken, onder meer in Jammu en Kasjmir, een einde te maken aan algemene beperkingen van internettoegang, wetgeving te beoordelen teneinde te voorkomen dat die wordt misbruikt om andersdenkenden het zwijgen op te leggen, wetten die discriminatie bevorderen, te wijzigen alsmede de toegang tot de rechter te vergemakkelijken en te zorgen voor verantwoording voor mensenrechtenschendingen; aandacht te vragen voor de schadelijke gevolgen van de wet ter regulering van buitenlandse bijdragen voor maatschappelijke organisaties;
   af) India aan te moedigen verdere stappen te nemen om gendergerelateerd geweld en discriminatie te onderzoeken en te voorkomen, alsmede om gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen te bevorderen; aandacht te vragen voor het toenemende geweld tegen vrouwen en meisjes in India door aan te dringen op grondig onderzoek naar geweldsmisdrijven tegen vrouwen en meisjes, de opleiding van politieagenten in traumabewust politiewerk en onderzoek, de inzet van een doeltreffend monitoringmechanisme om toezicht te houden op de toepassing van wetten die betrekking hebben op seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, alsmede een snellere gerechtelijke afhandeling en een betere bescherming van de slachtoffers;
   ag) het probleem van de aanhoudende discriminatie op grond van kaste aan te kaarten en te wijzen op de belangrijke kwestie om Adivasi-gemeenschappen rechten toe te kennen op grond van de Indiase Forest Rights Act;
   ah) eraan te herinneren dat de EU al geruime tijd principieel tegenstander is van de doodstraf en bij India opnieuw te pleiten voor een moratorium op de doodstraf met het oog op de definitieve afschaffing daarvan;
   ai) te erkennen dat India een nationaal actieplan voor bedrijfsleven en mensenrechten aan het ontwikkelen is met het oog op de volledige toepassing van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, waarbij alle ondernemingen worden gewezen op hun verantwoordelijkheden bij de naleving van de mensenrechten in hun waardeketens, en de EU en India aan te moedigen actief deel te nemen aan de lopende onderhandelingen over een bindend VN-verdrag inzake de verantwoordelijkheid van ondernemingen voor de mensenrechten;
   aj) er bij India op aan te dringen het VN-Verdrag tegen foltering en het daarbij behorende facultatieve protocol alsook het VN-Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning te ratificeren;
   ak) India aan te moedigen verdere steun te verlenen aan de internationale rechtspraak door het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof te ondertekenen;
   al) India aan te moedigen om door te gaan met de traditie om bescherming te verlenen aan personen die vluchten voor geweld en vervolging totdat de voorwaarden voor een veilige, waardige en vrijwillige terugkeer zijn vervuld, en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om risico’s op staatloosheid voor gemeenschappen in India weg te nemen;
   am) er andermaal op te wijzen dat het belangrijk is zo spoedig mogelijk een regelmatige mensenrechtendialoog tussen de EU en India aan te gaan, in overeenstemming met de toezegging in het kader van de routekaart EU-India, en in overeenstemming met het gedeelde voornemen om de vergaderingen na acht jaar zonder dergelijke bijeenkomsten te hervatten, als een belangrijke gelegenheid voor beide partijen om resterende mensenrechtenkwesties te bespreken en op te lossen; deze dialoog op te waarderen tot een dialoog op centraal niveau en ernaar te streven deze zinvol te maken door voor deelname op hoog niveau te zorgen, concrete toezeggingen, criteria en benchmarks voor vooruitgang vast te stellen, individuele zaken aan te halen en een dialoog van het maatschappelijk middenveld EU-India mogelijk te maken in de aanloop naar de intergouvernementele dialoog; de EDEO te verzoeken regelmatig aan het Parlement verslag te doen over de bereikte resultaten;
   an) erop te wijzen dat de handel tussen de EU en India tussen 2009 en 2019 met meer dan 70 % is toegenomen en dat het in beider belang is de economische banden nauwer aan te halen; te erkennen dat India voor de EU een degelijk alternatief is als zij haar toeleveringsketens wil diversifiëren, en dat de EU India’s grootste handelspartner in de agrovoedingssector is;
   ao) de kans aan te grijpen die de bijeenkomst van de leiders van de EU en India biedt om open te spreken over een op waarden gebaseerde samenwerking op het hoogste niveau op het gebied van handel en investeringen; opnieuw kenbaar te maken dat de EU bereid is onderhandelingen aan te gaan over een afzonderlijke investeringsbeschermingsovereenkomst, waarmee de rechtszekerheid voor investeerders aan beide kanten kan worden vergroot en de bilaterale handelsbetrekkingen verder zouden worden versterkt; te werken aan het behalen van gemeenschappelijke en wederzijds voordelige doelstellingen op gebieden die kunnen bijdragen aan economische groei en innovatie en die in overeenstemming zijn met en bijdragen aan de eerbiediging van de universele mensenrechten, met inbegrip van arbeidsrechten, het bevorderen van de bestrijding van de klimaatverandering en het nastreven van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Agenda 2030;
   ap) optimaal gebruik te maken van de toewijding van India aan multilateralisme en een internationale op regels gebaseerde handelsorde; de cruciale rol van India te bevorderen bij de lopende inspanningen om de Wereldhandelsorganisatie te hervormen;
   aq) te evalueren in hoeverre het onderhandelingsmandaat van de Commissie moet worden geactualiseerd als het de bedoeling is een handels- en samenwerkingsovereenkomst te sluiten die ambitieuze bepalingen zou omvatten met betrekking tot een afdwingbaar hoofdstuk inzake handel en duurzame ontwikkeling dat is afgestemd op de Overeenkomst van Parijs, alsook passende bepalingen inzake de rechten en plichten van beleggers en inzake de mensenrechten; constructieve onderhandelingen te waarborgen, maar tegelijkertijd niet de ogen te sluiten voor de verschillende ambitieniveaus van de twee partijen; in dat opzicht voort te bouwen op de bemoedigende ontwikkeling van de houding van de Indiase autoriteiten met betrekking tot hun bereidheid om bepalingen inzake handel en duurzame ontwikkeling op te nemen in een toekomstige overeenkomst;
   ar) de onderhandelingen over een connectiviteitspartnerschap met India af te ronden; dat partnerschap met name te ondersteunen door leningen en garanties voor duurzame investeringen in bilaterale en multilaterale digitale en groene infrastructuurprojecten in India te laten verstrekken door publieke en private entiteiten in de Unie, zoals de Europese Investeringsbank (EIB) en het nieuwe extern financieringsinstrument, overeenkomstig het potentieel dat is beschreven in de EU-Azië-connectiviteitsstrategie; onderzoek te doen naar synergieën tussen de samenwerking tussen de EU en India en die met andere landen in Zuid-Azië en de afstemming daarvan op verschillende connectiviteitsstrategieën;
   as) te waarborgen dat connectiviteitsinitiatieven gebaseerd zijn op sociale, fiscale en milieunormen en de waarden duurzaamheid, transparantie, inclusiviteit, de rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten en wederkerigheid, en volledig in overeenstemming zijn met het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de bijbehorende rechtsinstrumenten, waaronder de Overeenkomst van Parijs;
   at) de deskundigheid van India op het gebied van het beheer van natuurrampen te erkennen; intensiever met India samen te werken bij het verbeteren van de paraatheid van de regio voor natuurrampen, onder meer door middel van het partnerschap in het kader van de coalitie voor rampbestendige infrastructuur, een multilateraal initiatief dat gericht is op uitgebreider onderzoek en kennisuitwisseling op het gebied van risicobeheer voor infrastructuur;
   au) de samenwerking op het gebied van duurzame mobiliteit te versterken door middel van concrete maatregelen zoals de verdere ontwikkeling van infrastructuur voor elektrisch vervoer en investeringen in spoorwegprojecten; het vitale belang van spoorwegen te benadrukken voor het verminderen van de congestie en verontreiniging in grote stedelijke gebieden, het verwezenlijken van de klimaatdoelstellingen en het waarborgen van de veerkracht van vitale toeleveringsketens, onder meer tijdens crises;
   av) verdere samenwerking voor de aanpak van uitdagingen ten gevolge van de snelle verstedelijking te ondersteunen, onder meer door de uitwisseling van kennis en beste praktijken via gedeelde platforms en samenwerking tussen steden, samenwerking op het gebied van slimme stadstechnologie en de verstrekking van verdere financiële steun voor stadsvervoersprojecten in India via de EIB;
   aw) te wijzen op de rol van India als grote fabrikant van farmaceutische producten, generieke geneesmiddelen en vaccins, met name in de context van de aanhoudende wereldwijde gezondheidscrisis; gemeenschappelijke ondernemingen aan te moedigen teneinde de universele toegang tot COVID-19-vaccins te waarborgen; te streven naar leiderschap van de EU en India bij de bevordering van gezondheid als mondiaal publiek goed, met name door multilaterale initiatieven te steunen, waaronder Covax, en te helpen de universele toegang tot vaccins te waarborgen, vooral onder minder draagkrachtige landen, met name door samen te werken in het kader van de relevante internationale fora;
   ax) het ambitieniveau van de bilaterale en multilaterale samenwerking tussen de EU en India op het gebied van klimaatverandering te verhogen, met name door versneld in te zetten op groene groei en een rechtvaardige, veilige en schone energietransitie, de verwezenlijking van klimaatneutraliteit en aanscherping van de ambitie voor de nationaal bepaalde bijdragen; het gezamenlijke mondiale leiderschap ter ondersteuning van de Overeenkomst van Parijs voort te zetten en aandacht te besteden aan de uitvoering van de agenda voor schone en hernieuwbare energie en voor een circulaire economie;
   ay) opnieuw, als twee belangrijke uitstoters van broeikasgassen in de wereld, de gezamenlijke toezegging te doen zich op meer gecoördineerde wijze te zullen inspannen voor de mitigatie van de gevolgen van klimaatverandering; kennis te nemen van het leiderschap van India op het gebied van hernieuwbare energie en de vooruitgang die is geboekt door het partnerschap voor schone energie en klimaat tussen de EU en India; investeringen en samenwerking te stimuleren voor het bevorderen van elektrische mobiliteit, duurzame koeltechnieken, de volgende generatie batterij- en accutechnologieën, de gedistribueerde productie van elektriciteit en een rechtvaardige transitie in India; een discussie op gang te brengen over strategische samenwerking op het gebied van zeldzame aardmetalen en deze te evalueren; de uitvoering van het partnerschap voor duurzaam waterbeheer op te voeren;
   az) een ambitieuze gemeenschappelijke agenda en mondiale actie op het gebied van biodiversiteit te bevorderen, ook in de aanloop naar de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 15) in mei 2021;
   ba) te streven naar gezamenlijk leiderschap bij de vaststelling en bevordering van internationale normen in de digitale economie, die gebaseerd zijn op duurzame en verantwoorde digitalisering en een ICT-omgeving op basis van de rechtsstaat en de mensenrechten, terwijl cyberdreigingen worden aangepakt en de grondrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de bescherming van persoonsgegevens, worden beschermd;
   bb) de ambities van de EU ten aanzien van digitale connectiviteit met India op te voeren in het kader van de EU-strategie voor de digitale transformatie; met India samen te werken bij de ontwikkeling en toepassing van kritieke technologieën, met inachtneming van de enorme strategische en veiligheidsimplicaties van die nieuwe technologieën; te investeren in een partnerschap op het gebied van digitale diensten en de ontwikkeling van verantwoorde, op mensenrechten gebaseerde artificiële intelligentie; zich ingenomen te tonen met de inspanningen van India om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te bereiken, vergelijkbaar met de AVG, en de hervorming van de gegevensbescherming in India te blijven ondersteunen; de wederzijdse voordelen van intensievere samenwerking op dit gebied te benadrukken; een verdere convergentie tussen de regelgevingskaders aan te moedigen teneinde een hoge mate van bescherming van persoonsgegevens en privacy te waarborgen, onder meer door eventuele adequaatheidsbesluiten over gegevens, teneinde veilige en beveiligde grensoverschrijdende gegevensstromen en een nauwere samenwerking mogelijk te maken, met name in de ICT-sector en de sector voor digitale diensten; er nota van te nemen dat de onderlinge afstemming van de Indiase en de Europese gegevensregelgeving de wederzijdse samenwerking, de handel en de veilige overdracht van informatie en deskundigheid aanzienlijk zou vergemakkelijken; zich in te zetten om de internationale EU-overeenkomsten inzake mobiele roaming naar India uit te breiden;
   bc) eraan te herinneren dat de ontwikkeling van de digitale sector van uiterst groot belang is voor de veiligheid, en dat die tevens de diversifiëring van de toeleveringsketen van fabrikanten van apparatuur moet omvatten, door een open en interoperabele netwerkarchitectuur te stimuleren, alsmede partnerschappen op het gebied van digitalisering met partners die de waarden van de EU delen en technologie toepassen met eerbiediging van de grondrechten;
   bd) doeltreffende stappen te ondernemen om de mobiliteit tussen de EU en India te bevorderen, onder meer voor migranten, studenten, hoogopgeleide werknemers en artiesten, rekening houdend met de beschikbare vaardigheden en de arbeidsmarktbehoeften in de EU en India; te erkennen dat er zowel in de EU als in India veel talent op het gebied van digitalisering en artificiële intelligentie voorhanden is en dat beide partijen er belang bij hebben op dat gebied een hoog niveau van deskundigheid en samenwerking op te bouwen;
   be) interpersoonlijke contacten te beschouwen als een van de belangrijkste dimensies van het strategisch partnerschap; te verzoeken om een diepgaander partnerschap op het gebied van openbaar onderwijs, onderzoek en innovatie, en culturele uitwisseling; de EU-lidstaten en India te verzoeken om met name te investeren in de capaciteiten en het leiderschap van jongeren en te zorgen voor hun betekenisvolle inclusie in het politieke en economische leven; de deelname van India, en met name Indiase studenten en jonge beroepsbeoefenaars, aan EU-programma’s als Horizon Europa, de Europese Onderzoeksraad, de Marie Skłodowska-Curiebeurs en interpersoonlijke contacten op het gebied van onderwijs en cultuur te bevorderen; in dat verband het Erasmus+-programma te bevorderen en de gelijkwaardige deelname van vrouwelijke studenten, wetenschappers, onderzoekers en professionals aan die programma’s te waarborgen; nauw te blijven samenwerken op het gebied van onderzoek en innovatie, onder meer met betrekking tot mensgerichte en op ethiek gebaseerde digitale technologieën, alsmede de verbetering van digitale geletterdheid en vaardigheden aan te moedigen;
   bf) verder onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een alomvattende samenwerking in het kader van de G20 op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid zoals sociale bescherming, het minimumloon, de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen, het scheppen van fatsoenlijke banen en gezondheid en veiligheid op het werk; samen te werken aan de uitbanning van kinderarbeid door bij te dragen aan de toepassing en het toezicht op de naleving van IAO-Verdrag nr. 138 (Verdrag betreffende de minimumleeftijd) en IAO-Verdrag nr. 182 (Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid), die in juni 2017 door India werden geratificeerd;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

(1) https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2020/07/15/joint-statement-15th-eu-india-summit-15-july-2020/
(2) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0012.
(3) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0016.
(4) PB C 337 van 20.9.2018, blz. 48.
(5) PB C 174 E van 14.7.2005, blz. 179.
(6) PB C 227 E van 21.9.2006, blz. 589.
(7) PB C 58 van 15.2.2018, blz. 109.
(8) PB C 261 E van 10.9.2013, blz. 34.
(9) PB C 215 van 19.6.2018, blz. 202.

Laatst bijgewerkt op: 30 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid