Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/0328(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0322/2021

Ingediende teksten :

A9-0322/2021

Debatten :

PV 14/12/2021 - 4
CRE 14/12/2021 - 4

Stemmingen :

PV 14/12/2021 - 15

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0486

Aangenomen teksten
PDF 136kWORD 46k
Dinsdag 14 december 2021 - Straatsburg
Europees Jaar van de jeugd 2022 ***I
P9_TA(2021)0486A9-0322/2021
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 14 december 2021 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over een Europees Jaar van de jeugd 2022 (COM(2021)0634 – C9-0379/2021 – 2021/0328(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0634),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 165, lid 4, en artikel 166, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0379/2021),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 8 december 2021(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 10 december 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de brief van de Begrotingscommissie van 17 november 2021 over de resultaten van het begrotingsoverleg met betrekking tot het voorstel van de Commissie voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over een Europees Jaar van de jeugd 2022,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A9-0322/2021),

A.  overwegende dat het om redenen van urgentie gerechtvaardigd is om tot stemming over te gaan vóór het verstrijken van de in artikel 6 van het Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken;

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Parlement en de Raad die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd, en die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden bekendgemaakt.

3.  neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd, en die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie zal worden bekendgemaakt;

4.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 14 december 2021 met het oog op de vaststelling van Besluit (EU) 2021/... van het Europees Parlement en de Raad over een Europees Jaar van de jeugd (2022)
P9_TC1-COD(2021)0328

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Besluit (EU) 2021/2316.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad over de financiering van het Europees Jaar van de jeugd (2022) – Besluit (EU) 2021/2316

Het Europees Parlement en de Raad delen het standpunt dat de operationele begroting voor de uitvoering van het Europees Jaar van de jeugd (2022) minimaal 8 miljoen EUR moet bedragen. Van dat bedrag zal 3 miljoen EUR afkomstig zijn uit de jaarbegroting voor 2022 van het Europees Solidariteitskorps en 5 miljoen EUR uit de jaarbegroting voor 2022 van het Erasmus+-programma.

Voorts streven de twee wetgevers ernaar een blijvend resultaat van het Europees Jaar te garanderen, tot ver na 2022. Onverminderd de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit moet alle aanvullende financiering na 2022 overeenkomstig artikel 314 VWEU worden vastgesteld binnen het MFK 2021‑2027.

Verklaring van de Commissie over de financiering van het Europees Jaar van de jeugd (2022) – Besluit (EU) 2021/2316

De Commissie neemt kennis van het door de twee wetgevers bereikte akkoord om een operationele begroting van minimaal 8 miljoen EUR vast te stellen voor de uitvoering van het Europees Jaar van de jeugd (2022), zonder af te doen aan de mogelijkheid van aanvullende bijdragen uit andere relevante programma’s en instrumenten van de Unie, bovenop dit bedrag van 8 miljoen EUR.

Daarnaast zal de Commissie in de loop van het Jaar een inventarisatie uitvoeren van de mogelijke en daadwerkelijke bijdragen uit EU-programma’s en -instrumenten ten behoeve van de uitvoering van het Europees Jaar van de jeugd. Zij zal deze inventarisatie regelmatig actualiseren en daarbij verslag uitbrengen van de activiteiten. De vorderingen met betrekking tot de benutting van bijdragen uit de programma’s van de Unie zullen regelmatig aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd. Deze bijdragen moeten worden beschouwd als aanvullend en komen bovenop de minimale operationele begroting van 8 miljoen EUR.

Laatst bijgewerkt op: 22 maart 2022Juridische mededeling - Privacybeleid