Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0591/2021

Ingediende teksten :

B9-0591/2021

Debatten :

PV 14/12/2021 - 17
CRE 14/12/2021 - 17

Stemmingen :

PV 16/12/2021 - 15

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0516

Aangenomen teksten
PDF 125kWORD 46k
Donderdag 16 december 2021 - Straatsburg
Uitvoering van de Kimberleyprocescertificering
P9_TA(2021)0516B9-0591/2021

Resolutie van het Europees Parlement van 16 december 2021 over de uitvoering van de Kimberleyprocescertificering (2021/2885(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Kimberleyprocescertificering (KPCS),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2368/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant(1) en het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot uitvoering van de Kimberleyprocescertificering voor de internationale handel in ruwe diamant (COM(2021)0115) dat ten doel heeft de latere wijzigingen te herschikken ter wille van de duidelijkheid,

–  gezien Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden(2),

–  gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld(3),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de uitvoering van de Kimberleyprocescertificering (O-000073/2021 – B9‑0044/2021),

–  gezien artikel 136, lid 5, en artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie internationale handel,

A.  overwegende dat de KPCS in 2003 werd ingesteld als een door de VN gemandateerde certificeringsregeling om een einde te maken aan de handel in conflictdiamanten die burgeroorlogen aanwakkerde; overwegende dat de KPCS een drieledige structuur heeft die bestaat uit regeringen als besluitvormers, en de internationale diamantindustrie en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld als waarnemers; overwegende dat beslissingen in het kader van de KPCS worden genomen bij consensus van de 56 deelnemende leden, die 82 landen vertegenwoordigen en waarbij de EU en haar 27 lidstaten als één deelnemer worden geteld;

B.  overwegende dat de KPCS conflictdiamanten als volgt definieert: “ruwe diamant die wordt gebruikt door rebellenbewegingen of hun medestanders om een conflict te financieren dat erop gericht is legitieme regeringen te ondermijnen”; overwegende dat de KPCS naar verluidt doeltreffend is geweest om vrijwel volledig een einde te maken aan de handel in conflictdiamanten zoals oorspronkelijk gedefinieerd, en dat deze thans minder dan 1 % van de handel in ruwe diamant bedraagt tegenover 15 % in 2003;

C.  overwegende dat er zich nog altijd mensenrechtenschendingen voordoen bij de diamantwinning in conflict- en hoogrisicogebieden die rijk zijn aan diamanten, onder meer in de vorm van kinderarbeid en gedwongen arbeid, mishandelingen, martelingen, seksueel geweld, het doen verdwijnen van mensen, gedwongen uitzettingen en herhuisvesting, illegale landroof en vernietiging van ritueel of cultureel belangrijke plaatsen;

D.  overwegende dat de aard van de conflicten en de feitelijke situatie ter plaatse zijn veranderd sinds de inwerkingtreding in 2003 van de KPCS als wereldwijd initiatief; overwegende de KPCS niet ziet op situaties waarin staats- of andere veiligheidstroepen, bedrijven, criminelen of gewapende groeperingen op grote schaal of systematisch geweld gebruiken om hun economische belangen bij diamantproductie veilig te stellen; overwegende dat momenteel niet tegemoet kan worden gekomen aan de wens van de consument om zekerheid te hebben over de oorsprong van diamanten en de zekerheid te hebben dat deze ethisch verantwoord zijn; overwegende dat dit leidt tot een daling van de vraag naar natuurlijke diamanten, met negatieve gevolgen voor de legitieme diamantindustrie en de ambachtelijke mijnwerkers; overwegende dat mechanismen zoals de KPCS regelmatig moeten worden herzien en geactualiseerd om ervoor te zorgen dat zij tegemoet kunnen komen aan de verwachtingen van de consument en aan de internationale verplichtingen inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame ontwikkeling;

E.  overwegende dat de EU zich inspant om de werkingssfeer te verruimen van de oorspronkelijke definitie van conflictdiamanten die is opgenomen in het basisdocument van de KPCS, in die zin dat in het kader van de KPSC ook gekeken zou worden naar mensenrechtenschendingen, maar dat dit nog niet is gelukt omdat besluiten genomen moeten worden bij consensus en wegens het feit dat een aantal belangrijke producerende, verhandelende en afnemende landen zich hiertegen verzetten;

F.  overwegende dat het garantiesysteem van de Werelddiamantraad een vrijwillig zelfreguleringsprogramma van de hele sector is waarmee diamanten met Kimberleyprocescertificering tijdens de hele toeleveringsketen, tot en met de handel in geslepen en gepolijste stenen, worden gevolgd;

1.  benadrukt dat de definitie van conflictdiamanten dringend moet worden herzien zodat zij ook ziet op mensenrechten en dimensies van de diamantproductie die verband houden met sociale en milieugerelateerde conflicten, en aldus kan worden gegarandeerd dat bij diamanten die op de EU-markt belanden geen sprake is van mensenrechtenschendingen of milieumisdrijven door rebellengroeperingen, regeringen of particuliere ondernemingen; beklemtoont dat de KPCS niet alleen op ruwe diamant maar ook op de geslepen en gepolijste stenen van toepassing moet zijn;

2.  dringt aan op een krachtigere uitvoering van de KPCS om ervoor te zorgen dat geen conflictdiamanten terechtkomen in legitieme toeleveringsketens; roept op tot versterking en verbetering van het toezicht op en de handhaving van de interne controles van de deelnemende landen; spoort de partijen bij de KPCS aan een onafhankelijk toezichtsmechanisme in het leven te roepen, aangezien de aanbevelingen die opgesteld worden op basis van bezoeken in het kader van het onderling toezicht niet bindend zijn en vaak geen oplossingen aandragen voor problemen bij de uitvoering van interne controles en niet leiden tot wezenlijke veranderingen in situaties waarin niet voldaan wordt aan de minimumvereisten van de KPCS;

3.  is diep verontrust over recente berichten dat bij de laatste tussentijdse vergadering in het kader van het Kimberleyproces pogingen zouden zijn ondernomen om waarnemers van het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen; wijst nogmaals op de centrale rol van het maatschappelijk middenveld in de drieledige structuur van de KPCS en dringt aan op volledige eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; wijst er daarbij op dat organisaties van het maatschappelijke middenveld die actief zijn in de sector van conflictmineralen en -diamanten over een betrouwbare financiering moeten kunnen beschikken;

4.  is verheugd over de betrokkenheid van de legitieme diamantindustrie bij de KPCS en de oprichting van het garantiesysteem van de Werelddiamantraad; merkt op dat het scheppen van banen en inkomsten voor mijnbouwgemeenschappen niet mogelijk is zonder stabiele, transparante en verantwoordelijke toeleveringsketens in de diamantsector;

5.  wijst erop dat het van essentieel belang is dat diamanten van ontginning tot verkoop kunnen worden gevolgd op een wijze die verder gaat dan louter via het papierwerk dat bij diamantzendingen hoort; staat er volledig voor open om nieuwe technologieën zoals blockchain te gebruiken ter verbetering van de traceerbaarheid; is ingenomen met de inspanningen gericht op de digitalisering van Kimberleyprocescertificaten;

6.  benadrukt hoe belangrijk het is de diepere oorzaken van diamantgerelateerde conflicten en geweld in de toeleveringsketen aan te pakken; roept de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden op ervoor te zorgen dat er voldoende middelen worden uitgetrokken voor capaciteitsopbouw in het kader van het thematisch programma voor vrede, stabiliteit en conflictpreventie ter ondersteuning van het duurzaam en conflictgevoelig beheer van natuurlijke rijkdommen en de naleving van het Kimberleyproces en andere soortgelijke initiatieven op het gebied van conflictmineralen, teneinde de bestaansmiddelen van mijnbouwgemeenschappen te verbeteren en ambachtelijke mijnbouw te bevorderen; dringt erop aan dat degenen die aan bepaalde regio’s fondsen toewijzen daarbij ook rekening houden met activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw en conflictpreventie;

7.  verzoekt de Europese Unie het voortouw te blijven nemen op het gebied van de uitvoering van initiatieven voor verantwoorde grondstoffenwinning, zoals het OESO-richtsnoer inzake de zorgvuldigheidseisen voor verantwoorde bevoorradingsketens van bodemschatten uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden en de geactualiseerde OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen; herhaalt dat verantwoorde grondstoffenwinning en zorgvuldigheidseisen moeten stroken met de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten;

8.  dringt erop aan dat de EU het goede voorbeeld geeft en haar op waarden gebaseerde handelsagenda blijft uitvoeren om in niet-EU-landen positieve veranderingen teweeg te brengen; merkt in dit verband op dat de EU-regels voor de handel in diamanten moeten getuigen van een zo hoog mogelijk ambitieniveau; verzoekt de EU aanvullende autonome maatregelen te overwegen om te garanderen dat op de EU-markt geen ruwe, gesneden en gepolijste diamanten terechtkomen die in verband kunnen worden gebracht met mensenrechtenschendingen, teneinde de tekortkomingen van de KPCS te verhelpen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, alsook de huidige voorzitter en vicevoorzitter van de Kimberleyprocescertificering.

(1) PB L 358 van 31.12.2002, blz. 28.
(2) PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1.
(3) PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 24 februari 2022Juridische mededeling - Privacybeleid