Index 
Aangenomen teksten
Woensdag 15 september 2021 - Straatsburg
Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021: reserve voor aanpassing aan de brexit
 Verlenging van de geldigheid van veiligheidscertificaten en vergunningen van spoorwegondernemingen die in de Kanaaltunnel opereren ***I
 Officiële controles op dieren en producten van dierlijke oorsprong die vanuit derde landen naar de Unie worden uitgevoerd om de naleving van het verbod op bepaalde toepassingen van antimicrobiële stoffen te waarborgen ***I
 Reserve voor aanpassing aan de brexit ***I
 Richtlijn inzake de Europese blauwe kaart ***I
 Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) 2021-2027 ***II

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021: reserve voor aanpassing aan de brexit
PDF 123kWORD 44k
Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021 bij de algemene begroting voor 2021 – Reserve voor aanpassing aan de brexit (10945/2021 – C9-0348/2021 – 2021/0022(BUD))
P9_TA(2021)0370A9-0263/2021

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(1) (het “Financiaal Reglement”), en met name artikel 44,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2021, zoals definitief vastgesteld op 18 december 2020(2),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027(3) (“MFK-verordening”),

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen(4),

–  gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom(5),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de brexit van 25 december 2020(6),

–  gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021, dat de Commissie op 22 januari 2021 heeft goedgekeurd (COM(2021)0030),

–  gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021, vastgesteld door de Raad op 19 juli 2021 en toegezonden aan het Europees Parlement op 17 augustus 2021 (10945/2021 – C9-0348/2021),

–  gezien de artikelen 94 en 96 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0263/2021),

A.  overwegende dat de Commissie op 25 december 2020 een voorstel voor een verordening tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de brexit (hierna “de reserve” genoemd) heeft ingediend binnen de thematische speciale instrumenten die buiten de in het MFK vastgestelde begrotingsplafonds van de Uniebegroting vallen “om onvoorziene en nadelige gevolgen in de zwaarst getroffen lidstaten en sectoren te ondervangen” die te lijden hebben onder de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Unie, waardoor de impact ervan op de economische, sociale en territoriale cohesie wordt beperkt;

B.  overwegende dat de maximale middelen voor de uitvoering van de reserve 5 000 000 000 EUR in de prijzen van 2018 (5 370 994 000 EUR in lopende prijzen) bedragen;

C.  overwegende dat ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021 tot doel heeft in de jaarlijkse begroting van de Unie 4 244 832 000 EUR in lopende prijzen (4 000 000 000 EUR in prijzen van 2018) op te nemen, zowel in vastleggings- als in betalingskredieten, teneinde te voldoen aan de voorfinancieringsbehoeften die voortvloeien uit de uitvoering van de reserve in 2021;

D.  overwegende dat de kredieten na de goedkeuring van de verordening tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de brexit zullen worden overgeschreven naar begrotingsartikel “16 02 03”; overwegende dat de financiële bijdrage uit de reserve aan een lidstaat vervolgens zal worden uitgevoerd in het kader van gedeeld beheer overeenkomstig artikel 63 van het Financieel Reglement;

1.  neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021, zoals ingediend door de Commissie, waarmee wordt beoogd 4 244 832 000 EUR aan zowel vastleggings- als betalingskredieten beschikbaar te stellen ter dekking van de voorfinancieringsbehoeften van de reserve voor aanpassing aan de brexit;

2.  onderstreept dat de reserve een van de thematische speciale instrumenten is in het kader van de MFK-verordening en dat de bijbehorende kredieten daarom boven de uitgavenplafonds van het MFK in de begroting worden opgenomen;

3.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2021;

4.  verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 3/2021 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

(1) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(2) PB L 93 van 17.3.2021.
(3) PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11.
(4) PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.
(5) PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1.
(6) COM(2020)0854


Verlenging van de geldigheid van veiligheidscertificaten en vergunningen van spoorwegondernemingen die in de Kanaaltunnel opereren ***I
PDF 135kWORD 43k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2222 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de grensoverschrijdende infrastructuur die de Unie en het Verenigd Koninkrijk met elkaar verbindt via de vaste Kanaalverbinding (COM(2021)0402 – C9-0314/2021 – 2021/0228(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0402),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0314/2021),

—  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

–  na raadpleging van het Comité van Regio's,

–  gezien de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 1 september 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien de artikelen 59 en 163 van zijn Reglement,

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 15 september 2021 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2021/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2222 tot verlenging van de geldigheidsduur van veiligheidscertificaten en vergunningen van spoorwegondernemingen die via de vaste Kanaalverbinding actief zijn

P9_TC1-COD(2021)0228


(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2021/1701.)


Officiële controles op dieren en producten van dierlijke oorsprong die vanuit derde landen naar de Unie worden uitgevoerd om de naleving van het verbod op bepaalde toepassingen van antimicrobiële stoffen te waarborgen ***I
PDF 126kWORD 45k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625 wat betreft officiële controles op dieren en producten van dierlijke oorsprong die vanuit derde landen naar de Unie worden uitgevoerd om de naleving van het verbod op bepaalde toepassingen van antimicrobiële stoffen te waarborgen COM(2021)0108 – C9-0094/2021 – 2021/0055(COD))
P9_TA(2021)0372A9-0195/2021

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0108),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 43, lid 3, en artikel 168, lid 4, letter b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0094/2021),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 9 juni 2021(1),

–  na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 8 september 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A9‑0195/2021),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 15 september 2021 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2021/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625 wat betreft officiële controles op dieren en producten van dierlijke oorsprong die vanuit derde landen naar de Unie worden uitgevoerd om de naleving van het verbod op bepaalde toepassingen van antimicrobiële stoffen te waarborgen en van Verordening (EG) nr. 853/2004 wat betreft de rechtstreekse levering van vlees van pluimvee en lagomorfen

P9_TC1-COD(2021)0055


(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2021/1756.)

(1) PB C 341 van 24.8.2021, blz. 107.


Reserve voor aanpassing aan de brexit ***I
PDF 128kWORD 48k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de brexit (COM(2020)0854 – C9-0433/2020 – 2020/0380(COD))
P9_TA(2021)0373A9-0178/2021

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2020)0854),

–  gezien artikel 294, lid 2, artikel 322 en artikel 175, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0433/2020),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van de Rekenkamer van 25 februari 2021(1),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 februari 2021(2),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 19 maart 2021(3),

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 30 juni 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad, waarover tijdens zijn buitengewone bijeenkomst van 17-21 juli 2020 overeenstemming is bereikt, betreffende de oprichting van een nieuwe speciale reserve voor aanpassing aan de brexit,

–  gezien het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012,

–  gezien de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie visserij,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A9-0178/2021),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 15 september 2021 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2021/... van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de brexit

P9_TC1-COD(2020)0380


(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2021/1755.)

(1) PB C 101 van 23.3.2021, blz. 1.
(2) PB C 155 van 30.4.2021, blz. 52.
(3) PB C 175 van 7.5.2021, blz. 69.


Richtlijn inzake de Europese blauwe kaart ***I
PDF 126kWORD 56k
Resolutie
Tekst
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (COM(2016)0378 – C8-0213/2016 – 2016/0176(COD))
P9_TA(2021)0374A8-0240/2017

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0378),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 79, lid 2, punten a) en b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0213/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Bulgaarse parlement en door de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden en de Tsjechische Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 december 2016(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 december 2016(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 21 mei 2021 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0240/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 15 september 2021 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2021/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad

P9_TC1-COD(2016)0176


(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2021/1883.)

(1) PB C 75 van 10.3.2017, blz. 75.
(2) PB C 185 van 9.6.2017, blz. 105.


Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) 2021-2027 ***II
PDF 146kWORD 49k
Resolutie
Bijlage
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 september 2021 betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing, met het oog op de vaststelling van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) (06604/1/2021 – C9-0352/2021 – 2018/0247(COD))
P9_TA(2021)0375A9-0266/2021

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (06604/1/2021 – C9-0352/2021),

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 6 december 2018(2),

–  gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(3) inzake het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2018)0465),

–  gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,

–  gezien artikel 67 van zijn Reglement,

–  gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0266/2021),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de verklaringen die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd en die zullen worden bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie;

3.  neemt kennis van de verklaringen van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd en die zullen worden bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie;

4.  constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

5.  verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

6.  verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan, samen met de als bijlage bij onderhavige resolutie gevoegde verklaringen, in het Publicatieblad van de Europese Unie;

7.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van het Europees Parlement over de opschorting van de steun die wordt toegekend in kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

Het Europees Parlement merkt op dat Verordening (EU) 2021/... tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) een algemene verwijzing bevat naar de mogelijkheid om de steun op te schorten zonder dat de concrete grondslag voor een dergelijk besluit wordt gespecificeerd. Opschorting van de steun moet worden toegepast in geval van achteruitgang van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat door een in bijlage I vermelde begunstigde.

Het Europees Parlement is van mening dat een eventuele opschorting van de in het kader van dit instrument verleende steun de volgens de gewone wetgevingsprocedure overeengekomen algemene financiële regeling zou wijzigen. Indien een dergelijk besluit zou worden genomen, heeft het Europees Parlement als medewetgever en tak van de begrotingsautoriteit het recht zijn prerogatieven in dat verband ten volle uit te oefenen.

Verklaring van het Europees Parlement over Besluit 2010/427/EU van de Raad en strategische coördinatie

Het Europees Parlement merkt op dat de in artikel 9 van Besluit 2010/427/EU van de Raad opgenomen verwijzingen naar de instrumenten van de Unie voor extern optreden zijn verouderd, en is derhalve van mening dat dit artikel met het oog op juridische duidelijkheid moet worden bijgewerkt overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde procedure om rekening te houden met de instrumenten van de Unie voor externe bijstand die van toepassing zijn in de MFK-periode 2021-2027, te weten het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler, het instrument voor pretoetredingssteun, het Europees instrument voor internationale samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid, en het besluit betreffende de LGO-associatie, met inbegrip van Groenland.

Het Europees Parlement verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) een strategische coördinatiestructuur op te zetten die is samengesteld uit alle relevante diensten van de Commissie en de EDEO, om te zorgen voor samenhang, synergie, transparantie en verantwoordingsplicht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2021/947 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld(4).

Verklaring van het Europees Parlement over de namen van de begunstigden

Het Europees Parlement merkt op dat in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/... tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) de begunstigden worden genoemd die in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van dit instrument. Het Europees Parlement is van oordeel dat grondwettelijke namen moeten worden gebruikt voor de in de lijst opgenomen begunstigden, en dat Kosovo moet worden aangeduid als Republiek Kosovo.

Verklaring van de Europese Commissie over een geopolitieke dialoog met het Europees Parlement over het Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

De Europese Commissie, indachtig de politieke controletaken van het Europees Parlement zoals vastgelegd in artikel 14 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verbindt zich ertoe met het Parlement een geopolitieke dialoog op hoog niveau te voeren over de uitvoering van Verordening (EU) 2021/XXX van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III). Deze dialoog moet uitwisselingen mogelijk maken met het Europees Parlement, waarvan de standpunten over de uitvoering van IPA III volledig in aanmerking zullen worden genomen, zonder afbreuk te doen aan het vermogen van de Commissie om het instrument uit te voeren volgens haar institutionele verantwoordelijkheden.

In het kader van de geopolitieke dialoog zullen algemene richtsnoeren voor de uitvoering van IPA III aan bod komen, onder andere wat betreft de programmering vóór de vaststelling van het programmeringskader van IPA III en de programmeringsdocumenten, en specifieke onderwerpen zoals de opschorting van steun aan een begunstigde wanneer dit land de beginselen van de democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden aanhoudend schendt.

De geopolitieke dialoog zal als volgt worden gestructureerd:

i)  een dialoog op hoog niveau tussen de commissaris die belast is met Nabuurschap en Uitbreiding, namens de Commissie, en het Europees Parlement;

ii)  een permanente dialoog op het niveau van hoge ambtenaren met de werkgroep AFET om te zorgen voor adequate voorbereiding en follow-up van de dialoog op hoog niveau.

De dialoog op hoog niveau vindt ten minste tweemaal per jaar plaats. Een van deze bijeenkomsten kan samenvallen met de presentatie door de Commissie van het ontwerp van de jaarlijkse begroting.

Verklaring van de Europese Commissie over de differentiëring/opschorting van steun krachtens artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2021/XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

De Europese Commissie is van oordeel dat de bepaling van artikel 8, lid 5, de bevoegdheden van de Commissie bij de uitvoering van de programma’s van de Unie, en de begroting van de Unie in het algemeen, in acht neemt, zolang geen afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden die de Commissie zijn toegekend uit hoofde van de Verdragen en het Financieel Reglement om steun van de Unie aan derde landen op te schorten.

Verklaring van de Europese Commissie over het adviserende karakter van strategische raden als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2021/XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

De Europese Commissie herinnert eraan dat, zoals neergelegd in artikel 12 van de IPA III-verordening, de strategische raad van het investeringskader voor de Westelijke Balkan een adviesorgaan van de Commissie is. Deze bepaling is afgestemd op artikel 33 van Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, waarin wordt verwezen naar de strategische raden voor de Westelijke Balkan en van het EFDO+. Deze strategische raden hebben geen beslissingsbevoegdheid in de context van de uitvoering van de EU-begroting. Het reglement van orde van de strategische raad van het investeringskader voor de Westelijke Balkan zal op deze basis worden opgesteld.

(1) PB C 110 van 22.3.2019, blz. 156.
(2) PB C 86 van 7.3.2019, blz. 305.
(3) PB C 108 van 26.3.2021, blz. 409.
(4) Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1).

Juridische mededeling - Privacybeleid