Resolutie van het Europees Parlement van 20 januari 2022 over de situatie in Kazachstan (2022/2505(RSP))
Het Europees Parlement,
– gezien zijn resolutie van 11 februari 2021 over de mensenrechtensituatie in Kazachstan(1) en zijn eerdere resoluties over Kazachstan van 14 maart 2019(2), 18 april 2013(3), 15 maart 2012(4) en 17 september 2009(5),
– gezien de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds, die op 21 december 2015 in Astana is ondertekend en op 1 maart 2020 na de ratificatie ervan door alle lidstaten volledig in werking is getreden,
– gezien de 18e zitting van de Samenwerkingsraad EU-Kazachstan op 10 mei 2021, de 13e vergadering in het kader van de mensenrechtendialoog EU-Kazachstan op 2 en 3 december 2021 en de 18e bijeenkomst van de Parlementaire Samenwerkingscommissie EU-Kazachstan op 11 oktober 2021,
– gezien artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 21, 24, 29 en 31 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 10 en 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, die de EU en haar lidstaten in hun betrekkingen met de rest van de wereld verplichten tot handhaving en bevordering van de universele mensenrechten en de bescherming van het individu, en tot het nemen van beperkende maatregelen in geval van ernstige schending van de mensenrechten,
– gezien de conclusies van de Raad van 17 juni 2019 over de nieuwe EU-strategie voor Centraal-Azië,
– gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 8 januari 2022 en de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 5 januari 2022 over de meest recente ontwikkelingen in Kazachstan,
– gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 6 januari 2022,
– gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het VN-Verdrag tegen foltering,
– gezien de universele periodieke evaluatie van Kazachstan van 12 maart 2020 door de VN-Mensenrechtenraad,
– gezien artikel 144, lid 5, en artikel 132, lid 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat op 2 januari 2022 duizenden mensen in de stad Zjanaozen vreedzaam zijn gaan protesteren tegen het besluit van de regering om het prijsplafond voor vloeibaar petroleumgas op te heffen, wat tot een scherpe prijsstijging heeft geleid; overwegende dat de protesten zich snel hebben verspreid over meer dan 60 steden en gemeenten, waarbij echte politieke verandering, eerlijke verkiezingen en doeltreffende maatregelen om wijdverbreide corruptie aan te pakken, werden geëist;
B. overwegende dat de mensenrechtensituatie in Kazachstan tijdens de recente protesten is verslechterd en er dus een gevaarlijke trend gaande is, waarbij demonstranten wijzen op het gebrek aan democratische vertegenwoordiging in de besluitvormingsprocessen van de regering, waardoor de corruptie en de schendingen van de mensenrechten en de politieke vrijheid die aan hun wrok ten grondslag liggen, nog vaker voorkomen;
C. overwegende dat het algemeen bekend is dat in 2011 in de stad Zjanaozen een vergelijkbaar protest heeft plaatsgevonden toen een groep zeer georganiseerde mensen hun toevlucht nam tot geweld, hetgeen later door de autoriteiten werd gebruikt om een gewelddadige onderdrukking te rechtvaardigen en dodelijke wapens in te zetten tegen vreedzame demonstranten; overwegende dat de Kazachse autoriteiten ondanks verzoeken van het Europees Parlement geen onderzoek hebben ingesteld naar de gebeurtenissen tijdens het bloedbad in Zjanaozen in 2011; overwegende dat het gerechtelijk apparaat en de rechtshandhavingsinstanties deze gebeurtenissen niet hebben onderzocht, waardoor vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de kans dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het huidige bloedvergieten ter verantwoording worden geroepen voor een rechtbank en worden gestraft;
D. overwegende dat 4 en 5 januari 2022 een keerpunt vormeden in de gebeurtenissen met een escalatie van het geweld, met name in Almaty, de grootste stad van het land, en dat melding is gemaakt van de verschijning van nieuwe actoren in de protesten, zoals criminele benden, gemarginaliseerde groepen en gewapende groepen, die van de situatie hebben geprofiteerd om gewelddadige actie te ondernemen, zoals het overvallen van, brandstichten in en plunderen van onder andere politiebureaus en militaire faciliteiten; overwegende dat de Kazachse autoriteiten met onevenredig geweld hebben gereageerd op de protesten, ook op de legitieme en vreedzame protesten; overwegende dat de veiligheidsdiensten zeer hardhandig hebben gereageerd op de vreedzame protesten, waarbij buitensporig, onnodig en willekeurig geweld is gebruikt, waaronder ook dodelijk geweld, en intensief gebruik is gemaakt van traangas, wapenstokken, flitsgranaten en waterkanonnen; overwegende dat er op 3 en 4 januari 2022 ten minste 206 politieke vervolgingen hebben plaatsgevonden om te voorkomen dat mensen deelnemen aan vreedzame demonstraties, ondanks de beweringen van de autoriteiten dat zij het recht op vreedzame vergadering eerbiedigen; overwegende dat groepen gewelddadige demonstranten op 5 januari 2022 de luchthaven in beslag hebben genomen en officiële gebouwen, zoals het stadhuis van Almaty, hebben bestormd;
E. overwegende dat sinds het begin van de protesten in het hele land bijna 10 000 mensen zijn aangehouden en ten minste 225 mensen zijn gedood, onder wie kinderen, mensen die niet aan de protesten hebben deelgenomen en 19 rechtshandhavers; overwegende dat de werkelijke cijfers waarschijnlijk hoger zijn en moeilijk te verifiëren zijn vanwege onbetrouwbare officiële informatie en storingen bij de internet- en mobieletelefoondiensten; overwegende dat er voortdurend wordt gemeld dat er burgeractivisten en gewone mensen worden gearresteerd, geïntimideerd en gefolterd, iets wat is begonnen tijdens de bijeenkomsten in januari 2022 en wat nog steeds voortduurt; overwegende dat Noeralija Ajtkoelova, Ajtbaj Aliev en ten minste twaalf andere activisten tijdens de protesten naar verluidt door rechtshandhavers zijn doodgeschoten; overwegende dat de vreedzame burgers Noerbolat Sejtkoelov, Altinai Jetajeva en hun 15-jarige dochter op 8 januari 2022 in Taldıqorğan door het leger zijn doodgeschoten;
F. overwegende dat de Kazachse autoriteiten op 4 januari 2022 beperkingen hebben opgelegd aan mobiele internetnetwerken en sociale netwerken; overwegende dat president Kassim-Zjomart Tokajev op 5 januari 2022 een nationale noodtoestand heeft afgekondigd, die onder meer een avondklok, tijdelijke verplaatsingsbeperkingen en een verbod op massabijeenkomsten inhoudt; overwegende dat er melding van is gemaakt dat het internet vijf dagen lang werd afgesloten om de communicatie tussen de demonstranten te verstoren;
G. overwegende dat er op 6 januari 2022 in Kazachstan op formeel verzoek strijdkrachten van de Organisatie van het Verdrag inzake collectieve veiligheid (CSTO) zijn ingezet om de Kazachse regering bij te staan in de strijd tegen demonstranten, waarmee voor het eerst een beroep werd gedaan op de door Rusland geleide militaire alliantie om in een lidstaat te interveniëren;
H. overwegende dat president Tokajev op 11 januari 2022 heeft aangekondigd dat de CSTO-troepen zich vóór 23 januari 2022 volledig uit het land zullen terugtrekken; overwegende dat de Russische regering, onder verwijzing naar de verspreiding van een virusziekte onder de veestapel, een dag na de aankondiging van president Tokajev op 11 januari een verbod heeft ingesteld op de invoer van vlees en zuivelproducten uit Kazachstan;
I. overwegende dat de Kazachse autoriteiten op 4 januari 2022 een grootschalige desinformatiecampagne zijn begonnen en het internet en de media hebben geblokkeerd om de betrokkenheid van de staat bij het geweld tegen zijn eigen bevolking te verbergen en de vreedzame demonstraties en oprechte wens van de Kazachse bevolking om gerechtigheid te zoeken, met respect te worden behandeld en hun rechten geëerbiedigd te zien in diskrediet te brengen;
J. overwegende dat president Tokajev op 7 januari 2022 het bevel heeft gegeven de demonstranten, die hij als internationale terroristen beschreef, dood te schieten; overwegende dat een dergelijk bevel in strijd is met de internationale wettelijke verplichting van Kazachstan om het recht op leven te eerbiedigen en te beschermen; overwegende dat de Kazachse autoriteiten de wetten en maatregelen inzake terrorisme en extremisme te vaag en te ruim interpreteren om de vrijheid van meningsuiting en vreedzame meningsverschillen op willekeurige wijze te onderdrukken; overwegende dat VN-deskundigen op 11 januari 2022 het al te ruime gebruik van het woord “terrorisme” tegen demonstranten, activisten uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers, journalisten en politieke partijen aan de kaak hebben gesteld;
K. overwegende dat de Kazachse autoriteiten hun tegenstanders, die gedwongen zijn in het buitenland te wonen, politiek vervolgen;
L. overwegende dat nationale en internationale journalisten en kantoren van mediakanalen zijn bekritiseerd en aangevallen door de Kazachse regering en de staatstroepen, en dat buitenlandse correspondenten de toegang tot het land wordt ontzegd; overwegende dat rechtshandhavers die hun identiteitsbewijs niet hebben getoond op Vasili Polonski, een journalist van het televisiekanaal Dozjd, en Vasili Krestjaninov, een fotograaf, hebben geschoten, terwijl ze hun werk deden in de buurt van het lijkenhuis in Almaty; overwegende dat een aantal journalisten, onder wie Sanija Tojken, Machambet Abzjan, Loekpan Achmedijarov, Kassim Amanzjol, Darchan Omirbek en anderen, zijn aangehouden of aangevallen door rechtshandhavers omdat zij verslag deden van protesten;
M. overwegende dat de Kazachse autoriteiten de grondrechten lange tijd hebben beperkt, waaronder het recht op vreedzaam protest, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting; overwegende dat de wereldindex voor persvrijheid 2021 van Verslaggevers zonder Grenzen 180 landen omvat en dat Kazachstan op plaats 155 staat; overwegende dat 13 activisten die banden hebben met de vreedzame oppositiebewegingen Kosje Partijasi en de Democratische Keuze van Kazachstan zijn veroordeeld, onder wie de politieke gevangenen Kajrat Klysjev, Nojan Rachimzjanov, Aschat Zjeksebajev en Abaj Begimbetov, die onmiddellijk na het bezoek aan Kazachstan door de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten en de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië tot vijf jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld; overwegende dat hun politieke processen online hebben plaatsgevonden en dat er geen rechterlijke beslissingen zijn gedaan om de Democratische Keuze van Kazachstan en Kosje Partijasi waarmee de beschuldigingen worden gesteund;
N. overwegende dat president Tokajev activisten, mensenrechtenverdedigers en de vrije media ervan heeft beschuldigd onrust te stoken; overwegende dat de mensenrechtensituatie in Kazachstan de laatste jaren duidelijk is verslechterd; overwegende dat verschillende prominente mensenrechten-ngo’s, mediakanalen en verkiezingswaarnemingsorganisaties in Kazachstan door de autoriteiten van het land onder toenemende druk zijn komen te staan en te maken hebben gehad met gerechtelijke intimidatie; overwegende dat dit deel uitmaakt van een grotere onderdrukking van het maatschappelijk middenveld, vakbonden en fundamentele democratische rechten, met name van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering, en politiek pluralisme, alsook van het recht op deelname aan openbare aangelegenheden en de rechtsstaat;
O. overwegende dat mensenrechtenverdediger Rajgoel Sadyrbajeva, die een slechte gezondheid heeft, in voorlopige hechtenis is geplaatst tijdens het onderzoek naar een politiek gemotiveerde strafzaak wegens het monitoren van protesten in Semey, en dat hem een gevangenisstraf zal worden opgelegd; overwegende dat mensenrechtenverdediger Alija Isenova in haar arm is geschoten door rechtshandhavers terwijl zij een protest in Semey volgde, en dat haar nu naar verluidt ook een gevangenisstraf zal worden opgelegd in een politiek gemotiveerde strafzaak;
P. overwegende dat ondanks de verklaringen van het ministerie van Binnenlandse Zaken van Kazachstan aan de directeur van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) dat de omstandigheden in inrichtingen voor voorlopige hechtenis en de eerbiediging van de mensenrechten zouden worden verbeterd, geen tastbare resultaten zijn bereikt; overwegende dat foltering en mishandeling in inrichtingen voor voorlopige hechtenis ondanks een memorandum dat is ondertekend door het gevangeniswezen van Kazachstan en mensenrechtenactiviste Elena Semenova nog steeds systematisch voorkomen, en dat deze strafbare feiten vaak onbestraft blijven, omdat de autoriteiten er nog steeds niet in slagen om beschuldigingen van foltering op geloofwaardige wijze te onderzoeken;
Q. overwegende dat de autoriteiten regelmatig proberen de socialemedia-accounts van burgeractivisten, mensenrechtenverdedigers en de oppositie te hacken; overwegende dat Kazachstan oppositie- en mensenrechteninhoud op sociale media aan censuur probeert te onderwerpen;
R. overwegende dat de Europese Unie en Kazachstan sinds de onafhankelijkheid van Kazachstan in 1991 partners zijn; overwegende dat de Europese Unie en Kazachstan een versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst hebben ondertekend, de eerste in haar soort met een Centraal-Aziatische partner, die de betrekkingen tussen de EU en Kazachstan naar een nieuw niveau heeft gebracht en een belangrijke mijlpaal vormde in meer dan 25 jaar lange betrekkingen tussen de EU en Kazachstan; overwegende dat de versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, die door alle EU-lidstaten en het Europees Parlement is geratificeerd, op 1 maart 2020 in werking is getreden;
1. betreurt ten zeerste het verlies van mensenlevens en veroordeelt ten stelligste de wijdverbreide gewelddaden die na de vreedzame protesten in Kazachstan zijn uitgebroken; betuigt zijn medeleven aan de slachtoffers en hun families;
2. staat achter de bevolking van Kazachstan, die volledig het recht moet hebben om vreedzaam bijeen te komen om te protesteren tegen het uitblijven van hervormingen in Kazachstan en om op te komen voor een welvarende toekomst voor het land; veroordeelt ten stelligste de dramatische en voortdurend verslechterende situatie van de mensenrechten in Kazachstan, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, arbeidsrechten en sociale rechten; dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan hun internationale verplichtingen na te komen en de mensenrechten en fundamentele vrijheden te eerbiedigen;
3. roept de regering van Kazachstan op om politiek gemotiveerde aanklachten te laten vallen en een einde te maken aan alle vormen van willekeurige detentie, represailles tegen en intimidatie van mensenrechtenverdedigers, activisten, religieuze organisaties, maatschappelijke organisaties, vakbonden, journalisten en politieke oppositiebewegingen, en mensen in staat te stellen vrij hun politieke, religieuze en andere standpunten kenbaar te maken;
4. dringt er bij de regering van Kazachstan op aan de willekeurig vastgehouden demonstranten en activisten onmiddellijk vrij te laten; dringt er bij de autoriteiten van Kazachstan op aan alle politieke gevangenen, onder wie Bekjan Mendigazijev, Erulan Amirov, Igor Tsjuprina, Ruslan Ginatullin, Jerzjan Jelschibajev, Saltanat Kusmankizi, Baurjan Jussupov, Nataliya Dauletiyarova, Rinat Batkajev, Jerbol Jeskozjin, Askar Kayirbek, Ulasbek Achmetov, Aschat Zjeksebajev, Kairat Klisjev, Noyan Rachimzjanov, Abai Begimbetov en Raigul Sadyrbajeva, onmiddellijk vrij te laten en volledig te rehabiliteren; verzoekt de autoriteiten de maatregelen van voorlopige hechtenis en huisarrest en de vrijheidsbeperkende maatregelen ten aanzien van activisten uit het maatschappelijk middenveld op te heffen;
5. veroordeelt de door de Kazachse autoriteiten begane schendingen van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten jegens demonstranten, mediamensen en activisten, met inbegrip van het willekeurige gebruik van dodelijk geweld door veiligheidstroepen; veroordeelt de opruiende retoriek van president Tokajev, waaronder zijn algemene voorstelling van de demonstranten als “terroristen”, ongefundeerde en overdreven beweringen over hun aantal (naar verluidt ongeveer 20 000) en het dreigement om “ze te doden”; verzoekt hem met klem alle bevelen om zonder waarschuwing met scherp te schieten, publiekelijk in te trekken;
6. verzoekt de autoriteiten informatie openbaar te maken over arrestaties en slachtoffers als gevolg van de protesten, en ervoor te zorgen dat alle vervolgde personen toegang tot een advocaat hebben en een eerlijk proces krijgen overeenkomstig het internationaal recht;
7. verzoekt de autoriteiten van Kazachstan de wet inzake openbare bijeenkomsten te herzien om het recht op vreedzaam protest te waarborgen in overeenstemming met de internationale normen, teneinde de mensen in Kazachstan in staat te stellen deel te nemen aan vreedzame protesten zonder angst voor arrestatie, pesterijen of inmenging door de politie, en ervoor te zorgen dat onafhankelijke media, maatschappelijke groeperingen, politieke oppositiegroepen, activisten, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers hun activiteiten kunnen uitvoeren zonder ongepaste inmenging van overheidswege of angst voor intimidatie of politiek gemotiveerde vervolging; dringt in dit verband aan op een grondige hervorming van het rechtsstelsel en, zoals aanbevolen door de VN en de OVSE, op de schrapping van artikelen uit het strafrecht die voor politiek gemotiveerde vervolgingen worden gebruikt; dringt er bij de autoriteiten van Kazachstan op aan de rechterlijke beslissingen betreffende de vreedzame oppositiebewegingen Koshe Partiyasy en DCK ongedaan te maken;
8. verzoekt de Kazachse autoriteiten een einde te maken aan de politieke vervolging van mensenrechtengroeperingen als Bostandyq Kz, Qaharman, Femina Virtute, Veritas, 405, Elimay en Article 14;
9. dringt er bij de EU en de internationale gemeenschap op aan onmiddellijk een gedegen internationaal onderzoek in te stellen naar de misdaden die tijdens de twee weken van manifestaties in Kazachstan tegen de bevolking van het land zijn gepleegd, en onder meer onderzoek te doen naar de verdwijningen, alsook de meldingen van foltering, willekeurige detentie en sluipschutters die vreedzame demonstranten, onder wie minderjarigen, in Almaty en andere steden en gemeenten van Kazachstan zouden hebben gedood of verwond;
10. verzoekt de EDEO en de lidstaten gebruik te maken van multilaterale fora om toezicht te houden op de mensenrechtensituatie in Kazachstan, waaronder de VN-Mensenrechtenraad of de OVSE;
11. verzoekt de lidstaten het initiatief te nemen om een beroep te doen op het Moskou-mechanisme van de OVSE om onderzoek te kunnen doen naar de feiten en omstandigheden rond de dood van demonstranten en rechtshandhavingsfunctionarissen in Almaty in januari 2022 en naar andere beschuldigingen van mensenrechtenschendingen sinds het begin van de vreedzame protestbeweging in Kazachstan;
12. dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan mandaathouders van speciale procedures van de VN en OVSE-deskundigen uit te nodigen om bezoeken ter plaatse af te leggen, volledig met hen samen te werken en te overwegen om onder auspiciën van de OVSE een permanente werkgroep op te richten om te beoordelen of de onrust het gevolg was van buitenlandse inmenging of een interne machtsstrijd en de onderliggende oorzaak ervan aan te pakken;
13. uit zijn bezorgdheid over de onaanvaardbare situatie met betrekking tot de mediavrijheid in het land; verzoekt de regering van Kazachstan onafhankelijke journalisten een vrije en veilige omgeving te bieden; veroordeelt ten stelligste de afsluiting van het internet om afwijkende meningen de kop in te drukken en de vrijheid van meningsuiting en vergadering te schenden, hetgeen in strijd is met de internationale mensenrechtennormen; verzoekt de Kazachse autoriteiten de onbeperkte toegang tot het internet te herstellen, alle andere vormen van communicatie te deblokkeren en te stoppen met represailles tegen wie onafhankelijk nieuws deelt; verzoekt president Tokajev het belang en de rol van vrije media in Kazachstan publiekelijk te erkennen en volledig te eerbiedigen;
14. veroordeelt de foltering en mishandeling in detentiecentra en dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan het recht van de burgers op vrijwaring van foltering en mishandeling te waarborgen, ervoor te zorgen dat de detentieomstandigheden volledig in overeenstemming zijn met de internationale normen, gevallen van foltering grondig te onderzoeken en een einde te maken aan straffeloosheid; verzoekt de Kazachse autoriteiten vertegenwoordigers van het nationaal preventiemechanisme en de ombudsdienst onmiddellijk en ongehinderd toegang te verlenen tot alle gedetineerden;
15. dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan niemand van terrorisme te beschuldigen op basis van een al te ruime interpretatie van dat begrip en overeenkomstig de internationale normen een onderscheid te maken tussen vreedzame demonstranten en degenen die geweld hebben gebruikt en misdaden hebben gepleegd; herhaalt zijn oproep om de definitie van extremisme te herzien om ze in overeenstemming te brengen met de internationale verplichtingen van Kazachstan; dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan artikel 405 van het Kazachse wetboek van strafrecht niet langer toe te passen om vermeende of daadwerkelijke leden van verboden “extremistische” groeperingen aan te pakken, het arbitraire rechterlijke verbod op vreedzame politieke bewegingen te doen herzien, alle veroordelingen die zijn uitgesproken wegens het opzetten van of deelnemen aan een verboden “extremistische” organisatie, aan een onafhankelijke toetsing te onderwerpen, en de rechtbanken te verzoeken om nietigverklaring van alle veroordelingen die louter zijn uitgesproken wegens vermeend lidmaatschap van of steun aan een vreedzame politieke oppositiegroepering of belangenvereniging;
16. eist dat de mensenrechten een prioriteit vormen in de betrekkingen van de EU met Kazakhstan; onderstreept dat nauwere politieke en economische betrekkingen met de EU, zoals bepaald in de versterkte PSO, gebaseerd moeten zijn op gedeelde waarden en gepaard moeten gaan met een actieve en concrete inzet van Kazachstan voor democratische hervormingen, overeenkomstig zijn internationale verplichtingen en verbintenissen; moedigt de VV/HV, de EDEO en de lidstaten aan Kazachstan voortdurend op te roepen alle wetten die onverenigbaar zijn met internationale normen in te trekken of te wijzigen, en mensenrechtenkwesties aan de orde te stellen in alle relevante bilaterale bijeenkomsten;
17. verzoekt de EU-delegatie en de vertegenwoordigingen van de lidstaten in Kazachstan de situatie nauwlettend te volgen, gedetineerde demonstranten en politieke gevangenen te bezoeken en steun te verlenen, actief samen te werken met lokale leden van het maatschappelijk middenveld door regelmatig en zonder discriminatie bijeenkomsten te organiseren en een rol te spelen bij het faciliteren van een dialoog tussen de regering en het maatschappelijk middenveld; verzoekt hen voorts actief toe te zien en snel te reageren op de aanhoudende mensenrechtenschendingen en publiekelijk een standpunt daarover in te nemen door bijstand te verlenen aan slachtoffers van politieke vervolging en gedetineerde activisten en door de processen van critici van de regering en mensenrechtenverdedigers bij te wonen en plaatsen van detentie te bezoeken; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan dringend een alomvattend programma op te zetten om het maatschappelijk middenveld en de democratische krachten in Kazachstan te ondersteunen;
18. verzoekt de EU-delegatie en de ambassades van de EU-lidstaten in Kazachstan overleg te plegen en snel op te treden om ervoor te zorgen dat mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen en tijdelijk buiten Kazachstan moeten worden gehuisvest, een visum uitgereikt krijgen; verzoekt de EU-delegatie en de ambassades van de EU-lidstaten in Kazachstan samen te werken met de Kazachse autoriteiten om te zorgen voor de onmiddellijke vrijlating van honderden politieke gevangenen en gedetineerden in Kazachstan, de opheffing van de vrijheidsbeperkingen voor activisten uit het maatschappelijk middenveld en de oppositie, en de uitbanning van foltering en mishandeling in gevangenissen;
19. is ingenomen met het aanbod van de VV/HV om “bijstand te verlenen voor een vreedzame oplossing van de crisis” in zijn verklaring van 8 januari 2022, maar betreurt het uitblijven van een diplomatiek initiatief; moedigt de EDEO aan in capaciteitsopbouw te investeren en gebruik te maken van het bestaande potentieel voor bemiddeling, vreedzame crisisoplossing en andere instrumenten, zoals pendeldiplomatie, onder meer door de VV/HV of de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië;
20. dringt er bij de EDEO op aan tijdens de volgende zitting van de VN-Mensenrechtenraad aandacht te besteden aan de situatie in Kazachstan en vervolgens een resolutie over de situatie aan te nemen;
21. dringt er bij de Kazachse autoriteiten op aan de internationale normen na te leven wat het wettelijk kader voor het houden van verkiezingen betreft, en gevolg te geven aan de aanbevelingen van de beperkte verkiezingswaarnemingsmissie van het ODIHR betreffende grondwettelijk gegarandeerde fundamentele vrijheden, deelname van het maatschappelijk middenveld, politiek pluralisme, de onpartijdigheid van de verkiezingsadministratie, het actief en passief kiesrecht, kiezersregistratie, de media en de bekendmaking van verkiezingsuitslagen;
22. verzoekt Kazachstan dringend hervormingen door te voeren om corruptie en toenemende ongelijkheid te bestrijden; verzoekt de EU-instellingen vaart te zetten achter de goedkeuring van anticorruptiewetgeving om corrupte functionarissen en hun aanhangers in Kazachstan aan te pakken op grond van mensenrechtenschendingen en witwaspraktijken;
23. herinnert aan de onlangs goedgekeurde wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten, die de EU in staat stelt op te treden tegen plegers van ernstige schendingen van de mensenrechten in de hele wereld, en die het in het geval van Kazachstan mogelijk maakt sancties op te leggen aan personen, entiteiten en instanties die betrokken zijn bij of in verband worden gebracht met wijdverbreide en systematische schendingen van de mensenrechten; verzoekt de Raad gerichte sancties op te leggen aan hooggeplaatste Kazachse functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de ernstige schendingen die tijdens de protesten van januari 2022 zijn begaan;
24. neemt kennis van de door president Tokajev aangekondigde sociaal-economische en politieke hervormingen en verwacht van de regering en de autoriteiten dat zij de uitvoering ervan opvolgen om de levensstandaard van de burgers te verbeteren en hun ontevredenheid weg te nemen, en verzoekt de president zo spoedig mogelijk meer duidelijkheid te verschaffen over de politieke hervormingen en de structuur van het nieuwe “fonds voor het volk van Kazachstan”; moedigt de Kazachse regering aan om bij dit hervormingsproces te streven naar samenwerking met de EU, de OVSE en de Raad van Europa, en verzoekt de EDEO klaar te staan om bij dit proces alle relevante steun te verlenen;
25. roept de buurlanden van Kazachstan op zich te onthouden van elke vorm van inmenging die negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de binnenlandse aangelegenheden van Kazachstan;
26. verzoekt de Europese instellingen en agentschappen, met inbegrip van de EDEO en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, en de Wereldbank om de financiering van programma’s in Kazachstan stop te zetten totdat de regering aanzienlijke en tastbare inspanningen levert om haar staat van dienst op het gebied van mensenrechten te verbeteren, met inbegrip van de uitvoering van alle aanbevelingen van het Europees Parlement, de VN en de OVSE, op een wijze die geen gevolgen heeft voor de rechtstreekse ondersteuning van onafhankelijke maatschappelijke organisaties, activisten, mensenrechtenverdedigers en media;
27. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor Centraal-Azië, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president, de regering en het parlement van Kazachstan.