Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2022/2692(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0415/2022

Ingediende teksten :

B9-0415/2022

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2022)0354

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 48k
Donderdag 6 oktober 2022 - Straatsburg
Resultaat van de herziening door de Commissie van het actieplan van 15 punten inzake handel en duurzame ontwikkeling
P9_TA(2022)0354B9-0415/2022

Resolutie van het Europees Parlement van 6 oktober 2022 over het resultaat van de herziening door de Commissie van het actieplan van 15 punten inzake handel en duurzame ontwikkeling (2022/2692(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het non-paper van de Commissie van 26 februari 2018 getiteld “Feedback and way forward on improving the implementation and enforcement of Trade and Sustainable Development chapters in EU Free Trade Agreements” (het actieplan van 15 punten),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 22 juni 2022 getiteld “De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” (COM(2022)0409) (mededeling over de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling),

–  gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties,

–  gezien de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO),

–  gezien de tripartiete beginselverklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid,

–  gezien het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering, met inbegrip van de Overeenkomst van Parijs van 2015,

–  gezien de beoordelingsverslagen van het Intergouvernementeel Panel van de VN over klimaatverandering,

–  gezien het Verdrag inzake biologische diversiteit van 1992 (VBD) en de bijbehorende protocollen,

–  gezien de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten van 1975,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (COM(2019)0640),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2022 over waardig werk wereldwijd voor een mondiale rechtvaardige transitie en een duurzaam herstel (COM(2022)0066),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381),

–  gezien zijn resolutie van 26 november 2020 over de toetsing van het handelsbeleid van de EU(1) en de mededeling van de Commissie van 18 februari 2021 getiteld “Evaluatie van het handelsbeleid – Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” (COM(2021)0066),

–  gezien de vraag van de Commissie internationale handel aan de Commissie van 16 januari 2018 over de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling in de handelsovereenkomsten van de EU (O-000098/2017 – B8-0617/2017),

–  gezien het non-paper van Nederland en Frankrijk van 8 mei 2020 over handel, sociaal-economische gevolgen en duurzame ontwikkeling,

–  gezien zijn resolutie van 17 februari 2022 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2021(2),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over gendergelijkheid in de handelsverdragen van de EU(3),

–  gezien het EU-genderactieplan (GAP) III, dat op 25 november 2020 is gepubliceerd (JOIN(2020)0017), en de resolutie van het Parlement van 10 maart 2022 daarover(4),

–  gezien de jaarverslagen van de Commissie over de uitvoering en handhaving van handelsovereenkomsten van de EU,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 oktober 2021 getiteld “De volgende generatie hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling – Herziening van het 15-puntenactieplan”,

–  gezien het non-paper van het Europees Economisch en Sociaal Comité van oktober 2021 getiteld “Strengthening and Improving the Functioning of EU Trade Domestic Advisory Groups”,

–  gezien het in 2017 gepubliceerde handboek van de IAO en de Commissie voor de beoordeling van arbeidsbepalingen in handels- en investeringsregelingen,

–  gezien het in 2019 gepubliceerde handboek voor de uitvoering van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling in de handelsovereenkomst tussen de EU en Ecuador,

–  gezien het verslag van mei 2022 over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa, en met name voorstel 19, punt 4,

–  gezien de vraag aan de Commissie over het resultaat van de herziening door de Commissie van het actieplan van 15 punten inzake handel en duurzame ontwikkeling (O‑000029/2022 – B9‑0021/2022),

–  gezien artikel 136, lid 5, en artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie internationale handel,

A.  overwegende dat de EU zich inzet voor een open, op regels gebaseerd handelsstelsel dat eerlijk, inclusief en duurzaam is; overwegende dat het handelsbeleid van de EU een belangrijk geo-economisch instrument is; overwegende dat een positieve en proactieve handelsagenda van cruciaal belang is voor de economische welvaart, het concurrentievermogen, de innovatie en de totstandbrenging van nieuwe, hoogwaardige werkgelegenheid in Europa;

B.  overwegende dat de EU zich, als ’s werelds grootste handelsblok, in een unieke positie bevindt om wereldwijd en bilateraal samen te werken en betrekkingen aan te gaan met partnerlanden om de naleving van internationale arbeidsnormen en milieuvoorschriften door middel van haar handelsbeleid en handelsovereenkomsten te bevorderen;

C.  overwegende dat alle nieuwe handelsovereenkomsten van de EU hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling moeten bevatten; overwegende dat het actieplan van 15 punten sinds 2018 als leidraad dient voor de uitvoering en handhaving van deze hoofdstukken; overwegende dat het Parlement systematisch heeft aangedrongen op de verbetering van de uitvoering en de doeltreffende handhaving van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling en daarnaast heeft gepleit voor de mogelijkheid om als laatste redmiddel sancties op te leggen;

D.  overwegende dat de Commissie in juni 2021 is gestart met een grondige herziening van het actieplan van 15 punten inzake handel en duurzame ontwikkeling, met als doel het vermogen van handelsovereenkomsten in hun geheel om in samenwerking met handelspartners duurzame handel te bevorderen, te versterken;

E.  overwegende dat de EU, door middel van haar handelsbeleid en externe optreden, en het Parlement, door middel van zijn wetgevingswerkzaamheden en parlementaire diplomatie, samen het idee hebben versterkt dat de voorwaarden waaronder goederen worden geproduceerd en diensten worden verleend wat betreft mensenrechten, milieu, arbeid en maatschappelijke ontwikkeling net zo relevant zijn als de daadwerkelijke handel in deze goederen en diensten;

1.  is ingenomen met de bekendmaking van de resultaten van de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling; benadrukt dat het Parlement geruime tijd heeft aangedrongen op een alomvattende herziening van en een sterkere nadruk op de uitvoering en handhaving van hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling; neemt kennis van het feit dat de Commissie voor zes beleidsprioriteiten verbeterpunten heeft vastgesteld;

2.  stelt met tevredenheid vast dat de Commissie voornemens is de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling als samenwerkingsinstrumenten te versterken en gebruik te maken van vroegtijdige kloofanalyse om met hulp uit het maatschappelijk middenveld landspecifieke uitvoeringsprioriteiten vast te stellen; merkt op dat de IAO, het Milieuprogramma van de VN en de multilaterale milieuovereenkomsten bij de vaststelling van hiaten in de uitvoering moeten worden geraadpleegd; meent dat gedetailleerde, tijdgebonden stappenplannen voor de uitvoering een nuttig instrument zijn voor het behalen van de gewenste resultaten;

3.  wijst er nogmaals op dat grondig verkennend onderzoek moet worden gedaan voordat onderhandelingen over nieuwe vrijhandelsovereenkomsten worden gestart; verzoekt de Commissie in dit verkennend onderzoek relevante inhoud over handel en duurzame ontwikkeling op te nemen;

4.  staat achter het plan van de Commissie om duurzaamheid in alle vrijhandelsovereenkomsten op te nemen teneinde bij te dragen aan de verwezenlijking van een koolstofneutrale economie, en om prioriteit te geven aan markttoegang voor milieugoederen en -diensten, alsook voor grondstoffen en energiegoederen die essentieel zijn voor de werking van een koolstofneutrale economie, mits daarbij duurzame praktijken worden gehanteerd, de mensenrechten, de arbeidsrechten en het milieu in derde landen niet worden aangetast, en het VN-beginsel van vrijwillige, voorafgaande en geïnformeerde toestemming wordt geëerbiedigd; pleit voor de uitvoering van alomvattende duurzaamheidseffectbeoordelingen om in kaart te brengen welke bepalingen verder gaan dan de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling en kansen kunnen bieden of juist een uitdaging kunnen vormen voor de verwezenlijking van duurzaamheidsdoelstellingen;

5.  herinnert eraan dat het Parlement heeft aangedrongen op de versterking van de rol van EU-delegaties bij het toezicht op de uitvoering van de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling; pleit in dit verband voor de toewijzing van voldoende financiële en personele middelen aan de EU-delegaties en voor de stroomlijning van de werkzaamheden van de diensten van de Commissie om een adequate inzet op het gebied van handelsgerelateerde duurzaamheidskwesties te garanderen, alsmede voor de coördinatie en uitvoering van programma’s voor capaciteitsopbouw om duurzame ontwikkeling te bevorderen; verzoekt de Commissie en de lidstaten optimaal gebruik te maken van de “Team Europa”-aanpak om te zorgen voor coördinatie en samenhang wanneer zij met partnerlanden in contact treden over handelsgerelateerde duurzaamheidskwesties;

6.  beschouwt de totstandbrenging van de functie Chief Trade Enforcement Officer (CTEO – hoofd handhaving voor de handel) en het vernieuwde centrale contactpunt als belangrijke stappen ter versterking van de uitvoering van de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling; herinnert eraan dat de Commissie heeft toegezegd evenveel belang te zullen hechten aan vermeende inbreuken op bepalingen betreffende handel en duurzame ontwikkeling als aan vermeende inbreuken op verbintenissen inzake markttoegang; constateert dat tot op heden slechts één klacht in verband met inbreuken op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling is ingediend via het centrale contactpunt; onderstreept dat het belangrijk is duidelijke en precieze toezeggingen op te nemen in toekomstige hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling;

7.  pleit voor een sterkere rol voor interne adviesgroepen in alle fasen van de levenscyclus van handelsovereenkomsten en dringt erop aan dat deze groepen een toezichthoudende rol krijgen met betrekking tot de concrete uitvoering van alle aspecten in vrijhandelsovereenkomsten die van invloed zijn op duurzaamheid, waaronder toezicht op de stappenplannen voor de uitvoering; vraagt dat aan interne adviesgroepen voldoende financiële middelen worden toegewezen en voldoende technische bijstand wordt verleend, zodat zij hun taken naar behoren kunnen uitvoeren; beklemtoont dat de Commissie internationale handel (INTA) van het Parlement heeft toegezegd jaarlijks een debat te zullen houden met vertegenwoordigers van interne adviesgroepen; is van mening dat nauwere uitwisseling tussen de toezichtgroepen en de vaste rapporteurs van het Parlement enerzijds en de interne adviesgroepen anderzijds voor beide partijen van grote waarde is; pleit voorts voor de instelling van functionerende interne adviesgroepen in partnerlanden en -regio’s, in overeenstemming met de aanbevelingen van het Europees Economisch en Sociaal Comité en de adviezen van de interne adviesgroepen van de EU; is ingenomen met het feit dat interne adviesgroepen tevens collectieve klachten kunnen indienen en dat klagers uit de EU kwesties met betrekking tot handel en duurzame ontwikkeling in verband met een in een partnerland gevestigde instantie kunnen aankaarten; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat naast interne adviesgroepen ook maatschappelijke organisaties collectieve klachten kunnen indienen;

8.  benadrukt dat de nadere afstemming van de handhaving van hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling op de algemene beslechting van geschillen tussen staten en de verruiming van de nalevingsfase tot geschillen in het kader van hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling zullen leiden tot een betere uitvoering en handhaving van de aanbevelingen uit de verslagen van het deskundigenpanel; is van oordeel dat de nationaal bepaalde bijdragen, als tastbare toezeggingen van de partijen bij de Overeenkomst van Parijs, een essentiële rol moeten spelen wanneer wordt nagegaan of er sprake is van schending van de Overeenkomst van Parijs; dringt erop aan dat de arbiters die met dergelijke geschillen belast zijn, aantoonbare deskundigheid hebben op de desbetreffende gebieden;

9.  benadrukt het belang van de uitvoering van beoordelingen achteraf van het milieu- en maatschappelijk effect van alle bepalingen van vrijhandelsovereenkomsten en pleit bovendien voor een evaluatie van de doeltreffendheid van bepalingen betreffende handel en duurzame ontwikkeling;

10.  is verheugd dat het lange aandringen van het Parlement op de oplegging van handelssancties als laatste redmiddel tegen ernstige schendingen van de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling, namelijk de Verklaring van de IAO betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk, en materiële inbreuken op de Overeenkomst van Parijs in het document terugkomt; hoopt dat tijdens de 15e conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit van december 2022 aan de voorwaarden zal worden voldaan om het verdrag afdwingbaar te maken, zoals in de mededeling over de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling is voorzien;

11.  stelt vast dat de Commissie geen modelhoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling heeft voorgelegd omdat alle elementen van de mededeling over de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling steeds op de afzonderlijke handelspartners moeten worden afgestemd;

12.  verwacht dat de beginselen van het resultaat van de herziening van het actieplan van 15 punten terugkomen in alle handelsovereenkomsten van de EU waarover nog wordt onderhandeld, alsook in nieuwe handelsovereenkomsten die ter goedkeuring aan het Parlement worden voorgelegd; verwacht bovendien dat alle geldende vrijhandelsovereenkomsten worden gemoderniseerd, ofwel met behulp van de speciale herzieningsclausules die in bestaande overeenkomsten zijn opgenomen, ofwel aan de hand van andere passende procedures;

13.  beschouwt het resultaat van de herziening van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling als een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat handelsovereenkomsten tegemoetkomen aan de eisen waaraan het Parlement reeds lang geleden uiting heeft gegeven en aan de verwachtingen van het maatschappelijk middenveld en de burgers, waarbij moet worden gewaarborgd dat handelsovereenkomsten van de EU onderhandelbaar en aantrekkelijk blijven voor partners;

14.  blijft zich inspannen om de parlementaire werkzaamheden met betrekking tot het toezicht op de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling en de uitvoering daarvan gedurende de gehele levenscyclus van handelsovereenkomsten voortdurend op te voeren, onder meer door middel van speciale toezichtgroepen, speciale parlementaire missies van het Europees Parlement en eventuele gezamenlijke parlementaire toezichtcomités met partnerlanden; vraagt de Commissie regelmatig verslag uit te brengen aan het Parlement, via de commissie INTA of de speciale toezichtgroepen, over de vooruitgang die geboekt is met betrekking tot de verbintenissen inzake handel en duurzame ontwikkeling, en de uitvoering daarvan door partnerlanden;

15.  onderstreept dat gender in het gehele proces, van duurzaamheidseffectbeoordeling tot uitvoering, moet worden geïntegreerd, opdat zowel vrouwen als mannen kunnen profiteren van de economische kansen die uit handelsovereenkomsten voortvloeien;

16.  wijst erop dat alle nieuwe vrijhandelsovereenkomsten van de EU een hoofdstuk over duurzame voedselsystemen moeten bevatten dat gekoppeld is aan het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, zoals in de toetsing van het handelsbeleid is aangegeven;

17.  beklemtoont dat de EU zich, als ’s werelds grootste handelsblok, ambitieus moet opstellen bij haar inspanningen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, wanneer zij aanvullende autonome instrumenten vormgeeft ter ondersteuning van wereldwijde klimaatactie, de strijd tegen biodiversiteitsverlies en ontbossing, de verbetering van dierenwelzijn, de vaststelling van regels inzake duurzaamheid van bedrijven, zorgvuldigheidseisen en dwangarbeid, de stimulering van de circulaire economie en de groene energietransitie, en de waarborging van fatsoenlijk werk wereldwijd; meent dat de EU haar handelspartners er bovendien door middel van dialoog en tariefpreferenties toe moet aansporen aan het bovenstaande te voldoen; verzoekt de Commissie hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling te gebruiken om de ratificatie te stimuleren van de in de tripartiete beginselverklaring van de IAO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid opgenomen IAO-verdragen;

18.  onderstreept dat multilateraal optreden de beste manier is om de wereldwijde transitie naar een koolstofneutrale, inclusieve en duurzame economie te verwezenlijken waarin de rechten van werknemers worden geëerbiedigd; verzoekt de EU met klem haar werkzaamheden in dit verband op multilateraal niveau op te voeren, binnen de Wereldhandelsorganisatie en door nauwer samen te werken met de IAO, het Milieuprogramma van de VN en de multilaterale milieuovereenkomsten;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede aan de Internationale Arbeidsorganisatie, het Milieuprogramma van de Verenigde Naties en de multilaterale milieuovereenkomsten.

(1) PB C 425 van 20.10.2021, blz. 155.
(2) PB C 342 van 6.9.2022, blz. 191.
(3) PB C 162 van 10.5.2019, blz. 9.
(4) PB C 347 van 9.9.2022, blz. 150.

Laatst bijgewerkt op: 26 januari 2023Juridische mededeling - Privacybeleid