Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/2146(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0235/2022

Ingediende teksten :

A9-0235/2022

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/10/2022 - 5.8
CRE 18/10/2022 - 5.8

Aangenomen teksten :

P9_TA(2022)0362

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 59k
Dinsdag 18 oktober 2022 - Straatsburg
Kwijting 2020: Europees Grens- en kustwachtagentschap
P9_TA(2022)0362A9-0235/2022
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 oktober 2022 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020 (2021/2146(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2020, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2020 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 28 februari 2022 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2020 (06003/2022 – C9‑0101/2022),

–  gezien zijn besluit van 4 mei 2022(3) tot uitstel van het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2020, alsmede de antwoorden van de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap,

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624(5), en met name artikel 116,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0235/2022),

1.  verleent de uitvoerend directeur geen kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2020;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 439 van 29.10.2021, blz. 3.
(2) PB C 439 van 29.10.2021, blz. 3.
(3) PB L 258 van 5.10.2022, blz. 406.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1.
(6) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 oktober 2022 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020 (2021/2146(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020,

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2020, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2020 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 28 februari 2022 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2020 (06003/2022 – C9‑0101/2022),

–  gezien zijn besluit van 4 mei 2022(3) tot uitstel van het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2020, alsmede de antwoorden van de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap,

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(4), en met name artikel 70,

–  gezien Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624(5), en met name artikel 116,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 105,

–  gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0235/2022),

1.  wijst erop dat een ontwerpbesluit tot afsluiting van de rekeningen van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020 in een volgende vergaderperiode moet worden ingediend;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 439 van 29.10.2021, blz. 3.
(2) PB C 439 van 29.10.2021, blz. 3.
(3) PB L 258 van 5.10.2022, blz. 406.
(4) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(5) PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1.
(6) PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 oktober 2022 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020 (2021/2146(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020,

–  gezien het OLAF-verslag dat op 15 februari 2022 werd afgerond en in juli 2022 ter beschikking werd gesteld van de leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie begrotingscontrole,

–  gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0235/2022),

A.  overwegende dat de Europese Ombudsman in het kader van de zaken OI/5/2020/MHZ en OI/4/2021/MHZ enkele onderzoeken heeft verricht naar de naleving door het Europees Grens- en kustwachtagentschap (het “Agentschap”) van zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten en het afleggen door het Agentschap van verantwoording over zijn uitgebreidere verantwoordelijkheden, en een reeks aanbevelingen aan het Agentschap heeft gedaan;

1.  wijst erop dat de uitvoerend directeur van het Agentschap en zijn voormalige kabinetchef op 28 april 2022 hun ontslag hebben ingediend naar aanleiding van de openbaarmaking van het OLAF-verslag en van diverse rapporten en journalistiek onderzoek waaruit bleek dat er bij het Agentschap sprake was van misstanden op met het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten; betreurt dat er, ondanks de aanbevelingen van OLAF in die zin, tegen hen geen tuchtprocedures zijn ingeleid; is ingenomen met het feit dat de raad van bestuur per 1 juli 2022 een uitvoerend directeur ad interim heeft benoemd; neemt nota van de kennisgeving van vacature voor een nieuwe uitvoerend directeur van het Agentschap, die op 21 juni 2022 is gepubliceerd; verzoekt de raad van bestuur van het Agentschap zo spoedig mogelijk een uitvoerend directeur te benoemen; verzoekt de raad van bestuur, alvorens verder te gaan met deze aanwervingsprocedure, toe te zeggen meer transparantie te betrachten en verantwoording af te leggen aan het Parlement en die toezegging schriftelijk aan het Parlement te bevestigen; benadrukt dat de nieuwe uitvoerend directeur zich ertoe moet verbinden de volledige eerbiediging van de grondrechten in het kader van alle activiteiten van het Agentschap te waarborgen, en over zeer goede administratieve en managementvaardigheden moet beschikken; verzoekt de raad van bestuur en de Commissie om, in overeenstemming met de prerogatieven van het Parlement, actief samen te werken met het Parlement; is van mening dat deze toezegging van de raad van bestuur inzake transparantie en verantwoordingsplicht ook betrekking moet hebben op de zo breed mogelijke openbare toegang tot de eindverslagen van OLAF over het Agentschap, in een voor openbaar gebruik passend formaat, en op de volledige uitvoering van de aanbevelingen van het Parlement, en met name de aanbevelingen van zijn werkgroep voor toezicht op Frontex;

2.  is ingenomen met de op 27 juni 2022 aan de Commissie begrotingscontrole toegezonden achtergrondnota getiteld “Actions taken by Frontex management during transition period”, waarin de kwijtingsautoriteit wordt geïnformeerd over de maatregelen die zijn genomen door het interim-management van het Agentschap in afwachting van de benoeming van een nieuwe uitvoerend directeur; verzoekt het interim-management en de te benoemen uitvoerend directeur de kwijtingsautoriteit proactief te blijven informeren over hun reactie op haar opmerkingen en aanbevelingen;

3.  neemt kennis van de toezegging om een actieplan op te stellen voor de in dit document gepresenteerde corrigerende maatregelen, dat moet worden uitgevoerd onder leiding van de uitvoerend directeur ad interim; is ingenomen met het feit dat de uitvoerend directeur ad interim de bestaande problemen van het Agentschap erkent, en neemt kennis van de toezegging van de uitvoerend directeur ad interim om ervoor te zorgen dat het Agentschap zijn mandaat volledig uitvoert en bij zijn werkzaamheden de rechtsstaat volledig eerbiedigt, en waardeert de positieve verandering met betrekking tot het eerbiedigen van de grondrechten en het veranderen van de organisatiecultuur van het Agentschap, en er in dat kader onder meer voor te zorgen dat mensen eventuele wantoestanden durven aan te kaarten en dat aan meldingen van wantoestanden een behoorlijke follow-up wordt gegeven, om een dialoog op gang te brengen met het personeel, om delegatie van bevoegdheden te stimuleren en om te werken aan een vertrouwensrelatie met andere instellingen en de burgers; is tevens verheugd over haar toezegging om zich in te zetten voor transparantie; verwacht dat deze erkenning en toezeggingen tot uitdrukking komen in een actieplan dat, samen met regelmatige updates over de uitvoering daarvan, aan het Parlement wordt voorgelegd; vindt dat het boeken van vooruitgang bij de uitvoering van het actieplan een belangrijke voorwaarde is voor het verlenen van kwijting aan het Agentschap;

4.  verzoekt het uitvoerend management van het Agentschap voort te gaan met de uitvoering van het mandaat van het Agentschap; wijst er nogmaals op dat duidelijkheid, transparantie, een open dialoog en communicatie, zowel intern als extern, delegatie van verantwoordelijkheden en taken, alsook naleving van strikte ethische normen en eerbiediging van de grondrechten van essentieel belang zijn om de organisatiecultuur van het Agentschap te veranderen, behoorlijk bestuur te waarborgen en het functioneren van het Agentschap zodanig te verbeteren dat het in staat is ten volle uitvoering te geven aan zijn mandaat, zoals neergelegd in Verordening (EU) 2019/1896; herinnert eraan dat dit een collectieve inspanning is die de loyale samenwerking vereist van het uitvoerend management, de raad van bestuur van het Agentschap en de Commissie; dringt er in dit verband nogmaals bij de Commissie op aan te voorzien in duidelijke richtsnoeren voor de interpretatie van het mandaat van het Agentschap en de uitvoering daarvan, en dan met name wat betreft grenstoezicht; herinnert eraan dat het Parlement dit proces steunt; herinnert aan de opmerkingen die tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole op 13 juli 2022 zijn gemaakt, namelijk dat het steeds snellere tempo dat door het nieuwe mandaat van het Agentschap werd gedicteerd tot problemen leidde die achteraf gezien werden onderschat en die met name leidden tot vertragingen bij de aanwerving; merkt op dat de huidige aanpassingscoëfficiënt ertoe leidt dat het uitermate moeilijk is om gekwalificeerd en divers personeel aan te werven en dringt aan op herziening ervan, waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke kosten van levensonderhoud, om het geografisch evenwicht binnen het Agentschap te verbeteren;

5.  benadrukt de grotere rol die het Agentschap heeft moeten vervullen in het kader van de Russische invasie in Oekraïne; is in dit verband ingenomen met de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië inzake operationele activiteiten van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap in de Republiek Moldavië(1) en de bijstand die aan Chisinau is verleend bij het beheer van migratiestromen;

Budgettair en financieel beheer

6.  herinnert aan de opmerking van de Rekenkamer over de overdracht van een voorlopige vastlegging in de begroting van 18 000 000 EUR voor de voorbereiding van inzetten ter plaatse in 2021, waarvoor een juridische verbintenis ontbrak; neemt kennis van de corrigerende maatregelen die het Agentschap heeft genomen en die gericht zijn op het verduidelijken van het regelgevingskader, meer betrokkenheid van de financiële dienst van het Agentschap en de opleiding van personeel, waarbij het desbetreffende bedrag echter niet werd vrijgegeven uit de begroting van de Unie; is van mening dat de voorlopige vastlegging in de begroting had moeten worden geannuleerd en niet overgedragen had moeten worden; verzoekt de Rekenkamer het besluit van het Agentschap om de vastlegging niet te annuleren, te beoordelen;

7.  spreekt nogmaals zijn bezorgdheid uit over het feit dat de uitvoerend directeur van het Agentschap op 4 maart 2020, in strijd met het Financieel Reglement, een privévlucht heeft gemaakt, waarvan de kosten, 8 500 EUR, ten laste kwamen van het Agentschap;

Voorwaarden voor de kwijting 2019

8.  neemt kennis van het verslag van het Agentschap over de maatregelen die zijn genomen om te voldoen aan de zeven voorwaarden die zijn gesteld om het Agentschap kwijting te kunnen verlenen voor 2019; vindt het overigens teleurstellend dat uit dit verslag blijkt dat het Agentschap aan slechts vijf van de zeven voorwaarden voldoet; betreurt dat aan enkele voorwaarden nog steeds niet volledig is voldaan;

9.  betreurt dat een van de voorwaarden waaraan nog niet is voldaan de aanwerving van 40 toezichthouders voor de grondrechten (FRM’s) is, aangezien op 1 juni 2022 31 FRM’s in dienst waren, waarvan er op 1 september 2022 nog drie zullen beginnen; wijst erop dat het Agentschap overeenkomstig artikel 110, lid 6, van Verordening (EU) 2019/1896 uiterlijk op 5 december 2020 ten minste veertig toezichthouders voor de grondrechten had moeten aanwerven; betreurt dat de werkgroep voor toezicht op Frontex heeft vastgesteld dat de aanwerving van FRM’s onnodig is vertraagd door de vorige uitvoerend directeur van het Agentschap, terwijl het Agentschap beweert dat de vertraging te wijten was aan langdurige aanwervingsprocedures bij de instellingen van de Unie; stelt vast dat het Agentschap recentelijk vooruitgang heeft geboekt bij de aanwerving en is ingenomen met de toename van het aantal FRM’s van 40 naar 46; wijst erop dat Verordening (EU) 2019/1896 het kader biedt voor een verdere stijging van het aantal FRM’s bij uitbreiding van het Agentschap, waarbij het oorspronkelijke aantal van 40 FRM’s de drempel is en niet het plafond; dringt er nogmaals bij het Agentschap op aan om voortaan uitsluitend FRM’s aan te werven en te benoemen op AD-niveau; neemt kennis van de toezegging van het Agentschap om de resterende FRM’s zo snel mogelijk aan te werven; merkt op dat de grondrechtenfunctionaris (FRO) heeft aangegeven tevreden te zijn met de procedure;

10.  betreurt dat het Agentschap zijn activiteiten in Griekenland niet heeft geëvalueerd, hoewel uit verslagen van instellingen van de lidstaten, de Raad van Europa en de Verenigde Naties blijkt dat het Agentschap gezamenlijke grenscontrole-operaties uitvoerde op locaties waar tegelijkertijd schendingen van de grondrechten plaatsvonden; betreurt dat het Agentschap, ondanks het feit dat de kwijtingsautoriteit in haar eerste kwijtingsverslag 2020 over het Agentschap deze kwestie heeft aangekaart, geen substantiële informatie heeft verstrekt over de wijze waarop het hieraan een follow-up wil geven; wijst op de urgentie van deze kwestie in het licht van de ontwikkelingen in Griekenland; dringt er bij het Agentschap op aan zo spoedig mogelijk een grondige evaluatie uit te voeren en de kwijtingsautoriteit in dit verband op de hoogte te houden;

11.  betreurt dat het Agentschap de standaardprocedure voor verslagen over ernstige incidenten nog niet heeft herzien; merkt op dat deze herziening aanvankelijk gepland stond voor het tweede kwartaal van 2022, maar dat de herziening volgens het Agentschap vanwege de oorlog in Oekraïne is uitgesteld tot het derde kwartaal van 2022;

12.  betreurt dat een andere voorwaarde waaraan nog niet is voldaan de oproep aan het Agentschap betreft om zijn steungerelateerde activiteiten in Hongarije op te schorten, waarmee het verzuimt te handelen overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2019/1896 en de conclusies van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof van Justitie) met betrekking tot inbreukprocedures tegen Hongarije; neemt kennis van de argumentatie van het Agentschap dat het, in plaats van de steungerelateerde activiteiten op te schorten, aanvullende vrijwaringsmaatregelen treft om van de Hongaarse autoriteiten de verzekering te krijgen dat de grondrechten worden gerespecteerd, en dit nauwlettend in de gaten houdt, hetgeen wordt ondersteund door de stelling van de Commissie in de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van 13 juli 2022 dat de aanwezigheid van het Agentschap in Hongarije betekent dat het Agentschap toezicht en controle kan uitoefenen op mogelijke schendingen van de grondrechten van vluchtelingen of asielzoekers door de Hongaarse autoriteiten aan de grens; benadrukt dat deze aanwezigheid zich moet beperken tot monitoring en onderstreept dat het Agentschap zich moet onthouden van deelname aan operaties die onderworpen zijn aan nationale wettelijke bepalingen welke door het Hof van Justitie onverenigbaar zijn verklaard met het Unierecht, tot het moment dat al deze bepalingen in overeenstemming zijn met het acquis communautaire; merkt op dat de FRO van het Agentschap benadrukt dat voortzetting van de ondersteunende activiteiten van het Agentschap in Hongarije ertoe kan leiden dat het Agentschap medeverantwoordelijk wordt voor schending van het beginsel van non-refoulement, en beveelt het Agentschap aan zijn ondersteunende activiteiten in Hongarije op te schorten en te voorzien in aanvullende waarborgen indien het Agentschap desondanks de monitoring van deze operaties zou voortzetten, met name in het licht van de algemene rechtsstaatsituatie in Hongarije; dringt er in dit verband nogmaals bij het Agentschap op aan alle andere activiteiten in Hongarije op te schorten; neemt desalniettemin kennis van de vooruitgang die het Agentschap heeft geboekt door middel van de vaststelling van de operationele standaardprocedures inzake artikel 46 in de vorm van een besluit van de uitvoerend directeur in januari 2022; benadrukt dat het belangrijk is dat deze procedures worden uitgevoerd met inachtneming van de hoogste normen inzake eerbiediging van de grondrechten;

13.  concludeert dat het Agentschap op bevredigende wijze uitvoering heeft gegeven aan de meeste door de kwijtingsautoriteit geformuleerde voorwaarden, maar dat nog niet aan alle voorwaarden volledig is voldaan en dat op belangrijke voorwaarden nog niet is gehandeld; verzoekt het Agentschap snel te handelen en te voldoen aan de resterende voorwaarden; benadrukt dat het voor de kwijtingsautoriteit, om kwijting te kunnen verlenen voor het begrotingsjaar 2020, van cruciaal belang is dat aan deze voorwaarden wordt voldaan;

14.  herhaalt dat de drastische uitbreiding van de bevoegdheden en de aanzienlijke verhoging van de begroting van het Agentschap gepaard moeten gaan met een bijbehorende grotere verantwoordingsplicht en transparantie; beklemtoont dat het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap afhankelijk is van een dergelijke verantwoordingsplicht en transparantie, en met name van de inachtneming van het Unierecht door het Agentschap;

Het verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

15.  merkt op dat OLAF en de raad van bestuur van het Agentschap een geanonimiseerde versie van het eindverslag van OLAF over de activiteiten van het Agentschap ter beschikking hebben gesteld; merkt op dat deze geanonimiseerde versie alleen ter beschikking is gesteld van de leden van de Commissie begrotingscontrole en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken; herinnert eraan dat de kwijtingsautoriteit toegang tot dit verslag noodzakelijk achtte om een volledig geïnformeerd besluit over de kwijting voor 2020 te kunnen nemen; betreurt dat het zo lang heeft geduurd om toegang tot dat verslag te verlenen, wat de controle door het Parlement niet ten goede is gekomen; benadrukt daarnaast dat de bevindingen van het OLAF-verslag van algemeen belang zijn; merkt op dat nu is verduidelijkt dat OLAF verantwoordelijk is voor het verslag en dat alle lopende acties naar aanleiding van de bevindingen van het verslag zijn afgesloten;

16.  merkt op dat de ernstige zorgen die naar aanleiding van de gedeeltelijke presentatie van de bevindingen van het eindverslag tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van 28 februari 2022 werden geuit, in het eindverslag worden bevestigd; is zeer verontrust over de bevindingen van het onderzoek en over de omvang van de door OLAF vastgestelde ernstige misdragingen en andere onregelmatigheden, alsmede over het niveau waarop deze zijn begaan; drukt in deze context zijn grote ontsteltenis uit over het gedrag en de acties van de betrokken personen als beschreven in de bevindingen, en over het feit dat hierover geen verantwoording is afgelegd; neemt kennis van de verklaringen van de voorzitter van de raad van bestuur van het Agentschap tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van 13 juli 2022 dat er maatregelen zijn genomen naar aanleiding van de conclusies van OLAF in het eindverslag; is in dit verband van mening dat er ingrijpende corrigerende maatregelen moeten worden genomen en dat de aanpak van de door OLAF vastgestelde problemen tijd zal vergen en dat met name de aan te stellen nieuwe uitvoerend directeur zich in dit kader ten volle zal moeten inzetten; verzoekt het Agentschap nogmaals een gedetailleerd stappenplan te presenteren met maatregelen om de resterende punten van zorg aan te pakken, samen met een duidelijk en gedetailleerd tijdschema voor de uitvoering van deze maatregelen; brengt in herinnering dat OLAF tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole van 13 juli 2022 nogmaals heeft bevestigd dat het eindverslag geen financiële implicaties bevat of indicaties van schendingen van de beginselen van goed financieel beheer; herinnert eraan dat het onderzoek betrekking had op de beschuldigingen van wangedrag en niet-naleving van procedures door het hogere management; benadrukt echter dat de conclusies in het eindverslag van OLAF over het onderzoek naar de activiteiten van het Agentschap onder leiding van de voormalig uitvoerend directeur zeer ernstig zijn en ter zaken doend voor de kwijtingprocedure voor het jaar 2020; herinnert eraan dat er in 2022 naar verwachting twee aanvullende eindverslagen van OLAF met betrekking tot het Agentschap zullen worden ingediend; dringt erop aan dat de leden van het Parlement onmiddellijk toegang hebben tot deze eindverslagen wanneer deze worden afgerond, net als alle uitvoerende personeelsleden van het agentschap die toegang tot die verslagen moeten hebben om een correcte uitvoering van de begroting van het Agentschap in de toekomst te waarborgen;

Verandering in het Agentschap

17.  erkent en verwelkomt de door de uitvoerend directeur ad interim geïntroduceerde positieve verandering in de manier van leidinggeven, en de toezegging om de organisatiecultuur van het Agentschap te zullen veranderen, onder bevordering van een op teamwerk gebaseerde benadering met consultatief en inclusief leiderschap, en te werken aan een omgeving waar mensen niet bang zijn zich uit te spreken over mogelijke misstanden, met de volmondige steun van de raad van bestuur en de FRO; juicht het vooral toe dat de uitvoerend directeur ad interim zich verbindt tot transparantie, en verwacht dat vastberaden wordt gehandeld om aan de gedane toezeggingen invulling te geven; verwelkomt de positieve rol van de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur en de belangrijke bijdrage van de FRO, die de samenwerking en communicatie binnen het Agentschap hebben verbeterd en geïntensiveerd; neemt ook kennis van de opmerking van de voorzitter van de raad van bestuur en de adjunct-directeur-generaal voor Migratie en Binnenlandse Zaken van de Commissie dat uit het verslag blijkt dat de betrokken personen tekortschoten en dat er geen sprake is van structurele problemen; herhaalt dat het onderzoek van OLAF alleen betrekking had op wangedrag en de niet-naleving van procedures door individuele personen, en benadrukt dat de kwijtingsautoriteit een grondiger analyse moet uitvoeren om de precieze aard van de in kaart gebrachte misstanden te bepalen om zich ervan te vergewissen dat er geen sprake is van structurele problemen;

   (a) benadrukt in de eerste plaats dat, aangezien het wangedrag van individuen zo lang kon voortduren, het systeem van “checks and balances” gedetailleerd tegen het licht moet worden gehouden;
   (b) benadrukt in de tweede plaats dat berichten in de media over de bevindingen van OLAF over lidstaten die de kustwacht van het Agentschap onder druk zetten en pushbacks geheimhouden, betekenen dat het Agentschap voor uitdagingen staat die niet uitsluitend te maken hebben met de opgestapte leidinggevenden;
   (c) is bezorgd over het feit dat verschillende personeelsleden hebben aangegeven van plan te zijn het Agentschap te verlaten vanwege de organisatiecultuur en de algemene werkomgeving, en verwacht van de uitvoerend directeur ad interim dat deze problemen op zo kort mogelijke termijn worden aangepakt;
   (d) is ook bezorgd over de manier waarop het Agentschap toepassing blijft geven aan artikel 46 van Verordening (EU) 2019/1896, zoals blijkt uit het besluit van de uitvoerend directeur ad interim om de aanwezigheid in de Egeïsche Zee uit te breiden, ondanks berichten in de media over de bevindingen van OLAF die wijzen op aanhoudende schendingen van de grondrechten in dit gebied;

18.  is van mening dat alle problemen waarmee het Agentschap wordt geconfronteerd problemen zijn die in het verleden zijn ontstaan en dat de huidige en toekomstige leiding van het Agentschap een manier moet vinden om deze problemen aan te pakken, zodat het Agentschap weer vooruit kan; benadrukt dat als de huidige leiding van het Agentschap dit onderkent en deze problemen belooft aan te pakken, ze daarbij de volledige steun heeft van de kwijtingsautoriteit; benadrukt dat zowel de Commissie als de raad van bestuur van het Agentschap zich ertoe moeten verbinden alle uitdagingen aan te pakken om een nieuwe start te kunnen maken en te voorkomen dat het Agentschap tekort blijft schieten wat betreft de eerbiediging van de grondrechten; verzoekt de Commissie en de raad van bestuur van het Agentschap dan ook al deze kwesties grondig te analyseren en hierover verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit; onderstreept dat in het kader van toekomstige kwijtingsprocedures nauwlettend naar alle hierboven vermelde kwesties zal worden gekeken;

19.  verzoekt met klem het uitvoerend management van het Agentschap, met inbegrip van de uitvoerend directeur ad interim, de plaatsvervangend uitvoerend directeurs en de FRO, toegang te verlenen tot en inzage te geven in het eindverslag van OLAF, gezien het cruciale belang ervan voor een correcte tenuitvoerlegging van de begroting en de verordening van het Agentschap in de toekomst; verzoekt de raad van bestuur en het uitvoerend management van het Agentschap de inhoud van het eindverslag van OLAF nog eens zorgvuldig te beoordelen en alle daarin aan bod komende kwesties aan te pakken; dringt er bij het uitvoerend management van het Agentschap met name op aan om - in het licht van het in de media gemelde verzwijgen van informatie voor de raad van bestuur - de conclusies over door de raad van bestuur onderzochte incidenten in verband met de eerbiediging van de grondrechten en over de uitwisseling van informatie binnen het Agentschap en tussen het Agentschap en het Parlement te bestuderen; dringt er bij het Agentschap en de Commissie op aan alle eventuele structurele problemen met betrekking tot zowel de primaire werkzaamheden van het Agentschap als tot het toezicht te onderkennen en aan te pakken, en ervoor te zorgen dat deze problemen zich niet meer voordoen; verzoekt de Commissie en het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de wijze waarop deze problemen zullen worden aangepakt;

Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer 08/2021

20.  merkt op dat het Agentschap heeft gemeld dat het aanbeveling 5 van speciaal verslag van de Europese Rekenkamer 8/2021 (termijn eind 2021) heeft uitgevoerd, maar de termijn voor de uitvoering van aanbeveling 1 betreffende de verbetering van het kader voor informatie-uitwisseling en het Europese situatiebeeld met meer dan een jaar heeft verschoven van medio 2022 naar het derde en vierde kwartaal van 2023; neemt voorts kennis van de lopende/gedeeltelijke uitvoering van de aanbevelingen 2, 3 en 4 en spoort het Agentschap aan de termijn voor de uitvoering ervan, te weten uiterlijk eind 2022, in acht te nemen;

Transparantie

21.  herinnert aan het besluit van de Europese Ombudsman in het kader van diens eigen onderzoek naar de verplichtingen op het gebied van de grondrechten; neemt met bezorgdheid kennis van de conclusie van de Ombudsman dat het Agentschap moet zorgen voor een proactievere benadering van transparantie, waaronder middels de publicatie van documenten die nodig zijn om inzicht te krijgen in de respectieve rollen en verantwoordelijkheden van de actoren die bij zijn activiteiten betrokken zijn; merkt op dat het Agentschap geen tactische informatie kan delen die kan worden misbruikt met het oog op mensenhandel of andere illegale activiteiten; verzoekt het Agentschap om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Ombudsman; raadt het Agentschap aan een nieuwe gedragscode op te stellen en toe te passen waarmee volledige transparantie en een goed beheer worden gewaarborgd, en de kwijtingsautoriteit te informeren over de progressie die dienaangaande wordt geboekt;

22.  neemt kennis van de vaststelling van bijzondere regels om de onafhankelijkheid van de grondrechtenfunctionaris te waarborgen, alsook van de opstelling van een grondrechtenstrategie en -actieplan;

23.  neemt nota van de gedeelde verantwoordelijkheden van het Agentschap en de lidstaten bij het nakomen van de verplichtingen op het vlak van de grondrechten; dringt er bij het Agentschap en de lidstaten op aan structuren voor samenwerking, informatie-uitwisseling en uitwisseling van beste praktijken verder te ontwikkelen;

24.  neemt kennis van het resultaat van de buitengewone vergadering van de raad van bestuur van het Agentschap op 27 juli 2022; is ingenomen met de constructieve acties van de raad van bestuur om de werking van de interne administratieve structuur van het Agentschap en de geactualiseerde externe communicatiestrategie van Frontex te verbeteren; deelt met de raad van bestuur de bezorgdheid over het toenemende geweld aan de buitengrenzen; verwacht dat het Agentschap opvolging zal geven aan de aanbevelingen van de grondrechtenfunctionaris die werden opgenomen in zijn jaarverslag 2021;

Gegevensbescherming

25.  neemt met grote bezorgdheid kennis van de berichten die in juli 2022 in de media verschenen waaruit blijkt dat het Agentschap er in het kader van het PeDRA-programma naar streefde nog meer gegevens van migranten te verzamelen; spreekt daarnaast zijn bezorgdheid uit over berichten dat de functionaris voor gegevensbescherming herhaaldelijk heeft gewaarschuwd dat deze uitgebreidere gegevensverzameling onmogelijk is zonder daarbij het recht van de Unie te schenden en heeft aanbevolen de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) hierover te raadplegen; maakt zich ook zorgen over berichten dat het Agentschap dit advies in eerste instantie in de wind had geslagen en daadwerkelijk uitgebreider gegevens heeft verzameld; juicht het toe dat, uitgaande van informatie van het Agentschap, het Agentschap na ontvangst van de adviezen van de EDPS over gegevensverwerkingsregels samen met de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap over is gegaan tot revisie van de besluiten van de raad van bestuur, teneinde voor volledige overeenstemming met de gegevensbeschermingsregels van de Unie te zorgen, en heeft beloofd dat de nieuwe regels getrouw de opmerkingen van de EDPS zullen volgen; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de huidige stand van zaken met betrekking tot deze kwestie en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de toekomstige stappen die in verband met de ontwikkeling van dit programma worden genomen;

Gevallen van intimidatie

26.  herinnert eraan dat het Agentschap naar verluidt in 2020 in kennis is gesteld van 17 gevallen van vermeende seksuele intimidatie; maakt uit de follow-up van het eerste kwijtingsverslag 2020 door het Agentschap op dat 2 van deze 17 zaken zijn geopend als informele procedures in het kader van de procedurehandleiding voor vertrouwenspersonen van het Agentschap; betreurt dat de overige 15 zaken zonder verdere follow-up zijn afgesloten; benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het in kaart brengen, melden en bestrijden van seksuele intimidatie, met name in het licht van meldingen van klokkenluiders van dergelijke vermeende gevallen; is ingenomen met de verklaringen van de uitvoerend directeur ad interim tijdens de vergadering van de Commissie begrotingscontrole dat het Agentschap waakzaam blijft op dit gebied en dat aanvullende maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat alle zaken naar behoren worden behandeld; is ingenomen met de toezegging van de uitvoerend directeur ad interim dat zij hierop zal blijven letten en dat zij op dit gebied aanvullende maatregelen zal treffen; is geschokt en ernstig bezorgd over het geval van zelfmoord van een personeelslid, dat verband houdt met vermeende praktijken van seksuele intimidatie en dat aan de orde kwam tijdens besprekingen tussen ambtenaren van het Agentschap en leden die deelnamen aan het werkbezoek van de Commissie begrotingscontrole naar Polen in juli 2022, en is tevreden dat deze kwestie door het nieuwe uitvoerend management opnieuw onder de loep wordt genomen; verzoekt de uitvoerend directeur een omvattend en grondig onderzoek in te stellen naar deze bijzonder ernstige en zorgwekkende zaak, de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van dit onderzoek en ten volle samen te werken met strafrechtelijke onderzoeksinstanties; verzoekt de uitvoerend directeur grondig onderzoek te verrichten naar de toepassing van bestaande procedures tegen seksuele intimidatie, volledig samen te werken met alle relevante autoriteiten en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de bevindingen, en een gedetailleerd actieplan voor te leggen met maatregelen die nultolerantie ten aanzien van seksuele intimidatie waarborgen, zowel bij administratieve als bij operationele activiteiten van het Agentschap; verzoekt het Agentschap in deze zaak ten volle samen te werken met alle relevante autoriteiten en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang;

27.  prijst het personeel van het Agentschap, dat in een zeer moeilijke periode te maken heeft gehad met uitdagingen waarover de waarnemend uitvoerend directeur verklaringen heeft afgelegd tijdens de vergadering van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van 30 mei 2022; wijst met name op de bejegening van de voormalige FRO, wiens werk in de loop der jaren is belemmerd door het voormalige uitvoerend management van het agentschap, zoals ook in de media is bericht; verzoekt het uitvoerend management van het Agentschap en de raad van bestuur zich te blijven inspannen om van Agentschap een veilige werkplek te maken waar niemand bang is om zich uit te spreken; is bemoedigd door verklaringen dat veel personeelsleden wanpraktijken aan hun meerderen hebben gemeld en verzoekt het Agentschap ervoor te zorgen dat alle signalen betreffende beroepsfouten serieus worden genomen en dat er naar behoren follow-up aan wordt gegeven; dringt erop aan dat er verplichte training inzake sociale intimidatie komt voor het management en voor al het personeel;

o
o   o

28.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 4 mei 2022(2) over het functioneren en het financieel beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB L 91 van 18.3.2022, blz. 4.
(2) PB L 258 van 5.10.2022, blz. 425.

Laatst bijgewerkt op: 21 februari 2023Juridische mededeling - Privacybeleid