Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2022/2036(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0065/2023

Ingediende teksten :

A9-0065/2023

Debatten :

PV 17/04/2023 - 19
CRE 17/04/2023 - 19

Stemmingen :

PV 18/04/2023 - 4.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2023)0105

Aangenomen teksten
PDF 186kWORD 59k
Dinsdag 18 april 2023 - Straatsburg
E-overheid voor een snellere invoering van digitale openbare diensten die de werking van de eengemaakte markt ondersteunen
P9_TA(2023)0105A9-0065/2023

Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2023 over e-overheid voor een snellere invoering van digitale openbare diensten die de werking van de eengemaakte markt ondersteunen (2022/2036(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld “EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020: voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten” (COM(2016)0179),

–  gezien zijn resolutie van 16 mei 2017 over het EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020(1),

–  gezien de verklaring van Tallinn over e-overheid die is afgelegd in het kader van de ministeriële bijeenkomst tijdens het Estse voorzitterschap van de Raad van de EU op 6 oktober 2017,

–  gezien het onderzoek van de Verenigde Naties van 2022 over e-overheid,

–  gezien de studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) getiteld “The E-Leaders Handbook on the Governance of Digital Government”,

–  gezien de Verklaring van Berlijn van 8 december 2020 over een digitale samenleving en een op waarden gebaseerde digitale overheid,

–  gezien het Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer over op bedrijven gerichte acties inzake e-overheid,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2020 getiteld “Een Europese datastrategie” (COM(2020)0066),

–  gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over een Europese datastrategie(2),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 9 maart 2021 getiteld “Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium” (COM(2021)0118),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 28 juli 2022 getiteld “Digital Economy and Society Index (DESI) 2022” (“Index van de digitale economie en samenleving (DESI) 2022”) (SWD(2022)0205),

–  gezien Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG(3),

–  gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780 van de Commissie van 23 september 2019 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1986 (“e-formulieren”)(4),

–  gezien Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012(5),

–  gezien Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie(6) (“richtlijn open data“),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)(7),

–  gezien Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240(8),

–  gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit(9),

–  gezien het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 (COM(2020)0673),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese datagovernance (datagovernanceverordening) (COM(2020)0767),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit (COM(2021)0281),

–  gezien het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het beleidsprogramma 2030 “Traject naar het digitale decennium” (COM(2021)0574),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data (dataverordening) (COM(2022)0068),

–  gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens (COM(2022)0197),

–  gezien het verslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek getiteld “GovTech-praktijken in de EU”,

–  gezien het onderzoeksdocument van het directoraat-generaal Intern Beleid van de Unie van het Europees Parlement getiteld “De digitale eengemaakte markt en de digitalisering van de overheidssector: GovTech en andere innovaties in het kader van overheidsopdrachten”,

–  gezien het verslag van de Groep van wijzen van maart 2022 over de hervorming van de douane-unie van de EU,

–  gezien Speciaal verslag 04/2021 van de Europese Rekenkamer van 30 maart 2021 getiteld “Douanecontroles: onvoldoende harmonisatie schaadt de financiële belangen van de EU”,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A9-0065/2023),

A.  overwegende dat een efficiënte digitalisering van de overheid de productiviteit en veerkracht van de overheidssector ten goede komt(10), de kwaliteit van overheidsdiensten verbetert, kostenbesparingen mogelijk maakt en ondernemingspotentieel ontsluit, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die de ruggengraat van de eengemaakte markt vormen;

B.  overwegende dat overheidsdiensten volledig moeten beantwoorden aan de behoeften van hun gebruikers, online toegankelijk moeten zijn, ook voor personen met een handicap en ouderen, en gebruik moeten maken van begrijpelijke en gebruiksvriendelijke tools die voldoen aan strikte normen inzake beveiliging, privacy en gegevensbescherming;

C.  overwegende dat elke lidstaat conform Verordening (EU) 2021/241 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 20 % van zijn toewijzing voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de digitale transitie moet besteden; overwegende dat de Commissie de resultaten en voordelen van de digitalisering voor burgers en bedrijven naar behoren moet beoordelen en kwantificeren,

D.  overwegende dat een veilige en privacybevorderende digitale identiteit belangrijk is voor particulieren om te kunnen interageren met overheden en bedrijven in de hele Europese eengemaakte markt,

E.  overwegende dat, hoewel er sprake is van een tendens tot verbetering, naar schatting ongeveer 42% van de Europeanen nog steeds niet beschikt over digitale basisvaardigheden en dat daarom voorlichtingscampagnes en opleidingen voor burgers moeten worden georganiseerd;

F.  overwegende dat de digitale maatregelen die regeringen tijdens de COVID-19-pandemie hebben genomen om tests, vaccinatie of reisregistratie te organiseren, de essentiële rol van toegang tot internet en elektronische overheidsdiensten voor iedereen duidelijk hebben gemaakt;

G.  overwegende dat overheidsaankopen van goederen en diensten in 2019 goed waren voor ongeveer 12 % van de overheidsuitgaven in de EU-27, oftewel 774 miljard EUR;

H.  overwegende dat toegankelijke en interoperabele gegevens bij overheidsopdrachten ook zullen helpen bij het bestrijden van fraude en het verbeteren van transparantie, de prestaties op het gebied van overheidsopdrachten en grensoverschrijdende samenwerking;

I.  overwegende dat ongeveer 250 000 overheidsinstanties in de EU via overheidsopdrachten ongeveer 14 % van het bbp van de EU besteden;

J.  overwegende dat de Europese Rekenkamer in haar Speciaal verslag over e-overheid de Commissie aanbeveelt het uitvoeringskader te versterken om de lidstaten aan te sporen de uitrol van e-overheidsdiensten te voltooien en een alomvattende strategie te ontwikkelen voor de doeltreffende bevordering van e-overheidsdiensten;

E-overheid op de digitale eengemaakte markt

1.  benadrukt dat ter versterking van de eengemaakte markt een digitale transformatie nodig is die de beschikbaarheid van online overheidsdiensten vergroot; wijst erop dat e-overheid moet leiden tot betere openbare dienstverlening en betrokkenheid van de burger alsook tot meer openheid van de overheid, en moet voorzien in een gegevensgestuurde basis om de overheid in grotere mate ter verantwoording te kunnen roepen; herinnert eraan dat e-overheid de betrekkingen met burgers, bedrijven, werknemers en overheden vergemakkelijkt, en is ingenomen met de invoering van een Europese digitale identiteit;

2.  beklemtoont dat de digitale transformatie moet bijdragen tot beter wetgeven in alle sectoren binnen de eengemaakte markt door het mogelijk te maken de huidige en geplande regelgeving empirisch te beoordelen en lacunes in de regelgeving en ongerechtvaardigde belemmeringen doeltreffender in kaart te brengen; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op de mogelijkheden van digitalisering te benutten en meetbare indicatoren te verschaffen voor de impact en resultaten van projecten, regelgeving en investeringen;

3.  benadrukt dat digitalisering een integraal en geïntegreerd onderdeel moet zijn van elk overheidsbeleid en alle administratieve procedures; is van mening dat e-overheid de belangrijkste functioneringswijze van overheidsdiensten moet zijn, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat overheidsdiensten voor iedereen volledig toegankelijk zijn;

4.  verzoekt de Commissie en de lidstaten om internationale samenwerking tussen overheidsadministraties te blijven stimuleren, onder meer aan de hand van bewustmakings- en beloningscampagnes zoals de “Sharing and Reuse Awards Contest”(11);

5.  is ervan overtuigd dat de verdere ontwikkeling van digitale overheidsdiensten aanzienlijk kan bijdragen tot de vermindering van administratieve belemmeringen voor ondernemers, met name voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen; verzoekt de lidstaten nog meer inspanningen te leveren om overheidsdiensten verder te digitaliseren;

6.  brengt in herinnering dat volgens de aanbeveling van de Raad van de OESO inzake open overheid (2017) de participatie van belanghebbenden bij het ontwerpen en uitvoeren van overheidsbeleid en -diensten kan resulteren in een grotere verantwoordingsplicht van de overheid, meer zeggenschap en invloed van de burgers op beslissingen, een grotere burgerzin, een betere kennisbasis voor beleidsvorming, lagere uitvoeringskosten en het aanboren van bredere netwerken en ecosystemen voor innovatie op het gebied van beleidsvorming en dienstverlening;

7.  beklemtoont dat beste praktijken uit de EU en andere landen met betrekking tot de verwezenlijking, uitvoering en monitoring van e-overheidsstrategieën en -plannen moeten worden uitgewisseld; verzoekt de Commissie om beste praktijken inzake e-overheid uit de EU-lidstaten en andere landen te verzamelen, analyseren en publiceren;

8.  is van mening dat digitale overheidsdiensten voortdurend moeten worden aangepast aan de behoeften van de gebruikers; onderstreept dat de opneming en verwerking van de inbreng en feedback van gebruikers standaard deel moeten uitmaken van de werkwijze van alle overheidsdiensten;

9.  benadrukt dat de verlening van digitale overheidsdiensten het gebruik van persoonsgegevens impliceert, en verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom bijzondere aandacht te besteden aan de bescherming van persoonsgegevens van particulieren, in het bijzonder van gevoelige gegevens zoals medische gegevens of kiesregisters; en te waarborgen dat de verstrekking van digitale overheidsdiensten volledig in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming; beklemtoont dat de gegevens zo goed mogelijk moeten worden beschermd om het vertrouwen in instellingen en digitale overheidsdiensten aan te wakkeren en het gebruik van die diensten te stimuleren;

10.  benadrukt dat regeringen bij de verwerking van persoonsgegevens de hoogste cyberbeveiligingsnormen moeten hanteren om particulieren te beschermen tegen het misbruik of het lekken van dergelijke gegevens, met name rekening houdend met steeds onstabielere internationale politieke situaties of gerichte aanvallen op overheidswebsites; is van mening dat dit ook de compartimentering en versleuteling van gevoelige gegevens, zoals biometrische gegevens, moet omvatten;

11.  verzoekt de Commissie om de tijdens de COVID-19-pandemie verworven technologieën, ervaringen, lessen en beste praktijken inzake e-overheid, met name die welke betrekking hebben op toegankelijkheid en gegevensbescherming, te groeperen en de uitwisseling ervan te vergemakkelijken met als doel weerbare instellingen te creëren die toekomstige crisissen kunnen doorstaan;

12.  benadrukt dat digitale oplossingen, vereenvoudigde administratieve processen en maatregelen die tijdens de COVID-19-crisis zijn vastgesteld en efficiënt zijn gebleken, waar nodig moeten worden gehandhaafd, met name de mogelijkheid om administratieve procedures digitaal af te ronden;

13.  benadrukt dat connectiviteit en een stabiele breedbanddekking, met name op eilanden en in plattelandsgebieden, van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van e-overheid; verzoekt de Commissie daarom in samenwerking met de lidstaten te zorgen voor de nodige infrastructuur voor toegang tot breedbandinternet, inclusief via “glasvezel-aan-huis” (fibre-to-home); herinnert eraan dat alle lidstaten ingevolge het onderdeel “universeledienstverplichtingen” van het Europees wetboek voor elektronische communicatie verplicht zijn om te zorgen voor breedbandtoegang voor alle huishoudens; spoort de lidstaten ertoe aan gebruik te maken van de mogelijkheid om zowel via aanbieders van mobiele-internettoegang als via aanbieders van vaste internetverbindingen universeledienstverplichtingen aan te bieden; roept de lidstaten ertoe op meer inspanningen te leveren om hun infrastructuur, met inbegrip van onderzeese kabels, te beschermen;

14.  wijst erop dat de Europese digitale eengemaakte markt niet tot stand kan worden gebracht zonder verbetering van de digitale vaardigheden en de digitale geletterdheid, met name die van ouderen, mensen met een handicap en economisch achtergestelde gemeenschappen; verzoekt de Commissie daarom het actieplan voor digitaal onderwijs krachtdadig uit te voeren, onder meer door de beste praktijken in afzonderlijke lidstaten en andere landen te publiceren en een kader uit te werken voor de vergelijking, controle en resultaatbeoordeling van het beleid inzake digitaal onderwijs in de EU; benadrukt dat het belangrijk is de onderwijsstelsels en het informeel leren op de werkplek af te stemmen op de behoeften van de markt en de samenleving;

15.  herinnert eraan dat het toezicht op de digitalisering van overheidsdiensten, met inbegrip van e-overheid, ook gericht moet zijn op het effect ervan op gebruikers en veranderingen op de lange termijn in de samenleving, en dat digitalisering niet het doel op zich dient te zijn, maar veeleer het instrument om betere resultaten voor gebruikers te behalen; wijst erop dat digitalisering moet leiden tot minder bureaucratie en tot snellere, goedkopere en efficiëntere overheidsdiensten;

16.  is verheugd over de ambitieuze digitale doelstellingen van het beleidsprogramma voor 2030 getiteld “Traject naar het digitale decennium”, met inachtneming van de verschillende nationale randvoorwaarden in de diverse lidstaten; is van mening dat overleg en nauwe samenwerking tussen de lidstaten en met belanghebbenden noodzakelijk zal zijn om die doelstellingen te verwezenlijken; beklemtoont het belang van het jaarverslag over de “Staat van het digitale decennium”, met name gelet op informatie over de relevante nationale beleidsmaatregelen, programma’s en initiatieven en het effect daarvan op de gebruikers;

17.  is van mening dat e-gezondheid onbenut potentieel heeft, en is daarom ingenomen met het voornemen van de Commissie om een Europese ruimte voor gezondheidsgegevens te creëren; benadrukt voorts dat elektronische medische dossiers uiterst nuttig kunnen zijn voor het stimuleren van grensoverschrijdend onderzoek, het verlenen van grensoverschrijdende gezondheidszorg en het vervullen van de belofte aan de Europese burgers dat zij hun gezondheidsgegevens over de grenzen heen kunnen raadplegen en doorgeven; beklemtoont dat op dit gebied een optimale gegevensbescherming moet worden gewaarborgd; acht het noodzakelijk ervoor te zorgen dat e-gezondheidsdiensten aan hoge veiligheids- en beveiligingsnormen voldoen, en is van mening dat hiervoor menselijk toezicht nodig is; spoort de Commissie en de lidstaten ertoe aan resultaten naar behoren te meten, zodat particulieren er baat bij hebben en een grondslag wordt gelegd voor de vergelijking en identificatie van beste praktijken;

18.  wijst erop dat e-justitie tot doel heeft de toegang tot informatie op het gebied van justitie te verbeteren en te vereenvoudigen alsook de digitalisering van grensoverschrijdende gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures te ondersteunen; merkt echter op dat de toegang van consumenten en ondernemers tot de rechter tijdens de coronapandemie beperkt was; is daarom van mening dat de Europese strategie voor e-justitie en het actieplan 2019-2023 moeten worden verrijkt met plannen voor verdere digitalisering en aanpassing aan mogelijke toekomstige crises, teneinde een onbelemmerde, solide en transparante toegang tot de rechter te waarborgen, bijvoorbeeld via het e-overheidssysteem;

19.  benadrukt dat de digitale oplossingen bij gerechtelijke tenuitvoerleggingsprocedures zowel de kosten ervan aanzienlijk kunnen verlagen als de procedure kunnen versnellen; verzoekt de Commissie na te gaan hoe digitale oplossingen de kosten van tenuitvoerleggingsprocedures voor consumenten kunnen verlagen;

20.  acht het noodzakelijk de deelname aan openbare raadplegingsprocedures te koppelen aan het e-overheidssysteem; verzoekt de Commissie en de lidstaten om via digitale overheidsdiensten te zorgen voor toegang tot de openbare raadplegingsprocedure;

21.  wijst erop dat particulieren gewend zijn geraakt aan onlineaankopen en onlinediensten, waarbij met slechts enkele muisklikken tegemoet wordt gekomen aan hun wensen; beklemtoont dat tijdens de COVID-19-pandemie bijna alle activiteiten online zijn gegaan, hetgeen bij de mensen de verwachting heeft doen ontstaan dat overheidsdiensten online beschikbaar zijn; is van mening dat het contact van burgers met de overheid en de overheidsdiensten moet voldoen aan hun verwachtingen en dat de diensten geschikt en efficiënt moeten zijn;

22.  verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen opdat particulieren toezicht kunnen houden op administratieve processen waarbij zij betrokken zijn en belanghebbenden te betrekken bij het ontwerp en de levering van e-overheidsdiensten;

23.  neemt er nota van dat een zeer groot aantal particulieren in Europa mobiele apparaten gebruikt en dat velen geen vaste desktop of grote laptopcomputer hebben; beklemtoont dat overheidswebsites en -diensten volledig compatibel moeten zijn met mobiele browsers en met het kleine scherm van de meeste apparaten; stelt ook vast dat steeds minder mensen een printer bezitten en vraagt overheden ervoor te zorgen dat formulieren kunnen worden ingevuld, ondertekend en ingediend zonder dat ze moeten worden geprint;

24.  merkt op dat overheden er gezien het ontbreken van materiële exemplaren van officiële documenten voor moeten zorgen dat officiële documenten veilig worden opgeslagen in de cloud, dat alle documenten worden bewaard zolang daar een rechtsgrondslag voor is, en dat deze alleen door de betrokken burgers zelf kunnen worden gewist; benadrukt dat gezinnen op een legale manier toegang moeten kunnen hebben tot officiële documenten betreffende overleden gezinsleden, waaronder documenten met betrekking tot eigendom, belastingen en andere essentiële documenten;

De rol van e-overheid bij het stimuleren van bedrijven, met name kmo’s

25.  beklemtoont dat het belangrijk is de resterende belemmeringen op de eengemaakte markt weg te nemen en benadrukt dat een betere toegang tot financiering de vestiging en de groei van innovatieve bedrijven zal stimuleren en de concurrentie zal bevorderen; is van mening dat e-overheid deze transitie kan helpen versnellen; wijst eveneens op het belang van grensoverschrijdende onlinetoegang tot informatie, administratieve procedures en ondersteunende diensten voor bedrijven en consumenten in de EU; benadrukt in dit verband dat moet worden gezorgd voor interoperabiliteit om versnippering te voorkomen en een naadloze levering van digitale diensten op de gehele markt mogelijk te maken;

26.  wijst erop dat de kadasters in de lidstaten niet volledig gedigitaliseerd zijn en dat de gegevens uit de kadasters vaak niet overeenstemmen met de werkelijke status van onroerend goed, wat leidt tot problematische juridische transacties; dringt erop aan dat de kadasters zo snel mogelijk volledig worden gedigitaliseerd;

27.  benadrukt de rol van e-overheid bij de afgifte van bouwvergunningen; is van mening dat er aanzienlijke vooruitgang moet worden geboekt op het gebied van de vereenvoudiging van aanvragen van bouwvergunningen en de verkorting van de termijnen voor de afgifte ervan in elke fase van het bouwproces, vanaf het verkrijgen van de bouwvergunning tot eindinspectie;

28.  verzoekt de Commissie de koppeling tussen de handelsregisters van alle lidstaten aan te moedigen om de transparantie en de beschikbaarheid van actuele informatie en financiële verslaglegging over ondernemingen en uiteindelijk begunstigden te vergemakkelijken;

29.  herinnert eraan dat de ongekende investeringen in digitalisering en in e-overheid illegale activiteiten aantrekken; vraagt de Commissie en de lidstaten om transparante en gratis toegang te verlenen tot openbare gegevens, contracten, documenten en gegevensbestanden, inclusief handelsregisters en financiële overzichten van bedrijven en informatie over uiteindelijk begunstigden, hetgeen zou bijdragen tot de bestrijding van corruptie, waaronder het misbruik van EU-middelen;

30.  benadrukt de belangrijke rol van GovTech bij de ontwikkeling van innovaties op het gebied van e-overheid; wijst op de voornaamste elementen ervan, namelijk op de burger gerichte overheidsdiensten die universeel toegankelijk zijn, een overheidsbrede aanpak van de digitale transformatie van de overheid, en eenvoudige, efficiënte en transparante overheidssystemen; moedigt de lidstaten ertoe aan GovTechprogramma’s op te zetten om transparantie, innovaties en voordelen voor de gebruikers te bevorderen; is ingenomen met het initiatief om de Europese markt voor GovTech te ontwikkelen in het kader van het programma Digitaal Europa, met een sterke nadruk op kmo’s en start-ups;

31.  is voorstander van de toenemende automatisering van interne overheidsdiensten en diensten tussen overheden, regelgevende instanties en particuliere bedrijven; benadrukt dat overheden programmeringsinterfaces voor apps moeten creëren waarmee gegevens rechtstreeks op automatische of andere wijze kunnen worden ingediend;

32.  steunt ook de oprichting van testomgevingen voor overheden waarin zij nieuwe manieren kunnen uitproberen om met gebruikers te interageren en innovaties op het vlak van e-overheid kunnen ontwikkelen;

33.  spoort regeringen aan meer gegevensgericht te werk te gaan en de beschikbare gegevens te gebruiken om de vraag en de behoeften van de gebruikers beter te voorspellen en zich daaraan aan te passen in overeenstemming met de AVG;

34.  herinnert eraan dat de lidstaten overeenkomstig het beleidsprogramma voor 2030 “Traject naar het digitale decennium” de doelstelling moeten halen om 100 % van de essentiële overheidsdiensten voor Europese burgers en bedrijven online aan te bieden, hetgeen de administratieve lasten voor bedrijven aanzienlijk zal verminderen en de kwaliteit en de efficiëntie van overheidsdiensten zal verbeteren;

E-aanbesteding en elektronische douane

35.  is van mening dat volledige toegang tot gegevens over overheidsopdrachten de integriteit van de overheid aanzienlijk kan verbeteren, innovatie kan bevorderen en de doelstellingen van de eengemaakte markt kan ondersteunen, alsook de transparantie en verantwoordingsplicht met betrekking tot overheidsuitgaven kan verbeteren; verzoekt de Commissie in dit verband te overwegen overheidsopdrachten op te nemen in de lijst van “hoogwaardige datasets” in het kader van de richtlijn open data, met inachtneming van wettelijke verplichtingen waaronder de vereisten inzake gegevensbescherming en de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen; verzoekt de Commissie de doeltreffendheid van de regels inzake overheidsopdrachten te evalueren in termen van hun tijdsefficiëntie en de beste praktijken ter zake bekend te maken;

36.  benadrukt dat een van de doelstellingen van e-aanbesteding erin moet bestaan de taken van de aanbestedende diensten bij het uitvoeren van aanbestedingsprocedures te vereenvoudigen en de deelname van het bedrijfsleven te vergemakkelijken en tegelijkertijd de efficiëntie en controleerbaarheid van overheidsopdrachten te vergroten; is van mening dat de interoperabiliteit van aanbestedingssystemen en open-datasystemen daartoe nuttig kan zijn;

37.  beklemtoont dat de resultaten, vorderingen en impact van opendatabeleid beter moeten worden geëvalueerd; stelt vast dat het vanuit overheidsstandpunt essentieel blijft om investeringen voor het openstellen van overheidsgegevens te ondersteunen aan de hand van een solide businesscase, om duidelijke waardeproposities te formuleren, om de potentiële voordelen van het vergemakkelijken van het gebruik van open gegevens voor het voetlicht te brengen en met behulp van instrumenten voor beoordelingen achteraf aan te tonen hoe deze voordelen in de praktijk kunnen worden gebracht;

38.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om een Europese dataruimte voor overheidsopdrachten tot stand te brengen als hoeksteen van de toekomstige datastrategie voor overheidsopdrachten; is van mening dat een betere bekendmaking van data over overheidsopdrachten boven en onder de EU-drempels, alsook kwalitatief betere en beter op elkaar afgestemde databronnen en ‑formaten, de Commissie bijzonder zullen helpen bij deze taak;

39.  stelt vast dat het scorebord van de eengemaakte markt twaalf indicatoren voor overheidsaanbestedingen omvat; verzoekt de Commissie regelmatig beste praktijken te identificeren om de totaalscore van de lidstaten te verbeteren, onder meer voor wat e-aanbesteding en digitale innovaties betreft; benadrukt dat de resultaten van de digitalisering ook op wereldschaal moeten worden gemeten om de geboekte vooruitgang juist te kunnen beoordelen; verzoekt de Commissie om de e-overheidsstrategie regelmatig te meten aan de hand van internationale indicatoren en de sterke en zwakke punten van de Unie te identificeren;

40.  verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij de volledige doorvoering van elektronische aanbestedingsformulieren (Tenders Electronic Daily, TED), onder meer door de lidstaten aan te moedigen e-formulieren te gebruiken om data over de gehele aanbestedingscyclus te publiceren, ook data die onder de EU-drempels en buiten het verplichte toepassingsgebied vallen;

41.  benadrukt dat voor de transitie naar een volwaardig e-aanbestedingssysteem niet alleen de gepaste technische infrastructuur, instrumenten en normen nodig zijn maar ook investeringen in opleiding en capaciteitsopbouw voor aanbestedende overheidsdiensten;

42.  erkent het belang van innovatiegerichte aanbestedingen en moedigt de lidstaten aan om die op te nemen in het algemene kader voor e-aanbestedingen; verzoekt de lidstaten de interoperabiliteit van de aanbestedingssystemen te verbeteren, waar nodig geavanceerde technologieën toe te passen en ervoor te zorgen dat toekomstige wetgeving wordt nageleefd;

43.  merkt op dat de onrechtmatige praktijk om beroepen in te stellen met als enig doel de elektronische aanbestedingsprocedure te verlengen, rechtsonzekerheid veroorzaakt en investeringen binnen de eengemaakte markt belemmert; verzoekt de Commissie en de lidstaten te beoordelen in hoeverre van dit rechtsinstrument misbruik wordt gemaakt en manieren te overwegen om hieraan te verhelpen, zonder op enigerlei wijze afbreuk te doen aan het recht van beroep;

44.  wijst erop dat open source het delen en hergebruiken van IT-oplossingen mogelijk maakt en aldus belangrijk is voor de digitale autonomie van Europa en voor het verhinderen van de afhankelijkheid van één aanbieder; roept de Commissie en de lidstaten ertoe op de gegevens over het gebruik van opensourcetechnologieën door overheidsdiensten te controleren en openbaar te maken;

45.  is van mening dat elektronische douaneprocedures een cruciale rol spelen bij de digitalisering van overheidsdiensten en derhalve ten goede komen aan zowel bedrijven die op de eengemaakte markt actief zijn als consumenten; is van mening dat elektronische douaneprocedures kunnen bijdragen tot een goed functionerende digitale eengemaakte markt en tot een efficiëntere uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten;

46.  is ingenomen met het tussentijdse evaluatieverslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 952/2013(12) tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie; verzoekt de lidstaten de risico’s voor de ordelijke en tijdige uitrol van elektronische systemen voor de binnenkomst en invoer van goederen en van de trans-Europese systemen voor doorvoer en uitvoer weg te nemen en de in het douanewetboek van de Unie vastgestelde elektronische systemen uiterlijk in 2025 uit te rollen en volledig te integreren;

Naar een nieuwe e-overheidsstrategie

47.  is ingenomen met het initiatief van de Commissie om Europese dataruimten te creëren in verschillende sectoren, waaronder gezondheid, justitie en overheidsopdrachten; acht het van cruciaal belang dat deze dataruimten interoperabel zijn, zodat consumenten en ondernemers, met name kmo’s, het volledige potentieel ervan kunnen benutten; wijst erop dat de interoperabiliteit van dataruimten het uitgangspunt moet zijn voor alle toekomstige digitaliseringsstrategieën; is in dat opzicht verheugd over het wetgevingsvoorstel van de Commissie, dat de interoperabiliteit van dataruimten in de Europese interne markt moet waarborgen;

48.  benadrukt dat digitale overheidsdiensten inclusief moeten zijn en per definitie gemakkelijk en volledig toegankelijk moeten zijn voor mensen met verschillende behoeften, zoals onder meer ouderen, mensen met een handicap, economisch achtergestelde gemeenschappen en andere; beklemtoont dat e-overheidstoepassingen toekomstbestendig en gemakkelijk begrijpbaar moeten zijn en moeten beschikken over functionele en eenvoudige interfaces; vraagt dat de lidstaten hun uiterste best doen om te vermijden dat mensen uit de boot vallen; herinnert de lidstaten aan hun verplichtingen uit hoofde van de richtlijn webtoegankelijkheid en spoort hen ertoe aan verder te gaan dan de daarin opgenomen minimumvoorschriften;

49.  benadrukt het belang van het beginsel “standaard digitaal”, wat inhoudt dat overheidsdiensten bij voorkeur digitaal moeten worden verleend; beklemtoont tegelijk dat gebruikers die niet in staat of bereid zijn om alle overheidsprocedures online uit te voeren, ondersteund moeten worden; verzoekt alle overheden ervoor te zorgen dat er diensten voorhanden zijn die deze gebruikers helpen bij het voltooien van administratieve aangelegenheden ondanks eventuele beperkingen; beklemtoont dat e-overheid niet mag leiden tot de uitsluiting van een gebruiker;

50.  benadrukt dat de ontwikkeling en het gebruik van artificiële intelligentie (AI) bij e‑overheid zowel risico’s als voordelen met zich mee kan brengen; onderstreept dat mensen centraal moeten blijven staan bij de besluitvorming en dat zij geautomatiseerde besluitvorming moeten kunnen opheffen of terugdraaien; neemt nota van de frustratie van burgers die te maken krijgen met onoplosbare fouten in gegevensinvoerformulieren op websites van de overheid, met als gevolg dat zij geen formulieren online kunnen indienen;

51.  vraagt dat de lidstaten erop toezien dat hun rechtskaders het gebruik van digitale oplossingen, telkens wanneer dat mogelijk is, ondersteunen en toelaten, en denkt daarbij onder meer aan het gebruik van digitale handtekeningen en de indiening van digitale kopieën van documenten in plaats van papieren originelen;

52.  beklemtoont het belang van de ontwikkeling van digitale overheidsdiensten die milieuvriendelijk, inherent duurzaam en interoperabel zijn; is van mening dat e-overheidsdiensten milieuvoordelen kunnen opleveren indien zij gebruik maken van duurzame en energie-efficiënte digitale infrastructuur, processen en software;

53.  neemt kennis van de bevindingen van het Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer over e-overheid, en vooral van het feit dat de Rekenkamer tot de conclusie kwam dat de Commissie niet had beoordeeld in hoeverre bedrijven op de hoogte zijn van de beschikbare e-overheidsdiensten en evenmin de behoeften op dit gebied had geanalyseerd, hoewel dit cruciaal is voor de verbreiding van e-overheidsdiensten; verzoekt de Commissie om de aanbevelingen van de Rekenkamer onverwijld op te volgen;

54.  erkent dat een analyse van de uitvoering van het EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020 nodig is om inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en resultaten ervan; verzoekt de Commissie aan het Parlement verslag uit te brengen over de uitvoering van het plan;

55.  spoort de lidstaten ertoe aan te zorgen voor follow-up van hun beleidsmaatregelen en vijfjarendoelstellingen in het kader van de Verklaring van Tallinn van 2017; moedigt de lidstaten voorts aan hun inspanningen op te voeren om de nog niet bereikte doelstellingen te verwezenlijken teneinde het gezamenlijk optreden te versterken en de digitale evolutie te bevorderen;

56.  benadrukt het belang van de continuïteit van het Europese e-overheidsbeleid; verzoekt de Commissie een nieuw, empirisch onderbouwd langetermijnactieplan inzake e-overheid voor te stellen, met een gekwantificeerde kosten-batenanalyse, indicatoren en doelstellingen om resultaten te boeken voor particulieren en ervoor te zorgen dat de moderne overheidsdiensten klaar zijn voor het digitale tijdperk;

57.  herinnert eraan dat overheidsuitgaven voor de digitalisering van overheidsdiensten doeltreffend moeten zijn en de gebruikers maximaal voordeel moeten opleveren; benadrukt dat het in dit verband noodzakelijk is toezicht te houden op de beginselen van goed financieel bestuur en deze te versterken, alsmede de nationale en Europese uitgaven voor digitalisering te plannen, bekend te maken en op de voet te volgen;

58.  merkt op dat interactie tussen gebruikers en overheden voornamelijk plaatsvindt op lokaal en regionaal niveau; is van mening dat er bijzondere aandacht en steun moet worden verleend aan lokale overheden, die vaak niet over de middelen beschikken om ten volle gebruik te maken van e-overheidsoplossingen; beklemtoont dat deze kwestie een essentieel element moet vormen van om het even welk toekomstig actieplan inzake e-overheid;

59.  erkent dat de nieuwe e-overheidsstrategie erop gericht moet zijn het eenmaligheidsbeginsel (OOP) ingang te doen vinden, hetgeen het contact met overheden zal vereenvoudigen door overheidsinstanties in staat te stellen gegevens met elkaar te delen zodat informatie slechts eenmaal hoeft te worden ingevoerd; benadrukt dat dankzij het OOP de administratieve last voor particulieren en bedrijven zal verminderen, aangezien reeds verstrekte informatie opnieuw kan worden gebruikt en overheden deze informatie aan elkaar zullen kunnen doorgeven, waardoor de procedures in het algemeen, maar ook grensoverschrijdend, efficiënter kunnen verlopen;

60.  stelt vast dat overheden over onvoldoende deskundigen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT) beschikken en dat de overheidssector en de privésector met elkaar concurreren voor wat de aanwerving van dergelijke deskundigen betreft; vraagt de Commissie hiermee rekening te houden en te helpen zoeken naar mogelijke manieren om ICT-professionals warm te maken voor de overheidssector;

61.  is ingenomen met de werkzaamheden van de Commissie aan het Joinup-platform en het Europese interoperabiliteitskader (EIF); is van mening dat door het delen van instrumenten, beste praktijken en gezamenlijke softwareprojecten tussen verschillende overheidsdiensten kosten kunnen worden bespaard en de snelheid van de digitalisering kan worden verhoogd; wijst erop dat de derde versie van het EIF uit 2017 moet worden herzien en dat er spoedig een nieuwe, vierde, versie moet worden voorgesteld; verheugt zich over de werkzaamheden in het kader van een Europees interoperabiliteitskader voor slimme steden en gemeenschappen (EIF4SCC);

o
o   o

62.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB C 307 van 30.8.2018, blz. 2.
(2) PB C 494 van 8.12.2021, blz. 37.
(3) PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65.
(4) PB L 272 van 25.10.2019, blz. 7.
(5) PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1.
(6) PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56.
(7) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(8) PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1.
(9) PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17.
(10) Zie: The E-Leaders Handbook on the Governance of Digital Government, 21 december 2021: https://www.oecd-ilibrary.org/docserver/ac7f2531-en.pdf?expires=1666604558&id=id∾cname=ocid194994✓sum=2918CC03A7580BA51981657D68E9F7AF
(11) https://ec.europa.eu/isa2/awards_en/
(12) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 17 augustus 2023Juridische mededeling - Privacybeleid