Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2022/2206(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0182/2023

Ingediende teksten :

A9-0182/2023

Debatten :

PV 12/06/2023 - 21
CRE 12/06/2023 - 21

Stemmingen :

PV 13/06/2023 - 6.11
CRE 13/06/2023 - 6.11

Aangenomen teksten :

P9_TA(2023)0230

Aangenomen teksten
PDF 149kWORD 51k
Dinsdag 13 juni 2023 - Straatsburg
De tenuitvoerlegging van de verordeningen over het Europees burgerinitiatief
P9_TA(2023)0230A9-0182/2023

Resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2023 over de tenuitvoerlegging van de verordeningen over het Europees burgerinitiatief (2022/2206(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 10, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 11, lid 4, VEU en artikel 24, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief(1) (herziene EBI-verordening),

–  gezien Verordening (EU) 2020/1042 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling, in het licht van de COVID-19-uitbraak, van tijdelijke maatregelen inzake de termijnen voor de verzameling, de verificatie en het onderzoek als vastgesteld in Verordening (EU) 2019/788 betreffende het Europees burgerinitiatief(2) (tijdelijke EBI-verordening),

–  gezien artikel 222 van zijn Reglement,

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over het Europees burgerinitiatief “Minority SafePack – één miljoen handtekeningen voor verscheidenheid in Europa”(3),

–  gezien zijn resolutie van 7 juli 2021 over burgerdialogen en burgerparticipatie in de besluitvorming van de EU(4),

–  gezien zijn resolutie van 9 maart 2022 over het in gesprek gaan met burgers: het petitierecht, het recht zich te wenden tot de Europese Ombudsman en het Europees burgerinitiatief(5),

–  gezien de voorstellen 36 en 37 uit het verslag over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa, en met name de aanbevelingen van Europees burgerpanel 2 over Europese democratie / Waarden en rechten, rechtsstaat, veiligheid,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A9-0182/2023),

A.  overwegende dat artikel 10, lid 3, VEU bepaalt dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen en dat de besluitvorming op een zo open mogelijke wijze plaatsvindt, en zo dicht bij de burgers als mogelijk is;

B.  overwegende dat uit hoofde van artikel 11, lid 4, VEU, wanneer ten minste één miljoen burgers van de Unie, afkomstig uit een significant aantal lidstaten, van oordeel zijn dat inzake een aangelegenheid een rechtshandeling van de Unie nodig is ter uitvoering van de Verdragen, zij het initiatief kunnen nemen de Europese Commissie te verzoeken binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden een passend voorstel daartoe in te dienen;

C.  overwegende dat het Europees burgerinitiatief (EBI) een van de belangrijkste nieuwe elementen is die met het Verdrag van Lissabon werden geïntroduceerd voor wat betreft democratische participatie, en wereldwijd het eerste transnationale mechanisme voor een burgerinitiatief vormt; overwegende dat het Parlement er steeds vurig voor heeft gepleit om van het EBI een krachtig en gebruiksvriendelijk instrument te maken waarmee burgers op democratische wijze de EU-agenda mede kunnen bepalen; overwegende dat het EBI een belangrijk instrument is om het debat binnen de EU-instellingen te stimuleren;

D.  overwegende dat EBI’s tot dusver weinig zichtbaar waren en weinig doeltreffend zijn gebleken in termen van voorstellen van de Commissie voor rechtshandelingen van de Unie, hetgeen een risico inhoudt dat dit participatiemechanisme wordt verzwakt; overwegende dat het EBI versterkt moet worden zodat het een volwaardig instrument wordt om EU-wetgevingsinitiatieven vanuit de maatschappij te lanceren;

E.  overwegende dat, overeenkomstig artikel 11, lid 7, van de herziene EBI-verordening, de mogelijkheid om steunbetuigingen te verzamelen via een individueel online verzamelsysteem beperkt is tot EBI’s die vóór eind 2022 werden geregistreerd, en daardoor niet beschikbaar is voor later geregistreerde EBI’s;

F.  overwegende dat het voor organisatoren van EBI’s essentieel is online campagne te voeren en steunbetuigingen te verzamelen; overwegende dat van de 101 EBI’s die sinds de invoering van het instrument werden geregistreerd, 17 EBI’s werden beheerd met behulp van een individueel online verzamelsysteem, waarvan er vijf meer dan een miljoen handtekeningen hebben verzameld, en dat 74 EBI’s van de 100 werden beheerd met behulp van het centrale online verzamelsysteem, waarvan er acht meer dan een miljoen handtekeningen hebben verzameld;

G.  overwegende dat de uitvoeringsvoorschriften in sommige lidstaten onvoldoende transparant zijn; overwegende dat het welslagen van een EBI tevens afhangt van het resultaat van de verificatie- en certificeringsprocedure in de lidstaten;

H.  overwegende dat op grond van artikel 15, lid 2, van de herziene EBI-verordening de Commissie wettelijk verplicht is, binnen zes maanden na de publicatie van de EBI en nadat door het Parlement een publieke hoorzitting is gehouden, in een mededeling haar juridische en politieke conclusies over een geldig EBI bekend te maken, waarbij zij tevens vermeldt waarom zij al dan niet maatregelen neemt, en zo ja, welke maatregelen zij van plan is te nemen;

I.  overwegende dat het antwoord van de Commissie op een geldige EBI duidelijk en concreet moet zijn; overwegende dat voorstellen voor rechtshandelingen na een mededeling van de Commissie tijdig moeten volgen;

J.  overwegende dat artikel 14, lid 3, en artikel 16 van de herziene EBI-verordening een wettelijke verplichting voor het Parlement bevatten om respectievelijk de politieke steun voor het EBI en de maatregelen die de Commissie op grond van haar mededeling heeft genomen, te beoordelen;

K.  overwegende dat het politieke aspect van dit instrument in de herziene EBI-verordening meer gewicht heeft gekregen vanwege de invoering van een verplicht plenair debat in het Parlement en de mogelijkheid tot aanname van een resolutie;

L.  overwegende dat volgens de vijfde overweging de herziene EBI erop gericht is het EBI toegankelijker, minder omslachtig en gebruiksvriendelijker te maken voor organisatoren en medestanders, de follow-up ervan te versterken en zo veel mogelijk burgers de mogelijkheid te geven in het democratisch besluitvormingsproces van de Unie te participeren;

M.  overwegende dat dankzij de herziene EBI-verordening het EBI-instrument weliswaar aanzienlijk is verbeterd, maar dat er nog steeds zwakke punten zijn wat betreft de zichtbaarheid en de mate van bekendheid bij de burgers, de mate waarin er een debat plaatsvindt, de digitale en financiële aspecten en de juridische en politieke impact;

N.  overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 25 van de herziene EBI-verordening de werking van het EBI op gezette tijden moet toetsen en bij het Parlement en de Raad een verslag moet indienen over de toepassing van de verordening; overwegende dat het eerste verslag uiterlijk op 1 januari 2024 moet worden ingediend en betrekking zal hebben op een periode die in het teken stond van de COVID-19-pandemie;

O.  overwegende dat het Parlement van plan is bij te dragen aan de aanstaande herziening van het EBI door de Commissie, zodat het burgerinitiatief als uniek grensoverschrijdend instrument voor participatieve democratie verder kan worden verbeterd;

P.  overwegende dat tijdens de COVID-19-pandemie is gebleken dat het EBI-instrument kwetsbaar is voor externe crises; overwegende dat in de tijdelijke EBI-verordening, die van toepassing was tot eind 2022, de termijnen voor de verschillende fasen van het EBI-proces in verband met de COVID-19-pandemie werden verlengd;

Q.  overwegende dat de Commissie sinds de invoering van het EBI-instrument 127 EBI-verzoeken heeft ontvangen, waarvan er 101 werden geregistreerd; overwegende dat de Commissie sinds de inwerkingtreding van de herziene EBI-verordening 33 EBI-verzoeken heeft ontvangen, waarvan er 30 werden geregistreerd en twee momenteel nog worden beoordeeld; overwegende dat 21 EBI-verzoeken vóór het aflopen van de verzamelperiode door de organisatoren werden ingetrokken; overwegende dat 55 EBI’s tegen het einde van hun verzamelperiode niet de drempel van het benodigde aantal handtekeningen hadden bereikt;

R.  overwegende dat tot dusver slechts negen EBI’s de drempel van één miljoen handtekeningen hebben bereikt (“Right2Water”, “Eén van ons”, “Stop vivisectie”, “Verbied glyfosaat”, “Minority SafePack”, “End the Cage Age”, “Red de bijen en de boeren!”, “Stop het ontvinnen van haaien – Stop de handel”, en “Voor cosmetica zonder dierenleed”), waarvan de eerste zeven een antwoord van de Commissie hebben ontvangen; overwegende dat het initiatief “Minority SafePack” het eerste EBI was dat in het Parlement werd besproken op basis van de herziene EBI-verordening;

S.  overwegende dat slechts een kleine minderheid van EU-burgers afweet van het bestaan van het EBI en actief aan een EBI heeft deelgenomen; overwegende dat het gebrek aan bekendheid met dit instrument het voor organisatoren lastiger maakt om één miljoen handtekeningen voor een EBI te verzamelen;

T.  overwegende dat in de eindconclusies van de Conferentie over de toekomst van Europa wordt aanbevolen de bestaande instrumenten voor burgerparticipatie doeltreffender te maken middels een betere informatievoorziening en middels het verbeteren van de veiligheid, toegankelijkheid, zichtbaarheid en inclusiviteit van deze instrumenten; overwegende dat vanuit Europees burgerpanel 2 een aanbeveling aan de EU is gedaan om op een meer proactieve manier de afstand tot de burger te verkleinen en het gebruik van mechanismen voor burgerparticipatie te stimuleren;

Belangrijkste conclusies

1.  wijst erop dat het EBI een belangrijk instrument voor participerende democratie op EU-niveau is, dat mogelijk in een voorstel voor een rechtshandeling van de Unie kan uitmonden; betreurt echter dat het totale aantal geldige EBI’s en de impact van het EBI-instrument op de besluitvorming in de EU nog altijd zeer gering is; herinnert er derhalve aan dat zowel de regelgevende en institutionele kaders als het gebruik van het EBI-instrument moeten worden versterkt middels een verbetering van de zichtbaarheid, toegankelijkheid en juridische doeltreffendheid van het instrument; acht het van belang de participatie van burgers, en met name jongeren, binnen het democratisch bestel van de Unie aanzienlijk te versterken; is van mening dat het EBI het democratisch gehalte van de EU kan versterken door actief burgerschap te bevorderen;

2.  is ingenomen met de mogelijkheid, sinds de invoering van de herziene EBI-verordening, van gedeeltelijke registratie van EBI’s, aangezien dit een eerste stap vormt om meer EBI’s toe te laten en op institutioneel niveau doeltreffender gevolg te geven aan EBI’s; herinnert eraan dat EBI’s de waarden van de Unie zoals vastgelegd in artikel 2 VEU moeten eerbiedigen;

3.  benadrukt dat het online verzamelen van steunbetuigingen van fundamenteel belang is voor het welslagen van EBI’s; ziet in dat het centrale online verzamelsysteem voordelen heeft in termen van financiën en timing en is ingenomen met de verbeteringen die door de Commissie zijn aangebracht, met inbegrip van de mogelijkheid om bepaalde onderdelen aan te passen en burgers statistieken te laten zien; onderkent tegelijkertijd ook de voordelen van individuele online verzamelsystemen die organisatoren meer vrijheid bieden om een online verzamelsysteem te gebruiken dat aansluit bij hun behoeften; is daarom bezorgd dat de afschaffing van individuele online verzamelsystemen een negatief effect kan hebben;

4.  wijst erop dat het tot dusver mogelijk is geweest individuele online verzamelsystemen op te nemen op de websites van de verschillende maatschappelijke organisaties die een specifiek EBI steunen zonder verdere certificeringsverplichtingen; herinnert eraan dat individuele online verzamelsystemen een belangrijke motor voor innovatie vormen en het draagvlak voor EBI’s flink hebben doen toenemen;

5.  is verheugd over het feit dat een aantal lidstaten heeft besloten tot het verlagen van de vereiste minimumleeftijd voor het steunen van een EBI;

6.  benadrukt dat het belangrijk is systemen voor elektronische identificatie (eID) te integreren in de verzameling van handtekeningen voor EBI’s en moedigt het gebruik ervan aan, met inbegrip van de e-identificatiemethoden die in het kader van het nog vast te stellen Europese eID-systeem gelanceerd zullen worden;

7.  neemt er nota van dat het in sommige lidstaten lastig is handtekeningen te verzamelen vanwege het soort gegevens dat ondertekenaars moeten verstrekken;

8.  benadrukt dat de verificatie- en certificeringsprocedures in bepaalde lidstaten onvoldoende transparant zijn;

9.  is ingenomen met de snelle reactie van de Commissie, die de verzamelperioden voor EBI’s na de uitbraak van de COVID-19-pandemie heeft verlengd;

10.  benadrukt dat het organiseren van een EBI een veeleisend en kostbaar proces is; betreurt dat het voor individuele burgers dan ook erg moeilijk is een EBI in goede banen te leiden zonder de steun van verenigingen met sterke organisatorische capaciteiten en financiële middelen; benadrukt daarom dat het aantal regelgevende, administratieve en financiële belemmeringen voor het organiseren van een EBI door individuele burgers zoveel mogelijk moet worden teruggedrongen; merkt op dat de financiële middelen die beschikbaar zijn voor de verschillende EBI’s sterk uiteenlopen; beklemtoont daarom de noodzaak van financiële steun voor de organisatie van EBI’s;

11.  wijst op de wanverhouding tussen de verwachtingen van burgers, de enorme inspanningen en omvangrijke middelen die nodig zijn om een EBI te organiseren en de geringe juridische en politieke effecten ervan, zelfs wanneer de vereiste drempel van één miljoen handtekeningen is bereikt, hetgeen burgers kan ontmoedigen om een EBI te starten en hun vertrouwen in de EU-instellingen kan doen verzwakken; benadrukt dat de regelgevende belemmeringen tijdens de registratieperiode zoveel mogelijk moeten worden weggenomen, zodat het potentieel van het EBI om onderwerpen op de agenda te zetten volledig kan worden benut;

12.  is ingenomen met de langere termijn waarbinnen in het kader van de herziene EBI-verordening op geldige EBI’s moet worden gereageerd, waardoor de Commissie ten volle rekening kan houden met de inzichten en standpunten over de EBI’s die tijdens de onderzoeksfase naar voren zijn gebracht;

13.  betreurt de geringe juridische en politieke impact van geldige EBI’s; benadrukt dat, om de doelstellingen van de herziene EBI-verordening te verwezenlijken en het volledige potentieel van dit instrument tot uiting te laten komen, de Commissie geldige EBI’s op gepaste wijze in overweging dient te nemen en tijdig dient te reageren; benadrukt dat de Commissie ook terdege rekening moet houden met de argumenten van het Parlement wanneer het middels een resolutie zijn steun betuigt voor de eisen die in een geldige EBI zijn vervat;

14.  betreurt dat de Commissie het niet nodig vond bijkomende rechtshandelingen of amendementen op de huidige wetgeving voor te stellen om gevolg te geven aan het EBI “Minority SafePack – één miljoen handtekeningen voor verscheidenheid in Europa”; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om gevolg te geven aan dit EBI door rechtshandelingen voor te stellen; benadrukt dat het versterken van de rechten van minderheden, zoals gevraagd door het EBI “Minority SafePack”, ook belangrijk is in de context van toekomstige uitbreidingen van de EU;

15.  is ingenomen met de oprichting van de EBI-deskundigengroep; acht het echter van belang dat binnen de deskundigengroep naar behoren rekening wordt gehouden met de standpunten van relevante maatschappelijke organisaties en dat vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld worden uitgenodigd voor vergaderingen wanneer hun deelname een meerwaarde zou kunnen betekenen voor de werkzaamheden van de deskundigengroep;

16.  herinnert aan de verplichting van het Parlement om elk geldig EBI en de door de Commissie overeenkomstig artikel 222, leden 8 en 9, van zijn Reglement genomen maatregelen te beoordelen, met name wanneer de Commissie geen voorstellen indient of uitvoert;

17.  is van mening dat er behoefte is aan een diepgaander debat over de in geldige EBI’s geuite punten van zorg, dat verder gaat dan het debat in het Parlement; is van mening dat een mogelijke manier om het debat aan te jagen en de follow-up te versterken erin bestaat de in de EBI’s vervatte onderwerpen toe te voegen aan de besprekingen die in burgerpanels over aanverwante kwesties worden gehouden;

Aanbevelingen

18.  verzoekt de Commissie brede meertalige informatiecampagnes te lanceren om het EBI-instrument te promoten en beter te communiceren over de impact van EBI’s, door burgers ook te informeren over succesverhalen en resultaten; moedigt de lidstaten aan om op nationaal niveau bewustmakingscampagnes over het EBI-instrument te coördineren; is er stellig van overtuigd dat het Parlement en zijn liaisonbureaus bij de voorlichtingscampagnes betrokken moeten zijn; wijst erop dat regionale en lokale overheden betrokken moeten worden bij de communicatiecampagnes, die zich ook moeten richten op specifieke groepen burgers die in afgelegen gebieden wonen of slechte internettoegang hebben;

19.  benadrukt dat actieve en effectieve burgerparticipatie in de democratie van de EU, onder meer door het EBI, nauw verband houdt met onderwijs over burgerschap; wijst er nog eens op dat overal in de EU in onderwijs- en opleidingsprogramma’s meer aandacht moet worden besteed aan Europese beleidsvorming;

20.  benadrukt dat alle beschikbare middelen moeten worden ingezet om het EBI voor burgers toegankelijker te maken; onderstreept de noodzaak om voortdurend de aandacht te blijven vestigen op dit participatie-instrument, met name via promotie op sociale media en in onderwijs- en opleidingsprogramma’s, zodat zoveel mogelijk burgers bereikt worden, en vooral jongeren; wijst op de rol van scholen en universiteiten op het vlak van burgerschapsvorming, en moedigt de lidstaten aan dat zij stimuleren dat burgerparticipatie in de besluitvorming van de EU een plek krijgt in lesmateriaal en bij buitenschoolse activiteiten van scholen en universiteiten; is in dat verband ingenomen met de door de Commissie gepromote leermodule over het EBI voor middelbare scholen;

21.  is van mening dat EBI’s veel meer steun en publiciteit zouden kunnen krijgen als ze ook op nationaal niveau op relevante platforms zouden worden gepromoot; spoort de Commissie aan om de EU-website over het EBI te koppelen aan op nationaal niveau relevante onlineplatforms over burgerparticipatie, teneinde de zichtbaarheid van het EBI te vergroten; pleit ervoor een centraal punt op te richten van alle participatie-instrumenten die in de EU worden gebruikt, met als doel synergieën op te bouwen en ervoor te zorgen dat deze instrumenten meer worden gebruikt, en versnippering van de infrastructuur voor burgerparticipatie tegen te gaan;

22.  verzoekt de Commissie duidelijke en simpele procedures in te voeren, en uitvoerige antwoorden en mogelijke oplossingen aan te reiken wanneer initiatieven gedeeltelijk of volledig onontvankelijk worden verklaard zodat de organisatoren hun EBI in aangepaste vorm opnieuw kunnen indienen; verzoekt de Commissie te bekijken op welke manieren er effectiever gereageerd kan worden op EBI’s met een onderwerp dat buiten de bevoegdheden van de EU valt, door middel van een gestructureerde samenwerking met de relevantie instanties van de lidstaten;

23.  verzoekt de Commissie te overwegen of het mogelijk is organisatoren opnieuw de keuze te bieden gebruik te maken van individuele online verzamelsystemen, en daarbij ook de aspecten veiligheid en gegevensbescherming mee te nemen, met als doel dat de digitale dimensie van het EBI sterker wordt en dat organisatoren de mogelijkheid hebben hun campagnes op te zetten en uit te voeren op een manier die rekening houdt met de meertalige en multiculturele context in de verschillende lidstaten en regio’s;

24.  verzoekt de Commissie de lidstaten ertoe aan te moedigen bij nationale wet de minimumleeftijd voor het steunen van een EBI te verlagen;

25.  verzoekt de Commissie de lidstaten ertoe aan te moedigen voor handtekeningen gebruik te maken van het eID;

26.  verzoekt de Commissie en de lidstaten stappen te ondernemen ten behoeve van een verdere vereenvoudiging en harmonisatie van nationale normen inzake gegevensverzameling, en ervoor te zorgen dat de organisatoren van EBI’s toegang krijgen tot het dossier van de bevoegde instantie zodat ze de mogelijkheid hebben om onwettige besluiten inzake certificering op effectieve wijze bij de rechter aan te vechten;

27.  verzoekt de Commissie te zorgen voor een evenwichtige en transparante samenstelling van de EBI-deskundigengroep, met inbegrip van met name de permanente betrokkenheid van deskundigen uit maatschappelijke organisaties, teneinde rekening te houden met alle relevante aspecten bij de voorbereiding van rechtshandelingen en de transparantie en democratische participatie te verbeteren;

28.  vraagt de Commissie om geldige EBI’s die de drempel van één miljoen handtekeningen bereiken financieel te ondersteunen; vraagt de Commissie om tevens te overwegen of het mogelijk is progressieve financiële ondersteuning te bieden aan EBI’s die bepaalde aantallen handtekeningen onder één miljoen bereiken;

29.  roept de Commissie op een gedegen dialoog aan te gaan met organisatoren over hun doelstellingen en de best mogelijke middelen om deze te bereiken, zodat de inbreng van burgers serieus en doeltreffend wordt beoordeeld; wijst erop dat een dergelijke dialoog, die op open en onpartijdige wijze moet worden gevoerd, reeds tijdens de verzamelperiode kan worden opgestart, tijdens de onderzoeksperiode moet worden geïntensiveerd en na de mededeling van de Commissie over het EBI moet worden voortgezet;

30.  verzoekt de Commissie voor elke geldige EBI de daarin vervatte voorstellen grondig te beoordelen en volledig te voldoen aan haar wettelijke verplichting om op heldere, begrijpelijke en uitgebreide wijze te vermelden waarom zij al dan niet maatregelen neemt; herinnert eraan dat alle EBI’s gedurende de gehele procedure onpartijdig moeten worden behandeld;

31.  roept de Commissie op na de publicatie van haar mededeling het contact met de organisatoren van geldige EBI’s te onderhouden, waardoor op langere termijn de kans op een vervolg in de vorm van een wetgevingsinitiatief wordt vergroot;

32.  verbindt zich ertoe na elk geldig EBI en na elke mededeling van de Commissie waarin zij haar juridische en politieke conclusies over een specifiek EBI uiteenzet, een parlementaire resolutie in stemming te brengen, hetgeen een wijziging van artikel 222, leden 8 en 9, van het Reglement van het Parlement zou vereisen; is van mening dat een dergelijke resolutie ook gevolgd moet worden door een initiatiefverslag van wetgevende aard;

33.  verbindt zich ertoe verder te bestuderen, onder meer in het kader van een toekomstige herziening van de Verdragen, hoe het EBI binnen het huidige en toekomstige rechtskader van de EU qua toepassingsgebied, toegankelijkheid en effectiviteit uitgebreid en versterkt kan worden;

34.  verbindt zich ertoe artikel 11, lid 4, VEU te herzien om de toegankelijkheid en de juridische effectiviteit van het EBI te vergroten door de rol van het Parlement te versterken;

o
o   o

35.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55.
(2) PB L 231 van 17.7.2020, blz. 7.
(3) PB C 445 van 29.10.2021, blz. 70.
(4) PB C 99 van 1.3.2022, blz. 96.
(5) PB C 347 van 9.9.2022, blz. 110.

Laatst bijgewerkt op: 10 oktober 2023Juridische mededeling - Privacybeleid