Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 november 2023 over het gemeenschappelijk ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, goedgekeurd door het bemiddelingscomité in het kader van de begrotingsprocedure (11565/2023 – C9-0336/2023 – 2023/0264(BUD))
Het Europees Parlement,
– gezien het door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerp en de daarop betrekking hebbende verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie (11565/2023 – C9‑0336/2023),
– gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, goedgekeurd door de Commissie op 5 juli 2023 (COM(2023)0300),
– gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, vastgesteld door de Raad op 5 september 2023 en toegezonden aan het Europees Parlement op 8 september 2023 (11565/2023 – C9‑0336/2023),
– gezien nota van wijzigingen nr. 1/2024 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, ingediend door de Commissie op 9 oktober 2023 (COM(2023)0531),
– gezien zijn resolutie van 18 oktober 2023 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024(1) en de daarin opgenomen begrotingsamendementen,
– gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
– gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom(2),
– gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012(3),
– gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027(4),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen(5),
– gezien de artikelen 95 en 96 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A9-0362/2023),
1. keurt het gemeenschappelijk ontwerp goed;
2. bevestigt zijn verklaring en de gezamenlijke verklaringen die als bijlage bij deze resolutie zijn gevoegd;
3. neemt kennis van de aan deze resolutie gehechte verklaring van de Commissie;
4. verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
5. verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsmede aan de nationale parlementen.
Begroting 2024 – Elementen voor gezamenlijke conclusies
Deze gezamenlijke conclusies hebben betrekking op de volgende afdelingen:
1. Begroting 2024
2. Begroting 2023 – Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2023
3. Verklaringen
Samenvatting
A. Begroting 2024
De elementen voor gezamenlijke conclusies behelzen het volgende:
— De totale hoogte van de vastleggingskredieten in de begroting 2024 bedraagt 189 385,4 miljoen EUR. Daardoor resteert onder de MFK-plafonds voor 2024 een marge van in totaal 360, 1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten.
— De totale hoogte van de betalingskredieten in de begroting 2024 bedraagt 142 630,3 miljoen EUR. Per saldo blijft er daardoor een marge onder de MFK-maxima voor 2024 over van 31 018,5 miljoen EUR aan betalingskredieten.
— Uit het flexibiliteitsinstrument voor 2024 wordt een bedrag van 1 635,5 miljoen EUR aan vastleggingskredieten beschikbaar gesteld, waarvan 1 289,5 miljoen EUR voor subrubriek 2b Veerkracht en waarden, 317,2 miljoen EUR voor rubriek 5 Veiligheid en defensie en 28,9 miljoen EUR voor rubriek 6 Nabuurschap en internationaal beleid.
— Overeenkomstig artikel 11, lid 1, punt a), van de MFK-verordening wordt uit het enkelvoudig marge-instrument een bedrag van 586,1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten beschikbaar gesteld, waarvan 371,1 miljoen EUR voor rubriek 6 Nabuurschap en internationaal beleid en 215,0 miljoen EUR voor rubriek 7 Europees openbaar bestuur.
De betalingskredieten voor 2024 in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in de jaren 2021-2024 worden door de Commissie geraamd op 1 734,4 miljoen EUR. Het geraamde betalingsschema van de desbetreffende uitstaande bedragen voor deze jaren wordt in de volgende tabel gespecificeerd:
Flexibiliteitsinstrument — betalingsprofiel (in miljoen EUR)
Jaar van beschikbaarstelling
2024
2025
2026
2027
Totaal
2021
7,6
0,0
0,0
0,0
7,6
2022
49,8
36,7
0,0
0,0
86,5
2023
279,0
120,6
83,2
0,0
482,8
2024
1 398,0
107,6
83,7
46,3
1 635,5
Totaal
1 734,4
265,0
166,9
46,3
2 212,5
B. Begroting 2023
Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 4/2023 wordt goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.
1. Begroting 2024
1.1. “Afgesloten” lijnen
Tenzij verder in deze conclusies anders is vermeld, worden alle begrotingslijnen bevestigd zoals voorgesteld door de Commissie in de ontwerpbegroting voor 2024, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024.
Bovendien worden alle begrotingslijnen die door de Raad zijn geamendeerd en waar het Parlement in zijn lezing mee is ingestemd, tenzij anders vermeld, bevestigd als gewijzigd door de Raad.
Voor de overige begrotingslijnen heeft het bemiddelingscomité de conclusies vastgesteld die zijn opgenomen in de afdelingen 1.2 tot en met 1.7.
1.2. Horizontale kwesties
Gedecentraliseerde agentschappen
De bijdrage van de EU (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten in de personeelsformatie voor alle gedecentraliseerde agentschappen worden vastgesteld op het door de Commissie in de ontwerpbegroting voor 2024 voorgestelde niveau, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, met de volgende uitzonderingen:
— In subrubriek 2b:
— Het Europees Openbaar Ministerie (EOM, begrotingsartikel 07 10 08), waarvoor 13 posten aan de personeelsformatie worden toegevoegd en de vastleggings- en betalingskredieten met 4 miljoen EUR worden verhoogd.
— In rubriek 4:
— Het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA, begrotingsartikel 10 10 01), waarvoor de vastleggings- en betalingskredieten met 1 miljoen EUR worden verhoogd ter dekking van de kosten van tien extra posten voor arbeidscontractanten.
— Het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex, begrotingsartikel 11 10 01), waarvan de vastleggings- en betalingskredieten met 15 miljoen EUR worden verlaagd.
Uitvoerende agentschappen
De EU-bijdrage (in vastleggings- en betalingskredieten) en het aantal posten in de personeelsformatie voor de uitvoerende agentschappen worden vastgesteld op het niveau dat door de Commissie in de ontwerpbegroting is voorgesteld.
Proefprojecten/Voorbereidende acties
Er is overeenstemming bereikt over een omvattend pakket van 46 proefprojecten/voorbereidende acties (PP/VA), waarvan er 36 nieuw zijn, voor een totaalbedrag van 107,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten, zoals voorgesteld door het Parlement.
Dit pakket is in overeenstemming met de maxima voor proefprojecten en voorbereidende acties zoals vastgelegd in het Financieel Reglement.
1.3. Uitgavenrubrieken van het financieel kader – vastleggingskredieten
Met inachtneming van de bovenstaande conclusies over de agentschappen en de proefprojecten en voorbereidende acties heeft het bemiddelingscomité overeenstemming bereikt over de volgende punten:
Rubriek 1 – Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
1.0.11
Horizon Europa
12 812 088 532
12 897 088 532
85 000 000
01 02 01 01
Europese Onderzoeksraad
2 164 231 124
2 176 231 124
12 000 000
01 02 01 02
Marie Skłodowska-Curie-acties
891 754 891
899 754 891
8 000 000
01 02 02 10
Cluster “Gezondheid”
650 549 025
675 549 025
25 000 000
01 02 02 20
Cluster “Cultuur, creativiteit en inclusieve samenleving”
298 612 665
306 612 665
8 000 000
01 02 02 50
Cluster “Klimaat, energie en mobiliteit”
1 288 842 641
1 309 842 641
21 000 000
01 02 02 60
Cluster “Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu”
1 050 696 938
1 061 696 938
11 000 000
1.0.13
Internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER)
556 299 898
436 299 898
-120 000 000
01 04 01
Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER — en de ontwikkeling van fusie-energie
548 002 426
428 002 426
-120 000 000
1.0.221
CEF – Vervoer
1 727 250 201
1 757 250 201
30 000 000
02 03 01
Connecting Europe Facility (CEF) – Vervoer
1 717 181 785
1 747 181 785
30 000 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
67 020 000
Totaal
62 020 000
Als gevolg hiervan wordt het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 21 493,4 miljoen EUR, waardoor er een marge van 104,6 miljoen EUR overblijft onder het uitgavenmaximum van rubriek 1.
Subrubriek 2a – Economische, sociale en territoriale samenhang
De vastleggingskredieten worden zonder wijzigingen vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting. Bijgevolg zijn de vastleggingskredieten vastgesteld op 64 665,2 miljoen EUR, waardoor er een marge van 17,8 miljoen EUR onder het uitgavenplafond van subrubriek 2a overblijft.
Subrubriek 2b – Veerkracht en waarden
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
2.2.23
Financieringskosten van het herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI)
3 796 000 000
3 340 000 000
-456 000 000
06 04 01
Herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI) — Periodieke couponbetaling en aflossing op de vervaldatum
3 790 000 000
3 334 000 000
-456 000 000
2.2.24
Uniemechanisme voor civiele bescherming (rescEU)
230 311 354
240 311 354
10 000 000
06 05 01
Uniemechanisme voor civiele bescherming
230 311 354
240 311 354
10 000 000
2.2.32
Erasmus+
3 736 131 530
3 796 131 530
60 000 000
07 03 01 01
Bevordering van de leermobiliteit van particulieren en groepen, en van samenwerking, inclusie en kansengelijkheid, excellentie, creativiteit en innovatie op het niveau van organisaties en beleid op het gebied van onderwijs en opleiding — Indirect beheer
2 566 731 926
2 617 731 926
51 000 000
07 03 02
Bevordering van de mobiliteit voor niet-formeel en informeel leren en de actieve participatie van jongeren, en van samenwerking, inclusie, creativiteit en innovatie op het niveau van organisaties en beleid op jeugdgebied
384 913 639
393 913 639
9 000 000
2.2.34
Creatief Europa
331 788 132
334 788 132
3 000 000
07 05 01
Onderdeel Cultuur
101 802 039
103 802 039
2 000 000
07 05 03
Sectoroverschrijdend onderdeel
27 603 081
28 603 081
1 000 000
2.2.352
Burgers, gelijkheid, rechten en waarden
214 962 993
219 462 993
4 500 000
07 06 01
Gelijkheid en rechten
36 019 970
37 519 970
1 500 000
07 06 02
Betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie
55 671 418
57 671 418
2 000 000
07 06 03
Daphne
25 146 868
26 146 868
1 000 000
2.2.3DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
290 845 169
294 845 169
4 000 000
07 10 08
Europees Openbaar Ministerie (EOM)
66 307 729
70 307 729
4 000 000
2.2.3SPEC
Prerogatieven
181 077 079
183 077 079
2 000 000
07 20 04 06
Specifieke bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid, met inbegrip van de sociale dialoog
22 221 446
23 221 446
1 000 000
07 20 04 09
Voorlichtings- en opleidingsmaatregelen ten behoeve van werknemersorganisaties
22 728 699
23 728 699
1 000 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
25 827 500
Totaal
-346 672 500
In een context van hogere kosten van levensonderhoud wordt Erasmus+ met 60 miljoen EUR verhoogd, met name om het programma toegankelijker te maken voor kansarme personen.
Bijgevolg is het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 9 895,5 miljoen EUR, waarbij er geen marge onder het uitgavenplafond van subrubriek 2b overblijft en er uit het flexibiliteitsinstrument een bedrag van 1 289,5 miljoen EUR beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 12 van het MFK.
Rubriek 3 – Natuurlijke hulpbronnen en milieu
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
3.1.11
Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)
40 602 078 000
40 517 278 000
-84 800 000
08 02 01
Landbouwreserve
530 000 000
516 500 000
-13 500 000
08 02 04 01
Basisinkomenssteun voor duurzaamheid
18 373 500 000
18 282 200 000
-91 300 000
08 02 04 03
Aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers
650 000 000
670 000 000
20 000 000
3.2.21
Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE)
744 949 659
764 949 659
20 000 000
09 02 01
Natuur en biodiversiteit
285 202 126
300 202 126
15 000 000
09 02 02
Circulaire economie en levenskwaliteit
177 796 220
178 796 220
1 000 000
09 02 03
Klimaatmitigatie en -adaptatie
122 679 608
125 679 608
3 000 000
09 02 04
Transitie naar schone energie
133 496 971
134 496 971
1 000 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
14 540 000
Totaal
-50 260 000
Als gevolg hiervan wordt het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 57 338,6 miljoen EUR, waardoor er een marge van 110,4 miljoen EUR overblijft onder het uitgavenmaximum van rubriek 3.
Rubriek 4 – Migratie en grensbeheer
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
4.0.11
Fonds voor asiel, migratie en integratie
1 500 715 253
1 508 215 253
7 500 000
10 02 01
Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF)
1 496 055 626
1 503 555 626
7 500 000
4.0.1DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
168 101 176
169 101 176
1 000 000
10 10 01
Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA)
168 101 176
169 101 176
1 000 000
4.0.211
Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (IBMF) – Instrument voor grensbeheer en visa (BMVI)
1 020 632 303
1 023 132 303
2 500 000
11 02 01
Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa
1 017 832 303
1 020 332 303
2 500 000
4.0.2DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
1 063 483 939
1 048 483 939
-15 000 000
11 10 01
Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex)
824 329 442
809 329 442
-15 000 000
Totaal
-4 000 000
Als gevolg hiervan wordt het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 3 892,7 miljoen EUR, waardoor er een marge van 127,3 miljoen EUR overblijft onder het uitgavenmaximum van rubriek 4.
Rubriek 5 – Veiligheid en defensie
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
5.0.11
Fonds voor interne veiligheid (ISF)
314 885 754
321 885 754
7 000 000
12 02 01
Fonds voor interne veiligheid (ISF)
312 435 754
319 435 754
7 000 000
5.0.22
Militaire mobiliteit
241 367 376
251 367 376
10 000 000
13 04 01
Militaire mobiliteit
239 640 880
249 640 880
10 000 000
Totaal
17 000 000
Als gevolg hiervan wordt het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 2 321,2 miljoen EUR, waarbij er geen marge onder het uitgavenplafond van rubriek 5 overblijft, en er uit het flexibiliteitsinstrument een bedrag van 317,2 miljoen EUR beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 12 van de MFK-verordening.
Rubriek 6 – Nabuurschap en internationaal beleid
De vastleggingskredieten worden vastgesteld op het niveau dat de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, maar met de volgende aanpassingen waarover het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
6.0.111
Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI – Europa in de wereld)
11 373 889 314
11 523 889 314
150 000 000
14 02 01 10
Zuidelijk nabuurschap
1 630 931 763
1 730 931 763
100 000 000
14 02 01 11
Oostelijk nabuurschap
622 537 696
672 537 696
50 000 000
6.0.12
Humanitaire hulp (HUMA)
1 660 704 480
1 910 704 480
250 000 000
14 03 01
Humanitaire hulp
1 569 106 062
1 819 106 062
250 000 000
Totaal
400 000 000
Bijgevolg is het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 16 230,0 miljoen EUR, waarbij er geen marge onder het uitgavenplafond van rubriek 6 overblijft en er uit het flexibiliteitsinstrument een bedrag van 28,9 miljoen EUR beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 12 van de MFK-verordening en er uit het enkelvoudig marge-instrument een bedrag van 371,1 miljoen EUR beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 11, lid 1, punt a), van de MFK-verordening.
Rubriek 7 – Europees openbaar bestuur
Het aantal posten in de personeelsformatie van de instellingen en de kredieten die de Commissie heeft voorgesteld in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, worden goedgekeurd door het bemiddelingscomité, maar met de volgende uitzonderingen: de afdelingen met betrekking tot het Europees Parlement, de Europese Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Europese Rekenkamer en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming worden aangepast om rekening te houden met het feit dat de uitgaven in verband met leden die salarissen ontvangen uit de EU-begroting, die worden geïndexeerd, moeten worden geclassificeerd als salarisuitgaven en moeten derhalve worden uitgesloten van de richtsnoeren van de Commissie om de stijging voor niet-salarisgerelateerde uitgaven te beperken tot 2 %.
De totale aanpassing resulteert in een stijging van 33,8 miljoen EUR van rubriek 7.
Amendementen die het Europees Parlement in zijn eigen afdeling heeft aangebracht, worden zonder wijzigingen opnieuw opgenomen. Per saldo resulteert dit in een totaal niveau van kredieten van 2 383,1 miljoen EUR, wat neerkomt op een stijging van 27 707 693 miljoen EUR ten opzichte van de ontwerpbegroting, zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024.
Voor de andere betrokken afdelingen worden, rekening houdend met de oorspronkelijk gevraagde bedragen voor de niet-salarisgerelateerde begrotingsonderdelen, de details per begrotingsonderdeel hieronder weergegeven, met inachtneming van de richtsnoeren om de stijging te beperken tot 2 %:
Afdeling 2 – Europese Raad en Raad
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
2 0 1 1
Water, gas, elektriciteit en verwarming
6 302 000
6 340 180
38 180
Totaal
38 180
Afdeling 3 – Europese Commissie
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
20 03 01 02
Uitgaven voor gebouwen
88 593 000
90 535 400
1 942 400
20 03 02 02
Uitgaven voor gebouwen
24 636 000
25 466 000
830 000
20 03 13 01
Uitgaven voor vertalingen
13 000 000
14 000 000
1 000 000
Totaal
3 772 400
Afdeling 4 – Hof van Justitie
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
1 0 0 0
Salarissen en vergoedingen
36 403 711
37 675 000
1 271 289
2 0 2 4
Energieverbruik
3 163 000
3 230 531
67 531
Totaal
1 338 820
Afdeling 5 – Europese Rekenkamer
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
2 0 2 4
Energieverbruik
1 197 070
1 719 530
522 460
Totaal
522 460
Afdeling 9 – Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in vastleggingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
2 0 0
Huur, lasten en uitgaven voor gebouwen
1 650 000
1 751 494
101 494
3 0 4 5
Externe consultancy en studies
150 000
456 000
306 000
Totaal
407 494
De tabel voor de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming bevat ook een technische correctie om rekening te houden met eerdere aanpassingen die in de gewijzigde begrotingen nr. 1/2023 en nr. 3/2023 zijn overeengekomen en die gevolgen hebben voor het referentiebedrag dat wordt gebruikt voor de berekening van de behoeften voor 2024, overeenkomstig de toegepaste methode.
Als gevolg hiervan wordt het overeengekomen niveau van de vastleggingskredieten vastgesteld op 11 988,0 miljoen EUR, waarbij er geen marge onder het uitgavenplafond van rubriek 7 overblijft, en er uit het enkelvoudig marge-instrument een bedrag van 215,0 miljoen EUR beschikbaar wordt gesteld overeenkomstig artikel 11, lid 1, punt a), van de MFK-verordening.
Thematische speciale instrumenten: EFG, SEAR en BAR
De vastleggingskredieten voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), de reserve voor solidariteit en noodhulp (SEAR) en de reserve voor aanpassing aan de Brexit (BAR) worden vastgesteld op het niveau dat door de Commissie is voorgesteld in de ontwerpbegroting.
1.4. Betalingskredieten
De totale hoogte van de betalingskredieten in de begroting 2024 wordt vastgesteld op het niveau van de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, met de volgende aanpassingen als overeengekomen door het bemiddelingscomité:
1. Er wordt rekening gehouden met het overeengekomen niveau van vastleggingskredieten voor niet-gesplitste uitgaven (rubrieken 1 t/m 6), waarvoor het niveau van de betalingskredieten gelijk is aan de hoogte van de vastleggingskredieten. Dit geldt voor de verlaging van de financieringskosten van het herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI) met 456,0 miljoen EUR en de totale verlaging voor het ELGF met 84,8 miljoen EUR. Daarbij ook rekening houdend met de aanpassing van de bijdrage van de Unie aan gedecentraliseerde agentschappen is het gecombineerde gevolg een daling van 550,8 miljoen EUR.
2. De aanpassing in rubriek 7 resulteert in een stijging van 33,8 miljoen EUR.
3. De betalingskredieten voor alle nieuwe door het Parlement voorgestelde proefprojecten en voorbereidende acties worden vastgesteld op 25 % van de overeenkomstige vastleggingskredieten of op het door het Parlement voorgestelde niveau indien dit lager is. In het geval van verlenging van bestaande proefprojecten en voorbereidende acties is het niveau van de betalingskredieten het niveau dat in de ontwerpbegroting, als gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, is vastgesteld plus 25 % van de overeenkomstige nieuwe vastleggingskredieten, of het door het Parlement voorgestelde niveau, indien dit lager is. Het gezamenlijk gevolg is een verhoging van 26,8 miljoen EUR.
4. Het gecombineerde gevolg van de aanpassingen aan de begrotingsonderdelen voor gesplitste uitgaven is een stijging van 134,5 miljoen EUR.
De aanpassingen, die resulteren in een totale daling van 355,7 miljoen EUR, zijn nader beschreven in de volgende tabel:
Begrotingsonderdeel / programma
Benaming
Variatie in betalingskredieten (in EUR)
OB 2024 (incl. NvW 1)
Begroting 2024
Verschil
Titel 1
1.0.13
Internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER)
614 170 726
509 170 726
-105 000 000
01 04 01
Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER — en de ontwikkeling van fusie-energie
459 482 428
354 482 428
-105 000 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
16 755 000
Totaal rubriek 1
-88 245 000
Subrubriek 2b
2.2.23
Financieringskosten van het herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI)
3 796 000 000
3 340 000 000
-456 000 000
06 04 01
Herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI) — Periodieke couponbetaling en aflossing op de vervaldatum
3 790 000 000
3 334 000 000
-456 000 000
2.2.24
Uniemechanisme voor civiele bescherming (rescEU)
249 908 000
259 908 000
10 000 000
06 05 01
Uniemechanisme voor civiele bescherming
211 000 000
221 000 000
10 000 000
2.2.32
Erasmus+
3 491 138 893
3 522 138 893
31 000 000
07 03 01 01
Bevordering van de leermobiliteit van particulieren en groepen, en van samenwerking, inclusie en kansengelijkheid, excellentie, creativiteit en innovatie op het niveau van organisaties en beleid op het gebied van onderwijs en opleiding — Indirect beheer
2 498 750 000
2 524 750 000
26 000 000
07 03 02
Bevordering van de mobiliteit voor niet-formeel en informeel leren en de actieve participatie van jongeren, en van samenwerking, inclusie, creativiteit en innovatie op het niveau van organisaties en beleid op jeugdgebied
369 700 000
374 700 000
5 000 000
2.2.34
Creatief Europa
364 763 754
365 763 754
1 000 000
07 05 03
Sectoroverschrijdend onderdeel
25 430 875
26 430 875
1 000 000
2.2.352
Burgers, gelijkheid, rechten en waarden
221 064 096
225 564 096
4 500 000
07 06 01
Gelijkheid en rechten
51 815 746
53 315 746
1 500 000
07 06 02
Betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie
46 911 774
48 911 774
2 000 000
07 06 03
Daphne
23 877 030
24 877 030
1 000 000
2.2.3DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
282 083 169
286 083 169
4 000 000
07 10 08
Europees Openbaar Ministerie (EOM)
66 307 729
70 307 729
4 000 000
2.2.3SPEC
Prerogatieven
165 953 586
166 953 586
1 000 000
07 20 04 06
Specifieke bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid, met inbegrip van de sociale dialoog
19 500 000
20 000 000
500 000
07 20 04 09
Voorlichtings- en opleidingsmaatregelen ten behoeve van werknemersorganisaties
21 000 000
21 500 000
500 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
6 456 875
Totaal subrubriek 2b
-398 043 125
Rubriek 3
3.1.11
Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)
40 590 282 213
40 505 482 213
-84 800 000
08 02 01
Landbouwreserve
530 000 000
516 500 000
-13 500 000
08 02 04 01
Basisinkomenssteun voor duurzaamheid
18 373 500 000
18 282 200 000
-91 300 000
08 02 04 03
Aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers
650 000 000
670 000 000
20 000 000
PPVA
Proefprojecten en voorbereidende acties
3 635 000
Totaal rubriek 3
-81 165 000
Rubriek 4
4.0.11
Fonds voor asiel, migratie en integratie
1 354 073 000
1 359 073 000
5 000 000
10 02 01
Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF)
1 035 023 000
1 040 023 000
5 000 000
4.0.1DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
168 101 176
169 101 176
1 000 000
10 10 01
Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA)
168 101 176
169 101 176
1 000 000
4.0.2DAG
Gedecentraliseerde agentschappen
1 055 455 267
1 040 455 267
-15 000 000
11 10 01
Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex)
824 329 442
809 329 442
-15 000 000
Totaal rubriek 4
-9 000 000
Rubriek 5
5.0.11
Fonds voor interne veiligheid (ISF)
230 580 000
237 580 000
7 000 000
12 02 01
Fonds voor interne veiligheid (ISF)
175 130 000
182 130 000
7 000 000
Totaal rubriek 5
7 000 000
Rubriek 6
6.0.111
Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI – Europa in de wereld)
10 743 801 966
10 763 801 966
20 000 000
14 02 01 10
Zuidelijk nabuurschap
761 962 895
776 962 895
15 000 000
14 02 01 11
Oostelijk nabuurschap
416 206 581
421 206 581
5 000 000
6.0.12
Humanitaire hulp (HUMA)
1 737 373 786
1 897 373 786
160 000 000
14 03 01
Humanitaire hulp
1 649 312 168
1 809 312 168
160 000 000
Totaal rubriek 6
180 000 000
Rubriek 7
7.2
Administratieve uitgaven van de instellingen
9 141 588 794
9 175 375 841
33 787 047
7.1.21
Europees Parlement
2 354 555 881
2 382 263 574
27 707 693
7.1.22
Europese Raad en Raad
676 842 943
676 881 123
38 180
7.2
Commissie
4 218 068 825
4 221 841 225
3 772 400
7.1.24
Hof van Justitie van de Europese Unie
502 443 711
503 782 531
1 338 820
7.1.25
Europese Rekenkamer
185 133 430
185 655 890
522 460
7.1.29
Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
23 921 966
24 329 460
407 494
Totaal rubriek 7
33 787 047
TOTAAL
-355 666 078
Per saldo resulteert dit in een totaal niveau van betalingskredieten van 142 630,3 miljoen EUR, wat neerkomt op een daling van 355,7 miljoen EUR ten opzichte van de ontwerpbegroting, zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024.
1.5. Reserves
Er zijn geen andere reserves boven op die van de ontwerpbegroting, zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024.
1.6. Begrotingstoelichtingen
De tekst van de begrotingstoelichting stemt overeen met de ontwerpbegroting, zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, met de volgende aanpassingen die in de uitvoerbaarheidsnota zijn voorgesteld en door het bemiddelingscomité zijn goedgekeurd:
— De volgende begrotingsonderdelen waarvoor het Europees Parlement amendementen in zijn eigen afdeling heeft aangebracht, worden zonder wijzigingen goedgekeurd:
— Post 1 4 0 0 — Andere personeelsleden — Secretariaat-generaal en fracties
Tekst als volgt wijzigen:
Dit krediet omvat een bedrag van 362 040 167 040 EUR voor het personeel van de Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen.
— Artikel 2 3 8 — Overige huishoudelijke uitgaven
Tekst als volgt wijzigen:
– diverse aankopen in verband met maatschappelijk verantwoord ondernemerschap van het Parlement (met inbegrip van EMAS),EMAS).
– diverse diensten in verband met het financieel en inventarisbeheer van het Parlement.
— Artikel 2 3 9 — EMAS-activiteiten, met inbegrip van voorlichting, en de compensatieregeling voor CO2-emissies van het Europees Parlement
Tekst als volgt wijzigen:
EMAS- en duurzaamheidsactiviteiten, met inbegrip van voorlichting, en de compensatieregeling voor CO2-emissies van het Europees Parlement
Tekst als volgt wijzigen:
Dit krediet dient ter dekking van de kosten in verband met EMAS-activiteiten ter bevordering vanduurzaamheidsactiviteiten in het Europees Parlement en EMAS-activiteiten gericht op het verbeteren van de milieuprestaties van het Europees Parlement, met inbegrip van de voorlichting over deze activiteiten, en met de compensatieregeling voor de CO2-emissies van het Europees Parlement.
Dit met dien verstande dat de door het Europees Parlement of de Raad aangebrachte wijzigingen het toepassingsgebied van een bestaande rechtsgrondslag niet kunnen wijzigen of uitbreiden, noch afbreuk kunnen doen aan de administratieve autonomie van de instellingen, en dat het optreden met de beschikbare middelen kan worden gedekt.
1.7. Begrotingsnomenclatuur
Er wordt overeenstemming bereikt over de door de Commissie in de ontwerpbegroting voorgestelde begrotingsnomenclatuur, zoals gewijzigd bij nota van wijzigingen nr. 1/2024, met de opname van de nieuwe proefprojecten en voorbereidende acties. Het bemiddelingscomité onderschrijft ook de schrapping van één begrotingslijn in de afdeling van het Europees Parlement (artikel 5 0 2 – Autoriteit voor Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen – Salaris en toelagen).
2. Begroting 2023
Ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) 4/2023 wordt goedgekeurd als voorgesteld door de Commissie.
3. Verklaringen
3.1. Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement en de Raad over betalingskredieten
Het Europees Parlement en de Raad roepen de Commissie op om gedurende het jaar 2024 nauwlettend en actief te blijven toezien op de uitvoering van de programma’s van het huidige en het voorgaande MFK (met name subrubriek 2a en plattelandsontwikkeling). Daartoe verzoeken het Europees Parlement en de Raad de Commissie tijdig geactualiseerde cijfers over de stand van zaken en de ramingen voor de betalingskredieten voor 2024 voor te leggen (in voorkomend geval rekening houdend met de verbeterde nauwkeurigheid van de ramingen van de lidstaten). Indien uit de cijfers blijkt dat de kredieten in de begroting voor 2024 ontoereikend zijn om in de behoeften te voorzien, verzoeken het Europees Parlement en de Raad de Commissie zo spoedig mogelijk een passende oplossing te presenteren, onder andere een ontwerp van gewijzigde begroting, om het Europees Parlement en de Raad in staat te stellen zo spoedig mogelijk en zonder onnodige vertraging in te spelen op gerechtvaardigde behoeften. Het Europees Parlement en de Raad zullen in voorkomend geval rekening houden met de urgentie van de kwestie, en de periode van acht weken voor de besluitvorming inkorten indien zij dat nodig achten. Hetzelfde geldt mutatis mutandis indien uit de cijfers blijkt dat de kredieten in de begroting voor 2024 hoger zijn dan nodig.
3.2. Gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de integratie van de resultaten van de tussentijdse herziening van het MFK in de begroting 2024
Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie nemen nota van de lopende besprekingen over de voorgestelde herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027. De Europese Raad heeft de Raad verzocht de werkzaamheden voort te zetten, zodat tegen het einde van het jaar een algemeen akkoord over het voorgestelde herziene MFK kan worden bereikt, waardoor dit snel kan worden aangenomen, met inachtneming van de rol van het Europees Parlement, overeenkomstig de in de Verdragen vastgelegde procedures. Een dergelijke overeenkomst kan daarom alleen via een ontwerp van gewijzigde begroting invloed hebben op het begrotingsjaar 2024.
Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie derhalve een ontwerp van gewijzigde begroting voor te stellen zodra overeenstemming is bereikt over de herziening van de MFK-verordening, teneinde de begroting 2024 af te stemmen op een herziene MFK-verordening.
Het Europees Parlement en de Raad verbinden zich ertoe het voorstel van de Commissie onverwijld in overweging te nemen, rekening houdend met de urgentie van de zaak.
3.3. Unilaterale verklaring van de Commissie over de MFB+-rentesubsidie voor het begrotingsjaar 2024
De Commissie verbindt zich ertoe passende begrotingsmaatregelen voor te stellen voor het vrijmaken van de middelen die zijn toegewezen aan de MFB+-rentesubsidie (begrotingsartikel 14 07 01) voor het begrotingsjaar 2024, indien tijdig een alternatieve financieringsoplossing wordt gevonden.
3.4. Unilaterale verklaring van het Europees Parlement over de MFB+-rentesubsidie
Het Europees Parlement neemt nota van de verklaring van de Commissie. Het Europees Parlement herinnert eraan dat de rentesubsidie met betrekking tot MFB+ voor Oekraïne op grond van Verordening (EU) 2022/2463 moet worden gefinancierd met vrijwillige bijdragen van de lidstaten en dat de EU-begroting kan bijdragen onder voorbehoud van de beschikbare middelen. In dit verband benadrukt het Europees Parlement dat de voorlopige opname van kredieten op begrotingslijn 14 07 01 een eenmalige uitzondering is en geen precedent vormt voor toekomstige begrotingsprocedures.
BIJLAGE: LIJST VAN ENTITEITEN OF PERSONEN
VAN WIE DE RAPPORTEURS INPUT HEBBEN ONTVANGEN
De hiernavolgende lijst is onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteurs opgesteld. De rapporteurs hebben bij de voorbereiding van het verslag informatie ontvangen van de volgende entiteiten of personen:
Entiteit en/of persoon
Spanish Secretary of State, President-in-Office, Council of the European Union
Permanent Representative of Spain to the European Union
Permanent Representative of the Federal Republic of Germany to the European Union
Permanent Representative of France to the European Union
Permanent Representative of the Netherlands to the European Union
Permanent Representative of Belgium to the European Union
Commissioner for Budget and Administration
Commissioner for Promoting our European Way of Life
Commissioner for Justice
Commissioner for Crisis Management
Director-General for Budget, European Commission
Director-General for Communication, European Commission
Federal Ministry of Finance, Federal Government of Germany
Registrar of the Court of Justice of the European Union
President of the European Court of Auditors
Vice-President of the European Economic and Social Committee
Secretary-General of the European Committee of the Regions
EU High Representative for Foreign Affairs
Secretary-General of the European External Action Service
Executive Director, European Union Agency for Fundamental Rights
Executive Director, European Union Asylum Agency
Executive Director, Frontex
European Chief Prosecutor, European Public Prosecutor's Office
Executive Director, World Food Programme Global Office to the EU
Representative Office for Europe, United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA)