Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 november 2023 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk (COM(2022)0701 – C9-0021/2023 – 2022/0407(CNS))
(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2022)0701),
– gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0021/2023),
– gezien artikel 82 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0327/2023),
1. hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie, zoals geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis) Het pakket “Btw in het digitale tijdperk”, waarvan deze richtlijn deel uitmaakt, heeft tot doel het evenredigheidsbeginsel te eerbiedigen wat betreft enerzijds de doelstelling van fraudebestrijding en anderzijds de moeilijkheden voor ondernemingen, met name voor kmo’s en micro-ondernemingen, die zich bij de toepassing van de voorgestelde regels kunnen voordoen bij de dagelijkse bedrijfsvoering, alsook voor nationale autoriteiten. De nieuwe btw-verplichtingen die uit de hervorming voortvloeien, moeten eenvoudig, duidelijk, doeltreffend en evenwichtig zijn voor alle betrokken partijen, zodat het bedrijfsleven en de administratieve autoriteiten de regels in praktijk kunnen brengen.
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter) Het pakket “Btw in het digitale tijdperk” heeft tot doel de volledige eerbiediging van de grondrechten op privacy en bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, alsmede de toepasselijkheid van Verordeningen (EU) 2016/6791bis en (EU) 2018/17251ter van het Europees Parlement en de Raad op de verwerking van persoonsgegevens. De verzamelde informatie mag alleen worden verwerkt met het oog op fraudebestrijding door de bevoegde belastingautoriteiten.
________
1bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
1ter Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn Overweging 1 quater (nieuw)
(1 quater) De Commissie moet ervoor zorgen dat de rechten van belastingbetalers worden geëerbiedigd, aangezien de belastingautoriteiten toegang zullen hebben tot grote hoeveelheden gegevens, onder meer uit systemen voor algoritmische gegevensanalyse. Bij het gebruik van nieuwe technologieën moeten de waarden van de Unie, de mensenrechten en het primaire recht worden geëerbiedigd.
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn Overweging 1 quinquies (nieuw)
(1 quinquies) Het verzamelen van persoonsgegevens van individuen mag in geen geval inbreuk maken op hun recht op privacy.Anders zou het worden beschouwd als gelijkwaardig aan onwettig toezicht.Informatie op facturen kan gevoelige informatie onthullen over specifieke natuurlijke personen, zoals informatie over gekochte goederen (met inbegrip van producten van persoonlijke aard), reisarrangementen of juridische diensten.
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn Overweging 2
(2) De btw-rapportageverplichtingen moeten worden aangepast om de uitdagingen van de platformeconomie aan te pakken en de noodzaak van meerdere btw-registraties in de Unie te verminderen.
(2) De btw-rapportageverplichtingen moeten worden aangepast om de uitdagingen van de platformeconomie aan te pakken, de noodzaak van meerdere btw-registraties in de Unie te verminderen en de nalevingskosten voor belastingbetalers, met name kmo’s, aanzienlijk te verlagen, om een gelijk speelveld en de goede werking van de interne markt te waarborgen.
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn Overweging 3
(3) Het verlies aan btw-inkomsten, bekend als de “btw-kloof”, werd in 2020 in de Unie geraamd op 93 miljard EUR61, waarvan een aanzienlijk deel is toe te schrijven aan fraude, met name intracommunautaire ploffraude62, die op 40-60 miljard EUR63 wordt geraamd. In het eindverslag van de Conferentie over de toekomst van Europa roepen de burgers op tot “het harmoniseren en coördineren van het belastingbeleid in de EU-lidstaten om belastingontduiking en -ontwijking te voorkomen” en “het bevorderen van de samenwerking tussen de EU-lidstaten om ervoor te zorgen dat alle bedrijven in de EU billijke belastingen betalen”. Het initiatief inzake btw in het digitale tijdperk is in overeenstemming met deze doelstellingen.
(3) Het verlies aan btw-inkomsten, bekend als de “btw-kloof”, werd in 2020 in de Unie geraamd op 93 miljard EUR61, waarvan een aanzienlijk deel is toe te schrijven aan fraude, met name intracommunautaire ploffraude62, die op 40-60 miljard EUR63 wordt geraamd. De huidige btw-kloof toont aan dat grensoverschrijdende btw-fraude en carrouselfraude moeten worden aangepakt door middel van doeltreffende mechanismen voor informatie-uitwisseling en passende middelen voor een dergelijke uitwisseling, waaronder menselijke, financiële, technische en technologische middelen. Bovendien verschilt de omvang van de btw-kloof aanzienlijk tussen de lidstaten en daarom is het belangrijk om de samenwerking en coördinatie op Unieniveau te verbeteren.
_________________
_________________
61 De btw-kloof is het totale verschil tussen de btw-inkomsten die op basis van de btw-wetgeving en aanvullende regelgeving kunnen worden verwacht, en het bedrag dat daadwerkelijk wordt geïnd: https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/vat/vat-gap_en
61 De btw-kloof is het totale verschil tussen de btw-inkomsten die op basis van de btw-wetgeving en aanvullende regelgeving kunnen worden verwacht, en het bedrag dat daadwerkelijk wordt geïnd: https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/vat/vat-gap_en
63 Europese Rekenkamer: https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR15_24/SR_VAT_FRAUD_EN.pdf
63 Europese Rekenkamer: https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR15_24/SR_VAT_FRAUD_EN.pdf
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis) De btw-kloof voedt het gebrek aan vertrouwen tussen de belastingautoriteiten van de Unie en heeft betrekking op veel meer dan alleen intracommunautaire ploffraude (MTIC-fraude). De beste manier om MTIC-fraude, met inbegrip van carrouselfraude, te bestrijden, zou zijn om de btw-vrijstelling op intracommunautaire leveringen van goederen en diensten af te schaffen, aangezien dit soort fraude vooral te wijten is aan de versnipperde inning van de btw. Teneinde de strijd tegen btw-fraude beter af te bakenen, moet de Commissie verder analyseren hoe de uitvoering van deze richtlijn de basis zou kunnen vormen voor de afschaffing van de btw-vrijstelling op intracommunautaire leveringen van goederen en diensten (d.w.z. het “definitieve btw-stelsel”).
Amendement 8 Voorstel voor een richtlijn Overweging 3 ter (nieuw)
(3 ter) Het verzamelen van gegevens voor internationale handelsstatistieken (Intrastat) in het kader van intracommunautaire transacties is een essentieel instrument voor de belastingdiensten van de lidstaten in de strijd tegen btw-fraude en moet worden gehandhaafd.
Amendement 9 Voorstel voor een richtlijn Overweging 3 quater (nieuw)
(3 quater) De btw-vrijstelling op de intracommunautaire levering van goederen en diensten zou de kans op fraude kunnen vergroten, met name op het niveau van de detailhandel.
Amendement 10 Voorstel voor een richtlijn Overweging 4
(4) Om de belastinginning bij grensoverschrijdende transacties te verbeteren en een einde te maken aan de bestaande versnippering als gevolg van de toepassing van uiteenlopende rapportagesystemen door de lidstaten, moeten regels voor digitale rapportagevereisten van de Unie worden vastgesteld. Dergelijke regels moeten de belastingdiensten informatie op transactiebasis verstrekken om kruiscontroles van gegevens mogelijk te maken, de controlecapaciteit van de belastingdiensten te vergroten en een afschrikkend effect in geval van niet-naleving te creëren, alsook om de nalevingskosten voor bedrijven die in verschillende lidstaten actief zijn, te verlagen en belemmeringen op de interne markt weg te nemen.
(4) Om de belastinginning bij grensoverschrijdende transacties te verbeteren en een einde te maken aan de bestaande versnippering als gevolg van de toepassing van uiteenlopende rapportagesystemen door de lidstaten, die leiden tot een aanzienlijke last voor bedrijven en ineffectieve grensoverschrijdende controles, moeten regels voor digitale rapportagevereisten van de Unie worden vastgesteld. Dergelijke regels moeten de belastingdiensten informatie op transactiebasis verstrekken om kruiscontroles van gegevens mogelijk te maken, de controlecapaciteit van de belastingdiensten te vergroten en een afschrikkend effect in geval van niet-naleving te creëren, alsook om de nalevingskosten voor bedrijven die in verschillende lidstaten actief zijn, te verlagen en belemmeringen op de interne markt weg te nemen.
Amendement 11 Voorstel voor een richtlijn Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis) Btw-fraude is vaak gekoppeld aan georganiseerde misdaad en een zeer klein aantal van die georganiseerde netwerken kan verantwoordelijk zijn voor miljarden euro’s aan grensoverschrijdende btw-fraude, hetgeen niet alleen gevolgen heeft voor de inning van opbrengsten in de lidstaten maar ook een negatieve impact heeft op de eigen middelen van de Unie.De lidstaten hebben derhalve een gedeelde verantwoordelijkheid om de btw-opbrengsten van alle lidstaten te beschermen.
Amendement 12 Voorstel voor een richtlijn Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter) De Europese Commissie zal ervoor zorgen dat in de digitale rapportagevereisten rekening wordt gehouden met de opgedane ervaring in bepaalde lidstaten die al hebben geïnvesteerd in digitale facturering en rapportage, zodanig dat bestaande investeringen in deze lidstaten niet verloren gaan en alle belanghebbenden er baat bij kunnen hebben.
Amendement 13 Voorstel voor een richtlijn Overweging 4 quater (nieuw)
(4 quater) Vereisten voor digitale rapportage die gericht zijn op het verstrekken van informatie aan belastingautoriteiten op transactiebasis moeten eerlijk, haalbaar en evenwichtig zijn, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. De betrouwbaarheid van technologische oplossingen voor het opsporen van fraude moet leiden tot meer rechtszekerheid voor belastingplichtigen.
Amendement 14 Voorstel voor een richtlijn Overweging 5
(5) Om de automatisering van het rapportageproces voor de belastingplichtigen en de belastingdiensten te vergemakkelijken, moeten de aan de belastingdiensten te rapporteren transacties elektronisch worden gedocumenteerd. Elektronische facturering moet de standaard voor de uitreiking van facturen worden. Het moet de lidstaten evenwel worden toegestaan voor binnenlandse prestaties andere middelen te aanvaarden. De uitreiking van elektronische facturen door de leverancier of dienstverlener en de toezending ervan aan de afnemer mogen niet afhankelijk worden gesteld van voorafgaande toestemming of controle door de belastingdienst.
(5) Om de automatisering van het rapportageproces voor de belastingplichtigen en de belastingdiensten te vergemakkelijken, moeten de aan de belastingdiensten te rapporteren transacties elektronisch worden gedocumenteerd. Elektronische facturering zou de standaard voor de uitreiking van facturen kunnen worden. Het moet de lidstaten evenwel worden toegestaan voor binnenlandse prestaties andere middelen te aanvaarden. Met ingang van 1 januari 2028 mogen de uitreiking van elektronische facturen door de leverancier of dienstverlener en de toezending ervan aan de afnemer niet afhankelijk worden gesteld van voorafgaande toestemming of controle door de belastingdienst.
Amendement 15 Voorstel voor een richtlijn Overweging 6
(6) De definitie van een elektronische factuur moet worden afgestemd op die van Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad64 om tot standaardisering te komen op het gebied van btw-rapportage.
(6) Aan het einde van de overgangsperiode moet de definitie van een elektronische factuur worden afgestemd op die van Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad64 om tot standaardisering te komen op het gebied van btw-rapportage. Bedrijven, met name micro- en kleine ondernemingen als gedefinieerd in Richtlijn 2013/34/EU64bis en organisaties zonder winstoogmerk, moet het echter vrij blijven staan om andere normen vast te stellen in overeenstemming met artikel 217 van Richtlijn 2006/112/EG.
__________________
__________________
64 Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 1).
64 Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 1).
64bis Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
Amendement 16 Voorstel voor een richtlijn Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis) Om bedrijven en belastingdiensten te helpen, moet de inhoud van de Europese norm voor elektronische facturering toegankelijk, eenvoudig en duidelijk worden gemaakt, met name door op de website van de Commissie alle relevante informatie met betrekking tot die norm te publiceren. Aangezien echter de Europese norm voor elektronische facturering waarnaar in Richtlijn 2014/55/EU wordt verwezen is aangepast aan een “business to government” (b2g)-context, moet bij de ontwikkeling ervan rekening worden gehouden met “business to business” (b2b)-behoeften.
Amendement 17 Voorstel voor een richtlijn Overweging 7
(7) Met het oog op een efficiënte uitvoering van het btw-rapportagesysteem is het noodzakelijk dat de belastingdienst de informatie onverwijld ontvangt. Daarom moet de termijn voor de uitreiking van facturen bij grensoverschrijdende transacties worden vastgesteld op twee werkdagen nadat het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
(7) Met het oog op een efficiënte uitvoering van het btw-rapportagesysteem is het noodzakelijk dat de belastingdienst de informatie onverwijld ontvangt. Daarom moet de termijn voor de uitreiking van facturen bij grensoverschrijdende transacties worden vastgesteld op acht werkdagen nadat het belastbare feit heeft plaatsgevonden. De verjaringstermijnen voor de vervolging van btw-fraude moeten dienovereenkomstig worden aangepast.
Amendement 18 Voorstel voor een richtlijn Overweging 9
(9) Elektronische facturering kan niet worden geïmplementeerd als standaardmethode voor het documenteren van transacties voor btw-doeleinden als het gebruik van elektronische facturen afhankelijk blijft van aanvaarding door de afnemer. Daarom mag een dergelijke aanvaarding niet langer vereist zijn voor de uitreiking van elektronische facturen.
(9) Elektronische facturering kan niet worden geïmplementeerd als standaardmethode voor het documenteren van transacties voor btw-doeleinden als het gebruik van elektronische facturen afhankelijk blijft van aanvaarding door de afnemer. Daarom mag de aanvaarding door de ontvanger met ingang van 1 januari 2028 niet langer vereist zijn.
Amendement 19 Voorstel voor een richtlijn Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis) Periodieke facturen besparen tijd en kosten en verminderen de administratieve lasten met betrekking tot factureren.Bovendien verminderen ze de kans op fouten en vereenvoudigen ze het werk voor leveranciers en klanten dankzij vereenvoudigde administratie.Ze kunnen echter ook worden misbruikt voor fraude.Daarom moeten periodieke facturen slechts voor b2b-transacties blijven bestaan en slechts een beperkte periode bestrijken.
Amendement 20 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12
(12) Om het voor belastingplichtigen gemakkelijker te maken de factuurgegevens door te zenden, moeten de lidstaten hen daarvoor de nodige middelen ter beschikking stellen, zodat de gegevens door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening kunnen worden verzonden.
(12) De groeiende stroom van informatie die dagelijks wordt uitgewisseld, vereist krachtige computersoftware die in staat is om de informatie continu en op een veilige manier door te geven aan de nationale overheidsdiensten. Om het voor belastingplichtigen, en met name micro- en kleine ondernemingen als gedefinieerd in Richtlijn 2013/34/EU en organisaties zonder winstoogmerk, gemakkelijker te maken de factuurgegevens door te zenden, moeten de lidstaten hen daarvoor de nodige middelen ter beschikking stellen, zodat de gegevens door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening kunnen worden verzonden.
Amendement 21 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13
(13) Hoewel de informatie die op grond van de digitale rapportagevereisten voor intracommunautaire transacties moet worden doorgegeven, vergelijkbaar moet zijn met die welke via de lijsten werd doorgegeven, moet de belastingplichtigen worden verzocht aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder bankgegevens en betalingsbedragen, zodat de belastingdiensten niet alleen de goederen, maar ook de geldstromen kunnen volgen.
(13) Hoewel de informatie die op grond van de digitale rapportagevereisten voor intracommunautaire transacties moet worden doorgegeven, vergelijkbaar moet zijn met die welke via de lijsten werd doorgegeven, moet de belastingplichtigen worden verzocht aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder bankgegevens en betalingsbedragen, zodat de belastingdiensten niet alleen de goederen, maar ook de geldstromen kunnen volgen en de juiste informatie kunnen verkrijgen over die stromen.
Amendement 22 Voorstel voor een richtlijn Overweging 14
(14) Onnodige administratieve lasten voor belastingplichtigen die in verschillende lidstaten actief zijn, moeten worden vermeden. Daarom moeten dergelijke belastingplichtigen de mogelijkheid hebben om hun belastingdienst de vereiste gegevens te verstrekken volgens de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/187065 van de Commissie vastgestelde Europese norm, die voldoet aan het in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2014/55/EU vastgestelde verzoek om een Europese norm voor het semantische gegevensmodel van de kernelementen van een elektronische factuur vast te stellen. Het moet de lidstaten worden toegestaan aanvullende methoden voor de rapportage van de gegevens vast te stellen, die bepaalde belastingplichtigen eventueel gemakkelijker in acht kunnen nemen.
(14) Onnodige administratieve lasten voor belastingplichtigen die in verschillende lidstaten actief zijn, moeten worden vermeden. Daarom moeten dergelijke belastingplichtigen de mogelijkheid hebben om hun belastingdienst de nodige gegevens te verstrekken volgens de in Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/187065 van de Commissie vastgestelde Europese norm, die voldoet aan het in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2014/55/EU vastgestelde verzoek om een Europese norm voor het semantische gegevensmodel van de kernelementen van een elektronische factuur vast te stellen. Het moet de lidstaten worden toegestaan andere methoden voor de rapportage van de gegevens vast te stellen, die bepaalde belastingplichtigen eventueel gemakkelijker in acht kunnen nemen en die kunnen leiden tot een vermindering van onnodige lasten.
_________________
_________________
65 Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 van de Commissie van 16 oktober 2017 betreffende de bekendmaking van de referentie van de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 266 van 17.10.2017, blz. 19).
65 Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 van de Commissie van 16 oktober 2017 betreffende de bekendmaking van de referentie van de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 266 van 17.10.2017, blz. 19).
Amendement 23 Voorstel voor een richtlijn Overweging 15
(15) Met het oog op de noodzakelijke harmonisatie van de rapportage van gegevens over intracommunautaire transacties moeten de te verstrekken gegevens in alle lidstaten dezelfde zijn, zonder dat de lidstaten om aanvullende gegevens kunnen verzoeken.
(15) Met het oog op de noodzakelijke harmonisatie van de rapportage van gegevens over intracommunautaire transacties moeten de te verstrekken gegevens in alle lidstaten dezelfde zijn, zonder dat de lidstaten om aanvullende gegevens kunnen verzoeken. Door het verzamelen van deze gegevens moeten ook betere statistieken over de omvang van de btw-fraude kunnen worden opgesteld om deze fraude terug te dringen.
Amendement 24 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 bis (nieuw)
(16 bis) Digitalisering maakt ondernemingen steeds kwetsbaarder voor cybercriminaliteit en aanvallen van hackers. De Commissie en de lidstaten moeten ieder voor zover mogelijk tijdens de verzending van gegevens, per transactie en tijdens opslag ervan door de belastingautoriteiten zorgen voor bescherming tegen cyberaanvallen en aanvallen door hackers of zappers.
Amendement 25 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 ter (nieuw)
(16 ter) De regels voor elektronische facturering en digitale rapportage zijn niet van toepassing op defensiegerelateerde aankopen die zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 143 en 151 van Richtlijn 2006/112/EG.
Amendement 26 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 quater (nieuw)
(16 quater) Met het oog op de beveiliging van de toegezonden gegevens moet een uitputtende lijst worden opgesteld van de autoriteiten die bevoegd zijn om de gegevens te onderzoeken, en moet een procedure worden vastgesteld voor de verwerking van de gegevens. EPPO, OLAF en Europol moeten op die lijst staan.
Amendement 27 Voorstel voor een richtlijn Overweging 17
(17) Verschillende lidstaten hebben uiteenlopende rapportagevereisten voor transacties op hun grondgebied ingevoerd, wat heeft geleid tot aanzienlijke administratieve lasten voor belastingplichtigen die in verschillende lidstaten actief zijn, aangezien zij hun boekhoudsystemen moeten aanpassen om aan die vereisten te voldoen. Om de kosten als gevolg van dergelijke verschillen te vermijden, moeten de in de lidstaten geïmplementeerde systemen voor de rapportage van leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel tussen belastingplichtigen op hun grondgebied dezelfde kenmerken hebben als het voor intracommunautaire transacties geïmplementeerde systeem. De lidstaten moeten voorzien in de elektronische middelen voor de doorzending van de informatie en belastingplichtigen moeten, zoals het geval is voor intracommunautaire transacties, de gegevens kunnen indienen overeenkomstig de bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 vastgestelde Europese norm, ook al kan de betrokken lidstaat voorzien in aanvullende middelen voor de doorzending van de gegevens. De gegevens moeten door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening kunnen worden doorgezonden.
(17) Verschillende lidstaten hebben overeenkomstig artikel 273 van Richtlijn 2006/112/EG uiteenlopende rapportagevereisten voor transacties op hun grondgebied ingevoerd. Die uiteenlopende rapportagevereisten schaden de werking van de interne markt. Om de kosten als gevolg van de versnippering van het regelgevend kader te vermijden, zouden de in de lidstaten geïmplementeerde systemen voor de rapportage van leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel tussen belastingplichtigen op hun grondgebied dezelfde kenmerken kunnen hebben als het voor intracommunautaire transacties geïmplementeerde systeem. De lidstaten moeten voorzien in de elektronische middelen voor de doorzending van de informatie en belastingplichtigen moeten, zoals het geval is voor intracommunautaire transacties, de gegevens kunnen indienen overeenkomstig de bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1870 vastgestelde Europese norm, tenzij de betrokken lidstaat kan voorzien in andere, even doeltreffende middelen voor de doorzending van de gegevens. De gegevens moeten door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening kunnen worden doorgezonden.
Amendement 28 Voorstel voor een richtlijn Overweging 18
(18) De lidstaten mogen niet worden verplicht een digitale rapportagevereiste in te voeren voor leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel tussen belastingplichtigen op hun grondgebied. Als zij evenwel een dergelijke vereiste in de toekomst zouden invoeren, moeten zij deze afstemmen op de digitale rapportagevereisten voor intracommunautaire transacties.Lidstaten die reeds over een rapportagesysteem voor die transacties beschikken, moeten dat aanpassen om ervoor te zorgen dat de gegevens worden gerapporteerd overeenkomstig de digitale rapportagevereisten voor intracommunautaire transacties.
(18) De lidstaten mogen niet worden verplicht een digitale rapportagevereiste in te voeren voor leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel tussen belastingplichtigen op hun grondgebied. Aan het einde van de overgangsperiode kunnen de lidstaten nog andere normen invoeren, waarbij zij echter wel elektronische facturen op basis van de Europese norm moeten accepteren.
Amendement 29 Voorstel voor een richtlijn Overweging 18 bis (nieuw)
(18 bis) Het verzamelen van persoonsgegevens van individuen mag in geen geval inbreuk maken op hun recht op privacy.
Amendement 30 Voorstel voor een richtlijn Overweging 19
(19) Om de doeltreffendheid van de digitale rapportagevereisten te beoordelen, moet de Commissie een evaluatieverslag opstellen waarin het effect van de digitale rapportagevereisten op de verkleining van de btw-kloof en op de uitvoerings- en nalevingskosten voor belastingplichtigen en belastingdiensten wordt beoordeeld, teneinde na te gaan of het systeem zijn doel heeft bereikt dan wel verdere aanpassingen vereist.
(19) Om de doeltreffendheid van de intracommunautaire digitale rapportagevereisten te beoordelen, moet de Commissie een evaluatieverslag opstellen waarin het effect van de intracommunautaire digitale rapportagevereisten op de verkleining van de btw-kloof en op de uitvoerings- en nalevingskosten voor belastingplichtigen en belastingdiensten wordt beoordeeld, teneinde na te gaan of het systeem zijn doel heeft bereikt dan wel verdere aanpassingen of uitbreiding van binnenlandse transacties vereist. Daarnaast moet de Commissie opdracht geven tot een onafhankelijk onderzoek in het kader waarvan een alomvattende analyse van ploffraude, een bijzondere categorie van btw-fraude, wordt opgesteld, en met name van de doeltreffendheid van de digitale rapportagevereiste bij de bestrijding van dergelijke fraude. De Commissie moet ook opdracht geven tot een onafhankelijk onderzoek om een grondige beoordeling uit te voeren van de voor- en nadelen van het verplicht stellen van het éénloketsysteem voor invoer (IOSS).
Amendement 31 Voorstel voor een richtlijn Overweging 20
(20) De lidstaten moeten andere maatregelen kunnen blijven toepassen om de correcte inning van de btw te waarborgen en ontduiking te voorkomen. Zij mogen echter niet de mogelijkheid hebben om aanvullende rapportageverplichtingen op te leggen voor de transacties die onder de digitale rapportagevereisten vallen.
(20) De lidstaten moeten andere maatregelen kunnen blijven toepassen om de correcte inning van de btw te waarborgen en ontduiking te voorkomen.
Amendement 32 Voorstel voor een richtlijn Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis) Om het juridische risico te verminderen waaraan bedrijven, met name kmo’s en micro-ondernemingen, worden blootgesteld als gevolg van de complexiteit van btw-tarieven binnen de Unie, moeten de databanken van de Commissie worden uitgebreid tot een actueel instrument dat gemakkelijk toegankelijk is voor bedrijven, met bijna-real time informatie over btw-tarieven in de Unie en antwoorden op belastingvragen.
Amendement 33 Voorstel voor een richtlijn Overweging 22
(22) De platformeconomie heeft geleid tot een ongerechtvaardigde verstoring van de concurrentie tussen prestaties die via onlineplatforms worden verricht en aan btw-heffing ontsnappen, en prestaties die in de traditionele economie worden verricht en aan de btw zijn onderworpen. De verstoring was zeer sterk in de twee grootste sectoren van de platformeconomie na de e-commerce, namelijk de kortetermijnverhuur van accommodatie en het personenvervoer.
(22) Er bestaat een risico op verstoring van de concurrentie tussen prestaties die via onlineplatforms worden verricht en aan btw-heffing ontsnappen, en prestaties die in de traditionele economie worden verricht en aan de btw zijn onderworpen.
Amendement 34 Voorstel voor een richtlijn Overweging 23
(23) Daarom moeten regels worden vastgesteld om de concurrentieverstoringen in de kortetermijnverhuur van accommodatie en het personenvervoer aan te pakken door platforms bij de inning van de btw een andere rol (namelijk die van “gelijkgestelde dienstverlener”) te geven.Volgens dit concept moeten platforms worden verplicht btw in rekening te brengen wanneer btw verschuldigd is, maar de onderliggende dienstverlener deze niet in rekening brengt omdat hij bijvoorbeeld een natuurlijke persoon is of een belastingplichtige die gebruikmaakt van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen.
(23) Daarom moeten er duidelijke, evenwichtige en evenredige regels worden vastgesteld om potentiële concurrentieverstoringen in de kortetermijnverhuur van accommodatie en het personenvervoer aan te pakken door de invoering van de fictie van de gelijkgestelde dienstverlener.Volgens dit concept zijn platforms verplicht de btw op de onderliggende prestatie in rekening te brengen en te verantwoorden wanneer de leverancier geen btw in rekening brengt, en kunnen zij aan rapportageverplichtingen worden onderworpen. Hoewel het beginsel van btw-neutraliteit essentieel is voor het btw-stelsel en zoveel mogelijk in acht moet worden genomen, vereisen de kenmerken van de sectoren kortetermijnverhuur van accommodatie en personenvervoer een specifieke aanpak via de fictie van de gelijkgestelde dienstverlener.
Amendement 35 Voorstel voor een richtlijn Overweging 23 bis (nieuw)
(23 bis) Aangezien de invoering van de fictie van de gelijkgestelde dienstverlener extra kosten met zich meebrengt voor kleine platforms, moeten er stimulansen worden gegeven om hen aan te moedigen hieraan zo snel mogelijk te voldoen, teneinde een gelijk speelveld en gelijke voorwaarden voor een eerlijke concurrentie op die markten te waarborgen.
Amendement 36 Voorstel voor een richtlijn Overweging 23 ter (nieuw)
(23 ter) De regeling gelijkgestelde dienstverleners mag niet van toepassing zijn op platforms die kleine en middelgrote ondernemingen zijn als gedefinieerd in Richtlijn 2013/34/EU, dat wil zeggen kleine aanbieders van accommodatie voor kortetermijnverhuur (STR) (verhuurders of van btw vrijgestelde bedrijven) die bijdragen aan duurzaam toerisme in de Unie en reizen naar minder bezochte plaatsen. Bovendien moet de regeling gelijkgestelde dienstverleners en gelijk speelveld waarborgen en mag deze geen concurrentievoordeel opleveren voor grote platforms, die meerkosten beter kunnen dragen.
Amendement 37 Voorstel voor een richtlijn Overweging 24
(24) In het geval van faciliteringsdiensten die door platforms aan niet-belastingplichtigen worden verleend, wordt de regel inzake de plaats van dienst door de lidstaten verschillend geïnterpreteerd. Daarom moet deze regel worden verduidelijkt.
(24) In het geval van faciliteringsdiensten die door platforms aan niet-belastingplichtigen worden verleend, wordt de regel inzake de plaats van dienst door de lidstaten verschillend geïnterpreteerd. Deze regel moet worden verduidelijkt, zodat het gebruik van een faciliteringsplatform op geen enkele manier een concurrentievoordeel voor een aanbieder creëert.Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid is het ook noodzakelijk om een uniforme definitie van het begrip “platformtussenpersoon” vast te stellen.
Amendement 38 Voorstel voor een richtlijn Overweging 31 bis (nieuw)
(31 bis) De uitvoering van verschillende éénloketsysteemregelingen van de Unie (Unie-OSS) in de lidstaten vereist dat ondernemingen voldoende technische specificaties krijgen om ervoor te zorgen dat de éénloketsysteem (OSS)-verklaringen niet van land tot land verschillen en tevens dat ondernemingen de optie wordt geboden om een bestand te downloaden om een éénloketsysteem (OSS)-aangifte in te dienen.
Amendement 39 Voorstel voor een richtlijn Overweging 31 ter (nieuw)
(31 ter) Om de dagelijkse bedrijfsvoering te vereenvoudigen, zou de Commissie kunnen overwegen de huidige drie registraties (het éénloketsysteem voor invoer (IOSS), het éénloketsysteem van de Unie (Unie-OSS) en het éénloketsysteem voor buiten de Unie (niet-Unie-OSS)) te consolideren, zodat alle leveringen (namelijk geïmporteerde goederen, diensten en binnenlandse verkopen) via één portaal kunnen worden aangegeven.
Amendement 40 Voorstel voor een richtlijn Overweging 32
(32) Bij Richtlijn (EU) 2017/2455 is onder meer het toepassingsgebied van het mini-éénloketsysteem uitgebreid tot een breder éénloketsysteem (OSS) dat alle grensoverschrijdende diensten aan niet-belastingplichtigen in de Unie en alle intracommunautaire afstandsverkopen van goederen omvat. Bij wijze van uitzondering kunnen elektronische interfaces, zoals marktplaatsen en platforms, die voor bepaalde leveringen van goederen binnen de Unie als gelijkgestelde leverancier worden aangemerkt, ook bepaalde binnenlandse leveringen van goederen aangeven in het kader van het Unie-OSS. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie te ondersteunen, moet het toepassingsgebied van het Unie-OSS verder worden uitgebreid tot andere leveringen van goederen, waaronder binnenlandse b2c-leveringen van goederen in de Unie door belastingplichtigen die niet voor btw-doeleinden in de lidstaat van verbruik zijn geïdentificeerd, zodat bedrijven zich niet voor btw-doeleinden hoeven te registreren in elke lidstaat waar zij dergelijke goederen aan consumenten leveren. Daarnaast moet het toepassingsgebied van het Unie-OSS ook worden uitgebreid tot binnenlandse leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen aan alle soorten personen, wanneer die goederen worden geleverd door een belastingplichtige (belastingplichtige wederverkoper) die niet in de lidstaat is geïdentificeerd waar hij dergelijke goederen levert. Door deze wijziging kunnen belastingplichtige wederverkopers gebruikmaken van de OSS-vereenvoudigingen en kan de over die leveringen verschuldigde btw in één lidstaat van identificatie worden aangegeven en betaald via het uitgebreide Unie-OSS.
(32) Bij Richtlijn (EU) 2017/2455 is onder meer het toepassingsgebied van het mini-éénloketsysteem uitgebreid tot een breder éénloketsysteem (OSS) dat alle grensoverschrijdende diensten aan niet-belastingplichtigen in de Unie en alle intracommunautaire afstandsverkopen van goederen omvat. Bij wijze van uitzondering kunnen elektronische interfaces, zoals marktplaatsen en platforms, die voor bepaalde leveringen van goederen binnen de Unie als gelijkgestelde leverancier worden aangemerkt, ook bepaalde binnenlandse leveringen van goederen aangeven in het kader van het Unie-OSS. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie te ondersteunen, moet het toepassingsgebied van het Unie-OSS verder worden uitgebreid tot andere leveringen van goederen, waaronder binnenlandse b2c-leveringen van goederen in de Unie door belastingplichtigen die niet voor btw-doeleinden in de lidstaat van verbruik zijn geïdentificeerd, zodat bedrijven zich niet voor btw-doeleinden hoeven te registreren in elke lidstaat waar zij dergelijke goederen aan consumenten leveren. Daarnaast moet het toepassingsgebied van het Unie-OSS ook worden uitgebreid tot binnenlandse leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen aan alle soorten personen, wanneer die goederen worden geleverd door een belastingplichtige (belastingplichtige wederverkoper) die niet in de lidstaat is geïdentificeerd waar hij dergelijke goederen levert. Door deze wijziging kunnen belastingplichtige wederverkopers gebruikmaken van de OSS-vereenvoudigingen en kan de over die leveringen verschuldigde btw in één lidstaat van identificatie worden aangegeven en betaald via het uitgebreide Unie-OSS. Elke uitbreiding van het Unie-OSS tot leveringen van goederen en diensten door een belastingplichtige aan een andere belastingplichtige moet echter worden vermeden. De vrijheid voor belastingplichtigen met vaste inrichtingen in verschillende lidstaten om de lidstaat van identificatie voor OSS-doeleinden te kiezen, draagt bij aan een groeivriendelijke interne markt.
Amendement 41 Voorstel voor een richtlijn Overweging 33
(33) In de regel wordt de btw in rekening gebracht en voldaan door de leverancier van de goederen of de dienstverlener. In bepaalde omstandigheden kunnen de lidstaten echter bepalen dat in het kader van de verleggingsregeling de afnemer en niet de leverancier of dienstverlener de verschuldigde btw moet voldoen. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie verder te ondersteunen, moeten regels worden vastgesteld voor de verplichte toepassing van de verleggingsregeling door de lidstaten in situaties waarin een leverancier of dienstverlener niet voor btw-doeleinden is gevestigd in de lidstaat waar de btw verschuldigd is. Een leverancier die goederen levert of een dienstverlener die diensten verleent aan een persoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waar de goederenlevering of dienst belastbaar is, moet het recht hebben de verleggingsregeling toe te passen. Voor controledoeleinden moeten dergelijke goederenleveringen en diensten in de lijst worden opgegeven.
(33) In de regel wordt de btw in rekening gebracht en voldaan door de leverancier van de goederen of de dienstverlener. In bepaalde omstandigheden kunnen de lidstaten echter bepalen dat in het kader van de verleggingsregeling de afnemer en niet de leverancier of dienstverlener de verschuldigde btw moet voldoen. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie verder te ondersteunen, moeten regels worden vastgesteld voor de verplichte toepassing van de verleggingsregeling door de lidstaten in situaties waarin een leverancier of dienstverlener niet voor btw-doeleinden is gevestigd in de lidstaat waar de btw verschuldigd is. Voor controledoeleinden moeten dergelijke goederenleveringen en diensten in de lijst worden opgegeven.
Amendement 42 Voorstel voor een richtlijn Overweging 35 bis (nieuw)
(35 bis) IOSS’en moeten transparant en veilig werken. Een uniforme aanpak tussen het IOSS enerzijds en de douanewetgeving en ‑praktijk anderzijds zou bijdragen aan het verhelpen van inconsistenties, fouten en dubbele belasting.
Amendement 43 Voorstel voor een richtlijn Overweging 36
(36) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie bevoegdheden worden toegekend om sterkere garanties te bieden voor het correcte gebruik en voor het controleproces van IOSS-btw-identificatienummers in het kader van de vrijstelling waarin die richtlijn voorziet. Dit moet de Commissie in staat stellen een uitvoeringshandeling vast te stellen om bijzondere maatregelen in te voeren om bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen. Onder dergelijke bijzondere maatregelen valt onder andere de koppeling van het unieke verzendingsnummer aan het IOSS-btw-identificatienummer. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig de in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad71 bedoelde onderzoeksprocedure en het comité te dien einde is het bij artikel 58 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van het Europees Parlement en de Raad72 ingestelde comité.
(36) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie bevoegdheden worden toegekend om sterkere garanties te bieden voor het correcte gebruik en voor het controleproces van IOSS-btw-identificatienummers in het kader van de vrijstelling waarin die richtlijn voorziet. Dit moet de Commissie in staat stellen een uitvoeringshandeling vast te stellen om bijzondere maatregelen in te voeren om bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen. Onder dergelijke bijzondere maatregelen valt onder andere de koppeling van het unieke verzendingsnummer aan het IOSS-btw-identificatienummer. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig de in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad71 bedoelde onderzoeksprocedure en het comité te dien einde is het bij artikel 58 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van het Europees Parlement en de Raad72 ingestelde comité. Wat de bevoegdheden van de Commissie betreft, moet rekening worden gehouden met het recht van de belastingbetaler op vertrouwelijkheid. Elk ontwerp van uitvoeringshandeling moet ter informatie aan het Europees Parlement worden toegezonden, zodat het zijn rechten kan uitoefenen.
__________________
__________________
71 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
71 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
72 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).
72 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).
Amendement 44 Voorstel voor een richtlijn Overweging 38
(38) Richtlijn 2006/112/EG voorziet in een vereenvoudigde btw-behandeling van goederen die in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep worden overgebracht, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Aangezien de OSS-vereenvoudigingsregeling voor overbrengingen van eigen goederen alomvattend is en ook grensoverschrijdende goederenbewegingen omvat die momenteel onder de regeling inzake voorraad op afroep vallen uit hoofde van artikel 17 bis van die richtlijn, is het noodzakelijk laatstgenoemde regeling geleidelijk af te schaffen door een einddatum ervoor vast te stellen, voordat de bepalingen inzake voorraad op afroep in Richtlijn 2006/112/EG volledig worden geschrapt. Als einddatum wordt daarom 31 december 2024 vastgesteld, waarna het niet langer mogelijk zal zijn een nieuwe regeling inzake voorraad op afroep op te zetten. Voor regelingen inzake voorraad op afroep die op of vóór 31 december 2024 van start gaan, moeten de desbetreffende voorwaarden, waaronder de termijn van twaalf maanden voor de overdracht van de eigendom van die goederen aan de beoogde koper, blijven gelden. Samen met de vaststelling van deze nieuwe einddatum moet in de bepalingen betreffende de regeling inzake voorraad op afroep een nieuw lid worden ingevoegd dat de toepassing van die regeling op 31 december 2025 beëindigt, aangezien zij na die datum overbodig zal zijn.
(38) Richtlijn 2006/112/EG voorziet in een vereenvoudigde btw-behandeling van goederen die in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep worden overgebracht, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Aangezien de OSS-vereenvoudigingsregeling voor overbrengingen van eigen goederen alomvattend is en ook grensoverschrijdende goederenbewegingen omvat die momenteel onder de regeling inzake voorraad op afroep vallen uit hoofde van artikel 17 bis van die richtlijn, is het noodzakelijk laatstgenoemde regeling geleidelijk af te schaffen door een einddatum ervoor vast te stellen, voordat de bepalingen inzake voorraad op afroep in Richtlijn 2006/112/EG volledig worden geschrapt. Als einddatum wordt daarom 31 december 2025 vastgesteld, waarna het niet langer mogelijk zal zijn een nieuwe regeling inzake voorraad op afroep op te zetten. Voor regelingen inzake voorraad op afroep die op of vóór 31 december 2025 van start gaan, moeten de desbetreffende voorwaarden, waaronder de termijn van twaalf maanden voor de overdracht van de eigendom van die goederen aan de beoogde koper, blijven gelden. Samen met de vaststelling van deze nieuwe einddatum moet in de bepalingen betreffende de regeling inzake voorraad op afroep een nieuw lid worden ingevoegd dat de toepassing van die regeling op 31 december 2026 beëindigt, aangezien zij na die datum overbodig zal zijn.
Amendement 45 Voorstel voor een richtlijn Overweging 39
(39) Onder de winstmargeregeling kunnen belastingplichtige wederverkopers btw betalen over het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs van onder de regeling vallende goederen, namelijk gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Om ervoor te zorgen dat die specifieke leveringen worden belast in de lidstaat waar de afnemer is gevestigd dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, moet Richtlijn 2006/112/EG worden gewijzigd om een nieuwe regel inzake de plaats van levering in te voeren. Voorts moet Richtlijn 2006/112/EG worden gewijzigd om leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen specifiek uit te sluiten van de verplichte toepassing van de verleggingsregeling. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie te ondersteunen en de nalevingslasten tot een minimum te beperken, kunnen belastingplichtige wederverkopers die de winstmargeregeling toepassen, ervoor kiezen zich te registreren om gebruik te maken van het Unie-OSS voor het aangeven en betalen van de btw die verschuldigd is voor bepaalde leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen via die regeling, zonder dat zij zich in meerdere lidstaten hoeven te registreren.
(39) Onder de winstmargeregeling kunnen belastingplichtige wederverkopers btw betalen over het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs van onder de regeling vallende goederen, namelijk gebruikte goederen, met inbegrip van kapitaalgoederen zoals gebouwen, machines, gereedschap en uitrusting, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Om ervoor te zorgen dat die specifieke leveringen worden belast in de lidstaat waar de afnemer is gevestigd dan wel zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, moet Richtlijn 2006/112/EG worden gewijzigd om een nieuwe regel inzake de plaats van levering in te voeren. Voorts moet Richtlijn 2006/112/EG worden gewijzigd om leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen specifiek uit te sluiten van de verplichte toepassing van de verleggingsregeling. Om de doelstelling van één btw-registratie in de Unie te ondersteunen en de nalevingslasten tot een minimum te beperken, kunnen belastingplichtige wederverkopers die de winstmargeregeling toepassen, ervoor kiezen zich te registreren om gebruik te maken van het Unie-OSS voor het aangeven en betalen van de btw die verschuldigd is voor bepaalde leveringen van onder de winstmargeregeling vallende goederen via die regeling, zonder dat zij zich in meerdere lidstaten hoeven te registreren.
Amendement 46 Voorstel voor een richtlijn Overweging 39 bis (nieuw)
(39 bis) Gezien het belang van duurzame praktijken is het belangrijk ervoor te zorgen dat de methode voor de berekening van de btw op de winstmarge voor de verkoop van gebruikte en verzamelgoederen eenvoudig en duidelijk is. De Unie moet overwegen of er andere berekeningsmethoden (bijvoorbeeld een gemiddeld marginaal btw-tarief verstrekt door de verkoper en per categorie objecten) nodig zijn om de toepassing en werking van de btw-margeregeling voor gebruikte goederen te verbeteren.
Amendement 47 Voorstel voor een richtlijn Overweging 39 ter (nieuw)
(39 ter) Sommige lidstaten stellen schenkingen in natura niet vrij van btw, hoewel een dergelijke vrijstelling mogelijk is op grond van de bestaande btw-richtlijn, wat ertoe leidt dat bedrijven consumptiegoederen vernietigen, met name retourzendingen, in plaats van ze aan liefdadigheidsdoelen te doneren.De Commissie moet richtsnoeren verstrekken aan de lidstaten, waarin wordt verduidelijkt dat btw-vrijstellingen voor donaties in natura verenigbaar zijn met de bestaande btw-wetgeving van de Unie.
Amendement 48 Voorstel voor een richtlijn Overweging 41 bis (nieuw)
(41 bis) De gelijktijdige invoering van de digitale rapportagevereisten op de markten van alle lidstaten in 2028 is een enorme uitdaging. Een geleidelijke invoering van de digitale rapportagevereisten zou waarborgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel inzetbaar is voor de aanpassing van alle zakelijke software. Vóór de uitvoering van deze richtlijn moet de Commissie aan bedrijven praktische oplossingen voorstellen om de uitvoeringskosten te beperken.
Amendement 49 Voorstel voor een richtlijn Overweging 41 ter (nieuw)
(41 ter) Het pakket “Btw in het digitale tijdperk” moet vanaf 1 januari 2025 geleidelijk worden ingevoerd.
Amendement 50 Voorstel voor een richtlijn Overweging 41 quater (nieuw)
(41 quater) Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/17251bis is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 3 maart 2023 heeft hij een advies uitgebracht1ter.
________________
1bis Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
1ter PB C 113 van 28.3.2023, blz. 26.
Amendement 51 Voorstel voor een richtlijn Overweging 41 quinquies (nieuw)
(41 quinquies) De uitbreiding, als gevolg van digitale rapportagevereisten, van clouddiensten kan leiden tot een toename van de uitstoot van broeikasgassen. De Commissie moet maatregelen nemen en prikkels geven om de “vergroening” van de digitale sector te waarborgen, bijvoorbeeld door datacentra te centraliseren om hun werking te optimaliseren, door bedrijven te helpen hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen te gebruiken voor de energievoorziening van hun datacentra en door artificiële intelligentie te gebruiken om hun vervuiling te verminderen.
Amendement 52 Voorstel voor een richtlijn Overweging 41 sexies (nieuw)
(41 sexies) Deze richtlijn omvat verschillende wijzigingen in de manier waarop de btw-inkomsten moeten worden aangegeven.Dit kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de aard van het werk van werknemers die bij de belastingdiensten werkzaam zijn.De belastingdiensten moeten er daarom voor zorgen dat hun werknemers vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn de nodige opleiding hebben kunnen volgen.
Amendement 53 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – titel
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2024
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2025
Amendement 54 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 217
Artikel 217
Artikel 217
In deze richtlijn wordt verstaan onder “elektronische factuur” een factuur die de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens bevat en die is uitgereikt, doorgezonden en ontvangen in een gestructureerd elektronisch formaat dat de automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder “elektronische factuur” een factuur die de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens bevat en die is uitgereikt, doorgezonden en ontvangen in een elektronisch formaat.
Voor de toepassing van Titel XI, Hoofdstuk 6, Afdelingen 1 en 2, wordt verstaan onder “elektronische factuur” een factuur die de bij deze richtlijn voorgeschreven gegevens bevat en die is uitgereikt, doorgezonden en ontvangen in een gestructureerd elektronisch formaat dat de automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt.
Amendement 55 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 218 – lid 1
1. Voor de toepassing van deze richtlijn aanvaarden de lidstaten als factuur ieder document of bericht op papier of in elektronisch formaat dat aan de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden voldoet.
1. Voor de toepassing van deze richtlijn aanvaarden de lidstaten als factuur ieder document of bericht op papier of digitaal of in elektronisch formaat dat aan de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden voldoet.
Amendement 56 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 218 – lid 2
2. De lidstaten kunnen de uitreiking van elektronische facturen verplichten. De lidstaten die dit verplichten, staan toe dat elektronische facturen worden uitgereikt die voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad*. Voor de uitreiking van elektronische facturen door belastingplichtigen en de doorzending ervan is geen voorafgaande verplichte toestemming of controle door de belastingautoriteiten vereist, onverminderd de bijzondere maatregelen waarvoor krachtens artikel 395 machtiging is verleend en die bij de inwerkingtreding van deze richtlijn al ten uitvoer zijn gelegd.
2. De lidstaten kunnen de uitreiking van elektronische facturen verplichten. De lidstaten die dit verplichten, staan toe dat elektronische facturen worden uitgereikt die voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad*. De lidstaten kunnen ook toestaan dat elektronische facturen in een ander formaat worden uitgereikt, overeenkomstig artikel 217 van deze richtlijn, mits zij ook het gebruik van de Europese norm toestaan.Voor binnenlandse transacties kunnen de lidstaten de uitreiking van elektronische facturen aan op hun grondgebied gevestigde belastingplichtigen verplichten voor de leveringen van goederen en diensten op hun grondgebied.
__________________
__________________
* Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 1).”;
* Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 1).”;
Amendement 57 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 218 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. De in lid 2 van dit artikel bedoelde Europese norm inzake elektronische facturering wordt bekendgemaakt op de website van de Commissie.
Amendement 58 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 7 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 218 – lid 2 ter (nieuw)
2 ter. Het staat micro- en kleine ondernemingen als gedefinieerd in Richtlijn 2013/34/EU en organisaties zonder winstoogmerk, vrij gebruik te maken van andere in de lidstaat erkende en geldende normen dan die waarin Richtlijn 2014/55/EU voorziet, mits die normen voldoen aan artikel 217 van deze richtlijn.
Amendement 59 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 232
9) Artikel 232 wordt geschrapt.
9) Artikel 232 wordt vervangen door:
Amendement 60 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 232
Artikel 232
Artikel 232
Elektronische facturering wordt toegepast behoudens aanvaarding door de afnemer.
1. Tot en met 31 december 2027 wordt elektronische facturering toegepast behoudens de aanvaarding door de afnemer, voor de verwerving van goederen overeenkomstig artikel 20 en voor diensten die belastbaar zijn in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter is gevestigd.
Met ingang van 1 januari 2028 is elektronische facturering niet afhankelijk van aanvaarding door de afnemer voor de verwerving van goederen overeenkomstig artikel 20 en voor diensten die belastbaar zijn in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter is gevestigd.
2. Voor overige verwervingen en leveringen van goederen die niet worden genoemd in lid 1 kunnen de lidstaten bepalen dat elektronische facturering door op hun grondgebied gevestigde belastingplichtigen niet afhankelijk wordt gesteld van de aanvaarding van de op hun grondgebied gevestigde ontvanger.
Amendement 61 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – titel
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2025
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2026
Amendement 62 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – a Richtlijn 2006/112/EG Artikel 14 bis – lid 2
2. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen binnen de Gemeenschap door een belastingplichtige faciliteert, wordt de belastingplichtige die de levering faciliteert, geacht die goederen te hebben ontvangen en geleverd.
2. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen binnen de Gemeenschap door een belastingplichtige faciliteert, wordt de belastingplichtige die de levering faciliteert, geacht die goederen te hebben ontvangen en geleverd. De gelijkgestelde dienstverlener kan zich beroepen op goede trouw en is niet aansprakelijk indien een onderliggende verstrekker opzettelijk nalaat te verklaren dat hij of zij geen belastingplichtige is.
Amendement 63 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b Richtlijn 2006/112/EG Artikel 14 bis – lid 3
3. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de overbrenging van goederen naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 17, lid 1, door een belastingplichtige faciliteert, met uitzondering van investeringsgoederen zoals omschreven door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd overeenkomstig artikel 189, punt a), of goederen waarvoor in die lidstaat geen volledig recht op aftrek bestaat, wordt de belastingplichtige die de overbrenging faciliteert, geacht die goederen te hebben ontvangen en geleverd.
3. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de overbrenging van goederen naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 17, lid 1, door een belastingplichtige faciliteert, wordt de belastingplichtige die de overbrenging faciliteert, geacht die goederen te hebben ontvangen en geleverd. De gelijkgestelde dienstverlener kan zich beroepen op goede trouw en is niet aansprakelijk indien een onderliggende verstrekker opzettelijk nalaat te verklaren dat hij of zij geen belastingplichtige is.
Amendement 64 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b Richtlijn 2006/112/EG Artikel 14 bis – lid 4 bis (nieuw)
4 bis. De lidstaten stellen specifieke richtsnoeren op voor de in artikel 28 bis van deze richtlijn genoemde personen die ervoor kiezen zich als belastingplichtige te registreren, na de invoering van de regeling gelijkgestelde leverancier in de sectoren accommodatie en personenvervoer in de platformeconomie, en stellen deze ter beschikking.
Amendement 65 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 – b Richtlijn 2006/112/EG Artikel 14 bis – lid 4 ter (nieuw)
4 ter. Na 31 december 2027 geeft de Commissie opdracht tot een onafhankelijke studie om te beoordelen of de regels inzake gelijkgestelde leveranciers succesvol zijn geweest en zo ja, om nieuwe sectoren in een soortgelijke situatie vast te stellen, alsmede om de voor- en nadelen van het verplicht stellen van het IOSS te beoordelen. Zij dient deze studie in bij het Europees Parlement en de Raad.
Amendement 66 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 28 bis – alinea 1 – inleidende formule
Niettegenstaande artikel 28 wordt een belastingplichtige die via het gebruik van een elektronische interface, zoals een platform, portaal of soortgelijk middel, kortetermijnverhuur van accommodatie als bedoeld in artikel 135, lid 3, of personenvervoer faciliteert, geacht die diensten zelf te hebben ontvangen en verricht, indien de aanbieder van de diensten een van de volgende personen is:
Niettegenstaande artikel 28 wordt een belastingplichtige die via het gebruik van een elektronische interface, zoals een platform, portaal of soortgelijk middel, kortetermijnverhuur van accommodatie als bedoeld in artikel 135, lid 3, of personenvervoer over de weg binnen de Unie faciliteert, geacht die diensten zelf te hebben ontvangen en verricht, indien de aanbieder van de diensten een van de volgende personen is:
Amendement 67 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 28 bis – alinea 1 – punt f
f) een belastingplichtige die onder de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen valt.
Schrappen
Amendement 68 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 28 bis – alinea 1 bis (nieuw)
De regeling gelijkgestelde leveranciers als bedoeld in de eerste alinea is niet van toepassing op platforms die kleine ondernemingen zijn in de zin van Richtlijn 2013/34/EU1bis.
Daarnaast is de eerste alinea niet van toepassing op personenvervoersdiensten of diensten voor de kortetermijnverhuur van accommodatie die worden gefaciliteerd door het gebruik van een elektronische interface, wanneer een personenvervoersdienst of de kortetermijnverhuur van accommodatie die wordt aangeboden door een persoon als bedoeld in de eerste alinea, en die niet wordt gefaciliteerd door het gebruik van een elektronische interface, niet aan btw zou worden onderworpen.
______________________________
1bis Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).
Amendement 69 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 35
4) Artikel 35 wordt geschrapt.
4) Artikel 35 wordt vervangen door:
Amendement 70 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 35
Artikel 35
Artikel 35
Artikel 33 is niet van toepassing op leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten zoals omschreven in artikel 311, lid 1, punten 1) tot en met 4), noch op leveringen van gebruikte vervoermiddelen als omschreven in artikel 327, lid 3, die aan de btw zijn onderworpen overeenkomstig de toepasselijke bijzondere regeling.
Artikel 33 is niet van toepassing op leveringen van gebruikte goederen, zoals omschreven in artikel 311, lid 1, punt 1), noch op leveringen van gebruikte vervoermiddelen als omschreven in artikel 327, lid 3, die aan de btw zijn onderworpen overeenkomstig de toepasselijke bijzondere regeling.
Amendement 71 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 46 bis
6) Het volgende artikel 46 bis wordt ingevoegd:
Schrappen
“Artikel 46 bis
De plaats van de faciliteringsdienst die voor niet-belastingplichtigen wordt verricht door een platform, portaal of soortgelijk middel, is de plaats waar de onderliggende transactie overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn wordt verricht.”
Amendement 72 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 7 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 135 – lid 3
3. De ononderbroken verhuur van accommodatie gedurende maximaal 45 dagen, al dan niet met andere daarmee samenhangende diensten, wordt geacht een soortgelijke functie te hebben als het hotelbedrijf.
3. Het volgende wordt geacht een soortgelijke functie te hebben als het hotelbedrijf:
a) de ononderbroken verhuur van accommodatie gedurende maximaal 31 dagen, al dan niet met andere daarmee samenhangende diensten;
b) de verstrekking van drie of meer belangrijke samenhangende diensten tijdens de verhuur van de accommodatie.
Amendement 73 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 10 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 143 – lid 1 bis – alinea 1
Voor de toepassing van de in lid 1, punt c bis), bedoelde vrijstelling stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast om bijzondere maatregelen in te voeren om bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen, onder meer door het unieke verzendingsnummer te koppelen aan het overeenkomstige btw-identificatienummer als bedoeld in artikel 369 octodecies.
Voor de toepassing van de in lid 1, punt c bis), bedoelde vrijstelling stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast om bijzondere maatregelen in te voeren om bepaalde vormen van belastingontduiking of -ontwijking te voorkomen, onder meer door het unieke verzendingsnummer te koppelen aan het overeenkomstige btw-identificatienummer als bedoeld in artikel 369 octodecies. Zij stelt het Europees Parlement, het EOM, OLAF en Europol daarvan in kennis.
Amendement 74 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 194 – lid 1
1. Onverminderd de artikelen 195 en 196 staan de lidstaten toe dat, wanneer de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een belastingplichtige die niet gevestigd is in de lidstaat waar de btw verschuldigd is, de tot voldoening van de belasting gehouden belastingplichtige degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht indien die persoon al in die lidstaat geïdentificeerd is.
1. Onverminderd de artikelen195 en196, wanneer de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een belastingplichtige die niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd is in de lidstaat waar de btw verschuldigd is, is de tot voldoening van de belasting gehouden belastingplichtige degene voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht indien die persoon al voor btw-doeleinden in die lidstaat geïdentificeerd is.
Amendement 75 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 194 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis. Niettegenstaande lid 1, kunnen niet-gevestigde bedrijven zich desgewenst nog steeds registreren en de plaatselijke btw afdragen.
Amendement 76 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 12 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 194 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. Uiterlijk op 31 december 2028 beoordeelt de Commissie de doeltreffendheid van dit artikel en de toegevoegde waarde ervan voor de bestrijding van btw-fraude, met name “ploffraude”, waarbij zij de Raad en het Parlement naar behoren in kennis stelt van de resultaten van deze beoordeling.
Amendement 77 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 14 – a Richtlijn 2006/112/EG Artikel 242 bis – lid 1 bis
1 bis. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een platform, portaal of soortgelijk middel, de kortetermijnverhuur van accommodatie of personenvervoersdiensten faciliteert, en die persoon niet geacht wordt die diensten zelf te hebben ontvangen en verricht overeenkomstig artikel 28 bis, wordt de belastingplichtige die de dienst faciliteert, verplicht een boekhouding van die diensten bij te houden.
1 bis. Indien een belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een platform, portaal of soortgelijk middel, de kortetermijnverhuur van accommodatie of personenvervoersdiensten over de weg in de Unie faciliteert, en die persoon niet geacht wordt die diensten zelf te hebben ontvangen en verricht overeenkomstig artikel 28 bis, wordt de belastingplichtige die de dienst faciliteert, verplicht een boekhouding van die diensten bij te houden.
Amendement 78 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 14 – b Richtlijn 2006/112/EG Artikel 242 bis – lid 2 – alinea 2
De boekhouding wordt bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de transactie is verricht.
De boekhouding wordt door de betrokken belastingplichtige bewaard gedurende zeven jaar na afloop van het jaar waarin de transactie is verricht.
Amendement 79 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 27 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 369 quinvicies bis – alinea 1 – punt 1
1) “overbrenging van eigen goederen”: de overbrenging van goederen naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 17, lid 1, met inbegrip van overbrengingen overeenkomstig artikel 14 bis, lid 3, en met uitzondering van overbrengingen van investeringsgoederen zoals omschreven door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd overeenkomstig artikel 189, punt a), of goederen waarvoor in die lidstaat geen volledig recht op aftrek bestaat;
1) “overbrenging van eigen goederen”: de overbrenging van goederen naar een andere lidstaat overeenkomstig artikel 17, lid 1, met inbegrip van overbrengingen overeenkomstig artikel 14 bis, lid 3;
Amendement 80 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 27 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 369 quinvicies sexies – alinea 1 – punt b
b) er kan anderszins worden aangenomen dat de belastbare activiteiten van de onder deze bijzondere regeling vallende belastingplichtige beëindigd zijn;
Schrappen
Amendement 81 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – alinea 1 – punt 27 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 369 quinvicies nonies – lid 1 – alinea 1
De btw-aangifte wordt in euro’s verricht.
De btw-aangifte wordt in euro verricht of, voor lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, in hun nationale munteenheid.
Amendement 82 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – titel
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2026
Wijzigingen van Richtlijn 2006/112/EG met ingang van 1 januari 2027
Amendement 83 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 2 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 138 – lid 1 bis
2) In artikel 138 wordt lid 1 bis vervangen door:
Schrappen
1 bis. De vrijstelling waarin lid 1 van dit artikel voorziet, geldt niet indien de leverancier niet aan de in de artikelen 262 en 263 neergelegde verplichting voldoet om de gegevens over intracommunautaire transacties te verstrekken, of indien de verstrekte gegevens niet de krachtens artikel 264 vereiste correcte informatie over de levering bevatten, tenzij de leverancier eventuele tekortkomingen ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan verantwoorden.;
Amendement 84 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 3 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 218
Artikel 218
Artikel 218
Voor de toepassing van deze richtlijn worden facturen in een gestructureerd elektronisch formaat uitgereikt. De lidstaten kunnen evenwel documenten op papier of in andere formaten aanvaarden als factuur voor transacties waarop de rapportageverplichtingen van titel XI, hoofdstuk 6, niet van toepassing zijn. De lidstaten staan toe dat elektronische facturen worden uitgereikt die voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad. Voor de uitreiking van elektronische facturen door belastingplichtigen en de doorzending ervan is geen voorafgaande verplichte toestemming of controle door de belastingautoriteiten vereist.;
Voor de toepassing van deze richtlijn worden facturen in een gestructureerd elektronisch formaat uitgereikt. Voor transacties waarop de rapportageverplichtingen van titel XI, hoofdstuk 6, niet van toepassing zijn, kunnen de lidstaten de afgifte van papieren documenten of andere formaten als facturen vanaf 1 januari 2028 weigeren. De lidstaten staan toe dat elektronische facturen worden uitgereikt die voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU van het Europees Parlement en de Raad. De lidstaten kunnen ook toestaan dat elektronische facturen in een ander formaat worden uitgereikt, overeenkomstig artikel 217 van deze richtlijn.
Amendement 85 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 222 – alinea 1
Voor goederenleveringen die onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden worden verricht of voor goederenleveringen of diensten ter zake waarvan de btw overeenkomstig de artikelen194 en196 door de afnemer verschuldigd is, wordt een factuur uitgereikt uiterlijk twee werkdagen na het belastbare feit.
Voor goederenleveringen die onder de in artikel 138 gestelde voorwaarden worden verricht of voor goederenleveringen of diensten ter zake waarvan de btw overeenkomstig de artikelen 194 en 196 door de afnemer verschuldigd is, wordt een factuur uitgereikt uiterlijk acht werkdagen na het belastbare feit.
Amendement 86 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 222 – alinea 1 bis (nieuw)
Vóór... [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie aan bedrijven praktische oplossingen voor om de uitvoeringskosten te beperken.
Amendement 87 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 4 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 222 – alinea 1 ter (nieuw)
Dit artikel is niet van toepassing op defensiegerelateerde aankopen die zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 143 en 151.
Amendement 88 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 5 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 223
5) Artikel 223 wordt geschrapt;
Schrappen
Amendement 89 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 226 – alinea 1 – punt 16
16) in geval van een corrigerende factuur, het in punt 2) bedoelde volgnummer waardoor de gecorrigeerde factuur wordt geïdentificeerd;
16) in geval van een corrigerende factuur, het in punt 2) bedoelde volgnummer waardoor de gecorrigeerde factuur wordt geïdentificeerd, of het serienummer van de gecorrigeerde factuur, of het nummer of een ander soortgelijk identificatiemiddel van de overeenkomst waaruit de correctie voortvloeit, als bedoeld in lid 2);
Amendement 90 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 226 – alinea 1 – punt 17
17) het IBAN-nummer van de bankrekening van de leverancier of dienstverlener waarop de betaling van de factuur zal worden gecrediteerd.Indien het IBAN-nummer niet beschikbaar is, een andere identificatiecode waardoor de bankrekening waarop de factuur zal worden gecrediteerd, ondubbelzinnig wordt geïdentificeerd;
Schrappen
Amendement 91 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 226 – alinea 1 – punt 18
18) De datum waarop de betaling van de goederenlevering of de dienst verschuldigd is of, indien gedeeltelijke betalingen zijn overeengekomen, de datum en het bedrag van elke betaling.
Schrappen
Amendement 92 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 6 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 226 – alinea 1 – punt 18 bis (nieuw)
18 bis) de kernelementen van een elektronische factuur als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2014/55/EU, met uitzondering van de punten a), b), i) en k), die niet noodzakelijk zijn voor de btw-logica;
Amendement 93 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 9 – a Richtlijn 2006/112/EG Artikel 262 – lid 1 – inleidende formule
Elke voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verstrekt de lidstaat waar hij is gevestigd of voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, de volgende gegevens over elke levering en overbrenging van goederen overeenkomstig artikel 138, over elke intracommunautaire verwerving van goederen overeenkomstig artikel 20 en over elke dienst die belastbaar is in een andere lidstaat dan die waar de leverancier of dienstverlener is gevestigd:;
Elke voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige verstrekt de lidstaat waar hij is gevestigd of voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, onverwijld de volgende gegevens over elke levering en overbrenging van goederen overeenkomstig artikel 138, over elke intracommunautaire verwerving van goederen overeenkomstig artikel 20 en over elke dienst die belastbaar is in een andere lidstaat dan die waar de leverancier of dienstverlener is gevestigd:;
Amendement 94 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 263 – lid 1 – alinea 1
De in artikel 262, lid 1, bedoelde gegevens worden doorgezonden voor elke afzonderlijke transactie die de belastingplichtige heeft verricht, uiterlijk twee werkdagen na de uitreiking van de factuur of na de datum waarop de factuur moest worden uitgereikt, indien de belastingplichtige niet voldoet aan de verplichting om een factuur uit te reiken. De gegevens worden door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening doorgegeven. De lidstaten voorzien in de elektronische middelen voor de indiening van die gegevens.
De in artikel 262, lid 1, bedoelde gegevens worden doorgezonden voor elke afzonderlijke transactie die de belastingplichtige heeft verricht, uiterlijk drie werkdagen na de datum van inschrijving in de boekhouding van de belastingplichtige of na de datum waarop de factuur moest worden uitgereikt, indien de belastingplichtige niet voldoet aan de verplichting om een factuur uit te reiken. De gegevens worden door de belastingplichtige zelf of door een derde voor zijn rekening doorgegeven. De lidstaten voorzien in de elektronische middelen voor de indiening van die gegevens.
Amendement 95 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 263 – lid 1 – alinea 3
De lidstaten kunnen toestaan dat de gegevens van elektronische facturen worden doorgezonden in andere gegevensformaten die de interoperabiliteit met de Europese norm voor elektronische facturering waarborgen.
De lidstaten kunnen toestaan dat de gegevens van elektronische facturen kosteloos worden doorgezonden in andere gegevensformaten die de interoperabiliteit met de Europese norm voor elektronische facturering waarborgen.
Amendement 96 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 10 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 263 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op defensiegerelateerde aankopen, die zijn vrijgesteld op grond van de artikelen 143 en 151.
Amendement 97 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 17 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 271 bis – lid 1
1. De lidstaten kunnen verlangen dat belastingplichtigen die op hun grondgebied voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, hun belastingautoriteiten langs elektronische weg gegevens toezenden over de leveringen van goederen en diensten die zij onder bezwarende titel aan andere belastingplichtigen op hun grondgebied verrichten.
1. De lidstaten kunnen verlangen dat belastingplichtigen die op hun grondgebied voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, hun belastingautoriteiten langs elektronische weg gegevens toezenden over de leveringen van goederen en diensten die zij onder bezwarende titel aan andere belastingplichtigen op hun grondgebied verrichten en gegevens over de leveringen aan hen van goederen en diensten onder bezwarende titel verricht door andere belastingplichtigen.
Amendement 98 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 17 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 271 bis – lid 2
2. De lidstaten kunnen verlangen dat belastingplichtigen die op hun grondgebied voor btw-doeleinden zijn geïdentificeerd, hun belastingautoriteiten langs elektronische weg gegevens toezenden over andere belastbare transacties dan die welke in lid 1 van dit artikel en in artikel 262 zijn bedoeld.
Schrappen
Amendement 99 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 17 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 271 ter – alinea 1
Wanneer een lidstaat de toezending van gegevens overeenkomstig artikel 271 bis verlangt, zendt de belastingplichtige, of een derde voor rekening van de belastingplichtige, die gegevens op transactiebasis toe uiterlijk twee werkdagen na uitreiking van de factuur of na de datum waarop de factuur moest worden uitgereikt, indien de belastingplichtige niet voldoet aan de verplichting om een factuur uit te reiken. De lidstaten staan toe dat de gegevens van elektronische facturen worden doorgezonden in een formaat dat voldoet aan de Europese norm voor elektronische facturering en de lijst van syntaxen overeenkomstig Richtlijn 2014/55/EU.
Wanneer een lidstaat de toezending van gegevens overeenkomstig artikel 271 bis verlangt, zendt de belastingplichtige, of een derde voor rekening van de belastingplichtige, die gegevens op transactiebasis toe uiterlijk vijf werkdagen na de datum van inschrijving in de boekhouding van de belastingplichtige of na de datum waarop de factuur moest worden uitgereikt, indien de belastingplichtige niet voldoet aan de verplichting om een factuur uit te reiken. De lidstaten staan toe dat de gegevens van elektronische facturen worden doorgezonden in een formaat dat voldoet aan de Europese norm voor elektronische facturering zoals bedoeld in Richtlijn 2014/55/EU, die betrekking heeft op semantische en syntactische normen, maar niet op de wijze van toezending.
Amendement 100 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 17 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 271 ter – alinea 2 bis (nieuw)
Voor b2c-transacties en transacties met marktdeelnemers van buiten de Unie kunnen de lidstaten toestaan dat de gegevens, die niet noodzakelijkerwijs afkomstig hoeven te zijn van elektronische facturen, worden doorgezonden in andere gegevensformaten.
Amendement 101 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 17 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 271 quater – alinea 1
Uiterlijk 31 maart 2033 legt de Commissie de Raad, op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie, een verslag voor over de werking van de in deze afdeling vastgestelde binnenlandse rapportagevereisten. In dat verslag beoordeelt de Commissie de noodzaak van verdere harmonisatiemaatregelen en doet zij, indien nodig, een passend voorstel voor dergelijke maatregelen.
Uiterlijk 31 maart 2034 legt de Commissie de Raad, op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie, een verslag voor over de werking van de in deze afdeling vastgestelde binnenlandse rapportagevereisten.
Amendement 102 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – alinea 1 – punt 18 Richtlijn 2006/112/EG Artikel 273 – alinea 1
De lidstaten kunnen, onder voorbehoud van gelijke behandeling van door belastingplichtigen verrichte binnenlandse transacties en transacties tussen de lidstaten, andere verplichtingen voorschrijven die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de correcte inning van de btw en ter voorkoming van ontduiking, mits deze verplichtingen in het handelsverkeer tussen de lidstaten geen aanleiding geven tot formaliteiten in verband met een grensoverschrijding.
De lidstaten kunnen, onder voorbehoud van de beginselen van evenredigheid en van gelijke behandeling van door belastingplichtigen verrichte binnenlandse transacties en transacties tussen de lidstaten, andere verplichtingen voorschrijven die zij noodzakelijk achten ter waarborging van de correcte inning van de btw en ter voorkoming van ontduiking, mits deze verplichtingen in het handelsverkeer tussen de lidstaten geen aanleiding geven tot formaliteiten in verband met een grensoverschrijding.
Amendement 103 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2023 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2024 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.
Amendement 104 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 1 – alinea 2
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2024.
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1januari 2025 voor ondernemingen met meer dan 250 werknemers en vanaf 1 januari 2026 voor alle andere ondernemingen.
Amendement 105 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 2 – alinea 1
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2024 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 2 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2025 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 2 van deze richtlijn te voldoen.
Amendement 106 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 2 – alinea 2
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2025.
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2026.
Amendement 107 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 3 – alinea 1
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2025 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 3 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten dienen uiterlijk 31 december 2026 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 3 van deze richtlijn te voldoen.
Amendement 108 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 3 – alinea 2
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2026.
Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2027.
Amendement 109 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Evaluatie
1. Uiterlijk op 31 december 2024 dient de Commissie een verslag over het éénloketsysteem voor btw in bij het Europees Parlement en de Raad.In het verslag wordt met name:
a) de doeltreffendheid van het éénloketsysteem voor de btw geanalyseerd en een overzicht gegeven van de resterende tekortkomingen;
b) nagegaan of het éénloketsysteem voor btw verder moet worden uitgebreid naar de resterende gebieden van nog niet onder deze regeling vallende transacties tussen ondernemingen en consumenten;
c) nagegaan of het toepassingsgebied van het éénloketsysteem kan worden uitgebreid tot transacties tussen ondernemingen;
d) gekeken naar mogelijkheden om de procedures voor kleine en middelgrote ondernemingen verder te vereenvoudigen en zo de integratie van de eengemaakte markt te bevorderen.
Indien nodig gaat dit verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel.