Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2022/2051(INL)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0337/2023

Ingediende teksten :

A9-0337/2023

Debatten :

PV 21/11/2023 - 13
CRE 21/11/2023 - 13

Stemmingen :

PV 22/11/2023 - 8.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2023)0427

Aangenomen teksten
PDF 367kWORD 112k
Woensdag 22 november 2023 - Straatsburg
Ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen
P9_TA(2023)0427A9-0337/2023
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen (2022/2051(INL))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het Manifest van Ventotene(1),

–  gezien de Schumanverklaring van 9 mei 1950(2),

–  gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over de oproep tot een Conventie voor een herziening van de Verdragen(3),

–  gezien de artikelen 46 en 54 en artikel 85, lid 1, van zijn Reglement,

–  gezien de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Begrotingscommissie, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie cultuur en onderwijs en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,

–  gezien de brieven van de Commissie begrotingscontrole, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie industrie, onderzoek en energie,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A9-0337/2023),

A.  overwegende dat de huidige versie van de Verdragen op 1 december 2009 in werking is getreden en dat de Europese Unie sindsdien te maken heeft gekregen met ongekende uitdagingen en diverse crises, met name de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;

B.  overwegende dat het noodzakelijk is de Verdragen te wijzigen, niet als doel op zich, maar in het belang van alle burgers van de Unie, teneinde de Unie zodanig te hervormen dat haar vermogen om op te treden, alsook haar legitimiteit en verantwoordingsplicht worden versterkt;

C.  overwegende dat een Verdragswijziging de Unie in staat moet stellen geopolitieke uitdagingen op doeltreffender wijze aan te pakken;

D.  overwegende dat het institutionele kader van de Unie, met name het besluitvormingsproces van de Unie, en in het bijzonder dat in de Raad, eigenlijk niet geschikt meer is voor een Unie met 27 lidstaten; overwegende dat een herziening van de Verdragen onvermijdelijk is met het oog op toekomstige uitbreidingen;

E.  overwegende dat de Conferentie over de toekomst van Europa op 9 mei 2022 haar werkzaamheden heeft afgerond en haar conclusies heeft gepresenteerd; overwegende dat die conclusies 49 voorstellen en 326 maatregelen bevatten en dat aan veel daarvan alleen maar uitvoering kan worden gegeven als de Verdragen worden gewijzigd;

1.  dringt nogmaals aan op wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU); verzoekt de Raad om de voorstellen in deze resolutie, zoals opgenomen in de bijlage bij deze resolutie, onverwijld en zonder beraadslaging aan de Europese Raad toe te zenden; verzoekt de Europese Raad zo spoedig mogelijk een Conventie bijeen te roepen volgens de gewone herzieningsprocedure, zoals voorzien in artikel 48, leden 2 tot en met 5, VEU;

2.  wijst erop dat er met diverse landen van de Westelijke Balkan toetredingsonderhandelingen worden gevoerd, die zich in uiteenlopende stadia bevinden; is ingenomen met het feit dat aan Oekraïne en Moldavië op 23 juni 2022 de status van kandidaat-lidstaat is toegekend;

Institutionele hervormingen

3.  wijst op het belang van hervorming van de besluitvorming in de Unie, zodat beter wordt aangesloten bij een tweekamerstelsel, waarbij het Europees Parlement ruimere bevoegdheden worden toegekend;

4.  dringt aan op versterking van het vermogen van de Unie om op te treden, door het aantal gebieden waarop handelingen met gekwalificeerde meerderheid worden vastgesteld en waarop handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld, aanzienlijk te verhogen;

5.  pleit ervoor dat het Parlement recht van wetgevend initiatief krijgt, met name het recht om wetgeving van de Unie voor te stellen, te wijzigen of in te trekken, en dat het Parlement medewetgever wordt bij de vaststelling van het meerjarig financieel kader;

6.  dringt erop aan dat de rollen van Raad en Parlement bij de voordracht en goedkeuring van de voorzitter van de Commissie worden omgedraaid, zodat de uitkomsten van de Europese verkiezingen bij dit proces beter weerspiegeld worden; stelt voor om het voor de voorzitter van de Commissie mogelijk te maken de leden van de Commissie te kiezen op basis van politieke voorkeuren, waarbij een geografisch en demografisch evenwicht gewaarborgd zou moeten worden; pleit ervoor dat de Europese Commissie voortaan Europese Uitvoerende Macht wordt genoemd;

7.  stelt voor de omvang van de Uitvoerende Macht te beperken tot maximaal 15 leden, die volgens een toerbeurtsysteem uit de onderdanen van de lidstaten worden gekozen op basis van strikte gelijkheid, zoals reeds bepaald in de huidige Verdragen, en dat ondersecretarissen worden benoemd uit onderdanen van de lidstaten die niet in het college vertegenwoordigd zijn;

8.  stelt voor om de transparantie van de Raad van de Europese Unie te vergroten door hem te verplichten zijn standpunten die deel uitmaken van het normale wetgevingsproces openbaar te maken en een openbaar debat over de standpunten van de Raad te organiseren; stelt voor een rechtsgrondslag in te voeren die de medewetgevers mogelijkheid biedt de transparantie en integriteit van hun besluitvorming te versterken;

9.  verzoekt de Conventie om naast de voorstellen in deze resolutie, zoals opgenomen in de bijlage bij deze resolutie, de verdeling van de onderwerpen tussen het VEU en het VWEU te bespreken met het oog op een vereenvoudiging van het complexe proces van wijziging van het Unierecht; verzoekt de Conventie om na te gaan op welke beleidsterreinen de structuren van de Unie de doeltreffendheid van de Unie kunnen vergroten;

10.  stelt voor dat de samenstelling van het Europees Parlement de bevoegdheid van het Parlement wordt, waarbij de Raad zijn goedkeuring geeft;

11.  stelt voor om de rol van de sociale partners bij de voorbereiding van initiatieven op het gebied van sociaal, werkgelegenheids- en economisch beleid te versterken;

12.  dringt aan op versterking van de instrumenten voor burgerparticipatie in het besluitvormingsproces van de EU in het kader van de representatieve democratie;

Bevoegdheden

13.  stelt voor om aangelegenheden op het gebied van milieu en biodiversiteit, alsook onderhandelingen over klimaatverandering, onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie te laten vallen;

14.  stelt voor om gedeelde bevoegdheden in te voeren voor aangelegenheden op het gebied van volksgezondheid en de bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid, met name grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid, civiele bescherming, industrie en onderwijs, en met name met betrekking tot transnationale kwesties zoals wederzijdse erkenning van diploma’s, graden, vaardigheden en kwalificaties;

15.  stelt voor om de gedeelde bevoegdheden van de Unie op het gebied van energie, buitenlandse zaken, externe veiligheid en defensie, buitengrenzenbeleid in het kader van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en grensoverschrijdende infrastructuur verder te ontwikkelen;

Subsidiariteit

16.  stelt voor om de subsidiariteitstoetsing door het Hof van Justitie van de Europese Unie te versterken; dringt erop aan dat in de gemotiveerde adviezen van nationale parlementen inzake wetgevingsvoorstellen rekening wordt gehouden met de adviezen van regionale parlementen met wetgevingsbevoegdheden; stelt voor de termijn voor de “gelekaartprocedure” te verlengen tot twaalf weken;

17.  stelt voor om een “groenekaartmechanisme” voor wetgevingsvoorstellen van nationale of regionale parlementen in te voeren, om ervoor te zorgen dat het recht van de Unie beter wordt afgestemd op lokale behoeften;

Rechtsstaat

18.  stelt voor om de procedure van artikel 7 VEU met betrekking tot de bescherming van de rechtsstaat te versterken en te hervormen, door het vereiste van unanimiteit te laten vervallen, een duidelijk tijdschema in te voeren, en te bepalen dat het Hof van Justitie schendingen van de rechtsstaat kan vaststellen;

19.  stelt voor om aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de bevoegdheid toe te kennen om te beslissen in interinstitutionele geschillen;

20.  pleit voor een preventieve toetsing van normen door het Hof van Justitie van de Europese Unie (“abstracte toetsing van normen”), waarbij voorzien wordt in een minderheidsrecht voor het Parlement; stelt voorts voor om het Parlement de bevoegdheid te geven gevallen van niet-naleving van de Verdragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie;

Buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid

21.   roept er nogmaals toe op om de regel in te voeren dat besluiten over sancties en tussentijdse stappen in het uitbreidingsproces, alsmede andere besluiten op het gebied van buitenlands beleid, worden genomen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen; onderstreept dat de voorstellen voorzien in een uitzondering op dit beginsel voor besluiten waarbij toestemming wordt verleend voor militaire missies of operaties met een uitvoerend mandaat;

22.  pleit voor de oprichting van een defensie-unie met militaire eenheden en voor de ontwikkeling van een permanente snel inzetbare capaciteit, onder operationeel commando van de Unie; stelt voor om gezamenlijke aankopen en de ontwikkeling van bewapening door de Unie te financieren via een speciale begroting, vast te stellen via medebeslissing met en onder controle van het Parlement, en stelt voor om de bevoegdheden van het Europees Defensieagentschap dienovereenkomstig aan te passen; wijst erop dat clausules inzake de neutraliteit van sommige landen en inzake het lidmaatschap van de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) door deze wijzigingen onverlet worden gelaten;

23.  stelt voor dat de Conventie onderzoekt hoe kan worden voorkomen dat belastingparadijzen de mededinging op de interne markt verstoren;

Interne markt, economie en begroting

24.  dringt aan op maatregelen om de lidstaten aan te zetten tot het doen van investeringen ten behoeve van de verwezenlijking van de Europese doelstellingen op economisch en sociaal gebied en op het gebied van milieu en veiligheid; stelt voor om artikel 122 VWEU te schrappen en te vervangen door een geherformuleerde noodclausule, op te nemen in artikel 222 VWEU, die voorziet in volledige parlementaire controle;

25.  dringt erop aan dat de vier vrijheden van de interne markt door alle lidstaten en door de instellingen van de Unie uniform worden toegepast;

Sociaal beleid en arbeidsmarkt

26.  herhaalt zijn oproep om een protocol inzake sociale vooruitgang bij de Verdragen te voegen;

Onderwijs

27.  roept de Unie ertoe op om gemeenschappelijke doelstellingen en normen te ontwikkelen voor onderwijs dat democratische waarden, de rechtsstaat en digitale en economische geletterdheid bevordert; roept de Unie er daarnaast toe op de samenwerking en samenhang tussen de onderwijsinstellingen en onderwijssystemen te bevorderen, met behoud van culturele tradities en regionale diversiteit;

28.  roept de Unie ertoe op gemeenschappelijke normen voor beroepsopleiding te ontwikkelen om de mobiliteit van werknemers te vergroten; pleit ervoor dat de Unie zich ten doel stelt de toegang tot vrij en universeel onderwijs, de institutionele en individuele academische vrijheid en de mensenrechten, zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, te beschermen en te bevorderen;

Handel en investeringen

29.  stelt voor om de bevordering van democratische waarden, goed bestuur, mensenrechten en duurzaamheid, alsook buitenlandse investeringen, bescherming van investeringen en economische zekerheid op te nemen in het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk handelsbeleid; stelt voor dat bepaald wordt dat het Europees Parlement en de Raad handelsbesprekingen kunnen openen op aanbeveling van de Commissie; stelt voor een permanent mechanisme in te stellen voor de screening van buitenlandse directe investeringen;

Non-discriminatie

30.  stelt voor om de bescherming tegen discriminatie uit te breiden en ook bescherming te waarborgen tegen discriminatie op grond van gender, sociale afkomst, taal, politieke overtuiging en het behoren tot een nationale minderheid, en om wetgeving inzake non-discriminatie vast te stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure; stelt voor om in de Verdragen “de gelijkheid van mannen en vrouwen” overal te vervangen door “gendergelijkheid”; benadrukt dat de instellingen van de Unie en hun bestuurs- en adviesorganen op niet-discriminerende wijze moeten worden samengesteld, waarbij gendergelijkheid en de diversiteit van de samenleving moeten worden weerspiegeld;

31.  is er voorstander van dat aanvullende bescherming van nationale minderheden en van regionale en minderheidstalen in de Unie in de Verdragen wordt opgenomen;

Klimaat en milieu

32.  stelt voor om de beperking van de opwarming van de aarde en de bescherming van de biodiversiteit als doelstellingen van de Unie in de Verdragen op te nemen; stelt voor om klimaat en biodiversiteit op te nemen in de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Unie; stelt voor het nastreven van duurzaamheid toe te voegen aan de Verdragsbepalingen inzake visserij; dringt erop aan dat de Unie de gezondheid van dieren en van het leven in het algemeen beschermt, overeenkomstig de “One Health”-benadering, en rekening houdt met het risico dat de grenzen van de planeet worden overschreden; dringt erop aan dat de internationale verplichtingen van de Unie om inspanningen te leveren ter beperking van de wereldwijde temperatuurstijging in de Verdragen worden opgenomen;

Energiebeleid

33.  dringt aan op de oprichting van een geïntegreerde Europese energie-unie; is van mening dat gewaarborgd moet worden dat het energiesysteem van de Unie betaalbaar is en gebaseerd is op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, en in overeenstemming is met internationale overeenkomsten ter beperking van de klimaatverandering;

Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

34.  stelt voor dat Europol aanvullende bevoegdheden krijgt die onderworpen zijn aan parlementaire controle; stelt voor om gendergerelateerd geweld en milieucriminaliteit toe te voegen als vormen van criminaliteit die voldoen aan de criteria van artikel 83, lid 1, VWEU; dringt erop aan dat bepaald wordt dat aangelegenheden die betrekking hebben op de werking van het Europees Openbaar Ministerie onderworpen zijn aan de gewone wetgevingsprocedure;

Migratie

35.  dringt aan op gemeenschappelijke normen voor visa voor verblijf van langere duur en verblijfsvergunningen, om verkoop en misbruik van burgerschap en verblijfstitels te voorkomen;

36.  stelt voor om het gemeenschappelijk immigratiebeleid van de Unie te versterken door middel van passende en noodzakelijke maatregelen die een efficiënte monitoring, beveiliging en doeltreffende controle van de buitengrenzen van de Unie waarborgen, en om ervoor te zorgen dat in het kader van het migratiebeleid van de Unie rekening wordt gehouden met de economische en sociale stabiliteit van de lidstaten, het vermogen om te voldoen aan de arbeidsvraag van de interne markt en het efficiënte beheer van migratie, waarbij een eerlijke behandeling van onderdanen van derde landen gewaarborgd moet worden;

Gezondheid

37.  stelt voor dat de Unie gemeenschappelijke indicatoren voor gezondheidszorgstelsels vaststelt; stelt voor dat de Unie maatregelen neemt voor vroegtijdige melding, monitoring en beheersing van ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, met name in verband met pandemieën, waarbij het de lidstaten evenwel niet wordt belet verscherpte beschermingsmaatregelen vast te stellen of te handhaven als daar een noodzaak toe bestaat;

38.  verzoekt de Unie maatregelen te nemen inzake monitoring en coördinatie van de toegang tot gemeenschappelijke diagnostiek en informatie over en behandeling van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, waaronder zeldzame ziekten;

Wetenschap en technologie

39.  dringt erop aan dat de Unie de academische vrijheid en de vrijheid om wetenschappelijk onderzoek te verrichten en les te geven, eerbiedigt en bevordert;

40.  stelt voor dat de Unie een gemeenschappelijke ruimtestrategie opstelt en werkt aan een gemeenschappelijk kader voor ruimtevaartactiviteiten;

Slotbepalingen

41.  geeft nogmaals aan van mening te zijn dat vertegenwoordigers van de sociale partners van de Unie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s, de Europese Centrale Bank, het maatschappelijk middenveld van de Unie en kandidaat-lidstaten als waarnemers bij de Conventie moeten worden uitgenodigd;

42.  dringt erop aan dat alle bijgevoegde ontwerpen tot herziening van de Verdragen in de Conventie worden besproken;

43.  neemt bijgevoegde ontwerpen tot herziening van de Verdragen aan en legt deze voor aan de Raad overeenkomstig artikel 48, lid 2, VEU;

44.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de daaraan gehechte ontwerpen tot herziening van de Verdragen te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de parlementen en regeringen van de lidstaten.

(1)The Manifesto of Ventotene (juni 1941)
(2)The Schuman Declaration (Parijs, 9 mei 1950)
(3)PB C 493 van 27.12.2022, blz. 130.


BIJLAGE BIJ DE RESOLUTIE

ONTWERPEN TOT HERZIENING VAN DE VERDRAGEN

Amendement 1

Verdrag betreffende de Europese Unie

Preambule

Bestaande tekst

Amendement

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KROATIË, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN ROEMENIË, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIË, DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN ZWEDEN,

Amendement 2

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 2

Bestaande tekst

Amendement

De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.

De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gendergelijkheid.

Amendement 3

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit.

2.  De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met gemeenschappelijk buitengrenzenbeleid en met passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit.

Amendement 4

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Unie brengt een interne markt tot stand. Zij zet zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei en van prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en van een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu. De Unie bevordert de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

De Unie brengt een interne markt tot stand. Zij zet zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, gebaseerd op een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit, op een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en op een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, alsook op het tegengaan van de opwarming van de aarde en het waarborgen van de biodiversiteit, in overeenstemming met internationale overeenkomsten. De Unie bevordert de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

Amendement 5

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, de gelijkheid van vrouwen en mannen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind.

De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, gendergelijkheid, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind.

Amendement 6

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 3 – alinea 4

Bestaande tekst

Amendement

De Unie eerbiedigt haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed.

De Unie eerbiedigt en bevordert haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en ziet toe op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed.

Amendement 7

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De Unie stelt een economische en monetaire unie in die de euro als munt heeft.

4.  De Unie heeft de euro als munt.

Amendement 8

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 3 – lid 5 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

5 bis.  De Unie beschermt en bevordert de toegang tot vrij en universeel onderwijs, de institutionele en individuele academische vrijheid en de mensenrechten, zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement 9

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 7 – lid 1 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Op een met redenen omkleed voorstel van een derde van de lidstaten, het Europees Parlement of de Europese Commissie kan de Raad, na goedkeuring van het Europees Parlement, met een meerderheid van vier vijfden van zijn leden constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van in artikel 2, bedoelde waarden door een lidstaat. Alvorens die constatering te doen, hoort de Raad de betrokken lidstaat en kan hij die lidstaat volgens dezelfde procedure aanbevelingen doen.

Binnen zes maanden na ontvangst van een met redenen omkleed voorstel van een derde van de lidstaten, het Europees Parlement of de Europese Commissie constateert de Raad, na goedkeuring door het Europees Parlement, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen of er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van in artikel 2, bedoelde waarden door een lidstaat. Alvorens die constatering te doen, hoort de Raad de betrokken lidstaat en kan hij die lidstaat volgens dezelfde procedure aanbevelingen doen.

Amendement 10

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 7 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Europese Raad kan met eenparigheid van stemmen, op voorstel van een derde van de lidstaten of van de Europese Commissie, en na goedkeuring van het Europees Parlement, een ernstige en voortdurende schending van de in artikel 2 bedoelde waarden door een lidstaat constateren, na de lidstaat in kwestie om opmerkingen te hebben verzocht.

2.  De Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen binnen zes maanden na ontvangst van een voorstel van een derde van de lidstaten, het Europees Parlement, met een meerderheid van zijn leden, of de Europese Commissie kan het Hof van Justitie verzoeken zich uit te spreken over de vraag of er sprake is van een ernstige en voortdurende schending van de in artikel 2 bedoelde waarden door een lidstaat.

Amendement 11

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Het Hof van Justitie beslist over het verzoek na de lidstaat in kwestie om opmerkingen te hebben verzocht.

Amendement 12

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 7 – lid 3 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Wanneer de in lid 2 bedoelde constatering is gedaan, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot schorsing van bepaalde rechten die uit de toepassing van de Verdragen op de lidstaat in kwestie voortvloeien, met inbegrip van de stemrechten van de vertegenwoordiger van de regering van die lidstaat in de Raad. De Raad houdt daarbij rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijke schorsing voor de rechten en verplichtingen van natuurlijke en rechtspersonen.

Binnen zes maanden nadat de in lid 2 bedoelde constatering is gedaan, neemt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over passende maatregelen. Dergelijke maatregelen kunnen de schorsing van vastleggingen en betalingen van de begroting van de Unie omvatten, of de schorsing van bepaalde rechten die uit de toepassing van de Verdragen op de lidstaat in kwestie voortvloeien, met inbegrip van de stemrechten van de vertegenwoordiger van de regering van die lidstaat in de Raad en het recht van een lidstaat om het voorzitterschap van de Raad te bekleden. De Raad houdt daarbij rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijke schorsing voor de rechten en verplichtingen van natuurlijke en rechtspersonen.

Amendement 13

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 10 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Iedere burger heeft het recht aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen. De besluitvorming vindt plaats op een zo open mogelijke wijze, en zo dicht bij de burgers als mogelijk is.

3.  Iedere burger heeft het recht aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen. De Unie ziet erop toe dat er instrumenten zijn die de burgers in staat stellen dit recht uit te oefenen.

Amendement 14

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 10 – lid 3 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

3 bis.  De besluitvorming vindt plaats op een zo open mogelijke wijze, en zo dicht bij de burgers als mogelijk is.

Amendement 15

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 10 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De politieke partijen op Europees niveau dragen bij tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn en tot de uiting van de wil van de burgers van de Unie.

4.  De politieke partijen op Europees niveau dragen bij tot de vorming van een Europees politiek bewustzijn en tot de uiting van de wil van de burgers van de Unie. Europese politieke partijen kunnen daartoe activiteiten bevorderen, ondersteunen en financieren.

Amendement 16

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 10 – lid 4 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.  Bij de voorbereiding van initiatieven op het gebied van sociaal, werkgelegenheids- en economisch beleid worden de sociale partners geraadpleegd.

Amendement 17

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 11 – lid 4 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Wanneer ten minste één miljoen burgers van de Unie, afkomstig uit een significant aantal lidstaten, van oordeel zijn dat inzake een aangelegenheid een rechtshandeling van de Unie nodig is ter uitvoering van de Verdragen, kunnen zij het initiatief nemen de Europese Commissie te verzoeken binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden een passend voorstel daartoe in te dienen.

Wanneer ten minste één miljoen burgers van de Unie, afkomstig uit een significant aantal lidstaten, van oordeel zijn dat inzake een aangelegenheid een rechtshandeling van de Unie nodig is, kunnen zij het initiatief nemen de Europese Commissie te verzoeken binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden een passend voorstel daartoe in te dienen.

Amendement 18

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 11 – lid 4 –alinea 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

De Commissie of het Europees Parlement kan op basis van een geldig burgerinitiatief een rechtshandeling voorstellen.

Amendement 19

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.  Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure bepalingen vaststellen om hun besluitvorming en de naleving van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde beginselen te waarborgen.

Amendement 20

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 13 – lid 4 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.  De instellingen van de Unie en de bestuurs- en adviesorganen van de Unie worden op niet-discriminerende wijze samengesteld, waarbij gendergelijkheid wordt gewaarborgd en de diversiteit van de samenleving wordt weerspiegeld.

Amendement 21

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 14 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Het Europees Parlement bestaat uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie. Hun aantal bedraagt niet meer dan zevenhonderdvijftig, plus de voorzitter. De burgers zijn degressief evenredig vertegenwoordigd, met een minimum van zes leden per lidstaat. Geen enkele lidstaat krijgt meer dan zesennegentig zetels toegewezen.

Het Europees Parlement bestaat uit vertegenwoordigers van de burgers van de Unie. Hun aantal bedraagt niet meer dan zevenhonderdvijftig, plus de voorzitter.

Amendement 22

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  De burgers zijn degressief evenredig vertegenwoordigd, met een minimum van zes leden per lidstaat. Geen enkele lidstaat krijgt meer dan zesennegentig zetels toegewezen.

Amendement 23

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 14 – lid 2 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 ter.  Het Europees Parlement bepaalt zijn samenstelling met een meerderheid van zijn leden, met inachtneming van de in de leden 2 en 2 bis bedoelde beginselen, en na goedkeuring door de Raad bij versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Amendement 24

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 15 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, zijn voorzitter en de voorzitter van de Commissie. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid neemt deel aan de werkzaamheden van de Europese Raad.

2.  De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en de voorzitter van de Europese Unie. De secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid neemt deel aan de werkzaamheden van de Europese Raad.

 

(Deze wijziging geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement 25

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 15 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De Europese Raad wordt twee keer per half jaar door zijn voorzitter in vergadering bijeengeroepen. Indien de agenda zulks vereist, kunnen de leden van de Europese Raad besluiten zich elk te laten bijstaan door een minister en, wat de voorzitter van de Commissie betreft, door een lid van de Commissie. Indien de situatie zulks vereist, roept de voorzitter een buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad bijeen.

3.  De Europese Raad wordt twee keer per half jaar door zijn voorzitter in vergadering bijeengeroepen. Indien de agenda zulks vereist, kunnen de leden van de Europese Raad besluiten zich elk te laten bijstaan door een minister en, wat de voorzitter van de Europese Unie betreft, door een lid van de Commissie. Indien de situatie zulks vereist, roept de voorzitter een buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad bijeen.

Amendement 26

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 15 – lid 5

Bestaande tekst

Amendement

5.  De Europese Raad kiest zijn voorzitter met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor een periode van tweeënhalf jaar. De voorzitter is eenmaal herkiesbaar. Indien de voorzitter verhinderd is of op ernstige wijze tekortschiet, kan de Europese Raad volgens dezelfde procedure zijn mandaat beëindigen.

5.  De Europese Raad kiest zijn voorzitter met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Amendement 27

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 15 – lid 6

Bestaande tekst

Amendement

6.  De voorzitter van de Europese Raad:

Schrappen

a)  leidt en stimuleert de werkzaamheden van de Europese Raad;

 

b)  zorgt, in samenwerking met de voorzitter van de Commissie en op basis van de werkzaamheden van de Raad Algemene Zaken, voor de voorbereiding en de continuïteit van de werkzaamheden van de Europese Raad;

 

c)  bevordert de samenhang en de consensus binnen de Europese Raad;

 

d)  legt na afloop van iedere bijeenkomst van de Europese Raad een verslag voor aan het Europees Parlement.

 

De voorzitter van de Europese Raad zorgt op zijn niveau en in zijn hoedanigheid voor de externe vertegenwoordiging van de Unie in aangelegenheden die onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid vallen, onverminderd de aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid toegedeelde bevoegdheden.

 

De voorzitter van de Europese Raad kan geen nationaal mandaat uitoefenen.

 

Amendement 28

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Raad bestaat uit een vertegenwoordiger van iedere lidstaat op ministerieel niveau, die gemachtigd is om de regering van de lidstaat die hij vertegenwoordigt, te binden en om het stemrecht uit te oefenen.

2.  De Raad bestaat uit vertegenwoordigers van iedere lidstaat, die gemachtigd zijn om de regering van de lidstaat die zij vertegenwoordigen, te binden en om het stemrecht uit te oefenen.

Amendement 29

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Tenzij in de Verdragen anders is bepaald, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

3.  Tenzij de Verdragen in een gewone of versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen voorzien, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Amendement 30

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 5

Bestaande tekst

Amendement

5.  De overgangsbepalingen inzake de omschrijving van de gekwalificeerde meerderheid die tot en met 31 oktober 2014, respectievelijk tussen 1 november 2014 en 31 maart 2017 van toepassing zijn, worden vastgesteld in het protocol betreffende de overgangsbepalingen.

Schrappen

Amendement 31

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 6 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Raad komt in verschillende formaties bijeen; de lijst ervan wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 236 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Schrappen

Amendement 32

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 6 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Raad Algemene Zaken zorgt voor de samenhang van de werkzaamheden van de verschillende Raadsformaties. De Raad Algemene Zaken bereidt de bijeenkomsten van de Europese Raad voor en volgt deze op, in samenspraak met de voorzitter van de Europese Raad en de Commissie.

Schrappen

Amendement 33

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 6 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De Raad Buitenlandse Zaken werkt het externe optreden van de Unie uit volgens de door de Europese Raad vastgestelde strategische lijnen en zorgt voor de samenhang in het externe optreden van de Europese Unie.

Schrappen

Amendement 34

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 7

Bestaande tekst

Amendement

7.  Een Comité van permanente vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten is belast met de voorbereiding van de werkzaamheden van de Raad.

Schrappen

Amendement 35

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 16 – lid 8

Bestaande tekst

Amendement

8.  De Raad beraadslaagt en stemt in openbare zitting over een ontwerp van wetgevingshandeling. Daartoe wordt iedere Raadszitting gesplitst in twee delen, die respectievelijk gewijd worden aan beraadslagingen over de wetgevingshandelingen van de Unie en aan niet-wetgevingswerkzaamheden.

8.  De Raad beraadslaagt en stemt in openbare zitting over een ontwerp van wetgevingshandeling.

Amendement 36

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen. Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie. Zij voert de begroting uit en beheert de programma’s. Zij oefent onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit. Zij zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de andere bij de Verdragen bepaalde gevallen. Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie om interinstitutionele akkoorden tot stand te brengen.

1.   De Uitvoerende Macht bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen. Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie. Zij voert de begroting uit en beheert de programma’s. Zij oefent onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit. Zij zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de andere bij de Verdragen bepaalde gevallen. Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie om interinstitutionele akkoorden tot stand te brengen.

 

(Deze wijziging geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement 37

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Tenzij in de Verdragen anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Commissie worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Verdragen daarin voorzien.

2.  Tenzij in de Verdragen anders is bepaald, kunnen wetgevingshandelingen van de Unie op voorstel van de Uitvoerende Macht worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Uitvoerende Macht vastgesteld in de gevallen waarin de Verdragen daarin voorzien.

Amendement 38

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De ambtstermijn van de Commissie bedraagt vijf jaar.

3.  De ambtstermijn van de Uitvoerende Macht bedraagt vijf jaar.

De leden van de Commissie worden op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden.

De leden van de Uitvoerende Macht worden op grond van hun algemene bekwaamheid en Europese inzet gekozen uit personen die alle waarborgen voor onafhankelijkheid bieden.

De Commissie oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel 18, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Commissie instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.

De Uitvoerende Macht oefent haar verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit. Onverminderd artikel 18, lid 2, vragen noch aanvaarden de leden van de Uitvoerende Macht instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie. Zij onthouden zich van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van hun ambt of met de uitvoering van hun taak.

Amendement 39

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De Commissie die benoemd is voor de periode tussen de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en 31 oktober 2014, bestaat uit één onderdaan van iedere lidstaat, met inbegrip van de voorzitter van de Commissie en van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die een van de vicevoorzitters van de Commissie is.

Schrappen

Amendement 40

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 6

Bestaande tekst

Amendement

6.  De voorzitter van de Commissie:

6.  De voorzitter van de Uitvoerende Macht:

a)  stelt de richtsnoeren vast met inachtneming waarvan de Commissie haar taak vervult;

a)  stelt de richtsnoeren vast met inachtneming waarvan de Uitvoerende Macht haar taak vervult;

b)  beslist over de interne organisatie van de Commissie en waarborgt zodoende de samenhang, de doeltreffendheid en het collegiale karakter van haar optreden;

b)  beslist over de interne organisatie van de Uitvoerende Macht en waarborgt zodoende de samenhang, de doeltreffendheid en het collegiale karakter van haar optreden;

c)  benoemt andere vicevoorzitters dan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, uit de leden van de Commissie.

c)  benoemt andere vicevoorzitters dan de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsook de secretaris van de Unie voor economische governance uit de leden van de Uitvoerende Macht.

Een lid van de Commissie neemt ontslag indien de voorzitter hem daarom verzoekt. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid neemt ontslag overeenkomstig de procedure van artikel 18, lid 1, indien de voorzitter hem daarom verzoekt.

Een lid van de Uitvoerende Macht neemt ontslag indien de voorzitter hem daarom verzoekt. De secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de secretaris van de Unie voor economische governance nemen ontslag overeenkomstig de procedure van artikel 18, lid 1, indien de voorzitter daarom verzoekt.

Amendement 41

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 7

Bestaande tekst

Amendement

7.  Rekening houdend met de verkiezingen voor het Europees Parlement en na passende raadpleging en, draagt de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bij het Europees Parlement een kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Commissie voor. Deze kandidaat wordt door het Parlement bij meerderheid van zijn leden gekozen. Indien de kandidaat bij de stemming geen meerderheid behaalt, draagt de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen binnen een maand een nieuwe kandidaat voor, die volgens dezelfde procedure door het Parlement wordt gekozen.

7.  Na de Europese verkiezingen draagt het Europees Parlement met een meerderheid van zijn leden een kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Unie voor aan de Europese Raad. De Europese Raad hecht hieraan met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen zijn goedkeuring. Indien de voorgedragen kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, draagt het Europees Parlement met een meerderheid van stemmen van zijn leden binnen een maand een kandidaat voor. De Europese Raad hecht hieraan met een gewone meerderheid van stemmen zijn goedkeuring.

De Raad stelt in onderlinge overeenstemming met de verkozen voorzitter de lijst vast van de overige personen die hij voorstelt tot lid van de Commissie te benoemen. Zij worden gekozen op basis van de voordrachten van de lidstaten, overeenkomstig de in lid 3, tweede alinea, en lid 5, tweede alinea, bepaalde criteria.

De verkozen voorzitter stelt een lijst voor met kandidaten voor benoeming tot lid van de Uitvoerende Macht. Zij worden gekozen overeenkomstig de in de leden 3 en 5 bepaalde criteria.

De voorzitter, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de overige leden van de Commissie worden als college ter goedkeuring onderworpen aan een stemming van het Europees Parlement. Op basis van deze goedkeuring wordt de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Europese Raad benoemd.

De voorzitter, de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de overige leden van de Uitvoerende Macht worden als college ter goedkeuring onderworpen aan een stemming van het Europees Parlement. Op basis van deze goedkeuring wordt de Uitvoerende Macht met gewone meerderheid van stemmen door de Europese Raad benoemd.

Amendement 42

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 17 – lid 8

Bestaande tekst

Amendement

8.  De Commissie legt als college verantwoording af aan het Europees Parlement. Het Europees Parlement kan overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een motie van afkeuring tegen de Commissie aannemen. Indien een dergelijke motie wordt aangenomen, moeten de leden van de Commissie collectief ontslag nemen en moet ook de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zijn functie in de Commissie neerleggen.

8.  De Uitvoerende Macht legt verantwoording af aan het Europees Parlement. Het Europees Parlement kan overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie een collectieve motie van afkeuring tegen de Uitvoerende Macht of een individuele motie van afkeuring tegen een lid van de Uitvoerende Macht aannemen. Indien een collectieve motie van afkeuring wordt aangenomen, moeten de leden van de Uitvoerende Macht collectief ontslag nemen. Indien een individuele motie van afkeuring wordt aangenomen, wordt de voorzitter van de Uitvoerende Macht geacht het desbetreffende lid van de Uitvoerende Macht te verzoeken zijn functie neer te leggen. Indien de voorzitter besluit het lid niet te verzoeken zijn functie neer te leggen, moet de Uitvoerende Macht als orgaan opnieuw worden bevestigd volgens de procedure in lid 7, derde alinea.

Amendement 43

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 19 – lid 3 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

3 bis.  Het Hof van Justitie van de Europese Unie toetst de naleving van het subsidiariteitsbeginsel en kan bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak doen over de vraag of de Unie ultra vires heeft gehandeld en uitspraak doen inzake krachtens artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingestelde beroepen wegens schending van het subsidiariteitsbeginsel.

Amendement 44

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 21 – lid 2 – punt a

Bestaande tekst

Amendement

a)  bescherming van haar waarden, fundamentele belangen, veiligheid, onafhankelijkheid en integriteit;

a)  bescherming van haar waarden, fundamentele belangen, veiligheid, strategische autonomie, onafhankelijkheid en integriteit;

Amendement 45

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 24 – lid 1 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid is aan specifieke regels en procedures onderworpen. Het wordt bepaald en uitgevoerd door de Europese Raad en door de Raad, die besluiten met eenparigheid van stemmen, tenzij in de Verdragen anders wordt bepaald. Wetgevingshandelingen kunnen niet worden vastgesteld. Aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wordt uitvoering gegeven door de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid en door de lidstaten, overeenkomstig de Verdragen. De specifieke rol van het Europees Parlement en van de Commissie op dit gebied wordt bepaald in de Verdragen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is niet bevoegd ten aanzien van deze bepalingen, met uitzondering van zijn bevoegdheid toezicht te houden op de naleving van artikel 40 van dit Verdrag en de wettigheid van bepaalde besluiten na te gaan, als bepaald in artikel 275, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid is aan specifieke regels en procedures onderworpen. Het wordt bepaald en uitgevoerd door de Europese Raad en door de Raad, die besluiten met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement. Aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wordt uitvoering gegeven door de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en door de lidstaten, overeenkomstig de Verdragen. De specifieke rol van het Europees Parlement en van de Commissie op dit gebied wordt bepaald in de Verdragen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd ten aanzien van deze bepalingen.

Amendement 46

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 29

Bestaande tekst

Amendement

De Raad stelt besluiten vast waarin de aanpak van de Unie wordt bepaald ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid van geografische of thematische aard. De lidstaten dragen er zorg voor dat hun nationaal beleid met de standpunten van de Unie overeenstemt.

De Raad stelt besluiten vast waarin de aanpak van de Unie wordt bepaald ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid van geografische of thematische aard. Wanneer een besluit voorziet in onderbreking of gehele of gedeeltelijke beperking van de economische en financiële betrekkingen met een of meer derde landen, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. De lidstaten dragen er zorg voor dat hun nationaal beleid met de standpunten van de Unie overeenstemt.

Amendement 47

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 31 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  In het kader van dit hoofdstuk worden besluiten door de Europese Raad en de Raad met eenparigheid van stemmen genomen. Wetgevingshandelingen kunnen niet worden vastgesteld.

1.   In het kader van dit hoofdstuk worden besluiten door de Europese Raad en de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen genomen. Wetgevingshandelingen kunnen niet worden vastgesteld.

Ingeval een lid van de Raad zich van stemming onthoudt, kan dit lid zijn onthouding toelichten door op grond van onderhavige alinea een formele verklaring af te leggen. In dat geval is het lid niet verplicht het besluit toe te passen, doch aanvaardt het wel dat het besluit de Unie bindt. In een geest van wederzijdse solidariteit onthoudt de betrokken lidstaat zich van ieder optreden dat het optreden van de Unie krachtens genoemd besluit zou kunnen doorkruisen of belemmeren, en eerbiedigen de andere lidstaten dit standpunt. Indien de leden van de Raad die hun onthouding op deze wijze toelichten, ten minste een derde van de lidstaten vertegenwoordigen en de totale bevolking van de door hen vertegenwoordigde lidstaten ten minste een derde van de totale bevolking van de Unie uitmaakt, wordt het besluit niet vastgesteld.

 

Amendement 48

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 31 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  In afwijking van lid 1 besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen:

 

–  wanneer hij een besluit vaststelt dat een optreden of een standpunt van de Unie bepaalt op grond van een besluit van de Europese Raad met betrekking tot de strategische belangen en doelstellingen van de Unie in de zin van artikel 22, lid 1;

 

–  wanneer hij een besluit vaststelt dat een optreden of een standpunt van de Unie bepaalt, op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, dat wordt voorgelegd naar aanleiding van een specifiek verzoek dat de Europese Raad op eigen initiatief of op initiatief van de hoge vertegenwoordiger tot hem heeft gericht;

 

–  bij de aanneming van een besluit waarmee uitvoering wordt gegeven aan een besluit dat een optreden of een standpunt van de Unie bepaalt;

 

–  bij de benoeming van een speciale vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 33.

 

Indien een lid van de Raad verklaart om vitale, nader genoemde, redenen van nationaal beleid voornemens te zijn zich te verzetten tegen de aanneming van een besluit dat met gekwalificeerde meerderheid van stemmen moet worden aangenomen, wordt niet tot stemming overgegaan. De hoge vertegenwoordiger tracht in nauw overleg met de betrokken lidstaat een aanvaardbare oplossing te bereiken. Indien dit niet tot resultaat leidt, kan de Raad bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen verlangen dat de aangelegenheid wordt voorgelegd aan de Europese Raad, die met eenparigheid van stemmen een besluit vaststelt.

Een lid van de Raad kan om vitale, nader genoemde, redenen van nationaal beleid verlangen dat de aangelegenheid wordt voorgelegd aan de Europese Raad.

Amendement 49

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 31 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De Europese Raad kan met eenparigheid van stemmen bij besluit bepalen dat de Raad in andere dan de in lid 2 genoemde gevallen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit.

Schrappen

Amendement 50

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 31 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing op besluiten die gevolgen hebben op militair of defensiegebied.

Schrappen

Amendement 51

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 42 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Het voorziet de Unie van een operationeel vermogen dat op civiele en militaire middelen steunt. De Unie kan daarvan gebruik maken voor missies buiten het grondgebied van de Unie met het oog op vredeshandhaving, conflictpreventie en versterking van de internationale veiligheid overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties. De uitvoering van deze taken berust op de door de lidstaten beschikbaar gestelde vermogens.

1.   Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Het stelt de Unie in staat de lidstaten tegen bedreigingen te verdedigen. Het voorziet de Unie van een operationeel vermogen dat op civiele en militaire middelen steunt. De Unie kan daarvan gebruik maken voor missies buiten het grondgebied van de Unie met het oog op vredeshandhaving, conflictpreventie en versterking van de internationale veiligheid overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties. Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met inbegrip van de aankoop en ontwikkeling van wapens, wordt door de Unie gefinancierd via een specifieke begroting, waarbij het Europees Parlement medewetgever is en toezicht uitoefent.

Amendement 52

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 42 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De lidstaten stellen civiele en militaire vermogens ter beschikking van de Unie voor de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, om zodoende bij te dragen aan het bereiken van de door de Raad bepaalde doelstellingen. Lidstaten die onderling multinationale troepenmachten vormen, kunnen deze troepenmachten tevens ter beschikking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid stellen.

3.  De Unie richt een defensie-unie op met civiele en militaire vermogens voor de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Deze defensie-unie omvat militaire eenheden, waaronder een permanente snel inzetbare capaciteit, onder operationeel commando van de Unie. De lidstaten kunnen voorzien in aanvullende capaciteiten. Lidstaten die onderling multinationale troepenmachten vormen, kunnen deze troepenmachten tevens ter beschikking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid stellen.

De lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren. Er wordt een agentschap op het gebied van de ontwikkeling van defensievermogens, onderzoek, aankopen en bewapening (hierna genoemd: “het Europees Defensieagentschap”) opgericht, dat de operationele behoeften bepaalt, maatregelen bevordert om in die behoeften te voorzien, bijdraagt tot de vaststelling en, in voorkomend geval, tot de uitvoering van alle nuttige maatregelen om de industriële en technologische basis van de defensiesector te versterken, deelneemt aan het bepalen van een Europees beleid inzake vermogens en bewapening, en de Raad bijstaat om de verbetering van de militaire vermogens te evalueren.

De Unie en de lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren. Er wordt een agentschap op het gebied van de ontwikkeling van defensievermogens, onderzoek, aankopen en bewapening (hierna genoemd: “het Europees Defensieagentschap”) opgericht, dat de operationele behoeften bepaalt, maatregelen uitvoert om in die behoeften te voorzien, wapens aankoopt namens de Unie en haar lidstaten, en alle nuttige maatregelen neemt om de industriële en technologische basis van de defensiesector te versterken, deelneemt aan het bepalen van een Europees beleid inzake vermogens en bewapening, en een evaluatie uitvoert van de verbetering van de militaire vermogens.

Amendement 53

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 42 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Besluiten betreffende het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, waaronder begrepen het opzetten van een missie als bedoeld in dit artikel, worden op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid of op initiatief van een lidstaat door de Raad met eenparigheid van stemmen vastgesteld. De hoge vertegenwoordiger kan, in voorkomend geval samen met de Commissie, voorstellen om gebruik te maken van nationale middelen en van instrumenten van de Unie.

4.  Besluiten betreffende het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid worden op voorstel van de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid of op initiatief van een lidstaat door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld, na goedkeuring door het Europees Parlement. De secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid kan, in voorkomend geval samen met de Commissie, voorstellen om gebruik te maken van nationale middelen en van instrumenten van de Unie.

Amendement 54

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 42 - lid 4 bis - alinea 1 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

4 bis.  Besluiten tot het initiëren van een missie worden door de Raad met een gekwalificeerde meerderheid vastgesteld. Het Parlement besluit met een meerderheid van zijn leden.

Amendement 55

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 42 – lid 7 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Indien een lidstaat op zijn grondgebied gewapenderhand wordt aangevallen, rust op de overige lidstaten de plicht deze lidstaat met alle middelen waarover zij beschikken hulp en bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Dit laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet.

Indien een lidstaat wordt aangevallen, rust op de defensie-unie en alle lidstaten de plicht deze lidstaat met alle middelen waarover zij beschikken hulp en bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Een gewapende aanval op één lidstaat wordt beschouwd als een aanval op alle lidstaten. Dit laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet.

Amendement 56

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 43 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De in artikel 42, lid 1, bedoelde missies, waarbij de Unie civiele en militaire middelen kan inzetten, omvatten gezamenlijke ontwapeningsacties, humanitaire en reddingsmissies, advies en bijstand op militair gebied, conflictpreventie en vredeshandhaving, missies van strijdkrachten met het oog op crisisbeheersing, daaronder begrepen vredestichting, alsmede stabiliseringsoperaties na afloop van conflicten. Al deze taken kunnen bijdragen aan de strijd tegen het terrorisme, ook door middel van steun aan derde landen om het terrorisme op hun grondgebied te bestrijden.

1.  De in artikel 42, lid 1, bedoelde missies, waarbij de Unie civiele en militaire middelen kan inzetten, omvatten de bestrijding van hybride dreigingen en oorlogsvoering, dreiging met het stopzetten van energieleveranties, cyberdreigingen, desinformatiecampagnes en economische dwang door derde landen, gezamenlijke ontwapeningsacties, humanitaire en reddingsmissies, advies en bijstand op militair gebied, conflictpreventie en vredeshandhaving, missies van strijdkrachten met het oog op crisisbeheersing, daaronder begrepen vredestichting, alsmede stabiliseringsoperaties na afloop van conflicten. Al deze taken kunnen bijdragen aan de strijd tegen het terrorisme, ook door middel van steun aan derde landen om het terrorisme op hun grondgebied te bestrijden.

Amendement 57

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 45 – lid 1 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  het harmoniseren van de operationele behoeften en het hanteren van doelmatige en onderling verenigbare aankoopmethoden te bevorderen;

b)  wapens aan te kopen voor de defensie-unie en namens de Unie en haar lidstaten en het harmoniseren van de operationele behoeften en het hanteren van doelmatige en onderling verenigbare aankoopmethoden te bevorderen;

Amendement 58

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 45 – lid 1 – punt c

Bestaande tekst

Amendement

c)  multilaterale projecten voor te stellen die erop gericht zijn de doelstellingen met betrekking tot militaire vermogens te verwezenlijken, de door de lidstaten uit te voeren programma's te coördineren en specifieke samenwerkingsprogramma's te beheren;

c)  multilaterale projecten voor te stellen en te leiden die erop gericht zijn de doelstellingen met betrekking tot militaire vermogens te verwezenlijken, de door de lidstaten uit te voeren programma’s te coördineren en samenwerkingsprogramma’s te beheren;

Amendement 59

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 45 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Het Europees Defensieagentschap staat open voor alle lidstaten die daarvan deel wensen uit te maken. De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid een besluit vast houdende vastlegging van het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking van het Agentschap. In dat besluit wordt rekening gehouden met de mate van werkelijke deelneming aan de activiteiten van het Agentschap. Binnen het Agentschap worden specifieke groepen lidstaten gevormd die gezamenlijke projecten uitvoeren. Het Agentschap vervult zijn taken voor zover nodig in overleg met de Commissie.

2.  Het Europees Parlement en de Raad stellen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, een besluit vast houdende vastlegging van het statuut, de zetel en de voorschriften voor de werking van het Agentschap.

Amendement 60

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 46 – lid 6

Bestaande tekst

Amendement

6.  Andere dan de in de leden 2 tot en met 5 bedoelde besluiten en aanbevelingen van de Raad in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking worden met eenparigheid van stemmen vastgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt eenparigheid van stemmen alleen door de stemmen van de vertegenwoordigers van de deelnemende lidstaten gevormd.

6.  Andere dan de in de leden 2 tot en met 5 bedoelde besluiten en aanbevelingen van de Raad in het kader van de permanente gestructureerde samenwerking worden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt die gekwalificeerde meerderheid van stemmen alleen door de stemmen van de vertegenwoordigers van de deelnemende lidstaten gevormd, in overeenstemming met de grondwettelijke orde van de verschillende lidstaten.

Amendement 61

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 48 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De regering van iedere lidstaat, het Europees Parlement en de Commissie kunnen de Raad ontwerpen tot herziening van de Verdragen voorleggen. Die ontwerpen kunnen, onder andere, de door de Verdragen aan de Unie toegedeelde bevoegdheden uitbreiden of beperken. Zij worden door de Raad aan de Europese Raad toegezonden en worden ter kennis van de nationale parlementen gebracht.

2.  De regering van iedere lidstaat, het Europees Parlement en de Commissie kunnen de Raad ontwerpen tot herziening van de Verdragen voorleggen. Die ontwerpen kunnen, onder andere, de door de Verdragen aan de Unie toegedeelde bevoegdheden uitbreiden of beperken. Zij worden onverwijld en zonder beraadslaging door de Raad aan de Europese Raad toegezonden en worden ter kennis van de nationale parlementen gebracht.

Amendement 62

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 48 – lid 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Het Europees Parlement wordt geacht zijn goedkeuring te hebben gehecht aan de wijzigingen van de Verdragen wanneer een meerderheid van zijn leden vóór deze wijzigingen heeft gestemd.

Amendement 63

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 48 – lid 5

Bestaande tekst

Amendement

5.  Indien vier vijfde van de lidstaten een verdrag houdende wijziging van de Verdragen twee jaar na de ondertekening ervan hebben bekrachtigd en een of meer lidstaten moeilijkheden bij de bekrachtiging hebben ondervonden, bespreekt de Europese Raad de kwestie.

5.  Indien minder dan vier vijfde van de lidstaten een verdrag houdende wijziging van de Verdragen twee jaar na de ondertekening ervan hebben bekrachtigd, bespreekt de Europese Raad de kwestie.

Amendement 64

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 48 – lid 7 – alinea 4

Bestaande tekst

Amendement

Voor de vaststelling van de in de eerste en de tweede alinea bedoelde besluiten, besluit de Europese Raad met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, dat zich uitspreekt bij meerderheid van zijn leden.

Voor de vaststelling van die besluiten, besluit de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, dat zich uitspreekt bij meerderheid van zijn leden.

Amendement 65

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 49 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De voorwaarden voor de toelating en de uit die toelating voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gebaseerd, vormen het onderwerp van een akkoord tussen de lidstaten en de staat die het verzoek indient. Dit akkoord moet door alle overeenkomstsluitende staten worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen.

De voorwaarden voor de toelating en de uit die toelating voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gebaseerd, vormen het onderwerp van een akkoord tussen de lidstaten en de staat die het verzoek indient. Dit akkoord moet door alle overeenkomstsluitende staten worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De lidstaten zijn gehouden de in artikel 2 bedoelde waarden na hun toetreding tot de Unie te blijven eerbiedigen.

Amendement 66

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 52 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Verdragen zijn van toepassing op het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

1.  De Verdragen zijn van toepassing op het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, Ierland, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.

Amendement 67

Verdrag betreffende de Europese Unie

Artikel 54 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 1993, mits alle akten van bekrachtiging zijn nedergelegd, of bij gebreke daarvan op de eerste dag van de maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende staat die als laatste deze handeling verricht.

2.  Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de regeringen van vier vijfde van de lidstaten.

Amendement 68

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Preambule

Bestaande tekst

Amendement

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HARE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOGIN VAN LUXEMBURG, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN,

ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KROATIË, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN ROEMENIË, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIË, DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN ZWEDEN,

Amendement 69

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 3 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Unie is tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of wanneer die sluiting gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen.

2.  De Unie is tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten, onder meer in de context van mondiale onderhandelingen over klimaatverandering, indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of wanneer die sluiting gemeenschappelijke regels kan aantasten of de strekking daarvan kan wijzigen.

Amendement 70

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt e

Bestaande tekst

Amendement

e)  milieu;

e)   volksgezondheid, met name de bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid, in het bijzonder wat grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid betreft, met inbegrip van universele en volledige toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en de “één gezondheid”-benadering;

Amendement 71

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt g

Bestaande tekst

Amendement

g)  vervoer;

g)  vervoer, met inbegrip van grensoverschrijdende infrastructuur;

Amendement 72

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt j

Bestaande tekst

Amendement

j)  de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht;

j)  de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en het buitengrenzenbeleid;

Amendement 73

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt k

Bestaande tekst

Amendement

k)  gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten.

k)  buitenlandse zaken, externe veiligheid en defensie;

Amendement 74

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt k bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

k bis)  civiele bescherming;

Amendement 75

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt k ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

k ter)  industrie;

Amendement 76

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 4 – lid 2 – punt k quater (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

k quater)  onderwijs, met name met betrekking tot transnationale kwesties zoals de wederzijdse erkenning van diploma’s, graden, vaardigheden en kwalificaties.

Amendement 77

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 6 – punt a

Bestaande tekst

Amendement

a)  bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid;

Schrappen

Amendement 78

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 6 – punt e

Bestaande tekst

Amendement

e)  onderwijs, beroepsopleiding, jongeren en sport;

e)  beroepsopleiding, jongeren en sport;

Amendement 79

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 6 – punt f

Bestaande tekst

Amendement

f)  civiele bescherming;

Schrappen

Amendement 80

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 8

Bestaande tekst

Amendement

Bij elk optreden streeft de Unie ernaar de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen.

Bij elk optreden streeft de Unie ernaar genderongelijkheden op te heffen en gendergelijkheid te bevorderen.

Amendement 81

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 9

Bestaande tekst

Amendement

Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden houdt de Unie rekening met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de menselijke gezondheid.

Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden ziet de Unie erop toe dat sociale vooruitgang verankerd is in een sociaal protocol.

 

De Unie houdt rekening met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming, de bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de menselijke gezondheid, alsmede de doeltreffende uitoefening van de democratische collectieve rechten van vakbonden.

Amendement 82

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 10

Bestaande tekst

Amendement

Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden streeft de Unie naar bestrijding van iedere discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden streeft de Unie naar bestrijding van iedere discriminatie op grond van geslacht, gender, ras, etnische of sociale afkomst, taal, godsdienst of overtuiging, politieke mening, het behoren tot een nationale minderheid, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Amendement 83

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 11

Bestaande tekst

Amendement

De eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

De eisen inzake klimaat en bescherming van het milieu en de biodiversiteit moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

Amendement 84

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 15 – lid 3 – alinea 5

Bestaande tekst

Amendement

Het Europees Parlement en de Raad zorgen voor de openbaarmaking van de stukken betreffende de wetgevingsprocedures overeenkomstig de voorwaarden van de in de tweede alinea bedoelde verordeningen.

Het Europees Parlement en de Raad zorgen voor de openbaarmaking van de stukken betreffende de wetgevingsprocedures, waaronder de standpunten van hun leden alsook voorstellen voor en amendementen op wetgevingsteksten die deel uitmaken van het normale wetgevingsproces, overeenkomstig de voorwaarden van de in de tweede alinea bedoelde verordeningen.

Amendement 85

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 19 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Onverminderd de andere bepalingen van de Verdragen, kan de Raad, binnen de grenzen van de door de Verdragen aan de Unie verleende bevoegdheden, met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement, passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden.

1.  Onverminderd de andere bepalingen van de Verdragen, kunnen het Europees Parlement en de Raad, binnen de grenzen van de door de Verdragen aan de Unie verleende bevoegdheden, volgens de gewone wetgevingsprocedure passende maatregelen nemen om discriminatie op grond van geslacht, gender, ras, etnische of sociale afkomst, taal, godsdienst of overtuiging, politieke mening, het behoren tot een nationale minderheid, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden.

Amendement 86

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 19 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Het Europees Parlement en de Raad kunnen, in afwijking van lid 1, volgens de gewone wetgevingsprocedure, stimuleringsmaatregelen van de Unie, harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten uitgezonderd, de basisbeginselen vaststellen ter ondersteuning van de maatregelen die de lidstaten nemen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen.

Schrappen

Amendement 87

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 20 – lid 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure gemeenschappelijke bepalingen vaststellen ter voorkoming van de verkoop van paspoorten en andere vormen van misbruik in verband met de verwerving en het verlies van het burgerschap van de Unie door onderdanen van derde landen, teneinde de voorwaarden waaronder dat burgerschap kan worden verworven nader tot elkaar te brengen.

Amendement 88

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 22 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Iedere burger van de Unie die verblijf houdt in een lidstaat waarvan hij geen onderdaan is, bezit het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Dit recht wordt uitgeoefend onder voorbehoud van de door de Raad met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, na raadpleging van het Europees Parlement vastgestelde nadere regelingen; deze nadere regelingen kunnen voorzien in afwijkingen wanneer zulks gerechtvaardigd wordt door bijzondere problemen in een bepaalde lidstaat.

1.  Iedere burger van de Unie die verblijf houdt in een lidstaat waarvan hij geen onderdaan is, bezit het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Dit recht wordt uitgeoefend onder voorbehoud van de door de Raad en het Europees Parlement volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde nadere regelingen. Die nadere regelingen kunnen voorzien in afwijkingen wanneer zulks gerechtvaardigd wordt door bijzondere problemen in een bepaalde lidstaat.

Amendement 89

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 22 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Onverminderd artikel 223, lid 1, en de bepalingen ter uitvoering daarvan, heeft iedere burger van de Unie die verblijft houdt in een lidstaat waarvan hij geen onderdaan is, het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Dit recht wordt uitgeoefend onder voorbehoud van de door de Raad met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, na raadpleging van het Europees Parlement vastgestelde nadere regelingen; deze nadere regelingen kunnen voorzien in afwijkingen wanneer zulks gerechtvaardigd wordt door bijzondere problemen in een bepaalde lidstaat.

2.  Onverminderd artikel 223, lid 1, en de bepalingen ter uitvoering daarvan, heeft iedere burger van de Unie die verblijft houdt in een lidstaat waarvan hij geen onderdaan is, het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat waar hij verblijft, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. Dit recht wordt uitgeoefend onder voorbehoud van de door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde nadere regelingen.

Amendement 90

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 23 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Raad kan, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, richtlijnen aannemen tot vaststelling van coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen die nodig zijn om die bescherming te vergemakkelijken.

De Raad en het Europees Parlement kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure richtlijnen aannemen tot vaststelling van coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen die nodig zijn om die bescherming te vergemakkelijken.

Amendement 91

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 24 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen de bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met inbegrip van het minimum aantal lidstaten waaruit de burgers die het verzoek indienen, afkomstig dienen te zijn.

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen de bepalingen vast voor de procedures en voorwaarden voor de indiening van een burgerinitiatief in de zin van artikel 11, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met inbegrip van het minimum aantal lidstaten waaruit de burgers die het verzoek indienen, afkomstig dienen te zijn.

Amendement 92

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 24 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 24 bis

 

De Unie beschermt personen die tot een minderheid behoren, in overeenstemming met het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bepalingen vast om de uitoefening van de rechten van personen die tot een minderheid behoren te vergemakkelijken. De Unie treedt toe tot het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en tot het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.

Amendement 93

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 26 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen.

2.  De interne markt omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal in alle lidstaten en door de instellingen van de Unie is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen.

Amendement 94

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 43 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  De Raad stelt op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, alsook voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

3.  De Raad stelt op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, alsook voor de vaststelling en verdeling van de duurzame vangstmogelijkheden.

Amendement 95

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 64 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  In afwijking van lid 2, kan alleen de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, maatregelen vaststellen die in het recht van de Unie een achteruitgang op het gebied van de liberalisering van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen vormen.

3.  In afwijking van lid 2, kan alleen de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, maatregelen vaststellen die in het recht van de Unie een achteruitgang op het gebied van de liberalisering van het kapitaalverkeer naar of uit derde landen vormen.

Amendement 96

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 67 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Unie zorgt ervoor dat aan de binnengrenzen geen personencontroles worden verricht en zij ontwikkelt een gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel, immigratie en controle aan de buitengrenzen, dat gebaseerd is op solidariteit tussen de lidstaten en dat billijk is ten aanzien van de onderdanen van derde landen. Voor de toepassing van deze titel worden staatlozen gelijkgesteld met onderdanen van derde landen.

2.  De Unie zorgt ervoor dat aan de binnengrenzen geen personencontroles worden verricht en zij ontwikkelt een gemeenschappelijk beleid op het gebied van grenzen, asiel en immigratie, dat gebaseerd is op solidariteit tussen de lidstaten en dat billijk is ten aanzien van de onderdanen van derde landen. Voor de toepassing van deze titel worden staatlozen gelijkgesteld met onderdanen van derde landen.

Amendement 97

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 70

Bestaande tekst

Amendement

Onverminderd de artikelen 258, 259 en 260, kan de Raad op voorstel van de Commissie maatregelen vaststellen die bepalen dat de lidstaten in samenwerking met de Commissie een objectieve en onpartijdige evaluatie van de uitvoering, door de autoriteiten van de lidstaten, van het door deze titel bestreken beleid van de Unie verrichten, met name ter bevordering van de volledige toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. Het Europees Parlement en de nationale parlementen worden op de hoogte gebracht van de inhoud en de resultaten van die evaluatie.

Onverminderd de artikelen 258, 259 en 260, kunnen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure op voorstel van de Commissie maatregelen vaststellen die bepalen dat de lidstaten in samenwerking met de Commissie een objectieve en onpartijdige evaluatie van de uitvoering, door de autoriteiten van de lidstaten, van het door deze titel bestreken beleid van de Unie verrichten, met name ter bevordering van de volledige toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. De nationale parlementen worden op de hoogte gebracht van de inhoud en de resultaten van die evaluatie.

Amendement 98

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 77 – lid 2 – punt d bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

d bis)   alle maatregelen die noodzakelijk en evenredig zijn om de efficiënte monitoring, beveiliging en doeltreffende controle van de buitengrenzen van de Unie te waarborgen en toe te zien op de daadwerkelijke terugkeer van personen die niet het recht hebben om op het grondgebied van de Unie te verblijven;

Amendement 99

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 77 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om de uitoefening van het in artikel 20, lid 2, onder a), bedoelde recht te vergemakkelijken, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, bepalingen inzake paspoorten, identiteitskaarten, verblijfsvergunningen en daarmee gelijkgestelde documenten vaststellen, tenzij de Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

3.  Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om de uitoefening van het in artikel 20, lid 2, punt a), bedoelde recht te vergemakkelijken, kunnen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure, bepalingen inzake paspoorten, identiteitskaarten, verblijfsvergunningen en daarmee gelijkgestelde documenten vaststellen, tenzij de Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien.

Amendement 100

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 78 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Indien een of meer lidstaten ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een noodsituatie terechtkomen, kan de Raad op voorstel van de Commissie voorlopige maatregelen ten gunste van de betrokken lidstaat of lidstaten vaststellen. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement.

3.  Indien een of meer lidstaten ten gevolge van een plotselinge toestroom van onderdanen van derde landen in een noodsituatie terechtkomen, kan de Raad op voorstel van de Commissie voorlopige maatregelen ten gunste van de betrokken lidstaat of lidstaten vaststellen. De Raad besluit op basis van een initiatief van of na raadpleging van het Europees Parlement.

Amendement 101

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 79 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Unie ontwikkelt een gemeenschappelijk immigratiebeleid, dat erop gericht is in alle stadia te zorgen voor een efficiënt beheer van de migratiestromen, een billijke behandeling van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven, en een preventie en intensievere bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel.

1.  De Unie ontwikkelt een gemeenschappelijk immigratiebeleid waarin rekening wordt gehouden met de economische en sociale stabiliteit van de lidstaten en dat erop gericht is in alle stadia te zorgen voor het vermogen om te voldoen aan de arbeidsvraag van de eengemaakte markt ter ondersteuning van de economische situatie in de lidstaten, alsook een efficiënt beheer van de migratiestromen, een billijke behandeling van onderdanen van derde landen die legaal op het grondgebied van de lidstaten verblijven, en een preventie en intensievere bestrijding van illegale immigratie en mensenhandel.

Amendement 102

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 79 – lid 2 – punt a

Bestaande tekst

Amendement

a)  de voorwaarden voor toegang en verblijf, en normen betreffende de afgifte door de lidstaten van langlopende visa en verblijfstitels, onder andere met het oog op gezinshereniging;

a)  de minimumvoorwaarden voor toegang, verblijf en minimumnormen voor de afgifte door de lidstaten van langlopende visa en verblijfstitels, onder andere met het oog op gezinshereniging;

Amendement 103

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 81 – lid 3 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen vastgesteld door de Raad, die volgens een bijzondere wetgevingsprocedure besluit. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

In afwijking van lid 2, worden maatregelen betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad, die volgens de gewone wetgevingsprocedure besluiten.

Amendement 104

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 81 – lid 3 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Raad kan op voorstel van de Commissie bij besluit vaststellen ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen op voorstel van de Commissie volgens de gewone wetgevingsprocedure bij besluit vaststellen ten aanzien van welke aspecten van het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen handelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld.

Amendement 105

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 81 – lid 3 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

Het in de tweede alinea bedoelde voorstel wordt aan de nationale parlementen toegezonden. Indien binnen een termijn van zes maanden na die toezending door een nationaal parlement bezwaar wordt aangetekend, is het besluit niet vastgesteld. Indien geen bezwaar wordt aangetekend, kan de Raad het besluit vaststellen.

Schrappen

Amendement 106

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 83 – lid 1 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Het betreft de volgende vormen van criminaliteit: terrorisme, mensenhandel en seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen, illegale drugshandel, illegale wapenhandel, het witwassen van geld, corruptie, de vervalsing van betaalmiddelen, computercriminaliteit en georganiseerde criminaliteit.

Het betreft de volgende vormen van criminaliteit: terrorisme, mensenhandel en seksuele uitbuiting van vrouwen en kinderen, gendergerelateerd geweld, milieucriminaliteit, illegale drugshandel, illegale wapenhandel, het witwassen van geld, corruptie, de vervalsing van betaalmiddelen, computercriminaliteit en de georganiseerde criminaliteit.

Amendement 107

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 83 – lid 1 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

Afhankelijk van de ontwikkelingen in de criminaliteit kan de Raad bij besluit vaststellen welke andere vormen van criminaliteit aan de in dit lid genoemde criteria voldoen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in de criminaliteit kan het Europees Parlement met een meerderheid van zijn leden, dan wel de Raad met een versterkte gekwalificeerde meerderheid als gedefinieerd in artikel 16, lid 4 ter, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, andere vormen van criminaliteit vaststellen die aan de in dit lid genoemde criteria voldoen.

Amendement 108

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 86 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.   Ter bestrijding van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, kan de Raad op de grondslag van Eurojust volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen een Europees openbaar ministerie instellen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

1.   Het Europees Openbaar Ministerie, ingesteld op grondslag van Eurojust, bestrijdt strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen de regels vast inzake de werking ervan.

Is er geen eenparigheid, dan kan een groep van ten minste negen lidstaten verzoeken dat het ontwerp van verordening aan de Europese Raad wordt voorgelegd. In dat geval wordt de procedure in de Raad geschorst. Na bespreking, en in geval van consensus, verwijst de Europese Raad, binnen vier maanden na die schorsing, het ontwerp ter aanneming terug naar de Raad.

 

Binnen dezelfde termijn, in geval van verschil van mening en indien ten minste negen lidstaten een nauwere samenwerking wensen aan te gaan op grond van de betrokken ontwerpverordening, stellen zij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie daarvan in kennis. In dat geval wordt de in artikelen 20, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 329, lid 1, van dit Verdrag bedoelde machtiging tot nauwere samenwerking geacht te zijn verleend en zijn de bepalingen betreffende nauwere samenwerking van toepassing.

 

Amendement 109

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 86 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De Europese Raad kan tegelijkertijd of later een besluit vaststellen tot wijziging van lid 1, teneinde de bevoegdheden van het Europees openbaar ministerie bij de bestrijding van ernstige criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie uit te breiden en dientengevolge tot wijziging van lid 2 wat betreft de plegers van en medeplichtigen aan zware misdrijven die verscheidene lidstaten schaden. De Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement en na raadpleging van de Commissie.

4.  Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure tegelijkertijd of later een besluit vaststellen tot wijziging van lid 1, teneinde de bevoegdheden van het Europees openbaar ministerie bij de bestrijding van ernstige criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie uit te breiden en dientengevolge tot wijziging van lid 2 wat betreft de plegers van en medeplichtigen aan zware misdrijven die verscheidene lidstaten schaden.

Amendement 110

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 87 – lid 3 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Raad kan volgens een bijzondere wetgevingsprocedure maatregelen vaststellen die betrekking hebben op de operationele samenwerking tussen de in dit artikel bedoelde autoriteiten. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen vaststellen die betrekking hebben op de operationele samenwerking tussen de in dit artikel bedoelde autoriteiten.

Amendement 111

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 87 – lid 3 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Is er geen eenparigheid, dan kan een groep van ten minste negen lidstaten verzoeken dat de ontwerpmaatregelen aan de Europese Raad wordt voorgelegd. In dat geval wordt de procedure in de Raad geschorst. Na bespreking, en in geval van consensus, verwijst de Europese Raad, binnen vier maanden na die schorsing, het ontwerp ter aanneming terug naar de Raad.

Een groep van ten minste negen lidstaten kan verzoeken dat de ontwerpmaatregelen aan de Europese Raad worden voorgelegd. In dat geval wordt de procedure in de Raad geschorst. Na bespreking, en in geval van consensus, verwijst de Europese Raad, binnen vier maanden na die schorsing, het ontwerp ter aanneming terug naar de Raad.

Amendement 112

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 108 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Commissie onderwerpt te zamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek. Zij stelt de dienstige maatregelen voor, welke de geleidelijke ontwikkeling of de werking van de interne markt vereist.

1.  De Commissie onderwerpt tezamen met de lidstaten de in die staten bestaande steunregelingen aan een voortdurend onderzoek, met inachtneming van de doelstellingen van de Unie als vermeld in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Zij stelt de dienstige maatregelen voor, welke de geleidelijke ontwikkeling, de verwezenlijking van deze doelstellingen of de werking van de interne markt vereist.

Amendement 113

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 115

Bestaande tekst

Amendement

Onverminderd artikel 114 stelt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, richtlijnen vast voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt.

Onverminderd artikel 114 stellen het Europees Parlement en de Raad na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité volgens de gewone wetgevingsprocedure richtlijnen vast voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt.

Amendement 114

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 119 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Teneinde de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde doelstellingen te bereiken, omvat het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de voorwaarden waarin de Verdragen voorzien, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op de nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op de interne markt en op de uitwerking van gemeenschappelijke doelstellingen en dat wordt gevoerd met inachtneming van het beginsel van een openmarkteconomie met vrije mededinging.

1.  Teneinde de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde doelstellingen te bereiken, omvat het optreden van de lidstaten en de Unie, onder de voorwaarden waarin de Verdragen voorzien, de invoering van een economisch beleid dat gebaseerd is op de nauwe coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, op de interne markt en op de uitwerking van gemeenschappelijke doelstellingen en dat wordt gevoerd met inachtneming van het beginsel van een openmarkteconomie met vrije mededinging die beoogt volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang te bewerkstelligen.

Amendement 115

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 121 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Raad stelt, op aanbeveling van de Commissie, een ontwerp op voor de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie, en legt zijn bevindingen in een verslag aan de Europese Raad voor.

Het Europees Parlement en de Raad stellen, op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de sociale partners, volgens de gewone wetgevingsprocedure een ontwerp op voor de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie, en legt zijn bevindingen in een verslag aan de Europese Raad voor.

Amendement 116

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 121 – lid 2 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

Uitgaande van deze conclusie neemt de Raad een aanbeveling aan, waarin deze globale richtsnoeren zijn vastgelegd. De Raad stelt het Europees Parlement van zijn aanbeveling in kennis.

Uitgaande van deze conclusie nemen het Europees Parlement en de Raad een aanbeveling aan, waarin deze globale richtsnoeren zijn vastgelegd.

Amendement 117

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 121 – lid 3 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Teneinde een nauwere coördinatie van het economisch beleid en een aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten te verzekeren, ziet de Raad aan de hand van door de Commissie ingediende rapporten toe op de economische ontwikkelingen in elke lidstaat en in de Unie, alsmede op de overeenstemming van het economisch beleid met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren en verricht hij regelmatig een algehele evaluatie.

Teneinde een nauwere coördinatie van het economisch beleid en een aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten te verzekeren, zien het Europees Parlement en de Raad aan de hand van door de Commissie ingediende rapporten en na raadpleging van de sociale partners toe op de economische ontwikkelingen in elke lidstaat en in de Unie, alsmede op de overeenstemming van het economisch beleid met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren en verricht hij regelmatig een algehele evaluatie.

Amendement 118

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 121 – lid 4 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Wanneer in het kader van de procedure van lid 3 blijkt dat het economisch beleid van een lidstaat niet overeenkomt met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren of de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar dreigt te brengen, kan de Commissie een waarschuwing tot de betrokken lidstaat richten. De Raad kan op aanbeveling van de Commissie de nodige aanbevelingen tot de lidstaat richten. De Raad kan op voorstel van de Commissie besluiten zijn aanbevelingen openbaar te maken.

Wanneer in het kader van de procedure van lid 3 blijkt dat het economisch beleid van een lidstaat niet overeenkomt met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren of de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar dreigt te brengen, kan de Commissie een waarschuwing tot de betrokken lidstaat richten. De Raad kan op aanbeveling van de Commissie de nodige aanbevelingen tot de lidstaat richten. Het Europees Parlement en de Raad kunnen op voorstel van de Commissie besluiten aanbevelingen van de Raad openbaar te maken.

Amendement 119

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 122 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Onverminderd de overige procedures waarin de Verdragen voorzien, kan de Raad op voorstel van de Commissie in een geest van solidariteit tussen de lidstaten bij besluit de voor de economische situatie passende maatregelen vaststellen, met name indien zich bij de voorziening van bepaalde producten, in het bijzonder op energiegebied, ernstige moeilijkheden voordoen.

Schrappen

Amendement 120

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 122 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  In geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, kan de Raad op voorstel van de Commissie, onder bepaalde voorwaarden financiële bijstand van de Unie aan de betrokken lidstaat verlenen. De voorzitter van de Raad stelt het Europees Parlement van het genomen besluit in kennis.

Schrappen

Amendement 121

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 126 – lid 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten zien erop toe dat de nodige investeringen worden gedaan om de Europese economische, sociale, milieu- en veiligheidsdoelstellingen te verwezenlijken.

Amendement 122

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 126 – lid 14 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Na raadpleging van het Europees Parlement en van de Europese Centrale Bank, neemt de Raad met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, passende bepalingen aan die in de plaats van voornoemd protocol komen.

Na raadpleging van de Europese Centrale Bank nemen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure passende bepalingen aan die in de plaats van voornoemd protocol komen.

Amendement 123

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 126 – lid 14 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

Onder voorbehoud van de andere bepalingen van dit lid, stelt de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, nadere voorschriften en definities voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol vast.

Onder voorbehoud van de andere bepalingen van dit lid stellen het Europees Parlement en de Raad op voorstel van de Commissie volgens de gewone wetgevingsprocedure nadere voorschriften en definities voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol vast.

Amendement 124

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 148 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Europese Raad beziet jaarlijks de werkgelegenheidssituatie in de Unie en neemt terzake conclusies aan, aan de hand van een gezamenlijk jaarverslag van de Raad en de Commissie.

1.  Het Europees Parlement en de Europese Raad bezien jaarlijks de werkgelegenheidssituatie in de Unie en nemen ter zake conclusies aan, aan de hand van een jaarverslag van de Commissie met informatie uit de in lid 3 bedoelde verslagen.

Amendement 125

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 148 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Op basis van de conclusies van de Europese Raad stelt de Raad jaarlijks, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en het in artikel 150 genoemde Raadgevend Comité voor de werkgelegenheid, richtsnoeren op, waarmee de lidstaten in hun werkgelegenheidsbeleid rekening houden. Deze richtsnoeren moeten verenigbaar zijn met de overeenkomstig artikel 121, lid 2, aangenomen globale richtsnoeren.

2.  Op basis van de conclusies van het Europees Parlement en de Europese Raad stellen het Europees Parlement en de Raad jaarlijks, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en het in artikel 150 genoemde Raadgevend Comité voor de werkgelegenheid, richtsnoeren op, waarmee de lidstaten in hun werkgelegenheidsbeleid rekening houden. Deze richtsnoeren vormen een aanvulling op de overeenkomstig artikel 121, lid 2, aangenomen globale richtsnoeren en hebben tot doel de uitvoering te waarborgen van de beginselen en rechten die zijn opgenomen in de Europese pijler van sociale rechten die het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in 2017 op de top van Göteborg hebben afgekondigd.

Amendement 126

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 148 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Elke lidstaat legt jaarlijks aan de Raad en aan de Commissie een verslag voor over de belangrijkste maatregelen welke genomen zijn om zijn werkgelegenheidsbeleid ten uitvoer te leggen in het licht van de in lid 2 bedoelde richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

3.  Elke lidstaat legt jaarlijks aan de Commissie een verslag voor over de belangrijkste maatregelen welke genomen zijn om zijn werkgelegenheidsbeleid ten uitvoer te leggen in het licht van de in lid 2 bedoelde richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

Amendement 127

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 148 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Op basis van de in lid 3 bedoelde verslagen en na ontvangst van de adviezen van het Raadgevend Comité voor de werkgelegenheid verricht de Raad jaarlijks een onderzoek naar de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten in het licht van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid. De Raad kan, op aanbeveling van de Commissie, aanbevelingen tot de lidstaten richten indien hij zulks in het licht van dat onderzoek dienstig acht.

4.  Op basis van de in lid 3 bedoelde verslagen verrichten het Europees Parlement en de Raad jaarlijks een onderzoek naar de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten in het licht van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid. Het Europees Parlement en de Raad kunnen, op aanbeveling van de Commissie, aanbevelingen tot de lidstaten richten indien zij zulks in het licht van dat onderzoek dienstig achten.

Amendement 128

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 148 – lid 5

Bestaande tekst

Amendement

5.  Op basis van de resultaten van dat onderzoek brengen de Raad en de Commissie jaarlijks gezamenlijk verslag uit aan de Europese Raad over de werkgelegenheidssituatie in de Unie en over de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

5.  Op basis van de resultaten van dat onderzoek brengt de Commissie jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Europese Raad over de werkgelegenheidssituatie in de Unie en over de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

Amendement 129

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 151 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Unie en de lidstaten stellen zich, indachtig sociale grondrechten zoals vastgelegd in het op 18 oktober 1961 te Turijn ondertekend Europees Sociaal Handvest en in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, ten doel de bevordering van de werkgelegenheid, de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt, alsmede een adequate sociale bescherming, de sociale dialoog, de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen om een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau mogelijk te maken, en de bestrijding van uitsluiting.

De Unie en de lidstaten stellen zich, indachtig sociale grondrechten zoals vastgelegd in het op 3 mei 1996 te Straatsburg ondertekende herziene Europees Sociaal Handvest, in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, in de Europese Pijler van sociale rechten en in het Handvest van de fundamentele rechten van de Europese Unie, ten doel de bevordering van de werkgelegenheid, de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt, alsmede een adequate sociale bescherming, de sociale dialoog, de ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen om een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau mogelijk te maken, en de bestrijding van uitsluiting.

Amendement 130

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 151 – alinea 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Specifieke bepalingen betreffende de definitie en tenuitvoerlegging van sociale vooruitgang en de verhouding tussen sociale grondrechten en ander beleid van de Unie worden vastgesteld in een aan de Verdragen gehecht protocol betreffende sociale vooruitgang in de Europese Unie.

Amendement 131

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 1 – punt b bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

b bis)  de rechtvaardige transitie en het anticiperen op veranderingen;

Amendement 132

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 1 – punt e

Bestaande tekst

Amendement

e)  de informatie en de raadpleging van de werknemers;

e)  de informatie, de raadpleging en de participatie van de werknemers;

Amendement 133

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 1 – punt i

Bestaande tekst

Amendement

i)  de gelijkheid van mannen en vrouwen wat hun kansen op de arbeidsmarkt en de behandeling op het werk betreft;

i)  de bevordering van gendergelijkheid wat kansen op de arbeidsmarkt en behandeling op het werk betreft;

Amendement 134

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 1 – punt j

Bestaande tekst

Amendement

j)  de bestrijding van sociale uitsluiting;

j)  de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting en de ondersteuning van sociale huisvesting;

Amendement 135

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 2 – alinea 1 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  op de in lid 1, onder a) tot en met i), bedoelde gebieden door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen die geleidelijk van toepassing zullen worden, met inachtneming van de in elk van de lidstaten bestaande omstandigheden en technische voorschriften. In deze richtlijnen wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor zou kunnen worden belemmerd.

b)  op de in lid 1, punten a) tot en met k), bedoelde gebieden door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen die geleidelijk van toepassing zullen worden, met inachtneming van de in elk van de lidstaten bestaande omstandigheden en technische voorschriften. In deze richtlijnen wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor zou kunnen worden belemmerd.

Amendement 136

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 2 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

Op de in lid 1, onder c), d), f) en g), bedoelde gebieden besluit de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en de beide Comités.

Schrappen

Amendement 137

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 2 – alinea 4

Bestaande tekst

Amendement

De Raad kan op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen besluiten dat de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is op lid 1, punten d), f) en g).

Schrappen

Amendement 138

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 153 – lid 4 – streepje 1 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

–  vormen geen geldige reden om de mate van bescherming die in de lidstaten reeds aan werknemers wordt geboden, te verlagen;

Amendement 139

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 157 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat het beginsel van gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wordt toegepast.

1.  Iedere lidstaat draagt er zorg voor dat het beginsel van gelijke beloning van alle werknemers, ongeacht hun gender, voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wordt toegepast.

Amendement 140

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 157 – lid 2 – alinea 2 – inleidende formule

Bestaande tekst

Amendement

Gelijke beloning zonder onderscheid naar kunne houdt in:

Gelijke beloning zonder discriminatie op grond van gender houdt in:

Amendement 141

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 157 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement en de Raad nemen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité maatregelen aan om de toepassing te waarborgen van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in werkgelegenheid en beroep, met inbegrip van het beginsel van gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.

3.  Het Europees Parlement en de Raad nemen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité maatregelen aan om de toepassing te waarborgen van de beginselen van gelijke kansen en gendergelijkheid in werkgelegenheid en beroep, met inbegrip van het beginsel van gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.

Amendement 142

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 157 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Het beginsel van gelijke behandeling belet niet dat een lidstaat, om volledige gelijkheid van mannen en vrouwen in het beroepsleven in de praktijk te verzekeren, maatregelen handhaaft of aanneemt waarbij specifieke voordelen worden ingesteld om de uitoefening van een beroepsactiviteit door het ondervertegenwoordigde geslacht te vergemakkelijken of om nadelen in de beroepsloopbaan te voorkomen of te compenseren.

4.  Het beginsel van gelijke behandeling belet niet dat een lidstaat, om volledige gendergelijkheid in het beroepsleven in de praktijk te verzekeren, maatregelen handhaaft of aanneemt waarbij specifieke voordelen worden ingesteld om de uitoefening van een beroepsactiviteit door ondervertegenwoordigde genders in al hun diversiteit te vergemakkelijken of om nadelen in de beroepsloopbaan te voorkomen of te compenseren.

Amendement 143

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 165 – lid 2 – streepje -1 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

–  gemeenschappelijke doelstellingen en normen te ontwikkelen voor onderwijs dat democratische waarden, de rechtsstaat en digitale en economische geletterdheid bevordert;

Amendement 144

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 165 – lid 2 – streepje 3

Bestaande tekst

Amendement

–  de samenwerking tussen onderwijsinstellingen te bevorderen;

–  de samenwerking en samenhang tussen de onderwijsstelsels te bevorderen, met behoud van culturele tradities en regionale diversiteit;

Amendement 145

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 166 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Unie legt inzake beroepsopleiding een beleid ten uitvoer waardoor de activiteiten van de lidstaten worden versterkt en aangevuld, met volledige eerbiediging van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud en de opzet van de beroepsopleiding.

1.  De Unie en de lidstaten voeren, na raadpleging van de sociale partners, maatregelen uit ter versterking van het beleid inzake beroepsopleiding, rekening houdend met de uiteenlopende nationale praktijken.

Amendement 146

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 166 – lid 2 – streepje 2

Bestaande tekst

Amendement

–  door verbetering van de initiële beroepsopleiding en van bij- en nascholing, de opneming en de wederopneming op de arbeidsmarkt te bevorderen;

–  door gemeenschappelijke normen voor beroepsopleiding te ontwikkelen en de initiële beroepsopleiding en bij- en nascholing te verbeteren om de opneming en de wederopneming op de arbeidsmarkt te bevorderen en de mobiliteit van werknemers in de Unie te vergroten;

Amendement 147

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 168 – lid 1 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs, en de controle van, de alarmering bij en de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid.

Het optreden van de Unie, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Dit optreden omvat de bestrijding van grote bedreigingen van de gezondheid, door het bevorderen van onderzoek naar de oorzaken, de overdracht en de preventie daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs, en de controle van, de alarmering bij en de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid volgens een geïntegreerde, uniforme aanpak om de gezondheid van mens, dier en milieu in evenwicht te houden en te optimaliseren.

Amendement 148

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 168 – lid 4 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied aan te nemen die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid;

b)  maatregelen op veterinair gebied, op het gebied van dierenwelzijn en op fytosanitair gebied aan te nemen die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid;

Amendement 149

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 168 – lid 4 – punt c bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

c bis)   maatregelen aan te nemen tot vaststelling van gemeenschappelijke indicatoren voor universele en gelijke toegang tot betaalbare gezondheidsdiensten van hoge kwaliteit, onder meer op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten;

Amendement 150

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 168 – lid 4 – punt c ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

c ter)   maatregelen aan te nemen voor het vroegtijdig melden, monitoren en beheersen van ernstige internationale bedreigingen van de gezondheid, met name bij pandemieën. Deze maatregelen beletten de lidstaten niet versterkte beschermende maatregelen te handhaven of vast te stellen wanneer deze noodzakelijk zijn;

Amendement 151

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 168 – lid 4 – punt c quater (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

c quater)   maatregelen aan te nemen voor het monitoren en coördineren van de toegang tot gemeenschappelijke diagnostiek, informatie en de behandeling van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, met inbegrip van zeldzame ziekten.

Amendement 152

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 179 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De Unie heeft tot doel haar wetenschappelijke en technologische grondslagen te versterken door de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte waarbinnen onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën vrij circuleren, tot de ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Unie en van haar industrie bij te dragen en de onderzoeksactiviteiten te bevorderen die uit hoofde van andere hoofdstukken van de Verdragen nodig worden geacht.

1.  De Unie heeft tot doel haar wetenschappelijke en technologische grondslagen te versterken door de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte waarbinnen onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologieën vrij circuleren, tot de ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Unie en van haar industrie bij te dragen, de onderzoeksactiviteiten te bevorderen die uit hoofde van andere hoofdstukken van de Verdragen nodig worden geacht, en de academische vrijheid en de vrijheid om wetenschappelijk onderzoek te verrichten en les te geven, te eerbiedigen en te bevorderen.

Amendement 153

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 189 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Om de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van haar beleid te bevorderen, stippelt de Unie een Europees ruimtevaartbeleid uit. Daartoe kan zij gemeenschappelijke initiatieven bevorderen, onderzoek en technologische ontwikkeling steunen en de nodige inspanningen coördineren voor de verkenning en het gebruik van de ruimte.

1.  Om de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van haar beleid te bevorderen, stippelt de Unie een gemeenschappelijk Europees ruimtevaartbeleid en een gemeenschappelijke Europese ruimtestrategie uit. Daartoe kan zij gemeenschappelijke initiatieven bevorderen, onderzoek en technologische ontwikkeling steunen en de nodige inspanningen coördineren voor de verkenning en het gebruik van de ruimte.

Amendement 154

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 189 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Om bij te dragen aan de verwezenlijking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen, stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de nodige maatregelen vast, die de vorm kunnen hebben van een Europees ruimtevaartprogramma, met uitsluiting van enige harmonisering van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

2.  Om bij te dragen aan de verwezenlijking van de in lid 1 bedoelde doelstellingen, stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de nodige maatregelen vast, die de vorm kunnen hebben van een Europees ruimtevaartprogramma, waarbij naar een gemeenschappelijk kader voor ruimtevaartactiviteiten wordt toegewerkt en bestaande internationale verdragen worden geratificeerd.

Amendement 155

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 191 – lid -1 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

-1.  Haar verantwoordelijkheid jegens toekomstige generaties indachtig beschermt de Europese Unie, handelend overeenkomstig de Verdragen, de natuurlijke grondslagen van het leven en dieren door het recht van de Unie, onder meer door uitvoerende en gerechtelijke maatregelen.

Amendement 156

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 191 – lid 1 – streepje 4

Bestaande tekst

Amendement

–  bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder de bestrijding van klimaatverandering.

–  bevordering op Unieniveau en op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder de bestrijding van klimaatverandering, de bescherming van de biodiversiteit en de uitvoering van de internationale verplichtingen van de Unie.

Amendement 157

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 191 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Unie streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio’s van de Unie. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt.

De Unie streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio’s van de Unie. Haar beleid berust op de “één gezondheid”-benadering en het voorzorgsbeginsel, alsook op het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Amendement 158

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 191 – lid 3 – streepje 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

–   het risico dat de grenzen van de planeet worden overschreden, waarbij zij het voorzorgsprincipe toepast;

Amendement 159

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 191 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 191 bis

 

1.  De Unie blijft, in overeenstemming met haar internationale verplichtingen, inspanningen leveren om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken en houdt zich aan de doelstelling om de broeikasgasemissies en ‑verwijderingen op het niveau van de Unie in evenwicht te brengen teneinde negatieve emissies te bereiken.

 

2.  Bij de vaststelling van ontwerpmaatregelen of wetgevingsvoorstellen, met inbegrip van begrotingsvoorstellen, streeft de Commissie ernaar die ontwerpmaatregelen en voorstellen in overeenstemming te brengen met de in lid 1 genoemde doelstellingen. Als dat niet het geval is, geeft de Commissie in het kader van de effectbeoordeling bij het desbetreffende voorstel de redenen daarvoor.

Amendement 160

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 192 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  In afwijking van de in lid 1 bedoelde besluitvormingsprocedure en onverminderd het bepaalde in artikel 114, neemt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, een besluit over:

Schrappen

a)   bepalingen van in hoofdzaak fiscale aard;

 

b)   maatregelen die van invloed zijn op:

 

–   de ruimtelijke ordening;

 

–   het kwantitatieve waterbeheer, of die rechtstreeks dan wel zijdelings betrekking hebben op de beschikbaarheid van de watervoorraden;

 

–   de bodembestemming, met uitzondering van het afvalstoffenbeheer;

 

c)   maatregelen die van aanzienlijke invloed zijn op de keuze van een lidstaat tussen verschillende energiebronnen en de algemene structuur van zijn energievoorziening.

 

De Raad kan, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, van het Economisch en Sociaal Comité en van het Comité van de Regio's, met eenparigheid van stemmen de gewone wetgevingsprocedure van toepassing verklaren op de in de eerste alinea genoemde gebieden.

 

Amendement 161

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 192 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s algemene actieprogramma’s vast waarin de te verwezenlijken prioritaire doelstellingen worden vastgelegd.

Schrappen

De voor de uitvoering van die programma’s nodige maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig lid 1, respectievelijk lid 2.

 

Amendement 162

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 1 – inleidende formule

Bestaande tekst

Amendement

1.  In het kader van de totstandbrenging en de werking van de interne markt en rekening houdend met de noodzaak om het milieu in stand te houden en te verbeteren, is het beleid van de Unie op het gebied van energie, in een geest van solidariteit tussen de lidstaten, erop gericht:

1.  In het kader van de totstandbrenging en de werking van de interne markt en rekening houdend met de noodzaak om het milieu in stand te houden en te verbeteren, is het gemeenschappelijk energiebeleid van de Unie, in een geest van solidariteit tussen de lidstaten, erop gericht:

Amendement 163

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 1 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  de continuïteit van de energievoorziening in de Unie te waarborgen,

b)  de continuïteit en de betaalbaarheid van de energievoorziening voor iedereen in de Unie te waarborgen;

Amendement 164

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 1 – punt c

Bestaande tekst

Amendement

c)  energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te stimuleren; en

c)  energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van nieuwe en duurzame energie te waarborgen om een energiesysteem op basis van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie tot stand te brengen; en

Amendement 165

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 1 – punt d

Bestaande tekst

Amendement

d)  de interconnectie van energienetwerken te bevorderen.

d)  de interconnectie van energienetwerken te waarborgen;

Amendement 166

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 1 – punt d bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

d bis)  het algehele energiesysteem ontwerpen in overeenstemming met internationale overeenkomsten om de klimaatverandering te beperken.

Amendement 167

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 2 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Zij zijn, onverminderd artikel 192, lid 2, onder c), niet van invloed op het recht van een lidstaat de voorwaarden voor de exploitatie van zijn energiebronnen te bepalen, op zijn keuze tussen verschillende energiebronnen of op de algemene structuur van zijn energievoorziening.

Schrappen

Amendement 168

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 194 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  In afwijking van lid 2, stelt de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, met eenparigheid van stemmen en na raadpleging van het Europees Parlement, de daarin bedoelde maatregelen vast die voornamelijk van fiscale aard zijn.

Schrappen

Amendement 169

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 206

Bestaande tekst

Amendement

Door de oprichting van een douane-unie, overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 32, levert de Unie in het gemeenschappelijk belang een bijdrage tot een harmonische ontwikkeling van de wereldhandel, tot de geleidelijke afschaffing van de beperkingen voor het internationale handelsverkeer en voor buitenlandse directe investeringen, en tot de vermindering van de douane- en andere belemmeringen.

Door de oprichting van een douane-unie, overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 32, levert de Unie in het gemeenschappelijk belang een bijdrage tot een harmonische ontwikkeling van een op regels gebaseerde multilaterale wereldhandel, tot de geleidelijke afschaffing van de beperkingen voor het internationale handelsverkeer en voor buitenlandse directe investeringen, en tot de vermindering van de douane- en andere belemmeringen, waarbij zij met name democratische waarden, goed bestuur, mensenrechten en duurzaamheid in de gemeenschappelijke handelspolitiek bevordert.

Amendement 170

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gegrond op eenvormige beginselen, met name aangaande tariefwijzigingen, het sluiten van tarief- en handelsakkoorden betreffende handel in goederen en diensten, en de handelsaspecten van intellectuele eigendom, de directe buitenlandse investeringen, het eenvormig maken van liberaliseringsmaatregelen, de uitvoerpolitiek alsmede de handelspolitieke beschermingsmaatregelen, waaronder de te nemen maatregelen in geval van dumping en subsidies. De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie.

1.  De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gegrond op eenvormige beginselen, met name aangaande tariefwijzigingen, het sluiten van tarief- en handelsakkoorden betreffende handel in goederen en diensten, en de handelsaspecten van intellectuele eigendom, buitenlandse investeringen, met inbegrip van bescherming van investeringen, economische veiligheid, het eenvormig maken van liberaliseringsmaatregelen, de uitvoerpolitiek alsmede de handelspolitieke beschermingsmaatregelen, waaronder de te nemen maatregelen in geval van dumping en subsidies. De gemeenschappelijke handelspolitiek wordt gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie alsmede haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit.

Amendement 171

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 3 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Commissie doet aanbevelingen aan de Raad, die haar machtigt de vereiste onderhandelingen te openen. De Raad en de Commissie zien erop toe dat die akkoorden verenigbaar zijn met het interne beleid en de interne voorschriften van de Unie.

Het Europees Parlement en de Raad machtigen de Commissie op aanbeveling van de Commissie om de vereiste onderhandelingen te openen. De Commissie ziet erop toe dat die akkoorden verenigbaar zijn met het interne beleid en de interne voorschriften van de Unie.

Amendement 172

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 3 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De Commissie voert de onderhandelingen in overleg met een speciaal comité dat door de Raad is aangewezen om haar daarin bij te staan, en binnen het bestek van de richtsnoeren welke de Raad haar kan verstrekken. De Commissie brengt aan het speciaal comité en het Europees Parlement regelmatig verslag uit over de stand van de onderhandelingen.

De Commissie voert de onderhandelingen in overleg met een bevoegde commissie van het Europees Parlement en een speciaal comité dat door de Raad is aangewezen om haar daarin bij te staan, en binnen het bestek van de richtsnoeren welke de Raad haar kan verstrekken. De Commissie brengt aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement en het door de Raad aangewezen speciaal comité regelmatig verslag uit over de stand van de onderhandelingen.

Amendement 173

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 3 – alinea 3 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

In afwijking van artikel 218, lid 5, kunnen het Europees Parlement en de Raad een besluit vaststellen waarbij toestemming wordt gegeven om een overeenkomst vóór de inwerkingtreding ervan voorlopig toe te passen.

Amendement 174

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 4 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van de in lid 3 bedoelde akkoorden besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van de in lid 3 bedoelde akkoorden besluit de Raad met gewone meerderheid van stemmen.

Amendement 175

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 4 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in diensten en betreffende de handelsaspecten van intellectuele eigendom en betreffende buitenlandse directe investeringen besluit de Raad met eenparigheid van stemmen voor zover het akkoord bepalingen bevat die met eenparigheid van stemmen worden vastgesteld wat interne voorschriften betreft.

Ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende de handel in diensten en betreffende de handelsaspecten van intellectuele eigendom en betreffende buitenlandse directe investeringen besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Amendement 176

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 4 – alinea 3 – inleidende formule

Bestaande tekst

Amendement

De Raad besluit ook met eenparigheid van stemmen ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende:

De Raad besluit ook met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van akkoorden betreffende:

Amendement 177

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 207 – lid 5 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

5 bis.  Er wordt een permanent mechanisme ingesteld om buitenlandse directe investeringen in de Unie te monitoren en te onderzoeken. Dit mechanisme kan worden gebruikt om de Europese belangen te beschermen.

Amendement 178

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Raad verleent machtiging tot het openen van de onderhandelingen, stelt de onderhandelingsrichtsnoeren vast, verleent machtiging tot ondertekening en sluit de overeenkomsten.

2.  De Raad verleent na goedkeuring door het Europees Parlement machtiging tot het openen van de onderhandelingen, stelt de onderhandelingsrichtsnoeren vast, verleent machtiging tot ondertekening en sluit de overeenkomsten.

Amendement 179

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

2 bis.  In afwijking van lid 2 mogen voor overeenkomsten die onder artikel 207 vallen, pas onderhandelingen worden geopend als het Europees Parlement en de Raad daar toestemming voor geven.

Amendement 180

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 6 – alinea 2 – inleidende formule

Bestaande tekst

Amendement

Tenzij de overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, stelt de Raad het besluit houdende sluiting van de overeenkomst vast:

Tenzij de overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, stelt de Raad, na goedkeuring door het Europees Parlement, het besluit houdende sluiting van de overeenkomst vast.

Amendement 181

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 6 – alinea 2 – punt a

Bestaande tekst

Amendement

a)  na goedkeuring door het Europees Parlement, in de volgende gevallen:

Schrappen

i)  associatieovereenkomsten;

 

ii)  toetreding van de Unie tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;

 

iii)  overeenkomsten die door de instelling van samenwerkingsprocedures een specifiek institutioneel kader scheppen;

 

iv)  overeenkomsten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de begroting van de Unie;

 

v)  overeenkomsten betreffende gebieden waarop de gewone wetgevingsprocedure, of, indien de goedkeuring van het Europees Parlement vereist is, de bijzondere wetgevingsprocedure van toepassing is.

 

In dringende gevallen kunnen het Europees Parlement en de Raad een termijn voor het geven van de goedkeuring overeenkomen;

 

Amendement 182

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 6 – alinea 2 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  na raadpleging van het Europees Parlement in de overige gevallen. Het Europees Parlement brengt advies uit binnen een termijn die de Raad naargelang van de urgentie kan bepalen. Indien er binnen die termijn geen advies is uitgebracht, kan de Raad besluiten.

Schrappen

Amendement 183

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 7

Bestaande tekst

Amendement

7.   Bij de sluiting van een overeenkomst kan de Raad, in afwijking van de leden 5, 6 en 9, de onderhandelaar machtigen om de wijzigingen die krachtens de overeenkomst volgens een vereenvoudigde procedure of door een bij de overeenkomst opgericht orgaan worden aangenomen, namens de Unie goed te keuren. De Raad kan aan deze machtiging bijzondere voorwaarden verbinden.

7.  Bij de sluiting van een overeenkomst kunnen het Europees Parlement en de Raad, in afwijking van de leden 5, 6 en 9, de onderhandelaar machtigen om de wijzigingen die krachtens de overeenkomst volgens een vereenvoudigde procedure of door een bij de overeenkomst opgericht orgaan worden aangenomen, namens de Unie goed te keuren. De Raad kan aan deze machtiging bijzondere voorwaarden verbinden.

Amendement 184

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 9

Bestaande tekst

Amendement

9.  De Raad stelt, op voorstel van de Commissie of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, een besluit vast tot schorsing van de toepassing van een overeenkomst en tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

9.  De Raad stelt, op voorstel van de Commissie of van de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en na goedkeuring door het Europees Parlement, een besluit vast tot schorsing van de toepassing van een overeenkomst en tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

(De wijziging van de woorden “hoge vertegenwoordiger van de Unie” geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet deze wijziging in de hele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement 185

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 218 – lid 10

Bestaande tekst

Amendement

10.  Het Europees Parlement wordt in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd.

10.  Het Europees Parlement wordt in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd, met inbegrip van de opening van de onderhandelingen, het onderhandelingsproces, de ondertekening en de uitvoering van de overeenkomsten, alsmede de opschorting van de in die overeenkomsten vastgelegde verplichtingen.

Amendement 186

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 222 – lid -1 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

-1.  In geval van een noodsituatie die gevolgen heeft voor de Europese Unie of een of meer lidstaten, kunnen het Europees Parlement en de Raad de Commissie buitengewone bevoegdheden verlenen, met inbegrip van bevoegdheden waardoor zij alle nodige instrumenten kan inzetten. Om een noodsituatie af te kondigen, besluit het Europees Parlement met meerderheid van stemmen van zijn leden en besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van het Europees Parlement of de Commissie.

 

In dat besluit waarbij een noodsituatie wordt afgekondigd en buitengewone bevoegdheden aan de Commissie worden verleend, worden de reikwijdte van de bevoegdheden, de nadere governanceregelingen en de geldigheidsduur daarvan vastgesteld.

 

Het Europees Parlement of de Raad kan het besluit te allen tijde met gewone meerderheid van stemmen herroepen.

 

De Raad en het Parlement kan het besluit te allen tijde herzien of verlengen volgens de procedure van de eerste alinea.

Amendement 187

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 223 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Het Europees Parlement stelt een ontwerp op met het oog op de vaststelling van de nodige bepalingen voor de rechtstreekse algemene verkiezing van zijn leden volgens een in alle lidstaten eenvormige procedure of volgens beginselen die alle lidstaten gemeen hebben.

1.  Het Europees Parlement stelt een voorstel voor een verordening op met het oog op de vaststelling van de nodige bepalingen voor de rechtstreekse algemene verkiezing van zijn leden volgens een in alle lidstaten eenvormige procedure of volgens beginselen die alle lidstaten gemeen hebben. De Raad kan dat voorstel volgens een bijzondere wetgevingsprocedure met gekwalificeerde meerderheid van stemmen verwerpen.

De Raad stelt met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na goedkeuring van het Europees Parlement, dat met meerderheid van stemmen van zijn leden een besluit neemt, de nodige bepalingen vast. Deze bepalingen treden pas in werking nadat zij door de lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn goedgekeurd.

Het Europees Parlement stelt met meerderheid van stemmen van zijn leden, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na goedkeuring door de Raad, die met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt, de nodige bepalingen vast.

Amendement 188

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 223 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  Het Europees Parlement bepaalt, op eigen initiatief volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen, na raadpleging van de Commissie en met goedkeuring van de Raad die hiertoe een besluit neemt, de voorschriften en algemene voorwaarden voor de vervulling van de taken van zijn leden. Voor regels en voorwaarden betreffende de belastingregeling voor leden of voormalige leden is eenparigheid van stemmen in de Raad vereist.

2.  Het Europees Parlement bepaalt, op eigen initiatief volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen, na raadpleging van de Commissie en met goedkeuring van de Raad die hiertoe een besluit neemt, de voorschriften en algemene voorwaarden voor de vervulling van de taken van zijn leden.

Amendement 189

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 225

Bestaande tekst

Amendement

Het Europees Parlement kan met meerderheid van stemmen van de leden waaruit het bestaat de Commissie verzoeken passende voorstellen in te dienen inzake aangelegenheden die naar het oordeel van het Parlement besluiten van de Unie voor de tenuitvoerlegging van de Verdragen vergen. Indien de Commissie geen voorstel indient, deelt zij de redenen daarvoor aan het Europees Parlement mee.

Het Europees Parlement kan overeenkomstig artikel 294 en met meerderheid van stemmen van zijn leden voorstellen aannemen betreffende aangelegenheden waarop de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is. Alvorens dit te doen, stelt het de Commissie in kennis van zijn voornemens.

Amendement 190

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 226 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

In het kader van de vervulling van zijn taken kan het Europees Parlement op verzoek van eenvierde van de leden waaruit het bestaat een tijdelijke enquêtecommissie instellen om, onverminderd de bij de Verdragen aan andere instellingen of organen verleende bevoegdheden, vermeende inbreuken op het recht van de Unie of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie te onderzoeken, behalve wanneer de vermeende feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure uitmaken en zolang deze procedure nog niet is voltooid.

In het kader van de vervulling van zijn taken stelt het Europees Parlement op verzoek van een derde van de leden waaruit het bestaat een tijdelijke enquêtecommissie in om, onverminderd de bij de Verdragen aan andere instellingen of organen verleende bevoegdheden, vermeende inbreuken op het recht van de Unie of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het recht van de Unie te onderzoeken, behalve wanneer de vermeende feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure uitmaken en zolang deze procedure nog niet is voltooid. De enquêtecommissie kan om het even welke getuige oproepen om deel te nemen aan een voor haar gehouden hoorzitting indien dit noodzakelijk is om haar taken te kunnen vervullen.

Amendement 191

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 226 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De nadere bepalingen betreffende de uitoefening van het enquêterecht worden volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen vastgesteld door het Europees Parlement, na goedkeuring door de Raad en de Commissie.

De nadere bepalingen betreffende de uitoefening van het enquêterecht worden door het Europees Parlement en de Raad, die besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, vastgesteld, op voorstel van het Europees Parlement en na raadpleging van de Commissie.

Amendement 192

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 234 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Wanneer aan het Europees Parlement een motie van afkeuring betreffende het beleid van de Commissie wordt voorgelegd, kan het Europees Parlement zich over deze motie niet eerder uitspreken dan ten minste drie dagen nadat de motie is ingediend en slechts bij openbare stemming.

Wanneer aan het Europees Parlement een collectieve motie van afkeuring betreffende het beleid van de Uitvoerende Macht of een individuele motie van afkeuring betreffende de werkzaamheden van een lid van de Uitvoerende Macht wordt voorgelegd, kan het Europees Parlement zich over deze motie niet eerder uitspreken dan ten minste drie dagen nadat de motie is ingediend en slechts bij openbare stemming.

 

(De wijziging van “de Commissie” en “lid van de Commissie” geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet deze wijziging in de hele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement 193

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 234 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Indien de motie van afkeuring wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen, welke een meerderheid van de leden van het Europees Parlement vertegenwoordigt, moeten de leden van de Commissie collectief ontslag nemen en moet ook de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid zijn functie in de Commissie neerleggen. Zij blijven in functie en blijven de lopende zaken behartigen totdat overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in hun vervanging is voorzien. In dat geval verstrijkt de ambtsperiode van de ter vervanging benoemde Commissieleden op de datum waarop de ambtstermijn van de collectief tot ontslag gedwongen Commissieleden zou zijn verstreken.

Indien de collectieve motie van afkeuring wordt aangenomen door een meerderheid van de leden van het Europees Parlement, nemen de leden van de Uitvoerende Macht collectief ontslag en leggen de secretaris van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de secretaris van de Unie voor economische governance hun taken binnen de Uitvoerende Macht neer. Zij blijven in functie en blijven de lopende zaken behartigen totdat overeenkomstig artikel 17 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in hun vervanging is voorzien. In dat geval verstrijkt de ambtsperiode van de ter vervanging benoemde leden van de Uitvoerende Macht op de datum waarop de ambtstermijn van de collectief tot ontslag gedwongen leden van de Uitvoerende Macht zou zijn verstreken.

Amendement 194

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 245 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De leden van de Commissie mogen gedurende hun ambtsperiode geen andere beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten. Bij hun ambtsaanvaarding verbinden zij zich plechtig om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode. Ingeval deze verplichtingen niet worden nagekomen, kan de Raad, met gewone meerderheid, of de Commissie zich wenden tot het Hof van Justitie, dat, al naar gelang van het geval, ontslag ambtshalve volgens artikel 247 of verval van het recht op pensioen of van andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen kan uitspreken.

De leden van de Commissie mogen gedurende hun ambtsperiode geen andere beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten. Bij hun ambtsaanvaarding verbinden zij zich plechtig om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode. Ingeval deze verplichtingen niet worden nagekomen, kan het Europees Parlement, de Raad, met gewone meerderheid, of de Commissie zich wenden tot het Hof van Justitie, dat, al naar gelang van het geval, ontslag ambtshalve volgens artikel 247 of verval van het recht op pensioen of van andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen kan uitspreken.

Amendement 195

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 246 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De Raad kan, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de voorzitter van de Commissie besluiten dat in een dergelijke vacature niet behoeft te worden voorzien, met name indien de resterende duur van de ambtstermijn van het lid kort is.

De Raad kan, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de voorzitter van de Uitvoerende Macht besluiten dat in een dergelijke vacature niet behoeft te worden voorzien, met name indien de resterende duur van de ambtstermijn van het lid kort is.

(De wijziging van de woorden “voorzitter van de Commissie” geldt voor de hele tekst. Indien dit amendement wordt aangenomen, moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)

Amendement 196

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 247

Bestaande tekst

Amendement

Op verzoek van de Raad, met gewone meerderheid, of van de Commissie kan elk lid van de Commissie dat niet meer aan de eisen voor de uitoefening van zijn ambt voldoet of op ernstige wijze is tekortgeschoten, door het Hof van Justitie van zijn ambt ontheven worden verklaard.

Op verzoek van het Europees Parlement, van de Raad, met gewone meerderheid, of van de Commissie kan elk lid van de Commissie dat niet meer aan de eisen voor de uitoefening van zijn ambt voldoet of op ernstige wijze is tekortgeschoten, door het Hof van Justitie van zijn ambt ontheven worden verklaard.

Amendement 197

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 258 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat een van de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, brengt zij dienaangaande een met redenen omkleed advies uit, na deze staat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken.

Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat een van de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, brengt zij dienaangaande binnen twaalf maanden een met redenen omkleed advies uit, na deze staat in de gelegenheid te hebben gesteld zijn opmerkingen te maken.

Amendement 198

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 258 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Indien de betrokken staat dit advies niet binnen de door de Commissie vastgestelde termijn opvolgt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Indien de betrokken staat dit advies niet binnen de die twaalf maanden opvolgt, maakt de Commissie de zaak aanhangig bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Amendement 199

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 259 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Ieder van de lidstaten kan zich wenden tot het Hof van Justitie van de Europese Unie, indien hij van mening is dat een andere lidstaat een van de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Het Europees Parlement of ieder van de lidstaten kan zich wenden tot het Hof van Justitie van de Europese Unie, indien hij van mening is dat een lidstaat een van de krachtens de Verdragen op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Amendement 200

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 259 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Voordat een lidstaat tegen een andere lidstaat een klacht indient op grond van een beweerde schending van de verplichtingen welke krachtens de Verdragen op deze laatste rusten, moet hij deze klacht aan de Commissie voorleggen.

Voordat het Europees Parlement of een lidstaat tegen een andere lidstaat een klacht indient op grond van een beweerde schending van de verplichtingen welke krachtens de Verdragen op deze laatste rusten, moet hij deze klacht aan de Commissie voorleggen.

Amendement 201

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 259 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De Commissie brengt een met redenen omkleed advies uit nadat aan de betrokken staten de gelegenheid is gegeven om over en weer schriftelijk en mondeling opmerkingen te maken.

De Commissie brengt een met redenen omkleed advies uit nadat aan de betrokken staten en, indien van toepassing, het Europees Parlement, de gelegenheid is gegeven om over en weer schriftelijk en mondeling opmerkingen te maken.

Amendement 202

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 260 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Indien de Commissie van oordeel is dat de betrokken lidstaat niet het nodige heeft gedaan om gevolg te geven aan het arrest van het Hof, kan zij, nadat zij deze staat de mogelijkheid heeft geboden zijn opmerkingen in te dienen, de zaak voor het Hof brengen. De Commissie vermeldt het bedrag van de door de betrokken lidstaat te betalen forfaitaire som of dwangsom die zij in de gegeven omstandigheden passend acht.

Indien de Commissie van oordeel is dat de betrokken lidstaat niet het nodige heeft gedaan om gevolg te geven aan het arrest van het Hof, brengt zij, nadat zij deze staat de mogelijkheid heeft geboden zijn opmerkingen in te dienen, de zaak binnen twaalf maanden na de uitspraak van het arrest voor het Hof. De Commissie vermeldt het bedrag van de door de betrokken lidstaat te betalen forfaitaire som of dwangsom die zij in de gegeven omstandigheden passend acht.

Amendement 203

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 262

Bestaande tekst

Amendement

Onverminderd de overige bepalingen van de Verdragen, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen bepalingen vaststellen waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, in een door hem te bepalen mate, de bevoegdheid wordt verleend uitspraak te doen in geschillen die verband houden met de toepassing van op grond van de Verdragen vastgestelde besluiten waarbij Europese intellectuele eigendomsrechten worden ingesteld. Deze bepalingen treden pas in werking nadat zij door de lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn goedgekeurd.

Onverminderd de overige bepalingen van de Verdragen, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na goedkeuring door het Europees Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bepalingen vaststellen waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, in een door hem te bepalen mate, de bevoegdheid wordt verleend uitspraak te doen in geschillen die verband houden met de toepassing van op grond van de Verdragen vastgestelde besluiten waarbij Europese intellectuele eigendomsrechten worden ingesteld. Deze bepalingen treden pas in werking nadat zij door de lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen zijn goedgekeurd.

Amendement 204

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 263 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid.

Te dien einde is het Hof bevoegd uitspraak te doen inzake elk door een lidstaat, het Europees Parlement, de Raad of de Commissie ingesteld beroep wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van de Verdragen of van enige uitvoeringsregeling daarvan, met name wat het subsidiariteitsbeginsel betreft, dan wel wegens misbruik van bevoegdheid.

Amendement 205

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 263 – alinea 4

Bestaande tekst

Amendement

Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan onder de in de eerste en tweede alinea vastgestelde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn of die hem rechtstreeks en individueel raken, alsmede tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen.

Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan onder de in de eerste en tweede alinea vastgestelde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die tot hem gericht zijn of die hem rechtstreeks raken, alsmede tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen.

Amendement 206

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 275 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Het Hof is evenwel bevoegd om toezicht te houden op de naleving van artikel 40 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en uitspraak te doen inzake beroepen die onder de in artikel 263, vierde alinea, van dit Verdrag bepaalde voorwaarden worden ingesteld betreffende het toezicht op de wettigheid van besluiten houdende beperkende maatregelen jegens natuurlijke personen of rechtspersonen, die door de Raad op grond van titel V, hoofdstuk 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn vastgesteld.

Schrappen

Amendement 207

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 285 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

In de Rekenkamer heeft één onderdaan van iedere lidstaat zitting. De leden van de Rekenkamer oefenen hun ambt volkomen onafhankelijk uit, in het algemeen belang van de Unie.

In de Rekenkamer heeft een aantal leden zitting dat overeenkomt met twee derde van het aantal lidstaten, de voorzitter inbegrepen. De leden van de Rekenkamer oefenen hun ambt volkomen onafhankelijk uit, in het algemeen belang van de Unie.

Amendement 208

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 285 – alinea 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

De leden van de Rekenkamer worden gekozen uit de onderdanen van de lidstaten volgens een toerbeurtsysteem op basis van strikte gelijkheid tussen de lidstaten dat toelaat de demografische en geografische verscheidenheid van de lidstaten te weerspiegelen. Dit systeem wordt overeenkomstig artikel 244 met gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Europese Raad vastgesteld.

Amendement 209

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 286 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De leden van de Rekenkamer worden voor zes jaar benoemd. De Raad stelt, na raadpleging van het Europees Parlement, de overeenkomstig de voordrachten van de lidstaten opgestelde lijst van leden vast. De leden van de Rekenkamer zijn herbenoembaar.

De leden van de Rekenkamer worden voor zes jaar benoemd. De Raad stelt, na goedkeuring door het Europees Parlement, de overeenkomstig de voordrachten van de lidstaten opgestelde lijst van leden vast. De leden van de Rekenkamer zijn herbenoembaar.

Amendement 210

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 294 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Commissie dient een voorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad.

2.  De Commissie dient een voorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad. Wanneer artikel 225 van toepassing is, dient het Europees Parlement zijn voorstel in bij de Raad. De Commissie wordt hiervan in kennis gesteld.

Amendement 211

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 294 – lid 3

Bestaande tekst

Amendement

3.  Het Europees Parlement stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt het mee aan de Raad.

3.  Het Europees Parlement stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt het mee aan de Raad. Wanneer artikel 225 van toepassing is, wordt het voorstel van het Parlement beschouwd als zijn standpunt in eerste lezing.

Amendement 212

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 294 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement goedkeurt, wordt de betrokken handeling vastgesteld in de formulering die overeenstemt met het standpunt van het Europees Parlement.

4.  Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement goedkeurt of binnen een jaar geen besluit heeft genomen, wordt de betrokken handeling vastgesteld in de formulering die overeenstemt met het standpunt van het Europees Parlement.

Amendement 213

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 294 – lid 7 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  het standpunt van de Raad in eerste lezing met een meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld;

b)  het standpunt van de Raad in eerste lezing met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen verwerpt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld;

Amendement 214

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 294 – lid 15 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Wanneer in de in de Verdragen bepaalde gevallen, op initiatief van een groep lidstaten, op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of op verzoek van het Hof van Justitie de gewone wetgevingsprocedure wordt gevolgd met betrekking tot een wetgevingshandeling, zijn lid 2, lid 6, tweede zin, en lid 9 niet van toepassing.

Wanneer in de in de Verdragen bepaalde gevallen, op initiatief van een groep lidstaten, naar aanleiding van een Europees burgerinitiatief, op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of op verzoek van het Hof van Justitie de gewone wetgevingsprocedure wordt gevolgd met betrekking tot een wetgevingshandeling, zijn lid 2, lid 6, tweede zin, en lid 9 niet van toepassing.

Amendement 215

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Zesde deel – titel I – hoofdstuk 2 bis (nieuw) – titel

Bestaande tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 2 bis

 

DE TOEPASSING VAN DE BEGINSELEN VAN SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

(Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid moet worden ingevoegd in het zesde deel, titel I, hoofdstuk 2 bis (nieuw) van het VWEU. Dit nieuwe hoofdstuk omvat de artikelen 299 bis tot en met 299 undecies (nieuw).)

Amendement 216

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 bis

 

Iedere instelling draagt er voortdurend zorg voor dat de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in acht worden genomen.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 1 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 217

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 ter

 

Alvorens een wetgevingshandeling voor te stellen, houdt de Commissie brede raadplegingen. Daarbij wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met de regionale en de lokale dimensie van het beoogde optreden. In buitengewoon dringende gevallen houdt de Commissie geen raadplegingen. Zij motiveert haar besluit in haar voorstel.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 2 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 218

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 quater (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 quater

 

Voor de toepassing van dit protocol worden onder "ontwerp van wetgevingshandeling" verstaan, de voorstellen van de Commissie, de initiatieven van een groep lidstaten, de initiatieven van het Europees Parlement, de verzoeken van het Hof van Justitie, de aanbevelingen van de Europese Centrale Bank en de verzoeken van de Europese Investeringsbank, met het oog op de vaststelling van een wetgevingshandeling.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 3 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 219

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 quinquies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 quinquies

 

De Commissie zendt haar ontwerpen van wetgevingshandelingen en gewijzigde ontwerpen gelijktijdig toe aan de nationale parlementen en de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden en aan de wetgever van de Unie.

 

Het Europees Parlement zendt zijn ontwerpen van wetgevingshandelingen en gewijzigde ontwerpen toe aan de nationale parlementen en de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden.

 

De Raad zendt de ontwerpen van wetgevingshandelingen en gewijzigde ontwerpen die uitgaan van een groep lidstaten, het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank toe aan de nationale parlementen en de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden.

 

De wetgevingsresoluties van het Europees Parlement en de standpunten van de Raad worden, zodra zij zijn aangenomen respectievelijk vastgesteld, door de betrokken instelling toegezonden aan de nationale parlementen en de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden.

(Dit amendement is gebaseerd op de bewoording van artikel 4 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.)

Amendement 220

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 sexies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 sexies

 

De ontwerpen van wetgevingshandelingen worden gemotiveerd in het licht van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

 

Ieder ontwerp van wetgevingshandeling bevat een subsidiariteits- en evenredigheidsmemorandum, met een uitgebreide toelichting van de elementen op basis waarvan de naleving van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid kan worden beoordeeld. Dat memorandum moet elementen bevatten waarmee de financiële gevolgen van het ontwerp kunnen worden beoordeeld, alsook - in het geval van een richtlijn - het effect ervan op de door de lidstaten vast te stellen regelgeving, inclusief – waar toepasselijk – de regionale regelgeving.

 

De redenen voor de conclusie dat een doelstelling van de Unie beter bereikt kan worden door de Unie, worden met kwalitatieve en, zo mogelijk, kwantitatieve indicatoren gestaafd. In de ontwerpen van wetgevingshandelingen wordt er rekening mee gehouden dat alle, financiële of administratieve, lasten voor de Unie, de nationale regeringen, de regionale of lokale overheden, het bedrijfsleven en de burgers tot een minimum moeten worden beperkt en in verhouding moeten staan tot het te bereiken doel.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 5 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 221

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 septies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 septies

 

Ieder nationaal parlement en iedere kamer van een van die parlementen kan binnen een termijn van twaalf weken vanaf de datum van toezending van een ontwerp van Europese wetgevingshandeling aan de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, in de officiële talen van de Unie, een gemotiveerd advies toezenden waarin wordt uiteengezet waarom het betrokken ontwerp zijns inziens niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Ieder nationaal parlement of iedere kamer van een nationaal parlement neemt het advies van de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden op in zijn met redenen omkleed advies wanneer er gevolgen kunnen zijn voor regionale exclusieve bevoegdheden. De Commissie antwoordt binnen twaalf weken.

 

Indien het ontwerp van wetgevingshandeling uitgaat van een groep lidstaten zendt de voorzitter van de Raad het advies toe aan de regeringen van die lidstaten.

 

Indien het ontwerp van wetgevingshandeling afkomstig is van het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank zendt de voorzitter van de Raad het advies toe aan de betrokken instelling of het betrokken orgaan.

 

De Commissie houdt in haar jaarverslagen over de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid rekening met gemotiveerde adviezen die zij heeft ontvangen van nationale parlementen en regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden. Wanneer nationale parlementen een aanzienlijk aantal met redenen omklede adviezen over een bepaald wetgevingsvoorstel indienen, stelt de Commissie tijdens de wetgevingsprocedure ook informatie over de bezwaren ter beschikking van de Raad en het Parlement.

(Dit amendement is gebaseerd op artikel 6 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.)

Amendement 222

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 octies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 octies

 

Ieder nationaal parlement of iedere kamer van een nationaal parlement kan het Europees Parlement of de Commissie verzoeken passende voorstellen in te dienen betreffende aangelegenheden die naar hun oordeel een handeling van de Unie voor de tenuitvoerlegging van de Verdragen vergen.

 

Wanneer een instelling een verzoek overeenkomstig de eerste alinea ontvangt, maar niet binnen zes maanden een voorstel indient, stelt zij het nationale parlement, het Comité van de Regio’s en, indien van toepassing, het Europees Parlement in kennis van de redenen waarom zij dit niet doet.

(Met dit amendement wordt in Protocol nr. 2 een nieuw artikel ingevoegd.)

Amendement 223

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 nonies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 nonies

 

1.   Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, alsmede in voorkomend geval, de groep lidstaten, het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank, indien het ontwerp van wetgevingshandeling van hen uitgaat, houden rekening met de gemotiveerde adviezen die de nationale parlementen of een kamer van een van deze parlementen tot hen richten.

 

Ieder nationaal parlement heeft twee stemmen, die worden toegewezen op grond van het nationale parlementaire stelsel. In een nationaal parlementair stelsel met twee kamers heeft elk van de twee kamers een stem.

 

2.   Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een derde vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld overeenkomstig lid 1, tweede alinea, moet het ontwerp opnieuw in overweging worden genomen. Deze drempel bedraagt een vierde indien het een ontwerp van wetgevingshandeling betreft dat is ingediend op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

 

Op grond van de heroverweging kan de Commissie of, in voorkomend geval, de groep lidstaten, het Europees Parlement, het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank, indien het ontwerp van wetgevingshandeling van hen uitgaat, besluiten het ontwerp te handhaven, te wijzigen of in te trekken. Dit besluit moet worden gemotiveerd.

 

3.   Voorts moet, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld overeenkomstig de tweede alinea van lid 1, het voorstel opnieuw in overweging worden genomen. Op grond van die heroverweging kan de Commissie besluiten het voorstel te handhaven, te wijzigen of in te trekken.

 

Indien de Commissie besluit het voorstel te handhaven, moet zij in een gemotiveerd advies verantwoorden waarom het voorstel haars inziens strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Dit gemotiveerd advies, alsmede de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen, moeten ter overweging in de procedure worden voorgelegd aan de wetgever van de Unie:

 

a)  alvorens de eerste lezing af te sluiten, beoordeelt de wetgever (het Europees Parlement en de Raad) of het wetgevingsvoorstel met het subsidiariteitsbeginsel strookt, waarbij hij met name rekening houdt met de door de meerderheid van de nationale parlementen geformuleerde en gedeelde redenen, alsook met het gemotiveerd advies van de Commissie;

 

b)  indien de wetgever met een meerderheid van 55 % van de leden van de Raad of een meerderheid van de uitgebrachte stemmen in het Europees Parlement van oordeel is dat het voorstel niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, wordt het wetgevingsvoorstel niet verder in beschouwing genomen.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 7 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 224

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 decies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 decies

 

Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd uitspraak te doen inzake ieder beroep wegens schending door een wetgevingshandeling van het subsidiariteitsbeginsel, dat op de wijze als bepaald in artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt ingesteld door een lidstaat, of door een lidstaat overeenkomstig zijn rechtsorde wordt toegezonden namens zijn nationaal parlement of een kamer van dat parlement.

 

Op de wijze als bepaald in datzelfde artikel kan ook het Comité van de Regio’s een dergelijk beroep instellen tegen wetgevingshandelingen voor de vaststelling waarvan het volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet worden geraadpleegd.

(In dit amendement wordt de bewoording van artikel 8 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid overgenomen.)

Amendement 225

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 299 undecies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 299 undecies

 

De Commissie brengt jaarlijks aan de Europese Raad, aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de nationale parlementen en aan de regionale parlementen met wetgevende bevoegdheden verslag uit over de toepassing van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat jaarverslag wordt ook aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio’s toegezonden.

(Dit amendement is gebaseerd op de bewoording van artikel 9 van Protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.)

Amendement 226

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 311 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  De Raad stelt volgens een bijzondere wetgevingsprocedure bij verordeningen de uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie vast voor zover het krachtens de derde alinea vastgestelde besluit daarin voorziet. De Raad besluit na goedkeuring door het Europees Parlement.

4.   Het Europees Parlement en de Raad, die met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt, stellen volgens een bijzondere wetgevingsprocedure gezamenlijk de uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie vast voor zover het krachtens de derde alinea vastgestelde besluit daarin voorziet.

Amendement 227

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 312 – lid 1 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Het meerjarig financieel kader wordt vastgesteld voor een periode van ten minste vijf jaar.

Het meerjarig financieel kader wordt vastgesteld voor een periode van vijf tot zeven jaar.

Amendement 228

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 312 – lid 2 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

De Raad stelt volgens een bijzondere wetgevingsprocedure een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader vast. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement, dat zich uitspreekt bij meerderheid van zijn leden.

Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader vast.

Amendement 229

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 312 – lid 2 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Europese Raad kan met eenparigheid van stemmen een besluit vaststellen op grond waarvan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen kan besluiten bij de vaststelling van de in de eerste alinea bedoelde verordening.

Schrappen

Amendement 230

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 319 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.   Op aanbeveling van de Raad verleent het Europees Parlement aan de Commissie kwijting voor de uitvoering van de begroting. Te dien einde onderzoekt het, na de Raad, de rekeningen, de financiële balans en het evaluatieverslag genoemd in artikel 318, het jaarverslag van de Rekenkamer tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen op de opmerkingen van de Rekenkamer, de in artikel 287, lid 1, tweede alinea, genoemde verklaring, alsmede de relevante speciale verslagen van de Rekenkamer.

1.   Op aanbeveling van de Raad verleent het Europees Parlement aan de Commissie kwijting voor de uitvoering van de begroting. Daarnaast verleent het Europees Parlement kwijting aan andere instellingen, organen en instanties met betrekking tot de uitvoering van hun begrotingsafdelingen dan wel hun begrotingen, in overeenstemming met de in artikel 322 vastgelegde voorwaarden. Te dien einde onderzoekt het, na de Raad, de rekeningen, de financiële balans en het evaluatieverslag genoemd in artikel 318, het jaarverslag van de Rekenkamer tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen op de opmerkingen van de Rekenkamer, de in artikel 287, lid 1, tweede alinea, genoemde verklaring, alsmede de relevante speciale verslagen van de Rekenkamer.

Amendement 231

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 329 – lid 2 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De toestemming om een nauwere samenwerking aan te gaan, wordt verleend bij een besluit van de Raad, die met eenparigheid van stemmen besluit.

De toestemming om een nauwere samenwerking aan te gaan, wordt verleend bij een besluit van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, met uitzondering van besluiten betreffende missies of operaties met een uitvoerend mandaat als bedoeld in artikel 42, lid 4 bis, tweede alinea, van het Verdrag van Europese Unie.

Amendement 232

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 330 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Eenparigheid van stemmen wordt alleen door de stemmen van de vertegenwoordigers van de deelnemende staten gevormd.

Schrappen

Amendement 233

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 330 – alinea 3

Bestaande tekst

Amendement

De gekwalificeerde meerderheid wordt bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3.

Schrappen

Amendement 234

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 333

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 333

Schrappen

1.  Indien een bepaling van de Verdragen die in het kader van een nauwere samenwerking kan worden toegepast, bepaalt dat de Raad met eenparigheid van stemmen besluit, kan de Raad met eenparigheid van stemmen overeenkomstig het bepaalde in artikel 330, een besluit vaststellen waarin wordt bepaald dat hij met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zal besluiten.

 

2.  Indien een bepaling van de Verdragen die in het kader van een nauwere samenwerking kan worden toegepast, bepaalt dat de Raad handelingen volgens een bijzondere wetgevingsprocedure vaststelt, kan de Raad met eenparigheid van stemmen overeenkomstig het bepaalde in artikel 330, een besluit vaststellen waarin wordt bepaald dat hij volgens de gewone wetgevingsprocedure zal besluiten. De Raad besluit na raadpleging van het Europees Parlement.

 

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op besluiten die gevolgen hebben op militair of defensiegebied.

 

Amendement 235

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 342

Bestaande tekst

Amendement

De regeling van het taalgebruik door de instellingen van de Unie wordt, onverminderd de bepalingen van het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, door de Raad met eenparigheid van stemmen bij verordeningen vastgesteld.

De regeling van het taalgebruik door de instellingen van de Unie wordt, onverminderd de bepalingen van het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, na goedkeuring door het Europees Parlement door de Raad met eenparigheid van stemmen bij verordeningen vastgesteld.

Amendement 236

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 346 – lid 1 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  elke lidstaat kan de maatregelen nemen die hij noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van zijn veiligheid en die betrekking hebben op de productie van of de handel in wapenen, munitie en oorlogsmateriaal; die maatregelen mogen de mededingingsverhoudingen op de interne markt niet wijzigen voor producten die niet bestemd zijn voor specifiek militaire doeleinden.

b)  elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van maatregelen die hij noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van zijn veiligheid en die betrekking hebben op de productie van of de handel in wapenen, munitie en oorlogsmateriaal; die maatregelen mogen de mededingingsverhoudingen op de interne markt niet wijzigen voor producten die niet bestemd zijn voor specifiek militaire doeleinden.

Amendement 237

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 346 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2.  De Raad kan met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie wijzigingen aanbrengen in de lijst van de producten waarop de bepalingen van lid 1, onder b), van toepassing zijn, die hij op 15 april 1958 heeft vastgesteld.

2.  Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure op voorstel van de Commissie wijzigingen aanbrengen in de lijst van de producten waarop de bepalingen van lid 1, punt b), van toepassing zijn, die de Raad op 15 april 1958 heeft vastgesteld.

Amendement 238

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 352 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1.  Indien een optreden van de Unie in het kader van de beleidsgebieden van de Verdragen nodig blijkt om een van de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken zonder dat deze Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen passende bepalingen vast. Wanneer de bepalingen door de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure worden vastgesteld, besluit hij eveneens met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring van het Europees Parlement.

1.  Indien een optreden van de Unie in het kader van de beleidsgebieden van de Verdragen nodig blijkt om een van de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken zonder dat deze Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien, stelt de Raad, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen passende bepalingen vast. Wanneer de bepalingen door de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure worden vastgesteld, besluit hij eveneens met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring door het Europees Parlement.

Amendement 239

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 352 – lid 4

Bestaande tekst

Amendement

4.  Dit artikel kan niet als basis dienen voor het verwezenlijken van doelstellingen die tot het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid behoren en elke overeenkomstig dit artikel vastgestelde handeling eerbiedigt de in artikel 40, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie gestelde beperkingen.

Schrappen

Amendement 240

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 354 – alinea 1

Bestaande tekst

Amendement

Voor de toepassing van artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in verband met de schorsing van bepaalde rechten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie, neemt het lid van de Europese Raad of van de Raad dat de betrokken lidstaat vertegenwoordigt, niet deel aan de stemming, en de betrokken lidstaat wordt niet in aanmerking genomen bij de berekening van het in de leden 1 en 2 van dat artikel voorgeschreven derde of vier vijfde deel van de lidstaten. Onthouding van stemming door aanwezige of vertegenwoordigde leden vormt geen beletsel voor het vaststellen van de in lid 2 van dat artikel bedoelde besluiten.

Voor de toepassing van artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in verband met de schorsing van bepaalde rechten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Unie, neemt het lid van de Europese Raad of van de Raad dat de betrokken lidstaat vertegenwoordigt, niet deel aan de stemming, en de betrokken lidstaat wordt niet in aanmerking genomen bij de berekening van het in de leden 1 en 2 van dat artikel voorgeschreven derde deel van de lidstaten en de in de leden 1 en 2 van dat artikel voorgeschreven gekwalificeerde meerderheid in de Raad. Onthouding van stemming door aanwezige of vertegenwoordigde leden vormt geen beletsel voor het vaststellen van de in lid2 van dat artikel bedoelde besluiten.

Amendement 241

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 354 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

Voor de vaststelling van de in artikel 7, leden 3 en 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde besluiten, wordt de gekwalificeerde meerderheid bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder b), van dit Verdrag.

Voor de vaststelling van de in artikel 7, leden 1 tot en met 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde besluiten, wordt de gekwalificeerde meerderheid bepaald overeenkomstig artikel 16, lid 4 bis, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Amendement 242

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 355 – lid 2 – alinea 2

Bestaande tekst

Amendement

De Verdragen zijn niet van toepassing op de landen en gebieden overzee die met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland bijzondere betrekkingen onderhouden, die niet op bovengenoemde lijst voorkomen.

Schrappen

Amendement 243

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 355 – lid 5 – punt b

Bestaande tekst

Amendement

b)  zijn de Verdragen niet van toepassing op Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen, uitgezonderd voor zover nodig om de uitvoering te waarborgen van de regelingen als vervat in het protocol betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen dat gehecht is aan de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en in overeenstemming met dat protocol;

Schrappen

Amendement 244

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 355 – lid 5 – punt c

Bestaande tekst

Amendement

c)  zijn de bepalingen van de Verdragen op de Kanaaleilanden en op het eiland Man slechts van toepassing voor zover noodzakelijk ter verzekering van de toepassing van de regeling die voor deze eilanden is vastgesteld in het op 22 januari 1972 ondertekende Verdrag betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Schrappen

Amendement 245

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Artikel 3

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Het recht op menselijke integriteit

Het recht op menselijke integriteit en lichamelijke autonomie

1.  Eenieder heeft recht op lichamelijke en geestelijke integriteit.

1.  Eenieder heeft recht op lichamelijke en geestelijke integriteit.

2.   In het kader van de geneeskunde en de biologie moeten met name in acht worden genomen:

2.   In het kader van de geneeskunde en de biologie moeten met name in acht worden genomen:

a)   de vrije en geïnformeerde toestemming van de betrokkene, volgens de bij de wet bepaalde regels;

a)   de vrije en geïnformeerde toestemming van de betrokkene, volgens de bij de wet bepaalde regels;

b)   het verbod van eugenetische praktijken, met name die welke selectie van personen tot doel hebben;

b)   het verbod van eugenetische praktijken, met name die welke selectie van personen tot doel hebben;

c)   het verbod om het menselijk lichaam en bestanddelen daarvan als zodanig als bron van financieel voordeel aan te wenden;

c)   het verbod om het menselijk lichaam en bestanddelen daarvan als zodanig als bron van financieel voordeel aan te wenden;

d)   het verbod van het reproductief kloneren van mensen.

d)   het verbod van het reproductief kloneren van mensen.

 

2 bis.  Eenieder heeft recht op lichamelijke autonomie, op vrije, geïnformeerde, volledige en universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en op alle daarmee verband houdende gezondheidsdiensten, zonder discriminatie, met inbegrip van veilige, legale abortus.

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2024Juridische mededeling - Privacybeleid