Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 december 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 wat betreft de minimumeisen voor minimale onderbrekingen en dagelijkse en wekelijkse rusttijden in de sector van het ongeregeld personenvervoer (COM(2023)0256 – C9-0178/2023 – 2023/0155(COD))(1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 3
(3) De sector van het ongeregeld personenvervoer over de weg vertoont echter andere kenmerken dan die van het goederenvervoer of het geregelde personenvervoer over de weg, namelijk een hoge seizoensgebondenheid en verschillende rijtijden, die afhangen van de toeristische activiteiten van de passagiers. Waar mogelijk moet worden ingespeeld op ongeplande verzoeken van passagiers in termen van extra haltes en wijzigingen van de route of de dienstregeling. Bij ongeregeld personenvervoer over de weg is de rijtijd doorgaans korter dan bij vrachtvervoer of geregeld busvervoer. De bestuurders slapen meestal ook in hotels en rijden zelden ’s nachts. Het is echter mogelijk dat de bestuurders tijdens de arbeidstijd extra activiteiten moeten verrichten, vaak als gevolg van interacties met passagiers.
(3) De sector van het ongeregeld personenvervoer over de weg vertoont echter andere kenmerken dan die van het goederenvervoer of het geregelde personenvervoer over de weg, namelijk een hoge seizoensgebondenheid en verschillende rijtijden en uiteenlopende rijafstanden, die afhangen van de toeristische activiteiten van de passagiers. Waar mogelijk moet worden ingespeeld op de behoeften van de passagiers, zoals ongeplande verzoeken van passagiers in termen van extra haltes en wijzigingen van de route of de dienstregeling. Bij ongeregeld personenvervoer over de weg is de rijtijd doorgaans korter dan bij vrachtvervoer of geregeld busvervoer. De bestuurders slapen meestal ook in hotels en rijden zelden ’s nachts. Het is echter mogelijk dat de bestuurders tijdens de arbeidstijd extra activiteiten moeten verrichten, vaak als gevolg van interacties met passagiers.
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 6
(6) Flexibelere regels voor de planning van de onderbrekingen en rusttijden van bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, mogen op geen enkele wijze de veiligheid van de bestuurders, de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden in gevaar brengen, noch de vermoeidheid van de bestuurders doen toenemen. Een dergelijke flexibiliteit mag derhalve geen wijziging brengen in de huidige regels inzake de totale minimumonderbrekingen, de maximale rijtijden per dag en per week en de maximale tweewekelijkse rijtijd.
(6) Flexibelere regels voor de planning van de onderbrekingen en rusttijden van bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, mogen op geen enkele wijze de veiligheid van de bestuurders, de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden in gevaar brengen, noch de vermoeidheid van de bestuurders doen toenemen. Een dergelijke flexibiliteit mag derhalve geen wijziging brengen in de huidige regels inzake de totale minimumonderbrekingen, de maximale rijtijden per dag en per week, de maximale tweewekelijkse rijtijd en de maximale arbeidstijd.
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 8
(8) Meer flexibiliteit bij de planning van onderbrekingen voor bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, mag deze bestuurders er niet van weerhouden onderbrekingen te nemen van een minimumduur die nodig is om naar behoren te kunnen rusten. Daarom moet voor elke onderbreking een minimumduur worden vastgesteld. Bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, moeten daarom de mogelijkheid krijgen hun verplichte onderbreking op te splitsen in drie afzonderlijke onderbrekingen van ten minste 15 minuten elk, naast de reeds voorziene mogelijkheid om de onderbreking op te splitsen.
(8) Meer flexibiliteit bij de planning van onderbrekingen voor bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, mag onder geen beding tot meer vermoeidheid of stress bij bestuurders leiden, en er moet voor worden gezorgd dat zij onderbrekingen nemen van een minimumduur die nodig is om naar behoren en voldoende te kunnen rusten. Daarom moet voor elke onderbreking een minimumduur worden vastgesteld. Bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, moeten de mogelijkheid krijgen hun verplichte onderbreking op te splitsen in twee afzonderlijke onderbrekingen van ten minste 15 minuten elk, met inachtneming van de totale vereiste rusttijd van minimaal 45 minuten. Meer flexibiliteit bij de planning van deze onderbrekingen mag bestuurders er echter niet van weerhouden onderbrekingen te nemen die langer duren dan de vereiste minimumduur of extra onderbrekingen te nemen.
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 9
(9) Om ervoor te zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van een grotere flexibiliteit bij de planning van rusttijden van bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, is het van essentieel belang de reikwijdte van deze flexibiliteit duidelijk af te bakenen en te voorzien in passende controles. Bestuurders moeten daarom het begin van hun dagelijkse rusttijden met maximaal 1 of 2 uur kunnen uitstellen wanneer de rijtijd voor die dag niet meer dan 5 respectievelijk 7uur bedraagt, en mogen de start alleen uitstellen wanneer zij reizen van 8 dagen of langer uitvoeren. Elke afwijking mag slechts één keer worden toegestaan tijdens de duur van de reis. Het moet ook mogelijk zijn dergelijke omstandigheden te controleren met een afdruk uit het controleapparaat of het dienstrooster, naast de tachograafgegevens.
(9) Om ervoor te zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van een grotere flexibiliteit bij de planning van rusttijden van bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten, is het van essentieel belang de reikwijdte van deze flexibiliteit duidelijk af te bakenen en te voorzien in passende controles door de bevoegde nationale autoriteiten, met de steun van de Europese Arbeidsautoriteit (ELA). Bestuurders moeten daarom het begin van hun dagelijkse rusttijden met maximaal 1uur kunnen uitstellen wanneer de rijtijd voor die dag niet meer dan 7uur bedraagt, en mogen de start alleen uitstellen wanneer zij reizen van 6 dagen of langer uitvoeren. Voor reizen van ten minste 6 dagen moet het de bestuurders worden toegestaan eenmaal hun dagelijkse rusttijd met 1 uur uit te stellen.Deze flexibiliteit mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen en moet worden beperkt tijdens de duur van de reis. Met het oog op een doeltreffende en efficiënte handhaving en om dergelijke omstandigheden te controleren, moet vóór het begin van de reis een digitaal reisblad elektronisch worden geregistreerd, naast de tachograafgegevens en de afdruk uit het controleapparaat of het dienstrooster.
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 10
(10) Wanneer de mogelijkheid om de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur uit te stellen, wordt beperkt tot uitsluitend ongeregeld internationaal personenvervoer, gaat dit ten koste van onverstoorde en eerlijke concurrentie tussen exploitanten, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen. Ongeregeld binnenlands personenvervoer mag worden aangeboden onder dezelfde voorwaarden als ongeregeld internationaal personenvervoer, zowel wat de afgelegde afstand als wat de duur of de aan de passagiers verleende diensten betreft. Deze mogelijkheid moet daarom ook gelden voor ongeregeld binnenlands personenvervoer.
(10) Wanneer de mogelijkheid om de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur uit te stellen, wordt beperkt tot uitsluitend ongeregeld internationaal personenvervoer, gaat dit ten koste van gelijke behandeling en onverstoorde en eerlijke concurrentie tussen exploitanten, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen. Ongeregeld binnenlands personenvervoer mag worden aangeboden onder dezelfde voorwaarden als ongeregeld internationaal personenvervoer, zowel wat de afgelegde afstand als wat de duur of de aan de passagiers verleende diensten betreft. Deze mogelijkheid moet daarom ook gelden voor ongeregeld binnenlands personenvervoer.
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis) Met het oog op een doeltreffende en efficiënte handhaving moeten betere controlemaatregelen en -vereisten worden vastgesteld, waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van digitale instrumenten. Om controles mogelijk te maken op de afwijking om de dagelijkse rusttijd uit te stellen en de mogelijkheid om de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende periodes van 24 uur uit te stellen, moet vóór het begin van de reis een digitaal reisblad elektronisch worden geregistreerd, naast de tachograafgegevens en de afdruk uit het controleapparaat of het dienstrooster. De digitale reisbladen moeten tijdens controles langs de weg in real time toegankelijk zijn en mogen uitsluitend worden gebruikt voor nalevings- en handhavingscontroles. Daartoe moet de Commissie een meertalige interface op basis van het Informatiesysteem interne markt (IMI) ontwikkelen aan de hand waarvan ondernemers hun digitale reisbladen kunnen uploaden.
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 10 ter (nieuw)
(10 ter) Teneinde efficiënt en hoogwaardig ongeregeld personenvervoer over de weg te waarborgen en te zorgen voor goede arbeids- en rijomstandigheden van bestuurders, moet de Commissie twee jaar na de vaststelling van deze nieuwe regels een beoordelingsverslag uitbrengen om het effect van de regels op de arbeidsomstandigheden en de aantrekkelijkheid van de sector te onderzoeken en de handhaving van de regels te evalueren. In voorkomend geval moet de Commissie overwegen nieuwe maatregelen voor te stellen op basis van de bevindingen in het verslag.
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Overweging 11 bis (nieuw)
(11 bis) Een goede handhaving van de regels is een eerste vereiste voor een goed werkende interne markt en de eerbiediging van de belangen van bestuurders, passagiers en ondernemingen. De sociale partners op Europees en nationaal niveau kunnen een essentiële rol spelen bij de handhaving van bestaande regelgeving betreffende de rij- en arbeidstijden van werknemers in het wegvervoer, waaronder bestuurders die ongeregeld personenvervoer over de weg verrichten. De Unie en de lidstaten moeten de samenwerking met en tussen de sociale partners en handhavingsautoriteiten bevorderen, teneinde bij te dragen tot de correcte uitvoering van de bepalingen van deze verordening, onder meer door richtsnoeren te ontwikkelen en aanbevelingen te doen. De Commissie en de lidstaten kunnen de sociale partners in dit verband relevante informatie verstrekken. Met het oog op het waarborgen van uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening moet de Commissie – na ontvangst van input van de belanghebbenden – richtsnoeren opstellen voor het bevorderen van een gemeenschappelijke benadering van de toepassing van deze verordening in de hele Unie, teneinde een gemeenschappelijke interpretatie van de bepalingen van deze verordening door de handhavingsinstanties te waarborgen.
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Overweging 11 ter (nieuw)
(11 ter) Om een goede handhaving van deze verordening mogelijk te maken, moet de Commissie een nieuw voorstel indienen tot wijziging van Verordening (EU) nr. 165/2014 en andere relevante wetgeving om de controle van de naleving door de controleautoriteiten te vergemakkelijken, zodat de slimme tachograaf ook registreert of het voertuig is gebruikt voor het vervoer van goederen of personen, zoals vereist bij Verordening (EG) nr. 561/2006, en of het vervoer van passagiers geregeld of ongeregeld is.
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 2 Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 7 – alinea 3 bis (nieuw)
Voor een bestuurder in het ongeregeld personenvervoer kan de in de eerste alinea bedoelde onderbreking ook worden vervangen door drie onderbrekingen van ten minste 15 minuten elk, verdeeld over de in de eerste alinea bedoelde rijperiode, op een wijze die voldoet aan de eerste alinea.
Voor een bestuurder in het ongeregeld personenvervoer kan de in de eerste alinea bedoelde onderbreking ook worden vervangen door twee onderbrekingen van ten minste 15 minuten elk, verdeeld over de in de eerste alinea bedoelde rijperiode, op een wijze die voldoet aan de eerste alinea.
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – a Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 2 bis – alinea 1
2 bis. Mits de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht, mag een bestuurder die ongeregeld personenvervoer met een duur van ten minste 8 dagen verricht, op de volgende wijze afwijken van punt 2, eerste alinea:
2 bis. Mits de verkeersveiligheid en de arbeidsomstandigheden van de bestuurder niet in gevaar worden gebracht, mag een bestuurder die één dienst op het gebied van ongeregeld personenvervoer verricht, vergezeld van één reisblad, met een duur van ten minste 6 dagen, afwijken van lid 2, eerste alinea, door de dagelijkse rusttijd met ten hoogste 1 uur uit te stellen, mits de totale gecumuleerde rijtijd voor die dag niet meer dan 7 uur bedraagt en de maximale dagelijkse arbeidstijd overeenkomstig het toepasselijke nationale recht in acht wordt genomen.
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – a Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 2 bis – alinea 1 – punt a
a) de dagelijkse rusttijd wordt met ten hoogste 1 uur uitgesteld, mits de totale gecumuleerde rijtijd voor die dag niet meer dan 7 uur bedraagt;
Schrappen
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – a Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 2 bis – alinea 1 – punt b
b) de dagelijkse rusttijd wordt met ten hoogste 2 uur uitgesteld, mits de totale gecumuleerde rijtijd voor die dag niet meer dan 5 uur bedraagt.
Schrappen
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – a Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 2 bis – alinea 2
Elk van de in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde afwijkingen mag slechts eenmaal worden gebruikt tijdens de in de eerste alinea bedoelde reis.
Deze afwijking mag slechts eenmaal worden gebruikt tijdens de in de eerste alinea bedoelde reis.
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – b Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 6 bis – alinea 1 – punt a
a) de dienst ten minste 24 achtereenvolgende uren duurt;
Schrappen
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – b bis (nieuw) Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 6 bis – alinea 1 – punt a ter (nieuw)
b bis) in lid 6 bis, eerste alinea, wordt het volgende punt ingevoegd:
“a ter) vóór het begin van de reis een digitaal reisblad met de vereiste informatie uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1073/2009 elektronisch is geregistreerd;”;
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – b ter (nieuw) Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 6 bis – alinea 1 – punten e, f, g en h (nieuw)
b ter) in lid 6 bis, eerste alinea, worden de volgende punten ingevoegd:
“e) met het oog op een doeltreffende en efficiënte handhaving van de sectorspecifieke regels moeten specifieke administratieve voorschriften en controlemaatregelen in de wegvervoersector worden vastgesteld, waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van digitale instrumenten;
f) om ervoor te zorgen dat de controles op de afwijking om de dagelijkse rusttijd uit te stellen en de mogelijkheid om de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende periodes van 24 uur uit te stellen, tijdens de wegcontroles kunnen worden uitgevoerd, ontwikkelt de Europese Commissie een meertalige interface waartoe ondernemers toegang hebben en via welke zij vóór het begin van de reis de elektronische reisbladen indienen. Daartoe kan de Commissie ook de mogelijkheid onderzoeken om een of meer nieuwe modules voor het IMI te ontwikkelen;
g) teneinde de controle op de naleving van de in deze verordening vastgestelde regels inzake de afwijking van twaalf dagen te vergemakkelijken, worden de in de artikelen 12 en 17 van Verordening (EG) nr. 1073/2009 bedoelde reisbladenboekjes binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de gewijzigde afwijking vervangen door elektronische reisbladen. Het elektronische reisblad zal alle in Verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde kenmerken bevatten;
h) de ondernemer ziet erop toe dat de bestuurder over een elektronisch reisblad beschikt dat hij of zij verplicht is te bewaren en op verzoek bij controles langs de weg te overhandigen, alsook over een afschrift van het elektronische reisblad dat vóór het begin van de reis via het IMI is ingediend. Dit reisblad moet in real time toegankelijk zijn en uitsluitend worden gebruikt voor controles op naleving en handhaving.”;
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 – b quater (nieuw) Verordening (EG) nr. 561/2006 Artikel 8 – lid 6 bis – alinea 2
b quater) in lid 6 bis wordt de tweede alinea vervangen door:
“De Commissie volgt nauwlettend en regelmatig welk gebruik van deze afwijking wordt gemaakt om ervoor te zorgen dat de zeer strikte voorwaarden inzake verkeersveiligheid in acht worden genomen, in het bijzonder door te controleren dat de totale bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende de periode die onder de afwijking valt, niet buitensporig is of bijdraagt tot vermoeidheid en stress bij de bestuurder, waarbij ook rekening wordt gehouden met aanvullende beroepsmatige rij- en andere activiteiten van bestuurders. Uiterlijk op 4 december 2012 stelt de Commissie een verslag op waarin de gevolgen van de afwijking voor de verkeersveiligheid alsmede de sociale aspecten ervan worden geëvalueerd. Als de Commissie dit aangewezen acht, doet zij een voorstel tot desbetreffende wijziging van deze verordening.”.
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 2 – alinea 2 bis (nieuw)
De Commissie dient uiterlijk op [één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] de wetgevingsvoorstellen in die zij nodig acht om Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad1 bis en andere relevante wetgeving te wijzigen om rekening te houden met deze verordening om ervoor te zorgen dat slimme tachografen de opties “geregeld personenvervoer” en “ongeregeld personenvervoer” bevatten voor busdiensten, voor zover dit voor de handhaving van deze verordening passend is.
_____________________
1 bis Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).
De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0370/2023).