Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2023/2049(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0406/2023

Ingediende teksten :

A9-0406/2023

Debatten :

PV 18/01/2024 - 5
CRE 18/01/2024 - 5

Stemmingen :

PV 18/01/2024 - 7.11

Aangenomen teksten :

P9_TA(2024)0047

Aangenomen teksten
PDF 164kWORD 53k
Donderdag 18 januari 2024 - Straatsburg
Tenuitvoerlegging van de verordening houdende een gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor visserijproducten en aquacultuurproducten – Verordening (EU) nr. 1379/2013
P9_TA(2024)0047A9-0406/2023

Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over de uitvoering van de verordening houdende een gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor visserijproducten en aquacultuurproducten – Verordening (EU) nr. 1379/2013 (2023/2049(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000(1) van de Raad (GMO-verordening) en de uitvoering hiervan,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 349,

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 21 februari 2023 getiteld “Uitvoering van Verordening (EU) nr. 1379/2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten” (COM(2023)0101),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381),

–  gezien zijn resolutie van 20 oktober 2021 over een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem(2),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2023 over de situatie van de kleinschalige visserij in de EU en de vooruitzichten voor de toekomst(3),

–  gezien het resultaat van de onderhandelingen over de verordening inzake visserijcontrole,

–  gezien het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) uit 2020 getiteld “Criteria and indicators to incorporate sustainability aspects for seafood products in the marketing standards under the Common Market Organisation” (criteria en indicatoren voor de opname van duurzaamheidsaspecten voor visserijproducten in de marketingnormen uit hoofde van de gemeenschappelijke marktordening)(WTECV-20-05),

–  gezien het verslag van de speciale Eurobarometer nr. 515 van 2021 getiteld “Consumentengewoonten in de EU met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten”,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 3 mei 2022 getiteld “Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten” (COM(2022)0198),

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,

–  gezien het advies van de adviesraad voor markten(4) van 30 maart 2022 inzake het verslag van de Commissie getiteld “Uitvoering van Verordening (EU) nr. 1379/2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten” (COM(2023)0101),

–  gezien het advies van de adviesraad voor markten(5) van 8 mei 2023 getiteld “Improving the Labelling Legislation for Plant-Based Imitations of Fisheries and Aquaculture Products” (verbetering van de wetgeving inzake etikettering van plantaardige imitaties van visserij- en aquacultuurproducten),

–  gezien het verslag van de Commissie visserij (A9-0406/2023),

A.  overwegende dat het in zijn resolutie over een “van boer tot bord”-strategie heeft benadrukt dat goede traceerbaarheidsmechanismen die beantwoorden aan de wensen van de consumenten door informatie te verstrekken over de vraag waar, wanneer en hoe de vis is gevangen of gekweekt en om welke vis het gaat, met inbegrip van producten die worden ingevoerd van buiten de EU, essentieel zijn voor het waarborgen van voedselveiligheid, transparantie voor consumenten, de strijd tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO‑visserij) en het halen van de streefdoelen van de Green Deal en de SDG’s;

B.  overwegende dat de pas herziene verordening inzake visserijcontrole aanzienlijke verbeteringen bevat van de traceerbaarheidsregels voor alle visserij- en aquacultuurproducten; overwegende dat deze regels geleidelijk zullen worden uitgevoerd na een overgangsperiode – twee jaar voor verse en ingevroren producten en vijf jaar voor verwerkte producten – en ervoor zullen zorgen dat de consument correct wordt geïnformeerd; overwegende dat betere etikettering een instrument zal zijn voor en zal bijdragen tot het bestrijden van IOO-visserij en het garanderen van eerlijke mededinging;

C.  overwegende dat meer dan driekwart van de respondenten van de speciale Eurobarometer nr. 515 uit 2021 van mening is dat de vangst- of productiedatum op het etiket van alle visserij- en aquacultuurproducten moet worden vermeld;

D.  overwegende dat de uitvoering van de GMO aantoont dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om organisaties van visproducenten op te richten vanwege de complexe opzet en het complexe erkenningskader in de lidstaten en de financiële en juridische onzekerheden met betrekking tot de financiële steun en de subsidiabiliteit van acties; overwegende dat de belemmeringen voor andere organisaties zoals cofradías en prud’homies de pêche ook moeten worden aangepakt;

E.  overwegende dat de omstandigheden voor activiteiten in de ultraperifere gebieden unieke en passende oplossingen vereisen om de uitdagingen op het gebied van endogene ontwikkeling en zelfvoorziening op voedselgebied aan te gaan;

Inleiding

1.  herinnert eraan dat de gemeenschappelijke marktordening (GMO) integrerend deel uitmaakt van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), naast instandhoudings- en financiële maatregelen, en van vitaal belang is voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

2.  benadrukt dat de herziening van de GMO-verordening in 2013 heeft geleid tot een omschakeling van bepaalde interventietypes naar een benadering die meer gericht is op de markt op lange termijn, met de nadruk op ontwikkeling en innovatie in de sector en zonder voldoende rekening te houden met de uitzonderlijke situatie van de in artikel 349 VWEU bedoelde gebieden;

Beroepsorganisaties

3.  beschouwt producentenorganisaties en brancheorganisaties als de ruggengraat van de visserij- en aquacultuursector, doordat zij het dagelijks beheer van het GVB ondersteunen, de collectieve uitvoering ervan op producentenniveau mogelijk maken, zorgen voor een aanbod van gezonde eiwitten en de economische activiteit en het culturele erfgoed van kustgebieden in stand houden;

4.  is van mening dat producentenorganisaties en brancheorganisaties een sleutelrol spelen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB, en dat zij daarom verder moeten worden ondersteund en versterkt; merkt op dat het van essentieel belang is de bevordering, oprichting en consolidatie van producentenorganisaties en brancheorganisaties in de hele EU te blijven aanmoedigen, met inbegrip van een verbetering van de financiële ondersteuning, die van lidstaat tot lidstaat verschilt, met name in lidstaten waar de primaire productie grotendeels versnipperd is gebleven (aquacultuur, schelpdierenvissers, kleinschalige visserij); is van mening dat een sterke aanwezigheid van producentenorganisaties en brancheorganisaties van cruciaal belang is voor het vergroten van de welvaart van kust- en eilandgemeenschappen en het beschermen van het mariene milieu, alsmede voor het versterken van de positie van vissers en aquacultuurproducenten in de toeleveringsketen en voor de bevordering van duurzame visserij- en aquacultuuractiviteiten, met name in de ultraperifere gebieden;

5.  is ingenomen met de erkenning door de Commissie dat productie- en afzetplannen (production and marketing plan, PMP’s) van essentieel belang zijn om de doelstellingen te helpen verwezenlijken die in artikel 35 van de GVB-verordening aan de GMO zijn toegewezen en dat een sterke aanwezigheid van goed functionerende producentenorganisaties een beslissende factor is; merkt evenwel op dat er meer moet worden gedaan om het dagelijkse werk van producentenorganisaties met betrekking tot de uitvoering van de PMP’s te ondersteunen en om ervoor te zorgen dat alle producentenorganisaties concrete toegang hebben tot financiering; verzoekt de Commissie daarom om geactualiseerde richtsnoeren van haar diensten op dit gebied, alsmede om actie ter facilitering van de markttoegang voor alle vlootsegmenten;

6.  concludeert dat goed functionerende producentenorganisaties en brancheorganisaties over het algemeen over succesvolle maatregelen en acties beschikken, maar merkt op dat er nog steeds een gebrek is aan producentenorganisaties en brancheorganisaties die zich in het bijzonder bezighouden met name kleinschalige vissers, schelpdierenvissers en aquacultuurexploitanten, met name in de ultraperifere gebieden; merkt op dat financiële belemmeringen in sommige lidstaten moeilijkheden creëren, met name voor kleinschalige vissers; merkt op dat de momenteel actieve producentenorganisaties in de aquacultuur bijzonder succesvol zijn geweest in hun promotie- en communicatieactiviteiten;

7.  is verheugd dat de Commissie erkent dat de financiering en oprichting van structuren om de financiële steun van transnationale beroepsorganisaties te delen en te organiseren, een belangrijke kwestie is; merkt op dat dit met name relevant is voor de diverse kleinschalige kustvisserij, die het grootste deel van de EU-vloot uitmaakt;

8.  dringt er bij de lidstaten op aan de nodige administratieve en financiële steun te verlenen voor het oprichten en exploiteren van nieuwe producentenorganisaties, met name voor kleinschalige kustvisserij, om in het bijzonder het sociale en culturele belang ervan te onderstrepen, en de voorschriften voor de erkenning daarvan te versoepelen;

9.  dringt er bij de lidstaten op aan de consistentie in de steun voor producentenorganisaties door de nationale autoriteiten te verbeteren en de bestaande kloven en verschillen in de EU zoveel mogelijk te verkleinen, ook wat de financiering van PMP’s betreft, om te komen tot een gelijker speelveld voor producentenorganisaties; verzoekt de Commissie de lidstaten in dit verband te blijven steunen;

10.  is van mening dat er momenteel in de lidstaten organisaties zijn die taken uitvoeren en functies uitoefenen die onder de bevoegdheid van producentenorganisaties en brancheorganisaties vallen, zonder dat deze organisaties in het kader van de GMO-verordening als producentenorganisaties kunnen worden aangemerkt, zoals cofradías en prud’homies de pêche; is van mening dat deze organisaties een essentiële rol spelen in het beheer van de lokale hulpbronnen, het toewijzen van quota en het behandelen van kwesties in verband met het behoud van visbestanden en de bescherming en bevordering van traditionele producten, met name in bepaalde kustgemeenschappen;

11.  is van mening dat deze organisaties in het kader van de GMO-verordening erkenning moeten krijgen, zodat zij over dezelfde rechten beschikken, ook wat financiële steun betreft, en over dezelfde verantwoordelijkheden als producentenorganisaties; verzoekt de Commissie in dit verband actie te ondernemen in coördinatie met de betrokken lidstaten, onder meer door te overwegen de GMO-regels waar nodig dienovereenkomstig aan te passen, en ervoor te zorgen dat er behoorlijke systemen in gebruik zijn om te controleren of de werking van producentenorganisaties in overeenstemming is met de toepasselijke regels;

12.  merkt op dat de COVID-19-crisis heeft geleid tot de plotselinge sluiting van de meeste afzetmogelijkheden voor verse aquatische levensmiddelen, ook in de ultraperifere gebieden, waardoor het opportuun was opnieuw gebruik te maken van steunmechanismen voor opslag en deze uit te breiden tot producentenorganisaties in de aquacultuur en de mosselteelt;

Gemeenschappelijke handelsnormen

13.  herinnert eraan dat veel van de handelsnormen die zijn opgenomen in de GMO-verordening van 2013, dateren van de jaren 1980 en 1990; merkt op dat deze normen volgens de evaluatie van de Commissie over het algemeen relevant en efficiënt zijn geweest en een toegevoegde waarde hebben opgeleverd;

14.  wijst erop dat de evaluatie van de Commissie en de daaraan ten grondslag liggende raadplegingen mogelijkheden aan het licht hebben gebracht voor vereenvoudiging, stroomlijning en modernisering van de normen; merkt op dat ook een relatief beperkte controle door de nationale autoriteiten is vastgesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van de normen, zodat het meer dan ooit noodzakelijk is om de wetgeving inzake controle en inspectie in alle EU-lidstaten te harmoniseren;

15.  is van mening dat de handelsnormen voor aquatische levensmiddelen die in de EU in de handel worden gebracht, ongeacht de herkomst ervan, in overeenstemming moeten zijn met geharmoniseerde normen inzake ecologische en sociale duurzaamheid; vraagt dat deze normen worden opgenomen in handelsovereenkomsten en in de maatregelen die worden goedgekeurd in de Regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB), omdat het belangrijk is ervoor te zorgen dat exploitanten opereren op een gelijk speelveld en dat de producenten uit de EU niet zonder reden worden benadeeld op de markt; is van mening dat het potentieel moet worden benut van certificering, met name door middel van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB’s), en de voordelen daarvan op het gebied van milieuduurzaamheid, om aquacultuurproducten te promoten;

16.  benadrukt dat in de evaluatie van de Commissie tekortkomingen zijn geïdentificeerd in het bestaande kader met betrekking tot de mogelijkheid om met dit kader de doelstellingen van de GMO-verordening te verwezenlijken;

17.  verzoekt de Commissie meer inspanningen te leveren om gevallen op te sporen van niet-naleving van de regelgeving en te zorgen voor een gelijk speelveld in alle EU-landen; stelt met name voor om rekening te houden met goede praktijken inzake tenuitvoerlegging en naleving van de wetgeving op het gebied van afzet en bescherming van ecosystemen;

18.  wijst erop dat het van essentieel belang is dat de handelsnormen voor alle producten die in de EU op de markt worden gebracht, worden afgestemd op en geactualiseerd in overeenstemming met de eisen en doelstellingen van het GVB om eerlijke mededinging en duidelijkheid tussen alle spelers te bevorderen, waarbij het van essentieel belang is de integratie van sociale en milieubenchmarks te benadrukken om mondiale duurzaamheid te waarborgen; merkt in verband hiermee op dat rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van de markten in de in artikel 349 VWEU bedoelde gebieden;

Informatie voor de consument

19.  is het ermee eens dat, willen de doelstellingen van de GMO volledig worden verwezenlijkt, de bevoegde autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de consumenten geïnformeerd worden, door middel van bevorderings-, marketing- en educatieve campagnes, over de nutritionele, gezondheids- en duurzaamheidsvoordelen van het eten van visserij- en aquacultuurproducten, de grote verscheidenheid aan beschikbare soorten en het feit dat het belangrijk is de informatie te begrijpen die vermeld staat op de etiketten, waarbij moet worden voorkomen dat consumenten verkeerd worden geïnformeerd en ervoor gezorgd moet worden dat een en ander aangepast is aan de voedselsystemen in de EU; is van mening dat consumenten, om weloverwogen keuzes te kunnen maken, duidelijke en volledige informatie moeten krijgen over de producten die op de EU-markt worden verkocht, en dat deze informatie moet voldoen aan dezelfde regels, ongeacht de oorsprong van de producten en de manier waarop zij geproduceerd zijn;

20.  benadrukt dat het WTECV heeft voorgesteld de informatie aan de consument te verbeteren door meer gedetailleerde informatie op te nemen over het vangstgebied, het vistuig en de productiemethoden in de GMO; verzoekt de Commissie daarom te overwegen de handelsnormen aan te scherpen zodat meer informatie wordt opgenomen op de etiketten, bijvoorbeeld de ingrediënten, het geografische visserijgebied, het vistuig, naast andere informatie, zonder producenten en producentenorganisaties op te zadelen met onnodige administratieve lasten; is van mening dat periodieke evaluaties moeten worden uitgevoerd om toe te zien op de naleving en om de doeltreffendheid van deze geharmoniseerde normen te beoordelen, omdat dit zal helpen gebieden te identificeren waar verbetering mogelijk is en ervoor te zorgen dat de normen relevant blijven en bijgewerkt zijn;

21.  is van mening dat consumenten duidelijk de oorsprong van producten moeten kunnen vaststellen, aangezien Europese consumenten aan deze informatie steeds meer belang hechten en deze informatie consumenten aanmoedigt lokaal voedsel te consumeren dat wordt geproduceerd of verkregen in hun omgeving; wijst erop dat het huidige systeem waarbij visserijproducten worden geïdentificeerd per FAO-gebied, moet worden veranderd, aangezien de herkomst van producten hiermee niet duidelijk en in detail wordt aangegeven en het systeem tot verwarring kan leiden;

22.  verzoekt de Commissie en de lidstaten nieuwe beschermde kwaliteitsbenamingen te bevorderen en in te voeren, gezien de gekende en bewezen voordelen hiervan voor de Europese visserij- en aquacultuurproductie, en verzoekt om een verbeterde afzet van de producten in kwestie; dringt er bij de Commissie op aan de toepassing te faciliteren van de op handen zijnde regels die deze kwaliteitsstructuren aanzienlijk ten goede zullen komen, doordat de termijnen voor de behandeling van aanvragen hiermee zoveel mogelijk worden verkort;

23.  stelt dat traceerbaarheid en daarmee verband houdende transparantiemaatregelen noodzakelijk zijn om de naleving van de toepasselijke GVB-regels te waarborgen; is van mening dat, indien deze maatregelen worden ondersteund door een behoorlijk etiketteringssysteem, dat verplicht moet zijn voor verwerkte, verse en geconserveerde aquatische voedingsproducten, zij kunnen garanderen dat de informatie die aan de consument wordt verstrekt, juist, duidelijk, deugdelijk en betrouwbaar is; benadrukt dat een dergelijk etiketteringssysteem van vitaal belang is voor de bestrijding van zowel voedselfraude, met inbegrip van onjuiste etikettering, als IOO-visserij; is van mening dat de traceerbaarheid van producten moet worden versterkt en gewaarborgd in alle stadia van de waardeketen, niet alleen met het oog op economische en commerciële voordelen, maar ook om de inspanningen te ondersteunen op het gebied van bescherming van de gezondheid; is in dit verband ingenomen met de invoering van het CATCH-certificaat voor ingevoerde producten uit hoofde van de nieuwe verordening inzake visserijcontrole;

24.  merkt op dat de Commissie in het kader van haar raadplegingen meldingen heeft ontvangen dat in sommige lidstaten niet is voldaan aan de vereisten inzake verplichte informatie aan de consument; merkt op dat de uitvoering in de EU als ongelijk wordt beschouwd en dat de verschillen met name significant zijn in bepaalde segmenten, bijvoorbeeld bij vishandelaren en grote cateringbedrijven; herinnert eraan dat de etikettering een nauwkeurige beschrijving moet geven van de visserij- en niet-visserijproducten en dat fraude en misleidende reclame, die schadelijk is voor consumenten en vissers, moet worden voorkomen, met name wanneer vervangende producten worden vermeld, aangezien in veel gevallen afbeeldingen worden gebruikt die de consumenten laten geloven dat bepaalde producten visserijproducten zijn hoewel dat niet het geval is; maakt zich zorgen over het feit dat voor bepaalde producten op de markt, zoals plantaardige producten, termen worden gehanteerd die uitsluitend worden gebruikt voor visserijproducten, hoewel het niet om visserijproducten gaat; is van mening dat de Commissie deze kwestie verder moet onderzoeken op basis van de door haar ontvangen meldingen;

25.  is bijgevolg van mening dat de handelsnaam “vis” of “vissoort” op de interne markt moet worden voorbehouden voor visserij- of aquacultuurproducten van dierlijke oorsprong; verzoekt de Commissie in verband hiermee de bestaande wetgeving inzake de etikettering en presentatie van producten van plantaardige oorsprong die visserij- en aquacultuurproducten imiteren, te herzien, om te zorgen voor waarheidsgetrouwe en correcte informatie aan de consument die niet leidt tot misverstanden en waarmee gelijke voorwaarden op de EU-markt worden gehandhaafd;

Mededingingsregels

26.  herinnert eraan dat producentenorganisaties en brancheorganisaties kunnen worden vrijgesteld van de toepassing van de mededingingsregels om hun doelstellingen te verwezenlijken, onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld dat hun activiteiten niet leiden tot compartimentering van de markten, mededinging niet uitsluiten en de mededinging niet uitschakelen;

27.  merkt op dat deze vrijstelling van essentieel belang is om bepaalde praktijken van producentenorganisaties en brancheorganisaties, met name in de ultraperifere gebieden, mogelijk te maken, zoals het controleren van de hoeveelheden die door hun leden op de markt worden gebracht om markten en prijzen te stabiliseren, te voldoen aan de instandhoudingsvereisten en voedselverspilling te voorkomen; concludeert dat collectieve producentenorganisaties die niet erkend zijn (bv. coöperaties, cofradías), op grond van de huidige criteria voor producentenorganisaties wellicht niet voor de vrijstelling in aanmerking komen;

28.  benadrukt dat ongeveer 70 % van de visserijproducten die in de EU worden geconsumeerd, wordt geïmporteerd uit derde landen, zodat de EU van deze invoer afhankelijk is voor haar verbruik; benadrukt dat de visserij- en aquacultuursector en aanverwante sectoren rendabel moeten zijn om de investeringen te kunnen doen die nodig zijn om te functioneren, terwijl rendabiliteit alleen mogelijk is als de producten kunnen concurreren met invoer uit derde landen; verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat het handelsbeleid van de EU een gelijk speelveld mogelijk maakt voor producten uit de EU en producten die worden ingevoerd, en verzoekt hen het verbruik te bevorderen van aquatische voedingsmiddelen die ecologisch, economisch en sociaal duurzaam zijn;

29.  moedigt de Commissie aan een dialoog met producentenorganisaties en andere relevante belanghebbenden op gang te brengen over autonome tariefcontingenten;

Informatie over de markt en crisisbeheersing

30.  herinnert eraan dat de Waarnemingspost voor de EU-markt voor visserij- en aquacultuurproducten (Eumofa) marktinformatie verstrekt aan marktdeelnemers in de visserijsector om hen te helpen markttrends beter te begrijpen; merkt op dat sinds april 2013 een speciale website en databank online beschikbaar zijn die sinds de inwerkingtreding van de herziene GMO volledig operationeel zijn, hetgeen onderzoeksinstellingen, belanghebbenden en het grote publiek ten goede komt door de toegang tot marktinformatie en -gegevens te verbeteren;

31.  herinnert eraan dat Eumofa marktinformatie verstrekt op basis van de bestaande gecombineerde nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de EU; is van mening dat deze laatste moet worden geactualiseerd om er nieuwe productklassen van visproducten in op te nemen die in grotere hoeveelheden in de EU worden verhandeld, en om intuïtievere en uitgebreidere digitale instrumenten te bieden; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de marktinformatie over visserij- en aquacultuurproducten verder kan worden verbeterd, en met name hoe er een verbetering mogelijk is van de marktanalyse, door een onderscheid te maken tussen de verschillende delen van Europa, waar verschillende gewoonten heersen op het gebied van de consumptie van vissoorten;

32.  merkt op dat Eumofa is gebruikt om crisismaatregelen in gang te zetten om de gevolgen aan te pakken van de COVID-19-pandemie;

33.  verzoekt de Commissie bij de volgende herziening van de GMO de mogelijkheid te onderzoeken om een crisisreserve of -systeem in te stellen, met inbegrip van opslagsteun, als manier om de sector te beschermen tegen uitzonderlijke omstandigheden die in de visserij- en aquacultuursector van de EU kunnen ontstaan; wijst op het feit dat onlangs buitengewone hulp moest worden verstrekt om de crisis aan te pakken als gevolg van de COVID-19-pandemie; verzoekt de Commissie de criteria vast te stellen om op deze hulp een beroep te doen en ervoor te zorgen dat zij kan worden afgestemd op de marktverstoring die zich specifiek voordoet, met als basis het model voor een crisisreserve dat al in gebruik is voor andere voedingsmiddelensectoren, en andere maatregelen te onderzoeken die kunnen helpen om ernstige marktverstoringen te verminderen;

Conclusies

34.  is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de GMO-regels; benadrukt dat verdere inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat consumenten naar behoren worden geïnformeerd, de etikettering te verbeteren, de markttransparantie te vergroten en de traceerbaarheid van visserij-, schelpdier- en aquacultuurproducten te verbeteren, en dat er behoefte is aan beleidsmaatregelen die gender- en jeugdinclusief zijn; merkt op sommige lidstaten regeringen hebben onder het niveau van de staat die bevoegdheden hebben op het gebied van visserij, schelpdieren en aquacultuur en dat de Commissie en andere betrokken instanties dit moeten eerbiedigen om de tenuitvoerlegging van de GMO te bevorderen;

35.  is van mening dat de Commissie en de lidstaten meer inspanningen moeten leveren om tot een meer uniforme uitvoering van de GMO-verordening te komen in alle sectoren, waarbij voldoende rekening moet worden gehouden met de specifieke omstandigheden waaronder de markten opereren in de ultraperifere gebieden; is van mening dat een meer uniforme uitvoering ervoor kan helpen zorgen dat de consument vertrouwen heeft in de aquatische voedingsproducten die op de interne markt worden gebracht en de doelstellingen zou dienen van endogene ontwikkeling en zelfvoorziening op voedselgebied in de ultraperifere gebieden;

36.  benadrukt dat het belangrijk is om alle belanghebbenden in de toeleveringsketen te betrekken; benadrukt in dit verband het waardevolle werk van de verantwoordelijke adviesraad voor markten;

37.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een wetgevingskader voor duurzame voedselsystemen, met als doel de transparantie te vergroten en consumenten meer informatie te verstrekken; benadrukt dat in dit voorstel moet worden erkend dat gezonde en duurzame visserij- en aquacultuurproducten belangrijk zijn, teneinde de visserijsector op te waarderen; benadrukt dat in dit nieuwe wetgevingskader moet worden opgenomen dat het in het kader van een gezond dieet belangrijk is vis te consumeren; wijst erop dat ervoor moet worden gezorgd dat hierdoor geen extra administratieve lasten worden gecreëerd en dat een en ander voldoet aan de in de EU-wetgeving vastgestelde duurzaamheidsvereiste;

38.  is ingenomen met het resultaat van de onderhandelingen over de herziening van de verordening inzake visserijcontrole, met name de regels ter versterking van de traceerbaarheidsbepalingen voor alle visserij-, schelpdier- en aquacultuurproducten, met inbegrip van producten die worden ingevoerd uit derde landen; is van mening dat deze traceerbaarheidsinformatie van groot belang zal zijn voor de Europese consument, zowel op het Europese vasteland als in de overzeese gebieden; verzoekt de Commissie verdere maatregelen voor te stellen met dezelfde vereisten voor alle producten, ongeacht de mate van verwerking, de levensmiddelencategorie en de lidstaat waar het bedrijf is gevestigd, om ervoor te zorgen dat de verstrekte informatie juist, duidelijk, volledig en geharmoniseerd is in alle lidstaten en gebieden die bevoegd zijn voor visserij en in alle productcategorieën, zodat die de eindgebruikers bereikt in een eenvoudig en toegankelijk formaat;

39.  is van mening dat de lidstaten meer gebruik moeten maken van Eumofa, met name in gebieden waar in mindere mate van Eumofa gebruikgemaakt wordt, omdat zo de verzamelde gegevens en de marktanalyse van de verschillende delen van Europa, waar verschillende gewoonten heersen op het gebied van de consumptie van vissoorten, verder kunnen worden verbeterd, door in het kader van het instrument intuïtievere en uitgebreidere digitale hulpmiddelen aan te bieden; is van mening dat de gegevens van Eumofa op deze manier nuttiger kunnen zijn voor het analyseren van de markt, met ook specifieke gegevens per regio, met name wanneer zich drastische veranderingen voordoen, zoals tijdens de COVID-19-crisis, met het oog op het activeren van crisisinstrumenten en opties ter stabilisering van de markt;

40.  is ervan overtuigd dat het verbeteren van de traceerbaarheid en de transparantie in de toeleveringsketen van de sector van de aquatische voedingsmiddelen van cruciaal belang is voor de bestrijding van IOO-visserij;

41.  herhaalt zijn oproep aan alle lidstaten om de criteria voor de erkenning van producentenorganisaties en brancheorganisaties aan te passen, teneinde alle verschillende organisaties in de lidstaten te erkennen die taken uitvoeren die grotendeels onder de bevoegdheid vallen van een producentenorganisatie; wijst in dit verband op organisaties als cofradías en prud’homies de pêche en op organisaties die actief zijn in de ultraperifere gebieden;

42.  roept de Commissie op doeltreffendere maatregelen te initiëren om belemmeringen voor producentenorganisaties om hun taken volledig uit te voeren, weg te nemen, door de problemen aan te pakken die producentenorganisaties in de kleinschalige kust- en eilandvisserij ondervinden als gevolg van de gedifferentieerde behandeling door nationale overheidsdiensten, bijvoorbeeld wat de erkenning van producentenorganisaties, dagelijkse financiering, administratieve steun of de subsidiabiliteit van maatregelen betreft;

43.  benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat alle belanghebbenden betrokken zijn, in de hele toeleveringsketen van de visserij en de aquacultuur en in het maatschappelijk middenveld, om het vertrouwen in en het begrip van de uitvoering van de bepalingen van de GMO te vergroten, met name door de samenwerking met de adviesraad voor markten voort te zetten en te versterken;

o
o   o

44.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1.
(2) PB C 184 van 5.5.2022, blz. 2.
(3) PB C 214 van 16.6.2023, blz. 150.
(4) Adviesraad voor markten, “2022 Report on the Functioning of the Common Market Organisation (CMO)”, 30 maart 2022.
(5) Adviesraad voor markten, “Improving the Labelling Legislation for Plant-Based Imitations of Fisheries and Aquaculture Products”, 8 mei 2023.

Laatst bijgewerkt op: 20 juni 2024Juridische mededeling - Privacybeleid