Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2023/2229(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0031/2024

Ingediende teksten :

A9-0031/2024

Debatten :

PV 28/02/2024 - 13
CRE 28/02/2024 - 13

Stemmingen :

PV 28/02/2024 - 17.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2024)0107

Aangenomen teksten
PDF 170kWORD 58k
Woensdag 28 februari 2024 - Straatsburg
Financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2023
P9_TA(2024)0107A9-0031/2024

Resolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2023 (2023/2229(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 15, 126, 174, 175, 177, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en Protocol nr. 5 bij de Verdragen betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank (EIB),

–  gezien de artikelen 41 tot en met 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

–  gezien het persbericht van 7 oktober 2016 waarin de EIB zich goedkeurend uitspreekt over de ratificatie van de Overeenkomst van Parijs door de EU,

–  gezien het activiteitenverslag 2022 (evaluatie van de activiteiten) van de EIB en het werkprogramma 2023-2025, gepubliceerd op 3 maart 2023,

–  gezien het Reglement bij de klachtenregeling van de EIB-groep, gepubliceerd op 13 november 2018,

–  gezien het document “EIB energy lending policy” van de EIB, gepubliceerd op 8 mei 2023,

–  gezien de routekaart voor het klimaat 2021-2025 van de EIB-groep, goedgekeurd door de Raad van Bewind van de EIB op 11 november 2020, en de klimaatstrategie van de EIB van 15 november 2020,

–  gezien het Operational Plan 2023-2025 van de EIB-groep, gepubliceerd op 2 februari 2023,

–  gezien het investeringsverslag 2022/2023 van de EIB, getiteld “Resilience and renewal in Europe”, gepubliceerd op 28 februari 2023,

–  gezien het duurzaamheidsverslag 2022 van de EIB-groep, getiteld “Secure Europe”, gepubliceerd op 2 februari 2023,

–  gezien het document “Climate action and environmental sustainability overview 2023” van de EIB, gepubliceerd op 2 februari 2023,

–  gezien het EIB-milieukader, gepubliceerd op 14 november 2022,

–  gezien het Corporate Governance Report 2022 van de EIB-groep, gepubliceerd op 8 september 2023,

–  gezien de publicatie van de EIB van 29 november 2023 getiteld “EIB Global Strategic Roadmap: EU Finance for a Sustainable Future”,

–  gezien het document “EIB Global’s approach to a just transition and just resilience”, gepubliceerd op 27 november 2023,

–  gezien het Risk Management Disclosure Report 2022 van de EIB-groep, gepubliceerd op 9 augustus 2023,

–  gezien de EIB-klimaatenquête 2022-2023,

–  gezien het kader voor milieu- en sociale duurzaamheid van de EIB-groep, getiteld “The EIB Group Environmental and Social Policy”, goedgekeurd op 2 februari 2022,

–  gezien de publicatie van de EIB van 10 februari 2023 getiteld “EIB Global – partnership, people, impact”,

–  gezien de benadering van de EIB inzake mensenrechten, gepubliceerd op 6 februari 2023,

–  gezien het verslag van de EIB van 29 juni 2023 getiteld “EIB Group activities in EU cohesion regions in 2022”,

–  gezien de strategie van de EIB-groep inzake gendergelijkheid en economische empowerment van vrouwen en haar genderactieplan,

–  gezien de gedragscode voor personeel van de EIB-groep, gepubliceerd op 3 februari 2023,

–  gezien de gedragscode voor het Comité ter controle van de boekhouding van de EIB-groep, gepubliceerd op 30 november 2021,

–  gezien de gedragscode voor de leden van de Directie van de EIB-groep, gepubliceerd op 14 oktober 2021,

–  gezien de publicatie van de EIB van 27 november 2023 getiteld “The EIB Group PATH Framework – Version 1.2 November 2023 – Supporting counterparties on their pathways to align with the Paris Agreement”,

–  gezien het solidariteitspakket van de EIB voor Oekraïne, dat op 4 maart 2022 door de Raad van Bewind van de EIB is goedgekeurd,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 getiteld “Route naar een gezonde planeet voor iedereen – EU-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” (COM(2021)0400),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 1 februari 2023 getiteld “Een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk” (COM(2023)0062),

–  gezien Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie(1),

–  gezien Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie(2),

–  gezien de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN,

–  gezien de tripartiete overeenkomst tussen de Commissie, de Europese Rekenkamer en de Europese Investeringsbank die in werking is getreden in november 2021,

–  gezien de brief van de Europese Ombudsman van 22 juli 2016 aan de President van de EIB over kwesties met betrekking tot belangenconflicten, en het antwoord op die brief van de President van de EIB van 31 januari 2017,

–  gezien de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 20 november 2023 in zaak 2252/2022/OAM,

–  gezien de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 21 april 2022 in zaak 1251/2020/PB,

–  gezien de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 27 juli 2022 in zaak 1016/2021/KR,

–  gezien artikel 54 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9‑0031/2024),

A.  overwegende dat de EIB-groep uit de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF) bestaat en de grootste multilaterale financiële instelling ter wereld is en een van de grootste verstrekkers van klimaatfinanciering, die actief is op de internationale kapitaalmarkten en daarbij klanten concurrerende voorwaarden biedt en voorziet in een gunstig klimaat ter ondersteuning van EU-beleid en -projecten, zowel binnen de Unie als daarbuiten;

B.  overwegende dat de EIB krachtens artikel 309 VWEU tot taak heeft bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU;

C.  overwegende dat in de EU jaarlijks 1 biljoen EUR aan investeringen nodig is om de klimaatdoelstellingen van de EU te verwezenlijken; overwegende dat de EIB het tekort kan helpen wegnemen door particulier kapitaal aan te trekken;

D.  overwegende dat in de periode 2021-2027 de garantie van InvestEU van 26,2 miljard EUR, met voorzieningen uit het meerjarig financieel kader en NextGenerationEU, naar verwachting meer dan 372 miljard EUR aan extra particuliere en publieke investeringen in Europa zal mobiliseren, met name voor duurzame infrastructuur, onderzoeksinnovatie en digitalisering, steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en sociale investeringen en vaardigheden;

Overzicht van beleid en activiteiten

1.  wijst nogmaals op de belangrijke rol die de EIB speelt als de publieke bank van de EU en als de enige internationale financiële instelling die volledig eigendom is van de lidstaten, volledig geleid door het EU-beleid en dit doet volgens de wettelijke normen van de EU met als doel het sociaal en economisch herstel te ondersteunen en de investeringen te kanaliseren die nodig zijn om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken;

2.  waardeert het feit dat de EIB zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt en zich voortdurend aanpast aan de steeds veranderende beleidsvereisten van de EU, maar daarbij haar langetermijndoelen blijft nastreven;

3.  herhaalt zijn oproep voor een kapitaalverhoging zodat de EIB kan zorgen voor meer langetermijnleningen en innovatieve instrumenten; merkt op dat dit noodzakelijk is voor eerlijke inclusieve duurzame groei ter ondersteuning van belangrijke investeringen in de reële economie die anders niet zouden worden gedaan en die het potentieel hebben om de innovatievoordelen op belangrijke beleidsterreinen van de EU, zoals digitalisering en de groene transitie, te maximaliseren; merkt op dat deze investeringen zouden moeten helpen om beperkingen op het concurrentievermogen, zoals hoge energieprijzen, tekorten aan vaardigheden en onvoldoende investeringen in innovatie en nieuwe technologieën, op te vangen, en zouden moeten bijdragen tot de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN; verwacht van de EIB dat zij ervoor zorgt dat haar financiering bijdraagt tot het aanpakken van marktfalen en crowding out-effecten voorkomt en dat deze meetbare effecten oplevert, zonder de algemene aantrekkingskracht van haar financiële aanbod in gevaar te brengen;

4.  benadrukt dat de EIB haar AAA-kredietbeoordeling moet behouden en het volledige vertrouwen van de kapitaalmarkten in haar activiteiten moet vasthouden;

5.  merkt op dat EIB-financiering een steeds belangrijkere rol speelt in de context van de aanzienlijke sociale en economische gevolgen van de COVID-19-crisis, gevolgd door de invasie van Oekraïne, met name inflatie, hoge rentetarieven en gespannen overheidsfinanciën; wijst voorts op de grotere rol die EIB-financiering speelt in de context van moeilijke economische vooruitzichten en toegenomen mondiale concurrentie, die ook van invloed zijn op lopende projecten;

6.  is van mening dat de EIB meer zou kunnen doen om het sectorale evenwicht te verbeteren en zich aan te passen aan de regionale diversiteit van de EU om de aantrekkelijkheid van haar fondsen te vergroten; verzoekt de EIB systemische tekortkomingen aan te pakken die bepaalde regio’s of landen beletten ten volle gebruik te maken van haar financiële activiteiten, en daarbij het vraaggestuurde karakter van de EIB-financieringsoperaties in acht te nemen; verzoekt de Commissie te beoordelen of de geografische spreiding van financiering in het kader van InvestEU evenwichtig is, in het bijzonder met betrekking tot kleinere lidstaten;

7.  verzoekt de EIB projecten te ondersteunen die bijdragen aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, en die sociale integratie en de vermindering van ongelijkheid bevorderen in overeenstemming met de milieu- en sociale normen; roept de EIB op haar rol bij het beoordelen en aanpakken van investeringstekorten op het vlak van sociale infrastructuur en welzijn uit te breiden, bijvoorbeeld betaalbare en energie-efficiënte sociale huisvesting, openbare gezondheidszorg, nutsbedrijven, openbaar vervoer, duurzaam vervoer, cultuur en onderwijs, en er daarbij voor te zorgen dat dit een aanvulling vormt op en complementair is aan andere overheidsmiddelen en activiteiten van commerciële kredietverstrekkers; verzoekt de EIB om de weging van sociale uitkeringen in projectevaluaties te verhogen om langdurige betaalbare oplossingen te kunnen bieden, in het licht van een crisis rond de kosten van het levensonderhoud en de uitdagingen voor huishoudens in de Europese Unie die voortvloeien uit de algemene economische vooruitzichten; verzoekt de EIB om de risicobereidheid te vergroten voor projecten die voorzien in essentiële diensten met langdurige duidelijke en meetbare voordelen; verzoekt de EIB waar mogelijk financiële prioriteit te geven aan projecten waarbij kwetsbare of gemarginaliseerde mensen, met name jongeren, betrokken zijn, en aan door burgers geleide projecten;

De “klimaatbank” van de EU: klimaatactie en milieuduurzaamheidsdoelstellingen

8.  neemt kennis van de bevindingen in het investeringsverslag 2022/2023 van de EIB getiteld “Resilience and renewal in Europe”, waarin de investeringen in klimaatactie in de hele EU en de investeringstekorten in verschillende sectoren worden geanalyseerd; neemt ook nota van het Operational Plan 2023-2025 van de EIB-Groep, waarin de afstemming van de EIB op de politieke prioriteiten van de EU wordt bevestigd, evenals haar toezegging om haar ambitie voor de groene en digitale transitie op te voeren; verzoekt de Commissie een methode te ontwikkelen om de kloof in groene financiering in de EU te beoordelen en de potentiële rol van de EIB bij het overbruggen van deze financieringskloof te evalueren;

9.  herinnert eraan dat de EIB ’s werelds grootste emittent van groene obligaties met meerdere valuta’s is; wijst erop dat een toename van het aantal in euro luidende obligaties het internationale belang van de euro verder zou versterken;

10.  herinnert eraan dat de groene transitie inclusief en eerlijk moet zijn, en dat groene investeringen levensvatbaar moeten zijn en, verwacht bijgevolg dat de EIB haar kredietverlening, financiële instrumenten, technische bijstand en adviesdiensten aanwendt ter ondersteuning van burgers en bedrijven die worden geconfronteerd met sociaal-economische problemen als gevolg van hun inspanningen om ten laatste tegen 2050 klimaatneutraliteit te verwezenlijken; verzoekt de EIB projecten te steunen die zorgen voor betaalbare toegang tot hernieuwbare energie, huisvesting en openbare diensten, door de gemeenschap geleide initiatieven en kleine projecten die voornamelijk gericht zijn op de bestrijding van energiearmoede als prioriteit;

11.  is ingenomen met het feit dat de EIB haar doelstelling om ten minste de helft van haar middelen te besteden aan klimaatactie en milieuduurzaamheid reeds heeft gehaald en dat zij op schema ligt om tegen 2030 haar doelstelling te halen om 1 biljoen EUR aan groene investeringen te ondersteunen; verwacht dat de herziening in 2024 van de routekaart voor het klimaat de EIB volledig op het spoor van het 1,5 graad-traject en de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 zal zetten, en tegelijkertijd zal zorgen voor een eerlijke transitie voor iedereen; is van mening dat de meest ambitieuze publieke bankpraktijken als benchmark moeten dienen; vraagt nogmaals dat voor elk project een grondige beoordeling wordt gemaakt van minder koolstofintensieve alternatieven en emissies van groep 3;

12.  is ingenomen met de Paris Alignment for Counterparties (PATH) en verwacht dat deze volledig ten uitvoer wordt gelegd, zowel wat betreft het maximaliseren van de emissiereductie als het vergroten van de klimaatbestendigheid; neemt kennis van de reactie van de EIB op de noodsituatie op energiegebied in de EU door het PATH aan te passen; verwacht dat de vrijstellingen die in het kader van het PATH-kader worden verleend ter ondersteuning van REPowerEU uitzonderlijk, tijdelijk en volledig gerechtvaardigd zijn om de groene transitie te kunnen versnellen en een einde te maken aan de afhankelijkheid van Europa van de invoer van fossiele brandstoffen, onder meer uit Rusland; is in dit kader verheugd dat de EIB de komende jaren de steun aan REPowerEU verhoogt tot 45 miljard EUR aan leningen en aandelenfinanciering voor projecten op het gebied van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, netwerken en opslag, oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en baanbrekende technologieën;

13.  herinnert dat alle zakelijke cliënten van de EIB-financiering contractueel verplicht zijn een geloofwaardige strategie voor aanpassing aan de vereisten van Parijs (“decarbonisatieplannen”) op te stellen en te publiceren, met tussentijdse, doorlopende en kwantitatieve emissiereductiedoelstellingen en opties op langere termijn om ten laatste tegen 2050 klimaatneutraal te worden; verwacht van de EIB dat zij, alvorens nieuwe financiële toezeggingen te ondertekenen, de geloofwaardigheid van deze plannen systematisch evalueert en daarbij decarbonisatiecriteria hanteert die stroken met de doelstelling van 1,5 graad; herhaalt zijn oproep aan de EIB om alleen samen te werken met financiële intermediairs die over een geloofwaardig decarbonisatieplan beschikken, met kortetermijndoelstellingen die verenigbaar zijn met het 1,5 graad-traject en die zo vroeg mogelijk en ten laatste in 2025 verwezenlijkt zullen zijn; beklemtoont dat dergelijke nieuwe eisen geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de toegang van kmo’s tot financiering;

14.  benadrukt de sleutelrol van de EIB bij de totstandbrenging van een rechtvaardige transitie; verzoekt de EIB om het minimumbedrag van leningen voor individuele projecten of leenregelingen die bijdragen tot de rechtvaardige transitie te verlagen; moedigt de EIB ertoe aan de samenwerking met nationale en regionale financiële instellingen te intensiveren om gerichte financiering te verstrekken; verzoekt de EIB in dit verband bij te dragen aan de verwezenlijking van de EU-doelstellingen inzake gelijkheid van vrouwen en mannen; is ingenomen met de betrokkenheid van de EIB bij het EU-mechanisme voor een rechtvaardige transitie dat tot doel heeft de sociaal-economische gevolgen van de transitie naar een nettonuleconomie te ondervangen en nieuwe mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling te creëren in de in aanmerking komende regio’s;

15.  verzoekt de EIB haar risicobeperkende activiteiten aan te passen teneinde particuliere financiering te sturen in de richting van projecten die aanzienlijke additionaliteit opleveren en die bijdragen tot een rechtvaardige transitie, zonder evenwel de commerciële levensvatbaarheid van haar portefeuille in gevaar te brengen; verzoekt de EIB lering te trekken uit de uitvoering van producten zoals de klimaat- en infrastructuurfondsen, met inbegrip van de relevantie van intermediair eigen vermogen en de noodzaak van een betere verhouding tussen risico en rendement in kleinschalige groene infrastructuurprojecten;

16.  is ingenomen met het feit dat de investering in waterstof is opgevoerd; benadrukt dat de rol van waterstof bestaat in het bijdragen aan de transitie naar klimaatneutraliteit door het verminderen van emissies in industriële sectoren waar dit moeilijk is; rekent erop dat additionaliteit wordt gewaarborgd, om te voorkomen dat hulpbronnen worden onttrokken aan bestaande hernieuwbare elektriciteit, overeenkomstig de relevante gedelegeerde handeling(3); is bezorgd over de mogelijke gevolgen van waterstofprojecten voor de watervoorziening in een context van toenemende droogte, alsook over de gevolgen ervan voor de biodiversiteit; verzoekt de EIB om haar adviserende expertise voor het waterstofecosysteem en de waterstofmarkt in de EU te vergroten;

17.  onderstreept dat het milieu- en sociaal beleid van de EIB de verbintenis versterkt om de doelstellingen van het Verdrag inzake biologische diversiteit en het mondiaal biodiversiteitskader voor de periode na 2020 te bevorderen en uit te voeren, met name de eis dat gefinancierde projecten geen ernstige schade toebrengen aan de biodiversiteit en ecosystemen; is ingenomen met de overgang van “geen nettoverlies” naar “geen verlies” van biodiversiteit; streeft naar de volledige toepassing van het milieu- en sociaal beleid van de EIB, met name bij hernieuwbare-energieprojecten; dringt er bij de EIB op aan dat zij haar milieu- en sociaal beleid volledig in overeenstemming brengt met het mondiaal biodiversiteitskader voor de periode na 2020;

18.  is ingenomen met de eerste gemeenschappelijke beginselen voor natuurpositieve financiering dat de EIB samen met andere multilaterale ontwikkelingsbanken heeft bekendgemaakt tijdens COP28; verwacht van de EIB dat zij zich actief blijft inzetten voor natuurpositieve en biodiversiteitsbevorderende investeringen, alsook in sectoren met de grootste nevenvoordelen op het gebied van biodiversiteit, zoals waterbeheer, sanitaire voorzieningen, bosbouw en de oceaan, met het hoogste niveau van integriteit en garanties, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van lokale gemeenschappen, en met inachtneming van de lessen die zijn getrokken uit de faciliteit voor de financiering van natuurlijk kapitaal; rekent erop dat de EIB de financiering van oplossingen die plasticverontreiniging verminderen, zal verhogen;

19.  verwacht meer inspanningen om de natuur te mainstreamen in analyses en activiteiten ter beoordeling van het financiële risico van biodiversiteitsverlies op tegenpartijniveau; verwacht dat natuurpositieve elementen systematisch worden geïntegreerd in grootschalige infrastructuurprojecten, met name voor stedelijke investeringen; waarschuwt voor projecten die bijdragen aan klimaatdoelstellingen die leiden tot de afbraak van de biodiversiteit;

20.  neemt kennis van de lopende onderhandeling over “debt-for-nature swaps”; is bezorgd over de gevolgen van deze swaps voor ontwikkeling en de biodiversiteit, en over de hoge transactiekosten ervan, met name gezien de eerdere voorbeelden die hebben aangetoond dat deze zorgen terecht zijn; benadrukt dat het nodig is hoge transparantieniveaus te handhaven en dat landen zelf eigenaarschap moeten betrachten;

21.  verwacht van de EIB dat zij strenge dierenwelzijnsnormen blijft toepassen, ook voor fokactiviteiten en voeder in de visteelt, op basis van de hoogste normen als vastgesteld door de EU en multilaterale financiële instellingen;

22.  wijst erop dat een stabiele toevoer van kritieke grondstoffen cruciaal is voor de groene en de digitale transitie, de defensiesector en voor de industriële basis van de EU in het algemeen; herinnert aan de rol die de EIB speelt in de Europese grondstoffenalliantie en aan de doelstelling van de Unie om autonomer te worden voor wat de toevoer van kritieke grondstoffen betreft; beklemtoont het belang van een circulaire economische benadering van kritieke grondstoffen, op basis van recycling en hergebruik, om de EU minder afhankelijk te maken van derde landen en haar strategische autonomie te versterken; verzoekt de EIB daarom meer te investeren in de sector kritieke grondstoffen om de veerkracht op het gebied van grondstoffen te vergroten, met bijzondere aandacht voor de recycling van secundaire grondstoffen, en oplossingen voor de circulaire economie te bevorderen om het aanbod te helpen diversifiëren;

Steun voor innovatie, kleine en middelgrote ondernemingen, industrie en digitalisering

23.  herinnert eraan dat kmo’s de ruggengraat van de Europese economie vormen; herinnert eraan dat de 23 miljoen kmo’s in de EU 99 % van alle bedrijven vertegenwoordigen, goed zijn voor ongeveer driekwart van alle banen en meer dan 50 % van de totale door het bedrijfsleven in de EU gegenereerde toegevoegde waarde; benadrukt dat de ondersteuning van kmo’s een hoofddoelstelling is voor de EIB-groep; wijst erop dat de energiecrisis en de gevolgen van de Russische oorlog in Oekraïne kmo’s voor verdere uitdagingen stellen, evenals de stijgende grondstoffenprijzen en stijging van de rentepercentage;

24.  brengt in herinnering dat de EIB-groep in 2022 financiering heeft verstrekt voor investeringen van in totaal 16,35 miljard EUR voor kmo’s en midcaps; stelt vast dat volgens de EIB-groep de activiteiten van de EIB-groep in de vorm van schuldensteun aan kmo’s in de periode 2010-2020 een totaal van bijna 20 miljard aan netto toegekende bedragen per jaar vertegenwoordigden; verzoekt de EIB-groep na te denken over manieren om de steun aan kmo’s, met name in verband met kleine financieringsprojecten, verder te faciliteren;

25.  wijst op de rol van het EIF bij het verbeteren van de toegang tot financiering voor kleinere bedrijven, midcaps en start-ups in de EU en daarmee zijn ondersteuning van ondernemerschap, groei, innovatie, onderzoek en ontwikkeling en werkgelegenheid in de Unie; wijst erop dat stabiele energievoorziening met concurrerende prijzen een van de fundamenten vormt van een succesvol industriebeleid, met name van succesvolle kmo’s; verzoekt de EIB-groep extra groeikapitaal te verstrekken om kmo’s in staat te stellen hun activiteiten op te schalen; spoort de EIB-groep aan meer steun te verlenen voor de opschaling van Europese start-ups, onder meer door meer risico te nemen bij de verstrekking van durfkapitaal, om ervoor te zorgen dat Europese start-ups kunnen doorgroeien binnen de EU en niet alleen daarbuiten;

26.  benadrukt dat de EIF zich vooral moet richten op projecten die kwaliteitsbanen scheppen en in stand houden, met inbegrip van projecten die gericht zijn op het aanpakken van het groeiende probleem van jeugdwerkloosheid, zoals het zogenaamde duale leerlingstelsel dat in een enkele lidstaten doeltreffend en succesvol blijkt te zijn, met het oog op het creëren van stabiele en kwaliteitsbanen;

27.  erkent dat kmo’s vaak worstelen met beperkte administratieve middelen en worden geconfronteerd met zwaardere financieringskosten dan grote bedrijven wegens ongunstigere voorwaarden voor hun bankleningen, en vindt het noodzakelijk om hen eenvoudige en gemakkelijk toegankelijke financieringsinstrumenten te bieden; spoort de EIB-groep daarom aan haar programma’s zodanig vorm te geven dat de administratieve procedures worden vereenvoudigd, terwijl tegelijkertijd wordt voorzien in de noodzakelijke technische ondersteuning en adequate financiering voor adviesdiensten, waardoor zij toegankelijker worden voor kmo’s;

28.  herhaalt zijn oproep aan de EIB-Groep om de inspanningen aan te vullen om datagestuurde oplossingen te ontwikkelen, met bijzondere aandacht voor het concurrentievermogen van kmo’s, en om zijn investeringen op dit gebied te richten op het overbruggen van digitale kloven, zowel binnen de EU als tussen de EU en andere technologisch meer geavanceerde regio’s in de wereld; verzoekt de EIB-groep meer te investeren in digitalisering, in de ontwikkeling van geavanceerde technologieën zoals AI, en in de bij- en omscholing van werknemers die essentieel zijn voor een sterke industriële basis;

Oekraïne

29.  is verheugd over het initiatief “EU voor Oekraïne” dat de EIB in maart 2023 heeft gelanceerd om de wederopbouw en het herstel in Oekraïne te financieren, en dat is opgezet als een tijdelijke regeling die de EIB in staat zal stellen haar betrokkenheid bij het land voort te zetten terwijl de verwachte EU-steun voor de middellange termijn in de steigers staat; herinnert in dit verband aan het belang van de EU-begroting als garant voor de EIB-activiteit waarbij leningen buiten de EU worden verstrekt voor de uitvoering van EU-programma’s; vraagt om een verhoging van de garanties die uit de EU-begroting aan de EIB worden verstrekt om de EIB in staat te stellen essentiële activiteiten in de publieke en private sector in Oekraïne te blijven uitvoeren en haar activiteiten in het Mondiale Zuiden uit te breiden; is ingenomen met het feit dat alle EIB-acties in Oekraïne worden geleid door de prioriteiten voor sociaal, economisch en ecologisch herstel en wederopbouw, in overeenstemming met de “building back better”-beginselen en volledig zullen worden afgestemd op het komende Oekraïne-plan; is ingenomen met de component technische bijstand waarmee gezorgd wordt voor een optimale projectvoorbereiding en -uitvoering, alsook maatregelen voor capaciteitsopbouw; verwacht dat de komende beoordeling van de derde “Rapid Damage Needs Assessment” die wordt uitgevoerd door de Wereldbank in overleg met de Commissie, de EIB en de regering van Oekraïne aanzienlijk toegenomen behoeften aan het licht zal brengen; is ingenomen met de inspanningen van de EIB om fraude en corruptie met betrekking tot haar projecten in Oekraïne te voorkomen, te ontmoedigen en te onderzoeken;

30.  onderstreept dat de Russische aanvalsoorlog ook regio’s in de EU heeft getroffen en aanzienlijke economische gevolgen heeft gehad, met name in de oostelijke grensstaten van de EU en haar buurlanden, en een ernstige humanitaire crisis heeft veroorzaakt; benadrukt dat bij de planning van toekomstige investeringen rekening moet worden gehouden met de veranderingen in de toeleveringsketens en de economische en handelsbetrekkingen als gevolg van de oorlog; verzoekt de EIB om rekening te houden met de geopolitieke situatie en de investeringen die nodig zijn in landen in de frontlinie, waaronder infrastructuur en grensbeheer;

31.  herinnert eraan dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne een gamechanger is, aangezien hierdoor de Europese veiligheidsomgeving fundamenteel is veranderd en een grotere defensieparaatheid en derhalve voldoende investeringen vereist; benadrukt de noodzaak om zo doeltreffend mogelijk gebruik te maken van alle instrumenten waarover de EIB beschikt; verzoekt de EIB haar steun aan het strategisch Europees veiligheidsinitiatief en aan de Europese defensie-industrie, met inbegrip van kmo’s, op te voeren, met name om bij te dragen aan de voortzetting van de steun aan Oekraïne; verzoekt de EIB haar lijst van in aanmerking komende projecten zodanig te herzien dat munitie en militaire uitrusting die verder gaan dan toepassingen voor tweeërlei gebruik niet langer van EIB-financiering worden uitgesloten;

EIB Global

32.  benadrukt dat de activiteiten van EIB Global afgestemd moeten blijven op de strategische belangen van de EU en de doelstellingen van het externe beleid van de EU; is ingenomen met de betrokkenheid van de EIB bij het Global Gateway-initiatief, in het kader waarvan met name investeringen in infrastructuur en kmo’s zullen worden ondersteund, waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de doelstelling van de EU om haar strategische autonomie te vergroten; verwacht van EIB Global dat zij ervoor zorgt dat investeringen duidelijk aanvullend zijn, op de lange termijn positieve gevolgen hebben en ten goede komen aan de ontvangende gemeenschappen, door het natuurlijke en culturele erfgoed te beschermen, de klimaatbestendigheid te vergroten, lokale banen te scheppen, de levensstandaard te verhogen en armoede te verlichten; is van mening dat belanghebbenden in ontvangende landen, zoals overheidsinstanties, het maatschappelijk middenveld en sociale partners betrokken moeten worden bij de beslissingen over en de uitvoering van de Global Gateway-projecten; herinnert er voorts aan dat voor een geslaagde uitvoering van EIB Global voldoende personeel ter plaatse nodig is, met inbegrip van lokale werknemers;

33.  merkt op dat EIB Global sinds de oprichting van de nieuwe ontwikkelingstak meer dan ooit tevoren gebruik heeft gemaakt van de investeringsfaciliteit van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, waardoor in 2022 meer dan 10 miljard EUR ter beschikking werd gesteld, met name ter ondersteuning van Oekraïne en de Global Gateway; neemt kennis van de strategische routekaart van EIB Global en van de verwachting dat deze ten minste een derde van de 300 miljard EUR aan investeringen die tegen eind 2027 moeten worden gegenereerd, zal faciliteren; is ingenomen met de doelstelling om in 2025 meer dan 50 % van de jaarlijkse leningen te besteden aan investeringen in klimaatmaatregelen en milieuduurzaamheid; rekent erop dat de financiering wereldwijd zal bijdragen aan een inclusieve en rechtvaardige transitie; verwacht voorts dat EIB Global een zinvolle bijdrage zal leveren aan de EU-doelstelling waarbij 85 % van al het externe optreden gendergelijkheid zal ondersteunen tegen 2025; is ingenomen met de geboekte vooruitgang bij het opzetten van het Global Gateway-fonds in het kader van de garantie van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling+, waarmee naar verwachting investeringen met een hoge impact van de particuliere sector zullen worden gefinancierd en aandelen- en schuldfinanciering zullen worden verstrekt voor projecten op het gebied van infrastructuur met een hoge impact, schone energie en menselijke ontwikkeling overal ter wereld; uit zijn bezorgdheid over het ontbreken van inclusieve en zinvolle raadpleging van belanghebbenden die gevolgen ondervinden van de activiteiten; dringt aan op meer steun voor projecten met beperkte financierbaarheid en een hoog publiek rendement, en op het verlagen van het minimumbedrag van leningen voor individuele projecten, met name in minder ontwikkelde landen;

34.  herhaalt zijn oproep aan EIB Global om blending te beperken tot gebieden waar dit waarde kan toevoegen aan de lokale economie en verdringing van particulier kapitaal wordt voorkomen, en ervoor te zorgen dat gemengde financiering niet wordt gebruikt voor essentiële publieke diensten, met name gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming; herinnert eraan dat de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid van de EU, en met name de doelstelling om de universele en betaalbare toegang tot gezondheidszorg te verbeteren, als leidraad moeten dienen voor EIB-investeringen op dit gebied, teneinde voor betere gezondheidsresultaten voor iedereen te zorgen, en met name voor vrouwen;

35.  is bezorgd over de snel stijgende schuldniveaus en de hogere financieringskosten in opkomende en ontwikkelingseconomieën, waarbij naar schatting 60 % van de lage-inkomenslanden al te kampen hebben met grote overheidsschulden of een hoog risico op grote schulden(4); wijst op de belangrijke rol van de EIB en andere multilaterale instellingen in het verstrekken van financiering met gunstige voorwaarden om onhoudbare schuldenlasten te verlichten;

36.  is van mening dat EIB Global verantwoording moet afleggen met betrekking tot de naleving van de beginselen van de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp en de Actieagenda van Accra (eigen inbreng, onderlinge afstemming, harmonisatie, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoordingsplicht); is in dit verband met name bezorgd over een belangenconflict tussen exportkredietinstellingen en de ontwikkelingsfinanciering van EIB Global en over de gevolgen voor de additionaliteit van de betrokken investeringen van EIB Global op ontwikkelingsgebied;

37.  neemt kennis van de informatienota van de EIB die een samenvatting geeft van haar benadering inzake mensenrechten; herinnert de EIB aan het belang van de integratie van de mensenrechten in haar zorgvuldigheidsprocedures, de uitvoering van mensenrechteneffectbeoordelingen, de verankering van haar algemene engagement voor de mensenrechten en het in volledig in overeenstemming met artikel 2 VWEU opereren; verzoekt nogmaals om duidelijke en bindende regels als aanvulling van de informatienota die een samenvatting geeft van de benadering van EIB Global inzake mensenrechten, in het bijzonder met betrekking tot beoordeling en terugtrekking; spreekt met name zijn bezorgdheid uit over het feit dat de EIB sinds 2015 projectontwikkelaars niet verplicht heeft om een op zichzelf staande effectbeoordeling inzake mensenrechten uit te voeren; verzoekt de EIB daarom te zorgen voor een mensenrechtenstrategie en mensenrechtenevaluaties en -beoordelingen van haar programma’s, ook van de werkelijke situatie ter plaatse in ontvangende landen, teneinde te waarborgen dat lokale gemeenschappen worden geraadpleegd en dat het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming systematisch wordt gerespecteerd; verzoekt de EIB voorts om specifiek beleid te ontwikkelen met betrekking tot mensenrechtenactivisten en protocollen op te stellen om te reageren op risico’s van vergeldingsacties; onderstreept dat er specifieke maatregelen moeten worden genomen om inheemse volkeren, vrouwen, personen met een handicap en andere kwetsbare groepen bij de raadplegingen te betrekken;

38.  dringt er nogmaals bij de EIB op aan te waarborgen dat haar activiteiten vrouwen en meisjes ten goede komen en bijdragen tot de economische empowerment en arbeidsparticipatie van vrouwen; is van mening dat de EIB de leningen voor microfinanciering aan ondernemingen die door vrouwen worden geleid verder kan doen toenemen, aangezien zij nog steeds discriminatie ondervinden bij de toegang tot financiering;

39.  verzoekt de EIB om samen te werken met andere bilaterale en multilaterale instellingen om gemeenschappelijke methoden voor de ontwikkeling van effectbeoordelingen uit te werken en toe te passen, teneinde langdurige positieve effecten en toegevoegde waarde te waarborgen;

Transparantie en governance

40.  brengt in herinnering dat de EIB-fondsen publieke middelen zijn en altijd moeten worden onderworpen aan publieke controle en verantwoording; erkent dat de EIB in de Foreign Direct Investment Transparency Index 2023 de score “fair” behaalt; verzoekt de EIB proactief en tijdig meer gedetailleerde informatie over projecten te publiceren, met inbegrip van de redenen voor en de context van projecten, waarbij wordt uitgelegd hoe deze aansluiten bij en bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de EU, en verwacht dat de EIB de niet-openbaarmaking beperkt tot de toepasselijke uitzonderingen die zijn opgesomd in Verordening (EG) nr. 1049/2001(5) en Verordening (EG) nr. 1367/2006(6); dringt er bij de EIB op aan uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Europese Ombudsman van 20 november 2023 in zaak 2252/2022/OAM en die van 21 april 2022 in zaak 1251/2020/PB, om een zinvolle beoordeling mogelijk te maken van de milieu- en sociale aspecten van projecten die zij overweegt te financieren;

41.  dringt aan op een grotere verantwoordingsplicht van de EIB tegenover de EU-instellingen, met name het Parlement, aangezien transparantie een van de hoekstenen van de democratie is; verzoekt de EIB om haar verslaglegging aan het Parlement met betrekking tot haar besluiten, geboekte vooruitgang en de effecten van haar kredietverleningsactiviteiten uit te breiden, met name via regelmatige gestructureerde dialogen tussen het Parlement en de EIB; verzoekt nogmaals om een interinstitutioneel akkoord tussen het Parlement en de EIB teneinde de toegang tot EIB-documenten en -gegevens te verbeteren en de democratische verantwoordingsplicht te versterken, met inbegrip van de mogelijkheid om vragen met verzoek om schriftelijk antwoord in te dienen bij de EIB, zoals dat reeds het geval is bij de Europese Centrale Bank;

42.  verzoekt de EIB nogmaals haar beleid ter bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te versterken, onder meer door geen financiering te verstrekken aan begunstigden en financiële intermediairs met een bewezen slechte staat van dienst; verzoekt de EIB preventieve maatregelen en regelmatige belastingaanslagen te handhaven met betrekking tot niet-coöperatieve belastingjurisdicties, belasting- en begrotingsfraude, belastingontduiking en illegale en agressieve belastingontwijking;

43.  moedigt de vicepresidenten van de EIB aan betrokkenheid bij projectvoorstellen uit hun land van herkomst te vermijden; verzoekt de EIB volledig uitvoering te geven aan alle aanbevelingen van de Ombudsman van 27 juli 2022 in zaak 1016/2021/KR en van 31 oktober 2023 in zaak 611/2022/KR met betrekking tot de activiteiten van voormalige leden van haar directie; verzoekt de leden van de directie van de EIB om hun geplande vergaderingen met externe belanghebbenden openbaar te maken en vraagt nogmaals om de inhoud van de vergaderingen van de bestuursorganen van de EIB systematisch openbaar te maken teneinde de transparantie verder te verbeteren;

44.  merkt op dat de EIB vooruitgang heeft geboekt in het tot stand brengen van een beter genderevenwicht in het personeelsbestand, hoewel vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in hogere functies en op de belangrijkste werkterreinen van de EIB; betreurt het feit dat de EIB haar genderdoelstellingen voor vrouwen op verschillende niveaus in haar EIB-strategie 2018-2021 voor diversiteit en inclusie niet heeft gehaald; verzoekt de Bank daarom haar inspanningen op te voeren om de genderdiversiteit te vergroten teneinde te komen tot genderpariteit en tot een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen in alle functies, met name in hogere en leidinggevende functies, met behoud van het geografische evenwicht; verzoekt de EIB alle vormen van diversiteit en inclusie binnen haar organisatie verder te bevorderen en ambitieuze streefdoelen vast te stellen;

o
o   o

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Investeringsbank.

(1)PB L 231 van 30.6.2021, blz. 1.
(2)PB L 274 van 30.7.2021, blz. 1.
(3)Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong (PB L 157 van 20.6.2023, blz. 11).
(4)World Bank report, “Global Economic Prospects”, januari 2024, https://www.worldbank.org/en/publication/global-economic-prospects.
(5)Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(6)Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).

Laatst bijgewerkt op: 20 juni 2024Juridische mededeling - Privacybeleid