Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2021/0136(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0038/2023

Ingediende teksten :

A9-0038/2023

Debatten :

PV 28/02/2024 - 24
CRE 28/02/2024 - 24

Stemmingen :

PV 16/03/2023 - 8.4
CRE 16/03/2023 - 8.4
PV 29/02/2024 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2024)0117

Aangenomen teksten
PDF 134kWORD 64k
Donderdag 29 februari 2024 - Straatsburg
Europees kader voor een digitale identiteit
P9_TA(2024)0117A9-0038/2023
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 29 februari 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 betreffende een Europees kader voor een digitale identiteit (COM(2021)0281 – C9-0200/2021 – 2021/0136(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0281),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0200/2021),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 oktober 2021(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 13 oktober 2021(2),

–  gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 6 december 2023 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

–  gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A9-0038/2023),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  neemt kennis van de verklaring de Commissie die als bijlage bij deze resolutie is gevoegd;

3.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)PB C 105 van 4.3.2022, blz. 81.
(2)PB C 61 van 4.2.2022, blz. 42.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 29 februari 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014, wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit
P9_TC1-COD(2021)0136

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2024/1183.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van de Commissie betreffende artikel 45 naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EU) 2024/1183(1)

De Commissie is ingenomen met het bereikte akkoord, waarin volgens haar duidelijk wordt gemaakt dat webbrowsers gekwalificeerde certificaten voor websiteauthenticatie moeten ondersteunen en ervoor moeten zorgen dat deze interoperabel zijn, met als enig doel de identiteitsgegevens van de eigenaar van de website op een gebruikersvriendelijke manier weer te geven. De Commissie is zich ervan bewust dat deze verplichting niet vooruitloopt op de methoden die worden gebruikt om deze identiteitsgegevens weer te geven.

De Commissie is ingenomen met het bereikte akkoord, waarin volgens haar duidelijk wordt gemaakt dat webbrowsers niet in hun veiligheidsbeleid worden beperkt doordat zij gekwalificeerde certificaten voor websiteauthenticatie moeten erkennen, en dat het in het voorgestelde artikel 45 aan de webbrowsers wordt overgelaten om hun eigen procedures en criteria te behouden en toe te passen teneinde de privacy van onlinecommunicatie met behulp van versleuteling en andere beproefde methoden te handhaven. De Commissie beseft dat in ontwerpartikel 45 aan webbrowsers geen verplichtingen of beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de wijze waarop zij versleutelde verbindingen met websites tot stand brengen of waarop zij de cryptografische sleutels authenticeren die bij het opzetten van die verbindingen worden gebruikt.

De Commissie wijst erop dat zij, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven van 13 april 2016, een beroep zal doen op deskundigengroepen, gericht belanghebbenden zal raadplegen en in voorkomend geval openbare raadplegingen zal houden.

Verklaring van de Commissie over onzichtbaarheid naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EU) 2024/1183(2)

De Commissie is ingenomen met het bereikte akkoord, waarin volgens haar wordt bevestigd dat aanbieders van de Europese portemonnee voor digitale identiteit op grond van deze wijzigingsverordening geen persoonsgegevens mogen verwerken die zijn opgenomen in of voortvloeien uit het gebruik van de portemonnee, voor andere doeleinden dan de levering van portemonneediensten.

De Commissie is ook verheugd dat het begrip “onzichtbaarheid” in overweging 11 quater van het ontwerp van wijzigingsverordening is opgenomen, wat ervoor moet zorgen dat aanbieders van portemonnees geen details over de dagelijkse transacties van gebruikers kunnen zien en verzamelen. De Commissie is van mening dat dit begrip betekent dat er geen correlatie van gegevens tussen verschillende diensten mag zijn met het oog op het traceren van gebruikers of voor het bepalen, analyseren en voorspellen van persoonlijk gedrag, interesses of gewoonten.

Tegelijkertijd erkent de Commissie dat aanbieders van Europese portemonnees voor digitale identiteit, in volledige overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 en met uitdrukkelijke toestemming van de gebruiker, toegang mogen hebben tot bepaalde categorieën persoonsgegevens, bijvoorbeeld om te waarborgen dat zij ononderbroken portemonneediensten kunnen leveren of om de gebruikers te beschermen tegen verstoringen in de verlening ervan. Die gegevens moeten beperkt blijven tot wat voor elk specifiek doel noodzakelijk is.

(1)PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj.
(2)PB L, 2024/1183, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1183/oj.

Laatst bijgewerkt op: 20 juni 2024Juridische mededeling - Privacybeleid