Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2024/2665(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0253/2024

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/04/2024 - 7.12

Aangenomen teksten :

P9_TA(2024)0379

Aangenomen teksten
PDF 141kWORD 52k
Donderdag 25 april 2024 - Straatsburg
De ondemocratische presidentsverkiezingen in Rusland en de onrechtmatige uitbreiding daarvan naar de bezette gebieden
P9_TA(2024)0379RC-B9-0253/2024

Resolutie van het Europees Parlement van 25 april 2024 over de ondemocratische presidentsverkiezingen in Rusland en de onrechtmatige uitbreiding daarvan naar de bezette gebieden (2024/2665(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en Oekraïne,

–  gezien de grondwet van de Russische Federatie en de internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten waartoe Rusland zich heeft verbonden als lid van de Raad van Europa en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE),

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het handvest van Kopenhagen van 1990 van de OVSE,

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien resolutie ES‑11/4 van de Algemene Vergadering van de VN van 12 oktober 2022, getiteld “Territorial integrity of Ukraine: defending the principles of the Charter of the United Nations” (De territoriale integriteit van Oekraïne: de verdediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties) en resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN van 27 maart 2014, getiteld “Territorial integrity of Ukraine” (De territoriale integriteit van Oekraïne),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 17 juni 2023 over het voornemen om “verkiezingen” te houden in de bezette gebieden van Oekraïne,

–  gezien de verklaring van 29 januari 2024 van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de OVSE over het besluit van de Russische Federatie om de OVSE niet uit te nodigen als waarnemer bij de Russische presidentsverkiezingen,

–  gezien de verklaring van 18 maart 2024 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU over de Russische presidentsverkiezingen en de niet-toepasselijkheid daarvan op Oekraïens grondgebied,

–  gezien de verklaring van 18 maart 2024 van de voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, Theodoros Rousopoulos, over de “presidentsverkiezingen” in Rusland,

–  gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Russische Federatie, Mariana Katzarova, van 15 september 2023, getiteld “Situation of human rights in the Russian Federation” (De mensenrechtensituatie in de Russische Federatie),

–  gezien Advies nr. 992/2020 van 23 maart 2021 van de Europese Commissie voor democratie middels het recht (Commissie van Venetië) over grondwetswijzigingen en de procedure voor de goedkeuring ervan in de Russische Federatie,

–  gezien Resolutie nr. 2519 (2023) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 13 oktober 2023, getiteld “Examining the legitimacy and legality of the ad hominem term-limit waiver for the incumbent President of the Russian Federation” (Onderzoek naar de legitimiteit en wettigheid van de ontheffing ad hominem van de beperking van de ambtstermijn voor de zittende president van de Russische Federatie), en gezien haar verslag nr. 15827 van 22 september 2023 met dezelfde titel, waarop de resolutie was gebaseerd,

–  gezien Resolutie nr. 2540 (2024) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 17 april 2024, getiteld “Alexei Navalny’s death and the need to counter Vladimir Putin’s totalitarian regime and its war on democracy” (De dood van Aleksej Navalny en de noodzaak om het totalitaire regime van Vladimir Poetin en zijn oorlog tegen de democratie te bestrijden),

–  gezien het verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van 11 juli 2023, getiteld “Protecting human rights defenders at risk: EU entry, stay and support” (Bescherming van bedreigde mensenrechtenverdedigers: binnenkomst, verblijf en ondersteuning in de EU),

–  gezien artikel 28 van het Verdrag van de VN betreffende de status van staatlozen,

–  gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat alle lidstaten van de OVSE, met inbegrip van de Russische Federatie, zijn overeengekomen dat de wil van het volk, vrijelijk en eerlijk tot uitdrukking gebracht door middel van echte en periodieke verkiezingen, de basis vormt voor het gezag en de legitimiteit van de regering;

B.  overwegende dat de lidstaten van de OVSE zich ertoe hebben verplicht een aantal beginselen na te leven, zoals degene die zijn vastgelegd in het handvest van Kopenhagen van 1990, onder meer om ervoor te zorgen dat verkiezingscampagnes kunnen worden gevoerd in een open en eerlijke sfeer, zonder geweld, intimidatie of angst voor vergelding tegen kandidaten, partijen of kiezers, en om ervoor te zorgen dat de stemmen worden uitgebracht bij geheime stemming en dat zij eerlijk worden geteld en gerapporteerd;

C.  overwegende dat de zogenaamde presidentsverkiezingen die van 15 tot en met 17 maart 2024 in Rusland zijn gehouden, plaatsvonden zonder enige politieke concurrentie en in een zeer restrictief klimaat dat wordt gekenmerkt door systematische en ernstige repressie, terwijl de illegale aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne voortduurt; overwegende dat er meldingen waren van intimidatie van kiezers en ontzegging van hun stemrecht, het vullen van stembussen met valse stembiljetten, grootschalige vervalsing van de protocollen van stembureaus en detentie van onafhankelijke binnenlandse verkiezingswaarnemers; overwegende dat Rusland illegaal stemmingen heeft georganiseerd in de bezette Oekraïense gebieden op de Krim, in Donetsk, Cherson, Loehansk en Zaporizja, soms in een sfeer van geweld en bedreigingen door bewapende Russische soldaten; overwegende dat Rusland bovendien reeds illegale stemmingen heeft georganiseerd in Abchazië, in Zuid-Ossetië en in Transnistrië, tegen de wil van de Georgische en Moldavische autoriteiten;

D.  overwegende dat de Russische autoriteiten de OVSE/ODIHR niet hebben uitgenodigd deze verkiezingen waar te nemen, hetgeen in strijd is met de verbintenissen en verplichtingen van Rusland als lidstaat van de OVSE; overwegende dat dit de tweede achtereenvolgende Russische verkiezingen waren die werden gehouden zonder onpartijdige en onafhankelijke internationale verkiezingswaarnemers in het land;

E.  overwegende dat de centrale kiescommissie van de Russische Federatie op onredelijke wijze heeft geweigerd om politici die zich kritisch hebben geuit over het regime en/of de aanvalsoorlog tegen Oekraïne als kandidaat te registreren, waaronder enkele politici die overeenkomstig de vereisten van de nationale wetgeving meer dan 100 000 handtekeningen zouden hebben verzameld;

F.  overwegende dat Aleksej Navalny, de invloedrijkste persoon binnen de democratische oppositie en winnaar van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken in 2021, op 16 februari 2024 werd vermoord in een Siberische strafkolonie, slechts enkele weken voor de zogenaamde presidentsverkiezingen; overwegende dat Navalny een ongegronde, politiek gemotiveerde gevangenisstraf uitzat; overwegende dat de volledige verantwoordelijkheid voor zijn moord bij de Russische staat en met name bij president Vladimir Poetin ligt;

G.  overwegende dat in de Russische grondwet van 1993 is bepaald dat de president slechts twee opeenvolgende ambtstermijnen mag dienen, maar dat Vladimir Poetin sinds 2000 ononderbroken aan de macht is en verschillende manieren heeft gevonden om deze beperking te omzeilen; overwegende dat het schijnreferendum van 2020 niet als geldig kan worden beschouwd, en is aangenomen in strijd met de wetten en internationale verplichtingen van de Russische Federatie; overwegende dat de hernieuwde presidentiële ambtstermijn van Vladimir Poetin door een groot aantal deskundigen als ongrondwettelijk wordt beschouwd; overwegende dat het Kremlinregime sinds 2022 verscheidene restrictieve wetten inzake het toezicht op verkiezingen ten uitvoer legt, en dat daarbij tegelijkertijd aanhangers van oppositiepartijen stelselmatig het doelwit zijn en zij worden vastgehouden en dikwijls aangeklaagd, grotendeels op grond van de in februari 2024 aangenomen nieuwe wet die confiscatie mogelijk maakt van eigendommen en tegoeden van personen die kritiek uiten op de oorlog in Oekraïne;

H.  overwegende dat het autoritaire regime van Rusland al tientallen jaren dergelijke steeds frauduleuzer en absurder wordende “verkiezingen” gebruikt om de schijn van democratie op te houden, zodat alle macht in handen van Vladimir Poetin geconcentreerd kan blijven; overwegende dat de regering elke afwijkende mening onderdrukt met de steun van loyalistische veiligheidstroepen, een onderdanige rechterlijke macht, onder controle van de staat staande media die een niet-aflatende stroom van propaganda en desinformatie voortbrengen, en een wetgevende macht die bestaat uit een regeringspartij en volgzame oppositiefracties;

I.  overwegende dat de andere kandidaten bij deze schijnverkiezingen vertegenwoordigers waren van de Communistische Partij van de Russische Federatie (CPRF), het Nieuwe Volk en de Liberale Democratische Partij van Rusland (LDPR), aan wie de EU en de VS momenteel sancties hebben opgelegd wegens hun ondersteuning van de oorlog in Oekraïne;

J.  overwegende dat de “verkiezingsoverwinning” van Poetin met 87 % van de stemmen – uiteraard een onvoorstelbaar hoog percentage bij vrije en eerlijke verkiezingen – het resultaat was van overduidelijk gemanipuleerde uitslagen van stembureaus in heel Rusland, van Adygea tot Jamalië; overwegende dat hieruit blijkt dat het Poetin-regime op flagrante en arrogante wijze misbruik maakt van verkiezingen om voor het 24e jaar aan de macht te blijven;

K.  overwegende dat de Russische autoriteiten sinds het begin van de grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland in 2022 hun onderdrukking van de politieke oppositie, de media, het maatschappelijk middenveld en de lhbtiq-gemeenschap hebben opgevoerd door de rechten en individuele vrijheden nog verder in te perken en zo binnenlandse dissidenten monddood te maken;

L.  overwegende dat veel Russische kiezers door hun deelname aan daden van verzet bij stembureaus moedig uiting hebben gegeven aan hun woede over en protest tegen het Kremlinregime en de farce die de door het regime georganiseerde verkiezingen waren; overwegende dat grote groepen mensen zich op de laatste dag van de zogenaamde verkiezingen om 12.00 uur ’s middags naar de stembureaus hebben begeven ter ondersteuning van de demonstratie “12.00 uur ’s middags tegen Poetin”, waartoe Aleksej Navalny had opgeroepen voordat hij in de gevangenis na foltering en een onmenselijke behandeling werd vermoord;

M.  overwegende dat het Kremlinregime een generatie Russische maatschappelijke organisaties, democratische opposanten en mensenrechtenorganisaties monddood heeft gemaakt, waaronder Memorial en de Moskouse Helsinki-groep; overwegende dat het aantal politieke gevangenen in Rusland, dat naar schatting ten minste 1 000 bedraagt, zelfs hoger ligt dan tijdens de late Sovjetperiode, en dat het aantal personen dat wordt vastgehouden wegens kritiek op het beleid van Poetin, met name op de oorlog in Oekraïne, aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat Rusland volgens het Comité voor de Bescherming van Journalisten ten minste 22 journalisten gevangenhoudt;

N.  overwegende dat de EU zich dikwijls onmiskenbaar solidair heeft verklaard met al deze dissidenten en met de Russische bevolking, die ondanks de bedreigingen voor hun vrijheid en leven, en de druk van het Kremlin en de Russische autoriteiten, blijven strijden voor vrijheid, mensenrechten en democratie; overwegende dat de EU onderdak biedt aan diverse Russische dissidenten en vertegenwoordigers van de media en maatschappelijke organisaties, die Rusland moesten verlaten omdat ze door hun kritiek op de regering een groot risico liepen op represailles van de autoriteiten;

O.  overwegende dat de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Russische Federatie tot de conclusie is gekomen dat er in Rusland geen veilige ruimte meer is voor burgeracties of politieke oppositie;

P.  overwegende dat de Commissie van Venetië in haar Advies nr. 992/2020 heeft geconcludeerd dat de voorbereiding van de grondwetswijzigingen van 2020 duidelijk buitensporig snel is verlopen, alsook dat de overhaast aangenomen wijzigingen van 2020 in de Russische grondwet de positie van de president onevenredig hebben versterkt en dat de vrijstelling ad hominem van de beperkingen van de ambtstermijn voor de huidige en vorige presidenten in tegenspraak is met de logica van de aangenomen wijziging waarmee het mandaat van de president tot twee ambtstermijnen wordt beperkt;

Q.  overwegende dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa in Resoluties nr. 2519 (2023) en nr. 2540 (2024) de Europese regeringen ertoe heeft opgeroepen om Vladimir Poetin na afloop van zijn huidige presidentiële ambtstermijn als onrechtmatig te erkennen en alle contacten met hem te verbreken, met uitzondering van contact voor humanitaire doeleinden en met het oog op vrede;

R.  overwegende dat het Parlement in zijn aanbeveling van 2021 betreffende de koers van de politieke betrekkingen tussen de EU en Rusland(1) heeft geconcludeerd dat de in juni 2020 doorgevoerde grondwetswijzigingen illegaal waren, en dat de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa in Resolutie nr. 2519 (2023) tot dezelfde conclusie is gekomen;

S.  overwegende dat de Russische Federatie sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en niet-gerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert; overwegende dat deze aanvalsoorlog een grove en flagrante schending van het VN-Handvest en van de fundamentele beginselen van het internationaal recht vormt;

T.  overwegende dat het Internationaal Strafhof op 17 maart 2023 een aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin vanwege zijn verantwoordelijkheid voor de oorlogsmisdaad van onwettige deportatie en overbrenging van Oekraïense kinderen tijdens de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;

1.  veroordeelt ten stelligste alle schendingen van de kieswetgeving die het regime van Vladimir Poetin heeft begaan tijdens de zogenaamde Russische presidentsverkiezingen van 15 tot en met 17 maart 2024, alsook de daaraan voorafgaande langdurige en systematische repressie en schendingen van burgerrechten en politieke rechten; onderstreept dat de zogenaamde presidentsverkiezingen in Rusland zijn gehouden in een klimaat van angst en repressie en in de context van een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne; stelt vast dat er tijdens de zogenaamde presidentsverkiezingen geen echte alternatieve kandidaten waren, geen vrije media, geen geloofwaardige waarnemers en geen politieke vrijheden; concludeert dat de zogenaamde presidentsverkiezingen in Rusland onrechtmatig en ondemocratisch waren;

2.  concludeert dat deze door de Russische autoriteiten opgevoerde farce uitsluitend het doel diende om Vladimir Poetin, zijn beleid van niet-aflatende binnenlandse repressie en vooral de aanvalsoorlog tegen Oekraïne door middel van verkiezingen de schijn van legitimiteit te geven;

3.  veroordeelt onmiskenbaar het feit dat deze zogenaamde illegale verkiezingen ook gehouden zijn in de tijdelijk door Rusland bezette Oekraïense gebieden, te weten in de Autonome Republiek Krim en de stad Sebastopol, alsook in delen van de regio’s Donetsk, Loehansk, Zaporizja en Cherson; benadrukt dat het houden van verkiezingen in deze gebieden een duidelijke inbreuk vormt op de soevereiniteit van Oekraïne en een onmiskenbare schending van het internationaal recht, met name het VN-Handvest; betreurt het dat de Russische autoriteiten hun toevlucht hebben genomen tot dreigen met geweld, aangezien mensen gedwongen werden te stemmen in aanwezigheid van bewapende Russische soldaten; herhaalt de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU dat de EU noch de organisatie, noch de uitslag van deze zogenaamde verkiezingen op Oekraïens grondgebied zal erkennen; dringt erop aan dat de EU restrictieve maatregelen neemt tegen personen die betrokken zijn bij het organiseren en uitvoeren van de onrechtmatige verkiezingen;

4.  onderstreept dat de weigering om een onafhankelijke internationale waarneming van de Russische presidentsverkiezingen toe te staan, overeenkomstig de internationale verplichtingen van Rusland als lidstaat van de OVSE, wijst op een ongekende mate van democratische achteruitgang en een kritiek gebrek aan bereidheid om internationale verplichtingen na te komen en de gevestigde beginselen van samenwerking in het kader van internationale instellingen na te leven; benadrukt dat de Russische autoriteiten er met hun besluit om de OVSE/ODIHR-verkiezingswaarnemingsmissie niet uit te nodigen bij de verkiezingen blijk van geven de kiezers een onpartijdige en onafhankelijke beoordeling van de verkiezingen te willen onthouden;

5.  dringt er bij de lidstaten van de Europese Unie en de internationale gemeenschap op aan de uitslag van de Russische presidentsverkiezingen niet als legitiem te erkennen, aangezien deze verkiezingen werden gehouden in de illegaal bezette gebieden van Oekraïne, en zelfs binnen Rusland vrij noch eerlijk waren, niet voldeden aan de fundamentele internationale normen voor verkiezingen en daarom niet democratisch gelegitimeerd waren, en dringt erop aan de betrekkingen met Poetin te beperken tot aangelegenheden die noodzakelijk zijn voor vrede in de regio en voor humanitaire en mensenrechtendoeleinden, zoals de uitwisseling van gevangenen, de terugkeer naar Oekraïne van gedeporteerde kinderen of verzoeken om vrijlating van politieke gevangenen;

6.  spreekt zijn waardering uit voor de moed van de duizenden mensen in Rusland die protesteren tegen het regime van Poetin en proberen hun land om te vormen tot een democratie, onder meer door daden van verzet tijdens de zogenaamde verkiezingen, zoals de protesten waarbij zich op zondag 17 maart 2024 om 12.00 uur ’s middags mensenmenigten hebben verzameld bij stembureaus in Rusland en in het buitenland;

7.  herinnert eraan dat het Kremlinregime en Vladimir Poetin persoonlijk de strafrechtelijke en politieke verantwoordelijkheid dragen voor de dood van hun belangrijkste tegenstander, Aleksej Navalny; dringt aan op een internationaal onderzoek naar de omstandigheden rond zijn dood, zodat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen;

8.  blijft aandringen op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating en schadeloosstelling van alle politieke gevangenen, met inbegrip van Vladimir Kara-Moerza, Oleg Orlov, Aleksej Gorinov, Aleksandra Skotsjilenko, Dmitry Ivanov, Ioann Koermojarov, Viktoria Petrova, Maria Ponomarenko, Dmitry Talantov, Joeri Dmitriev, Lilia Tsjanysjeva, Ksenia Fadejeva, Ivan Safronov en Ilja Jasjin, en onterecht gedetineerde journalisten, waaronder Alsoe Koermasjeva en Evan Gersjkovitsj, en hun families, alsmede op het herstel van de vrijheid van meningsuiting en vereniging in Rusland, en op meer internationale controle en monitoring van mensenrechtenschendingen in Rusland;

9.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan om politieke gevangenen in kritieke gezondheidstoestand, met name Vladimir Kara-Moerza, onmiddellijk toegang te verlenen tot alomvattende medische zorg; wijst Rusland er nogmaals op zijn internationale verplichtingen inzake de rechten van gevangenen na te komen;

10.  roept de Russische autoriteiten ertoe op consulaire ambtenaren toestemming te geven gevangenen met een dubbele nationaliteit te bezoeken;

11.  wijst er nogmaals op dat de EU zich volledig solidair moet verklaren met Russische maatschappelijke organisaties die de universele democratische waarden onderschrijven en het imperialisme verwerpen, en dat de EU gebruik moet maken van de Europese sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen om daders van mensenrechtenschendingen te bestraffen; spreekt zijn afkeuring uit over de escalerende schendingen van de mensenrechten door het Kremlinregime en veroordeelt de aanhoudende onderdrukking van regeringscritici, mensenrechtenverdedigers, antioorlogsactivisten, onafhankelijke journalisten, advocaten en historici die onderzoek doen naar misdrijven van de Sovjet-Unie, alsook de toenemende repressie van lhbtiq-activisten;

12.  verzoekt de EU en haar lidstaten samen te werken met internationale partners en organisaties om politieke gevangenen te ondersteunen, vooral door middel van medische hulp en rechtsbijstand, waartoe zij slechts beperkte of geen toegang krijgen, en om manieren te zoeken om hen vrij te krijgen; herhaalt zijn oproep aan de diplomatieke vertegenwoordigingen van de EU en haar lidstaten om rechtszaken tegen leden van de Russische politieke oppositie en de omstandigheden waaronder zij gevangen worden gehouden nauwlettend te blijven volgen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de verslechterende situatie van de mensenrechten in Rusland onder de aandacht te blijven brengen en druk uit te oefenen op de Russische regering om haar internationale verplichtingen na te komen;

13.  verzoekt de EU en haar lidstaten onafhankelijke Russische maatschappelijke organisaties, onafhankelijke mediakanalen en mensenrechtenverdedigers actief te blijven steunen; verzoekt de EU en haar lidstaten actief samen te werken met en steun te verlenen aan de Russische democratische oppositie die gekant is tegen de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;

14.  spoort de lidstaten aan om humanitaire visa en andere steun te verstrekken aan Russische dissidenten, ook aan advocaten die het risico lopen op politieke vervolging; pleit nogmaals voor een EU-brede visumregeling voor meerdere binnenkomsten voor mensenrechtenverdedigers en politiek vervolgde personen, en verlangt dat er gebruik wordt gemaakt van de bestaande flexibiliteit en dat lacunes in de wetgeving worden gedicht, zoals het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten heeft voorgesteld in zijn verslag van 2023, getiteld “Protecting Human Rights Defenders at Risk: EU entry, stay and support” (Bescherming van bedreigde mensenrechtenverdedigers: binnenkomst, verblijf en ondersteuning in de EU); benadrukt in dit verband dat dergelijke regelingen ook uitgebreid kunnen worden tot oppositieleiders, activisten uit het maatschappelijk middenveld en anderszins politiek vervolgde personen;

15.  dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan zich voor te bereiden op een situatie waarin Rusland, net als Belarus, de afgifte van paspoorten in zijn consulaten stopzet, waarbij het noodzakelijk kan zijn dat de EU en al haar lidstaten de facto staatloosheid erkennen en reisdocumenten afgeven, zoals bepaald in artikel 28 van het VN-Verdrag betreffende de status van staatlozen;

16.  verlangt dat het voor Russische dissidenten in de EU eenvoudiger wordt gemaakt om organisaties en entiteiten te registreren, bankrekeningen te openen en andere administratieve taken te verrichten, zodat zij hun werk in ballingschap kunnen voortzetten;

17.  betreurt het feit dat de minister-president van Hongarije, Viktor Orbán, ervoor heeft gekozen het standpunt van de EU niet te volgen en Vladimir Poetin te feliciteren met zijn vervalste herverkiezing;

18.  spreekt zijn steun uit voor het werk van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Russische Federatie, Mariana Katzarova, en verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de VN-Mensenrechtenraad zijn mandaat in 2024 opnieuw verlengt;

19.  verklaart zich nogmaals onverminderd solidair met de Oekraïense bevolking en spreekt nogmaals zijn steun uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen; veroordeelt daarom nogmaals krachtig de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en eist dat Rusland en zijn gelieerde troepen alle militaire activiteiten stopzet, een einde maakt aan de aanvallen op woongebieden en civiele infrastructuur, alle strijdkrachten uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne terugtrekt, een einde maakt aan de gedwongen deportaties van Oekraïense burgers, alle gedetineerde Oekraïners, met name kinderen, vrijlaat, en definitief ophoudt met het schenden of bedreigen van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Russische autoriteiten.

(1)Aanbeveling van het Europees Parlement van 16 september 2021 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de koers van de politieke betrekkingen tussen de EU en Rusland (PB C 117 van 11.3.2022, blz. 170).

Laatst bijgewerkt op: 17 oktober 2024Juridische mededeling - Privacybeleid