Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2024/2703(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B9-0244/2024

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/04/2024 - 7.14

Aangenomen teksten :

P9_TA(2024)0381

Aangenomen teksten
PDF 130kWORD 48k
Donderdag 25 april 2024 - Straatsburg
Nieuwe pogingen om een wet op buitenlandse agenten in te voeren in Georgië en de hieruit voortvloeiende beperkingen voor het maatschappelijk middenveld
P9_TA(2024)0381RC-B9-0244/2024

Resolutie van het Europees Parlement van 25 april 2024 over nieuwe pogingen om een wet op buitenlandse agenten in te voeren in Georgië en de hieruit voortvloeiende beperkingen voor het maatschappelijk middenveld (2024/2703(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Georgië,

–  gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de commissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding van 17 april 2024 over de goedkeuring van de wet inzake “transparantie betreffende buitenlandse invloed”,

–  gezien de verklaring van de Europese Dienst voor extern optreden van 4 april 2024 over het wetsontwerp inzake “transparantie betreffende buitenlandse invloed”,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 14 en 15 december 2023,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2023” (COM(2023)0690),

–  gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds(1),

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met de zuidelijke Kaukasus en de vaste rapporteur van het Europees Parlement voor Georgië van 18 april 2024 over de herindiening van het wetsontwerp inzake “transparantie betreffende buitenlandse invloed” in Georgië,

–  gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het recht op vrijheid van mening en meningsuiting en het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging in de grondwet van Georgië verankerde grondrechten zijn;

B.  overwegende dat Georgië, als partij bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, en als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, zich ertoe heeft verbonden de beginselen van de democratie en de rechtsstaat na te leven en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te eerbiedigen;

C.  overwegende dat de Europese Unie van Georgië, een kandidaat-lidstaat van de EU, verwacht dat het zich volledig houdt aan de associatieovereenkomst en andere internationale verbintenissen die het land is aangegaan, en dat het met name aan de voorwaarden voldoet en de stappen neemt die opgenomen zijn in de aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023; overwegende dat de Europese Raad heeft besloten Georgië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen op voorwaarde dat deze stappen zouden worden genomen; overwegende dat de Commissie er in de aanbeveling bij Georgië op aandringt te waarborgen dat het maatschappelijk middenveld in alle vrijheid kan werken (stap 9) en desinformatie gericht tegen de EU en haar waarden tegen te gaan (stap 1); overwegende dat het wetsontwerp niet in overeenstemming is met deze beide punten;

D.  overwegende dat het Georgische parlement de wet inzake transparantie betreffende buitenlandse invloed op 17 april 2024 in eerste lezing heeft aangenomen, met 83 stemmen voor en 0 stemmen tegen, ondanks massaal protest van Georgische burgers, kritiek van de president van Georgië, die aangaf van mening te zijn dat het wetsontwerp “de Europese ambities van het land dwarsboomt”, kritiek uit binnen- en buitenland op de wet en herhaalde oproepen van de Europese partners van Georgië om het wetsontwerp in te trekken; overwegende dat in deze wet wordt bepaald dat organisaties waarvan meer dan 20 % van de financiering afkomstig is uit het buitenland, zich binnen twee maanden moeten laten registreren als “organisaties die zich inzetten voor de belangen van een buitenlandse macht” en zichzelf als zodanig moeten presenteren; overwegende dat deze organisaties op grond van de wet aan extra controles onderworpen zullen worden, aan rapportageverplichtingen moeten voldoen en sancties opgelegd kunnen krijgen, waaronder administratieve boetes van maximaal 25 000 GEL; overwegende dat de wet, als zij wordt aangenomen, de mogelijkheden van de media en maatschappelijke organisaties om in vrijheid te werken ernstig zal beperken;

E.  overwegende dat het legitieme doel om transparantie te waarborgen met betrekking tot ngo’s die financiering uit het buitenland ontvangen, op geen enkele manier maatregelen rechtvaardigt die deze ngo’s belemmeren bij hun werkzaamheden, met name niet als het gaat om ngo’s die actief zijn op het gebied van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten;

F.  overwegende dat dit wetsontwerp is ingediend in een tijd van toenemende aanvallen tegen het maatschappelijk middenveld en de onafhankelijke media in Georgië en tegen de ondersteuning van de democratie door internationale donoren, klaarblijkelijk in een poging om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te beperken en personen en organisaties die een kritisch geluid laten horen het zwijgen op te leggen, onder meer door de toegang tot buitenlandse financiering te beperken; overwegende dat dit wetsontwerp het meest recente is in een hele reeks wetgevings- en andere initiatieven van de Georgische regering in de aanloop naar de verkiezingen, en dat er onder meer ook een grondwetswijziging is aangekondigd om “LHBT-propaganda” te bestrijden evenals een voorstel tot intrekking van beleidsmaatregelen waarbij quota werden ingevoerd inzake het aantal vrouwen in het parlement, en dat al deze initiatieven de democratische hervormingen in gevaar brengen en bevorderlijk zijn voor de verspreiding van desinformatie over de EU, haar waarden en haar beleid; overwegende dat het Europees Parlement in eerdere resoluties reeds heeft aangedrongen op maatregelen om ervoor te zorgen dat de rol van oligarchen wordt verkleind omdat zij een destructieve rol spelen in de Georgische politiek en economie, waaronder in het kader van de politiek gemotiveerde vervolging van journalisten en politieke tegenstanders zoals voormalig president Micheïl Saakasjvili, met betrekking tot wie het Parlement de oproep heeft gedaan hem om humanitaire redenen vrij te laten zodat hij in het buitenland een medische behandeling kan ondergaan;

1.  veroordeelt met klem de herindiening van het controversiële wetsontwerp inzake “transparantie betreffende buitenlandse invloed”, waarin beperkingen worden opgelegd aan maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media en dat tot gevolg zal hebben dat hun mogelijkheden om in vrijheid activiteiten te ontplooien ernstig worden beperkt, en waartegen daarom door de Georgische bevolking, maatschappelijke organisaties, onafhankelijke media, prominente publieke figuren en de Europese en internationale partners van Georgië massaal is geprotesteerd;

2.  benadrukt dat het wetsontwerp onverenigbaar is met de waarden en democratische beginselen van de EU, niet in overeenstemming is met het streven van het land om toe te treden tot de EU, de reputatie van Georgië in de rest van de wereld schaadt en de Euro-Atlantische integratie van Georgië in gevaar brengt;

3.  benadrukt dat er geen onderhandelingen over toetreding van het land tot de EU mogen worden gestart zolang deze wet deel uitmaakt van de Georgische rechtsorde;

4.  roept het parlement van Georgië derhalve op om de behandeling van het wetsontwerp, die tot de aanneming ervan moet leiden, stop te zetten, en verzoekt de regering van Georgië zich te houden aan de toezeggingen die zij in maart 2023 heeft gedaan, toen zij beloofde het wetsontwerp houdende beperkingen van maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media onvoorwaardelijk in te trekken en niet opnieuw een dergelijk wetsontwerp in te dienen; verzoekt de regering van Georgië daarnaast af te zien van de indiening van enig ander wetsvoorstel dat niet verenigbaar is met de beginselen van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en dat derhalve zou botsen met de criteria van Kopenhagen voor het EU-lidmaatschap;

5.  onderstreept dat het wetsontwerp haaks staat op de aspiraties van de meerderheid van de Georgische bevolking om in een democratische samenleving te leven, door te gaan met de democratische hervormingen en de hervormingen van de rechtsstaat, nauwe samenwerking met de Euro-Atlantische partners na te streven, en zich in te zetten voor het lidmaatschap van de EU;

6.  benadrukt dat het recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering en het recht om vreedzaam te protesteren fundamentele vrijheden zijn die onder alle omstandigheden moeten worden gerespecteerd, in het bijzonder in een land dat zich bij de EU wil aansluiten;

7.  spoort de regering van Georgië met klem aan de grondwettelijke rechten van de burgers van Georgië te eerbiedigen, en spreekt in dit verband zijn bezorgdheid uit over berichten over het gebruik van disproportioneel geweld door de oproerpolitie bij het uiteenjagen van demonstraties tegen het omstreden wetsvoorstel; verzoekt de Georgische autoriteiten te onderzoeken wie er verantwoordelijk waren voor dit onrechtmatige en disproportionele geweld en deze personen ter verantwoording te roepen;

8.  beklemtoont dat de rol van publieke waakhond die het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media spelen essentieel is voor een democratische samenleving en bovendien cruciaal is om ervoor te zorgen dat de hervormingen worden doorgevoerd die nodig zijn voor toetreding tot de EU, en roept de Georgische autoriteiten dan ook op het uiterste te doen om een klimaat te waarborgen waarin maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media ongehinderd actief kunnen zijn;

9.  spreekt zijn afschuw uit over het feit dat de regering van Georgië zich laat inspireren door vergelijkbare, uiterst omstreden Russische wetgeving, zoals de Russische “wet op buitenlandse agenten”, die opzettelijk maatschappelijke organisaties en activisten viseert en discrimineert en ook gebruikt wordt om het verzet tegen de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne de kop in te drukken en iedereen die nog een kritisch geluid laat horen het zwijgen op te leggen;

10.  herinnert eraan dat de Europese Raad Georgië tijdens de top van 14 en 15 december 2023 de status van kandidaat-lidstaat heeft toegekend op voorwaarde dat de in de aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023 genoemde relevante stappen zouden worden genomen; wijst erop dat Georgië er in deze aanbeveling toe wordt opgeroepen te waarborgen dat het maatschappelijk middenveld in alle vrijheid kan werken en desinformatie gericht tegen de EU en haar waarden tegen te gaan, en dat het wetsontwerp hier niet mee in overeenstemming is;

11.  herinnert de Georgische regering aan de toezeggingen die zij heeft gedaan en de waarden en beginselen die zij heeft onderschreven bij de indiening van het verzoek om toetreding tot de EU, en verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de commissaris voor Nabuurschap en Uitbreiding en de voorzitter van de Commissie om de Georgische regering hier ook nog eens aan te herinneren;

12.  verzoekt de Commissie een tussentijds verslag in te dienen met daarin een beoordeling van de vooruitgang van Georgië met betrekking tot de uitvoering van de negen stappen als bedoeld in de aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023;

13.  verzoekt de Commissie op korte termijn onderzoek te doen naar de gevolgen van de geplande wet inzake buitenlandse invloed als het gaat om de verplichting van Georgië om ervoor te zorgen dat de criteria van het actieplan voor visumliberalisering voortdurend worden nageleefd, en met name het criterium dat de grondrechten moeten worden geëerbiedigd, wat een cruciaal onderdeel is van het visumliberaliseringsbeleid van de EU;

14.  verzoekt de Commissie en de lidstaten te beoordelen welke gevolgen dit wetsontwerp zou moeten hebben voor de rol van de EU als donor in Georgië, en de Georgische regering en het Georgische parlement duidelijk mee te delen wat de gevolgen zouden kunnen zijn en wat dit zou kunnen betekenen voor de EU-financiering in het algemeen;

15.  spoort de Georgische regering aan haar Europese ambities te herbevestigen, invulling te blijven geven aan haar toezeggingen met betrekking tot het eerbiedigen, versterken en bevorderen van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, en daadwerkelijk de stappen te zetten die nodig zijn om te voldoen aan de voorwaarden voor de kandidaat-status en het EU-lidmaatschap, in een geest van betrokkenheid en samenwerking met het maatschappelijk middenveld en de politieke oppositie in Georgië;

16.  betreurt de rol die de enige oligarch van Georgië, Bidzina Ivanisjvili, die op 30 december 2023 is teruggekeerd naar de actieve politiek als “erevoorzitter” van de partij Georgische Droom, persoonlijk speelt in de huidige politieke crisis en in de zoveelste poging om de westerse koers van het land te saboteren ten gunste van een toenadering tot Rusland; herhaalt zijn oproep aan de Raad en de democratische partners van de EU om te overwegen persoonlijke sancties op te leggen aan Ivanisjvili voor zijn rol in de verslechtering van het politieke proces in Georgië en in het tegenwerken van de belangen van zijn bevolking;

17.  geeft nogmaals aan de legitieme Europese aspiraties van het Georgische volk en zijn wens om te leven in een welvarend land, vrij van corruptie, dat de fundamentele vrijheden volledig eerbiedigt, de mensenrechten beschermt en een open samenleving en onafhankelijke media waarborgt, ten volle te steunen; benadrukt dat het besluit om Georgië de status van kandidaat-EU-lidstaat toe te kennen werd ingegeven door de wens om de prestaties en de democratische inspanningen van het maatschappelijk middenveld in Georgië evenals de overweldigende steun van de Georgische burgers voor toetreding tot de EU te erkennen;

18.  dringt er bij de meerderheidspartij Georgische Droom op aan om haar voorstel tot grondwetswijziging, dat de rechten van lhbtiq’ers inperkt en niet alleen een aanval vormt op de lhbtiq-gemeenschap, maar ook op de vrijheid van meningsuiting en een vrij maatschappelijk middenveld, in te trekken;

19.  vraagt de Georgische autoriteiten nogmaals om oud-president Micheil Saakasjvili om humanitaire redenen vrij te laten uit de gevangenis, zodat hij in het buitenland een passende medische behandeling kan ondergaan; wijst erop dat de zaak van de oud-president eens te meer aantoont dat een echte justitiehervorming dringend noodzakelijk is;

20.  pleit voor een langdurige onpartijdige en onafhankelijke internationale verkiezingswaarnemingsmissie, uit te voeren door het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, om toezicht te houden op de komende parlementsverkiezingen die zullen plaatsvinden in oktober 2024;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de president, de regering en het parlement van Georgië.

(1) PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4.

Laatst bijgewerkt op: 14 oktober 2024Juridische mededeling - Privacybeleid