Resolutie van het Europees Parlement van 25 april 2024 over de ongekende aanval van Iran op Israël, de noodzaak van de-escalatie en de behoefte aan een reactie van de EU (2024/2704(RSP))
Het Europees Parlement,
– gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN van 13 april 2024 over aanvallen van de Islamitische Republiek Iran op Israël,
– gezien de verklaring van de leiders van de G7 van 14 april 2024 over de aanval van Iran op Israël,
– gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU van 14 april 2024 over Iran,
– gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 3 april 2024 over de aanval in Damascus,
– gezien Besluit (GBVB) 2023/1532 van de Raad van 20 juli 2023 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de militaire steun van Iran aan de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne(1),
– gezien de EU-terroristenlijst en Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad tot vaststelling van de criteria om personen, groepen en entiteiten op de lijst te plaatsen(2),
– gezien de conclusies van de Europese Raad van 17 april 2024,
– gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN,
– gezien het internationaal humanitair recht, met name de Verdragen van Den Haag van 1899 en 1907, de Verdragen van Genève van 1949 en de aanvullende protocollen daarbij,
– gezien het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 1961,
– gezien de verklaring van de EU gericht tot de Raad van Beheer van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) van 12 september 2023 over verificatie en toezicht in Iran in het licht van resolutie 2231 (2015) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,
– gezien het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) van 1970,
– gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Iran op 13 april 2024 voor het eerst Israëlisch grondgebied heeft aangevallen met meer dan 300 drones en raketten; overwegende dat de meeste werden onderschept door Israël, de VS, het VK en Frankrijk, die ook zorgden voor luchtverkenning en -verdediging vanaf Jordaans grondgebied; overwegende dat desalniettemin vijf raketten op Israëlische grondgebied zijn ingeslagen, de Israëlische luchtmachtbasis van Nevatim hebben getroffen en een zevenjarig meisje van de Arabische bedoeïenengemeenschap in Israël ernstig hebben verwond; overwegende dat alle 170 drones en 30 kruisraketten werden onderschept voordat zij het Israëlische grondgebied binnenkwamen, terwijl 105 van de 110 ballistische raketten werden onderschept door Israëlische raketverdedigingssystemen; overwegende dat zowel voorafgaand aan als tijdens de aanval Hezbollah ook raketten richting de Golanhoogten heeft afgevuurd en de Houthi’s Israëlisch grondgebied hebben aangevallen;
B. overwegende dat op 1 april 2024 het Iraanse consulaat in Damascus in Syrië werd gebombardeerd in een door velen aan Israël toegeschreven luchtaanval, waarbij zeven officieren om het leven kwamen, onder wie twee hooggeplaatste Iraanse generaals van de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC), en 13 anderen gewond raakten; overwegende dat het Iraanse consulaat in Damascus naar verluidt is gebruikt om 150 aanvallen te organiseren op Amerikaanse en Israëlische doelen in de regio; overwegende dat Iran na de bomaanslag heeft opgeroepen tot “bestraffing en wraak”; overwegende dat de Verdragen van Wenen inzake diplomatieke en consulaire betrekkingen bescherming bieden aan diplomatieke gebouwen; overwegende dat alle leden van de VN-Veiligheidsraad hun bezorgdheid hebben geuit en hebben opgeroepen tot de-escalatie; overwegende dat Amerikaanse functionarissen hebben bevestigd dat Israël tijdens de nacht van 19 april 2024 enkele militaire vergeldingsoperaties heeft uitgevoerd met droneaanvallen in de centraal gelegen provincie Isfahan;
C. overwegende dat de EU, het VK, de VS en anderen de aanvallen unaniem hebben afgekeurd en beide partijen hebben opgeroepen tot de-escalatie;
D. overwegende dat de verachtelijke terroristische aanslagen van Hamas in Israël op 7 oktober 2023, waarbij zijn operatoren voornamelijk burgers op wrede wijze hebben vermoord en 253 mensen als gijzelaars hebben ontvoerd en naar de Gazastrook hebben overgebracht, waarvan er inmiddels 112 zijn vrijgelaten, diepgaande en schadelijke gevolgen hebben gehad voor de stabiliteit van het hele Midden-Oosten; overwegende dat de daaropvolgende oorlog van Israël tegen de terroristen van Hamas in de Gazastrook heeft geleid tot een onevenredige militaire respons waarbij tienduizenden burgers, onder wie veel humanitaire hulpverleners en journalisten, om het leven zijn gekomen, en een rampzalige humanitaire situatie heeft veroorzaakt, waaronder ongekende hongersnood, als gevolg van het gebrek aan veilige en onbelemmerde toegang van de bevolking tot humanitaire hulp; overwegende dat de gebeurtenissen sinds 7 oktober 2023 ingrijpende en schadelijke gevolgen hebben gehad voor de stabiliteit van het hele Midden-Oosten;
E. overwegende dat Iran de terroristische organisatie Hamas in de bezette Palestijnse gebieden financieel en logistiek heeft gesteund;
F. overwegende dat het zuiden van Libanon en het noorden van Israël sinds 7 oktober 2023 zijn getroffen door honderden raketten en luchtaanvallen van Hezbollah en zijn bondgenoten en Israël, waardoor 60 000 Israëli’s en 30 000 Libanezen ontheemd zijn geraakt; overwegende dat de Israëlische luchtaanvallen in Libanon gericht zijn tegen leden van Hezbollah en Hamas;
G. overwegende dat Iran milities vanuit Libanon, Irak, Iran en Afghanistan naar Syrië heeft gebracht om afwijkende meningen de kop in te drukken en het grondgebied van het Syrische regime te controleren; overwegende dat er sinds 7 oktober 2023 een toename is geweest van drones en raketten die door milities in Syrië, die door Iran worden gesteund, op Israël worden afgevuurd;
H. overwegende dat de bondgenoot van Iran in Syrië, het regime van Assad, tussen 2011 en 2015 het kamp Yarmouk, het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Syrië, heeft belegerd, beschoten en heeft uitgehongerd, waarbij honderden burgers zijn omgekomen en meer dan 200 000 Palestijnse vluchtelingen op de vlucht sloegen;
I. overwegende dat door Iran gesteunde milities in Irak kwaadaardige politieke en militaire invloed hebben uitgeoefend, buiten de controle van de nationale defensieautoriteiten om; overwegende dat Amerikaanse militaire bases, alsook de Koerdische regio in Irak, specifieke doelwitten waren; overwegende dat een pro-Iraanse militie in Irak de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor de aanvallen op 1 april 2024 tegen een Israëlische marinebasis in Eilat;
J. overwegende dat Iran in Jemen aanzienlijke steun verleent aan de Houthi-beweging en daar nauw banden mee heeft; overwegende dat de Houthi’s sinds oktober 2023 aanvallen richten op de internationale commerciële scheepvaart in de zeestraat Bab el-Mandeb, waardoor het scheepvaartverkeer in de Rode Zee ernstig wordt verstoord en de wereldwijde economische stabiliteit wordt bedreigd; overwegende dat zij sinds 19 november 2023 het Japanse schip “Galaxy Leader” en zijn bemanning vasthouden, waaronder drie EU-onderdanen; overwegende dat de VS en hun Europese bondgenoten drone-aanvallen van de Houthi’s hebben onderschept; overwegende dat in februari 2024 de zeemachtoperatie van de EU ASPIDES is opgericht om de internationale zeevaart te beschermen; overwegende dat het door de VN geleide vredesproces in Jemen sinds oktober 2023 tot stilstand is gekomen; overwegende dat eerdere Iraanse aanvallen, zoals de kaping van de “MSC Aries”, een containerschip onder Portugese vlag met een Estse bemanning, in de Straat van Hormuz, een gevaar vormen voor de internationale maritieme veiligheid;
K. overwegende dat het nucleaire programma van Iran consequent de voorwaarden van het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) schendt door de bovengrens van zijn uraniumvoorraad te overschrijden, verrijkingsactiviteiten op te voeren tot 60 %, JCPOA-beperkte activiteiten in nucleaire faciliteiten te hervatten en het toezicht door de IAEA feitelijk te belemmeren; overwegende dat op 13 september 2023 Frankrijk, Duitsland, het VK en de VS hun ernstige bezorgdheid over deze ontwikkelingen hebben geuit bij de Raad van Beheer van de IAEA; overwegende dat Iran Israël heeft gewaarschuwd dat het zijn nucleaire doctrine zou kunnen herzien na speculatie dat Israël de nucleaire installaties van Iran in het vizier zou kunnen nemen;
L. overwegende dat Iran aanzienlijke militaire bijstand heeft verleend, onder meer door de bouw van een dronefabriek in Rusland en de levering van enkele duizenden drones (onbemande luchtvaartuigen), (artillerie)munitie en ballistische grond-grondraketten om Rusland te steunen in zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat deze wapens op willekeurige wijze zijn ingezet tegen de bevolking en de civiele infrastructuur van Oekraïne; overwegende dat op 20 juli 2023 de Europese Raad een nieuw kader heeft vastgesteld voor beperkende maatregelen tegen Iraanse militaire bijstand aan Rusland;
M. overwegende dat mensenrechtenverdedigers, vreedzame demonstranten, journalisten, kunstenaars, de lhbtiq-gemeenschap, vakbondsleden en sportkampioenen hebben geleden onder de brute binnenlandse en transnationale repressie van Iran, ook op het grondgebied van de EU, met name tegenstanders van het Iraanse regime, zoals voormalig vicevoorzitter van het Europees Parlement Alejo Vidal-Quadras, die is neergeschoten, vermoedelijk door de IRGC; overwegende dat duizenden politieke gevangenen momenteel in verschrikkelijke detentieomstandigheden worden vastgehouden, waarvan er velen in de dodencel zitten; overwegende dat Iran volgens Amnesty International een van ’s werelds grootste plegers van de doodstraf is, aangezien het volgens Amnesty International in 2023 ten minste 853 mensen heeft geëxecuteerd; overwegende dat etnische, religieuze en seksuele minderheden in Iran nog steeds te maken hebben met gewelddadige onderdrukking;
N. overwegende dat de kwestie van genderapartheid in Iran door speciale VN-rapporteurs aan de orde is gesteld; overwegende dat sinds september 2022 en de moord op Jina Mahsa Amini historische protesten voor vrouwenrechten hebben plaatsgevonden in Iran; overwegende dat de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2023 werd toegekend aan Jina Mahsa Amini en de Iraanse beweging “Vrouw, leven, vrijheid”; overwegende dat het Iraanse regime heeft gereageerd met een nog strenger wettelijk kader, waardoor de kledingkeuze van vrouwen verder wordt beperkt en de seksesegregatie wordt bevorderd;
O. overwegende dat de VS de IRGC in april 2019 hebben aangemerkt als buitenlandse terroristische organisatie; overwegende dat het Europees Parlement sinds begin 2023 heeft verzocht om toevoeging van de IRGC aan de EU-terroristenlijst; overwegende dat de IRGC de afgelopen 30 jaar betrokken is geweest bij de planning en/of uitvoering van tientallen operaties, moorden en terroristische aanslagen op EU-grondgebied, waaronder het “Mykonos Plot” in Berlijn in 1992, de bomaanslag op een bus en de moord op vijf Israëlische burgers en een Bulgaarse onderdaan in Bulgarije in 2012, de moord op Iraanse dissidenten in Nederland in 2015 en 2017, een geplande bomaanslag op Iraanse dissidenten in Parijs in 2018, een geplande moord van drie Iraanse dissidenten in Denemarken in 2018 en een poging tot brandstichting van een synagoge in Bochum, Duitsland in 2022; overwegende dat sommige ministers van buitenlandse zaken van de EU tijdens de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 april 2024 hebben verzocht om sancties tegen de IRGC;
P. overwegende dat naar schatting een twintigtal onschuldige EU-burgers willekeurig worden vastgehouden als onderdeel van de Iraanse gijzeldiplomatie om politieke resultaten af te dwingen; overwegende dat Iran dissidenten buiten zijn eigen grondgebied heeft ontvoerd om hen in Iran gevangen te houden of te executeren;
Q. overwegende dat Iran als reactie op de sancties van de EU tegen Iran vergeldingsmaatregelen heeft genomen tegen leden van het Europees Parlement; overwegende dat het Parlement in reactie daarop in november 2022 heeft besloten dat zijn delegaties en commissies niet langer zullen samenwerken met de Iraanse autoriteiten;
R. overwegende dat de Raad op 17 april 2024 heeft besloten zijn sanctieregeling tegen Iran uit te breiden tot de Iraanse productie van raketten en drones; overwegende dat de Amerikaanse regering nieuwe sancties heeft opgelegd aan de programma’s van Iran voor ballistische raketten en drones;
S. overwegende dat de staatsmedia weliswaar lieten zien dat een deel van de Iraanse bevolking de aanvallen van het Iranese regime steunden, maar dat vele Iraniërs in het land – en daarbuiten – hun hevige kritiek hebben geuit; overwegende dat er na de aanval naar verluidt maatregelen zijn genomen om afwijkende, kritische geluiden te onderdrukken; overwegende dat het Iraanse regime het Iraanse volk niet legitiem vertegenwoordigt;
1. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen Irans ongekende drone- en raketaanval op Israël in de nacht van 13 op 14 april 2024, alsook de ernstige escalatie en de bedreiging voor de veiligheid in de regio die hieruit voortvloeien; spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de veiligheid van de staat Israël en zijn burgers; betuigt zijn medeleven aan de familie van het slachtoffer uit de Arabische bedoeïenengemeenschap in Israël, een zevenjarig meisje dat ernstig gewond raakte door raketscherven; veroordeelt de gelijktijdige aanvallen door aan Iran gelieerde groeperingen, namelijk Hezbollah in de Golanhoogten en de Houthi-beweging voor de kust van Jemen;
2. betreurt de aanval op het Iraanse consulaat in Damascus op 1 april 2024, waarbij verscheidene slachtoffers zijn gevallen; herinnert aan het belang van het beginsel van de onschendbaarheid van diplomatieke en consulaire gebouwen, dat op grond van het internationaal recht in alle gevallen moet worden geëerbiedigd;
3. roept alle partijen op om verdere escalatie te vermijden en dringt aan op de grootst mogelijke terughoudendheid en de-escalatie;
4. is ingenomen met het besluit van de EU om de huidige sanctieregeling die in juli 2023 is ingesteld, uit te breiden en te verbreden, onder meer door middel van sancties tegen de levering en productie van onbemande drones en raketten door Iran aan Rusland en de ruimere regio van het Midden-Oosten; eist dat deze sancties dringend worden ingevoerd; dringt aan op de instelling van sancties tegen meer personen en entiteiten, zoals de Baithe Rahbari (het bureau van de hoogste leider van Iran), de generale staf van de Iraanse strijdkrachten, het centraal hoofdkwartier van Khatam-al Anbiya en de commandant daarvan, Gholam Ali Rashid, de marine van de IRGC, de Iraanse minister van Defensie brigadegeneraal Mohammad-Reza Ashtiani, en de directeur van de Iraanse organisatie voor lucht- en ruimtevaartindustrie, Seid Nooshin; merkt op dat de huidige EU-sancties slechts zes personen en vijf entiteiten treffen die verantwoordelijk zijn voor het nucleaire programma van Iran; onderstreept dat deze sanctieregeling na juli 2024 moet worden verlengd; verzoekt de Raad voorbereidingen te treffen voor het instellen van aanvullende sancties in de bank-, olie- en luchtvaartsector ingeval het Iraanse regime de situatie op onaanvaardbare wijze verder laat escaleren, en de Iraanse autoriteiten vooraf van deze voorbereidende maatregelen in kennis te stellen; dringt er bij de Raad op aan de meest recente sancties van de VS tegen Iran te evalueren en de toegevoegde waarde van synchronisatie van de sanctieregelingen van de EU en de VS in overweging te nemen, voor zover relevant en mogelijk; benadrukt dat deze bovenvermelde sancties zoveel mogelijk moeten worden gecoördineerd met de VS, het VK, de G7 en andere bondgenoten;
5. herhaalt zijn reeds eerder gedane verzoek aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) om de IRGC toe te voegen aan de EU-lijst van terroristische organisaties en benadrukt dat dit besluit al lang had moeten worden genomen; benadrukt dat er de afgelopen jaren tientallen moorden en pogingen tot moord door de IRGC hebben plaatsgevonden op Europees grondgebied;
6. wijst op de sterke banden tussen Iran/de IRGC, de daarmee gelieerde groeperingen zoals de Houthi’s, Iraakse en Syrische milities, en organisaties op de EU-terroristenlijst, met name Hamas en de militaire vleugel van Hezbollah; dringt er bij de Raad en de VV/HV op aan Hezbollah in zijn geheel toe te voegen aan de EU-lijst van terroristische organisaties; veroordeelt de Iraanse uitvoer van drones en munitie ter ondersteuning van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;
7. maakt zich grote zorgen over de toenemende escalatie in de regio en de destabiliserende rol van het Iraanse regime en zijn netwerk van niet-overheidsactoren in het Midden-Oosten; is verontrust over het ernstige risico van een zich uitbreidende regionale escalatie; veroordeelt alle daden door overheids- en niet-overheidsactoren waarmee wordt bijgedragen aan de steeds heftiger wordende escalatiecyclus; dringt er bij alle partijen op aan te de-escaleren en af te zien van de dreiging met of het gebruik van geweld, in overeenstemming met hun internationale verplichtingen, met name uit hoofde van artikel 2, lid 4, van het Handvest van de VN, en uiterste terughoudendheid te betrachten; dringt er bij alle actoren op aan het internationaal recht en het internationaal humanitair recht te allen tijde volledig te eerbiedigen en te handhaven;
8. verzoekt de VV/HV en de lidstaten hun diplomatieke inspanningen met internationale partners, waaronder de Golfstaten, voort te zetten en op te voeren, voortbouwend op recente initiatieven en met name het eerste forum op hoog niveau van de Gezamenlijke Raad EU/Samenwerkingsraad van de Golf op ministerieel niveau van 22 april 2024, en dringende de-escalatie en zinvolle dialoog aan te moedigen;
9. wijst op de ingrijpende gevolgen van de oorlog in de Gazastrook voor de stabiliteit van de regio; betreurt de terroristische en oorlogsmisdaden van Hamas en andere Palestijnse terroristische groepen tegen Israël en tegen de Israëlische en Palestijnse bevolkingen; dringt erop aan dat alle Israëlische gijzelaars in de Gazastrook onmiddellijk en onvoorwaardelijk worden vrijgelaten en dat het Internationaal Comité van het Rode Kruis onmiddellijk toegang krijgt tot alle Israëlische gijzelaars die in de Gazastrook worden vastgehouden, zodat zij medische zorg kunnen ontvangen; onderstreept de verplichting van Israël om het internationaal recht na te leven bij de uitoefening van zijn recht op zelfverdediging, zoals verankerd in het Handvest van de Verenigde Naties; veroordeelt de onevenredige militaire reactie van Israël, die heeft geleid tot een dodental van ongekende omvang onder burgers; dringt er bij Israël op aan om de hongerende bevolking van de Gazastrook volledige, ongehinderde en veilige toegang tot humanitaire hulp te bieden en gehoor te geven aan de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof; benadrukt dat een duurzame politieke oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict de stabiliteit en vooruitzichten van de regio aanzienlijk zou verbeteren; spreekt nogmaals zijn uitdrukkelijke steun uit voor een via onderhandelingen tot stand gekomen tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967, met twee soevereine, democratische staten die in vrede en veiligheid naast elkaar leven, met Jeruzalem als hoofdstad van beide staten, en met volledige eerbiediging van het internationaal recht;
10. merkt op dat Iran, Rusland en China in toenemende mate cruciale inlichtingen delen en samenwerken door gebruik te maken van dekmantelbedrijven, stappen te ondernemen om hun banksystemen aan elkaar te koppelen en olietransfers op zee uit te voeren terwijl de trackingapparatuur van schepen is uitgeschakeld, waarmee de sancties van de EU minder effectief worden gemaakt; dringt aan op een betere handhaving van de EU-sancties, een dringende verbetering van automatische identificatiesystemen om omzeiling van sancties en embargo’s tegen te gaan, en op meer surveillance en inspecties van verdachte Iraanse schepen;
11. veroordeelt de aanhoudende niet-naleving door Iran van zijn wettelijke controleverplichtingen in het kader van het JCPOA en de voortzetting van zijn nucleaire programma waarvoor geen geloofwaardige civiele rechtvaardiging bestaat; benadrukt dat meerdere geloofwaardige bronnen hebben verklaard dat de huidige “doorbraaktijd” van Iran – de tijd die Iran nodig heeft om voldoende voor wapens geschikt plutonium te produceren – een kwestie van weken is; dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan hun verplichtingen onmiddellijk na te komen en alle daarmee verband houdende openstaande kwesties aan te pakken; dringt er bij de E3 (Frankrijk, Duitsland, het VK) en zijn partners op aan te overwegen Iran een uiterste termijn te stellen om aan zijn verplichtingen uit hoofde van het JCPOA te voldoen en, in geval van niet-naleving, collectief een beroep te doen op het “snapback”-sanctiemechanisme van resolutie 2231 van de VN-Veiligheidsraad;
12. overwegende dat de VS uitermate bezorgd zijn over de militaire samenwerking tussen Iran en Noord-Korea, met name op het vlak van nucleaire en ballistische raketten; overwegende dat er ook legitieme bezorgdheid bestaat over de militaire samenwerking van Iran met Rusland en Pakistan en over toenemende samenwerking met China op het vlak van militaire technologie; overwegende dat de VN-Veiligheidsraad melding heeft gemaakt van de uitwisseling tussen Noord-Korea en Iran van lange-afstandsrakettechnologie en wapens, die ook bij Irans bondgenoten in het Midden-Oosten zijn terechtgekomen; overwegende dat Noord-Korea Iran kritieke onderdelen voor raketten heeft geleverd waardoor Iran ballistische raketten heeft kunnen ontwikkelen die over een veel langere afstand hun doel kunnen raken, waardoor Iran zich tot een echte raketmacht heeft kunnen ontwikkelen;
13. herinnert eraan dat Hezbollah moet ontwapenen overeenkomstig resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad; veroordeelt de actieve rol van Hezbollah bij het onderdrukken van oppositiegeluiden in Libanon en Syrië, onder meer door de moord op verschillende klokkenluiders die verslag uitbrachten over de explosie van de haven van Beiroet in augustus 2020; veroordeelt de aanvallen van Hezbollah tegen Israël en Israëlische luchtaanvallen in Libanon; roept beide partijen met klem op terughoudendheid te betrachten en de vijandelijkheden stop te zetten om de spanningen niet verder te doen oplopen; dringt er bij de Raad op aan Hezbollah in zijn geheel als terreurorganisatie aan te merken;
14. dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan alle inspanningen te consolideren en op te voeren om te zorgen voor de veilige en onmiddellijke vrijlating van alle gegijzelde bemanningsleden van het schip “Galaxy Leader”, waaronder twee Bulgaarse, een Roemeense en drie Oekraïense burgers, die sinds 19 november 2023 door de Houthi’s worden vastgehouden; dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan hun diplomatieke inspanningen daartoe op te voeren en met alle relevante belanghebbenden samen te werken om de veilige terugkeer van de Europeanen die worden vastgehouden onverwijld te waarborgen; veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen het onwettig tegenhouden en enteren van de onder Portugese vlag varende “MSC Aries” en het vasthouden van zijn bemanning door entiteiten die onder directe of indirecte controle van de Iraanse regering staan; dringt met klem aan op de onmiddellijke vrijlating van de bemanning; is ingenomen met het besluit van de Raad van de EU tot lancering van de EU-zeemachtoperatie ASPIDES om de vrijheid van scheepvaart voor de kust van Jemen te waarborgen, in nauwe samenwerking met regionale actoren;
15. veroordeelt de Iraanse gijzeldiplomatie; eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Johan Floderus, een Zweeds staatsburger en EU-ambtenaar die willekeurig in Teheran werd aangehouden en in Iran onder onmenselijke omstandigheden gevangen is gezet; dringt er bij de EU op aan een strategie in werking te stellen om deze praktijk tegen te gaan, met een speciale taskforce om de families van gedetineerden beter bij te staan en verdere gijzelneming doeltreffend te voorkomen; roept op tot ontmoediging van alle niet-essentiële reizen van EU-burgers naar Iran; verzoekt Iran alle EU-onderdanen, met inbegrip van de ambtenaar van de Europese Dienst voor extern optreden Johan Floderus, alsook alle andere politieke gevangenen, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten;
16. veroordeelt de sancties die de Iraanse autoriteiten tegen leden van het Europees Parlement hebben ingesteld; wijst er andermaal op dat zolang deze sancties tegen leden van het Europees Parlement voortduren, de interparlementaire dialoog opgeschort moet blijven;
17. verzoekt de Commissie een brede strategie in werking te stellen om transnationale repressie door het Iraanse regime in de EU aan te pakken en is van mening dat de strategie preventie van dergelijke repressie door middel van technische instrumenten moet bevorderen; dringt aan op sancties tegen de familieleden van prominente leden van de IRGC die in de EU studeren of werken, en op maatregelen om intimidatie van de Iraanse diaspora in de EU te voorkomen, ook op campussen; verzoekt de Europese inlichtingendiensten, CSIRT’s, het Inlichtingen- en situatiecentrum van de EU, het Agentschap van de EU voor cyberbeveiliging en de East StratCom Task Force actief samen te werken om Iraanse of van de IRGC/het Iraanse ministerie van Inlichtingen afkomstige online desinformatie en cyber- en intimidatieactiviteiten, gericht tegen de Iraanse diaspora, tegen te gaan en te voorkomen; roept de EU-lidstaten op actief op te treden tegen de pogingen van Iran om zijn revolutionaire ideologie op EU-grondgebied te verspreiden;
18. verzoekt de EU en de lidstaten steun op het gebied van cyberbeveiliging en gratis en toegankelijke virtuele particuliere netwerken (VPN’s) of andere omzeilingsinstrumenten te verstrekken aan maatschappelijke organisaties en aan de oppositie in Iran;
19. veroordeelt het massale optreden door het hele land van de Iraanse autoriteiten tegen vrouwen die de afschuwelijke hijabwet schenden; neemt met grote bezorgdheid kennis van de recente escalatie van de toepassing van de doodstraf in Iran en herhaalt zijn oproep tot afschaffing ervan;
20. betuigt zijn volledige steun en solidariteit met het maatschappelijk middenveld en de democratische krachten van Iran; verzoekt de EU en haar lidstaten meer steun te verlenen aan mensenrechtenverdedigers die Iran moeten verlaten, onder meer door snelle toegang tot visa en asiel te verlenen, en technische steun te verlenen aan degenen die het Iraanse maatschappelijk middenveld helpen, erop lettend dat deze activiteiten door Iraniërs zelf worden gedragen;
21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regering en het parlement van Iran, en de regering en het parlement van Israël.