PEACE-programma voor Noord-Ierland

De doelstelling van het PEACE-programma van de EU is het ondersteunen van vrede en verzoening en het bevorderen van de economische en sociale vooruitgang in Noord-Ierland en de Ierse grensregio.

Rechtsgrond

De rechtsgrond van het vierde PEACE-programma voor de programmeringsperiode 2014-2020 is Verordening (EU) nr. 1303/2013 van 17 december 2013 en Verordening (EU) nr. 1299/2013 van 17 december 2013.

Achtergrondinformatie

Het vredesproces in Noord-Ierland wordt sinds 1989 financieel ondersteund door de EU, zowel via het regionaal beleid van de EU als via EU-bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Ierland (IFI).

Afgaande op de aanbevelingen van een speciale taskforce van de Commissie, werd het PEACE I-programma (1995-1999) goedgekeurd op 28 juli 1995. In maart 1999 besloot de Europese Raad dat het speciale programma tot 2004 moest worden voortgezet onder de naam PEACE II. Later werd het programma verlengd tot 2006. In het PEACE III-programma voor de programmeringsperiode 2007-2013 werden enkele prioriteiten van de voorgaande programma's verder uitgevoerd. Op 31 december 2015 werden alle projectactiviteiten stopgezet. Voor 31 maart 2017 werd een verklaring van afsluiting van het programma ingediend bij de Commissie.

Op 14 januari 2016 is een nieuw programma (PEACE IV, 2014-2020) van start gegaan, waarbij sterk de nadruk ligt op investeringen ten behoeve van kinderen en jongeren.

Doelstellingen en speerpunten

Het PEACE-programma is ten uitvoer gelegd als een grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk (in de context van Europese territoriale samenwerking – ETS) en heeft twee hoofddoelen:

  • cohesie tussen de bij het conflict betrokken gemeenschappen in Noord-Ierland en aangrenzende graafschappen in Ierland;
  • economische en sociale stabiliteit.

Het programma pakt specifieke, uit het conflict voortvloeiende problemen aan om bij te dragen aan de totstandkoming van een vreedzame en stabiele samenleving. Daartoe steunt het programma voor de programmeringsperiode 2014-2020 op twee speerpunten (gemeenschappen verzoenen en bijdragen tot vrede) en vier hoofddoelstellingen:

  • gemeenschappelijk onderwijs;
  • het bijstaan van kinderen en jongeren;
  • het creëren van gemeenschappelijke ruimtes en diensten;
  • het tot stand brengen van positieve relaties op lokaal niveau.

Financiering

Tussen 1995 en 2013 is in het kader van de drie PEACE-programma's een totaal van 1,3 miljard EUR aan financiële bijdragen ontvangen. Waar PEACE I (1995-1999) en PEACE II (2000-2006) financiering van alle structuurfondsen ontvingen, werd PEACE III (2007-2013) geheel gefinancierd door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO).

De totale waarde van het PEACE IV-programma voor de programmeringsperiode 2014-2020 bedraagt 270 miljoen EUR. De bijdrage van het EFRO aan het programma beloopt circa 229 miljoen EUR (85 %) en via medefinanciering zal ongeveer 40 miljoen EUR (15 %) worden bijgedragen (dat wil zeggen uit niet-EU-bronnen waartoe middelen van de nationale, regionale en plaatselijke overheid kunnen behoren). 94 % van de middelen voor het PEACE IV-programma worden besteed voor sociale inclusie, arbeidsmobiliteit en bestrijding van armoede (de rest van de middelen zal worden toegewezen aan technische bijstand).

Toekenning en uitvoering

Het gebied dat in aanmerking komt voor opname in het vierde PEACE-programma bestaat uit Noord-Ierland en de Ierse grensregio (deze grensregio omvat de graafschappen Louth, Monaghan, Cavan, Leitrim, Sligo en Donegal).

Het algehele beheer en de uitvoering van het programma zijn in handen van het speciale orgaan voor EU-programma's (SEUPB). De financiën worden beheerd door plaatselijke samenwerkingsverbanden en non-gouvernementele organisaties.

In 2007 heeft de Commissie daarnaast de taskforce Noord-Ierland (NITF) opgericht die onder het gezag van de commissaris voor regionaal beleid is geplaatst en nauw samenwerkt met de Noord-Ierse autoriteiten. De NITF moet het concurrentievermogen verbeteren en duurzame werkgelegenheid scheppen en bestrijkt verschillende beleidsterreinen zoals landbouw, mededingingsbeleid, onderwijs en cultuur, energie enz. De NITF-acties moeten ook bijdragen tot het algehele succes van de projecten in het kader van het PEACE-programma.

Resultaten

Dankzij het PEACE-programma zijn er mogelijkheden gecreëerd voor dialoog en participatie, waardoor burgers sterker betrokken zijn bij en verantwoordelijk zijn voor de besluitvorming over de ontwikkeling van hun gemeenschap (er is, met andere woorden, een bottom-upbenadering gevolgd). In het kader van het programma is een grote verscheidenheid aan projecten gefinancierd, waaronder projecten ter ondersteuning van slachtoffers en overlevenden, jongeren, kmo's, infrastructuur- en stedelijke vernieuwingsprojecten en immigranten, en projecten met de nadruk op de meerwaarde van een multi-etnische samenleving.

Belangrijk is dat dit programma tegenwoordig wordt gezien als een voorbeeld van vredesopbouw, dat kan worden toegepast in heel Europa en daarbuiten.

Toekomst van het PEACE-programma

In een referendum dat op 23 juni 2016 werd gehouden, heeft de meerderheid van de kiezers (51,9 %) voor uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie gestemd. Het Verenigd Koninkrijk is op 31 januari 2020 uit de EU getreden. De overgangsperiode waarborgt echter dat het VK tot eind 2020 blijft deelnemen aan EU-programma’s, met inbegrip van PEACE.

Noord-Ierland ontvangt aanzienlijke subsidies van de EU en de uittreding van het VK geeft op de lange termijn aanleiding tot zorg over verschillende sectoren in Noord-Ierland, alsook over het vredesproces en de grensoverschrijdende samenwerking na 2020 (Noord-Ierland is de enige regio in het VK met een landsgrens met een andere EU-lidstaat heeft: in de praktijk betekent dit dat zich nu een buitengrens van de EU op het eiland Ierland bevindt).

In haar voorstellen voor de cohesieverordeningen voor de periode na 2020 heeft de Commissie voorgesteld het PEACE-programma voort te zetten (onder de naam PEACE-Plus-programma). Gesteld wordt dat het programma, gezien de specifieke kenmerken ervan, op een geïntegreerde manier moet worden beheerd, waarbij de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als externe bestemmingsontvangsten in het programma worden opgenomen. Verder wordt het speciale orgaan voor EU-programma's (SEUPB), wanneer deze wordt aangewezen als de beheersautoriteit, beschouwd als zijnde gevestigd in een lidstaat. De voorstellen vallen onder de gewone wetgevingsprocedure en het Parlement heeft in maart 2019 zijn standpunt in eerste lezing vastgesteld.

Rol van het Europees Parlement

Het Parlement heeft de financiële bijdragen van de EU aan de PEACE- en IFI-programma's altijd ondersteund. In zijn wetgevingsresolutie van 15 juni 2010 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende financiële bijdragen van de Europese Unie aan het Internationaal Fonds voor Ierland (2007-2010)[1], heeft het Parlement benadrukt dat het IFI een aanvulling moet zijn op de activiteiten die worden gefinancierd door de structuurfondsen en in het bijzonder op de activiteiten die in het kader van het PEACE III-programma in Noord-Ierland en de Ierse grensregio worden ontplooid. Het Parlement verzoekt de Commissie formeel om op deze coördinatie toe te zien.

In zijn rol van medewetgever inzake het cohesiepakket (en in het bijzonder de verordening inzake gemeenschappelijke bepalingen en de verordening betreffende specifieke bepalingen voor EFRO-steun ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking") heeft het Parlement de voortzetting van het PEACE-programma in de periode 2014-2020 nadrukkelijk gesteund. Bovendien onderstreepte het Parlement in zijn resolutie van 13 november 2014 het belang van het PEACE-programma in het streven naar vooruitgang, economische en sociale cohesie en verzoening tussen gemeenschappen.

Na de uitslag van het referendum in het Verenigd Koninkrijk heeft het EP in zijn resolutie van 5 april 2017 zijn bezorgdheid geuit over de gevolgen van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en benadrukt dat de vrede tussen Noord-Ierland en Ierland moet worden gewaarborgd.

In zijn resolutie van 11 september 2018 over de impact van het EU-cohesiebeleid op Noord-Ierland wijst het Europees Parlement op het voornemen van de Commissie om de PEACE- en Interreg-programma's voort te zetten en op de standpuntnota van het VK over de toekomst van het cohesiebeleid van april 2018, waarin het VK zich bereid verklaarde onderzoek te doen naar een mogelijk vervolg op PEACE IV in het kader van een partnerschap met de Noord-Ierse regering, de Ierse regering en de EU, naast zijn toezegging om de verplichtingen in verband met PEACE en Interreg in het huidige MFK na te komen. Het Parlement is van mening dat, zonder afbreuk te doen aan de lopende onderhandelingen tussen de EU en het VK, EU-steun voor territoriale samenwerking, vooral voor grens- en gemeenschapsoverschrijdende projecten, moet worden voortgezet gezien de resultaten van de speciale cohesieprogramma's van de EU voor Noord-Ierland, te weten het PEACE-programma en de Interreg-programma's, die van bijzonder belang zijn voor de stabiliteit van de regio.

 

[1]PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 173.

Marek Kołodziejski