Het geïntegreerd maritiem beleid van de Europese Unie

Het geïntegreerd maritiem beleid (GMB) van de Europese Unie is een holistische benadering van alle maritieme beleidsaangelegenheden van de EU. Het GMB is gebaseerd op de gedachte dat de Unie door haar verscheidene onderling verbonden activiteiten in verband met oceanen, zeeën en kusten te coördineren tot een hogere opbrengst kan komen met geringere schade voor het milieu. Het GMB is gericht op het versterken van de zogenoemde blauwe economie en bestrijkt alle maritieme economische activiteiten.

Rechtsgrondslag

Artikel 42, artikel 43, lid 2, artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 173, lid 3, artikel 175, artikel 188, artikel 192, lid 1, artikel 194, lid 2, en artikel 195, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

In het EU-verdrag is niet expliciet bepaald dat de EU wetgevende bevoegdheden heeft op het gebied van het maritiem beleid. De het rechtskader voor de uitvoering ervan wordt echter gevormd door Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, die is gebaseerd op de bovengenoemde artikelen van het VWEU.

Achtergrond

De aanleiding voor het opzetten van een holistisch en coherenter beleidskader was een groeiend besef dat alle activiteiten op zee onderling verbonden zijn, terwijl het bijbehorende maritieme beleid en de beslissingsprocessen nog steeds tamelijk gefragmenteerd waren per sector. De Commissie pleitte in haar strategische doelstellingen voor de periode 2005-2009 (COM(2005) 0012) dan ook voor een geïntegreerde beleidsaanpak op het gebied van maritieme zaken. In oktober 2007 publiceerde de Commissie “Een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie” (COM(2007) 0575). Sindsdien heeft de Commissie twee voortgangsverslagen gepresenteerd – in oktober 2009 (COM(2009)0540) en in september 2012 (COM(2012) 0491) – waarin zij de belangrijkste verwezenlijkingen van het GMB van de EU en het bijbehorende maritieme sectorale beleid beschrijft. Ten slotte werd Verordening (EU) nr. 1255/2011 tot vaststelling van een programma ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van een geïntegreerd maritiem beleid vervangen door Verordening (EU) nr. 508/2014.

Doelstellingen

Het geïntegreerd maritiem beleid (GMB) van de EU is een beleidskader dat erop is gericht de duurzame ontwikkeling van alle activiteiten op zee en in kustregio’s te bevorderen door de verbetering van de coördinatie van de beleidsmaatregelen die betrekking hebben op de oceanen, zeeën, eilanden, kustgebieden en ultraperifere gebieden en maritieme sectoren, en de ontwikkeling van sectoroverschrijdende instrumenten. De belangrijkste doelstellingen en actiegebieden van het GMB (COM(2007) 0575) zijn de volgende:

  • het duurzame gebruik van de oceanen en zeeën optimaliseren om de groei van maritieme regio’s en kustregio’s mogelijk te maken op het gebied van scheepvaart, zeehavens, scheepsbouw, werkgelegenheid in de maritieme sector, het milieu en visserijbeheer;
  • een kennis- en innovatiebasis opbouwen voor maritiem beleid via een uitgebreide Europese strategie voor marien en maritiem onderzoek, bijvoorbeeld de kaderrichtlijn mariene strategie (2008/56/EG) en het Horizon 2020-programma (2.4.5);
  • de kwaliteit van leven in kustgebieden verbeteren door het kust- en maritieme toerisme te stimuleren; een communautaire strategie voor rampenpreventie te bepalen en het maritieme potentieel van de ultraperifere regio’s en eilanden van de EU te ontwikkelen;
  • leiderschap van de EU in internationale maritieme aangelegenheden bevorderen door versterkte samenwerking op het niveau van internationale oceaangovernance en, op Europese schaal, via het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) (5.5.4) en de noordelijke dimensie (5.5.3);
  • de zichtbaarheid van het maritieme Europa vergroten door via de internetapplicatie “Europese Zeeatlas” het gemeenschappelijke maritieme erfgoed van Europa onder de aandacht te brengen, en door jaarlijks op 20 mei een Europese Maritieme Dag te vieren.

Resultaten

Het GMB omvat de volgende convergerende beleidsterreinen:

1. Blauwe groei

Blauwe groei is een langetermijnstrategie die in 2012 door de Commissie is vastgesteld (COM(2012) 0494) om het potentieel van de blauwe economie te ontsluiten en de ontwikkeling van duurzame mariene en maritieme economische activiteit te ondersteunen. De strategie is gericht op aquacultuur, kusttoerisme, mariene biotechnologie, oceaanenergie en diepzeemijnbouw. In aansluiting hierop heeft de Commissie een mededeling uitgebracht over de rol van innovatie in de blauwe economie (COM(2014)0254). De Commissie heeft ook een belangrijke rol gespeeld met enkele fundamentele initiatieven voor het bevorderen van de blauwe groei van de Unie:

  • een mededeling over windenergie op zee (COM(2008)0768), waarin de actie aan de orde wordt gesteld die nodig is om de doelstellingen van het energiebeleid voor 2020 en verder te realiseren;
  • Strategische richtsnoeren voor de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur in de EU (COM(2013) 0229);
  • de mededeling Blauwe energie (COM(2014) 0008), die een actieplan bevat voor het benutten van het potentieel van oceaanenergie in Europa’s zeeën en oceanen tegen 2020 en daarna;
  • een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme (COM(2014)0086);
  • in 2016 kwam het forum voor oceaanenergie, een groep publieke en private belanghebbenden en organisaties, waaronder vertegenwoordigers van de oceaanenergie-industrie, vertegenwoordigers van de lidstaten en de regio’s, financiers en ngo’s met de strategische routekaart “Building Ocean Energy for Europe” (Bouwen aan oceaanenergie voor Europa).

2. Mariene gegevens en kennis

Uitgebreid marien onderzoek en het verzamelen en integreren van mariene gegevens is van essentieel belang voor de duurzame ontwikkeling van activiteiten op zee. Om aan deze behoefte te voldoen, heeft de Commissie in 2008 de Europese strategie voor marien en maritiem onderzoek gepresenteerd (COM(2008) 0534). In het kader van deze strategie worden concrete maatregelen en mechanismen voorgesteld om het marien en maritiem onderzoek te verbeteren. In 2010 stelde de Commissie de strategie mariene kennis 2020 vast (COM(2010) 0461). Met deze strategie wordt beoogd de wetenschappelijke kennis over de zeeën en oceanen van Europa beter te benutten door middel van een gecoördineerde aanpak van de verzameling en ordening van gegevens. Ten slotte publiceerde de Commissie na een raadplegingsproces met een groenboek (COM(2012) 0473) in 2014 haar routekaart voor de strategie mariene kennis 2020 (SWD(2014)0149).

3. Maritieme ruimtelijke ordening

De toenemende gevolgen van menselijk handelen voor de oceanen en de snel groeiende vraag en concurrentie om maritieme ruimte voor verschillende doeleinden zoals visserij, offshore installaties voor hernieuwbare energie en het behoud van ecosystemen hebben duidelijk gemaakt dat dringende behoefte bestaat aan geïntegreerd oceaanbeheer. Het Parlement en de Raad hebben daarom Richtlijn 2014/89/EU tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning[1] vastgesteld. De richtlijn heeft tot doel de bevordering van duurzame groei van maritieme economieën en het gebruik van mariene hulpbronnen door middel van betere conflictbeheersing en meer synergie tussen de verschillende maritieme activiteiten.

4. Geïntegreerde maritieme bewaking

Een veilige en beveiligde mariene omgeving is ook van essentieel belang voor de ontwikkeling van mariene economische activiteiten. Het doel van geïntegreerde maritieme bewaking is te zorgen voor gemeenschappelijke manieren om informatie en gegevens te delen tussen de autoriteiten die betrokken zijn bij de verschillende aspecten van de bewaking zoals grenscontrole, mariene verontreiniging en het mariene milieu, visserijcontrole, algemene rechtshandhaving en defensie. In 2009 beschreef de Commissie de leidende beginselen voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur (CISE – Common Information Sharing Environment for the EU) voor het maritieme gebied van de EU (COM(2009) 0538) en in 2010 presenteerde zij een routekaart voor de oprichting van de gemeenschappelijke gegevensuitwisselingstructuur voor de bewaking van het maritieme gebied in de EU (COM(2010) 0584). Vervolgens publiceerde de Commissie in 2014 een mededeling over de volgende stappen voor CISE (COM(2014) 0451), die op dit moment gezamenlijk door de Commissie en de lidstaten van de EU/EER wordt ontwikkeld. De gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur is bedoeld om de efficiëntie en kosteneffectiviteit van maritieme bewaking te verbeteren door gepaste, wettige, veilige en efficiënte gegevensuitwisseling tussen de verschillende sectoren en grenzen van de EU mogelijk te maken. Ten slotte is maritieme CISE een belangrijke hoeksteen van de maritieme veiligheidsstrategie van de EU (EUSMV) (3.4.11) omdat hierdoor de uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten voor maritieme bewaking wordt bevorderd.

5. Zeegebiedstrategieën

Om beter tegemoet te komen aan de specifieke economische, sociale en milieu-eigenschappen van haar maritieme wateren, heeft de Commissie voor alle zeeën en oceanen van de Unie GMB-zeegebiedstrategieën gepresenteerd. Een zeegebiedstrategie is een op een regio toegespitste benadering op basis van samenwerking tussen landen in hetzelfde zeegebied, met als doel het aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen en kansen met betrekking tot de ontwikkeling van de maritieme economie en de bescherming van het mariene milieu. De strategie voor het Oostzeegebied (COM(2009) 0248) was de eerste brede strategie op macroregionaal niveau en een eerste stap op weg naar de regionale uitvoering van het GMB. De Commissie heeft andere zeegebiedstrategieën vastgesteld voor het Zwarte Zeegebied (COM(2007) 0160), de Atlantische Oceaan (COM(2011) 0782), de Adriatische en Ionische regio (COM(2014) 0357), het noordpoolgebied (JOIN(2016) 0021) en de ultraperifere gebieden van de EU (COM(2017) 0623). Voor het Middellandse Zeegebied zijn twee initiatieven genomen: (COM(2009) 0466) en (COM(2017) 0183). Door middel van deze regionale strategieën brengt de EU ook nauwere samenwerking tot stand met niet-EU-landen in gedeelde zeegebieden, waarmee het GMB een internationale dimensie krijgt.

Gezien de grensoverschrijdende aard van mariene ecosystemen en maritieme activiteiten is robuuste internationale samenwerkingen om de bovengenoemde doelstellingen van het GMB te verwezenlijken. Reeds in 2009 publiceerde de Commissie een mededeling over de internationale dimensie van het GMB (COM(2009) 0536) om de rol van de EU in internationale fora te versterken. In 2016 publiceerden de Commissie en de hoge vertegenwoordiger hun gezamenlijke mededeling over internationale oceaangovernance, een agenda voor de toekomst van onze oceanen (JOIN(2016) 0049). Deze agenda omvat 50 acties voor veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde oceanen, die overal ter wereld worden uitgevoerd. Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de internationale oceaangovernance.

Er zijn door de Commissie in het kader van het actieplan voor het maritieme beleid diverse specifieke acties ondernomen:

  • een mededeling over de strategische doelstellingen en aanbevelingen voor het zeevervoersbeleid van de EU, ter bevordering van veilige, beveiligde en efficiënte scheepvaart (COM(2009) 0008);
  • een mededeling en actieplan met het oog op de instelling van een Europese maritieme ruimte zonder grenzen(COM(2009) 0010);
  • een voorstel voor een richtlijn betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten (COM(2009) 0011).

Rol van het Europees Parlement

Vanaf het allereerste begin heeft het Parlement de verschillende initiatieven voor het vaststellen van het geïntegreerd maritiem beleid van de Unie actief gesteund. Op 12 juli 2007 nam het Parlement in reactie op het Groenboek van de Commissie over het toekomstige maritiem beleid een resolutie aan waarin het zijn steun uitsprak voor een geïntegreerde benadering van het maritiem beleid[2]. Na de officiële lancering van het GMB van de Unie heeft het Parlement meerdere resoluties aangenomen over een geïntegreerd maritiem beleid voor de EU[3], in reactie op een aantal mededelingen van de Commissie over dit onderwerp. Op 30 november 2011 stelden het Parlement en de Raad Verordening (EU) nr. 1255/2011 tot vaststelling van een programma ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van een geïntegreerd maritiem beleid[4] vast. Deze verordening is niet langer van kracht en werd tijdens de laatste hervorming van het GVB ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 508/2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij[5] (3.3.4).

Op 2 juli 2013 nam het Parlement een resolutie over blauwe groei[6] aan. Met deze resolutie wordt getracht het GMB nieuw leven in te blazen en het te steunen, en wordt benadrukt dat de strategie voor blauwe groei, als onderdeel van het GMB, synergie en gecoördineerd beleid zal bevorderen, en hierdoor een Europese meerwaarde zal genereren.

Op 22 oktober 2013 stelden het Parlement en de Raad Verordening (EU) nr. 1052/2013 tot instelling van het Europees grensbewakingssysteem (Eurosur)[7] vast. De verordening is bedoeld voor het opsporen, voorkomen en bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit en het bijdragen tot de bescherming van de levens van migranten.

Op 16 januari 2018 nam het Parlement een resolutie aan over internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen in de context van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling voor 2030[8]. Deze governance heeft betrekking op alle mariene en maritieme activiteiten van de mens, zowel de traditionele als de nieuwe, met inbegrip van de visserij.

Op 27 maart 2019 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu[9]. In het kader van de totstandbrenging van een circulaire economie wordt in de resolutie gesteld dat het noodzakelijk is dat gebruikers van kunststofhoudend vistuig herbruikbare alternatieven en systemen voor hergebruik overwegen.

Op 4 april 2019 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het voorstel voor een richtlijn van het Parlement en de Raad inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden[10]. Hiermee wordt beoogd het maritiem veiligheidsniveau te verhogen en verontreiniging op zee te verminderen door de opleiding en diplomering van zeevarenden aan te passen aan de internationale regels en de technologische vooruitgang.

Op 17 april 2019 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie[11]. Van de zeven clusters van de pijler betreffende wereldwijde uitdagingen, omvat er één onderzoek naar duurzame en economisch rendabele aquacultuur en visserij, en naar blauwe groei en de blauwe economie.

Op 5 juni 2019 stelden het Parlement en de Raad Richtlijn (EU) 2019/904 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu[12] vast.

Op 20 juni 2019 stelden het Parlement en de Raad Richtlijn (EU) 2019/1159 tot wijziging van Richtlijn 2008/106/EG inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden en tot intrekking van Richtlijn 2005/45/EG betreffende de wederzijdse erkenning van door de lidstaten afgegeven bewijzen van beroepsbekwaamheid van zeevarenden[13] vast.

Op 20 juni 2019 stelden het Parlement en de Raad Verordening (EU) 2019/1239 instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU[14] vast. Hoofddoel van deze verordening is geharmoniseerde regels te geven voor de verstrekking van voor een havenaanloop vereiste gegevens, met name door ervoor te zorgen dat de gegevens aan elk nationaal maritiem éénloketsysteem op dezelfde wijze kunnen worden gemeld.

Op 28 november 2019 name het Parlement een resolutie aan over de VN-klimaatconferentie van 2019 in Madrid, Spanje (COP25)[15]. Hierin herinnert het Parlement eraan dat de klimaatverandering een van de grootste uitdagingen is waarmee de mensheid geconfronteerd wordt en pleit het Parlement voor wereldwijde inspanningen voor de bestrijding van klimaatverandering. Het Parlement benadrukt dat wij alleen aan onze collectieve verantwoordelijkheid om de instandhouding van onze planeet te waarborgen kunnen voldoen, als wij per direct gaan samenwerken, solidariteit aan de dag leggen en een sterke inzet tonen om gezamenlijk actie te ondernemen.

Op 15 januari 2020 nam het Parlement een resolutie aan over de Europese Green Deal[16]. Het Parlement steunt het voorstel dat de Commissie op de VN-biodiversiteitsconferentie in oktober 2020 zal doen voor een mondiale bindende doelstelling om de biodiversiteit te beschermen en te herstellen. Het Parlement dringt er voorts bij de Commissie op aan de Green Deal ook een blauw kantje te geven en de oceanen als een integraal en essentieel onderdeel in de Green Deal op te nemen door onder meer een actieplan voor oceanen en aquacultuur te ontwikkelen.

 

[9]Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0305.
[10]Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0354.
[11]Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0396.
[15]Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0079.
[16]Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.

Marcus Ernst Gerhard Breuer / María Dolores CASTRO CADENAS