Jeugd is een nationaal beleidsgebied. Daarom is een harmonisatie van de wetgeving van de lidstaten uitgesloten en kan de Europese Unie alleen een ondersteunende rol spelen. Het jeugdonderdeel van het programma Erasmus+ bevordert de uitwisseling van jongeren, zowel in de Europese Unie als met derde landen. De afgelopen jaren heeft de Europese Unie haar beleid ten aanzien van jongeren versterkt. Het initiatief voor het Europees Solidariteitskorps en het project DiscoverEU zijn hier goede voorbeelden van.

Rechtsgrond

De artikelen 165 en 166 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vormen de rechtsgrond voor het optreden van de Unie ten behoeve van de jeugd. Maatregelen uit hoofde van de artikelen 165 en 166 vallen onder de gewone wetgevingsprocedure. Wat het jeugdbeleid betreft, is harmonisatie van de wetgeving van de lidstaten uitdrukkelijk uitgesloten. De Raad kan aanbevelingen goedkeuren op basis van voorstellen van de Commissie.

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat dezelfde juridische waarde heeft als de Verdragen (artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie), omvat een artikel over de rechten van het kind (artikel 24) en een artikel over het verbod op kinderarbeid en bescherming van jongeren op het werk (artikel 32).

Doelstellingen

In artikel 165 van het VWEU wordt bepaald dat het optreden van de Unie erop gericht is de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma’s voor jongeren en jongerenwerkers te bevorderen en de deelneming van jongeren aan het democratisch leven van Europa aan te moedigen. Artikel 166 stelt dat de Unie inzake beroepsopleiding een beleid ten uitvoer legt waardoor de activiteiten van de lidstaten worden versterkt en aangevuld. Het draagt de Unie op de toegang tot beroepsopleidingen te vergemakkelijken en de mobiliteit van opleiders en leerlingen, met name jongeren, te bevorderen.

Naast deze bepalingen profiteren kinderen en jongeren tevens van Uniebeleid op andere gebieden, zoals onderwijs, opleiding en gezondheidszorg, of op gebieden zoals rechten en bescherming van kinderen en jongeren.

Resultaten

A. Strategisch kader

1. De EU-strategie voor jongeren 2019-2027: jongeren betrekken, verbinden en versterken

Op 26 november 2018 heeft de Raad een resolutie aangenomen over de nieuwe EU-strategie voor jongeren 2019-2027. In de tekst wordt voorgesteld speciale aandacht te besteden aan de volgende punten:

  • het bevorderen van de deelname van jongeren aan het maatschappelijk en democratisch leven;
  • het samenbrengen van jongeren in de hele Europese Unie en daarbuiten ter bevordering van vrijwillige inzet, leermobiliteit, solidariteit en intercultureel begrip;
  • steun bieden om jongeren sterker te maken door de kwaliteit, innovatie en erkenning van jeugdwerk.

In juni 2021 heeft de Commissie in het kader van deze strategie voor het eerst een jeugdcoördinator van de Europese Unie benoemd: Biliana Sirakova. Haar taak bestaat erin de sectoroverschrijdende samenwerking binnen de Commissie te versterken.

B. Uitgavenprogramma’s van de Unie voor de jeugd

1. Erasmus+

In het kader van het Erasmus+-programma voor de periode 2021-2027 wordt 10,3 % van de begrotingsmiddelen, ofwel meer dan 2,5 miljard EUR, toegewezen aan acties op het gebied van jeugd. Dat is een aanzienlijke verhoging ten opzichte van de 1,48 miljard EUR voor de periode 2014-2020. De begunstigden van dit programma zijn niet alleen scholieren en studenten in het hoger onderwijs, maar ook stagiairs en werkende jongeren. In vergelijking met de vorige editie biedt Erasmus+ een speciale financieringsregeling voor kleine partnerschappen, die met name ten goede moet komen aan jongerenorganisaties. Een van de doelstellingen van het programma is ook het gevoel van verbondenheid met de Europese Unie te bevorderen op basis van een nieuw initiatief, DiscoverEU, dat jongeren de gelegenheid biedt de diversiteit van Europa te ontdekken via zijn cultureel erfgoed.

2. Europees Solidariteitskorps

Het Europees Solidariteitskorps, dat in december 2016 werd gelanceerd, is een initiatief om jongeren tussen 18 en 35 jaar de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan solidariteitsprojecten in hun land of in het buitenland in het kader van vrijwilligerswerk, een stage of een arbeidsovereenkomst op uiteenlopende gebieden, zoals gezondheid of milieubescherming. Tot dusver hebben al meer dan 60 000 jongeren van dit instrument gebruikgemaakt.

C. Overige initiatieven van de Unie

1. Versterkte jongerengarantie

De jongerengarantie bestaat sinds 2013 en stelt jongeren in staat om binnen vier maanden nadat zij werkloos zijn geworden of het formele onderwijs hebben verlaten, te profiteren van een deugdelijk aanbod voor het zoeken naar werk, voortgezet onderwijs, een plaats in het leerlingenstelsel of een stage. In het licht van het succes van de jongerengarantie is het instrument in 2020 versterkt dankzij de aanbeveling van de Raad inzake “Een brug naar banen – versterking van de jongerengarantie”.

2. Beleid inzake kinderbescherming

Overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind wordt onder kind verstaan: eenieder die jonger is dan 18 jaar. In het Verdrag van Lissabon is de doelstelling voor de EU opgenomen om de rechten van het kind te bevorderen, terwijl het Handvest van de grondrechten garandeert dat de rechten van het kind worden beschermd door de EU-instellingen en de lidstaten.

Op 15 februari 2011 heeft de Commissie de mededeling “Een EU-agenda voor de rechten van het kind” bekendgemaakt. De doelstelling ervan is te bevestigen dat alle EU-instellingen en alle lidstaten vastbesloten zijn om de rechten van het kind in al het relevante EU-beleid te bevorderen, te beschermen en na te leven, en dat zij desbetreffende maatregelen in concrete resultaten willen omzetten. De rechten van het kind en de voorkoming van geweld tegen kinderen, jongeren, vrouwen en andere kwetsbare groepen worden tevens beschermd en bevorderd door het programma Rechten en waarden (2021-2027).

In mei 2016 hebben het Parlement en de Raad hun goedkeuring gehecht aan een richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure, deze procedure kunnen begrijpen en volgen en hun recht op een eerlijk proces kunnen uitoefenen. De richtlijn moet tevens recidive bij kinderen voorkomen en hun sociale integratie bevorderen.

3. Jeugd en media

Onlinetechnologieën bieden kinderen en jongeren unieke mogelijkheden om gebruik te maken van digitaal leren en deel te nemen aan het publieke debat. Kinderen kunnen echter ook bijzonder kwetsbaar zijn voor moderne technologie. De richtlijn audiovisuele mediadiensten, die in 2010 is aangenomen, waarborgt de bescherming van minderjarigen tegen inhoud die hen kan schaden, ongeacht of deze inhoud door traditionele omroepen of diensten op aanvraag wordt aangeboden. In 2016 heeft de Commissie voorgesteld de tekst zodanig te herzien dat deze ook van toepassing is op videoplatforms wat betreft de bestrijding van haatzaaiende uitlatingen en de bescherming van minderjarigen tegen inhoud die voor hen ernstig schadelijk kan zijn.

4. Europese Jongerensite

De Europese Jongerensite is een webpagina gericht op jongeren in heel Europa om hen wegwijs te maken in de vele mogelijkheden die de Unie te bieden heeft op uiteenlopende gebieden zoals vrijwilligerswerk, werk, opleiding, cultuur en creativiteit enz.

5. Europese Week van de jeugd

Om de twee jaar organiseert de Europese Commissie samen met het Parlement de Europese Week van de jeugd, die tot doel heeft jongerenactiviteiten voor te stellen in alle landen die deelnemen aan het Erasmusprogramma en de verschillende mobiliteitsmogelijkheden te presenteren die er voor jongeren in de Unie zijn.

6. Europees Jaar van de jeugd 2022

Het principiële besluit om 2022 uit te roepen tot Europees Jaar van de jeugd werd door de Commissievoorzitter aangekondigd in haar Staat van de Unie 2021. Het doel van dit evenement is de generatie te vieren die het meest te lijden heeft onder de COVID-19-pandemie, de meest kwetsbare jongeren te ondersteunen en de kansen die de EU aan jongeren te bieden heeft in het licht te stellen. De onderliggende idee is om inspiratie te putten uit de ideeën van jongeren om het Europese project te versterken.

7. Europese Jongerenhoofdstad

De Europese Jongerenhoofdstad is een initiatief dat in 2009 in het leven is geroepen door het Europees Jeugdforum. Elk jaar krijgt een Europese stad, die wordt gekozen tot Europese Jongerenhoofdstad, de kans innovatieve initiatieven door en voor jongeren onder de aandacht te brengen.

8. Wedstrijd Youth4Regions

De wedstrijd Youth4Regions is bedoeld voor jonge journalisten die belangstelling hebben voor het regionaal beleid van de Europese Unie. De winnaars van de wedstrijd kunnen een opleiding over Europese vraagstukken volgen, door ervaren journalisten begeleid worden en deelnemen aan persreizen van de Commissie in de lidstaten.

Rol van het Europees Parlement

Het Parlement is steeds een pleitbezorger geweest van nauwe samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van jeugdzaken. Het heeft een actieve rol gespeeld bij het bepalen van het jeugdbeleid, bijvoorbeeld met zijn resoluties over:

In het besluit over een Europees Jaar van de jeugd 2022 drong het Parlement erop aan voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen voor het Europees Jaar en jongerenorganisaties te betrekken bij alle fasen van de voorbereiding ervan. Het Europees Jaar moet ook expliciet maatregelen bevorderen om de uitdagingen aan te pakken waarmee jongeren worden geconfronteerd, onder meer hun sociale situatie en welzijn na de COVID-19-pandemie, alsook hun arbeidsomstandigheden. Het moet ook inspanningen stimuleren om jongeren in staat te stellen relevante kennis en vaardigheden op te doen en hun werkomgeving beter te begrijpen.

Op 18 mei 2021 heeft het Parlement het programma “Europees Solidariteitskorps” voor de periode 2021-2027 goedgekeurd. Voor het eerst krijgt het programma een eigen begroting, die meer dan een miljard EUR bedraagt, waardoor zo’n 350 000 jongeren eraan kunnen deelnemen. Het Parlement wenst dat het Europees Solidariteitskorps toegankelijker wordt voor jongeren met beperkte vooruitzichten, zoals jongeren met een handicap, geïsoleerde jongeren, jongeren uit gemarginaliseerde gemeenschappen of jongeren die leer- of gezondheidsproblemen hebben. Het Parlement spreekt zich tevens uit voor een duidelijk onderscheid tussen vrijwilligersactiviteiten en banen om te voorkomen dat deelnemende organisaties jongeren als onbetaalde vrijwilligers gebruiken, wanneer er mogelijk hoogwaardige banen beschikbaar zijn. Het Parlement dringt erop aan dat de gastorganisaties de kwaliteit van de voorgestelde activiteiten aantonen en de regels inzake gezondheid en veiligheid op het werk beter in acht nemen. Ten slotte zorgt het Parlement ervoor dat het programma wordt beoordeeld op zijn bijdrage aan de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie.

In zijn resolutie van 14 september 2017 heeft het Parlement aanbevolen om de prioriteiten van het Erasmusprogramma, van de EU-strategie voor jongeren en van andere door de Unie gefinancierde programma’s op elkaar af te stemmen. Verder heeft het Parlement aanbevolen meer dan 10 % van de begroting van het Erasmus+-programma toe te wijzen aan jongerenactiviteiten.

Het Parlement behartigt bovendien de belangen van het kind op basis van verzoekschriften die gericht zijn aan het Parlement. Het Parlement heeft een resolutie aangenomen over kinderarmoede. Het Parlement heeft ook aandacht besteed aan de rechten van het kind buiten de grenzen van de Unie door resoluties aan te nemen over onderwijs aan kinderen in noodsituaties en aanhoudende crises en over ondervoeding bij kinderen in ontwikkelingslanden. In 2015 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen op het internet[1]. In oktober 2018 heeft het Parlement het wetsvoorstel van de Commissie voor een herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten aangenomen. Op grond van de nieuwe bepalingen worden omroepen verplicht om de blootstelling van kinderen aan reclame voor ongezonde voedingsmiddelen en dranken te beperken. Voorts wordt inhoud die aanzet tot geweld, haat en terrorisme verboden en worden nodeloos geweld en pornografie aan zeer strenge regels onderworpen.

Om Europese projecten van jongeren te steunen, heeft het Parlement samen met de stichting van de Internationale Karel de Grote-prijs van Aken in 2008 de Europese Karel de Grote-prijs voor jongeren in het leven geroepen. Deze prijs wordt elk jaar uitgereikt aan projecten die het wederzijds begrip op Europees en internationaal niveau bevorderen. Het Parlement beheert ook de onderwijsprogramma’s Ambassador School en Euroscola die ertoe moeten bijdragen de kennis van de democratie en de waarden van de EU te verbeteren.

 

[1]Zie voor meer informatie Infopagina 3.6.2 Audiovisueel en mediabeleid.

Katarzyna Anna Iskra