Beheer van de buitengrenzen

Het EU-beleid voor het beheer van de buitengrenzen heeft zich moeten aanpassen aan aanzienlijke ontwikkelingen, zoals de aankomst van ongekend grote aantallen vluchtelingen en irreguliere migranten. Sinds 2015 is er een reeks tekortkomingen in het EU-beleid op het gebied van de buitengrenzen en migratie aan het licht gekomen. De uitdagingen in verband met de toename van gemengde migratiestromen naar de EU en de toegenomen bezorgdheid over de veiligheid hebben een nieuwe periode van activiteit ingeluid als het gaat om de bescherming van de buitengrenzen van de EU. Dit heeft tevens gevolgen gehad voor de binnengrenzen.

Rechtsgrond

Artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU);

De artikelen 67 en 77 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Doelstellingen

Een aaneengesloten ruimte zonder interne grenscontroles – het Schengengebied – vereist onder meer een gemeenschappelijk beleid voor het beheer van de buitengrenzen. In artikel 3, lid 2, VEU, wordt aangedrongen op “passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen”. Voor de EU streeft er daarom naar gemeenschappelijke normen vast te stellen voor de controles aan de buitengrenzen en geleidelijk een geïntegreerd systeem in te voeren voor het beheer van die grenzen.

Resultaten

De eerste stap naar een gemeenschappelijk beleid voor het beheer van de Europese buitengrenzen werd gezet op 14 juni 1985, toen vijf van de tien lidstaten van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap een internationaal verdrag, het zogeheten Schengenakkoord, ondertekenden in de buurt van het Luxemburgse grensstadje Schengen. Dit akkoord werd vijf jaar later aangevuld met de Schengenuitvoeringsovereenkomst[1]. Het Schengengebied, de zone zonder grenzen die door het Schengenacquis (waaronder de afspraken en regels ter zake bekendstaan) tot stand kwam, bestaat momenteel uit 26 Europese landen[2].

A. Het Schengenacquis met betrekking tot de buitengrenzen

Het huidige Schengenacquis met betrekking tot de buitengrenzen bouwt voort op het oorspronkelijke acquis zoals door het Verdrag van Amsterdam is opgenomen in de rechtsorde van de EU (1.1.3). De regels zijn terug te vinden in een ruime reeks maatregelen, die ruwweg opgedeeld kunnen worden in vijf categorieën:

1. De Schengengrenscode[3] is de centrale pijler van het beheer van de buitengrenzen. De Schengengrenscode bevat regels voor het passeren van de buitengrenzen en de voorwaarden voor de tijdelijke hervatting van interne grenscontroles. De code verplicht de lidstaten alle personen, ook diegenen die volgens de EU-wetgeving het recht van vrij verkeer genieten (d.w.z. EU-burgers en leden van hun gezin die geen EU-burgers zijn), systematisch te controleren aan de hand van relevante databanken wanneer zij de buitengrenzen oversteken. Tot de databanken die voor de controles worden gebruikt, behoren het Schengeninformatiesysteem (SIS) en de databank van Europol voor gestolen en verloren reisdocumenten. Deze verplichtingen gelden voor alle externe grenzen (lucht-, zee- en landgrenzen), voor zowel in- als uitreis.

2. Het Schengeninformatiesysteem (SIS)

Het SIS is een systeem voor informatie-uitwisseling en een databank die de internationale veiligheid in de Schengenlanden helpt te bewaren, waar er geen controles zijn aan de binnengrenzen. Het is het efficiëntste en meest gebruikte IT-systeem waarover de EU beschikt in haar ruimte van vrijheid, veiligheid en recht (RVVR) (4.2.1). Via het SIS kunnen instanties in de EU signaleringen van gezochte of vermiste personen en voorwerpen invoeren en raadplegen. Het systeem bevat meer dan 80 miljoen signaleringen. In 2017 werd het meer dan 5 miljard keer door instanties geraadpleegd en leverde het meer dan 240 000 treffers op in verband met door derde landen ingevoerde signaleringen. Onlangs is het SIS verbeterd aan de hand van nieuwe regels waarmee mogelijke tekortkomingen van het systeem worden verholpen en de soorten signaleringen die kunnen worden ingevoerd ingrijpend zijn veranderd.

Na de laatste herziening van 2018 is het toepassingsgebied van het SIS vastgelegd in drie rechtsinstrumenten, en wel in de vorm van drie afzonderlijke verordeningen (ter vervanging van SIS II):

  • over politiële en justitiële samenwerking in strafzaken[4];
  • over grenscontroles[5];
  • en over de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen[6].

Middels deze drie verordeningen worden er extra soorten signaleringen aan het systeem toegevoegd, zoals signaleringen van onbekende verdachten of gezochte personen, preventieve signaleringen van kinderen die het risico lopen te worden ontvoerd door een van hun ouders, signaleringen met het oog op terugkeer, signaleringen in verband met terugkeerbesluiten ten aanzien van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, naast handpalmafdrukken, vingerafdrukken, gezichtsopnamen en DNA van vermiste personen, zodat hun identiteit kan worden bevestigd.

3. Fonds voor interne veiligheid: grenzen en visa (ISF)

Omdat de lidstaten niet allemaal zijn gelegen aan een buitengrens ondervinden zij niet in gelijke mate de lasten van het grensverkeer. Daarom stelt de EU aan de lidstaten aan de buitengrenzen van de EU fondsen beschikbaar ter compensatie van bepaalde kosten. Voor de financiële programmeringsperiode 2014-2020 is aan dit mechanisme voor lastenverdeling een begroting toegewezen van 3,8 miljard EUR. De algemene doelstelling van het ISF is bij te dragen aan een hoog niveau van veiligheid in de Unie en tegelijkertijd legaal reizen te vergemakkelijken. Begunstigden van de in het kader van het ISF uitgevoerde programma’s zijn federale en staatautoriteiten, lokale overheidsinstanties, non-gouvernementele organisaties, humanitaire organisaties, particuliere en publiekrechtelijke bedrijven en onderwijs- en onderzoeksinstellingen.

4. Het inreis-uitreissysteem (EES)

Het inreis-uitreissysteem (EES)[7] is een informatiesysteem waarmee de controles aan de grens van onderdanen van derde landen die naar de EU reizen, worden versneld en geïntensiveerd. Het EES vervangt het handmatig afstempelen van paspoorten aan de grens door elektronische registratie in het informatiesysteem.

De belangrijkste doelstellingen van het EES zijn:

  • snellere en betere grenscontroles doordat de toegestane verblijfsduur van elke reiziger automatisch wordt berekend;
  • systematische en betrouwbare identificatie van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden;
  • het versterken van de interne veiligheid en het ondersteunen van de strijd tegen terrorisme door rechtshandhavingsinstanties toegang tot reisgeschiedenisgegevens te verlenen.

Nationale rechtshandhavingsautoriteiten en Europol krijgen toegang tot het EES, asielautoriteiten niet. Het doorgeven van gegevens voor rechtshandhavings- of terugkeerdoeleinden aan derde landen of EU-lidstaten die niet deelnemen aan het EES, kan onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan. Bij het overschrijden van de buitengrenzen van het Schengengebied zullen de gegevens (naam, soort reisdocument, vingerafdrukken, foto en datum en plaats van inreis en uitreis) van reizigers worden geregistreerd in het EES. Het EES zal worden gebruikt voor alle onderdanen van derde landen, zowel visumplichtigen als van de visumplicht vrijgestelde reizigers. Het systeem zal ook worden gebruikt door consulaire en grensautoriteiten.

5. Het Europees grens- en kustwachtagentschap (Frontex)

De Europese grens- en kustwacht wordt gevormd door het Europees grens- en kustwachtagentschap (EBCGA/Frontex) in combinatie met de nationale autoriteiten[8].

De Europese grens- en kustwacht werd in oktober 2016 operationeel. Het gedecentraliseerde agentschap is verantwoordelijk voor het bewaken van de buitengrenzen van de EU en is samen met de lidstaten verantwoordelijk voor het in kaart brengen en aanpakken van veiligheidsdreigingen bij de buitengrenzen van de EU. In de periode voor 2015 verzocht het Parlement al de rol van Frontex uit te breiden en de capaciteit van het agentschap te vergroten om het in staat te stellen effectiever te reageren op veranderende migratiestromen. In zijn resolutie van 2 april 2014 over tussentijdse evaluatie van het programma van Stockholm[9] pleitte het Parlement er bijvoorbeeld voor dat de Schengen-buitengrenzen worden bewaakt door Europese grenswachters. In oktober 2015 sprak de Europese Raad in zijn conclusies ook zijn steun uit voor de geleidelijke invoering van een geïntegreerd systeem van beheer van de buitengrenzen. Het Parlement stond erop dat de nieuwe bevoegdheden van het agentschap om in te grijpen zouden worden geactiveerd door een besluit van de lidstaten in de Raad, en niet door een besluit van de Commissie, zoals oorspronkelijk was voorgesteld. Middels de verordening worden de taken van het Europees grens- en kustwachtagentschap (Frontex) uitgebreid met aanvullende steun aan de lidstaten op het gebied van migratiebeheer, de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit en opsporings- en reddingsoperaties. Ook gaat Frontex een grotere rol spelen bij de terugkeer van migranten naar hun land van herkomst. Het agentschap handelt hierbij in overeenstemming met de besluiten van nationale autoriteiten. Krachtens een voorstel van de Commissie kan de Raad Frontex in uitzonderlijke omstandigheden verzoeken in te grijpen in lidstaten of hun terzijde te staan. Van uitzonderlijke omstandigheden is sprake indien:

  • een lidstaat een bindend besluit van de raad van bestuur van Frontex om zwakke plekken in zijn grensbeheer aan te pakken niet (binnen een vastgestelde termijn) nakomt; en
  • de buitengrenzen op specifieke en onevenredige wijze onder druk staan, waardoor de werking van het Schengengebied in het gedrang wordt gebracht. Indien een lidstaat zich verzet tegen een besluit van de Raad tot steunverlening, kunnen de overige lidstaten besluiten tot tijdelijke hervatting van de interne grenscontroles.

In september 2018 publiceerde de Commissie een nieuw voorstel ter versterking van het Europees Grens- en kustwachtagentschap, dat in november 2019 werd aangenomen[10]. Op grond van dit voorstel krijgt Frontex een nieuw mandaat, alsook eigen middelen en bevoegdheden om de buitengrenzen van de EU te beschermen, terugkeeroperaties doeltreffender te laten verlopen en samen te werken met derde landen.

De kern van dit versterkte agentschap zal worden gevormd door een permanent korps van 10 000 grenswachters met uitvoeringsbevoegdheden om de lidstaten op elk moment te ondersteunen. Ook zal Frontex een sterker mandaat krijgen inzake terugkeer en zal het nauwer gaan samenwerken met derde landen, met inbegrip van landen die geen onmiddellijke buurlanden van de EU zijn. Het nieuwe permanente korps van Europese grens- en kustwacht zal kunnen worden ingezet zodra het in 2021 volledig operationeel wordt, en zal in 2024 zijn volledige capaciteit van 10 000 grenswachters bereiken.

B. Ontwikkelingen op het gebied van het beheer van de EU-buitengrenzen

1. De veranderingen kwamen in een sneller tempo met het omvangrijke verlies van mensenlevens de laatste jaren in de Middellandse Zee, gecombineerd met de massale toestroom van vluchtelingen en migranten sinds september 2015.

Vóór de vluchtelingencrisis hadden slechts drie landen ervoor gekozen omheiningen aan hun buitengrenzen te bouwen om te voorkomen dat migranten en vluchtelingen hun grondgebied zouden bereiken: Spanje (waar de bouwwerkzaamheden in 2005 werden voltooid en in 2009 werden uitgebreid), Griekenland (voltooid in 2012) en Bulgarije (in reactie op Griekenland, voltooid in 2014). In strijd met artikel 14, lid 2, van de Schengengrenscode, waarin is bepaald dat “de toegang [...] alleen [kan] worden geweigerd in een met redenen omklede beslissing waarin de precieze weigeringsgronden worden genoemd”, is een toenemend aantal lidstaten geleidelijk aan begonnen met de bouw van grensmuren of -hekken met als doel migranten en asielzoekers zonder onderscheid van hun nationale grondgebied te weren. Bovendien hebben bepaalde lidstaten, bij gebrek aan expliciete EU-voorschriften betreffende de bouw van hekken aan de buitengrenzen van het Schengengebied, eveneens barrières opgeworpen voor derde landen (met name Marokko en Rusland), met inbegrip van pretoetredingslanden (de Republiek Noord-Macedonië, Servië en Turkije) en een EU-kandidaat voor toetreding tot het Schengengebied, namelijk Kroatië. Ook binnen het Schengengebied zijn hekken gebouwd, zoals het hek tussen Oostenrijk en Slovenië, terwijl Spaanse praktijken in Melilla onder de aandacht van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg zijn gekomen.

2. In september 2018 werd het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) ingesteld.

Het nieuwe gecentraliseerde informatiesysteem is bedoeld om informatie te verzamelen over onderdanen van derde landen die geen visum nodig hebben om het Schengengebied te betreden, en om potentiële veiligheidsrisico’s of risico’s van illegale migratie in kaart te brengen. Het systeem houdt in dat niet-visumplichtige reizigers vooraf worden gecontroleerd en dat hun de toegang wordt geweigerd als zij als een risico worden beschouwd. Het zal niet zo veel verschillen van de bestaande systemen in onder meer de VS (ESTA), Canada en Australië.

De voordelen van Etias zijn onder meer kortere wachttijden bij de grens, betere binnenlandse veiligheid, betere preventie van illegale immigratie en verminderde risico’s voor de volksgezondheid. Hoewel het systeem gebaseerd is op controle vooraf, wordt het uiteindelijke besluit om reizigers al dan niet de toegang te weigeren genomen door de nationale grenswachters die de grenscontroles uitvoeren, ook wanneer de reiziger over een geldige reisvergunning beschikt. De grenswachters handelen hierbij op grond van de regels van de Schengengrenscode. Etias heeft drie kerntaken:

  • verificatie van de gegevens die, voorafgaand aan hun reis naar de EU, online worden ingediend door niet-visumplichtige reizigers uit derde landen;
  • verwerking van aanvragen door de gegevens te vergelijken met gegevens uit andere EU-informatiesystemen (zoals SIS, VIS, de databanken van Interpol en Europol, het EES en Eurodac, de Europese dactyloscopie-databank die het mogelijk maakt datasets van vingerafdrukken met elkaar te vergelijken);
  • de afgifte van reisvergunningen indien er geen treffers worden gevonden en er geen elementen zijn die verder moeten worden onderzocht.

Reisvergunningen moeten binnen enkele minuten kunnen worden verkregen. Voor de aanvraag ervan wordt een vergoeding van 7 EUR in rekening gebracht. In juni 2017 besloot de Raad het voorstel in twee afzonderlijke wetgevingshandelingen te splitsen[11], aangezien de (Schengen-)rechtsgrond van het voorstel geen amendementen op de Europol-verordening kan omvatten. Het Etias wordt ontwikkeld door eu-LISA en zal in 2021 operationeel worden.

3. eu-LISA

Het agentschap eu-LISA, dat in 2011 in het leven is geroepen, is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van de drie gecentraliseerde informatiesystemen van de EU: SIS, VIS, en Eurodac[12]. De rol van het agentschap is de uitvoering van de nieuwe IT-architectuur op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. In november 2019 werd het mandaat van eu-LISA herzien[13] en werd de capaciteit van het agentschap om bij te dragen aan grensbeheer, samenwerking op het gebied van rechtshandhaving en migratiebeheer in de EU verder ontwikkeld.

4. Interoperabiliteit tussen de EU-informatiesystemen op het gebied van grenzen

De EU heeft grootschalige gecentraliseerde IT-systemen ontwikkeld (SIS, VIS, Eurodac, EES en Etias) om gegevens te verzamelen, te verwerken en uit te wisselen, hetgeen van essentieel belang is voor veiligheidssamenwerking alsook voor het beheer van de buitengrenzen en migratiebeheer. In december 2017 heeft de Commissie voorgesteld deze informatiesystemen interoperabel te maken op EU-niveau. Interoperabiliteit houdt in dat gegevens op dusdanige wijze kunnen worden uitgewisseld en gedeeld dat de autoriteiten overal en altijd kunnen beschikken over de informatie die zij nodig hebben. Interoperabiliteit verwijst naar het vermogen van informatietechnologiesystemen om gegevens en kennis uit te wisselen en te delen zonder dat de complexiteit en het versnipperde karakter van de desbetreffende systemen informatielacunes veroorzaken[14].

Dankzij twee verordeningen die in mei 2019 zijn vastgesteld kunnen deze systemen elkaar aanvullen, kunnen personen makkelijker worden geïdentificeerd en kan identiteitsfraude effectiever worden bestreden. De verordeningen houden geen wijziging in van de toegangsrechten zoals vastgelegd in de rechtsgrond voor ieder Europees informatiesysteem, maar omvatten wel de volgende interoperabiliteitscomponenten:

  • een Europees zoekportaal, waardoor bevoegde instanties gelijktijdig verschillende informatiesystemen kunnen doorzoeken, op basis van zowel biografische als biometrische gegevens
  • een gedeelde dienst voor biometrische matching, waardoor biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsopnames) uit verschillende systemen kunnen worden opgevraagd en met elkaar vergeleken;
  • een gemeenschappelijk identiteitsregister dat biografische en biometrische identiteitsgegevens van onderdanen van derde landen zal bevatten die op dit moment in een aantal verschillende EU-informatiesystemen worden opgeslagen;
  • een detector van meerdere identiteiten, die controleert of de biografische identiteitsgegevens in de zoekopdracht in andere systemen voorkomen, zodat kan worden vastgesteld of aan dezelfde biometrische gegevens verschillende identiteiten zijn gekoppeld

Rol van het Europees Parlement

Het Europees Parlement staat met gemengde gevoelens tegenover het beleid voor het beheer van de buitengrenzen zoals zich dat ontwikkelt. Het is overwegend voorstander geweest van een verbeterde organisatorische rol van het EBCGA en de andere relevante agentschappen van de Unie, en heeft vaak aangedrongen op verdere versterking van hun rol nu de Europese Unie zo worstelt met de migratiecrisis in het Middellandse Zeegebied. Waar het Parlement zich tegenover de uitbouw van het EBCGA voornamelijk positief heeft opgesteld, heeft het tegenover slimme grenzen een veel behoedzamere houding aangenomen. In reactie op het voorstel van de Commissie van 2013 heeft het Parlement zijn twijfels geuit omtrent de enorme technologische uitbouw en massale verwerking van persoonsgegevens die voorgesteld werden voor de buitengrenzen. Vanwege de te verwachten kosten van de slimmegrenzentechnologie alsook de twijfels omtrent de voordelen ervan, heeft het Parlement zich op een aantal punten bezorgd getoond. In zijn resolutie van 12 september 2013 over het tweede verslag over de tenuitvoerlegging van de EU-interneveiligheidsstrategie stelde het Parlement dat de “ontwikkeling van nieuwe IT-systemen op het gebied van migratie en grensbeheer, zoals de initiatieven inzake “slimme grenzen”, zorgvuldig geanalyseerd moet worden, met name in het licht van de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid”. In september 2015 haakte het Parlement hierop aan in een mondelinge vraag waarin de Commissie en de Raad om hun standpunt werden gevraagd inzake de toegang tot het systeem voor wetshandhavingsinstanties, en om hun mening over de toepasselijkheid van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie van april 2014 over de richtlijn inzake bewaring van gegevens (zie 4.2.8). Als op de korte termijn geen vooruitgang wordt geboekt betreffende de voorgestelde hervorming van de Dublin III-verordening[15], zou het Parlement de lopende onderhandelingen over alle dossiers die van belang zijn voor ministeries van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) kunnen bevriezen, zoals het kort geleden gepresenteerde voorstel inzake interoperabiliteit, de herziening van het Eurodac-systeem en andere dossiers ter zake. Het heeft in 2012 reeds op succesvolle wijze op deze manier gehandeld met de zogenaamde “Schengenbevriezing”, toen het in reactie op het besluit van de Raad om de rechtsgrond voor het pakket Schengengovernance te wijzigen besloot zijn samenwerking stop te zetten betreffende de belangrijkste JBZ-dossiers waarover werd onderhandeld. In zijn resolutie over het jaarverslag over de werking van het Schengengebied[16] heeft het Parlement erop gewezen dat ondanks het feit dat de EU vele maatregelen heeft aangenomen om haar buitengrenzen te versterken, met inbegrip van grenscontroles, hierop geen overeenkomstige reactie is gekomen met betrekking tot de opheffing van controles aan de binnengrenzen.

Ook heeft het Parlement erop aangedrongen dat alle maatregelen op dit gebied worden genomen met inachtneming van het EU-acquis inzake grenzen en asiel, alsook het EU-Handvest van de grondrechten. Het Parlement roept dus al geruime tijd op tot betrouwbare en eerlijke procedures en tot een holistische EU-aanpak van migratie[17].

 

[1]Het Schengenacquis: Overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.
[2]Bulgarije, Kroatië, Ierland, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk behoren niet tot het Schengengebied, maar drie derde landen wel, te weten Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland.
[3]Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1, gewijzigd bij Verordening (EU) 2017/458 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 inzake het aanscherpen van de controles aan de hand van relevante databanken aan de buitengrenzen, PB L 74 van 18.3.2017, blz.1.
[4]Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie, PB L 312 van 7.12.2018, blz. 56.
[5]Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006, PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14.
[6]Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, PB L 312 van 7.12.2018, blz. 1.
[7]Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011, PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20.
[8]Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad, PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1.
[10]Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1.
[11]Verordening (EU) 2018/1240van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226, PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1, en Verordening (EU) 2018/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/794 met het oog op de oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias), PB L 236 van 19.9.2018, blz. 72.
[12]Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011, PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.
[13]Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011, PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99.
[14]Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad, PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, en Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816, PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85
[15]Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raadvan 4 mei 2016 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (COM(2016) 0270).
[16]Resolutie van het Europees Parlement van 30 mei 2018 over het jaarverslag over de werking van het Schengengebied (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0228)
[17]Resolutie van het Europees Parlement van 12 april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie, PB C 58 van 15.2.2018, blz. 9

Udo Bux