De Europese Unie en haar handelspartners

In de loop der jaren is de EU een nieuwe weg ingeslagen en in plaats van zich toe te leggen op de arbeidsintensieve productie van goederen met een geringe waarde, specialiseert zij zich nu in hoogwaardige merkproducten. Met haar open economie is handel van essentieel belang voor de EU. Om de handelsbarrières uit de weg te ruimen en een gelijk speelveld voor haar bedrijven te creëren, onderhandelt de Unie momenteel over een aantal vrijhandelsovereenkomsten. De EU is ook een van de oprichters van en een belangrijke speler in de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Rechtsgrond

Artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin is bepaald dat de gemeenschappelijke handelspolitiek een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie is.

De centrale positie van de EU

De economie van de EU is met meer dan 20 % van het mondiale bruto binnenlands product (bbp) de grootste van de wereld. De EU heeft dankzij haar bbp van circa 14 biljoen EUR en het open karakter van haar markt een centrale rol gespeeld bij het vormgeven van het wereldhandelssysteem, onder meer door haar steun aan de WTO. Openheid op economisch gebied heeft de EU veel voordelen opgeleverd, aangezien meer dan 30 miljoen banen in de EU van de externe handel afhankelijk zijn en de mondiale economische groei naar verwachting buiten Europa zal worden gerealiseerd. Nieuwe economische actoren en technologische vernieuwing, met name digitalisering, hebben tot veranderingen in de structuur en de patronen van de internationale handel geleid. De huidige wereldeconomie is zeer geïntegreerd en de traditionele handel in eindproducten heeft grotendeels plaatsgemaakt voor wereldwijde toeleveringsketens.

Hoewel de wereldwijde financiële crisis van 2009 een negatieve weerslag op de economische prestaties van de Unie heeft gehad, heeft de EU haar relatief sterke positie in de handel in goederen weten te behouden en tegelijkertijd haar leidende rol in de handel in diensten versterkt. De COVID-19-pandemie heeft de wereldwijde economische groei en handel vertraagd en een discussie op gang gebracht over het terughalen van industrieën naar Europa (“reshoring”). Reshoring zal waarschijnlijk alleen selectief in kritieke sectoren worden toegepast, terwijl mondiale toeleveringsketens naar verwachting erg belangrijk zullen blijven.

De rol van de Europese Commissie en het Europees Parlement

De internationale handel was een van de eerste gebieden waarop de lidstaten besloten hun soevereiniteit te delen. In dit verband gaven de lidstaten de Commissie het mandaat zich namens hen met handelszaken bezig te houden, waaronder het onderhandelen over internationale handelsovereenkomsten. De EU treedt met andere woorden op als een eenheid en onderhandelt namens al haar lidstaten over zowel bilaterale als multilaterale handelsovereenkomsten. Zoals blijkt uit de zaken die de EU bij het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO aanhangig heeft gemaakt, is zij in staat geweest om bij internationale handelsgeschillen op te komen voor haar eigen belangen. De EU heeft eveneens internationale handelsinstrumenten gebruikt om haar eigen waarden en beleid uit te dragen, en heeft ernaar gestreefd haar eigen regelgevingspraktijken in de rest van de wereld te bevorderen. De “bevordering van Europese waarden”, waaronder de mensenrechten, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en milieubescherming, was inderdaad een van de drie pijlers van de EU-handelsstrategie “handel voor iedereen” van 2015.

De EU is van oudsher voorstander van een open en eerlijk internationaal handelsstelsel. Ze heeft zich onvermoeibaar ingezet voor de integratie van alle landen in de wereldeconomie, onder meer door belemmeringen voor de internationale handel geleidelijk weg te nemen.

Het Verdrag van Lissabon heeft de rol van het Europees Parlement versterkt door het Parlement op het gebied van handel en investeringen medewetgever te maken, op gelijke voet met de Raad. Met het Verdrag heeft het Parlement tevens een actievere rol gekregen bij de onderhandelingen over en de ratificatie van internationale handelsovereenkomsten, aangezien goedkeuring van het Parlement voortaan verplicht is. Sommige aspecten van het handelsbeleid blijven echter de bevoegdheid van de lidstaten. Op 16 mei 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) een advies gepubliceerd dat helderheid verschafte over de verdeling van de bevoegdheden tussen de lidstaten en de EU.

Handelspolitiek en beleidslijnen

Toen in het eerste decennium van de 21e eeuw de multilaterale onderhandelingen in het kader van de WTO over de ontwikkelingsagenda van Doha vastliepen, moest de EU op zoek naar alternatieve manieren om een betere toegang tot de markten van derde landen te waarborgen. Hiertoe introduceerde de Unie een nieuwe generatie van brede vrijhandelsovereenkomsten, die verder gaan dan tariefverlagingen en de handel in goederen.

De eerste vrijhandelsovereenkomst van de nieuwe generatie werd gesloten met Zuid-Korea en trad formeel in werking in december 2015, na ratificatie door het Europees Parlement. Andere voorbeelden van het nieuwe beleid zijn de meerpartijenhandelsovereenkomst tussen de EU enerzijds en Peru, Colombia en later Ecuador (sinds 2017) anderzijds, die sinds 2013 voorlopig van kracht is, de associatieovereenkomst met de landen van Midden-Amerika, waarvan de handelspijler eveneens sinds 2013 voorlopig wordt toegepast (met Honduras, Nicaragua, Panama, Costa Rica en Guatemala), de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen de EU en Canada (CETA), die sinds september 2017 voorlopig wordt toegepast, de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore, van kracht sinds eind 2019, en de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Vietnam, van kracht sinds medio 2020. Op 1 februari 2019 is een economische partnerschapsovereenkomst met Japan in werking getreden.

Sinds de onderhandelingen met de VS over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) in 2016 zijn opgeschort, heeft de EU zich toegelegd op overeenkomsten met de VS op specifieke gebieden, zoals de tarieven op industriegoederen of de conformiteitsbeoordeling. Onderhandelingen over een handelsovereenkomst met de oprichtende leden van Mercosur werden in 2019 afgerond en de ontwerpovereenkomst moet nog geratificeerd worden. De EU heeft ook onderhandelingen opgestart over vrijhandelsovereenkomsten met Indonesië, Tunesië, de Filipijnen, Australië en Nieuw-Zeeland. De onderhandelingen met India zijn in 2021 opnieuw van start gegaan, terwijl die met Maleisië en Thailand zullen worden hervat zodra de omstandigheden daarvoor geëigend zijn.

De strategie “Handel voor iedereen” van 2015 was gericht op een EU-handelsbeleid waarin de bevordering van groei, werkgelegenheid en investeringen hand in hand gaat met eerlijke handel in termen van eerbiediging van de mensenrechten en het milieu. In de strategie werd ook ertoe opgeroepen de WTO nieuw leven in te blazen en te hervormen. In februari 2021 heeft de Commissie haar “Evaluatie van het handelsbeleid – Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” gepresenteerd waarmee ze de koers voor het handelsbeleid tot 2030 wil uitzetten. Deze mededeling van de Commissie is de opvolger van de strategie “Handel voor iedereen” van 2015 en weerspiegelt de geopolitieke veranderingen die zich sindsdien hebben voorgedaan, door bovenop de algemeen bekende begrippen van “billijkheid” en “duurzaamheid” ook de termen “daadkracht” en “veerkracht” in het handelsbeleid op te nemen. Doel is het handelsbeleid in staat stellen aan toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden, en de groene en de digitale transitie te vergemakkelijken door “open strategische autonomie”.

Belangrijkste handelspartners van de EU

Europa is ‘s werelds grootste exporteur van eindproducten en diensten, en de grootste exportmarkt voor zo'n tachtig landen[1]. In 2020 nam China de positie van de VS over als belangrijkste partner van de EU voor de handel in goederen, met een totaal aandeel van 16,1 % tegenover 15,2 % voor de VS. Sinds het VK de EU heeft verlaten, is het de op twee na grootste handelspartner van de EU voor goederen, goed voor 12,2 % van de totale handel in goederen. Andere belangrijke partners voor de handel in goederen zijn (in dalende volgorde): Zwitserland (6,9 %), Rusland (4,8 %), Turkije (3,6 %), Japan (3,0 %), Noorwegen (2,5 %), Zuid-Korea (2,5 %) en India (1,8 %)[2].

Wat de handel in diensten betreft, is de VS de belangrijkste handelspartner van de EU, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland[3].

Door de COVID-19-pandemie liep de internationale handel in goederen in 2020 aanzienlijk terug, wat ook gold voor de EU en haar voornaamste handelspartners.

Investeringen

De EU is wereldwijd de grootste investeerder en een belangrijke ontvanger van buitenlandse directe investeringen (BDI). Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 is de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van de internationale handel verder uitgebreid, zodat nu ook BDI onder dit beleidsterrein vallen. Om het exacte toepassingsgebied van haar bevoegdheden op het gebied van investeringen te verduidelijken, vroeg de Commissie het HvJ-EU om advies over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore. Uit het advies van het Hof van 2017 bleek dat de meeste aspecten van BDI onder de bevoegdheid van de EU vallen, met enkele uitzonderingen, in het bijzonder geschillenbeslechting.

Aandeel in de wereldwijde BDI in 2018 (%)

Land Voorraad inkomende BDI Voorraad uitgaande BDI
EU 34,2 % 45,4 %
US 30 % 28,4 %
China 6,5 % 8,5 %
Canada 3,5 % 5,8 %
Japan 0,9 % 7,3 %

Bron: Europees Parlement, DG EXPO, berekeningen gebaseerd op cijfers van de Europese Commissie

De EU heeft in december 2020 haar onderhandelingen met China over een brede investeringsovereenkomst in beginsel afgerond, maar de overeenkomst moet nog geratificeerd worden. Ook de investeringsbeschermingsovereenkomsten met Singapore en Vietnam moeten nog geratificeerd worden. De EU is tevens onderhandelingen over investeringen begonnen met Myanmar, en zal nagaan of hetzelfde mogelijk is met Taiwan en Hongkong. Onderhandelingen met Iran zullen worden overwogen nadat het land tot de WTO is toegetreden. In december 2020 heeft de EU ook een handels- en samenwerkingsovereenkomst met het VK gesloten, die het Europees Parlement in mei 2021 heeft goedgekeurd. De overeenkomst tussen de EU en het VK voorziet in nultarieven voor de handel in goederen en heeft ook betrekking op investeringen en diverse andere beleidsterreinen.

 

[1]EU position in world trade”, Europese Commissie, geraadpleegd op 12 april 2019.

Mario Damen