De drie buurlanden van het Oostelijk Partnerschap: Oekraïne, Moldavië en Belarus

Het Oostelijk Partnerschap van de EU werd in 2009 opgericht en bestaat uit zes staten die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie: Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne. Het werd in het leven geroepen om de politieke, sociale en economische hervormingsinspanningen in deze landen te ondersteunen, en om democratisering en goed bestuur, energiezekerheid, milieubescherming en economische en sociale ontwikkeling te stimuleren. Op Belarus na nemen al deze landen deel aan de Parlementaire Vergadering Euronest.

Oekraïne

In november 2013 vond in Oekraïne een demonstratie plaats vóór de EU en tegen het besluit van toenmalig president Viktor Janoekovitsj om de associatieovereenkomst met de EU, die in maart 2012 was geparafeerd, niet te ondertekenen. Dit vormde de aanleiding tot een reeks dramatische gebeurtenissen. Dit resulteerde in een regeringswisseling en parlementsverkiezingen, in oktober 2014, waarbij pro-Europese en hervormingsgezinde partijen aan de macht kwamen.

Na de EuroMaidan-beweging annexeerde Rusland in maart 2014 op illegale wijze de Krim en brachten door Rusland gesteunde separatisten in het oostelijke deel van Oekraïne een gewapend conflict op gang. Volgens de VN hadden in februari 2020 sinds het uitbreken van het conflict in Oekraïne meer dan 13 000 mensen het leven gelaten, onder wie ten minste 3 350 burgers[1]. Dit aantal omvat de 298 inzittenden van vlucht MH17 van Malaysian Airlines: zij kwamen om toen het vliegtuig op 17 juli 2014 in door de separatisten gecontroleerd gebied neerstortte. Volgens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) daalt het aantal burgerslachtoffers sinds 2017[2].

Ondanks de in 2015 bereikte akkoorden van Minsk en ondanks onderhandelingsstructuren zoals de trilaterale contactgroep (de OVSE, Rusland en Oekraïne) en het Normandië-kwartet (Rusland, Oekraïne, Duitsland en Frankrijk) roept het geregeld uitbreken van gevechten vragen op omtrent de houdbaarheid van de wapenstilstand op de lange termijn. De EU heeft Rusland economische sancties opgelegd totdat Moskou de akkoorden van Minsk volledig naleeft. Deze sancties zijn nog altijd niet opgeheven en worden regelmatig verlengd.

Op 11 juni 2017 kregen Oekraïense burgers met een biometrisch paspoort het recht om zonder visum voor maximum negentig dagen naar de EU te reizen. Aanleiding voor deze visumvrijstelling vormde het feit dat Oekraïne aan de criteria van het actieplan visumliberalisering had voldaan. De visumvrije regeling voor korte verblijven heeft als doel het contact van mens tot mens te vergemakkelijken en de commerciële, sociale en culturele banden tussen de EU en Oekraïne aan te halen.

De associatieovereenkomst is op 1 september 2017 in werking getreden, maar werd al sinds 1 november 2014 voorlopig en gedeeltelijk toegepast. Een van de hoekstenen van de overeenkomst is de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA). Die is sinds 1 januari 2016 volledig operationeel.

De associatieovereenkomst biedt zowel de EU als Oekraïne nieuwe economische kansen. De EU heeft haar positie als belangrijkste handelspartner van Oekraïne kunnen versterken. In 2019 bedroeg het bilaterale handelsvolume 43,3 miljard EUR en was de EU goed voor meer dan 40 % van de totale handel van Oekraïne.

In april 2019 vonden er presidentsverkiezingen plaats, waarbij president Porosjenko werd verslagen door een politieke nieuwkomer, Volodymyr Zelensky. In juli 2019 ontbond president Zelensky het parlement en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. In deze parlementsverkiezingen behaalde zijn partij, “Dienaar van het volk”, een overweldigende overwinning die resulteerde in een absolute meerderheid van 254 van de 424 beschikbare zetels. De functie van parlementsvoorzitter en die van eerste minister werden bijgevolg ingenomen door leden van “Dienaar van het volk”, respectievelijk Dmytro Razumkov en Oleksyi Honcharuk. Ondanks een stevige parlementaire meerderheid ging president Zelensky in maart 2020 over tot een ingrijpende herschikking van de regering; hierbij werd Denys Shmyhal eerste minister. Ook dienden de leiders van meerdere grote instellingen hun ontslag in, of werden ontslagen.

Naast politieke steun hebben de EU en haar financiële instellingen sinds 2014 meer dan 15 miljard EUR aan subsidies en leningen gemobiliseerd om het hervormingsproces in Oekraïne te ondersteunen. Het gaat onder meer om EU-overdrachten in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument (1,365 miljard EUR), de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (116 miljoen EUR) en de adviesmissie van de EU voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Oekraïne, 116 miljoen EUR), om heel grote leningen van de Europese Investeringsbank en investeringen van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (elk meer dan 4 miljard EUR), en om het EU-plan voor externe investeringen, een belangrijk EU-initiatief dat financiële risico’s beperkt middels het EU-garantiefonds (1,5 miljard EUR) en EU-subsidies combineert met leningen van financiële instellingen via het investeringsplatform voor het nabuurschap.

In het kader van een gezamenlijk vastgestelde hervormingsagenda houdt de EU nauwgezet toezicht op de vooruitgang op een aantal prioritaire vlakken: corruptiebestrijding, hervorming van het rechtsstelsel, grondwettelijke en electorale hervormingen, verbetering van het ondernemingsklimaat, energie-efficiëntie en hervorming van de overheidsdiensten. De uitbetaling van de derde en laatste tranche van de macrofinanciële bijstand (MFB) – 600 miljoen EUR – werd op 18 januari 2018 geannuleerd, omdat Oekraïne niet aan de vastgelegde voorwaarden voldeed. In juli 2018 keurde de EU echter een nieuw MFB-programma ter hoogte van 1 miljard EUR goed[3]. De eerste tranche (500 miljoen EUR) van dit pakket is uitbetaald in november 2018, nadat Oekraïne de met de EU overeengekomen beleidstoezeggingen was nagekomen. Op 10 juni 2020 betaalde de EU de tweede tranche (nog eens 500 miljoen EUR) uit, in het kader van het vierde MFB-programma. Met deze uitbetaling komt het totaal van de MFB-overdrachten door de EU aan Oekraïne sinds 2014 op 3,8 miljard EUR (van de 4,4 miljard EUR die zijn vastgelegd): geen enkel partnerland heeft ooit zo veel van deze bijstand ontvangen. Daarnaast heeft de EU voor Oekraïne ook MFB-leningen ter waarde van maximaal 1,2 miljard EUR beschikbaar gesteld om de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie te helpen beperken. Op 9 december 2020 bood de EU aan Oekraïne 600 miljoen EUR te betalen in het kader van het COVID-19-noodprogramma voor MFB. De uitbetaling van het tweede deel van dit bedrag zal alleen plaatsvinden als Oekraïne acht specifieke maatregelen uitvoert op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, corruptiebestrijding, verbetering van het ondernemingsklimaat en het bestuur van staatsbedrijven.

In het najaar van 2014 richtte de Commissie een speciale Steungroep voor Oekraïne op, bestaande uit deskundigen uit de EU-instellingen en de lidstaten. De groep heeft een coördinerende rol en verleent de Oekraïense autoriteiten advies met betrekking tot de belangrijkste hervormingssectoren.

De EUAM Oekraïne (EU-adviesmissie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne) is sinds december 2014 in Oekraïne actief en coördineert de internationale steun voor de civiele veiligheidssector. Naast operationele activiteiten geeft de missie ook strategisch advies en training aan de Oekraïense autoriteiten voor de ontwikkeling van duurzame, controleerbare en doeltreffende veiligheidsdiensten die de rechtsstaat versterken.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Tijdens zijn achtste zittingsperiode (2014-2019) heeft het Europees Parlement 19 resoluties over Oekraïne aangenomen, waaronder één over de uitvoering van de associatieovereenkomst met Oekraïne in 2018. Op 11 februari 2021 heeft het Europees Parlement een belangrijke resolutie aangenomen over de uitvoering van de associatieovereenkomst, met bijzondere aandacht voor het lopende hervormingsproces en de anticorruptiemaatregelen.

Ook kende het Europees Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken in 2018 toe aan de Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov, die in Rusland tot twintig jaar gevangenschap was veroordeeld wegens protest tegen de Russische onwettige bezetting van de Krim. De heer Sentsov is in september 2019 vrijgelaten en heeft de prijs in november van dat jaar in Straatsburg in ontvangst kunnen nemen.

B. Samenwerking tussen parlementen

In het kader van de democratieondersteunende activiteiten van het Europees Parlement in Oekraïne voert het ook een vérstrekkend programma uit voor capaciteitsopbouw van het Oekraïense parlement, de Verkhovna Rada. Dit programma bouwt voort op de aanbevelingen die werden opgesteld in het kader van een inventarisatiemissie die plaatsvond tussen september 2016 en februari 2017 onder leiding van Pat Cox, voormalig voorzitter van het Parlement.

Het Europees Parlement coördineert ook een bemiddelingsprocedure, de Jean Monnetdialoog. Via deze procedure zien de voorzitter van de Verkhovna Rada en politieke leiders samen toe op de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen.

Het wettelijke kader voor het optreden van het Europees Parlement op het vlak van ondersteuning en capaciteitsopbouw bestaat uit het memorandum van overeenstemming met de Verkhovna Rada, dat op 3 juli 2015 werd ondertekend en is verlengd voor de duur van de nieuwe parlementaire zittingsperiode, en de administratieve samenwerkingsovereenkomst, die in maart 2016 door de secretarissen-generaal van beide parlementen werd ondertekend.

De tiende bijeenkomst van het Parlementaire Associatiecomité EU-Oekraïne vond plaats in december 2019 in Straatsburg, en op 7 december 2020 heeft een videoconferentie op afstand plaatsgehad. Bij beide gelegenheden bevestigde het comité zijn krachtige steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en maakte het de balans op van de lopende hervormingen en wetgevingsagenda, alsook van de uitvoering van de associatieovereenkomst. Het comité herhaalde eveneens dat de doeltreffende bestrijding van corruptie essentieel is voor het welslagen van het volledige hervormingsproces, samen met een grondige en geloofwaardige hervorming van justitie[4].

C. Verkiezingswaarneming

Het Europees Parlement is erg actief geweest bij de verkiezingswaarneming in Oekraïne. Het heeft in 2014 en 2015 waarnemingsmissies gestuurd voor de presidentsverkiezingen, de parlementsverkiezingen en de lokale verkiezingen; in 2019 heeft het een waarnemingsmissie gestuurd voor de presidentsverkiezingen en voor de parlementsverkiezingen.

De verkiezingen voor de Russische Doema op het grondgebied van de Krim vonden plaats op 18 september 2016. Ze werden evenwel niet erkend door het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (OVSE/ODIHR). De Russische presidentsverkiezingen van 18 maart 2018 vonden ook plaats op de Krim; de EU reageerde ook hier afwijzend op en besloot zelfs nieuwe sancties op te leggen[5]. Op 11 november 2018 vonden in het oosten van Oekraïne zogenaamde presidents- en parlementsverkiezingen plaats. De EU erkende deze niet en beschouwde ze als in strijd met de letter en de geest van de akkoorden van Minsk.

Moldavië

Op 27 juni 2014 ondertekenden de EU en Moldavië een associatieovereenkomst. Daarbij hoorde ook een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (DCFTA), die in juli 2016 van kracht werd. De associatieovereenkomst heeft de politieke en economische banden tussen Moldavië en de EU versterkt. Ze voorziet onder meer in hervormingen op gebieden die essentieel zijn voor een goed bestuur en voor de economische ontwikkeling, en heeft in meerdere sectoren tot meer samenwerking geleid. Met de ondertekening van de overeenkomst verbond Moldavië zich ertoe zijn binnenlands beleid aan te passen aan de wetten en praktijken van de EU. Het stappenplan voor de uitvoering van de associatieovereenkomst werd vastgelegd in de herziene versie van de associatieagenda voor 2017-2019. Deze agenda omvatte 13 grote prioriteiten en werd in november 2019 geëvalueerd door de Commissie. Het stappenplan, waarvan de geldigheid in 2019 is verlengd, wordt momenteel bijgewerkt. Voor de uitvoering van de ambitieuze agenda kan Moldavië op aanzienlijke steun van de EU rekenen.

In april 2014 was Moldavië het eerste land van het Oostelijk Partnerschap dat een regeling voor visumvrij verkeer kreeg. Na een schandaal rond bankfraude in 2014 werd de bijstand van de EU tijdelijk opgeschort. Eind 2016 bereikten Moldavië en het Internationaal Monetair Fonds echter overeenstemming over een programma dat er in hoofdzaak op gericht was de banksector in Moldavië te stabiliseren. Daarop besloot de EU de betaling van begrotingssteun te hervatten. Tussen 2017 en 2020 bedroeg de bilaterale bijstand aan Moldavië in het kader van het Europees Nabuurschapsinstrument (ENI) en het EU-meerjarenprogramma 284 à 348 miljoen EUR. Deze bijstand was gericht op economische ontwikkeling en marktkansen; versterking van instellingen en goed bestuur, en van de rechtsstaat en veiligheid; connectiviteit, energie-efficiëntie, milieu en klimaatverandering, en mobiliteit en contacten van mens tot mens.

In juni 2018 werd in Chisinau een nieuwe burgemeester gekozen. Een van de leiders van de oppositie, Andrei Nastase, kwam als winnaar uit de bus, maar de uitslag werd op valse gronden geannuleerd. Dit voorval vormde een nieuw dieptepunt in de betrekkingen tussen de EU en Moldavië. Het was immers een zoveelste bewijs van de wijdverbreide corruptie en van de macht van oligarch Vladimir Plahotniuc over de Moldavische overheidsinstellingen. De EU-begrotingssteun werd opnieuw bevroren, evenals de eerste uitbetaling van het MFB-pakket.

De uitslag van de parlementsverkiezingen van februari 2019 leidde gedurende een aantal maanden tot een politieke impasse. De Socialistische – pro-Russische – Partij van president Igor Dodon behaalde 35 van de 101 zetels, de regerende Democratische Partij van Plahotniuc 30 en de centrumrechtse en pro-Europese ACUM-alliantie 26. In juni en juli 2019 mislukte de poging van de Democratische Partij om nieuwe verkiezingen te houden, ondanks het feit dat een coalitieovereenkomst tussen de socialisten en ACUM een ernstige institutionele crisis had veroorzaakt. Zodra er een nieuwe regering in het zadel zat, onder leiding van ACUM-kopvrouw Maia Sandu en met een geëngageerd hervormings- en anticorruptieprogramma, hervatte de EU haar bilaterale hulp en MFB. De regering-Sandu verloor echter in november 2019 het vertrouwen van het parlement en werd vervangen door een sociaaldemocratische regering onder leiding van socialist Ion Chicu. Deze coalitie hield stand tot november 2020, aangezien de Democratische Partij sterk was verzwakt en talrijke parlementsleden van deze partij waren overgestapt naar de nieuwe partij “Pro-Moldova” en vervolgens naar “Pentru Moldova”. Momenteel staat premier Chicu aan het hoofd van een regering die slechts op een minderheid in het parlement kan rekenen, en er kunnen dus binnenkort nieuwe verkiezingen plaatsvinden.

De presidentsverkiezingen van november 2020 zijn duidelijk gewonnen door voormalig premier Sandu. Bij de herstemming op 15 november behaalde zij 58 % van de stemmen en zittend president Dodon 42 %.

De COVID-19-pandemie heeft Moldavië zwaar getroffen. De EU heeft aanzienlijke medische en economische steun verleend, ter hoogte van in totaal 108 miljoen EUR. Bovendien heeft de Moldavische landbouwsector in 2020 te lijden gehad onder langdurige droogte.

De regio Transnistrië, die zich van Moldavië heeft afgescheiden en zichzelf in 1990 onafhankelijk heeft verklaard, blijft een groot probleem voor Moldavië. De EU is als waarnemer betrokken bij het 5+2-onderhandelingsproces over de regeling van het conflict met Transnistrië en blijft pleiten voor een uitgebreide, vreedzame regeling op basis van de soevereiniteit en territoriale eenheid van Moldavië en een speciale status voor Transnistrië. Daarnaast lopen de politieke spanningen tussen Chisinau en Comrat, de hoofdstad van de autonome regio Gagaoezië, van tijd tot tijd hoog op.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Op 4 juli 2017 heeft het Europees Parlement een positief standpunt ingenomen over het voorstel van de Commissie om Moldavië MFB toe te kennen voor een maximumbedrag van 100 miljoen EUR. Helaas kon het derde en laatste deel van deze bijstand niet worden uitbetaald, aangezien Moldavië vóór het verstrijken van de contractuele termijn in juli 2020 niet aan alle overeengekomen voorwaarden had voldaan. In 2020 is overeenstemming bereikt over een nieuw MFB-noodpakket van de EU aan Moldavië.

In zijn resolutie van 14 november 2018 over de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië sprak het Europees Parlement zijn ernstige bezorgdheid uit over de achteruitgang van de democratische normen in het land en over de “gijzelneming” van de staat door oligarchische belangen. In zijn resolutie van 20 oktober 2020 over hetzelfde onderwerp erkende het Parlement de verbeteringen die in het land zijn doorgevoerd, maar herhaalde het zijn oproep aan de autoriteiten om hun inspanningen inzake corruptiebestrijding voort te zetten en de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. In die resolutie bestempelde het Parlement de presidentsverkiezingen van november 2020 overigens als een test voor de democratie en de rechtsstaat in het land.

B. Samenwerking tussen parlementen

In artikel 440 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië is de oprichting van een Parlementair Associatiecomité (PAC) voorzien. De eerste vergadering van het PAC vond plaats op 16 oktober 2014 en de achtste op 8 oktober 2020. Deze laatste vergadering moest wegens de COVID-19-pandemie op afstand worden georganiseerd. In zijn slotverklaring en aanbevelingen wijst het PAC op de hoge menselijke en economische tol die Moldavië en de EU betalen als gevolg van de COVID-19-pandemie. Het PAC roept Moldavië op tot een intensivering van de hervormingen ter versterking van de gemeenschappelijke waarden van de EU en Moldavië, in het bijzonder de mensenrechten, de rechtsstaat en democratische normen. Het dringt ook aan op strikte eerbiediging van de onafhankelijkheid van het grondwettelijke hof en benadrukt dat onafhankelijke en gedepolariseerde media die vrij zijn van politieke inmenging, de grondslag vormen van een democratische samenleving.

C. Verkiezingswaarneming

Bij alle recente verkiezingen in Moldavië is het Europees Parlement als waarnemer uitgenodigd. In februari 2019 nam het Parlement de parlementsverkiezingen in Moldavië waar: de stemming verliep zonder noemenswaardige incidenten en was over het algemeen goed georganiseerd, zo stelde het. Wel verontrustend vond het Parlement de meldingen over burgers die geld kregen om voor bepaalde partijen te stemmen en hiervoor per bus vanuit Transnistrië naar de kieslokalen werden gebracht. Wegens de pandemie heeft het Europees Parlement geen verkiezingswaarnemingsmissie kunnen afvaardigen naar de presidentsverkiezingen van november 2020. Volgens de voorlopige bevindingen van de (verkleinde) OVSE/ODIHR-missie hadden kiezers evenwel meerdere politieke opties en zijn de fundamentele vrijheden van vergadering en meningsuiting geëerbiedigd, ondanks negatieve en verdeeldheid zaaiende campagnes en polariserende berichtgeving in de media.

Belarus

De voorbije decennia verliepen de betrekkingen tussen de EU en Belarus vaak moeizaam wegens de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en burgerrechten in Belarus. Tussen 2014 en 2020 leek het land echter een opener houding aan te nemen tegenover de EU en het Oostelijk Partnerschap. De betrekkingen tussen Belarus en de westelijke landen waren enigszins verbeterd, en Belarus had een belangrijke rol gespeeld als gastheer voor de gesprekken over de crisis in Oekraïne, waarbij de EU als bemiddelaar optrad. Als reactie hierop volgde de EU ten aanzien van Belarus een beleid van “kritische betrokkenheid”, zoals omschreven in de conclusies van de Raad van 15 februari 2016, volgens welke tastbare stappen van Belarus om de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat, mensenrechten – inclusief de vrijheid van meningsuiting – en arbeidsrechten te verankeren, essentiële criteria zullen blijven om het toekomstige EU-beleid voor dit land vorm te geven.

De Raad heeft op 25 februari 2016 besloten de beperkende maatregelen tegen 170 personen en 3 ondernemingen (die al in oktober 2015 van de lijst waren geschrapt) niet te verlengen. Hij verlengde echter wel de andere reeds bestaande maatregelen: onder meer een wapenembargo, de bevriezing van tegoeden en een reisverbod voor vier personen die op de lijst waren geplaatst in verband met de onopgeloste verdwijning van twee leden van de oppositie, een zakenman en een journalist. De Raad heeft de bestaande beperkende maatregelen verlengd tot en met 28 februari 2020[6].

De mensenrechtendialoog tussen de EU en Belarus werd in 2016 hervat op initiatief van Belarus en de zesde gespreksronde vond plaats in juni 2019. In 2016 werd de coördinatiegroep EU-Belarus in het leven geroepen, om een forum te creëren voor een beleidsdialoog tussen senior deskundigen. Dit orgaan heeft als belangrijkste taak richting te geven aan de samenwerking tussen de EU en Belarus en toezicht te houden op de uitbreiding van de betrekkingen tussen beide partijen. In december 2019 kwam de coördinatiegroep voor de achtste keer bijeen. De EU-delegatie voor de betrekkingen met Belarus heeft bevestigd dat zij openstaat voor verdere ontwikkeling van de betrekkingen EU-Belarus om de veerkracht van de Belarussische bevolking te versterken en de soevereiniteit en onafhankelijkheid van Belarus te steunen, maar hamerde er ook op dat de kieswetgeving volledig moet worden hervormd, gaf uiting aan tal van bezorgdheden met betrekking tot de fundamentele vrijheden, met name de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, en herhaalde dat zij categorisch gekant blijft tegen de doodstraf.

Belarus neemt proactief deel aan het Oostelijk Partnerschap, in zowel bilaterale als multilaterale gesprekskaders. In 2017 werden er onderhandelingen gevoerd over een mobiliteitspartnerschap, en per 1 juli 2020 traden er visaversoepeling en overnameovereenkomsten in werking om de contacten van mens tot mens te stimuleren. Beide zijden onderhandelen nu over de partnerschapsprioriteiten, die het kader zullen vormen voor de samenwerking EU-Belarus in de komende jaren.

Het valt zeer te betreuren dat Belarus, ondanks de aanneming van een actieplan voor de mensenrechten voor de periode 2016-2019, zijn toezeggingen niet is nagekomen met betrekking tot de mensenrechten. Het blijft het enige land op het Europese continent dat nog steeds de doodstraf voltrekt, waardoor het de jure is uitgesloten van de Raad van Europa. Er is regelmatig sprake van debatten over een moratorium op de doodstraf met het oog op mogelijke afschaffing ervan, maar dat lijkt een rookgordijn omdat er tot nu toe geen concrete maatregelen op zijn gevolgd.

Het gebruik van geweld tegen vreedzame demonstranten in februari en maart 2017 werd door de EU scherp veroordeeld. De vervroegde parlementsverkiezingen van 18 november 2019 werden ontsierd door een aantal wanpraktijken en tekortkomingen, als gevolg waarvan de oppositie niet vertegenwoordigd was in het parlement. De presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020 werden door de internationale gemeenschap geacht noch vrij noch eerlijk te zijn verlopen en werden voorafgegaan door stelselmatige vervolging van oppositieleden, gevolgd door hard optreden tegen vreedzame demonstranten, vertegenwoordigers van de oppositie en journalisten op een schaal die nog niet eerder in de geschiedenis van het land was vertoond. Ten gevolge hiervan legde de EU in 3 rondes sancties[7] op (de laatste in december 2020) tegen 88 personen en 7 organen die verantwoordelijk worden gehouden voor of medeplichtig zijn aan kiesfraude en gewelddadige onderdrukking, en verklaarde zij bereid te zijn verdere beperkende maatregelen te treffen tegen de organen en hoge functionarissen van het regime, onder wie Aleksander Loekasjenko, die niet langer wordt erkend als de rechtmatige president van Belarus. Bovendien heeft de EU de bilaterale samenwerking met de Belarussische autoriteiten teruggeschroefd, haar steun aan de Belarussische bevolking en het maatschappelijk middenveld van Belarus verhoogd, en de bilaterale financiële bijstand dienovereenkomstig aangepast.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft een aantal resoluties aangenomen waarin het Belarus bekritiseert wegens de politieke gevangenen, de beperkingen van de mediavrijheid en het maatschappelijk middenveld, de niet-eerbiediging van de mensenrechten (inclusief het behoud van de doodstraf) en de onregelmatigheden bij de parlementsverkiezingen. In zijn resolutie van 19 april 2018 gaf het Europees Parlement aan de kritische betrokkenheid van de EU ten aanzien van Belarus te steunen, op voorwaarde dat er concrete stappen worden gezet in de richting van democratisering en eerbiediging van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten. Het herhaalde in het bijzonder zijn oproep aan Belarus om zich achter een wereldwijd moratorium op de doodstraf te scharen, als eerste stap naar de definitieve afschaffing ervan. In zijn resolutie van 4 oktober 2018 hekelde het Parlement nogmaals de arrestatie en intimidatie van journalisten en onafhankelijke media, en herhaalde het zijn oproep tot meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

In reactie op de frauduleuze presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, en het daaropvolgende gewelddadige optreden tegen oppositieleden, onafhankelijke media en vreedzame demonstranten, heeft het Europees Parlement resoluties aangenomen over de situatie in Belarus op 17 september 2020 en nogmaals op 26 november 2020. In deze resoluties namen de leden er nota van dat de internationaal erkende normen bij deze verkiezingen op flagrante wijze zijn geschonden en dat een meerderheid van de Belarussen van mening was dat de kandidaat van de verenigde oppositie, Svetlana Tichanovskaja, was verkozen tot president van Belarus. Zij drongen aan op onmiddellijke EU-sancties tegen alle functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de kiesfraude en repressie, onder wie voormalig president Aleksander Loekasjenko. Zij betuigden hun steun aan de door mevrouw Tichanovskaja opgerichte Coördinatieraad als interim-vertegenwoordiging van de bevolking die democratische verandering eist. De leden herhaalden deze principiële standpunten in hun aanbeveling van 21 oktober 2020 over de betrekkingen met Belarus.

Daarnaast hebben de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met Belarus van het Europees Parlement (D-BY) en de vaste rapporteur over Belarus een aantal gezamenlijke verklaringen uitgegeven waarin zij de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Belarus betreurden en kritiek uitoefenden op het machtsmisbruik van Loekasjenko. In december 2020 heeft het Europees Parlement een informatiebezoek gebracht aan Belarus om de behoeften van de Belarussische krachten te inventariseren en te evalueren hoe het Europees Parlement hen kan steunen, zowel op administratief als politiek niveau. Er dient ook op te worden gewezen dat de Sacharovprijs 2020 is toegekend aan de democratische oppositie in Belarus.

B. Samenwerking tussen parlementen

Het Europees Parlement heeft geen officiële betrekkingen met het parlement van Belarus, omdat het land er herhaaldelijk niet in geslaagd is eerlijke en vrije verkiezingen te houden en de normen voor democratie en rechtsstaat na te leven, zoals geïllustreerd wordt door de nieuwe protestgolven en keiharde repressie na de frauduleuze parlementsverkiezingen van 18 november 2019 en de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020. Derhalve zijn de leden van het parlement van Belarus nog niet uitgenodigd om zitting te nemen in de Parlementaire Vergadering Euronest, omdat voldaan moet worden aan de OVSE-verkiezingsnormen alvorens te kunnen worden toegelaten.

Dat gezegd hebbende, onderhoudt het Europees Parlement een actieve en nauwe dialoog met de vertegenwoordigers van de politieke krachten van het land, onafhankelijke ngo’s en actoren van het maatschappelijk middenveld, die sinds de laatste presidentsverkiezingen zitting hebben in de Coördinatieraad. Er vinden regelmatig vergaderingen van de D-BY plaats in Brussel en Straatsburg – en op afstand tijdens de COVID-19-pandemie – om de ontwikkeling van de betrekkingen EU-Belarus te bespreken en de politieke en economische situatie in het land alsook de laatste ontwikkelingen op het gebied van de democratie, de schendingen van de mensenrechten en de rechtsstaat te beoordelen. De D-BY heeft in juni 2015 en juli 2017 ook een bezoek gebracht aan Minsk, evenals het bureau van de D-BY in oktober 2018 en februari 2020.

C. Verkiezingswaarneming

Belarus heeft het Europees Parlement sinds 2001 niet uitgenodigd om verkiezingen waar te nemen. Zoals de gewoonte is in dergelijke gevallen, is het Europees Parlement afhankelijk van de evaluatie die in het land wordt verricht door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de Parlementaire Vergadering van de OVSE/ODIHR. Helaas waren deze twee internationale waarnemers niet uitgenodigd als waarnemers bij de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, hoewel het regime van Belarus eerder had toegezegd hen uit te zullen nodigen.

 

Florian Carmona / Fernando Garcés de los Fayos / Levente Csaszi