Drie buurlanden van het Oostelijk Partnerschap: Oekraïne, Moldavië en Belarus

Het Oostelijk Partnerschap van de EU werd in 2009 opgericht en bestaat uit zes landen die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie: Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne. Het werd in het leven geroepen om de politieke, sociale en economische hervormingsinspanningen in deze landen te ondersteunen, en om democratisering en goed bestuur, energiezekerheid, milieubescherming en economische en sociale ontwikkeling te stimuleren. Op Belarus na nemen alle leden van het Partnerschap deel aan de Parlementaire Vergadering Euronest.

Oekraïne

In november 2013 vond in Oekraïne een demonstratie plaats vóór de EU en tegen het besluit van toenmalig president Viktor Janoekovytsj om de associatieovereenkomst met de EU, die in maart 2012 was geparafeerd, niet te ondertekenen. Dit vormde de aanleiding tot een reeks dramatische gebeurtenissen. Het resulteerde in een regeringswisseling en parlementsverkiezingen, in oktober 2014, waarbij pro-Europese en hervormingsgezinde partijen aan de macht kwamen.

Na de EuroMaidan-beweging annexeerde Rusland in maart 2014 op illegale wijze de Krim en brachten door Rusland gesteunde separatisten in het oostelijke deel van Oekraïne een gewapend conflict op gang. Volgens de VN hadden in februari 2020 sinds het uitbreken van het conflict in Oekraïne meer dan 13 000 mensen het leven gelaten, onder wie ten minste 3 350 burgers. Dit aantal omvat de 298 inzittenden van vlucht MH17 van Malaysian Airlines: zij kwamen om toen het vliegtuig op 17 juli 2014 in door de separatisten gecontroleerd gebied neerstortte. Volgens de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) daalt het aantal burgerslachtoffers sinds 2017.

Ondanks de in 2015 bereikte akkoorden van Minsk en ondanks onderhandelingsstructuren zoals de Tripartiete Contactgroep Oekraïne (de OVSE, Rusland en Oekraïne) en het Normandiëkwartet (Rusland, Oekraïne, Duitsland en Frankrijk) roept het geregeld uitbreken van gevechten vragen op omtrent de houdbaarheid van de wapenstilstand op de lange termijn. De EU heeft Rusland economische sancties opgelegd totdat Moskou de akkoorden van Minsk volledig naleeft. Deze sancties zijn nog altijd niet opgeheven en worden regelmatig verlengd.

Op 11 juni 2017 kregen Oekraïense burgers met een biometrisch paspoort het recht om zonder visum naar de EU te reizen en daar maximaal negentig dagen te verblijven. Aanleiding voor deze visumvrijstelling vormde het feit dat Oekraïne aan de criteria van het actieplan visumliberalisering had voldaan. De visumvrije regeling voor korte verblijven heeft als doel het contact tussen mensen te vergemakkelijken en de commerciële, sociale en culturele banden tussen de EU en Oekraïne aan te halen.

De associatieovereenkomst is op 1 september 2017 in werking getreden, maar werd al sinds 1 november 2014 voorlopig en gedeeltelijk toegepast. Een van de hoekstenen van de overeenkomst is de diepe en brede vrijhandelsruimte (DCFTA). Die is sinds 1 januari 2016 volledig operationeel.

De associatieovereenkomst biedt zowel de EU als Oekraïne nieuwe economische kansen. De EU heeft haar positie als belangrijkste handelspartner van Oekraïne kunnen versterken. In 2019 bedroeg het bilaterale handelsvolume 43,3 miljard EUR en was de EU goed voor meer dan 40 % van de totale handel van Oekraïne.

In april 2019 vonden er presidentsverkiezingen plaats, waarbij president Porosjenko werd verslagen door een politieke nieuwkomer, Volodymyr Zelensky. In juli 2019 ontbond president Zelensky het parlement en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. In deze parlementsverkiezingen behaalde zijn partij, “Dienaar van het volk”, een overweldigende overwinning die resulteerde in een absolute meerderheid van 254 van de 424 beschikbare zetels. De functie van parlementsvoorzitter en die van eerste minister werden bijgevolg ingenomen door leden van “Dienaar van het volk”, respectievelijk Dmytro Razoemkov en Oleksiy Hontsjaroek. Ondanks een stevige parlementaire meerderheid ging president Zelensky in maart 2020 over tot een ingrijpende herschikking van de regering. Hierbij werd Denys Sjmyhal eerste minister. Als gevolg van de COVID-19-pandemie en de bereidheid van president Zelensky om de hervormingen in een gestaag tempo voort te zetten, volgde in 2021 een nieuwe reeks herschikkingen van de regering. In 2021 versterkte president Zelensky ook de rol van de nationale veiligheids- en defensieraad van Oekraïne en begon hij steeds meer op de instelling te vertrouwen voor belangrijke besluiten en beleidsinitiatieven. Na de controverse over de aanneming van de zogenaamde “de-oligarchisatiewet”, die de president uiteindelijk begin november 2021 heeft ondertekend, werd ook voorzitter Razoemkov vervangen door Oekraïense wetgevers.

Naast politieke steun hebben de EU en haar financiële instellingen sinds 2014 meer dan 15 miljard EUR aan subsidies en leningen gemobiliseerd om het hervormingsproces in Oekraïne te ondersteunen. Het gaat onder meer om EU-overdrachten in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument (1,365 miljard EUR), de dienst Instrumenten buitenlands beleid (116 miljoen EUR) en de adviesmissie van de EU voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Oekraïne, 116 miljoen EUR), om heel grote leningen van de Europese Investeringsbank en investeringen van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (elk meer dan 4 miljard EUR), en om het EU-plan voor externe investeringen, een belangrijk EU-initiatief dat financiële risico’s beperkt middels het EU-garantiefonds (1,5 miljard EUR) en EU-subsidies combineert met leningen van financiële instellingen via het investeringsplatform voor het nabuurschap.

In het kader van een gezamenlijk vastgestelde hervormingsagenda houdt de EU nauwgezet toezicht op de vooruitgang op een aantal prioritaire vlakken: corruptiebestrijding, hervorming van het rechtsstelsel, grondwettelijke en electorale hervormingen, verbetering van het ondernemingsklimaat, energie-efficiëntie en hervorming van de overheidsdiensten. De uitbetaling van de derde en laatste tranche van de macrofinanciële bijstand (MFB) – 600 miljoen EUR – werd op 18 januari 2018 geannuleerd, omdat Oekraïne niet aan de vastgelegde voorwaarden voldeed. In juli 2018 keurde de EU echter een nieuw MFB-programma ter hoogte van 1 miljard EUR goed. De eerste tranche (500 miljoen EUR) van dit pakket is uitbetaald in november 2018, nadat Oekraïne de met de EU overeengekomen beleidstoezeggingen was nagekomen. Op 10 juni 2020 betaalde de EU de tweede tranche (nog eens 500 miljoen EUR) uit, in het kader van het vierde MFB-programma. Met deze uitbetaling komt het totaal van de MFB-overdrachten door de EU aan Oekraïne sinds 2014 op 3,8 miljard EUR (van de 4,4 miljard EUR die zijn vastgelegd): geen enkel ander partnerland heeft ooit zo veel van deze bijstand ontvangen. Daarnaast heeft de EU voor Oekraïne ook MFB-leningen ter waarde van maximaal 1,2 miljard EUR beschikbaar gesteld om de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie te helpen beperken. De eerste tranche is op 9 december 2020 uitbetaald. De tweede en laatste tranche is op 25 oktober 2021 uitbetaald, waarmee het programma met succes werd afgesloten.

In het najaar van 2014 richtte de Commissie een speciale Steungroep voor Oekraïne op, bestaande uit deskundigen uit de EU-instellingen en de lidstaten. De groep heeft een coördinerende rol en verleent de Oekraïense autoriteiten advies met betrekking tot de belangrijkste hervormingssectoren.

De EUAM Oekraïne is sinds december 2014 in Oekraïne actief en coördineert de internationale steun voor de civiele veiligheidssector. Naast operationele activiteiten geeft de missie ook strategisch advies en training aan de Oekraïense autoriteiten voor de ontwikkeling van duurzame, controleerbare en doeltreffende veiligheidsdiensten die de rechtsstaat versterken.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Tijdens zijn achtste zittingsperiode (2014-2019) heeft het Europees Parlement 19 resoluties over Oekraïne aangenomen, waaronder één resolutie over de uitvoering van de associatieovereenkomst met Oekraïne in 2018. Op 11 februari 2021 heeft het Europees Parlement een belangrijke resolutie aangenomen over de uitvoering van de associatieovereenkomst, met bijzondere aandacht voor het lopende hervormingsproces en de anticorruptiemaatregelen.

Ook kende het Europees Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken in 2018 toe aan de Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov, die in Rusland tot twintig jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens protest tegen de onwettige Russische bezetting van de Krim. De heer Sentsov is in september 2019 vrijgelaten en heeft de prijs in november van dat jaar in Straatsburg in ontvangst kunnen nemen.

B. Interparlementaire samenwerking

In het kader van de democratieondersteunende activiteiten van het Europees Parlement in Oekraïne voert het Parlement ook een vérstrekkend programma uit voor capaciteitsopbouw van het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada. Dit programma bouwt voort op de aanbevelingen die werden opgesteld in het kader van een inventarisatiemissie die plaatsvond tussen september 2016 en februari 2017 onder leiding van Pat Cox, voormalig voorzitter van het Parlement.

Het Europees Parlement coördineert ook een bemiddelingsprocedure, de Jean Monnet-dialoog. Via deze procedure zien de voorzitter van de Verchovna Rada en politieke leiders samen toe op de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen.

Het wettelijke kader voor het optreden van het Europees Parlement op het vlak van ondersteuning en capaciteitsopbouw bestaat uit het memorandum van overeenstemming met de Verchovna Rada, dat op 3 juli 2015 werd ondertekend en is verlengd voor de duur van de nieuwe parlementaire zittingsperiode, en de administratieve samenwerkingsovereenkomst, die in maart 2016 door de secretarissen-generaal van beide parlementen werd ondertekend.

De tiende bijeenkomst van het Parlementair Associatiecomité EU-Oekraïne vond plaats in december 2019 in Straatsburg, en op 7 december 2020 en 10 november 2021 hebben videoconferenties op afstand plaatsgehad. Het comité herhaalde meermaals zijn krachtige steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en maakte de balans op van de lopende hervormingen en wetgevingsagenda, alsook van de uitvoering van de associatieovereenkomst. Het comité benadrukte eveneens dat de doeltreffende bestrijding van corruptie essentieel is voor het welslagen van het volledige hervormingsproces, samen met een grondige en geloofwaardige hervorming van justitie.

C. Verkiezingswaarneming

Het Europees Parlement heeft in 2014 en 2015 waarnemingsmissies gestuurd voor de presidentsverkiezingen, de parlementsverkiezingen en de lokale verkiezingen en in 2019 heeft het een waarnemingsmissie gestuurd voor de presidentsverkiezingen en voor de parlementsverkiezingen.

De meest recente verkiezingen voor de Russische Doema vonden plaats van 17 tot en met 19 september 2021, ook op het gehele grondgebied van de Krim. In zijn verklaring van 20 september 2021 gaf de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid uiting aan de teleurstelling van de EU over het feit dat het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (OVSE/ODIHR) geen waarnemingsmissie heeft uitgevoerd, nam hij nota van de onafhankelijke en betrouwbare bronnen die melding maken van ernstige verkiezingsschendingen en herhaalde hij de diepe bezorgdheid van de EU over de alsmaar krimpende ruimte voor de oppositie, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke stemmen in Rusland. In de verklaring werd benadrukt dat de EU de zogenaamde verkiezingen op het bezette schiereiland de Krim niet erkent en werd opgemerkt dat het besluit van de Russische Federatie om de inwoners van de niet-door de regering gecontroleerde gebieden van de regio’s Donetsk en Loegansk in Oekraïne bij de verkiezingen te betrekken, indruist tegen de geest en de doelstellingen van de akkoorden van Minsk.

Moldavië

Op 27 juni 2014 ondertekenden de EU en Moldavië een associatieovereenkomst. Daarbij hoorde ook een DCFTA, die in juli 2016 van kracht werd. De associatieovereenkomst heeft de politieke en economische banden tussen Moldavië en de EU versterkt. In de overeenkomst wordt onder meer voorzien in hervormingen op gebieden die essentieel zijn voor een goed bestuur en voor de economische ontwikkeling, en heeft in meerdere sectoren tot meer samenwerking geleid. Met de ondertekening van de overeenkomst verbond Moldavië zich ertoe zijn binnenlands beleid aan te passen aan de wetten en praktijken van de EU. Het stappenplan voor de uitvoering van de associatieovereenkomst werd vastgelegd in de herziene versie van de associatieagenda voor 2017-2019. Deze agenda omvatte 13 grote prioriteiten en werd in oktober 2019 voor het laatst geëvalueerd door de Commissie. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan een nieuwe associatieagenda voor 2021-2027. Voor de uitvoering van deze ambitieuze agenda kan Moldavië op aanzienlijke steun van de EU rekenen. De EU is verreweg de belangrijkste handelspartner van Moldavië en neemt 56 % van de totale handel voor haar rekening. Zij is ook de grootste investeerder in het land.

Sinds de inwerkingtreding van de visumliberalisering voor korte verblijven in april 2014 hebben meer dan 2,5 miljoen Moldavische burgers met een biometrisch paspoort zonder visum naar het Schengengebied gereisd, wat het toerisme, de zakelijke betrekkingen en de contacten tussen mensen heeft bevorderd.

De verslechtering van de democratische normen in Moldavië in de afgelopen jaren (met name de verkiezingshervorming van juli 2017 die werd goedgekeurd tegen de aanbevelingen van het OVSE/ODIHR en de Commissie van Venetië in, de ongerechtvaardigde ongeldigverklaring van de burgemeestersverkiezingen in Chisinau in juni 2018, het gebrek aan vooruitgang bij de vervolging van de verantwoordelijken voor de bankfraude van 1 miljard USD in 2014 en het toegenomen aantal meldingen van mensenrechtenschendingen) heeft ertoe geleid dat de EU de uitbetaling van haar macrofinanciële bijstand in 2018 heeft opgeschort.

De EU besloot vervolgens haar begrotingssteun te hervatten en heeft in 2019 een eerste tranche van 30 miljoen EUR van de MFB uitbetaald in het licht van de hernieuwde afspraak van Moldavië om het rechtsstelsel te hervormen en de rechtsstaat te handhaven. De uitbetaling van een tweede tranche van de MFB blijft echter onderworpen aan strikte conditionaliteitscriteria.

De EU en Moldavië hielden op 30 september 2019 de vijfde zitting van de Associatieraad. Toen was Maia Sandu premier. Nu is zij de president van Moldavië. De deelnemers benadrukten dat dit voor de EU en Moldavië een historische kans is om hun betrekkingen te vernieuwen en echte structurele veranderingen door te voeren die stabiliteit en groei mogelijk maken. De Associatieraad nam nota van de harmonisatie-inspanningen van Moldavië (meer dan 25 000 technische normen van de EU zijn reeds omgezet in de nationale wetgeving en regelgeving van het land) en riep op tot verdere inspanningen op het gebied van de hervorming van het gerechtelijk systeem, de visumvrije regeling en de bestrijding van corruptie en het witwassen van geld. Ook werd ingegaan op de vooruitgang die in het kader van de DCFTA is geboekt, met bijzondere aandacht voor sectorale samenwerking, onder meer op het gebied van energie. Daarnaast spraken de partijen over politieke associatie, met inbegrip van samenwerking en convergentie inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Op 2 juni 2021 publiceerde de Commissie het EU-economisch herstelplan voor Moldavië, waarin 600 miljoen EUR wordt uitgetrokken om het sociaaleconomische herstel van het land na COVID-19 te ondersteunen, de groene en digitale transitie te bevorderen en het onbenutte economische potentieel van het land te benutten.

President Maia Sandu, die EU-gezind is, behaalde tijdens de vervroegde parlementsverkiezingen van 11 juli 2021 een grote overwinning, waarmee een einde kwam aan een maanden van politieke en constitutionele onrust. Op 6 augustus bevestigde het door PAS gedomineerde parlement dat Natalia Gavrilița als premier was aangesteld en keurde het haar ambitieuze programma goed om het voormalig Sovjetland uit een langdurige politieke en economische crisis te halen. Haar programma is er ook op gericht Moldavië dichter bij de EU te brengen – de belangrijkste prioriteit van het buitenlands beleid – door de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië volledig ten uitvoer te leggen.

Naar aanleiding van deze positieve ontwikkelingen kondigde de Commissie tijdens het bezoek van premier Gavriliţa aan Brussel op 27 en 28 september aan dat de tweede tranche van de MFB ter waarde van 50 miljoen EUR begin oktober zal worden uitbetaald en dat er onmiddellijk een subsidie van 36,4 miljoen EUR zal worden uitbetaald aan Moldavië om de inspanningen van het land op het gebied van politiehervorming en de strijd tegen COVID-19 te blijven ondersteunen.

De zesde zitting van de Associatieraad EU-Moldavië vond plaats op 28 oktober 2021.

De regio Transnistrië, die zich van Moldavië heeft afgescheiden en zichzelf in 1990 onafhankelijk heeft verklaard, blijft een groot probleem voor Moldavië. De EU is als waarnemer betrokken bij het 5+2-onderhandelingsproces over de regeling van het conflict met Transnistrië en blijft pleiten voor een uitgebreide, vreedzame regeling op basis van de soevereiniteit en territoriale eenheid van Moldavië en een speciale status voor Transnistrië. Daarnaast lopen de politieke spanningen tussen Chișinău en Comrat, de hoofdstad van de autonome regio Gagaoezië, van tijd tot tijd hoog op.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Op 4 juli 2017 heeft het Europees Parlement een positief standpunt ingenomen over het voorstel van de Commissie om Moldavië MFB toe te kennen voor een maximumbedrag van 100 miljoen EUR. Helaas kon het derde en laatste deel van deze bijstand niet worden uitbetaald, aangezien Moldavië vóór het verstrijken van de contractuele termijn in juli 2020 niet aan alle overeengekomen voorwaarden had voldaan. In 2020 is overeenstemming bereikt over een nieuw MFB-noodpakket van de EU voor Moldavië.

In zijn resolutie van 14 november 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië sprak het Europees Parlement zijn ernstige bezorgdheid uit over de verslechterende houding ten opzichte van de democratische normen in het land en over de “gijzelneming” van de staat door oligarchische belangen. In zijn resolutie van 20 oktober 2020 over hetzelfde onderwerp erkende het Parlement de verbeteringen die in het land zijn doorgevoerd, maar herhaalde het zijn oproep aan de autoriteiten om hun inspanningen inzake corruptiebestrijding voort te zetten en de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. In die resolutie bestempelde het Parlement de presidentsverkiezingen van november 2020 overigens als een test voor de democratie en de rechtsstaat in het land.

Het Europees Parlement heeft deze verkiezingen niet kunnen waarnemen vanwege COVID-19-gerelateerde beperkingen.

B. Interparlementaire samenwerking

In artikel 440 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Moldavië is de oprichting van een Parlementair Associatiecomité (PAC) voorzien. De eerste vergadering van het PAC vond plaats op 16 oktober 2014 en de negende vond op afstand plaats op 22 maart 2021. In zijn slotverklaring en aanbevelingen erkende het PAC de door de COVID-19-pandemie veroorzaakte menselijke pijn en pleitte ervoor de gehele bevolking in 2021 snel van een vaccin te voorzien. Het PAC was ingenomen met de sectorale begroting en de macro-economische steun van de EU en sprak de hoop uit dat de economie wordt hersteld, en dat daarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan jongeren. Het PAC pleitte voor de goedkeuring van de nieuwe associatieagenda. Het comité sprak tevens zijn bezorgdheid uit over het trage tempo van de gerechtelijke procedures in verband met de grootschalige bankfraude van 2014 en herinnerde eraan dat de Europese vooruitzichten voor Moldavië in de eerste plaats moeten zijn geworteld in de naleving van de waarden en beginselen die ten grondslag liggen aan de EU. Het PAC drong er ook op aan de extreme politieke polarisatie van Moldavië te verminderen.

C. Verkiezingswaarneming

Bij alle recente verkiezingen in Moldavië is het Europees Parlement als waarnemer uitgenodigd. In februari 2019 nam het Parlement de parlementsverkiezingen in Moldavië waar: de stemming verliep zonder noemenswaardige incidenten en was over het algemeen goed georganiseerd, zo stelde het. Wel verontrustend vond het Parlement de meldingen over burgers die geld kregen om voor bepaalde partijen te stemmen en hiervoor per bus vanuit Transnistrië naar de kieslokalen werden gebracht. Wegens de pandemie heeft het Europees Parlement geen verkiezingswaarnemingsmissie kunnen afvaardigen naar de presidentsverkiezingen van november 2020. Volgens de bevindingen van de (verkleinde) OVSE/ODIHR-missie hadden kiezers evenwel meerdere politieke opties en zijn de fundamentele vrijheden van vergadering en meningsuiting geëerbiedigd, ondanks negatieve en verdeeldheid zaaiende campagnes en polariserende berichtgeving in de media.

Aangezien de epidemiologische situatie in Moldavië destijds stabiel was, heeft het Europees Parlement een delegatie gestuurd naar de internationale verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van het OVSE/ODIHR, die toezicht hield op de parlementsverkiezingen van 11 juli 2021. De waarnemers merkten op dat deze verkiezingen over het algemeen goed georganiseerd, vrij en concurrerend waren, ondanks enkele resterende tekortkomingen die bij toekomstige verkiezingen moeten worden aangepakt. Het nieuwgevormde parlement en de nieuwe regering hebben van Moldavische burgers een sterk mandaat gekregen om ambitieuze hervormingen door te voeren en het land dichter bij de EU te brengen.

Belarus

De voorbije decennia verliepen de betrekkingen tussen de EU en Belarus soms moeizaam wegens de aanhoudende schendingen van de mensenrechten en burgerrechten in Belarus. Tussen 2014 en 2020 leek het land echter een opener houding aan te nemen tegenover de EU en het Oostelijk Partnerschap. De betrekkingen tussen Belarus en de westelijke landen waren enigszins verbeterd, en Belarus had een belangrijke rol gespeeld als gastheer voor de gesprekken over de crisis in Oekraïne, waarbij de EU als bemiddelaar optrad. Als reactie hierop volgde de EU ten aanzien van Belarus een beleid van “kritische betrokkenheid”, zoals omschreven in de conclusies van de Raad van 15 februari 2016, volgens welke tastbare stappen van Belarus om de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat, mensenrechten – inclusief de vrijheid van meningsuiting en de media – en arbeidsrechten te verankeren, essentiële criteria zullen blijven om het toekomstige EU-beleid voor dit land vorm te geven.

De Raad heeft op 25 februari 2016 besloten de beperkende maatregelen tegen 170 personen en drie ondernemingen (die al in oktober 2015 van de lijst waren geschrapt) niet te verlengen. Hij verlengde echter wel de andere reeds bestaande maatregelen: waaronder een wapenembargo, de bevriezing van activa en een reisverbod voor vier personen die op de lijst waren geplaatst in verband met de onopgeloste verdwijning van twee leden van de oppositie, een zakenman en een journalist. De Raad heeft de bestaande beperkende maatregelen verlengd tot en met 28 februari 2020.

De mensenrechtendialoog tussen de EU en Belarus werd in 2016 hervat op initiatief van Belarus en de zesde gespreksronde vond plaats in juni 2019. In 2016 werd de coördinatiegroep EU-Belarus in het leven geroepen, om een forum te creëren voor een beleidsdialoog tussen senior deskundigen. Dit orgaan heeft als belangrijkste taak richting te geven aan de samenwerking tussen de EU en Belarus en toezicht te houden op de verdere uitbreiding van de betrekkingen tussen beide partijen. In december 2019 kwam de coördinatiegroep voor de achtste keer bijeen. De EU-delegatie voor de betrekkingen met Belarus heeft bevestigd dat zij openstaat voor verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Belarus om de veerkracht van de Belarussische maatschappij te versterken en de soevereiniteit en onafhankelijkheid van Belarus te steunen, maar hamerde er ook op dat de kieswetgeving volledig moet worden hervormd, gaf uiting aan een aantal bezorgdheden met betrekking tot de fundamentele vrijheden, met name de vrijheid van de media, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering, en herhaalde dat zij fel gekant blijft tegen de doodstraf.

Belarus heeft zowel bilateraal als in de multilaterale structuren van het Oostelijk Partnerschap proactief deelgenomen. In 2017 werden er onderhandelingen gevoerd over een mobiliteitspartnerschap, en per 1 juli 2020 traden er visaversoepelingen en overnameovereenkomsten in werking om de contacten tussen mensen te stimuleren. Beide zijden onderhandelen nu over de partnerschapsprioriteiten, die het kader zullen vormen voor de samenwerking tussen de EU en Belarus in de komende jaren.

Het valt zeer te betreuren dat Belarus, ondanks de aanneming van een actieplan voor de mensenrechten voor de periode 2016-2019, zijn toezeggingen niet is nagekomen met betrekking tot de mensenrechten. Het blijft het enige land op het Europese continent dat nog steeds de doodstraf voltrekt, waardoor het de jure is uitgesloten van de Raad van Europa. Er is regelmatig sprake van debatten over een moratorium op de doodstraf met het oog op mogelijke afschaffing ervan, maar dat lijkt een rookgordijn, omdat er tot nu toe geen concrete maatregelen zijn genomen.

Het gebruik van geweld tegen vreedzame demonstranten in februari en maart 2017 werd door de EU scherp veroordeeld. De vervroegde parlementsverkiezingen van 18 november 2019 werden ontsierd door een aantal wanpraktijken en tekortkomingen, als gevolg waarvan de oppositie niet vertegenwoordigd was in het parlement. De presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020 werden door de internationale gemeenschap geacht noch vrij noch eerlijk te zijn verlopen en werden voorafgegaan door stelselmatige vervolging van oppositieleden, gevolgd door hard optreden tegen vreedzame demonstranten, vertegenwoordigers van de oppositie en journalisten op een schaal die nog niet eerder in de geschiedenis van het land was vertoond. Ten gevolge hiervan legde de EU in vier reeksen sancties op (de laatste in juni 2021) tegen 88 personen en zeven entiteiten die verantwoordelijk worden gehouden voor of medeplichtig zijn aan verkiezingsfraude en gewelddadige onderdrukking, en verklaarde zij bereid te zijn verdere beperkende maatregelen te treffen tegen de organen en hoge ambtenaren van het regime, onder wie Aleksandr Loekasjenko, die niet langer wordt erkend als de rechtmatige president van Belarus. Bovendien heeft de EU op centraal niveau de bilaterale samenwerking met de Belarussische autoriteiten teruggeschroefd, haar steun aan de Belarussische bevolking en het maatschappelijk middenveld van Belarus verhoogd, en de bilaterale financiële bijstand dienovereenkomstig aangepast.

Als vergelding heeft het Belarussische regime zijn deelname aan het Oostelijk Partnerschap en aan bestaande structuren zoals de mensenrechtendialoog tussen de EU en Belarus en de coördinatiegroep EU-Belarus formeel opgeschort.

A. Standpunt van het Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft een aantal resoluties aangenomen waarin het Belarus bekritiseert wegens de politieke gevangenen, de beperkingen van de mediavrijheid en het maatschappelijk middenveld, de niet-eerbiediging van de mensenrechten (inclusief het behoud van de doodstraf) en de onregelmatigheden bij de parlementsverkiezingen. In zijn resolutie van 19 april 2018 gaf het Europees Parlement aan de kritische betrokkenheid van de EU ten aanzien van Belarus te steunen, op voorwaarde dat er concrete stappen worden gezet in de richting van democratisering en eerbiediging van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten. Het herhaalde in het bijzonder zijn oproep aan Belarus om zich achter een wereldwijd moratorium op de doodstraf te scharen, als eerste stap naar de definitieve afschaffing ervan. In zijn resolutie van 4 oktober 2018 hekelde het Parlement nogmaals de intimidatie en arrestatie van journalisten en onafhankelijke media, en herhaalde het zijn oproep tot meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

In reactie op de frauduleuze presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, en het daaropvolgende gewelddadige optreden tegen oppositieleden, onafhankelijke media en vreedzame demonstranten, heeft het Europees Parlement resoluties aangenomen over de situatie in Belarus op 17 september 2020 en nogmaals op 26 november 2020. In deze resoluties namen de leden er nota van dat alle internationaal erkende normen bij deze verkiezingen op flagrante wijze zijn geschonden en dat een meerderheid van de Belarussen van mening was dat de kandidaat van de verenigde oppositie, Svetlana Tichanovskaja, was verkozen tot president van Belarus. Zij drongen aan op onmiddellijke EU-sancties tegen alle ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de verkiezingsfraude en repressie, onder wie voormalig president Aleksandr Loekasjenko. Zij betuigden hun steun aan de door mevrouw Tichanovskaja opgerichte coördinatieraad als interim-vertegenwoordiging van de bevolking die democratische verandering eist. De leden herhaalden deze principiële standpunten in hun aanbeveling van 21 oktober 2020 over de betrekkingen met Belarus.

Daarnaast hebben de voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met Belarus van het Europees Parlement (D-BY) en de vaste rapporteur over Belarus een aantal gezamenlijke verklaringen uitgegeven waarin zij de constante verslechtering van de mensenrechtensituatie in Belarus betreurden en kritiek uitoefenden op het voortdurende machtsmisbruik van Loekasjenko. In december 2020 heeft het Europees Parlement een informatiebezoek gebracht aan Belarus om de behoeften van de Belarussische democratische krachten te inventariseren en te beoordelen hoe het Europees Parlement hen kan steunen, zowel op administratief als politiek niveau. Deze missie viel op symbolische wijze samen met de Sacharovprijsweek 2020, tijdens welke de democratische oppositie van Belarus werd geëerd. Als gevolg daarvan heeft het Europees Parlement onder auspiciën van zijn Subcommissie mensenrechten en in samenwerking met zijn Commissie buitenlandse zaken en de D-BY een platform opgezet tegen straffeloosheid van mensenrechtenschendingen in Belarus. Daarnaast heeft de Coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen een breed scala aan democratieondersteunende activiteiten voorgesteld die zijn toegesneden op Belarussische democratische activisten. In zijn resolutie van 10 juni 2021 over de systematische repressie in Belarus en de gevolgen ervan voor de Europese veiligheid na de ontvoeringen uit een door de Belarussische autoriteiten onderschept EU-passagiersvliegtuig, heeft het Europees Parlement ook de wijdverbreide mensenrechtenschendingen in Belarus en de schandalige instrumentalisering van illegale migratie door het regime van Aleksandr Loekasjenko aan de kaak gesteld om de EU te destabiliseren.

B. Interparlementaire samenwerking

Het Europees Parlement heeft geen officiële betrekkingen met het parlement van Belarus, omdat het land er herhaaldelijk niet in is geslaagd vrije en eerlijke verkiezingen te houden en de internationale normen voor democratie en rechtsstaat na te leven, zoals geïllustreerd wordt door de nieuwe protestgolven en keiharde repressie na de frauduleuze parlementsverkiezingen van 18 november 2019 en de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020. Derhalve zijn de leden van het parlement van Belarus nog niet uitgenodigd om zitting te nemen in de Parlementaire Vergadering Euronest, omdat voldaan moet worden aan de OVSE-verkiezingsnormen alvorens te kunnen worden toegelaten.

Dat gezegd hebbende, onderhoudt het Europees Parlement een actieve en nauwe dialoog met de vertegenwoordigers van de politieke krachten van het land, onafhankelijke non-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld, die sinds de laatste presidentsverkiezingen zitting hebben in de coördinatieraad. Er vinden regelmatig vergaderingen van de D-BY plaats in Brussel en Straatsburg – en op afstand tijdens de COVID-19-pandemie – om de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Belarus te bespreken en de politieke en economische situatie in het land alsook de laatste ontwikkelingen op het gebied van de democratie, de schendingen van de mensenrechten en de rechtsstaat te beoordelen. De D-BY heeft in juni 2015 en juli 2017 ook een bezoek gebracht aan Minsk, evenals het bureau van de D-BY in oktober 2018 en februari 2020.

C. Verkiezingswaarneming

Belarus heeft het Europees Parlement sinds 2001 niet uitgenodigd om verkiezingen waar te nemen. Zoals de gewoonte is in dergelijke gevallen, is het Europees Parlement afhankelijk van de evaluatie die in het land wordt verricht door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de Parlementaire Vergadering van de OVSE/ODIHR. Helaas waren deze twee internationale waarnemers niet uitgenodigd als waarnemers bij de presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020, hoewel het regime van Belarus eerder had toegezegd hen uit te zullen nodigen.

 

Florian Carmona / Levente Csaszi