Meerjarig financieel kader

Tot op heden zijn er vijf meerjarige financiële kaders (MFK’s) geweest. Het Verdrag van Lissabon heeft het MFK veranderd van een interinstitutioneel akkoord in een juridisch bindende handeling. Het MFK, dat wordt vastgesteld voor een periode van ten minste vijf jaar, moet een ordelijke ontwikkeling van de uitgaven van de Unie waarborgen binnen de grenzen van haar eigen middelen. Het omvat bepalingen waaraan de jaarlijkse begroting van de Unie moet voldoen. Hiermee worden de grondslagen van de begrotingsdiscipline vastgelegd. In de MFK-verordening worden in de eerste plaats uitgavenmaxima vastgelegd voor brede uitgavencategorieën, “rubrieken” genoemd. Op 2 mei 2018 heeft de Commissie wetgevingsvoorstellen gepresenteerd voor een nieuw MFK voor de periode 2021-2027. Naar aanleiding van de uitbraak van COVID-19 is dit vervangen door een nieuw voorstel, gepresenteerd op 27 mei 2020, vergezeld van een voorstel voor een herstelinstrument, Next Generation EU. Het pakket is op 16 december 2020 goedgekeurd.

Rechtsgrond

  • Artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  • Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[1];
  • Verordening (EU, Euratom) 2017/1123 van de Raad van 20 juni 2017 houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[2];
  • Verordening (EU, Euratom) 2020/538 van de Raad van 17 april 2020 houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 wat betreft de reikwijdte van de overkoepelende marge voor vastleggingskredieten[3];
  • het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer[4].

Achtergrond

De jaren tachtig werden gekenmerkt door conflicten in de betrekkingen tussen de instellingen vanwege een toenemende kloof tussen beschikbare middelen en werkelijke begrotingsbehoeften. Het concept van meerjarige financiële vooruitzichten werd ontwikkeld met het doel de conflicten te verminderen, de begrotingsdiscipline te versterken en de uitvoering te verbeteren door middel van een betere planning. Met dat doel voor ogen werd in 1988 het eerste interinstitutioneel akkoord (IIA) gesloten. Het omvatte de ook als het pakket-Delors I bekend staande financiële vooruitzichten voor de periode 1988-1992, die erop gericht waren de nodige middelen beschikbaar te stellen voor de budgettaire tenuitvoerlegging van de Europese Akte. Op 29 oktober 1993 werd een nieuw IIA gesloten met de bijbehorende financiële vooruitzichten voor de periode 1993-1999, het zogenaamde pakket-Delors II. Dit zorgde voor een verdubbeling van de middelen van de structuurfondsen en voor een verhoging van het maximum van de eigen middelen (1.4.1). Het derde IIA over de financiële vooruitzichten voor de periode 2000-2006, dat ook bekend staat als de Agenda 2000, werd op 6 mei 1999 gesloten. Een van de belangrijkste objectieven van dit IIA bestond erin de vereiste middelen te waarborgen om de uitbreiding te financieren. Het vierde IIA, voor de periode 2007-2013, werd op 17 mei 2006 gesloten.

Het Verdrag van Lissabon heeft het meerjarig financieel kader veranderd van een interinstitutioneel akkoord in een juridisch bindende handeling. Naast de vaststelling van “de jaarlijkse maximumbedragen aan kredieten voor vastleggingen per uitgavencategorie […], alsmede het jaarlijkse maximumbedrag van de kredieten voor betalingen” bepaalt artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dat het MFK “alle andere bepalingen [omvat] die dienstig zijn voor het goede verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure”. De MFK-verordening gaat vergezeld van een IIA betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer. Het vijfde MFK, voor de periode 2014-2020, werd op 2 december 2013 goedgekeurd. Dit MFK was het eerste dat werd goedgekeurd volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon, waarin is vastgelegd dat de Raad, handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, na goedkeuring door het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen de MFK-verordening moet vaststellen.

Het meerjarig financieel kader 2014-2020

In haar gewijzigd voorstel van 6 juli 2012 stelde de Commissie voor om voor de periode 2014-2020 het plafond voor vastleggingskredieten tot 1 033 miljard EUR (1,08 % van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU) en het plafond voor betalingskredieten tot 988 miljard EUR (1,03 % van het bni van de EU) te verhogen. Bijna een jaar later, op 27 juni 2013, bereikten de voorzitters van de Commissie, het Europees Parlement en de Raad een politiek akkoord over een MFK-pakket, met name om de totale maximumbedragen voor vastleggingskredieten tot 960 miljard EUR (1,00 % van het bni van de EU) en voor betalingskredieten tot 908 miljard EUR (0,95 % van het bni van de EU) te beperken. In zijn resolutie van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het MFK 2014-2020[5] herinnerde het Europees Parlement eraan dat de goedkeuring van de MFK-verordening en van het nieuwe IIA gekoppeld is aan de goedkeuring van gewijzigde begrotingen die nodig zijn om extra betalingskredieten te verstrekken voor het begrotingsjaar 2013, aan een politiek akkoord over de rechtsgrondslagen van de desbetreffende meerjarige programma’s, en aan de oprichting van een werkgroep op hoog niveau over de eigen middelen.

Toen aan die voorwaarden was voldaan, nam het Parlement op 19 november 2013 de ontwerpverordening aan en stelde de Raad op 2 december 2013 de MFK- verordening (Verordening nr. 1311/2013 van de Raad) voor de jaren 2014-2020 vast.

In artikel 6, lid 1, van de MFK-verordening is bepaald dat de Commissie ieder jaar vóór de begrotingsprocedure van het volgende jaar een technische aanpassing van het MKF moet doorvoeren op grond van de ontwikkeling van het bni van de EU en van de prijzen en dat de resultaten van deze aanpassing aan het Parlement en de Raad moet worden meegedeeld.

Op 15 mei 2019 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de technische aanpassing van het MFK voor 2020, overeenkomstig de ontwikkeling van het bni van de EU volgens het Europees systeem van rekeningen (ESR 2010)[6]. Als gevolg van deze technische aanpassing bedroegen de totale vastleggingskredieten voor 2020 (168,8 miljard EUR) 0,99 % van het bni van de EU en de totale betalingskredieten (172,4 miljard EUR) 1,01 % van het bni van de EU. Het bni voor 2020 is voor de EU-28 vastgesteld op 16 989,4 miljard EUR in lopende prijzen.

Meerjarig financieel kader (EU-28), aangepast voor 2020 (miljoen EUR, lopende prijzen)

VASTLEGGINGS­KREDIETEN 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal
 2014-2020
1. Slimme en inclusieve groei 52 756 77 986 69 304 73 512 76 420 79 924 83 661 513 563
2. Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen 49 857 64 692 64 262 60 191 60 267 60 344 60 421 420 034
waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen 43 779 44 190 43 951 44 146 44 163 43 881 43 888 307 998
3. Veiligheid en burgerschap 1 737 2 456 2 546 2 578 2 656 2 801 2 951 17 725
4. Europa als wereldspeler 8 335 8 749 9 143 9 432 9 825 10 268 10 510 66 262
5. Administratie 8 721 9 076 9 483 9 918 10 346 10 786 11 254 69 584
waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen 7 056 7 351 7 679 8 007 8 360 8 700 9 071 56 224
6. Compensaties 29 0 0 0 0 0 0 29
TOTAAL VASTLEGGINGS­KREDIETEN 121 435 162 959 154 738 155 631 159 514 164 123 168 797 1 087 197
als % van het bni 0,90 % 1,17 % 1,05 % 1,04 % 1,02 % 1,00 % 0,99 % 1,02 %
TOTAAL BETALINGSKREDIETEN 135 762 140 719 130 694 126 492 154 565 166 709 172 201 1 027 151
als % van het bni 1,01 % 1,01 % 0,88 % 0,84 % 0,98 % 1,01 % 1,01 % 0,96 %
Beschikbare marge 0,22 % 0,22 % 0,35 % 0,39 % 0,22 % 0,19 % 0,19 % 0,26 %
Maximumbedrag eigen middelen als % van het bni 1,23 % 1,23 % 1,23 % 1,23 % 1,20 % 1,20 % 1,20 % 1,22 %

A. Het MFK 2014-2020

In juli 2010 richtte het Parlement een Bijzondere Commissie beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen voor een duurzame Europese Unie na 2013 (SURE) op, die tot taak had een verslag op te stellen over het volgende MFK voordat de Commissie haar voorstellen zou presenteren. Op basis van het SURE-verslag heeft het Parlement op 8 juni 2011 een resolutie aangenomen over “Investeren in de toekomst: een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor een concurrerend, duurzaam en integratiegericht Europa”[7].

In zijn resolutie van 3 juli 2013[8] zette het Parlement, alvorens het MFK-pakket op 19 november 2013 wettelijk te bekrachtigen, zijn politieke handtekening onder het akkoord over het MFK 2014-2020 dat door de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie was gesloten na een intensieve reeks onderhandelingen, waarin het Parlement het volgende wist te bereiken:

  • flexibiliteit van vastleggingen en betalingen tussen rubrieken en tussen jaren, zodat de bedragen die voor de periode 2014-2020 zijn gepland, volledig kunnen worden gebruikt;
  • een verplichte herzieningsclausule die het mogelijk maakt de begrotingsbehoeften tijdens de MFK-periode te beoordelen en zo nodig aan te passen, waarbij het nieuw verkozen Europees Parlement zijn rol kan vervullen, een toezegging om de duur van toekomstige MFK’s te herzien; en duidelijke afspraken over een haalbare benadering en een tijdschema voor het opzetten van een werkelijk systeem van eigen middelen voor de Europese Unie;
  • grotere flexibiliteit om de jeugdwerkloosheid aan te pakken en het onderzoek te verbeteren, zonder de middelen voor andere programma’s te verlagen[9];
  • grotere flexibiliteit om bij grote rampen hulp te kunnen bieden via het Solidariteitsfonds;
  • afbakening van middelen voor de grootschalige projecten ITER, Galileo en Copernicus om andere programma’s te beschermen indien de kosten uit de hand lopen;
  • eenheid en transparantie van de begroting, waarborging van volledige informatie aan de burger over alle uitgaven en inkomsten die voortvloeien uit besluiten die door of namens de burgers van de EU worden genomen, en adequate parlementaire controle en toezicht.

B. Tussentijdse evaluatie/herziening van het MFK 2014-2020

Een tussentijdse herziening was een van de voorwaarden van het Parlement om het MFK 2014-2020 goed te keuren. De Begrotingscommissie (BUDG) van het Parlement was belast met de voorbereiding van het onderhandelingsmandaat van het Parlement voor de herziening van het MFK en begon ruim van tevoren aan de voorbereidende werkzaamheden in dit verband. Op 29 juni 2016 publiceerde deze commissie een verslag met een beoordeling van de eerste jaren van het MFK evenals de verwachtingen in verband met de herziening van de Commissie en de belangrijkste elementen voor het MFK na 2020. Dit verslag vormde de basis voor de goedkeuring van de resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 2016, die de eisen van het Parlement voor het huidige MFK evenals overwegingen in verband met het volgende MFK bevat. Op 26 oktober 2016 nam het Parlement met een ruime meerderheid een vervolgresolutie aan naar aanleiding van het voorstel van de Commissie, waarin het de door de Commissie voorgestelde wijzigingen van het MFK toejuichte.

Na onderhandelingen en het akkoord van de Raad van 7 maart 2017 over de herziening van het MFK 2014-2020 nam het Parlement op 5 april 2017 ten slotte een resolutie[10] tot wijziging van de MFK-verordening aan. Op 20 juni 2017 heeft de Raad het herziene MFK voor 2014-2020 met eenparigheid van stemmen aangenomen. De Raad en het Parlement zijn het eens geworden over extra steun van 6 miljard EUR (15 % van herschikkingen, 85 % van niet-toegewezen middelen), afhankelijk van de jaarlijkse begrotingsprocedure, die ter beschikking zou worden gesteld voor migratiekwesties (3,9 miljard EUR) en banen en groei (2,1 miljard EUR waarvan 1,2 miljard EUR ter versterking van het Jongerenwerkgelegenheidsinitiatief). Dankzij de versterking van het flexibiliteitsinstrument en de reserve voor noodhulp kunnen meer middelen gemakkelijker tussen begrotingsonderdelen en begrotingsjaren heen en weer worden geschoven om te kunnen reageren op onvoorziene gebeurtenissen en nieuwe prioriteiten.

C. Het MFK 2021-2027

Op 2 mei 2018heeft de Commissie haar wetgevingsvoorstel gepresenteerd voor het MFK voor de jaren 2021 tot en met 2027. Vanwege de reflectieperiode over de toekomst van de EU werd het voorstel later ingediend dan voorzien in de MFK-verordening 2014-2020.

In het voorstel van de Commissie waren de vastleggingskredieten vastgesteld op 1 134,6 miljard EUR (in prijzen van 2018), hetgeen neerkomt op 1,11 % van het bni van de EU-27. Voorgesteld werd om meer geld uit te geven aan onder andere grenstoezicht, defensie, migratie, interne en externe veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en onderzoek. De Commissie wilde daarentegen bezuinigen op cohesiebeleid, landbouwbeleid en andere terreinen. In het voorstel werd de algehele structuur van het MFK gestroomlijnd en waren zeven nieuwe rubrieken opgenomen die in totaal 17 beleidsclusters omvatten. In plaats van de huidige 58 voorzag de Commissie voor de periode 2021-2027 slechts 37 afzonderlijke uitgavenprogramma’s. Daarnaast wilde de Commissie meer flexibiliteit bewerkstelligen voor de EU-begroting en daarom stelde zij een reeks speciale begrotingsinstrumenten voor die buiten de MFK-maxima moesten worden gelaten, waaronder het flexibiliteitsinstrument (1 miljard EUR per jaar), de reserve voor noodhulp (600 miljoen EUR per jaar), het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (600 miljoen EUR per jaar), het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (200 miljoen EUR per jaar), de Europese vredesfaciliteit en de Europese stabilisatiefunctie voor investeringen (leningen tot 30 miljard EUR gedurende de periode van het MFK). Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) zou volgens het voorstel worden opgenomen in het MFK. De Commissie stelde daarnaast voor om de inkomsten van de EU te moderniseren door diverse nieuwe categorieën eigen middelen te introduceren. Deze eigen middelen moesten voortkomen uit de opbrengsten van het emissiehandelssysteem van de EU, een bijdrage van de lidstaten op basis van de hoeveelheid plasticafval en een deel van de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.

Het Europees Parlement nam twee resoluties over het MFK voor 2021-2027 aan, op 14 maart en 30 mei 2018. Op 14 november 2018 heeft het Parlement, voortbouwend op deze resoluties, zijn onderhandelingsmandaat verder ingevuld, met onder meer wijzigingen in de MFK-verordening en IIA-voorstellen en een compleet overzicht van de bedragen per rubriek en programma.

In het interimverslag van het Parlement waren specifiek de onderstaande punten opgenomen:

Het MFK-maximum voor vastleggingen moest van het huidige 1,0 % (van de EU-28) worden verhoogd naar 1,3 % van het bni van de EU-27, oftewel 1 324 miljard EUR (in prijzen van 2018). Dit was 16,7 % meer dan het maximum dat de Commissie had voorgesteld. De toewijzingen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid moesten onveranderd blijven in reële termen, en een aantal prioriteiten moest verder worden versterkt, waaronder de uitgavenprogramma’s voor de rubriek “eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” (met name Horizon Europa), de rubriek “cohesie en waarden” (met name Erasmus+ en een nieuwe kindergarantie van 5,9 miljard EUR), en de rubriek “natuurlijke hulpbronnen en milieu” (met name LIFE en een nieuw fonds voor een rechtvaardige energietransitie van 4,8 miljard EUR). De financiering van gedecentraliseerde agentschappen die zich bezighouden met migratie en grensbeheer moest ruim worden verviervoudigd en dus van ongeveer 3 miljard EUR worden opgetrokken naar meer dan 12 miljard EUR. De bijdrage van de EU aan de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen moest in de periode 2021-2027 ten minste 25 % bedragen van de uitgaven in het kader van het MFK en worden verdeeld over de relevante beleidsterreinen. Deze bijdrage moest zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2027 worden verhoogd naar ten minste 30 %. Het Parlement vond ten slotte dat er een verplichte tussentijdse herziening van de MFK nodig was en dat hiervoor uiterlijk op 1 juli 2023 een voorstel moest worden ingediend.

Het Parlement en de Commissie hadden oorspronkelijk voor ogen om vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 een akkoord te bereiken over de MFK-verordening, zodat de nieuwe programma’s op tijd van start zouden kunnen gaan. De Raad werkte echter nog steeds (eerst onder respectievelijk het Oostenrijkse, Roemeense en Finse voorzitterschap en later onder leiding van de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel) aan een compromis waar alle lidstaten het mee eens konden zijn.

Op 30 november 2018 publiceerde de Raad een ontwerp van “dynamisch onderhandelingsdocument” waarin de belangrijkste parameters van het algehele begrotingspakket uiteen waren gezet. In dit document werden echter geen bedragen genoemd voor de maxima en de belangrijkste toewijzingen. Naast de bepalingen in verband met de MFK-verordening werden in dit dynamische onderhandelingsdocument tevens horizontale en sectorale kwesties besproken met betrekking tot uitgavenprogramma’s die volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld.

Het Parlement nam op 10 oktober 2019 een resolutie aan om het mandaat van zijn onderhandelingsteam te vernieuwen en te actualiseren, waarin het de Commissie verzocht om een noodplan voor het MFK voor te stellen waarmee indien nodig het huidige MFK kan worden verlengd.

Op 5 december 2019 stelde het Finse voorzitterschap van de Raad een onderhandelingskader voor waarin voor het eerst voorlopige bedragen werden genoemd voor het meerjarig financieel kader 2021-2027. In dit voorstel werden de vastleggingskredieten voor het volgende MFK vastgesteld op 1 087 miljard EUR in prijzen van 2018 (1,07 % van het bni van de EU-27).

De Europese Raad heeft op 12 december 2019 de belangrijkste aspecten van het nieuwe MFK besproken, zoals die zijn voorgesteld door het Finse voorzitterschap, en heeft de voorzitter van de Europese Raad verzocht de onderhandelingen voort te zetten.

De Voorzitter van het Parlement wees er in zijn toespraak voor de Raad van 12 december 2019 op dat het Finse voorstel voor het MFK ver beneden de verwachting van het Parlement bleef, aangezien het Parlement van oordeel was dat de financiering voor de traditionele EU-beleidsterreinen in reële termen ongewijzigd moest blijven, de meest succesvolle programma’s een extra stimulans moest worden gegeven en de Unie over voldoende middelen moest beschikken om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe uitdagingen. De Voorzitter riep de voorzitter van de Europese Raad en het Kroatische voorzitterschap op om de onderhandelingen voort te zetten, te streven naar verdere toenadering en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen.

De nieuwe voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, kondigde aan dat actie tegen klimaatverandering centraal zou komen te staan in het werk van de Commissie. In verband hiermee en in het kader van de Europese Green Deal diende de Commissie op 14 januari 2020 een voorstel in voor een Fonds voor een rechtvaardige transitie, ter aanvulling op het pakket aan MFK-voorstellen[11]. Voor dit fonds zal 7,5 miljard EUR worden vrijgemaakt.

Op 20 en 21 februari 2020 heeft de Europese Raad een speciale bijeenkomst gehouden om te overleggen over het MFK. Er werd echter geen overeenkomst bereikt.

Op 13 mei 2020 verzocht het Europees Parlement de Commissie met een grote meerderheid (616 stemmen voor) om uiterlijk op 15 juni 2020 een voorstel in te dienen voor een MFK-noodplan om te voorzien in een vangnet ter bescherming van de begunstigden van Unieprogramma’s.

Naar aanleiding van de COVID-19-crisis en de ernstige economische gevolgen van de noodzakelijke lockdowns in de Europese samenlevingen, heeft de Commissie op 27 en 28 mei 2020 voorstellen gepubliceerd voor een aanzienlijke herziening van het MFK voor 2021-2027[12]. In deze voorstellen is onder meer een totaalbedrag voor het MFK van 1 100 miljard EUR voor de periode 2021-2027 opgenomen, en een aanvullend herstelinstrument, onder de naam Next Generation EU[13], van 750 miljard EUR (in prijzen van 2018), waarvan 500 miljard EUR zal worden verstrekt in de vorm van subsidies en 250 miljard in de vorm van leningen. Het pakket bestaat uit wetgevingsvoorstellen voor enkele nieuwe instrumenten, alsook wijzigingen van een aantal reeds ingediende wetgevingsvoorstellen voor programma’s in het kader van het volgende MFK. Het aanvullende pakket moet worden gefinancierd door te lenen op de financiële markten. Hiervoor heeft de Commissie ook amendementen op het voorgestelde eigenmiddelenbesluit ingediend, waardoor er tot 750 miljard EUR zou kunnen worden geleend. Ter dekking van de toegenomen leenactiviteit werd een verhoging van het plafond van de eigen middelen voor betalingen naar 1,4 % van het bni voorgesteld, alsook een tijdelijke extra verhoging met 0,6 procentpunten. Volgens de Commissie kan de terugbetaling van de leningen het best worden gedekt door de opbrengsten van nieuwe eigen middelen. De Commissie heeft wetgevingsinitiatieven aangekondigd om het systeem van eigen middelen te herzien en aan te vullen met nieuwe bronnen, die in 2024 worden geïntroduceerd. Ten slotte stelde de Commissie een verhoging van het plafond voor vastleggingen in 2020 voor binnen het bestaande MFK, om reeds in 2020 ondersteuning beschikbaar te kunnen stellen. De Commissie heeft voorgesteld dit plafond met 11,5 miljard EUR te verhogen. De daaruit voortvloeiende betalingen zijn verenigbaar met het bestaande plafond voor betalingen in 2020.

Op de top van 17-21 juli 2020 heeft de Europese Raad conclusies[14] goedgekeurd over de herstelinspanning (Next Generation EU), het meerjarig financieel kader 2021-2027 en de eigen middelen.

In de conclusies werd voor de herstelinspanning een bedrag goedgekeurd van 750 miljard EUR voor de jaren 2021-2023, te financieren met leningen, zoals in het voorstel van de Commissie. De verdeling tussen subsidies en leningen werd echter aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van het voorstel van de Commissie. De subsidiecomponent werd verlaagd van 500 naar 390 miljard EUR en de leencomponent werd verhoogd van 250 tot 360 miljard EUR. De Europese Raad verwierp het voorstel van de Commissie voor een tussentijdse oplossing, onder meer in de vorm van een opwaartse herziening van het huidige MFK voor 2020 met 11,5 miljard EUR.

Het totale maximum voor vastleggingen in het MFK 2021-2027 werd bepaald op 1 074,3 miljard EUR, oftewel 60,3 miljard EUR lager dan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie van 2018 en aanzienlijk lager dan het bedrag van 1 324,1 miljard EUR zoals voorgesteld door het Parlement. Het maximum voor betalingen werd bepaald op 1 061,1 miljard EUR.

Wat betreft het rechtsstaataspect werd in de conclusies bepaald dat een voorwaardelijkheidsregeling wordt ingevoerd ter bescherming van de begroting en Next Generation EU.

Met betrekking tot de eigen middelen werd in de conclusies bepaald dat met ingang van 1 januari 2021 een nieuwe eigen middelenbron op basis van niet-gerecycled plastic afval werd ingevoerd. Bovendien was de Commissie voornemens in het eerste semester van 2021 een voorstel in te dienen voor een mechanisme voor koolstofcorrectie en voor een heffing op digitale diensten, die uiterlijk op 1 januari 2023 moesten worden ingevoerd. De Europese Raad heeft de Commissie tevens verzocht een herzien voorstel in te dienen voor een emissiehandelssysteem (ETS), waarbij dat systeem mogelijkerwijs wordt uitgebreid tot de luchtvaart en het zeevervoer. Tot slot werd in de conclusies bepaald dat de Unie tijdens het MFK 2021-2027 zal werken aan de invoering van andere eigen middelen, waaronder mogelijk een belasting op financiële transacties. De opbrengsten van de nieuwe eigen middelen die na 2021 worden ingevoerd, moeten worden gebruikt voor vervroegde aflossing van leningen in het kader van Next Generation EU. In de conclusies waren tevens aanzienlijke kortingen voor Denemarken, Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden vastgesteld. Verder werd het inhoudingspercentage voor de traditionele eigen middelen vastgesteld op 25 %.

Op 23 juli 2020 hield het Parlement een speciale vergadering over de conclusies van de buitengewone Europese Raad van 17-21 juli. In de op die vergadering aangenomen resolutie nam het Parlement kennis van de oprichting van het herstelinstrument, dat een historische maatregel voor de EU inhoudt. Het Parlement betreurde echter dat de subsidiecomponent in de definitieve overeenkomst wordt gereduceerd. Het Parlement kon het politieke akkoord over het MFK 2021-2027 in de vastgestelde vorm niet goedkeuren, en herinnerde aan zijn mandaat van november 2018.

Wat betreft de eigen middelen herinnerde het Parlement er nogmaals aan dat het niet zou instemmen met het MFK als er geen overeenstemming zou worden bereikt over de hervorming van het stelsel van eigen middelen van de EU, onder meer door middel van de invoering van een nieuw pakket eigen middelen tegen het einde van het MFK 2021-2027. Er moest naar worden gestreefd om tenminste de kosten in verband met Next Generation EU (hoofdsom en rente) te dekken, om de geloofwaardigheid en de duurzaamheid van het terugbetalingsplan van Next Generation EU te waarborgen.

Op 10 november 2020 is het overleg tussen het Parlement, de Raad en de Commissie afgerond. In totaal werd 15 miljard euro toegewezen aan vlaggenschipprogramma’s, waaronder Erasmus+, EU4Health, InvestEU en Horizon Europe - een stijging ten opzichte van het voorstel van juli. De bedragen voor biodiversiteits-, klimaat- en gendergerelateerde uitgaven werden eveneens verhoogd. De flexibiliteit om in te spelen op onvoorziene behoeften werd versterkt. Het Parlement werd als begrotingsautoriteit meer betrokken bij het toezicht op NGEU. Er werd een duidelijke routekaart naar de nieuwe eigen middelen vastgesteld: tegen juni 2021 moeten een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie, een eigenmiddelenbron op basis van het emissiehandelssysteem en een digitale heffing worden voorgesteld, naast verdere nieuwe eigenmiddelenbronnen tegen juni 2024. Ook werd overeenstemming bereikt over een specifiek mechanisme om de EU-begroting te beschermen tegen aantasting van de rechtsstaat.

De Europese Raad heeft het MFK-NGEU-akkoord op 11 december 2020 goedgekeurd, en het Parlement heeft op 17 december 2020 zijn goedkeuring aan het akkoord gehecht.

 

[1]PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
[2]PB L 163 van 24.6.2017, blz. 1.
[3]PB L 119 van 17.4.2020, blz. 1.
[4]PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
[5]Resolutie van het Europees Parlement van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014-2020, PB C 75 van 26.2.2016, blz. 47.
[6]COM(2019) 0310 met bijlage.
[7]PB C 380 E van 11.12.2012, blz. 89.
[8]Resolutie van het Europees Parlement van 3 juli 2013 over het politieke akkoord over het meerjarig financieel kader 2014-2020, PB C 75 van 26.2.2016, blz. 47.
[9]2 543 miljoen EUR (in prijzen van 2011) aan vroegtijdige financiering (d.w.z. sneller uitgegeven in 2014 en 2015) ten behoeve van de volgende programma’s: Werkgelegenheid voor jongeren: 2 143 miljoen EUR; Horizon 2020: 200 miljoen EUR; Erasmus: 150 miljoen EUR; en Cosme: 50 miljoen EUR.
[10]Resolutie van het Europees Parlement van 5 april 2017 over het ontwerp van verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB C 298 van 23.8.2018, blz. 30).
[11]COM(2020) 0022, Gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie.

Andras Schwarcz