Interne energiemarkt

In het kader van de harmonisatie en liberalisering van de interne energiemarkt van de EU zijn er sinds 1996 diverse wetgevingsinstrumenten aangenomen. Deze instrumenten hebben ten doel de markttoegang en de transparantie en regulering van de markt te verbeteren, de energie-interconnectie te ondersteunen en de voorzieningszekerheid te waarborgen. Het doel is om te komen tot een concurrerender, consumentgerichtere, flexibeler en niet-discriminerende EU-elektriciteitsmarkt met marktgebaseerde leveringsprijzen. Op deze manier worden de rechten van individuele afnemers en energiegemeenschappen versterkt en uitgebreid, wordt energiearmoede aangepakt, worden de taken en verantwoordelijkheden van marktdeelnemers en energieregulators verduidelijkt en wordt een bijdrage geleverd aan de voorzieningszekerheid van elektriciteit, gas en aardolie en aan de ontwikkeling van trans-Europese netwerken voor het transport van elektriciteit en gas.

Rechtsgrondslag

De artikelen 194 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Doelstellingen

Om de interne Europese markt in de energiesector te voltooien moeten talloze obstakels en handelsbarrières worden weggenomen, moeten belasting- en prijsbeleidsmaatregelen en maatregelen op het gebied van normen en standaarden beter op elkaar worden afgestemd, en moeten milieu- en veiligheidsregels worden vastgesteld. Uiteindelijk moet dit resulteren in een goed functionerende markt met eerlijke toegangscriteria en een hoog niveau van consumentenbescherming, en in voldoende mogelijkheden voor de interconnectie van netwerken en voldoende productiecapaciteit.

Wat is er bereikt?

A. Liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt

In de jaren 90, toen de meeste nationale elektriciteits- en aardgasmarkten nog gemonopoliseerd waren, besloten de Europese Unie en de lidstaten om deze markten geleidelijk aan open te stellen voor concurrentie. De eerste liberaliseringsrichtlijnen (eerste energiepakket) werden aangenomen in 1996 (elektriciteit) en 1998 (aardgas). Omzetting in nationaal recht van deze richtlijnen diende plaats te vinden in 1998 (elektriciteit) en 2000 (aardgas). Het tweede energiepakket werd in 2003 aangenomen. De richtlijnen van dit pakket moesten uiterlijk in 2004 door de lidstaten in nationale wetgeving worden omgezet. Enkele bepalingen ervan werden pas van kracht in 2007. Industriële verbruikers en huishoudens konden vanaf dat moment hun leveranciers van gas en elektriciteit vrij kiezen uit een breder aanbod aan concurrenten. In april 2009 werd het tweede pakket aangevuld door een derde energiepakket, dat gericht was op een verdergaande liberalisering van de interne elektriciteits- en gasmarkt en dat de hoeksteen zou vormen voor de tenuitvoerlegging van de interne energiemarkt. In juni 2019 werd een vierde energiepakket goedgekeurd, dat bestond uit één richtlijn (de elektriciteitsrichtlijn (2019/944/EU)) en drie verordeningen: de elektriciteitsverordening (2019/943/EU), de risicoparaatheidsverordening (2019/941/EU) en de verordening tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) (2019/942/EU). Het vierde energiepakket bevat nieuwe regels voor de elektriciteitsmarkt om tegemoet te komen aan de behoefte aan hernieuwbare energiebronnen en om investeringen aan te trekken. Het voorziet in prikkels voor consumenten en stelt een nieuwe drempelwaarde voor CO2-uitstoot vast voor energiecentrales die in aanmerking komen voor subsidie als capaciteitsmechanismen. Tevens worden de lidstaten van de EU verplicht noodplannen op te stellen voor eventuele energiecrises, en worden de bevoegdheden van ACER uitgebreid wat betreft de samenwerking bij grensoverschrijdende regelgeving, waar versnippering op de loer ligt.

B. Verdere stappen

Zoals aangekondigd in de strategie voor een energie-unie (COM(2015)0080), heeft de Commissie op 30 november 2016 een aantal wetgevingsvoorstellen ingediend voor een nieuwe opzet van de energiemarkt van de EU, om de consumenten te kunnen laten profiteren van duurzame, concurrerende en betaalbare energie. Het pakket “Schone energie voor alle Europeanen” (COM(2016)0860) strekt ertoe verdere uitvoering te geven aan de energie-unie en heeft betrekking op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, de opzet van de elektriciteitsmarkt, voorzieningszekerheid en regels voor de governance van de energie-unie. Met het oog op de voltooiing van de interne energiemarkt heeft de Commissie maatregelen voorgesteld in de elektriciteitsrichtlijn en heeft zij de elektriciteitsverordening, de risicoparaatheidsverordening en de verordening tot oprichting van ACER vastgesteld.

Het voorstel voor een richtlijn inzake gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (COM(2016)0864) is een herschikking van Richtlijn 2009/72/EG en richt zich op de lidstaten en op consumenten:

  • leveranciers moeten vrij zijn om de prijs waarvoor zij aan de afnemers leveren, vast te stellen;
  • de lidstaten moeten ervoor zorgen dat er sprake is van daadwerkelijke concurrentie tussen elektriciteitsleveranciers en dat er marktgebaseerde leveringsprijzen worden gehanteerd; energiearme of kwetsbare huishoudelijke afnemers moeten worden beschermd; alle eindafnemers moeten het recht hebben op elektriciteitsvoorziening door een leverancier, mits deze daarmee akkoord gaat en ongeacht de lidstaat waar de leverancier geregistreerd staat, onder de voorwaarde dat de leverancier de geldende EU-handelsregels toepast;
  • afnemers moeten recht hebben op installatie van een slimme elektriciteitsmeter zonder dat daar aanvullende kosten aan verbonden zijn; de lidstaten moeten ervoor zorgen dat huishoudelijke afnemers en kleine ondernemers gratis toegang hebben tot ten minste één instrument waarmee zij het aanbod van de leveranciers, waaronder het aanbod aan dynamische-elektriciteitsprijscontracten, kunnen vergelijken; afnemers moeten binnen drie weken kunnen overstappen naar een andere leverancier en kunnen deelnemen aan collectieve overstapregelingen;
  • eindafnemers met slimme meters moeten, als zij daarom verzoeken, het recht hebben op een dynamische-elektriciteitsprijscontract met ten minste één grote leverancier; zij moeten het recht hebben om als actieve afnemer actief te zijn, bijvoorbeeld door zelf geproduceerde elektriciteit te verkopen zonder daarbij aan onevenredig zware of discriminerende technische vereisten te hoeven voldoen, en bovendien moeten de contractuele voorwaarden in dit verband helder zijn.

De risicoparaatheidsverordening heeft ten doel de risicoparaatheid te versterken door de samenwerking tussen transmissiesysteembeheerders (TSB's) binnen de EU, TSB's in buurlanden en het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators te bevorderen. Daarnaast richt de verordening zich op de bevordering van grensoverschrijdend beheer van elektriciteitsnetwerken in geval van een elektriciteitscrisis. Dit grensoverschrijdende beheer wordt gedaan door nieuwe regionale operationele centra, die geïntroduceerd werden in de aanverwante verordening betreffende de interne markt voor elektriciteit (2019/943/EU). Het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E) zal in samenwerking met ACER en met de Coördinatiegoep voor elektriciteit een gemeenschappelijke methodologie voor het identificeren van risico’s opstellen, die uiteindelijk goedgekeurd moet worden door ACER. Er worden vier soorten maatregelen voorgesteld: 1) gemeenschappelijke voorschriften betreffende de preventie van en voorbereiding op elektriciteitscrises om grensoverschrijdende samenwerking te waarborgen; 2) gemeenschappelijke regels voor crisisbeheer; 3) gemeenschappelijke methoden voor het volgen en beoordelen van risico’s met betrekking tot de leveringszekerheid; 4) een gemeenschappelijk kader voor een betere beoordeling en monitoring van de voorzieningszekerheid van elektriciteit.

De verordening betreffende de interne markt voor elektriciteit (2019/943/EU) is een herschikking van Verordening (EG) nr. 714/2009 en bevat een herziening van de voorschriften en beginselen van de interne elektriciteitsmarkt, om de goede werking en het concurrentievermogen van de elektriciteitsmarkt te waarborgen. Voorts beoogt de verordening het koolstofvrij maken van de EU-energiesector te ondersteunen en belemmeringen voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit weg te nemen. De verordening zal een bijdrage leveren aan de overgang van de EU naar schone energie, om ervoor te zorgen dat er uiterlijk in 2030 klimaatgerelateerde wetgeving wordt vastgesteld en dat de toezeggingen die in de Overeenkomst van Parijs zijn vastgelegd, ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. In de verordening zijn enkele beginselen neergelegd inzake het beheer van elektriciteitsmarkten. Meer bepaald: prijsvorming vindt plaats op basis van vraag en aanbod; eindafnemers profiteren van marktvoorschriften en kunnen daardoor actieve marktdeelnemers zijn; er worden marktgebaseerde prikkels voor decarbonisatie van de elektriciteitsproductie in het leven geroepen; de belemmeringen voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen worden geleidelijk weggenomen; producenten zijn direct of indirect verantwoordelijk voor de verkoop van de elektriciteit die zij produceren; de voorwaarden voor de invoering van capaciteitsmechanismen door de lidstaten worden vastgesteld, alsmede de beginselen die daarbij moeten worden nageleefd.

C. Regulering van de energiemarkt: het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators

Het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) is sinds maart 2011 operationeel (Verordening (EG) nr. 713/2009). ACER is met name verantwoordelijk voor de bevordering van de samenwerking tussen nationale regulerende instanties op regionaal en Europees niveau en voor het toezicht op de ontwikkeling van het netwerk en de interne elektriciteits- en aardgasmarkten. Ook heeft het de bevoegdheid om marktmisbruik te onderzoeken en om samen met de lidstaten de toepassing van gepaste sancties te coördineren. Het zijn echter de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het toepassen van deze sancties.

Als volgende stap zijn twee verordeningen aangenomen, op basis waarvan een samenwerkingsstructuur is opgezet voor Europese netwerken voor transmissiesysteembeheerders (ENTSB’s): één voor elektriciteit (Verordening (EG) nr. 714/2009) en één voor gas (Verordening (EG) nr. 715/2009), gewijzigd bij Besluit 2010/685/EU van de Commissie. De ENTSB’s stellen samen met ACER gedetailleerde regels op voor nettoegang, ontwikkelen technische voorschriften en zorgen voor de coördinatie tussen netbeheerders door operationele gegevens uit te wisselen en gemeenschappelijke normen en procedures voor de veiligheid en noodsituaties op te stellen. De ENTSB’s moeten voorts elke twee jaar een concept-tienjarenplan voor netwerkinvesteringen opstellen, dat vervolgens door ACER wordt herzien.

Daarnaast was er Richtlijn 2008/92/EG, die erop gericht was de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers te vergroten door lidstaten ertoe te verplichten deze prijzen en de toegepaste berekeningsmethoden twee keer per jaar aan Eurostat te melden. In oktober 2011 heeft de EU Verordening (EU) nr. 1227/2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie vastgesteld (Remit), die erop gericht is eerlijke handelspraktijken op de Europese energiemarkten te waarborgen.

In juni 2019 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan Verordening (EU) 2019/942, waarmee ACER werd hervormd, de onderliggende verordening werd herschikt en de belangrijkste rol van ACER op het gebied van de coördinatie tussen de nationale regulerende instanties werd versterkt, met name op gebieden waar gefragmenteerde nationale besluitvorming over kwesties van grensoverschrijdend belang kan leiden tot problemen of inconsistenties in de interne markt. De lijst van taken van ACER werd geactualiseerd, in die zin dat in de verordening ook de taken op het gebied van het toezicht op de groothandelsmarkt en grensoverschrijdende infrastructuur werden opgenomen. Daarbij kreeg ACER meer verantwoordelijkheid bij de opstelling van netcodes en het indienen van een definitief voorstel voor een netcode bij de Commissie, en bij het beïnvloeden van het herzieningsproces voor de vaststelling van biedzoneconfiguraties (zoals vastgelegd in de herschikte elektriciteitsverordening (Verordening (EU) 2019/943)).

D. Voorzieningszekerheid van elektriciteit, aardgas en aardolie

Verordening (EU) 2019/941 voorziet in maatregelen om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening en de goede werking van de interne markt voor elektriciteit te waarborgen, en om te zorgen voor een passend niveau van interconnectie tussen de lidstaten, een passend productieniveau en een juist evenwicht tussen vraag en aanbod. Gelet op het cruciale belang van gas voor de energievoorziening van de Europese Unie en als antwoord op de Russisch-Oekraïense gascrisis in de winter van 2008/2009 werd in 2010 de verordening betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid vastgesteld. Deze verordening werd herzien in 2017 (Verordening (EU) 2017/1938). Deze verordening heeft ten doel de mechanismen voor preventie en crisisrespons te versterken. Op grond van Richtlijn 2009/119/EG zijn de lidstaten, met het oog op een gegarandeerde aardolievoorziening, verplicht om een minimumolievoorraad aan te houden die ten minste gelijk is aan de grootste van de twee volgende hoeveelheden: 90 maal het daggemiddelde van de netto-invoer of 61 maal het daggemiddelde van het binnenlands verbruik. Als reactie op de problemen in verband met de levering van Russisch gas via Oekraïne diende de Commissie in mei 2014 een voorstel in voor een Europese strategie voor energiezekerheid (COM(2014)0330). Deze strategie is erop gericht een stabiele voorziening van ruim voldoende energie voor de Europese burgers en het bedrijfsleven te waarborgen. Zij omvat onder meer maatregelen om de energie-efficiëntie te verhogen, de eigen energieproductie op te voeren en nog ontbrekende schakels in infrastructuurverbindingen aan te leggen om energiestromen zo nodig te kunnen omleiden in geval van een crisis.

In mei 2019 hechtte de Commissie haar goedkeuring aan een wetsvoorstel voor een gerichte herziening van de aardgasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2019/692). Deze herziening zorgt ervoor dat de belangrijkste bepalingen van de aardgasrichtlijn rechtstreeks toepasselijk worden op grensoverschrijdende gaspijpleidingen uit derde landen of, meer bepaald, op de delen van de pijpleidingen die binnen het grondgebied van de EU vallen. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat bestaande, geplande of toekomstige gasinfrastructuurprojecten van EU-lidstaten en derde landen de interne energiemarkt niet verstoren en de voorzieningszekerheid in de EU niet verzwakken.

E. Trans-Europese energienetwerken (TEN-E)

Het beleid inzake TEN-E heeft betrekking op de koppeling van de energie-infrastructuur van de lidstaten. In het kader van dit beleid zijn er negen prioritaire corridors vastgesteld (vier elektriciteitscorridors, vier gascorridors en een oliecorridor), alsmede drie prioritaire thematische gebieden (uitrol van slimme netwerken, elektriciteitssnelwegen en een grensoverschrijdend koolstofdioxidenetwerk).

Verordening (EU) nr. 347/2013 bevat richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, in die zin dat van de trans-Europese elektriciteits- en gasnetwerken bepaalde prioritaire corridors en gebieden worden aangewezen als projecten van gemeenschappelijk belang (PGB’s). PGB’s op het gebied van energie worden gefinancierd uit de Connecting Europe Facility voor energie (CEF-E), een financieringsinstrument met een totale begroting van 5,35 miljard EUR voor de periode 2014-2020, waarvan een bedrag van 4,8 miljard EUR in de vorm van subsidies, beheerd door het Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken (INEA). In 2019 werd in totaal 556 miljoen EUR aan CEF-E-subsidies toegekend voor acht PGB’s: zes projecten in de elektriciteitssector en twee projecten in de gassector (zie de lijst met projecten waarvoor in 2019 het kader van CEF-E subsidies werden toegekend). De Commissie stelt de lijst met PGB’s door middel van een gedelegeerde handeling vast. Deze gedelegeerde handeling treedt alleen in werking als noch het Parlement noch de Raad binnen twee maanden na de kennisgeving van die handeling bezwaar maakt.

Het regelgevingskader voor energie-infrastructuur, waaronder Verordening (EU) nr. 347/2013 en CEF-E 2021-2027, zal in 2020 worden herzien om samenhang met de doelstelling inzake klimaatneutraliteit van de Europese Green Deal te waarborgen.

Rol van het Europees Parlement

Bij de behandeling van het wetgevingspakket voor de interne energiemarkt heeft het Parlement zich een krachtig voorstander getoond van ontvlechting van de eigendom bij de transmissie, omdat het van mening was dat dat het efficiëntste middel is om investeringen in infrastructuur op niet-discriminerende wijze te bevorderen en te zorgen voor eerlijke toegang tot het netwerk voor nieuwkomers en transparantie van de markt. Het Parlement heeft ook het belang benadrukt van een gemeenschappelijke Europese visie op investeringen op de middellange termijn (indicatieve Europese tienjarenplannen, gericht op interconnecties), meer samenwerking tussen regulerende instanties, lidstaten en transmissienetbeheerders, en verregaande harmonisatie van de voorwaarden voor toegang tot energienetten. In zijn onderhandelingen met de Raad heeft het Parlement bereikt dat bijzondere aandacht wordt besteed aan consumentenrechten. In resoluties had het Parlement namelijk aangedrongen op versterking van de rechten van consumenten (vrije leverancierskeuze, directe informatie via slimme meters en goede klachtenafhandeling door een ombudsman voor energie). Daarnaast heeft het Parlement bereikt dat het begrip “energiearmoede” wordt erkend. Het Parlement heeft de oprichting van ACER krachtig gesteund, en daarbij benadrukt dat dit agentschap voldoende bevoegdheden moest krijgen om zaken aan te pakken die de integratie en goede werking van de interne markt belemmeren maar waarvoor nationale regelgevende instanties geen oplossing kunnen bieden.

Belangrijke recente resoluties:

  • 6 februari 2018: Resolutie van het Europees Parlement over versnelling van de innovatie op het gebied van schone energie.
  • 12 september 2017: Goedkeuring van nieuwe regels die buurlanden in staat stellen elkaar te helpen bij het beheersen van gascrisissituaties en die grensoverschrijdende solidariteit en transparantie van gasleveringsovereenkomsten waarborgen.
  • 2 maart 2017: EP-leden hechten hun goedkeuring aan regels op grond waarvan lidstaten verplicht zijn de Commissie in kennis te stellen van hun plannen om met derde landen te onderhandelen over akkoorden inzake energievoorziening, voordat ze met de onderhandelingen beginnen.
  • 25 oktober 2016: Het Parlement steunt een resolutie over een EU-strategie voor vloeibaar gas en gasopslag, waarin het aandringt op verbetering van de energievoorzieningszekerheid, op lagere koolstofemissies en op betaalbare energieprijzen.
  • 13 september 2016: In zijn resolutie “Naar een nieuwe opzet van de energiemarkt” pleit het Parlement voor een combinatie van liquide kortetermijnmarkten en prijssignalen voor de lange termijn, om de markt geschikt te maken voor een groeiend aandeel van hernieuwbare energiebronnen en actieve consumenten.
  • 26 mei 2016: In zijn resolutie over een “new deal” voor energieconsumenten dringt het Parlement erop aan burgers in staat te stellen hun eigen hernieuwbare energie op te wekken, te verbruiken, op te slaan of te verhandelen, en actieve deelnemers op de energiemarkt te worden en deel te nemen aan vraagrespons.

 

Matteo Ciucci