Kleine en middelgrote ondernemingen

Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo’s) maken 99 % van de bedrijven in de EU uit. Zij zijn goed voor twee derde van de banen in de particuliere sector en hun aandeel in de totale toegevoegde waarde van bedrijven in de EU is ruim de helft. Er zijn verschillende actieprogramma’s vastgesteld om het concurrentievermogen van kmo’s te verhogen door middel van onderzoek en innovatie en om de toegang tot financiering te verbeteren. In de strategieën ter verbetering van de begeleidende voorwaarden voor kmo’s is ook rekening gehouden met het streven naar koolstofneutraliteit en met de digitale transitie. Bovendien heeft de impact van de COVID-19-pandemie en van de oorlog in Oekraïne een nieuwe manier van denken over economisch herstel, wederopbouw en de versterking van de veerkracht van kmo’s gestimuleerd.

Rechtsgrond

Kmo’s zijn voornamelijk op nationaal niveau actief, aangezien relatief weinig kmo’s grensoverschrijdende handelsactiviteiten binnen de EU ontplooien. Zij zijn echter, ongeacht het bereik van hun activiteiten, op tal van terreinen onderhevig aan de EU-wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van belastingen (artikelen 110 t/m. 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)), mededinging (artikelen 101 t/m. 109 VWEU) en het vennootschapsrecht (het recht van vestiging — artikelen 49 t/m. 54 VWEU). De definitie van de Commissie voor kmo’s is te vinden in Aanbeveling 2003/361/EG.

Doelstellingen

Van alle bedrijven in de EU zijn 99 % micro-, kleine of middelgrote ondernemingen. In die ondernemingen werken ongeveer 100 miljoen mensen. Kmo’s zijn een essentiële bron van ondernemersvaardigheden en innovatie, die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen. Het EU-beleid ten aanzien van deze ondernemingen heeft ten doel te waarborgen dat de beleidsmaatregelen en acties van de Unie kmo-vriendelijk zijn en Europa aantrekkelijker maken als vestigingsplaats voor ondernemingen en zakendoen.

Resultaten

A. Small Business Act

In juni 2008 heeft de Commissie een mededeling aangenomen die bekendstaat als de “Small Business Act” (SBA) en die moet worden aangemerkt als een omvattend en uitvoerig initiatief ten behoeve van kmo’s. Het doel van de SBA was om een nieuw beleidskader in het leven te roepen dat de bestaande instrumenten omvatte en voortbouwde op het “Europees Handvest voor kleine bedrijven” en het “Modern kmo-beleid voor groei en werkgelegenheid”. Daarbij werd meer gepleit voor een “politiek partnerschap met de lidstaten” dan voor een werkelijk communautaire aanpak. Met de SBA werd beoogd de algehele beleidsaanpak ten aanzien van het ondernemerschap in de EU te verbeteren door toepassing van het beginsel “denk eerst klein”.

1. Slimme regelgeving

Daarom besteedde de Commissie in de SBA prioritaire aandacht aan het vereenvoudigen van de regelgeving en het terugdringen van de bureaucratie. Door te waarborgen dat overheidsdiensten beter tegemoetkomen aan de behoeften van kmo’s kon een aanzienlijke bijdrage worden geleverd aan de groei van deze ondernemingen. De wijziging van de richtlijn betalingsachterstand (waardoor overheidsinstanties binnen dertig dagen moeten betalen, hetgeen als waarborg voor kmo’s dient) en de richtlijn inzake e-facturering (op grond waarvan elektronische facturen gelijk worden gesteld met facturen op papier) waren uiterst nuttig voor kleine ondernemingen. Voorts bracht de modernisering van het EU-beleid betreffende overheidsopdrachten met zich mee dat de administratieve last voor kmo’s bij inschrijving op overheidsopdrachten werd verlicht en de kmo’s betere mogelijkheden hadden voor het indienen van gezamenlijke inschrijvingen. Dezelfde aanpak heeft geleid tot de vereenvoudiging van de voorschriften voor financiële verslaglegging en de verlichting van de administratieve lasten voor kmo’s, via de modernisering van zowel overheidsopdrachten in de EU als de bestaande jaarrekeningrichtlijn (nu Richtlijn 2013/34/EU).

2. Toegang tot financiering

De financiële markten hebben kmo’s vaak niet de middelen verschaft die zij nodig hadden. De beschikbaarheid van financierings- en kredietvoorzieningen voor kmo’s is evenwel enigszins verbeterd door de verstrekking van leningen, garanties en durfkapitaal. De financiële instellingen van de Unie – de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF) – hebben hun activiteiten ten behoeve van kmo’s opgeschroefd.

In de SBA werd de toegang tot financiering gedefinieerd als het op een na grootste probleem waaraan individuele kmo’s het hoofd moeten bieden. Daarom heeft de Commissie in november 2011 een “actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo’s” voorgesteld. Dit actieplan voorzag onder meer in beleidsinitiatieven ter vergemakkelijking van de toegang van kmo’s tot de durfkapitaalmarkten. De Commissie houdt toezicht op de ontwikkelingen ten aanzien van de toegang tot financiering voor kmo’s aan de hand van de resultaten van de gezamenlijke “Enquête over de toegang van bedrijven tot financiering” (SAFE) van de Commissie en de Europese Centrale Bank.

3. Kmo’s en de interne markt

Zowel in de SBA als in de mededelingen van de Commissie “Naar een Single Market Act – Voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen” en “Akte voor de interne markt II” werd erop gewezen dat er voortdurend gewerkt moest worden aan de verbetering van de begeleidende voorwaarden voor bedrijven in de interne markt. Er zijn diverse initiatieven en maatregelen van kracht of in de maak die de oprichting en werking van kmo’s in de interne markt bevorderen. Op vele gebieden zijn voor kmo’s afwijkingen toegestaan, bijvoorbeeld met betrekking tot het vennootschapsrecht, de mededingingsregels en de belastingheffing.

4. Mededingingsbeleid

In het kader van het EU-beleid inzake staatssteun hebben kmo’s lange tijd een voorkeursbehandeling genoten, aangezien rekening werd gehouden met de specifieke problemen waarmee deze ondernemingen worden geconfronteerd vanwege hun beperkte omvang. In 2014 heeft de Commissie een herziene algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voor staatssteun vastgesteld (Verordening (EU) nr. 651/2014). Een van de elementen van de modernisering van het EU-staatssteunbeleid bestond uit de extra flexibiliteit die lidstaten hebben om staatssteun aan kmo’s te verlenen zonder voorafgaande kennisgeving en toestemming van de Commissie, mits aan bepaalde voorwaarden werd voldaan. Op basis van deze verordening konden kmo’s tot wel 7,5 miljoen EUR aan overheidssteun ontvangen.

B. EU-netwerken ten behoeve van kmo’s

De netwerken ten behoeve van kmo’s voorzien in de eerste plaats in algemene ondersteunende diensten voor kmo’s in de EU. Voorbeelden hiervan zijn: “Enterprise Europe Network”, “Solvit”, “Uw Europa – Bedrijfsleven”, “Kmo’s en het milieu” en ook “Omgaan met chemische stoffen: nationale Reach-helpdesks”. Een tweede groep initiatieven biedt ondersteuning voor innovatie en onderzoek, waaronder “IPR-helpdesk”, “MKB-Techweb”, “China-IPR-helpdesk voor kmo’s”, “European Business and Innovation Centres (BIC) Network — EBN”, “European Workplace Innovation Network” en “Gate2Growth”.

C. Kmo’s en onderzoek

Onderzoek en innovatie zijn van vitaal belang om het blijvende succes en de duurzame groei van kmo’s in de EU te waarborgen. Met Horizon 2020 voor de periode 2014-2020 werd beoogd een betere en meer alomvattende ondersteuningsomgeving voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten van kmo’s te creëren, met inbegrip van een aanzienlijke vereenvoudiging door middel van één reeks regels. Als deel van deze benadering werden kmo’s aangemoedigd deel te nemen via een nieuw “specifiek kmo-instrument” teneinde de leemten op te vullen in de financiering voor risicovol kmo-onderzoek en -innovatie in de aanloopfase.

In 2020 bleek uit een onderzoek van de Europese Rekenkamer[1] dat het kmo-instrument voorzag in doeltreffende ondersteuning van kmo’s bij de ontwikkeling van hun innovatieprojecten, maar dat er een aantal uitdagingen waren bij de uitvoering, bijvoorbeeld wat de regionale dekking en de laattijdige invoering van het concept niet-financierbaarheid betreft.

Bovendien behoorde de verbetering van het concurrentievermogen van kmo’s tot de elf thematische doelstellingen van het cohesiebeleid in de periode 2014-2020. Bijkomende investeringen in kmo’s werden ook gedaan in het kader van andere thematische doelstellingen, met name onderzoek en innovatie, de koolstofarme economie en informatie- en communicatietechnologieën.

Horizon Europa, het financieringsprogramma voor onderzoek en innovatie van de EU dat loopt tot en met 2027, omvat een nieuw element waarover de voorloper van dit programma niet beschikte: de Europese Innovatieraad, met een begroting van 10,1 miljard euro ter ondersteuning van baanbrekende innovaties gedurende de hele levenscyclus, van onderzoek in de aanloopfase tot en met de financiering en opschaling van start-ups en kmo’s.

D. Programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme)

Op 11 december 2013 is Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) voor de periode 2014-2020 aangenomen. Met een begroting van 2,3 miljard EUR voor de periode 2014-2020 werden in het kader van Cosme de volgende algemene doelstellingen nagestreefd:

  • de toegang voor kmo’s tot financiering verbeteren in de vorm van eigen vermogen en schuld: een eigenvermogensfaciliteit voor investeringen in de groeifase en een leninggarantiefaciliteit die kmo’s rechtstreekse of andere risicodelende mechanismen met financiële intermediairs verschafte om de leningen te dekken; 1,3 miljard EUR van de Cosme-begroting werd toegekend aan financiële instrumenten;
  • de markttoegang binnen de Unie en wereldwijd verbeteren: op groei gerichte bedrijfsondersteunende diensten werden via het Enterprise Europe Network verschaft om uitbreiding binnen en buiten de eengemaakte markt te vergemakkelijken;
  • het ondernemerschap bevorderen: de activiteiten in deze rubriek hadden met name betrekking op het ontwikkelen van ondernemersvaardigheden en -attitudes, vooral bij nieuwe ondernemers, jongeren en vrouwen.

E. Meest recente initiatieven

De mededelingen van de Commissie van 10 maart 2020 getiteld “Een nieuwe industriestrategie voor Europa” en “Een kmo-strategie voor een duurzaam en digitaal Europa” bevatten voorstellen om kmo’s te helpen om actief te zijn, op te schalen en uit te breiden. Het Parlement heeft op de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor industriële toeleveringsketens en kmo’s gereageerd met de aanneming in april 2020 van een resolutie over gecoördineerde EU-maatregelen ter ondersteuning van economische herstelmaatregelen. Op 25 november 2020 hebben de leden van het Europees Parlement een resolutie aangenomen waarin zij de Europese Commissie verzoeken met een herziene industriestrategie te komen.

In haar toespraak over de Staat van de Europese Unie van september 2022 heeft Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de komst aangekondigd van een steunpakket voor kmo’s, rekening houdend met de bijzonder negatieve gevolgen voor kmo’s van de inflatie en de onzekerheid als gevolg van de scherpe stijging van de energie- en grondstoffenkosten. De hoekstenen van het pakket zijn onder meer de vaststelling van één enkele reeks vennootschapsbelastingregels in Europa (Befit) om de administratieve last te verminderen, en de versterking van de richtlijn betalingsachterstand om het liquiditeitsrisico van kmo’s te beperken en hen te helpen hun werknemers te betalen en duurzame investeringen te doen. Daarnaast heeft commissaris Breton gewezen op de noodzaak om de kracht van digitale instrumenten en gegevens ten dienste van kmo’s te benutten en, wat belangrijk is, om hun toegang tot vaardigheden en financiering te vergemakkelijken, met inbegrip van de toegang tot het toekomstig Europees Soevereiniteitsfonds.

Rol van het Europees Parlement

Reeds in 1983 heeft het Europees Parlement het “Jaar van de kmo en de ambachtelijke sector” uitgeroepen en een serie initiatieven gelanceerd ter bevordering van de ontwikkeling van deze sectoren. Sindsdien heeft het EP zich er consequent voor ingezet dat de ontwikkeling van de Europese kmo’s wordt bevorderd. Enkele voorbeelden:

  • In juni 2010 nam het EP een resolutie aan over het “communautaire innovatiebeleid in een veranderende wereld”. In deze resolutie werd de noodzaak onderstreept om voorwaarden te creëren voor een betere beschikbaarheid van durfkapitaal voor kmo’s. Het EP riep op tot de ontwikkeling van financieringsinstrumenten voor kmo’s, zoals microkredieten, durfkapitaal voor mensen die willen investeren in innoverende bedrijven en “business angels” om zakelijke projecten van jonge onderzoekers te sponsoren. Voorts riep het EP de lidstaten en de Commissie op om fiscale, financiële, zakelijke en administratieve stimulansen voor investeringen te ontwikkelen.
  • In mei 2011 nam het EP een resolutie aan inzake “de herziening van de Wet voor Kleine Ondernemingen”. In zijn resolutie uit het Parlement zijn bezorgdheid dat de kmo-proef, met name op nationaal niveau, niet in alle nieuwe wetgevingsvoorstellen naar behoren en consequent is uitgevoerd. Verder dringt het EP er bij de lidstaten op aan “vergulding” te vermijden, dat wil zeggen bij de omzetting van richtlijnen in nationaal recht niet verder te gaan dan hetgeen door de EU-wetgeving wordt geëist.
  • In oktober 2012 nam het EP een resolutie aan over “kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s): concurrentievermogen en zakelijke kansen”. Hierin benadrukt het EP een aantal domeinen, zoals de vermindering van de administratieve lasten, steun voor het concurrentievermogen en het scheppen van banen, startende kmo’s en toegang tot informatie en financiering.
  • In januari 2014 heeft het EP een resolutie over “de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid” aangenomen, waarin het belang van kmo’s voor de EU-economie wordt benadrukt en gevraagd wordt om specifieke steun en bijstand aan kmo’s.
  • In september 2016 heeft het EP een resolutie aangenomen over “toegang tot financiering voor kmo’s en vergroting van de financieringsdiversiteit voor kmo’s in een kapitaalmarktunie”.
  • In juli 2017 heeft het EP een resolutie aangenomen over “het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als strategische prioriteit voor groei, banen en innovatie in Europa”.
  • In februari 2019 heeft het EP een resolutie over “een alomvattend Europees industriebeleid inzake artificiële intelligentie en robotica” aangenomen.
  • Op 17 april 2020 heeft het EP een resolutie aangenomen over “gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden”.
  • Op 18 juni 2020 heeft het EP een besluit vastgesteld over “de instelling, bevoegdheden, aantal leden en ambtstermijn van een bijzondere commissie voor artificiële intelligentie in het digitale tijdperk”.
  • Op 25 november 2020 heeft het EP een resolutie aangenomen over “een nieuwe industriestrategie voor Europa”.

 

[1]Europese Rekenkamer (2020), Speciaal Verslag, “Het kmo-instrument in actie: een doeltreffend en innovatief
programma met uitdagingen”, blz. 17.

Kristi Polluveer