Duurzame consumptie en productie

Duurzame groei is een van de belangrijkste doelstellingen van de EU. In deze tijd van snelle klimaatverandering en groeiende vraag naar energie en hulpbronnen heeft de EU een scala aan beleidsmaatregelen en initiatieven genomen die gericht zijn op duurzame consumptie en productie. De meest recente initiatieven, waaronder de Europese Green Deal, het actieplan voor de circulaire economie en de Clean Industrial Deal, moeten producten geschikt maken voor een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en circulaire economie.

Rechtsgrond

De artikelen 191 tot en met 193 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Algemene context

Duurzame productie is het creëren van goederen en diensten door middel van processen die niet voor vervuiling zorgen, die economisch haalbaar en hulpbronnen- en energie-efficiënt zijn en die veilig zijn voor werknemers, consumenten en gemeenschappen. Duurzame consumptie is de vraag naar dit soort producten en diensten.

De doelstelling om duurzame productie- en consumptiepatronen te waarborgen is verankerd in de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals – SDG’s) van de VN, en met name in SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie), aangezien dit van cruciaal belang is voor de instandhouding van het welzijn van de huidige en toekomstige generaties.

De EU zet zich in voor de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN en heeft duurzame groei tot een van haar belangrijkste doelstellingen gemaakt. In 2023 heeft de Commissie een vrijwillige evaluatie verricht van de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling door de EU.

Doelstellingen en resultaten

A. Strategieën voor een duurzame consumptie en productie

In juli 2008 heeft de Commissie een pakket maatregelen en voorstellen inzake duurzame consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid ingediend. Daarmee wilde ze de milieuprestaties van producten gedurende hun hele levenscyclus verbeteren, de consument bewuster maken, de vraag naar duurzame goederen en productietechnologieën vergroten, innovatie in de EU-industrie stimuleren en internationale aspecten zoals handel en normen aan de orde te stellen. Het actieplan voor duurzame consumptie en productie heeft tot de volgende initiatieven geleid:

  • uitbreiding van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp;
  • herziening van de milieukeurverordening;
  • herziening van de verordening betreffende het milieubeheer- en milieuauditsysteem;
  • wetgeving inzake groene overheidsopdrachten;
  • het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik; en
  • het actieplan voor eco-innovatie.

Met de Green Deal van de EU werd een stap verder gezet inzake duurzame consumptie en productie, met name via het actieplan voor een circulaire economie van 2020 en het bijbehorende beleidskader voor duurzame producten. Twee van de belangrijkste doelstellingen daarvan zijn om van duurzame producten in de EU de norm te maken en om consumenten en overheidsinkopers ertoe aan te zetten prioriteit te geven aan duurzame consumptie. Dit kader omvat onder meer de volgende voorstellen:

  • een verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten;
  • de richtlijn ter versterking van de positie van de consument voor de groene transitie;
  • de richtlijn inzake groene claims;
  • de richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen.

Tot slot presenteerde de Commissie in februari 2025 de Clean Industrial Deal, die klimaatactie en concurrentievermogen in één overkoepelende groeistrategie moet samenbrengen. De strategie omvat in het bijzonder de volgende doelstellingen:

  • een volledig koolstofvrije EU-economie tot stand brengen tegen 2050, met een tussentijdse doelstelling van een nettoverlaging van de uitstoot van broeikasgassen met 90 % tegen 2040;
  • van de EU uiterlijk in 2030 de wereldleider op het gebied van de circulaire economie maken;
  • een leidende markt tot stand brengen voor de duurzame productie van schone producten om de prijs van deze producten te verlagen en de beschikbaarheid ervan te vergroten.

B. De EU-economie koolstofvrij maken

De Europese Green Deal van 2019 omvatte diverse maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen en de totstandkoming van een markt voor groene producten en diensten te bevorderen, met name:

De Commissie streeft ernaar haar inspanningen om de EU-economie koolstofvrij te maken voort te zetten met de Clean Industrial Deal van 2025, met name door:

  • een actieplan voor betaalbare energie vast te stellen dat erop gericht is de energieprijzen te verlagen en tegelijkertijd de overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen;
  • de vraag naar schone producten te stimuleren door middel van de aangekondigde voorstellen voor wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie en voor een herziening van het EU-kader voor overheidsopdrachten;
  • ruim 100 miljard EUR vrij te maken om schone productie in de EU te ondersteunen door middel van een nieuw staatssteunkader, aanvullende financiering uit het Innovatiefonds, een voorgestelde bank voor industriële decarbonisatie, en wijziging van de InvestEU-verordening.

C. Milieu- en energie-etikettering

De EU-milieukeur is een regeling op vrijwillige basis waarmee producten en diensten kunnen worden herkend die aan bepaalde milieunormen voldoen. Deze milieukeur werd in 1992 ingevoerd en heeft een bloem als logo. Dit moet het makkelijker maken voor de consument om milieuvriendelijke producten te herkennen. Bij de milieukeurregeling wordt rekening gehouden met de gehele levenscyclus van een product. Deze keur is toegekend aan reinigingsmiddelen, huishoudapparaten, papierproducten, kleding, huis- en tuinartikelen, smeermiddelen, producten voor persoonlijke verzorging en de verzorging van dieren, en diensten zoals toeristenaccommodaties. In 2009 is de milieukeurverordening (Verordening (EG) nr. 66/2010) herzien om de kosten en bureaucratie die met het gebruik van de milieukeur gepaard gaan, te verminderen. Bij haar evaluatie van de regeling in 2017 stelde de Commissie weliswaar vast dat de verordening relevant en consistent was, maar wees zij er evenwel op dat er in sommige sectoren weinig gebruik van werd gemaakt en dat de nalevingskosten mogelijk een belemmering vormden.

In 2023 kwam de Commissie voorts met een voorstel voor een richtlijn betreffende nieuwe regels voor de staving van groene claims (de richtlijn groene claims), om misleidende milieuclaims en de wildgroei aan openbare en particuliere milieukeurmerken aan te pakken. Samen met de richtlijn betreffende de versterking van de positie van de consument voor de groene transitie (Richtlijn (EU) 2024/825) voorziet de richtlijn groene claims in een kader voor milieuclaims en -keurmerken om greenwashing tegen te gaan.

Bij Richtlijn 92/75/EEG werd een energie-etiketteringssysteem voor huishoudelijke apparaten (witgoed) ingevoerd. Het energielabel van de EU is sindsdien zowel voor producenten als consumenten een breed erkend en gerespecteerd richtsnoer geworden. De richtlijn werd in 2010 herzien met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied ervan tot een breder scala aan producten, en werd in 2017 vervangen door Verordening (EU) 2017/1369 inzake energie-etikettering met het oog op de vaststelling van nieuwe eisen. Sinds 2021 zijn vijf productgroepen (koelkasten, afwasmachines, wasmachines, tv’s en lampen) “opnieuw ingeschaald” volgens een nieuwe indeling voor energie-efficiëntieklassen, waarbij de hoogste klasse “A” aanvankelijk leeg bleef om de ontwikkeling van nog energie-efficiëntere modellen aan te moedigen. Dankzij deze verandering kunnen consumenten makkelijker een onderscheid maken tussen de meest energie-efficiënte producten.

D. Ecologisch ontwerp en duurzaam productbeleid

De eisen inzake ecologisch ontwerp moeten zorgen voor de technische verbetering van duurzame producten. In 2024 werd, naar aanleiding van het actieplan voor de circulaire economie en in het kader van de Europese Green Deal, de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (Verordening (EU) 2024/1781) van kracht, waarmee de richtlijn inzake ecologisch ontwerp(Richtlijn 2009/125/EG) van 2009 werd vervangen. De verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten vormde een verbetering op de vorige verordening door van toepassing te zijn op alle fysieke producten (op enkele uitzonderingen na) en door nieuwe prestatie- en informatieregels vast te stellen. Nieuwe elementen van de verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten zijn onder meer: het “digitale productpaspoort”, een verbod op de vernietiging van onverkocht textiel en schoeisel en verplichte groene overheidsopdrachten voor bepaalde producten.

Daarnaast is het “recht op reparatie” een kernelement van de richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen (Richtlijn (EU) 2024/1799), die op 30 juli 2024 in werking is getreden. Op grond van de richtlijn zijn fabrikanten verplicht binnen een redelijke termijn kosteneffectieve reparatiediensten aan te bieden en consumenten te informeren over hun recht om defecte goederen te laten repareren in plaats van ze te vervangen.

E. Milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS)

EMAS is een beheersinstrument waarmee bedrijven en andere organisaties hun milieuprestaties kunnen evalueren, rapporteren en verbeteren. In 2009 werd aan de nieuwe EMAS-verordening (Verordening (EG) nr. 1221/2009) een opmerkelijk nieuw element toegevoegd, met als doel organisaties aan te moedigen om zich bij EMAS te laten registreren. Dankzij deze herziening van de EMAS-verordening is de regeling gemakkelijker toepasbaar en geloofwaardiger geworden, en zijn de zichtbaarheid en het bereik ervan vergroot.

F. Groene overheidsopdrachten

Het beleid inzake groene overheidsopdrachten is opgezet om overheden te ondersteunen bij de aankoop van producten, goederen en diensten die minder belastend zijn voor het milieu. Het heeft tot doel de markt in de richting van groenere producten en diensten te sturen en de milieueffecten van de activiteiten van overheidsinstanties te verminderen. In 2004 stelde de EU voor het eerst wetgeving inzake groene overheidsopdrachten vast in de vorm van Richtlijn 2004/18/EG en Richtlijn 2004/17/EG. Het oorspronkelijke kader werd vervangen door de drie richtlijnen die in februari 2014 waren vastgesteld als onderdeel van de hervorming van overheidsopdrachten in het kader van het wetgevingspakket eengemaakte markt (Richtlijn 2014/24/EU, Richtlijn 2014/25/EU en Richtlijn 2014/23/EU), waarin de betreffende procedures worden vereenvoudigd en een ruimer gebruik van groene overheidsopdrachten wordt aangemoedigd. Op die manier ondersteunen zij de overgang naar een hulpbronnenefficiënte en koolstofarme economie. Deze richtlijnen bevorderen innovatie, hulpbronnenefficiëntie en de verwezenlijking van een koolstofarme economie, en worden door de lidstaten uitgevoerd via nationale actieplannen.

In 2008 publiceerde de Commissie een mededeling met de titel “Overheidsopdrachten voor een beter milieu”. Daarin wordt een aantal maatregelen uiteengezet om de uitvoering van het beleid inzake groene overheidsopdrachten door de lidstaten en individuele aanbestedende diensten te ondersteunen. Naar aanleiding daarvan zijn Europese criteria voor groene overheidsopdrachten ontwikkeld, die deel uitmaken van de vrijwillige benadering van het beleid inzake groene overheidsopdrachten. Tot dusver zijn er 14 reeksen criteria voor groene overheidsopdrachten gepubliceerd voor specifieke sectoren zoals vervoer, IT-apparatuur voor kantoor, schoonmaakmiddelen en -diensten, de bouw, isolatiemateriaal, en tuinproducten en -diensten.

G. Het actieplan voor eco-innovatie (EcoAP)

Het actieplan voor eco-innovatie, dat in december 2011 door de Commissie werd gelanceerd, was de opvolger van het actieplan inzake milieutechnologieën en was gericht op het stimuleren van de ontwikkeling en het gebruik van milieutechnologieën en het verbeteren van het Europees concurrentievermogen op dit gebied. Het EcoAP was grotendeels gelinkt aan het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie van de Europa 2020-strategie. Met het initiatief werd de focus van het innovatiebeleid uitgebreid naar groene technologieën en eco-innovatie, en werd de rol van milieubeleid als factor voor economische groei benadrukt. Het EcoAP diende ter bevordering van eco-innovatie door middel van milieubeleid, financiële steun voor kleine en middelgrote ondernemingen, internationale samenwerking, nieuwe normen en de ontwikkeling van vaardigheden.

Veel van de EcoAP-doelstellingen hebben bijgedragen tot de werking van de circulaire economie. Eco-innovatie is van cruciaal belang om de doelstellingen van de circulaire economie te verwezenlijken, zoals industriële symbiose of industriële ecologie, ontwerp volgens het “van wieg-tot-wieg”-beginsel, en nieuwe, innovatieve bedrijfsmodellen (2.4.6). De prestaties van de lidstaten op het gebied van eco-innovatie worden geëvalueerd met de eco-innovatie-index, een kader voor prestatiemeting aan de hand van twaalf indicatoren. Tussen 2013 en 2022 zijn de prestaties van de EU op het gebied van eco-innovatie met 21,47 % gestegen.

H. Betrokkenheid van belanghebbenden

De EU hanteert een gezamenlijke aanpak om de overgang naar duurzamere productiepatronen te bevorderen, met als doel beste praktijken uit te wisselen en uitdagingen in specifieke economische sectoren aan te pakken. Belanghebbenden worden onder meer via de volgende initiatieven bij de zaken betrokken:

Rol van het Europees Parlement

Het Parlement heeft sinds het actieplan voor duurzame consumptie en productie van 2008 meermaals zijn steun uitgesproken voor initiatieven op het gebied van duurzame productie en consumptie.

Zo toonde het Parlement zich in zijn resolutie van 12 december 2013 ingenomen met het actieplan inzake eco-innovatie. De instelling onderstreepte daarbij de potentiële samenwerkingsvoordelen van eco-innovatie voor het creëren van duurzame banen, de bescherming van het milieu en het terugbrengen van economische afhankelijkheid. Bovendien werd in de resolutie benadrukt dat eco-innovatie horizontale effecten op het beleid heeft en op alle beleidsterreinen moet worden geïntegreerd.

In zijn resolutie van 4 juli 2017 over een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven verzocht het Parlement de Commissie de informatie over de duurzaamheid van producten te verbeteren door een vrijwillig Europees keurmerk te overwegen dat met name betrekking heeft op de duurzaamheid van het product, het ecologisch ontwerp en de mogelijkheid om het product op te waarderen in overeenstemming met de technische vooruitgang en de herstelbaarheid.

In zijn resolutie van 31 mei 2018 over de uitvoering van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp (Richtlijn 2009/125/EG) verzocht het Parlement de Commissie voldoende middelen toe te wijzen voor het eco-designproces, gezien de significante voordelen van die wetgeving voor de EU. Het verzocht de Commissie voorts te na te gaan of de bestaande methodologie voor het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten ook op andere productcategorieën kan worden toegepast, en met voorstellen voor nieuwe wetgeving te komen.

In zijn resolutie van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie benadrukte het Parlement onder meer dat duurzame, circulaire, veilige en niet-giftige producten en materialen de norm in plaats van de uitzondering moeten worden op de markt van de EU en als de standaardoptie moeten worden gezien die aantrekkelijk, betaalbaar en toegankelijk is voor alle consumenten.

Het Parlement heeft daarnaast een belangrijke rol gespeeld bij de geleidelijke invoering van groenere bepalingen in de richtlijnen betreffende overheidsopdrachten. Bij de herziening van deze richtlijnen in 2014 heeft het Parlement onder meer de invoering van het nieuwe criterium van de “economisch voordeligste inschrijving” in de gunningsprocedure gesteund. Zo konden overheden voortaan meer nadruk leggen op kwaliteit, milieuoverwegingen, sociale aspecten en innovatie, en tegelijkertijd toch rekening houden met de prijs en de levenscycluskosten van wat werd aangekocht. Voorts nam het Parlement in september 2025 een resolutie over overheidsopdrachten aan, en meer in het bijzonder over de aankomende herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten. In deze resolutie nam het Parlement kennis van de uiteenlopende mate van uitvoering van groene overheidsopdrachten in de lidstaten en riep het op tot het benutten van het EU-kader voor overheidsopdrachten, dat duurzame goederen en diensten ondersteunt.

Ook het Parlement zelf streeft er echter naar zijn consumptie- en aanbestedingspatronen te verduurzamen. In 2004 heeft het Parlement in overeenstemming met EMAS een milieubeheersysteem vastgesteld. In 2007 kreeg het systeem de ISO 14001.2004-certificering en de EMAS-registratie. In 2019 heeft het Parlement zich ten doel gesteld zijn uitstoot van broeikasgassen per persoon tegen 2024 met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van 2006, en andere klimaatprestatie-indicatoren te volgen, zoals de uitstoot van het personenvervoer, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en het energieverbruik. Volgens de EMAS-milieuverklaring van 2025 van het Parlement is de uitstoot van het Parlement per persoon tussen 2006 en 2024 met 48,29 % verminderd.

In november 2024 besloot het Parlement aanvullende maatregelen te nemen om zijn milieubeleid te verbeteren en nieuwe doelstellingen voor de periode 2024-2029 vast te stellen, waaronder:

  • de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen met ten minste 55 % tegen 2029 (ten opzichte van 2006);
  • de vermindering van het energieverbruik met 55 % (ten opzichte van 2012);
  • de verhoging van het percentage hernieuwbare energiebronnen tot 80 % van het totale energieverbruik;
  • de vermindering van het papierverbruik met 85 % (ten opzichte van 2012); en
  • de verbetering van de biodiversiteit door toezicht te houden op groene ruimten, recycling en lokale plantensoorten en deze te bevorderen.

Het Parlement compenseert in het kader van EMAS sinds 2016 zijn volledige onvermijdelijke uitstoot en is daarmee de enige volledig koolstofneutrale Europese instelling. Toch heeft het Parlement in zijn resolutie van 14 mei 2020 verklaard het goede voorbeeld te zullen geven en zijn Bureau de opdracht gegeven een strategie te ontwikkelen om uiterlijk in 2030 koolstofneutraal te worden door middel van interne maatregelen (zonder compensatie). In de in september 2020 gepubliceerde studie van het Parlement over koolstofneutraliteit worden maatregelen voor het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen op korte, middellange en lange termijn beschreven die het Parlement in staat zouden stellen zijn koolstofvoetafdruk drastisch te verkleinen om koolstofneutraliteit te bereiken.

Het Parlement voert ook een beleid inzake groene overheidsopdrachten. Zo heeft het in juni 2017 een studie over groene overheidsopdrachten gepubliceerd, waarin het huidige gebruik en de mogelijkheden van groene overheidsopdrachten in de EU werden onderzocht in het kader van en in aansluiting op het EU-actieplan voor de circulaire economie van de Commissie. In de studie werden een aantal milieuvoordelen voor de burgers en positieve effecten op de werkgelegenheid en de EU-economie in het algemeen geïdentificeerd.

Meer informatie over dit onderwerp is te vinden op de website van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (ENVI).

 

Axel GRISLIN